Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Kutburgemeestertjes

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, februari 27, 2016 13:30:24

Het gebeurde in een verre provincie die we niet bij naam noemen, maar die we voor de aardigheid Pest-Vlaanderen zullen dopen. Er werd aan de deur geklopt. Eerst zacht geklopt, daarna hard geklopt. De man des huizes sloop de trappen af: hij wilde zijn huisgenoten niet wekken, zo in het midden van de nacht, en hij wilde de onverwachte bezoekers evenmin de indruk geven dat er iemand wakker was. Stilletjes schoof hij de klep voor het spionnetje weg en keek wie er voor de deur stond. Haveloze vreemdelingen, dat kon hij zelfs 's nachts zien aan hun getaande huidskleur en hun sjofele kleren. Haastig maar beducht om ook maar het minste geluid te produceren, schoof hij de klep weer voor het spionnetje. Als ik het probleem niet zie, is het er niet, dacht hij. Dat hij burgemeester was en ook wel enige verantwoordelijkheid moest afleggen tegenover iedereen die zich op zijn grondgebied bevond, ach, een bagatel. Dat zijn partij, de liberalen, hun wortels hadden in de Verlichting, och ja, wie leest die veel te dikke ideologische werken nog? Dat vrijheid en vooruitgang uitgangspunten waren die in een antiklerikale omgeving heilig waren, goh, wat niet weet, wat niet deert. Ze komen er niet in, dat wist hij wel zeker. En hij sliep verder de slaap der onwetenden.

Aan de andere kant van de kustlijn die door de ene Belgisch en door de andere Vlaams werd genoemd — in communautair water is het haast onmogelijk om niet te verdrinken — kreeg een collega van de burgemeester te horen dat vieze vreemdelingen hadden gepoogd onderdak te vinden. O Heilig Toerisme, de zondvloed was nabij! "Sluit ze op in een soort Guantanámo, maar dan met toiletten en zonder folteringen", zei hij. Of zei hij niet. Wat hij zeker wel zei: ze komen er niet in, of ze nu hard of zacht aan mijn deur kloppen. Geen genade. Stel je maar even voor dat ze hun schamele etenswaren in frigoboxen vervoeren, daar zouden ze op het bekendste plein van de gemeente, dat door niet-inwoners van deze overroepen enclave voor de nouveaux riches werd omgedoopt tot het weinig vleiende Place M'As Tu Vu, niet van terug hebben. Nee, ze komen er niet in. Desnoods schakel ik mijn broer, de bankier, in, dacht de burgemeester. En ik ben niet gebonden aan een of andere ideologie, godbetert, ik doe gewoon mijn zin. Les charmes discrets de la bourgeoisie. Praat een beetje gebroken Nederlands voor de camera en Frans in besloten kring. Ma vie, mon monde, après nous le déluge.

Niet zo ver daar vandaan zuchtte een burgemeester van een provincienest dat door een onverlaat lang geleden was toebedacht met een bijnaam die verwees naar een wereldberoemde stad die stilaan door het water wordt verzwolgen, maar dat in werkelijkheid veel meer weg heeft van Bokrijk-bij-de-Noordzee. Dat kan toch niet zijn! Armoedzaaiers, niet in mijn achtertuin, riep hij heel wat collega's achterna. Dat zijn sjerp ooit dieprood kleurde, was nu bijzaak. Hij moest zijn territorium beveiligen tegen indringers. Het charter van Quaregnon, zegt u? 1894 is wel héél lang geleden, beste vriend. "De omvorming van het kapitalistisch stelsel in een collectivistisch stelsel moet vergezeld zijn van het ontwikkelen van de naastenliefde en het betrachten van de solidariteit", ben je een haartje betoeterd? Wie is er nu zó naïef in het jaar des broodheren 2016, mijn partij heeft dat onding trouwens afgezworen. Natuurlijk heb ik mijn naasten lief, riep de burgemeester nog: kijk hier maar in huis rond. Ik zie hen graag. En wat nog, zegt u? Solidari-wadde? Word eens volwassen, jongen!

De pogingen van drie provinciegenoten om de vreemdelingen buitenshuis en bij voorkeur ook buitenslands te houden, waren de gouverneur van Pest-Vlaanderen niet ontgaan. Dat ze maar in Frankrijk blijven, orakelde hij, daar hebben ze meer plaats. Geen tenten op mijn grondgebied. Kijk eens rond op de campings, zie je daar nog tentjes? Ha! De zeven werken van barmhartigheid die mee aan de basis liggen van het christendom en dus ook van mijn eigen christendemocratische partij? Waar gij nog mee afkomt, vriend. De hongerigen spijzen? Dat ze hun plan trekken! De dorstigen laven? Dat ze elders hun beker zeewater opslorpen! De naakten kleden? Een gevangenisplunje kunnen ze krijgen! De vreemdelingen herbergen? Zeg, in welke eeuw bevindt gij u!? De zieken verzorgen? Ze hebben niet eens een lidkaart van de ziekenkas, die drommels! De gevangenen bezoeken? Awel ja, opsluiten wil ik hen nog doen, ja! De doden begraven? Zijt ge helemaal zot geworden, onze kerkhoven liggen vol met onze eigen mensen! En als ge mij nu wilt verontschuldigen, ik ga naar de mis.

Een heel eind verderop, in een provincie die we voor het taalspelerig gemak Schandwerpen zullen noemen, was de plaatselijke burgemeester van een stad met dezelfde naam ter ore gekomen dat er gelukzoekers onderweg waren naar zijn rijk. Die vreemdelingen zouden niet eens tot aan onze deuren mogen geraken, vond hij. Houd hen tegen op duizenden kilometers van hier, dan hoeven we tenminste onze gewetens niet te laten knagen, laat staan sussen. 'Sussen', dat lijkt te veel op 'sossen', en nu hij daar in eigen land eindelijk komaf mee had gemaakt, wilde hij daar niet meer van horen. Dat de sossen het ginder maar oplossen. Hij lachte even om zijn eigen rijmelarij. Heftig knikten zijn aanhangers: de Grote Leider heeft gelijk. (De Grote Leider heeft áltijd gelijk.)

Solidariteit, zo las de stukjespleger op Wikipedia, "betekent dat de leden van een groep een gemeenschappelijk belang onderschrijven, ten gunste van de groepsleden, maar soms ten koste van zichzelf." Solidariteit is van geen tel meer, weende hij zachtjes. Mensen zijn statistische wezens geworden: met wie geen naam of gezicht heeft, hoeven we niet in te zitten. Makkelijk zat, als we straks ratio en emotie tegen elkaar moeten afwegen: dan kiezen we voor de kille ratio. In een weemoedige bui stelde hij zichzelf de vraag der vragen: zou hij zelf straks open doen als er aan de deur wordt geklopt, zacht geklopt, hard geklopt? Natuurlijk, probeerde hij zichzelf te overtuigen: een mens in nood laat je niet creperen. Nee, toch? (Ooit las hij een interessant essay over vorige generaties vreemdelingen die hier aan de deur hadden geklopt, toen die nog op een kier stond en we dringend op zoek waren naar goedkoop werkvolk, en hoe een kleine minderheid van de derde generatie door haar wangedrag het leven van de meerderheid bemoeilijkte. Hij had meteen een titel om boven zijn stuk te zetten.)



  • Reacties(2)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post703