Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

(Bijna) Ex-reiziger

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken di, januari 19, 2016 11:35:39

Het moet de meest sarcastische hashtag in Twitterland zijn: #pendelpret. Een gezamenlijke noemer waaronder treinreizigers hun beklag doen over treinen die te laat, te vroeg of er niet zijn. Vieze toiletten, vuile perrons, warrige communicatie (variërend van helemaal niets tot helemaal fout). Altijd lachen, tot je het zelf voor hebt. Hashtag NMBS.

Ik neem weer geregeld de trein. Vooral 's ochtends levert mij dit in principe flinke tijdwinst op: ik ben sneller van deur tot deur, zit veilig, hoef me niet te ergeren aan andere chauffeurs, sta niet eindeloos stil in de dagelijkse uitzichtloze file, kan lezen, kom slimmer op het werk toe dan dat ik vertrok. Zelfs als de trein vertraging heeft. Alleen: de trein heeft áltijd vertraging, de communicatie ontbreekt volkomen en die tijdwinst, nou, die is verdwenen als sneeuw voor de winterse zon, want een klein beetje vertraging vinden ze bij de NMBS maar niets. Tot u spreekt dus een zoveelste slachtoffer van het openbaar vervoer in België.

***

Even terug in de tijd. Een jaar of negen geleden werkte ik in Brussel. Schaarbeek, om precies te zijn, vlakbij het beruchte Meiserplein, beter bekend als Place Misère, waar auto's luid toeterend gevaarlijke maneuvers uithalen en voetgangers tussen de gehaaste sjoemelsoftwarebestuurders moeten laveren. Ik deed anderhalf uur over een afstand die me in theorie driekwartier had moeten kosten en besloot dan maar eens de trein te nemen. In het nietige Tollembeek is zowaar een treinhalte, moet u weten. Station kan je het niet noemen, een perron langs iedere zijde met drie minuscule wachthokjes, maar ik klaagde niet: de lijn Geraardsbergen-Mechelen bracht me vlekkeloos en meestal zelfs stipt naar station Meiser, via een achteraflijntje, wat wellicht verklaart waarom er zelden vertragingen waren. De trein moest namelijk niet langs de noord-zuidas passeren. Alleen in de stations van Edingen en Halle kon je soms een paar minuten stilstaan, omdat een intercity met een kwartier vertraging alsnog voorrang kreeg: bij de NMBS zijn ze solidair in de vertraging. Tollembeek was de derde halte op de lijn, wat maakt dat de trein doorgaans stipt arriveerde en vertrok. Ook toen de kantoren van het bedrijf waar ik werkte naar Vilvoorde verhuisden, kon ik perfect dezelfde trein blijven nemen. Iets langer zitten = iets langer lezen. Blije passagier!

Een paar jaar later werd die lijn brutaalweg afgeschaft, ook al zaten de treinen in de spitsuren nagenoeg propvol. Het werd Geraardsbergen-Dendermonde en in Halle overstappen op de trein naar Mechelen, die via hetzelfde achteraflijntje bleef rijden. Minder comfortabel, maar ach, aanvaardbaar. Maar anderhalf jaar geleden volgde een nieuwe slimme zet van de Nationale Maatschappij der Buurtspoorwegen om zelfs de allerlaatste reiziger weg te pesten: de enige trein die het station van Tollembeek — goed voor een paar honderd reizigers per dag, toch niet niets! — nog aandoet rijdt richting Schaarbeek, door — jawel — de infame noord-zuidas. Bovendien vertrekt hij nu in Denderleeuw, zeven stations verwijderd van het oorspronkelijke startpunt Geraardsbergen. Tollembeek is niet langer de derde, maar de tiende halte op de route. Gevolg: elke trein komt nu met een paar minuten vertraging toe. Sedert ik terug geregeld in Brussel ga werken, opnieuw in de buurt van het Meiserplein, daar onder die gigantische toren, jawel, en de ochtendfiles alleen maar in lengte en duur zijn toegenomen, probeer ik het toch maar weer treingewijs. Op papier is mijn verbinding logisch: opstappen in Tollembeek om 8u12, uitstappen in Halle om 8u31, op de trein richting Mechelen (nog altijd dat achteraflijntje, inderdaad) stappen om 8u35, kort na negenen arriveren in Meiser. Perfect haalbaar. Ik herhaal: 'op papier'. Alleen is die 8u12 in realiteit meestal 8u15 (of erger). Dan nog zou ik een minuutje overschot moeten hebben, maar daar heeft NMBS twee dingen op gevonden. Eén: mijn trein loopt onderweg steeds meer vertraging op. Twéé: zelfs als dat niet gebeurt, is er nu een oplossing om mij toch elke keer uit mijn vel te doen springen. 'Mijn' trein komt namelijk niet meer zoals tot voor kort op hetzelfde perron toe als de aansluiting die ik moet halen. Ik weet niet of u het station van Halle kent, maar dan moet je een hele hoge trap op (minstens één minuut) en twintig meter verderop een hele hoge trap af (iets minder dan een minuut). Gevolg: aansluiting gegarandeerd foetsie.

Komt daar nog bij dat je in het station van Halle nul komma nul informatie terugvindt op de perrons. Met wat geluk hangen er tijdschema's in het derde of vierde wachthokje, honderd meter stappen in de verkeerde richting. Boven hangen er ook van die gele borden, maar dan moet je dus eerst een klimtocht aanvatten. Dat duurt lang en bij de minste winterprik zijn de treden spiegelglad, als je al niet overhoop wordt gelopen door gehaaste mensen. Reizen is altijd een beetje avontuur, moet u weten. Als je dan toch naar de begane grond bent geklauterd, kom je onder een metalen constructie terecht die bedacht werd door een goedkope architect die ergens op een rommelmarkt voor een prikje een boek over de wereldberoemde en onbetaalbare stationbouwer Santiago Calatrava heeft teruggevonden en daar zijn copy/paste-inspiratie vandaan haalde. Het resultaat is een Calatrava van den Aldi.

Terug naar de perrons: daar hangen dus geen elektronische borden met aanduidingen. En de vriendelijke ingeblikte stem van de mevrouw die informatie over het treinverkeer geeft, is wel te horen vier hoog in de omliggende appartementsgebouwen, maar niet op het perron. Denk aan Rock Werchter, waarbij de gigantische luidsprekers naar de weide achter het podium werden gericht. Vervelend voor de koeien én de betalende toeschouwers. Je hoort iets, maar je weet niet goed wat. Ja, ik ben dus al eens op het juiste uur in een verkeerde trein gestapt. Pendelpret moet je verdienen, elke dag, zo redeneert de NMBS-top en dan ben ik nog uitermate vriendelijk, want dan ga ik ervan uit dat er 'geredeneerd' wordt in die kringen.

Ik stap dan op een trein die me via het stilaan ook door u gekende achteraflijntje (denk: Huizingen, Beersel, Sint-Job, Moensberg, Boondael, Delta, Merode) eerst naar Etterbeek brengt, waar ik moet overstappen op een trein naar Mechelen, via Meiser. Twee keer overstappen voor een traject waarvan de reistijd normaal 43 minuten bedraagt, het is een beetje gek, maar alla, we passen ons aan. Dat je qua bereik de helft van de tijd pendelt van 4G naar 3G naar 0G en terug, en telefoongesprekken daardoor quasi onmogelijk zijn, vanwege onmiddellijk onderbroken, neem ik er dan nog voor lief bij. We zijn tenslotte nog máár 2016.

Gisterochtend voegde NMBS er nog enkele avontuurlijke elementen aan toe. In het station van Etterbeek stonden alle klokken stil op twintig voor vijf (terwijl iedereen toch weet dat het voor de NMBS al een tijdje vijf voor twaalf is). Ik schoof net niet onderuit op de gladde trap. En als toetje stapte ik op een onverwarmde trein, bij min twee nota bene. Gelukkig was het maar voor drie haltes.

***

Over ambetante weersomstandigheden gesproken. Op de halte van Tollembeek staat sinds een dik jaar een betaalautomaat. Op één perron slechts: wie de andere richting uit moet, komt beter vroeg genoeg, anders raakt ie met zijn ticketje niet eens meer aan de overkant. Om het Expeditie Robinsongevoel niet te verstoren, staat die automaat daar onbeschut en duurt het ellendig lang alvorens je transactie voltooid is. Laten we zeggen: als we de tijd die het kost om een ticket uit die betaalautomaat op het perron van Tollembeek te printen zouden vergelijken met de tijd die je nodig hebt om een website te openen via Internet Explorer, dan haalt Explorer het met ruime voorsprong. Bij slagregen is het haast onmogelijk om met je vingers het scherm te doen reageren. Ofwel glibbert je vinger weg, ofwel gebeurt er totaal niets. Betalen met cash geld kan ook al niet: alleen bankkaarten zijn welkom. En als je de pech hebt dat nog andere reizigers een ticketje moeten kopen, is de kans reëel dat je als illegaal de trein moet opstappen. Akkoord, je kunt ook vijf minuten vroeger vertrekken thuis. Wij, consumenten, passen ons immers altijd aan het gebrek aan service aan. Zo zijn wij, kuddedieren, nu eenmaal.

***

Komaan, NMBS, dat kan beter. Nog één zetje. Eentje maar en dan maak je ook van deze lichtgroene jongen een ex-reiziger. En als je dan ook nog eens je best doet om al die andere pendelaars het leven zuur te maken, dan komt het walhalla in zicht: geen klagende passagiers meer, wegens geen passagiers meer. Dat moet de ultieme natte droom van de directie én de vakbonden zijn. Geen gezeur meer. Geen vervelende consumenten meer. En, jammer voor de twitteraars, geen hashtag pendelpret meer.



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post697