Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Sportjournalistiek, leugens & videotape

SportGeplaatst door Frank Van Laeken zo, januari 20, 2013 19:02:19

Hij heeft dus bekend. Niet dat dat een complete verrassing was, want waarom zou Hij zich anders hebben aangeboden als 'gewillig slachtoffer' van Oprah Winfrey? Maar het viel wat tegen, vonden de mediawatchers: Hij gaf weliswaar toe dat Hij zijn Tourzeges, alle zeven, op EPO en andere verboden producten had gereden, maar Hij verlinkte niemand. Hij gaf verder nog toe dat Hij arrogant is geweest, een onverbeterlijke Leugenaar, een Man die zijn zoon nauwelijks nog onder ogen durfde komen in dat web van halve waarheden en hele leugens. Stokkende stem, opwellende tranen, deemoedig gebogen hoofd, enfin: Oprah!

Hij, dat is Lance Armstrong, aka de (voormalige) God van het wielrennen. En nu schakel ik over op 'hij', met kleine letter vooraan, want het goddelijke is intussen ver zoek, bij de Amerikaan. Hij kreeg de hele wereld over zich heen. Wie in het verleden altijd met hem had gedweept, riep: 'De anderen zaten ook aan het spul!' Wie hem haatte, riep: 'Zie je wel!' Wie neutraal bleef, riep: 'Ach, die coureurs!' De wielerjournalisten die zich tot een week geleden gedroegen als gedweeë volgelingen van 'the Man and the Myth' werden prompt grootinquisiteurs. Zo gaat dat nu eenmaal. Helden die van hun voetstuk vallen, krijgen nog een trap na.

De hypocrisie die je een tijdje geleden al proefde rond die Panorama-reportage over zwartgeld in het Belgisch voetbal (en nog eerder rond de omkopingszaak-Zheyun Ye), kwam nu dubbeldik naar boven. Want Lance, da's nog net iets bigger dan wat sjoemelende neringdoeners stiekem uitrichten in een Mickey Mouse-competitie. Lance = big business. En dat zal hij ook na het Oprah-interview blijven.

Mijn gok: een flink betaalde lezingentour, een lucratieve filmdeal (fictie én documentaire, al is het bij Armstrong niet meteen duidelijk wanneer de non-fictie overgaat in fictie), en uiteraard ook een boekendeal (suggestie: '50 Shades of Yellow', dat verkoopt goed als titel). Mogelijk ook een nominatie als republikeins presidentskandidaat in 2016.

En mevrouw Winfrey - by the way: één van de slechtste interviewers die ik ooit bezig zag - kon de tanende kijkcijfers van haar tv-station Own opkrikken. Dat heet win-win, in marketingtermen. Dit interview was dan ook doorgestoken kaart, van begin tot einde. De scheidingslijn tussen journalistiek en hoernalistiek is een flinterdunne, dat wisten we al.

Scorebordjournalistiek

Het geval-Armstrong toont nogmaals aan dat goedgelovigheid en dwepen met 'grote' kampioenen niet thuishoren in de sportjournalistiek, die al te vaak scorebordjournalistiek blijkt te zijn. Als je luid genoeg meejuicht met de winnaars, dan word je zelf ook bejubeld, denken velen.

Wijlen Piet Theys, de legendarische mentor van de al even wijlen en legendarische Jan Wauters, zei het ooit treffend in de documentaire Dood van een sandwichman, die Robbe De Hert maakte naar aanleiding van de begrafenis van Jean-Pierre Monseré: 'Vereenzelvig u met het succes van de succesvollen op het ogenblik dat ze succes hebben en een deel van het succes zal op u afstralen.'

Jarenlang werden de prestaties van Armstrong bovenaards genoemd. Hij was de redder van het wielrennen, weet-u-nog, na de Festina-Tour van 1998. Plots stond daar die Texaan op uit de doden, net in remissie verklaard na teelbalkanker, iemand die wel zuiver op de graat móest rijden, want hij zou toch zijn leven niet riskeren om beter te presteren op de fiets? Ja, dus.

Ik beken: toen ik zelf nog freelance journalist was, heb ik mij ook laten meeslepen door het enthousiasme rond sportieve prestaties van figuren die achteraf ootmoedig toegaven dat ze vals hadden gespeeld en aan het spul hadden gezeten. Toen ik aan het eind van de Tour van 1996 een montage van de mooiste fragmenten op muziek zette, gebruikte ik ('What if God was') One of us van Joan Osborne op beelden van de triomferende Bjarne Riis. Ja, foutje. Als Oprah mij uitnodigt, zal ik het grif toegeven. Ik ga er wel geen traan om laten.

Maar ik had snel door dat ik fout zat met die idolatrie. Het was slechts een tijdelijk geval van zinsverbijstering, gelukkig. Daarna schreef ik een boek over de wantoestanden in het Belgische voetbal (Blunderboek van het Belgisch voetbal), over zaken die iedereen in het milieu allang wist, maar nooit zei of schreef. Omertà hoort nu eenmaal bij sportjournalistiek. Overal ter wereld trouwens. En ik maakte ook reportages over doping, omkoping en andere achterkanten van sportieve eer & glorie. Ik werd scheef bekeken door collega's, die mij maar een rare snuiter vonden, die hen dan nog eens voor de voeten ging lopen.

Onderzoeksjournalistiek

Onderzoeksjournalistiek is tegenwoordig stevig in de verdrukking. Snelle, hapklare verhalen verkopen beter - denken uitgevers - dan diepgravende, revelerende en beredeneerde artikels waar veel zweet en tranen in gekropen zijn. Onderzoeksjournalistiek in de sportwereld bevindt zich al helemaal in de taboesfeer. Als je stukken leest over doping of omkoping, dan kan je er bijna donder op zeggen dat ze geschreven werden door journalisten van de algemene redactie of door freelancers. Zelden of nooit door vaste medewerkers op de sportredactie. Want die willen graag nadien nog op goede voet blijven staan met de grote tenoren in hùn sport.

Toen Het Laatste Nieuws begin 1997 uitpakte met de omkopingsaffaire Anderlecht - Nottingham uit 1984 werd het oorspronkelijke artikel geschreven door journalisten van de algemene redactie. De follow-up - de clubleiding die bij hoog en bij laag beweerde dat er niets aan de hand was - werd dan weer wel gepleegd door de vaste voetbaljournalisten. Daarna ging ik de zaak uitspitten: ik, een freelancer die nergens thuis was bij die club. Die wet geldt ook vandaag nog: als er bij onze tv-stations een reportage wordt gedraaid rond wanpraktijken in de sportwereld, zijn sportjournalisten zelden in de buurt om eraan mee te werken.

Het beeld van de onderzoeksjournalist wijkt dan ook sterk af van dat van de op het gejuich op de tribunes meedeinende commentator of reporter. Je haalt hem er zo uit op een redactie: meestal een man, slonzig gekleed, half geschoren, haar in de war alsof ie net uit bed is gestapt, beetje humeurig, afwezig in doodgewone gesprekken, veel te lange telefoongesprekken voerend, voortdurend naar zijn computer starend, sloten koffie drinkend. Een beetje een eenzaat. Iemand die wordt buiten gekeken. Een nestbevuiler. Maar in feite iemand die vaak zijn tijd lang vooruit is en die vreemd opkijkt wanneer zijn collega's een hele poos later opschrikken van één of andere onverkwikkelijke affaire. Zij zeggen dan: 'Dat kan toch niet!' Hij zegt dan: 'Ik had jullie toen al gewaarschuwd.'

Onderzoeksjournalisten zijn zoals sneeuwruimers: wachtend op miserie, onvoldoende gewaardeerd en er zijn er altijd te weinig van op het moment dat je ze nodig hebt.

Afstandelijkheid

Scorebordjournalistiek, ach, het ligt zo voor de hand. Niets menselijks is ons vreemd, en dat geldt dus ook voor sportjournalisten. En dus zijn ze nu al op zoek naar Nieuwe Helden, die vervolgens van hun voetstuk kunnen tuimelen. Of niet. Want het is natuurlijk even fout om iederéén te gaan beschuldigen, dan om te zeggen dat er niets aan de hand is. Zeggen dat Armstrong een kind van zijn tijd is, versta: de tijd van het ongecontroleerde dopinggebruik, is onrecht aandoen aan die renners die het wel correct hebben gespeeld. Ook dat is eigen aan de hapsnap-journalistiek van vandaag: de slinger gaat dan plots helemaal de andere richting uit. Wat eerst boven alle verdenking stond, is dan ineens volkomen onbetrouwbaar. Maar onbetrouwbaar is alleen de journalist die zo te werk gaat.

Wat we nodig hebben is meer afstandelijkheid. Betrokkenheid en medeleven zijn mooi, maar je mag niet figuurlijk mee op het terrein gaan staan. Rik De Saedeleer, de mythische voetbalcommentator van weleer, overlegde met bondscoach Guy Thys hoe de ideale elf van de Rode Duivels er moest uitzien. De Saedeleer was een Mitspieler, die zo ver ging dat hij mee aan de poten van de stoel zaagde van een jonge bondscoach, Walter Meeuws, die zo eigengereid was om de heren journalisten (letterlijk!) van het veld te jagen op training en die zich niet liet leiden door de 'goeie raad' van de journalisten bij het samenstellen van zijn elftal. Meeuws speelde gedurfd en aanvallend voetbal (3-0 tegen Portugal en Denemarken, zoek de beelden maar op!), maar werd door de pers gekapitteld na enkele tegenvallende resultaten en vervolgens ontslagen door de medeplichtige voetbalbond. Meer dan vandaag hadden voetbaljournalisten toen de macht om trainers en voetballers te maken en te kraken, ook Enzo Scifo kan daarvan meepraten.

Laat de supporters maar brullen van 'Tommeke', 'Kimmeke' en 'Justineke', en hopelijk volgend jaar, op weg naar de wereldtitel, ook van 'Vincentke', 'Edenke' en 'Marouaneke'. Daar dienen supporters voor: om ongenuanceerd en subjectief steun te verlenen aan hun idolen. Sportjournalisten moeten objectiviteit nastreven, zoals àlle journalisten dat behoren te doen. Zij moeten spreken van Boonen, Clijsters, Henin, Kompany, Hazard en Fellaini. Als ze dat consequent toepassen, zal de massa hen minder met de vinger wijzen wanneer er weer één of ander schandaal opdoemt. En ze zullen meteen aan geloofwaardigheid winnen.

Versta me niet verkeerd: je moet niet elke prestatie meteen verketteren en verdacht maken. De stem verheffen bij een doelpunt of als een wielrenner als eerste over de streep rijdt, het hoort er gewoon bij. Maar enthousiasme en passie mogen nooit ondergesneeuwd worden door medeplichtigheid en het 'horen, zien & zwijgen'-principe. De goeie journalist weet wanneer hij op de rem moet gaan staan: hij toont empathie en interesse, maar laat zich niet meeslepen en behoudt afstand tot zijn onderwerp. Helaas wordt het aantal goeie journalisten schaarser met de dag. En dat geldt niet alleen in de sport.

Terug naar de basis

Journalistiek is vandaag de dag bijna uitsluitend nog embedded: je wordt mee opgenomen in de club, als je je aanpast aan de gedragsregels van die club. En dus word je, voor je het goed en wel beseft, lid van de club. Club kan in dit geval overigens zowel gelezen worden als sportvereniging, politieke partij, bedrijfssector, enzovoort. Geef mij dan maar dat sjofele type dat bij zijn negende koffie van de dag, het haar inmiddels stijf rechtop staand door al die cafeïne, luidkeels 'Eureka!' roept, wanneer hij net iets ontdekt heeft waarnaar hij al maanden aan het zoeken is.

Journalisten zijn te volgzaam en te braaf geworden. Een journalist zou per definitie iemand moeten zijn die vanaf de zijlijn kritisch toekijkt en notities maakt. Hij (m/v) kan best geen vrienden maken in de sector waarin hij actief is, want dan wordt hij teveel mee in het bad getrokken. Oprechte boosheid en verontwaardiging helpen hem bij de uitoefening van zijn job. Een ietwat slecht karakter, zin voor relativering, oog voor detail, analytisch vernuft en deductievermogen even zeer. Een journalist moet geen allemansvriend proberen te zijn. Hij is een doorgeefluik tussen het nieuws en de nieuwsconsument. Niet meer, maar zeker ook niet minder.

Figuren als Oprah Winfrey helpen de reputatie van ernstige journalisten en interviewers om zeep. Schimmige deals zijn slecht voor de geloofwaardigheid van het vak. En ze leverden bovendien weinig opzienbarende televisie op. Maar ja, wie ben ik? Armstrong tevreden, Winfrey tevreden, redacties tevreden omdat er dagenlang pagina's en zendtijd konden gevuld worden met speculatieve artikels (vooraf) en moraliserende afrekeningsjournalistiek (achteraf). Wie maalt er om een buitenstaander die dit een gemiste kans noemt?

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post69