Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

'Uefa en EU moeten samen de ongelijkheid aanpakken'

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, april 11, 2019 10:31:03

Een rapport van het Football Observatory toont aan dat de Champions League de voorbije 15 jaar steeds voorspelbaarder is geworden. Een verrassing is dat niet, maar de cijfers zijn wel opmerkelijk. In de groepsfase wint de favoriet in 8 van de 10 gevallen, doorgaans met minstens 2 goals verschil.

Vanavond worden de eerste heenwedstrijden in de kwartfinales van de Champions League gespeeld: Tottenham ontvangt Manchester City, Liverpool neemt het op tegen FC Porto. Morgenavond zijn er dan nog Ajax-Juventus en Manchester United-Barcelona. Vier Engelse teams en voorts eenzaten uit Portugal, Nederland, Italië en Spanje.

Dat Ajax en FC Porto tot dit stadium van de competitie konden doordringen, is behoorlijk uitzonderlijk, maar wellicht ook hun eindstation. De kampioenenliga is voornamelijk een geldliga geworden, waarin de rijke clubs het halen van de Europese middenklasse. Het was al drie jaar geleden dat een club uit een land dat niet tot de top 5 (Engeland, Spanje, Duitsland, Italië, Frankrijk) behoort, kon doordringen tot de kwartfinales. In 2016 was dat Benfica. De laatste keer dat een club uit een kleiner land tot in de halve finales geraakte, dateert al van 2005: PSV Eindhoven. Sinds de Champions League in het seizoen 1992/1993 werd geïntroduceerd, zevenentwintig jaar geleden, waren er slechts twee winnaars die niet uit een top 5-land kwamen: jawel... Ajax (1995) en Porto (2004).

Vooral de groepsfase tussen september en december wordt steeds eentoniger en voorspelbaarder. Dat is niet alleen een aanvoelen bij veel voetballiefhebbers — die de Champions League om die reden steeds vaker links laten liggen —, het wordt nu ook gestaafd door studiemateriaal.

Favoriet wint 8 keer op 10

Dat er maar liefst vier Engelse clubs in de kwartfinales zitten van een competitie die nog altijd een opvolger is van de vroegere Europabeker der Landskampioenen werd twintig jaar geleden beslist. Vanaf toen mochten de top 6-landen twee deelnemers afvaardigen, eventueel aangevuld met een of twee clubs die een voorronde moesten spelen. Sinds het seizoen 2003/2004 is de top 3 uit Engeland, Spanje, Duitsland en Italië zeker van kwalificatie; daar kan na play-offs in augustus een vierde club aan toegevoegd worden.

Het is niet toevallig dat het Football Observatory van het Zwitserse CIES, een door de FIFA gesponsord studiebureau, dat seizoen als startmoment nam om een analyse te maken van de groepsfase van de Champions League. Daaruit blijkt dat de voorspelbaarheid de voorbije vijftien seizoenen alleen maar is toegenomen. Behaalde de groepswinnaar die eerste drie bestudeerde seizoenen gemiddeld 2,11 punten per wedstrijd, dan was dat de afgelopen drie jaar al opgelopen tot 2,26. Het doelsaldo liep op van 6,38 (2003-2006) tot 8,91 (2015-2018). Uiteraard geldt dat ook in omgekeerde richting: de club die laatste eindigt in haar groep, behaalt steeds minder punten. Dat ging van 0,59 naar 0,45 punten, met een negatief doelsaldo dat opliep van -6,72 tot -9,06.

In de periode 2003-2006 eindigde 17 procent van de matchen met drie goals verschil. De voorbije seizoenen was dat al 23 procent geworden, bijna een op vier wedstrijden dus. Wie op papier favoriet is, wint steeds makkelijker. Die premisse geldt voor 79,5 procent van de wedstrijden, acht op tien. Tien jaar geleden was dat nog 'maar' 74,6 procent.

Eigenlijk is dat dodelijk voor competitiesport als kijkspektakel, omdat spanning — en dus onvoorspelbaarheid — daarbij onmisbare ingrediënten zijn. Nog zo'n anomalie is dat er in de kwartfinales slechts een op de twee deelnemers het seizoen voordien kampioen zijn geworden in hun eigen land. Waarom heet dit dan nog 'Champions' League?

Euromillions

'De resultaten verbazen me niets,' zegt professor Stefan Kesenne, sporteconoom aan de KU Leuven en de UAntwerpen. 'Ik heb vijftien jaar geleden op een congres al gewaarschuwd voor de groeiende ongelijkheid in het Europese voetbal. Na het Bosman-arrest van eind 1995 kon je al zien wat er stond te gebeuren. Omdat de beperking op het aantal buitenlandse spelers wegviel, konden clubs uit grote voetballanden onbeperkt spelers kopen. Daardoor vertrokken de beste Portugese, Nederlandse en Belgische voetballers naar het buitenland.'

Verkijk u niet op de aanwezigheid van een outsider als Ajax, ooit een Europese grootmacht, bij de laatste acht. Dat is knap, maar het blijft een uitzondering. De kans dat de Amsterdammers de Champions League winnen is nagenoeg onbestaande. De kans dat een Belgische club ooit nog de 'beker met de grote oren' wint is haast even klein als dat u morgen de grote pot wint in Euromillions. 'Win for life' geldt in de Champions League alleen voor clubs uit de grote voetballanden. En komende zomer wordt Ajax gewoon leeggekocht door de grootmachten en kan het opnieuw beginnen te bouwen.

'De huidige ongelijkheid hangt ook nauw samen met de explosie van de tv-rechten, die ervoor heeft gezorgd dat clubs uit grote landen nóg meer geld ter beschikking krijgen', stelt professor Kesenne vast. 'De Champions League is in hoge mate verantwoordelijk voor het groeiende onevenwicht. Het verdelings- en prijzensysteem maakt rijke clubs rijker en vergroot de kloof tussen de top 5-landen en de rest. Maar ook binnen de eigen competities groeit de ongelijkheid. Als Anderlecht of Club Brugge een paar jaar na elkaar kunnen deelnemen aan de Champions League, wordt de kloof met de andere Belgische clubs steeds groter. Daarom moeten de tv-rechten herverdeeld worden. Kijk naar wat er in de Verenigde Staten gebeurt, toch niet meteen een communistisch land: de clubs in de American Football-competitie, NFL, krijgen allemaal ongeveer evenveel geld uit de tv-rechtenpot. Zo krijg je vanzelf een competitie waar minder voorspelbaarheid heerst.'

Europese competitie

'Het transfersysteem werkt de ongelijkheid nog meer in de hand', vervolgt Stefan Kesenne. 'De combinatie van hoge lonen en hoge transfersommen maakt het voor subtopclubs onmogelijk om een topspeler aan te werven. Eventueel zouden ze op korte termijn nog de hoge lonen kunnen betalen, maar als daar bovenop ook transfersommen komen, die door handige en corrupte spelersmakelaars kunstmatig de hoogte worden ingejaagd, wordt het competitief evenwicht geschaad. Schaf dit af!'

'Binnen de Europese Unie is de productmarkt vrij en de arbeidsmarkt gesloten. In het voetbal is het net omgekeerd. Anderlecht of Club Brugge kunnen niet in de Premier League of de Bundesliga gaan spelen, maar hun spelers vertrekken daar wel naartoe. UEFA en EU moeten gezamenlijk deze ongelijkheid aanpakken. Je zou dit kunnen opvangen door een volwaardige Europese competitie te creëren, bovenop de bestaande nationale competities. Geen Champions League en zeker ook geen gesloten competitie zoals de rijkere clubs graag zouden willen, maar een volwaardig kampioenschap. Wie kampioen wordt in België zou dan bijvoorbeeld kunnen stijgen naar de tweede Europese divisie, die men zou kunnen opdelen in een aantal liga's: Noord-, West-, Oost- en Zuid-Europa. En daarboven zou dan een eerste divisie kunnen bestaan die start met zestien topclubs, maar wel met een systeem met stijgers en dalers. Het zou de kloof tussen de top 5 en de rest verkleinen. En zo zouden onze clubs kans maken om, als ze het goed doen, zich een heel seizoen te meten met de echte topclubs. Vandaag is de realiteit dat we Europees niet meer meespelen.'

Solidariteit

In zijn conclusies pleit Football Observatory voor een herverdeling van de beschikbare middelen. Maar, zo concludeert het zelf, 'deze oplossing zou tot weerstand leiden bij de financieel dominante clubs.' Een ander alternatief zou er volgens Football Observatory in kunnen bestaan om het aantal deelnemers uit 'minder ontwikkelde voetbalmarkten' te reduceren, maar dan krijg je de facto een nog grotere dominantie van clubs uit de toplanden en zit je heel dicht aan bij de natte droom van die topclubs: een gesloten competitie.

Als nevenoplossing suggereert Football Observatory om een grotere solidariteit te organiseren door clubs uit kleinere competities die topspelers hebben opgeleid daarvoor ruimer te vergoeden uit de geldpot van de Champions League. 'Solidariteit vind ik een goed uitgangspunt, maar ik zou dat niet koppelen aan transfers', oordeelt professor Kesenne. 'Creëer een fonds waar alle Europese clubs geld insteken: hoe groter hun budget, hoe groter hun inbreng. En herverdeel dat over de clubs die topspelers hebben opgeleid.'

'Ik zie weinig beleving binnen de Europese Unie momenteel', besluit Kesenne. 'Maar ik ben niet pessimistisch. Toen ik er begin jaren 90 voor pleitte om het transfersysteem aan te passen, zodat spelers die einde contract waren konden vertrekken, werd dat ook weggelachen. Vijf jaar later was er het Bosman-arrest. De invoering van Financial Fair Play heeft er de voorbije jaren toch voor gezorgd dat de meeste clubs hun waanzinnige uitgaven hebben teruggeschroefd. Dat kan je alleen maar positief noemen.'



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post880