Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Pretentie

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 13, 2019 11:59:03

'Pretentie', zo definieert Van Dale, is 'aanspraak', 'het meer willen zijn dan je bent'. Pretentie is dus iets negatiefs, zoals arrogantie, of hoogmoed, of zelfgenoegzaamheid. Daar ben ik zelf ook jaren van uitgegaan. Wie pretentieus is, voelt zich verheven: boven de massa, boven zijn collega's, boven het gezelschap waar hij of zij zich op dat ogenblik in bevindt. Dat hoort niet, ook al ben je wel degelijk slimmer dan die anderen, heb je meer films gezien, zat je vaker in een ongemakkelijke theaterstoel, las je veel meer boeken, dacht je langer na over maatschappelijke kwesties. Pretentie was slecht. Punt.

Is het met ouder worden dat ik mijn visie heb bijgestuurd? Heeft het met wijsheid te maken? Heb ik me iets te lang en iets te veel geërgerd aan dommigheden? Wat het ook is, ik ben pretentie als begrip gaan neutraliseren. Zonder het woord te gebruiken of in mijn achterhoofd te houden, ben ik het hoe langer hoe meer geworden, pretentieus. Ik heb de pretentie om te stellen dat ik wel iets weet over een aantal dingen, een brede waaier van onderwerpen zelfs. Ik heb de pretentie om te beweren dat ik wel een aardig stukje kan schrijven: ik zit als columnist niet in de categorie van een Mark Coenen, maar ik kom af en toe een klein beetje in de buurt, en ik schrijf beter dan... (namen op eenvoudig verzoek te bekomen). Als journalist hoef ik me niet meer te bewijzen. Dat weet ik gewoon. Ik ga daar niet vals bescheiden of flauw over doen — en het is doodjammer dat heel wat potentiële opdrachtgevers dat niet doorhebben of weten —, het is gewoon zo. Noem dat gerust pretentie, ik beschouw dat tegenwoordig als zelfkennis. Bescheiden zijn is een deugd, valse bescheidenheid is voor niets nodig. Onderschatting van je eigen capaciteiten. Zelfverloochening. Vals, quoi.

Ik las laatst het niet zo dikke essay van de Nederlandse schrijver en journalist Joost de Vries. Echte pretentie heet dat, met als onmisbare en tegelijk intrigerende ondertitel: Waarom het zo irritant is en waarom we niet zonder kunnen. Op het eind omschrijft hij pretentie als 'honger om serieuzer te zijn'. En serieuzer te worden genomen, allicht. In een politiek en sociaal versnipperde wereld, met sociale media die iedereen, tot in de verste uithoek van de wereld, een megafoon hebben aangereikt, wordt iemand met een mening sneller gestigmatiseerd dan de tijd die hij of zij nodig had om die mening te vormen. Als je a zegt, ben je pretentieus. Zeg je b, ben je dat ook. (Tussen haakjes en terzijde: hoe pretentieus moet je zijn om anderen pretentie aan te wrijven als je eigen kennis gebaseerd is op wat er door je medestanders geroepen wordt?)

Onze samenleving is grondig veranderd, constateert De Vries. "Ooit was er een ivoren toren, inmiddels is die omgehaald; de verticale maatschappij is horizontaal geworden; de piramide is plat — kies je metafoor. De meritocratie heeft laten zien dat iedereen alles kan worden, de verspreiding van de media heeft de wereld leuker, vrolijker en oppervlakkiger gemaakt, de kloof tussen high- en lowbrow is gedempt, de democratisering van de media heeft iedereen een stem gegeven en iedereen zijn stem mag en moet gehoord worden. Alle mensen zijn gelijk, de 'gewone man' hoeft niet meer op te kijken naar de advocaat, de schrijver, de professor, de dokter omdat die toevallig gestudeerd hebben — je status wordt zodoende niet meer bepaald door je geleerdheid met betrekking tot een onderwerp (diepte), maar door de hoeveelheid mensen die je ermee bereikt (oppervlakte)."

De meeste populistische leiders zijn anti-pretentie, anti-establishment, anti-elite, terwijl ze natuurlijk deel uitmaken van het (of een) establishment, en van een elite. Donald Trump is daar een schoolvoorbeeld van. Rijk, golft vaker dan dat hij zijn land leidt, woont in poepchique — maar van een waanzinnig slechte smaak getuigende — vertrekken, omringt zich met (blad)goud, maar spreekt zogezegd de taal van het gewone volk. Een minderheid van dat volk — maar geen kleine minderheid — applaudisseert. "Dat is onze man, hij is van ons, hij begrijpt ons tenminste!" Natuurlijk is hij niet van hen, hij kakt op dat gewone volk, en liefst vanop zijn gouden wc-pot. Jezelf de pretentie aanmeten om je anti-pretentieus te gedragen is blijkbaar een gave. Om het met die 'diepte' en 'oppervlakte' uit de vorige paragraaf te zeggen: diepgang is out, oppervlakkigheid in. Tenzij je je betoog doorspekt met pseudo-diepzinnige zinssneden, dan creëer je een nieuw soort oppervlakkige diepgang.

Dat zie je ook bij de rijzende populistische ster van Nederland, Thierry Baudet. Schrijft Joost de Vries: "In de klassieke betekenis is pretentie een poging je van de rest te onderscheiden. Wanneer Baudet met grote denkers en hoge cultuur schermt doet hij dat niet om zich te onderscheiden van de massa, maar juist om zich erbij aan te sluiten. Hij gebruikt het om zijn eigen basale wittemannenangsten van een intellectuele dekking te voorzien, hij gebruikt grote ideeën om opspelende onderbuiken goed te praten."

Zo'n Baudet gaat een stap verder dan Trump, is wellicht ook veel intelligenter. Waar Trump zich bedient van simpele taal ('Make America great again!', 'Build that wall!'), sloganeske leugentjes om bestwil, profileert Thierry Baudet zich als de slimme jongen om de hoek, die weet waar 'de uil van Minerva' voor staat, ook al hoort zijn publiek het op dat moment in Keulen en omstreken donderen. Hij strooit met nauwelijks geweten weetjes. Van pretentie gesproken. Maar het resultaat is hetzelfde als een liegende Trump: méér bewondering, mensen die de retoriek die ze niet begrijpen of niet kunnen controleren, overnemen, die zelf ook beginnen te verwijzen naar die uil van — hoe-heette-dat-ding-ook-weer? — Radio Minerva.

Pretentie is hip geworden. Gespeelde anti-pretentie eveneens. Je scoort als populist vandaag met echte én valse pretentie. Of met het geregeld rondstrooien van Latijnse spreuken, natuurlijk. Wat een pretentie, trouwens. Sapere aude. En zo komen we stilaan in de buurt van de natte droom van populisten: een terugkeer naar de volgzame samenleving van begin jaren 60. Toen de notabelen van het dorp pretentieus mochten zijn, omdat het hoorde bij hun status. En de massa, die zweeg en knikte.

Joost de Vries, Echte pretentie, Das Mag, 19,99 euro.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post881