Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Het ongewenste pakje. Een modern kerstverhaal

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, december 26, 2015 12:55:41

Een intens en aanhoudend geween had het koppel, dat sowieso al zeer licht sliep, gewekt. Het was meer krijsen dan huilen wat ze hoorden. Bartholomeus, een soort timmerman, die al jaren aan de weg timmerde, en Elisabeth, een soort maagd, die net als Doris Day op latere leeftijd haar maagdelijkheid had herwonnen, snelden de trappen af, op zoek naar de plek waar het door merg en been snijdende geluid vandaan kwam. Bij de voordeur hielden ze halt. Voorzichtig trok Elisabeth de deur open, waarop Bartholomeus letterlijk zijn hoofd buiten stak. Ze keken naar beneden en zagen het rieten mandje staan, met daarin de producent van het lawaai: een pasgeboren baby.

“Godver,” fluisterde Bartholomeus verschrikt, alsof hij niet besefte dat zachtjes praten om de buren niet wakker te maken geen zin meer had, met die minuscule herriemaker aan hun beider voeten en vlak voor de deur.

“Jezus,” riep Elisabeth, “straks gaan de buren nog denken dat die van ons is. Een onbevlekte ontvangenis of zo. Stel je voor, die moeten denken dat het hier een stal is!”

“Maar...,” klonk Bartholomeus ontsteld toen hij het decibelfabriekje nader onderzocht, “maar... het heeft een donkere huidskleur. Hoe is die hier beland?”

Elisabeth knikte in de richting van de aanpalende woning. “Zou Angèle...?”

“Best mogelijk,” vulde Bartholomeus aan. “Met haar eeuwige optimisme. ‘Het zal wel lukken’, ja ja, die gelooft nog in sprookjes. En nu wil ze er misschien vanaf, nu ze al tien van die bleitmachines in huis heeft.”

“Wat nu, Bartholomeus? Wat doen we met die kleine?”

“Goh, we gaan die zeker niet in huis halen,” reageerde hij kribbig. “Wie zet er nu zo’n baby duizenden kilometers ver van huis voor onze deur? Gelukzoekers! Maar niet met ons hé. Ze moeten er maar mee bij hun eigen buren aankloppen.”

Aan de overzijde van de straat keek een man schichtig door de gordijnen. Bartholomeus had het gemerkt en wilde wuiven, maar kon zich nog net op tijd inhouden. Hij zou later wel een thee gaan dringen bij Dave. Zijn vriend Dave, een man van aanzien. Nu niet, nu moesten ze dringend afgeraken van die baby, die nog altijd hevig snikte.

“Ik weet het!” riep Bartholomeus iets luider en triomfantelijker dan in deze situatie gepast was. “We roepen de buurt samen en stellen voor om de straat af te sluiten, zodat die armoedzaaiers hier niet om de haverklap om hulp komen vragen. Het is tenslotte onze schuld niet dat het sukkels zijn.”

“Goed idee, man,” prees Elisabeth het alerte denkvermogen van haar echtgenoot. “En weet je wat? Als we weten waar dingetje hier vandaan komt, sturen we een brief naar zijn of haar burgemeester, dan kan die de ouders verplichten om te verhuizen, want ze hebben dan toch een kamer op overschot. Zo is dat toch?”

“Inderdaad. Profiteurs zijn het!”

“Maar, euh, wat doen we ondertussen met dit pakje?”

“Kom, Elisabeth, doe de deur dicht vóór iemand iets gemerkt heeft!”

***

Het was wachten op wijzen uit het oosten.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post690