Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Ellebogenwerk tijdelijk door de vingers gezien

SportGeplaatst door Frank Van Laeken zo, oktober 07, 2018 12:29:07

(Deze bijdrage in de reeks 'De Bankzitter' verscheen op maandag 27 augustus in De Standaard.)

Club-Anderlecht was een half geslaagde topper, verdiend gewonnen door de thuisploeg met 2-1. Maar door een administratieve blunder binnen de Pro League en de voetbalbond ging het dit weekend minder over de wedstrijd dan over de zogeheten 'indicatieve tabel' en de spitsvondigheid van enkele clubadvocaten, waardoor geschorste spelers alsnog aan de aftrap stonden.

Het was mijn oprechte bedoeling om het uitsluitend over sportieve aspecten van de voetbaltopper van gisteren te hebben. Helaas, de ondoorgrondelijke wegen van clubadvocaten en bondsinstanties beslisten daar anders over. Wesley (Club Brugge), Carcela (Standard), Ocansey (Eupen) en Brogno (Beerschot Wilrijk, 1B) mochten ondanks een recente uitsluiting dit weekend gewoon meevoetballen.

De 'indicatieve tabel', daar draaide het de voorbije dagen allemaal om. Dat is een onderdeel van het bondsreglement, meer bepaald artikel B1905.1: een soort menukaart van sancties na een uitsluiting. Voorbeeld: een elleboogstoot die geen blessure veroorzaakt levert drie speeldagen schorsing op, een elleboogstoot die een blessure veroorzaakt twee speeldagen en een elleboogstoot die een blessure in het aangezicht als gevolg heeft zes speeldagen. Dat was het geval met Wesley tegen Excel Moeskroen. Hij moest zes matchen brommen, de vorige twee zat hij al in de tribune. Tot een slimme jurist van Standard vaststelde dat die indicatieve tabel - die er overigens gekomen was op vraag van de trainers, om een rechtspraak met meerdere maten en gewichten proberen te vermijden - nog niet was goedgekeurd door de leden van de Pro League, de clubs dus. Wél waar, zei de bondsprocureur, die een e-mail van de CEO van de Pro League als bewijs toonde. Niet waar, zei de juridisch directeur van Standard, er bestaat geen proces-verbaal van die stemming binnen de Pro League. En dus besliste de Geschillencommissie om de schorsingen van Carcela, Ocansey en Brogno ongedaan te maken, en die van Wesley tot twee wedstrijden te beperken. De beslissing over het aantal schorsingsdagen voor Ognjen Vranjes, de Anderlecht-verdediger die vorige speeldag was uitgesloten na een tweevoetige tackle, werd uitgesteld tot ná Club Brugge-Anderlecht. Belhamels Wesley en Vranjes konden dus gewoon meespelen. Vrij dankzij een procedurefout.

Eeuwig amateurisme

Een administratieve blunder die dateert van januari, meer dan een half jaar geleden, is de oorzaak, zo benadrukte Anderlecht-voorzitter Marc Coucke zaterdag in een reeks tweets. Hij betreurde de impasse, toonde begrip voor procedure-argumenten en verwees naar de volgende bijeenkomst van de Pro League om dit recht te trekken: 'sorry a voetballiefhebbers voor deze omstandigheden, die puur juridische oorzaken hebben. We houden ook niet v dergelijke toestanden'.

Waarom gaven Coucke, tevens voorzitter van de Pro League, en Bart Verhaeghe, voorzitter van Club én ondervoorzitter van de voetbalbond, dan niet het goede voorbeeld en legden ze hun trainers dan niet op dat ze Wesley en Vranjes niet mochten opstellen, zoals het sportief hoorde? Ach ja, naïef van me, fair play is bijzaak in de economische sector genaamd Profvoetbal. En wat meer is: ook voor de net voorbije en de volgende speeldag zijn rode kaarten facultatief. Elke clubadvocaat zal verwijzen naar precedenten, geen enkele speler zal geschorst worden. Onderliggende boodschap: elleboogstoten en tweevoetige tackles leveren tot minstens na de interlandbreak van begin september wél een rode kaart, maar geen schorsing op. Je kunt gewiekste advocaten niet verwijten dat ze hun cliënt met alle mogelijke rechtsmiddelen verdedigen. Wat kan hen het sportieve verloop van een competitie schelen!

De Pro League komt hier heel slecht uit: administratieve vergissingen ogen amateuristisch. Maar ook binnen het bondsparket, een onderdeel van de bond, had men veel alerter moeten zijn voor het ontbreken van een juridisch sluitend reglement. Naast de bestaande 43 overtredingen met passende sancties, mag aan de indicatieve tabel een vierenveertigste worden toegevoegd voor flaterende bondslieden.

In 1995 schreef François Colin, gewezen chef Sport van Het Nieuwsblad en senior writer van deze krant, het schotschrift 'Eeuwige amateurs', naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Komende zaterdag bestaat de bond precies 123 jaar en ondanks een in grote lijnen professionelere aanpak gedragen sommige departementen zich nog altijd bijzonder amateuristisch.

Jeugd krijgt kansen

Voetbal dan. De eerste helft was Club-Anderlecht een ouderwetse pot: positieve ingesteldheid, stevige duels, halve kansen en hele doelpunten. De videoref keek werkloos toe. In de tweede helft werd er verkrampt gebikkeld. Club teerde op de kleine voorsprong, Anderlecht kon onvoldoende een vuist maken. En de VAR greep op een cruciaal moment, terecht, in door een overtreding van Poulain op Amuzu te beoordelen als een vrije trap buiten het strafschopgebied. Scheidsrechter Vertenten had net voordien naar de stip gewezen.

'De vier vleugelspelers zijn samen nog geen tachtig jaar oud', zei commentator Filip Joos haast triomfantelijk bij het begin van de wedstrijd. Om precies te zijn: 79. Ook al presteerden ze niet fantastisch - alleen de rushes van de Nigeriaan Emmanuel Dennis (20) zorgden voor opwinding, hij scoorde ook de openingsgoal -, is het zonder meer een goede zaak dat onze topclubs volop kansen geven aan jonge voetballers. In het geval van Anderlecht zelfs spelers (Saelemaekers, Amuzu, Bornauw) die hun jeugdopleiding bij de club genoten. Dit staat haaks op het hapsnapbeleid van de meeste clubs in de Jupiler Pro League.

De sterkte van Club Brugge is dat het zijn sterkhouders wist te behouden: aan de aftrap stonden zeven basisspelers van het vorige (kampioenen)seizoen. De sterkte van Anderlecht is dat het een volledig nieuwe kern wist samen te stellen: amper drie spelers die aan de wedstrijd begonnen, waren er in mei al bij. Dat heet, in beide gevallen, een spelersgroep managen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post821

Identiteit

PolitiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, oktober 06, 2018 12:39:33

Deze verkiezingen draaien rond identiteit, zei de voorzitter van de populairste partij van Vlaanderen tijdens een gastcollege eerder deze week. De Nederlandse taal en verlichtingswaarden als vrijheid en gelijkheid zijn vitale componenten, zo preciseerde hij. Identiteit is de schraag waarop onze democratie rust, het is "een natuurlijke behoefte van de mens". Uit zijn toespraak: "Wij zijn geen solitaire dieren. Het unieke vermogen van de homo sapiens om abstract te denken maakt het ons mogelijk om een collectieve identiteit te delen met mensen die we niet persoonlijk kennen. Het vormen van grote groepen mensen die elkaar erkennen en herkennen als medespeler van hetzelfde team maakte ons tot meesters van de schepping. Het zorgt er ook voor dat we een democratisch bestel kunnen doen functioneren en het creëert een ethische verbinding die de basis legt onder solidariteit via herverdeling binnen de groep."

Ik probeer dat te vatten en kan er me tegelijk veel en weinig bij voorstellen. Ja en neen. Warm en koud. Zin en onzin. Open en gesloten. Wat is mijn eigen identiteit? Ik denk: Mens-Man-Wereldburger-Europeaan-Belg-Vlaming-Antwerpenaar-inwoner van een kleine gemeente in het Pajottenland. Niet noodzakelijk altijd in die volgorde, maar meestal wel. En Beerschot-supporter natuurlijk, dat ook. Daar identificeer ik me mee. Dus ja, vrijheid en gelijkheid, dat zijn fundamentele waarden, maar die Nederlandse taal is eerder toevallig, omdat ik nu eenmaal hier geboren ben. Ik ben een Vlaming omdat ik uit de regio Vlaanderen afkomstig ben, maar beschouw dat niet als een verdienste noch als een bewijs van deugdelijkheid. Ik voel mij meer Europeaan dan Vlaming. Ik heb meer affiniteit met een inwoner van New York dan met een doorsnee plattelander hier. Identiteit bestaat, fluctueert, is niet zo statisch als nationalisten willen doen uitschijnen. Heel eerlijk, dat zei die voorzitter van de week ook letterlijk: "Wie wij zijn is niet wie wij waren en wie wij zullen zijn". Maar net daarom vond ik de rest van zijn discours zo teleurstellend voorspelbaar, want het is net wel op hic et nunc gericht. Een samenleving evolueert, anders zou het niet 'samenleving' genoemd wordt, maar 'samenstilstand', of zoiets. En natuurlijk moet je basiswaarden verdedigen, maar wat zijn die? De Tien Geboden? Niet doden, niet stelen, niet bedriegen, niet liegen, niet jaloers zijn: akkoord. Maar bovenal één God beminnen en de dag des Heren heiligen, zijn aan deze atheïstische jongen niet besteed. De Grondwet en een dosis gezond verstand kunnen een leidraad bieden.

***

Zou een inwoner van een sociale woning in Gent wakker liggen van zijn of haar identiteit? Of denkt die eerder aan die dakbalk, die dreigt neer te storten op zijn hoofd? De schimmel op de muur. De penetrante geur die in huis blijft hangen. De rekeningen die moeten betaald worden. De modale mens heeft nood aan het vervullen van zijn basisbehoeften: eten, drinken, een dak boven het hoofd, met een gerust gemoed kunnen slapen, een veilige omgeving, graag zien en gezien worden. Die stelt zich niet de vraag: wat is nu mijn identiteit ook alweer? Maar wel: zal er op het eind van de maand nog een stukje loon overblijven? Of erger: zal er op het eind van mijn loon nog een stukje maand overblijven?

Gemeenteraadsverkiezingen draaien nog veel minder rond identiteit dan federale, Vlaamse of Europese. Het gaat om lokale behoeften, micro machtsverhoudingen, wie het met wie wil doen en waarom en hoe je daar zelf beter van wordt. Grote ideologieën zijn niet besteed aan een dorp. Ik deed mee aan een paar stemtesten en kwam amper boven de vijftig procent uit van standpunten die aanleunen bij de mijne. Ik kwam uit bij politici en gelegenheidspartijtjes die ik van haar noch pluim ken (en wil kennen), een samenraapsel van populistische ideetjes om toch maar de zittende (absolute) meerderheid naar af te sturen. En met die partij aan de macht heb ik ook al niets. Ik ken beter mijn weg in buitenlandse steden dan in mijn eigen dorp, en dat vind ik best zo. Ik identificeer mij nadrukkelijk niet met dit kabbelende leven, maar ik vertoef er wel graag, in alle rust. De lokale identiteit? Connais pas. De lokale taal? Ik weiger ze te spreken. Ja, in mijn woonplaats hamer ik op het Nederlands.

Ik vind Vlaanderen wel een prettige regio om in te wonen, maar vraag me niet om me ermee te identificeren. Al word ik inwendig woest als een vertegenwoordiger van een telefoonmaatschappij me in het Frans belt om te proberen me een abonnement aan te smeren. Dat vind ik onbeleefd, dus ja, meneer de voorzitter, laten we zo goed en zo kwaad als dat kan een gemeenschappelijke taal hanteren — en dat mag best het Nederlands zijn — en vrijheid en gelijkheid respecteren, maar daar mag het wat mij betreft ophouden.

***

Er was vorig weekend veel te doen rond Curieuzeneuzen, een onderzoek van De Standaard dat de luchtkwaliteit had gemeten in heel Vlaanderen. Dat bleek in sommige gevallen flink tegen te vallen. Heel wat plekken scoorden rood (slecht), sommige paars (slechter). Niet zo toevallig was de toestand in de grootstad A belabberd, de stad waar de identiteitsvoorzitter van hierboven burgemeester is. En dus, zo concludeerden zijn aanhangers, was dit een gekleurd onderzoek. Daarmee bedoelden ze niet 'rood' en 'paars', maar links. Iemand die zichzelf Een Heel Groot Licht waant, fanatieke flamingant en tevens hoofdredacteur van een opiniewebsite die zeer eenzijdige opinies publiceert, ging zover het onderzoek activistisch te noemen, een met voorbedachten rade opgesteld plan van (s)linkse pennenridders om vlak voor de verkiezingen bestuurders in diskrediet te brengen. Alsof dat het opzet was van dit onderzoek!

Schone lucht is een mensenrecht. Dat garanderen is verdorie een plicht van politici. En als die dat niet doen, is het de verdomde plicht van journalisten om dit naar buiten te brengen. Tenzij je een verborgen agenda hebt, zoals die ene opiniewebsite. Je gaat me niet horen zeggen dat er geen vooringenomenheid is in de journalistiek: vooroordelen en voorkeuren zijn des mensen. Maar de activistische (pseudo)journalisten vind je eerder buiten dan binnen de mainstream media.

***

Mijn stemadvies: ga stemmen!

***

Volgende week zondag presenteer ik vanaf 16 uur mee het verkiezingsprogramma op TV Oost. De dag voordien is er een uitgebreide generale repetitie en moet ik studeren op de samenstelling van de coalities in 27 steden en gemeenten, geen tijd dus om een doorwrochte blogpost te schrijven. Tot 'in den draai', na de verkiezingen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post820

Zomervoetbal betekent inkomstenverlies voor de clubs

SportGeplaatst door Frank Van Laeken vr, oktober 05, 2018 17:13:14

(Mijn vierde 'De Bankzitter'-bijdrage ging over zomervoetbal, economisch onverantwoord volgens mij. Verscheen in De Standaard van maandag 20 augustus.)

Speeldag vier in de Jupiler Pro League is achter de rug. Nog veel te vroeg om conclusies te trekken, behalve deze: door al eind juli te starten, lopen de clubs heel wat toeschouwers en dus ook inkomsten mis. Op de eerste speeldag lag dat aantal zelfs 2.000, of 17%, onder het gemiddelde van vorig seizoen.

Terwijl de grotere (ik schreef bijna: beschaafde) voetballanden pas half of eind augustus aan hun competitie beginnen, start de Jupiler Pro League sinds de invoering van het play-offsysteem al eind juli. Dat is nodig om tegen het derde weekend van mei veertig speeldagen plus een bekertoernooi af te kunnen werken. Het gevolg is wel dat er die eerste wedstrijden van het seizoen gemiddeld een pak minder volk komt kijken. Eind juli en begin augustus zijn er heel wat fans met vakantie. Niet verwonderlijk: het bouwverlof, om maar iets te noemen, is dan nog volop bezig. Niet dat er alleen bouwvakkers naar het voetbal komen kijken, ook andere supporters onderbreken hun - vaak door hun bedrijf opgelegde - vakantieperiode niet.

Vorig seizoen kwamen er gemiddeld 11.502 toeschouwers kijken naar een match in onze hoogste klasse. In het weekend van 27 tot en met 29 juli 2018 waren dat er amper 9.554, bijna tweeduizend minder. Ofwel: min zeventien procent, een op zes supporters.

Hoger? Lager!

Een jaar geleden lokte de eerste speeldag nog minder volk dan drie weken geleden: 67.087 toeschouwers, gemiddeld 8.386. Vier van de vijf topclubs speelden toen echter buitenshuis. Dit jaar begonnen Club en Standard met een thuiswedstrijd, in totaal passeerden er de openingsdagen 76.435 mensen langs de draaihekkens. Op speeldag 2 waren dat er 84.107 (gemiddeld: 10.513), op de derde speeldag 89.423 (11.178). Dat was vorig weekend, toen ze er ook in Engeland, Frankrijk en Nederland aan begonnen.

We baseren ons op de cijfers die via www.sport.be worden beschikbaar gesteld, een site waarnaar je automatisch doorgelinkt wordt als je naar proleague.be surft. Met andere woorden, de officiële gegevens zoals de clubs die doorgeven aan de Pro League. Voor speeldag 4 waren die nog niet beschikbaar.

Eerste opmerkelijke gegeven: Club Brugge lokte vorig seizoen gemiddeld 26.183 toeschouwers naar het Jan Breydelstadion. Nu waren dat er respectievelijk 19.408 en 21.732 tegen Eupen en Kortrijk - toegegeven: zwakke tegenstanders. Wellicht zullen er nog heel wat abonnees niet present geweest zijn: zeker van hun zitje, maar nog geen zin om de verplaatsing naar Brugge te maken. Anderlecht kwam aan 19.207 tegen Oostende en (officieus) 20.000 tegen Moeskroen, tegenover 19.275 in 2017/2018. AA Gent zat met 17.067 (Zulte Waregem) en 16.047 (Waasland-Beveren) een eind onder het gemiddelde van vorig seizoen (18.571). Idem voor Standard (21.985 toen, nu 21.169 tegen Gent en 18.018 versus Cercle). Alleen bij RC Genk is er mogelijk een nieuw elan merkbaar: vorig seizoen gezakt naar 15.623 gemiddeld, de eerste thuismatch van deze jaargang goed voor 17.445, al was dat de zwaarbeladen derby tegen STVV.

Clubs zonder fans

Ronduit armoedig is de toestand bij Eupen (amper 3.315 gemiddeld vorig seizoen, nu 2.444 tegen Charleroi - veruit het laagste toeschouwersaantal tot nog toe!), Waasland-Beveren (3.833 tegen, nochtans, Standard, nog minder dan het al lage gemiddelde van vorig jaar, 4.592) en Excel Moeskroen (5.497 toen, nu 4.814 tegen Club en 2.954 tegen Antwerp, dat zelf meer dan duizend supporters meebracht). Hebben clubs zonder fans wel een toekomst op het hoogste niveau van ons voetbal? Een vraag die je zowel sportief als qua financiële slagkracht mag stellen.

Toppers over de vloer krijgen brengt overigens niet altijd soelaas. KV Kortrijk zat op de openingsspeeldag tegen Anderlecht nauwelijks boven het gemiddelde van vorig seizoen, en dan brachten de bezoekers nog een kleine negenhonderd fans mee. Lokeren speelde al tegen Genk én Standard, maar bleef telkens ruim duizend eenheden onder het vorige gemiddelde. Verder zat Zulte Waregem ruim beneden het gemiddelde van vorige jaargang (-3.000 zelfs), zag STVV ook telkens duizend mensen minder langs de kassa passeren en zit Cercle voorlopig onder het gemiddelde dat het in 1B bereikte. Lichte stijgingen waren er voor Antwerp, Charleroi en KV Oostende, maar die mochten al een topclub ontvangen.

Vicieuze cercle

Sinds het seizoen 2012/2013 was het gemiddelde toeschouwersaantal jaar na jaar lichtjes toegenomen, tot er een dipje volgde in de jaargang 2016/2017, toen OH Leuven in de Jupiler Pro League vervangen werd door Eupen. Vorig seizoen was er weer een stijging op te merken. Eén simpele verklaring daarvoor: de terugkeer van Antwerp, ten koste van Westerlo. Door de degradatie van KV Mechelen (gemiddeld 12.998 fans in 2017/2018) en de promotie van Cercle Brugge (wellicht 'goed' voor zo'n 6.000 trouwe aanhangers) mogen we dit seizoen weer een terugval verwachten. Laten we 't een vicieuze cercle noemen. Als Anderlecht, Club of Antwerp op bezoek komen, rinkelt de lokale kassa en loopt de penningmeester met een brede glimlach rond. Dat heb je niet in het geval van de éénenzestig Eupenaren die de verplaatsing naar Waregem maakten: goed voor een volle bus en twee personenwagens. Profvoetbal in amateuristische vorm. Een soort deurenkomedie, zij het dat er nauwelijks iemand door het deurgat stapt.

Kleinere publieke belangstelling in de eerste competitieweken vertaalt zich in minder inkomsten. Dit zijn dure speeldagen voor de meeste clubs. En dat kan alleen maar verholpen worden door het seizoen later aan te vatten, maar dan moet het aantal speeldagen worden teruggeschroefd, wat dan weer neerkomt op... minder inkomsten. Ook dat is een vicieuze cirkel. Alhoewel: als er niet gespeeld wordt, zijn er ook geen aan de wedstrijd verbonden kosten. Winstpremies, bijvoorbeeld.

Hoe dan ook, voetbal zal nooit een zomersport worden in onze contreien. De supporters zitten daar echt niet op te wachten.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post819

België sportnatie (of toch bijna en heel eventjes)

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, oktober 04, 2018 09:52:06

(Derde bijdrage in de reeks 'De Bankzitter', eerder verschenen in De Standaard van maandag 13 augustus 2018.)

Negentien medailles, waaronder zes gouden, dat klinkt als een ongezien succes. Laten we dat vooral uitgebreid toejuichen en de atleten gepast fêteren. Het waren mooie Europese kampioenschappen, een uitstekend nieuw initiatief. En toch: euforie mag, relativeren moet.

Eerst iets over het Belgische voetbal. Na drie speeldagen is het nog veel te vroeg om conclusies te trekken en je aan voorspellingen te wagen: over een paar weken zien de meeste spelerskernen er weer helemaal anders uit. Toch al een paar voorzichtige opmerkingen. Club Brugge is flink gestart (9 op 9), maar speelde tegen het voetbalequivalent van Janneke en Mieke: Eupen, Moeskroen en Kortrijk. Een ruime meerderheid van de spelers die vrijdagavond aan de wedstrijd tegen KV Kortrijk begonnen, waren vorig seizoen al actief in het Jan Breydelstadion. Anderlecht (ook 9 op 9) deed het met een totaal vertimmerd elftal en met een nieuw koningskoppel: Santini-Dimata, samen goed voor alle elf doelpunten. Antwerp haalde een knappe 7 op 9, kreeg nog geen doelpunt tegen, maar scoorde ook nog maar twee keer. Dat heet (bijna-)maximale efficiëntie. Vier van de G5-leden deden het behoorlijk tot uitstekend, dat is ooit anders geweest bij het seizoensbegin. Of AA Gent - dat financieel uitstekende zaken deed deze zomer - sportief kan bijbenen is afwachten.

19 medailles

De betere sportactualiteit kwam de voorbije elf dagen uit Glasgow en Berlijn, waar voor het eerst zeven sporten gebundeld werden onder de noemer 'Europese kampioenschappen'. Schitterend initiatief, want samen kregen atletiek, golf, gymnastiek, roeien, triatlon, wielrennen en zwemmen een pak meer aandacht dan ze apart zouden hebben gekregen. Laten we zeggen: maal tien. Goed voor atleten, sponsors, sportbonden en tv-zenders.

Gymnaste Nina Derwael, baanwielrenners Kenny De Ketele en Robbe Ghys, en tijdrijder Victor Campenaerts maakten ons in de loop van de week al warm voor een heet atletiekweekend, met zowaar een gouden medaille per dag: Nafi Thiam in de zevenkamp en de Belgian Tornados op de 4x400 meter, dat kwam niet onverwacht. Thiam rondde zo haar 'Grand Slam' af, met achtereenvolgens goud op Olympische Spelen, WK en EK. De familie Borlée had het al gelapt op de EK's van 2012 en 2016. Kevin, Jonathan en Dylan kregen dit keer het gezelschap van Jonathan Sacoor, die recent als eerste Belg ooit atletiekgoud had behaald op de wereldkampioenschappen voor -20-jarigen. De jongeman wordt over tweeënhalve week 19. Toptalent, dat met Jacques Borlée als trainer de best denkbare begeleiding kent. Verrassender was de marathonzege van Koen Naert, op z'n 28ste gestart als outsider.

Zes keer goud, vijf keer zilver, acht keer brons. Negentien medailles: een vreugdedansje mag, sportliefhebbers mogen licht euforisch reageren. Heel eventjes toch. (Hoera, we zijn min of meer een sportnatie.)

Afwezige wereldtop

Relativeren dan. Met die fraai ogende medailleoogst staat ons land niet eens in de Top 10. Nederland, iets meer dan anderhalve keer het aantal inwoners van België, was goed voor veertien keer goud, dat is bijna tweeënhalve keer de Belgische verzameling. Negenendertig medailles in totaal, dat is meer dan het dubbele van het Belgische aantal. Oranje valt net buiten de medaille-top 3. Vlak boven België prijken ook Zwitserland (8,2 miljoen inwoners) en Hongarije (9,9 miljoen). Het kan dus nóg beter in de categorie 'relatief kleine landen'.

En hoe goed de prestaties ook waren, het blijven in heel wat disciplines máár Europese kampioenschappen. De wereldtop was, zoals die term het al aangeeft, niet altijd aanwezig. Zeker in de atletiek scheelt dat. Niet dat we wat Naert en de Tornados voor elkaar kregen nu moeten geringschatten, maar hun prestatie in het juiste perspectief plaatsen is noodzakelijk. Op de Spelen in Rio waren de Amerikanen en de Jamaicanen een flink eind sneller dan de Belgische estafettemannen. In de marathon eindigde Naert twee jaar geleden op een 22ste plaats. Van de atleten die toen vóór hem eindigden, mochten er gisteren vijftien niet meelopen, waaronder de Top 6. Omdat het geen Europeanen zijn.

Alleen Nafissatou Thiam mag zich zonder enige twijfel de beste van de wereld (blijven) noemen. Op haar 23ste kan ze die status nog wel een tijdje aanhouden, als de honger groot blijft tenminste. Gouden Thiam, Senegalese vader, gouden Sacoor, Portugees-Indiase vader, en zilveren Bashir Abdi, Somalische vluchteling, gaven tevens een welgekomen duwtje in de rug van de multiculturele gedachte.

Où était Didier?

Waar zat Didier Reynders, trouwens, in Glasgow en Berlijn? De minister van Buitenlandse Zaken ontpopte zich tijdens de ceremonie voor de derde plaats op het WK Voetbal in Rusland nog als een volleerde partycrasher door breed lachend mee op de foto te gaan met de vierende Rode Duivels. Verkiezingsjaar, dan is een voetbalstadion waar ook camera's op de eretribune gericht staan interessanter dan minder bekeken sporten als atletiek, turnen of zwemmen. Politiek opportunisme is van alle tijden. Zo tweette de Vlaamse minister van Sport, Philippe Muyters, zich de voorbije dagen suf. Hij was wel consequent: hij stuurde ook triomfantelijke boodschappen rond als een Brusselse of Waalse sporter het goed deed. Of hij was enthousiast over Vlaamse atleten die zich recentelijk bij gebrek aan Vlaamse steun hadden aangesloten bij het Waalse Adeps, de tegenhanger van Sport Vlaanderen. En terwijl de medailles werden behaald onder de roepnaam (Team) Belgium is de vaststelling dat we wel drie gemeenschapsministers van Sport hebben en nog iemand die zich in het Brussels Gewest met sportinfrastructuur bezighoudt, maar geen federale verantwoordelijke.

Neen, een sportnatie zijn we nog lang niet. We hebben wel uitstekende sporters. Dat is meer te danken aan talent, karakter, koppigheid, uitstekende individuele begeleiding en heel af en toe een verlichte sportfederatie, dan aan een structurele aanpak door overkoepelende bonden of overheden. Ook dat dient gezegd.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post818

Wat zijn de criteria om criteriums al die aandacht te geven?

SportGeplaatst door Frank Van Laeken wo, oktober 03, 2018 18:05:35

(Deze bijdrage verscheen op maandag 6 augustus 2018 in De Standaard), als tweede in een reeks bijdragen als 'De Bankzitter'.)

Hectoliters bier, volksvermaak tot diep in de nacht en de verwachte winnaars: het was weer de week van de na-Tourcriteriums. Fijn lokaal vertier, maar waarom moest dit zo breed worden uitgesmeerd in de nationale media, die weer deden alsof dit ernstige topsport is?

Het meervoud van criterium is criteriums. Tenminste, als je het hebt over, bijvoorbeeld, wielerwedstrijden, zoals: de na-Tourcriteriums. Heb je 't over kenmerken, maatstaven, voorwaarden en normen dan is dat meervoud criteria. Er wordt weleens gezondigd tegen deze meervoudsvormen. Er wordt dan gesproken van stadia, als meervoud van stadions en niet van stadium. Of men denkt dat media een enkelvoud is. 'De media vergist zich': je leest dat echt geregeld op de sociale media. En ik geef toe, ik heb het voor alle zekerheid zelf ook maar opgezocht, dat van die criteriums.

Regionale en nationale sportpagina's, -websites en -zenders brachten vorige week uitvoerig verslag uit van de criteriums die traditioneel aansluitend op de Tour worden gereden. In Vlaanderen gebeurde dat in Aalst, Roeselare, Sint-Niklaas, Herentals en Putte, woensdag volgt er nog eentje in Antwerpen. In Nederland werden onder meer rondjes gereden in Boxmeer, Surhuisterveen, Chaam, Wateringen en Heerlen. Vanavond is er, we verzinnen het niet, de 'Draai van de Kaai' in Roosendaal.

Afspraken

Criteriums zijn folklore. Lokale festiviteiten waar het bier rijkelijk vloeit, de toeschouwers onveranderlijk jolig zijn en de renners ontspannen. Volks amusement, zoals ook de kermis in de wijk dat is. Daar is niets op tegen, op voorwaarde dat we dit niet ernstiger nemen dan het is. En dat we beseffen dat het voor de deelnemers in de eerste plaats een bijkomende manier is om hun bankrekening te spijzen. 'Take the money and run' is van alle tijden, al is het wel opvallend dat goed betaalde renners dit blijkbaar moeten doen om een zakcentje bij te verdienen. Het wordt echter pas problematisch als we dit te ernstig gaan nemen. Dan lees je op nieuwssites serieus bedoelde zinssneden als 'Sagan won in 2012 en 2015 reeds in het groene shirt het criterium van Aalst en start ook morgen als topfavoriet.'

Peter Sagan start niet als topfavoriet, Sagan start als winnaar, omdat dat zo afgesproken is. Een interessant verhaal lazen we daarover vorige week in een populaire krant: over onderlinge afspraken die worden gemaakt, over rijden met een klein verzet zodat het lijkt alsof de coureurs zich de pleuris rijden en over wie er uiteindelijk mag winnen. Bij voorkeur de grote vedette, hij die de hoogste gage ontvangt of die uitblonk in de Tour. Vreemd genoeg stond er diezelfde dag op de sportpagina's van diezelfde krant een sportief verslag van dat criterium. Alsof er echt gekoerst was geweest. Quod non.

Zelfs Chris Froome - die anders nooit wint op een vlak parcours - won twee edities van het criterium van Aalst. Ik heb er ooit een bijgewoond, in 2006. Robbie McEwen mocht winnen, hij had net voordien drie etappes in de Tour gewonnen en de groene trui mee naar huis genomen. Hij was de topvedette die dag. Zijn medevluchter moest vol in de remmen om McEwen als eerste over de streep te kunnen loodsen.

Opium voor het volk

Peter Sagan won dus maandag in Aalst. En dinsdag in Roeselare. Woensdag was Greg Van Avermaet aan het feest in Sint-Niklaas. Van Avermaet is afkomstig van Hamme, tien kilometer verderop. Donderdag reed Sagan weer mee in Herentals. 'Peter de Grote kwam, zag en peuzelde Herentals helemaal op', schreef een site. En vrijdag, in Putte, mocht de Belgische kampioen het halen. 'Yves Lampaert heeft zijn tricolore trui in de verf gezet op het na-Tourcriterium van Putte', lezen we op de grootste sportwebsite. Neen, Lampaert mócht winnen, zo was het overeengekomen. (Op de Nederlandse criteriums wonnen respectievelijk Bram Tankink, Geraint Thomas - een site: 'Thomas heeft zijn goede vorm van de Tour de France meegenomen', Tom Dumoulin, Dylan Groenewegen en nogmaals Tom Dumoulin, stuk voor stuk typische criteriumrenners.)

Ach ja, mensen worden nu eenmaal graag bedrogen. Ze weten heus wel dat het doorgestoken kaart is. En ze wensen niet liever dan dat Sagan, Van Avermaet of Lampaert wint. Stel je voor dat een nobele onbekende écht zou koersen... Op uitslovers zit werkelijk niemand te wachten. Toeschouwers willen dat er ronde na ronde nieuwe gezichten vooraan rijden, bekende koppen, die ze kunnen herkennen en waarover ze achteraf op café kunnen zeggen dat ze zo schoon op hun fiets zaten. Een naar de sport vertaald spreekwoord met de woorden 'opium' en 'volk' doemt op.

Leuke lokale sportbelevenissen horen niet altijd - meer niet, dan wel - thuis in de nationale media. Het is pseudosport, geen topsport. De uitslag is geen serieuze waardemeter. Voor regionale media zijn dit topdagen, gun hen dit en blijf er weg als nationale verslaggevers, of ga gezellig een pint drinken in het café bij de aankomstlijn. En laat de criteriums waar ze thuishoren: in het regionieuws.

Oefenpartijtjes

Heel veel aandacht besteedden sportsites de voorbije dagen ook aan de International Champions Cup, een voetbaltoernooi met achttien Europese topteams (zes Engelse, vier Italiaanse, drie Spaanse, twee Franse, twee Duitse en eentje uit Portugal). Het loopt van 20 juli tot en met 11 augustus in 23 stadions, waaronder maar liefst 15 in de Verenigde Staten en zelfs een in Singapore. Ik wil niet zover gaan om te beweren dat de winnaar vooraf vastligt, maar dit commerciële vehikel dient vooral om de Amerikaanse betaalsportzender ESPN aan abonnees te helpen. Die willen ook weleens Real Madrid, Barcelona, Manchester United, PSG en Bayern aan het werk zien.

Laten we het evenement realistisch omschrijven: een reeks vriendschappelijke wedstrijden om het nieuwe seizoen voor te bereiden, waar een boel wk-gangers ontbreken omdat die nog met vakantie zijn. Hetzelfde geldt voor die oefenpartijtjes die grote clubs geregeld spelen in Azië: niet al die media-aandacht waard.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post817

Gij zult een gokje wagen!

SportGeplaatst door Frank Van Laeken di, oktober 02, 2018 18:12:41

(Sinds eind juli schrijf ik voor de maandagkrant van De Standaard een wekelijks stuk over het afgelopen sportweekend. '"Frank Van Laeken fileert het weekend", heet dat in wervende termen. Onderstaande bijdrage was de eerste die verscheen, op maandag 30 juli 2018.)

Wedden wie er na afloop van het pas begonnen voetbalseizoen kampioen wordt, is wellicht nog wat vroeg, al zullen de gokkantoren dat wel appreciëren. Met een online-gokbedrijf als 'officiële partner van de Pro League' wordt de indruk gewekt dat gokken normaal is. Doe mee, of je doet niet mee. Maar hoeven we dat wel normaal vinden?

Vorige week was het nog voorpaginanieuws: het sportgokken piekte tijdens het wereldkampioenschap voetbal. In België alleen al telde de Kansspelcommissie 150.127 nieuwe gokkers. Vooral mannen tussen 18 en 29 jaar, die gezamenlijk 344 miljoen euro inzetten en die gemiddeld 87 euro verloren. 236,4 miljoen werd online ingezet, iets meer dan honderd miljoen in een kantoor. En dat ondanks de campagne rond 'FC Losers', die de Kansspelcommissie specifiek rond dit WK had opgezet om jongeren te waarschuwen voor de kwalijke gevolgen van het gokken. Het aantal gokverslaafden in ons land wordt op veertigduizend geschat. Laten we zeggen: een goedgevuld Koning Boudewijnstadion. Of de optelsom van het aantal toeschouwers dat Standard en Anderlecht vorig seizoen gemiddeld haalden bij hun thuiswedstrijden.

Stepping stone

Bij druggebruikers wordt weleens de stepping stone-theorie gehanteerd. Kort gezegd komt die hierop neer: wie cannabis gebruikt, komt later automatisch bij heroïne uit. Die theorie blijkt niet op wetenschappelijke fundamenten te berusten. 'De misvatting bestaat omwille van de verwarring tussen het statistische verband en het oorzakelijke verband', lezen we op de site van de Druglijn. 'Als men naar de statistieken kijkt, zullen alle "harddruggebruikers" voorheen ook wel melk gedronken hebben. Maar daarmee is nog niet bewezen dat melk de oorzaak is van harddruggebruik.'

Her en der wordt een war on drugs uitgevochten, die zo ongeveer nergens ter wereld al tot positieve resultaten heeft geleid, alleen tot stoere verklaringen. Ook in het gokken kun je een stepping stone-theorie ontwikkelen: wie ooit een lottobiljet heeft gekocht, zal later al zijn spaarcenten opsouperen in een casino. 'Gij zult een gokje wagen!' is een van de verlokkingen van het oncontroleerbare internet. Nochtans lijkt een war on gambling nog niet voor morgen.

Sigaret van de sportman

Het is ooit anders geweest. Op 14 juni 1972 verbood Wim De Gruyter, toenmalig hoofdredacteur van de BRT-sportredactie, de rechtstreekse uitzending van de halve finale van het EK tussen België en West-Duitsland, omdat er op de Bosuil zeventien extra reclamepanelen waren geplaatst met naar de Duitse consument lonkende boodschappen. Vlaamse kijkers moesten naar de Franstalige RTB zappen, die minder heilig dan de paus was.

In datzelfde tijdsgewricht maakten Eddy Merckx en Johan Cruijff, de grootste sportcoryfeeën van de Lage Landen, reclame voor sigaretten: Merckx voor R6, Cruijff voor Roxy Dual ('Rook verstandig, Roxy Dual'). Cruijff overleed twee jaar geleden aan de gevolgen van longkanker. Daar lag men in de jaren 70 minder wakker van dan van een reclamepaneel naast het veld. Het waren andere tijden. Wie zich op zijn veertiende niet opsloot in de schooltoiletten om er eentje te paffen, was een seut. In de voetbalstadions werd voor en na de wedstrijd en tijdens de rust een reclamespotje uitgezonden. 'Steek er één op met St. Michel. St. Michel, de sigaret van de sportman!'

Die reclame verdween in de jaren 80, andere kwam in de plaats. Topsport kon alleen overleven dankzij de inbreng van sponsors. In het wielrennen moest de sponsornaam goed zichtbaar zijn tijdens de koers. Jarenlang hadden commentatoren het over 'de ploeg-Godefroot', pas eind jaren 90 werd dat 'Telekom'. Toen was het ondenkbaar om te spreken over 'Quick-Step', het zou 'de ploeg-Lefevere' geweest zijn. Zonder grote sponsors geen topsport meer.

Verbod op gokreclame?

Wie die sponsors van het scherm wil bannen, zal de uitzendrechten niet kunnen verwerven en dus ook geen kijkcijfers en marktaandelen scoren met sport. Evenementen dragen meer wel dan niet de naam van een sponsor. Proximus Diamond Games. Omloop Het Nieuwsblad. Jupiler Pro League. Zonder Heineken, MasterCard, Nissan en Gazprom geen kampioenenbal in het voetbal. 'Deze wedstrijd wordt u aangeboden door..., officiële sponsor van de UEFA Champions League.' Sponsors zijn onlosmakelijk verbonden met een sportcompetitie.

Naast Jupiler is het online-gokbedrijf Unibet sponsor van de - laten we die oude term nog eens uit de kast halen - Belgische eerste klasse. Dat zal de kijker geweten hebben. Voor de match, twee keer tijdens de rust en op het eind van de uitzending. Idem rond het samenvattingenmagazine Sports Late Night. Bij een live-omkadering op een van de betaalzenders krijg je het logo van Unibet zelfs tot zes keer toe te zien. En dat van Jupiler, maar die prijzen tegenwoordig 0,0% bier aan. Alcoholvrij. Bierdrinken ligt momenteel iets gevoeliger dan een pronostiekje.

In februari 2016 werden twee spelers van toenmalig eersteklasser Oud-Heverlee Leuven verdacht van gokken op eigen wedstrijden. Een paar maanden later werd de doelman van Waasland-Beveren, Laurent Henkinet, om die reden op staande voet ontslagen. Niet zo lang daarna mocht ie een contract tekenen in... Leuven. Ook Olivier Deschacht kwam in opspraak en moest een boete van 24.000 euro betalen voor het gokken op matchen van Anderlecht, wat hij altijd is blijven ontkennen. Zijn contract in het Astridpark liep in juni af en sindsdien is de 37-jarige ex-international op zoek naar een nieuwe werkgever. Vanwege dat vermeende gokverleden?

Als er een verbod is om reclame te maken voor tabak en er al een tijdje gedebatteerd wordt over een totaalverbod op alcoholreclame, moet dan niet stilaan ook nagedacht worden over een verbod op reclame voor gokbedrijven? Het verslavend effect is bewezen, de maatschappelijke kost eveneens. Iets voor de federale minister van Justitie? Die van Volksgezondheid? Of toch de regionale minister van Sport of Media?

Of dat verbod er ooit komt? U kunt er maar beter geen geld op inzetten.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post816

Niet schieten

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, september 29, 2018 13:19:26

De motor van mijn blogposts is heel vaak verontwaardiging en — u weze gewaarschuwd — dat zal dit keer niet anders zijn. Een van de privileges van mijn job is dat ik soms dingen kan zien, horen of lezen nog voor het grote publiek er kennis van kan maken. Zo mocht ik deze week het nieuwe boek van David Van de Steen, Overlever van de Bende van Nijvel, 'voorproeven' en de nieuwe film van Stijn Coninx, Niet schieten, naar het vorige boek van Van de Steen (Niet schieten, dat is mijn papa!), op een veel te klein scherm bekijken. En het voerde me onmiddellijk terug naar de duistere jaren 80, toen Amerikaanse kruisraketten werden geplaatst ondanks massaal protest van de bevolking, toen de regering met bijzondere machten — zeg maar: volmachten — ging regeren om het parlement helemaal uit te kunnen schakelen, toen hoogwaardigheidsbekleders (what's in a name!) hun seksuele driften konden uitleven op jonge jongetjes en meisjes tijdens zogeheten 'Roze Balletten', toen de linkse rakkers van de CCC veertien aanslagen pleegden op nauwelijks twee jaar tijd (twee doden, de daders werden opgepakt en veroordeeld), toen de extreemrechtse rakkers van de Bende van Nijvel achttien diefstallen, afrekeningen en overvallen pleegden op iets meer dan vier jaar tijd (achtentwintig doden, de daders werden nooit gevat en dus ook niet veroordeeld).

Over de film kan ik kort zijn: die is geweldig. Vier sterren, zeer zeker. Jan Decleir, die de grootvader van David Van de Steen speelt, is in bijna elke scène aanwezig. In extreme close-up dan nog wel. Mocht dit een Amerikaanse film zijn, je hoefde niet meer te pronostikeren wie de Oscar voor Beste Mannelijke Hoofdrol zal ontvangen. Decleir is majestueus. Elke geste, elke opgetrokken wenkbrauw, elk zorgvuldig geformuleerd woord uit zijn mond zit juist. Er is trouwens geen enkele ondermaatse acteerprestatie in Niet schieten, ze schitteren van heel jong tot heel oud. Enig minpuntje in de film: op het eind houdt Decleir/grootvader een lange toespraak in een volle zaal met slachtoffers, nabestaanden en pers, met vooraan de zoveelste onderzoekequipe die de miljoenen documenten van voren af aan mocht beginnen door te nemen. Het is een van de weinige fictieve scènes uit de film. Voor de rest volgt Coninx nauwgezet het boek van Van de Steen. Pijnlijk accuraat. Die slotscène heeft iets Hollywoodiaans, iets moraliserend, alsof er nog een afronding nodig was na meer dan twee uur prachtige cinema. Jammer, maar u móet hoe dan ook gaan kijken. En misschien móeten we daarna massaal op straat komen, iets 'Witte Mars-achtig' organiseren, om aan te klagen dat er bijna drieëndertig jaar na de laatste bloedige overval nog altijd geen schijn van een oplossing lijkt te zijn voor dit Grote Mysterie.

Achttien feiten, achtentwintig doden, veertig zwaargewonden (onder wie David Van de Steen, die het ternauwernood overleefde, in tegenstelling tot zijn vader, moeder en zus, die voor zijn negenjarige ogen werden afgeknald door kerels met carnavalsmaskers voor hun kop), een zeer beperkte buit. Alles bij elkaar een kleine zeven miljoen frank (175.000 euro). Het ging dan ook niet om die centen, dat was maar om de aandacht af te leiden. We zouden er trouwens beter mee ophouden om te spreken over overvallen op supermarkten, het ging om koelbloedige slachtpartijen op plekken waar veel onschuldige mensen waren samengekomen. Met als doel chaos te zaaien, want dat paste in het maatschappijbeeld van de mensen achter de schermen, dat was hun Ideale Wereld, een wereld waarin een schrikbewind heerste. De Bende van Nijvel — zo genoemd naar een van de plekken waar een supermarkt het doelwit werd van een slachtpartij, met drie doden tot gevolg — was geen zootje ongeregeld, geen chaotisch schurkengezelschap. Dit waren getrainde paramilitairen, die een nauwgezet plan volgden: de samenleving aan het wankelen brengen. Dat lukte, overigens. Mensen gingen op vrijdag- of zaterdagavond met een bang hartje naar de Colruyt of de Delhaize. De bendeleden gingen ook steeds driester te werk, alsof hen gevraagd werd om hun actieradius op te voeren en alle scrupules overboord te gooien. Op 27 september 1985 vielen ze aansluitend binnen in de Delhaizes van Eigenbrakel en Overijse, samen acht doden. Op 9 november 1985 was er de slachtpartij op de Delhaize in Aalst, recht tegenover het appartement van de grootouders van David Van de Steen. Acht doden. Het laatste wapenfeit van de Bende.

De daaropvolgende jaren bleef de schrik er goed inzitten bij de bevolking. Het doel van de Bende was bereikt: België kreeg meer blauw op straat (toen nog vooral rijkswacht, terwijl leden van die snorrenbrigade ongetwijfeld betrokken waren bij de Bende, het was alsof moordenaars een extra wapen kregen aangereikt). De daders mochten niet gevonden worden, zoveel was duidelijk, want dat had kunnen leiden naar de opdrachtgevers. Veelbelovende onderzoekpistes werden even gauw weer begraven, onderzoeksrechters van het onderzoek gehaald, het lijvige dossier verhuisde vaker dan de doorsnee landgenoot tijdens zijn lange leven. En de politiek liet betijen. De hoogste juridische kringen lieten betijen, of werkten zelfs gretig en deskundig mee aan het begraven van het onderzoek. De daders lopen of liepen vrij rond, onbekommerd. Dat extreemrechtse krachten (politici, zakenlieden, rijkswachters, beroepscriminelen, een fascistisch clubje) achter de Bende van Nijvel zitten, mag nog altijd niet officieel geweten zijn, en eigenlijk hoor ik dit niet te schrijven, want het is nog niet bewezen, de daders zijn niet opgepakt en veroordeeld. En zullen dat wellicht ook nooit worden. Als zelfs David Van de Steen er niet meer in gelooft, hoe moet het dan zijn met mensen die de zaak slechts vanop afstand hebben gevolgd, die misschien zelfs jaren na de feiten geboren zijn?

De Bende van Nijvel blijft een schandvlek op de Belgische samenleving. Na drieëndertig jaar mag de waarheid nog altijd niet geweten zijn. Achtentwintig doden, honderden nabestaanden, zoveel mensen die één simpel ding vragen van onze overheden: gerechtigheid. Zolang dit onderzoek niets oplevert, kan ik de beleidsmakers in dit land niet ernstig nemen. Verontwaardiging is gepast, boosheid mag, neen, móet! Maar ga eerst naar de bioscoop.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post815

Dag AlDe'emeh

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, september 22, 2018 12:41:45

Maurice De Wilde is vandaag precies twintig jaar dood. Een monument van de Vlaamse journalistiek. Een leermeester, en dat mag u letterlijk opvatten. Ik zat aan het RITCS helemaal alleen in de afdeling Sociale Communicatie en kreeg twee jaar lang privéles van de man ten tijde van zijn spraakmakende reeks De Nieuwe Orde. Kettingroker. Doordrammer. Begenadigd verteller. Een mentor, ja, toch wel. Tot ik een deel van mijn burgerdienst doorbracht op de redactie waar hij de serie over de collaboratie maakte. Ik heb er op korte tijd veel geleerd. Positief, hoe je een tv-programma over een moeilijk onderwerp voorbereidde. Negatief, hoe je als leidinggevende je medewerkers voortdurend onder druk kunt zetten en geregeld schofferen. Een moeilijke mens, kortom. En, ja, je kunt bedenkingen maken bij zijn manier van 'ondervragen', want dat was het wel, veel sterker dan gewoon maar interviewen. Hij wist beter wat er gezegd moest worden dan zijn meestal al wat oudere en vergeetachtige gesprekspartner, en beet hem dat ook toe. Een voorbereide journalist, stel je dat voor. Andere tijden... Soms werd er al eens een nazisymbool — dat discreet ergens in een duister kamertje hing — prominent in het beeldkader geplaatst, om de sfeer van die donkere tijd te schetsen. Geheel en al objectief was dat natuurlijk niet. Maar laat me deze inleidende paragrafen positief eindigen: hij was een voorbeeld. De Wilde zou nooit met de nagenoeg voltallige nieuwsredactie hebben meegedanst op de tonen van Happy. Hij zou er eerder een reportage over hebben gemaakt — 'enquête', noemde hij het zelf liever —, over de verloedering van de journalistiek.

We missen Mauricen in de hedendaagse journalistiek.

***

Ik heb een poging gewaagd om deze week het interview van Montasser AlDe'emeh met Dries Van Langenhove in Dag Allemaal te lezen. Het is me niet gelukt, moet ik bekennen. Vanwege: slijmerig, dweperig, journalistiek onwaardig. Slachtoffers onder elkaar, dat was de teneur. Die homo-erotische openingsparagraaf zette de toon. Radicaal van mening verschillen? Vergeet het. Uren van bewondering, dat was het. De uitgestoten student kreeg een forum aangeboden van iemand die de beginselen van kritische journalistiek niet kent, niet wil kennen, nooit zal kennen. Een dilettant. Vermoedelijk zonder perskaart en als hij die heeft, moet de journalistenbond eens stevig nadenken op welke gronden iemand tegenwoordig zo'n kleinood kan bemachtigen. Nu ik er even bij stilsta: dat moet de bond sowieso doen, er lopen toch al te veel would-bejournalisten rond.

Dag Allemaal werd heel even Dag AlDe'emeh. Diezelfde meneer AlDe'emeh kon op diezelfde dag pronken met een interview in Humo. Humontasser. Mijn journalistieke hart bloedde twee keer op één dinsdag. Ik begrijp dat niet. Ik wil dat niet begrijpen. Ik zal dat nooit begrijpen. Er is veel terechte en nog veel meer onterechte kritiek op de media. Maar zo lang media zelf charlatans een pen aanreiken en andere charlatans hun ongecontroleerde zeg laten doen, zal die kritiek alleen maar aanzwellen en steeds meer terecht worden. Om een heden ten dage populaire uitdrukking te hanteren: de media moeten opgekuist worden. Echt wel.

***

Ja, Maurice, 't zijn tijden, man. Misschien maar goed dat je 't niet meer hoeft mee te maken. Je zou er wellicht een zoveelste hartaanval van gekregen hebben.

(Frank Van Laeken, trotse journalist, perskaart: N02686)



  • Reacties(3)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post814
« VorigeVolgende »