Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Stand-up journalism

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, oktober 24, 2015 12:57:25

Het zijn sombere dagen voor de journalistiek. Alsof het afgesproken was hakt de politiek stevig in op De Afspraak en bij uitbreiding de hele VRT. P-magazine is niet meer, omdat de allesbehalve toffe pee Maurice De Velder het verlieslatende blad eerst liet doodbloeden om het vervolgens zelf voor een prikje over te nemen, wat allemaal kan en mag in Vlaanderen. Het eenmansverzet tegen het kappen van een bos in een Genks natuurgebied breidt uit, maar niet omdat de journalistiek het heikele dossier heeft uitgespit. Stand-upcomedian Wouter Deprez deed dit namelijk in z'n eentje, buiten de traditionele media om, op Facebook.

Burgerjournalistiek is goed, lees ik vandaag in het editoriaal van De Morgen. Er valt inderdaad iets voor te zeggen dat burgers een aanvullende rol spelen op de professionele journalistiek. Je kan niet alles zien, weten, ruiken, inschatten. Maar er zit ook een heel negatief randje aan, wanneer burgerjournalistiek het gaat overnemen van de mensen met een officiële journalistenkaart. Dat neigt naar abdicatie vanuit het vak. In dat geval neemt burgerjournalistiek het gewoon over en kun je je afvragen wat de rol van 'echte' journalisten nog is.

De traditionele media hebben na tien jaar online- en sociale media nog altijd geen antwoord gevonden op de snelheid waarmee langs die nieuwe wegen nieuws wordt gemaakt. Geruchten worden opgeblazen, ongenuanceerde berichten gelanceerd, vetes uitgevochten, maar soms — en eigenlijk steeds vaker — vind je diepgravende artikels terug op het internet, op blogs of alternatieve nieuwssites. Voor mijn jongste boek, £X€£$$ UNITED. Het geld van het voetbal, kon ik voor het hoofdstuk over de overname van Moeskroen-Péruwelz uitgebreid citeren uit een artikel dat ene Jens De Smet had geschreven op zijn blog. Er stond oneindig veel meer in dan ik elders had teruggevonden en na wat gedubbel- en getriplecheck bleek het nog te kloppen ook. Waarom las ik dat niet in de drie dagbladen die ik elke dag in de brievenbus vind? Waarom is het al wekenlang Wouter Deprez die de dubieuze handelswijze van het bedrijf Essers en Vlaams minister van Milieu Schauvliege aan het daglicht blootstelt en niet een van onze krantenjongens en -meisjes?

Ik stam nog uit de tijd dat elke krant elke dag minstens één primeur had. Meestal belangwekkende weetjes, maar soms ook belangrijke informatie of zelfs hallucinante dossiers. Zelfs weekbladen scoorden toen nog met exclusieve vervolgverhalen over onderwerpen die ons allemaal aanbelangen. De pikorde was in die tijd: je hoort het nieuws eerst op de radio, dan zie je het op televisie, de dag nadien lees je het uitgebreider in de krant en een weekje later krijg je — met een beetje geluk voor het blad in kwestie — de andere kant van het verhaal uitgebreid te lezen in een weekblad. Dat kan nu niet meer: actuele gebeurtenissen — van feiten tot kwakkels — lees je eerst online, de rest volgt gedwee, tijd om te dubbelchecken is er nauwelijks. Liever onmiddellijk de gedeeltelijke waarheid, dan pas veel later de correcte versie, zo lijkt het wel. Het schrikwekkende oplageverlies van dag- en weekbladen komt met name omdat die media nooit een antwoord hebben weten formuleren op de nieuwe concurrentie. Kopiëren van anderen is nooit een succesformule gebleken: dat geldt voor alle bedrijfssectoren, dus ook de journalistiek.

Het antwoord ligt nochtans voor de hand: méér slow journalism, méér onderzoeksjournalistiek, méér achtergrond en duiding. Een eenvoudig zakenmodel, waarvoor je als bedrijfsleider wel enig geduld moeten hebben. Het kan best dat je een journalist wekenlang laat broeden op een onderwerp dat uiteindelijk niet resulteert in een artikel, shit happens. Maar uiteindelijk zal het lonen. In realiteit worden medewerkers van kranten en weekbladen vandaag gedwongen om mee te lopen in de rat race, met als opdracht: breng hetzelfde, maar dan een beetje anders. Geen wonder dat lezers afhaken, ze weten het voornaamste al.

Als een stand-upcomedian nieuws kan maken, dan kunnen de professionals uit de branche dat ook. Ze moeten er dan wel de kans toe krijgen en zich uit het keurslijf van formatjes en hapklare brokken informatie kunnen wringen. Alleen dan heeft traditionele journalistiek een kans. Zoals het in de jaren zeventig een opluchting was dat een nieuwe lichting onpartijdige, onafhankelijke journalisten zich aandiende, die niets te maken wilde hebben met de bevoogde pers en de partijpolitieke aanhankelijkheid van de meeste media, hebben we nu bevlogen journalisten nodig die tijd en middelen krijgen om op zoek te gaan naar nieuwe feiten, achtergronden, randinformatie, de ware toedracht. Stand-upjournalists, als het ware. Stand-up, journalism!: je mag het ook als een bevel lezen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post679