Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Leve de thesis!

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, juli 04, 2015 12:24:30

'Schaf de thesis af', zo orakelde ene Stéphanie Verzelen, masterstudente Journalistiek en stagiaire bij het blad Goesting, deze week in De Morgen. Het was de slotzin van een betoog dat voor de nodige commotie zorgde. Meer commotie dan er in de sociale media is over Griekenland, tussen haakjes, wat veel zegt over het engagement van de aanwezigen op die plekken: alles wat buiten een pisstraal van bij ons ligt, is de Ver-van-ons-bed-show. Think global, act local is eerder Don't think, act local geworden. Maar soit, ik wijk af nog voor ik een eerste ter zake doende letter heb ingetikt.

Juffrouw Verzelen deed de gemoederen verhitten, wat in het midden van een hittegolf geen goed idee is: wie haar mening deelde sprong vrolijk mee in de koele fontein van de anti-thesisbeweging, wie dat niet deed kreeg okselvijvers van de inspanningen om haar schrijfsel - laten we 't een mini-mini-thesis noemen - af te branden.

Ze heeft de verdienste dat ze het thema op tafel heeft gegooid, laten we het daarover eens zijn. Zo af en toe eens stilstaan bij decennialange geplogenheden en die openlijk in vraag durven te stellen, is noodzakelijk. Alleen zo kan een samenleving stappen voorwaarts maken. Als ze schrijft dat sommige thesissen weinig zinvol zijn - ze gaf zelf het voorbeeld van een masterscriptie over het gebruik van het woord 'en' in middeleeuwse geschriften, ja, dan zeg ik ook: 'En dan?!' - dan zal dat wel. Er zijn nu eenmaal wereldvreemde professoren die hun wereldvreemdheid overdragen op wereldvreemde studenten die maandenlang zitten te wroeten op een lap wereldvreemde tekst. Niet doen, daar heeft niemand wat aan, buiten dan die professor in zijn wereldvreemde werkkamer.

Zelf schreef ik in het gezegende academiejaar 1981/1982 een thesis waarvan het onderwerp mij was aangereikt door de sympathieke, constant verwarde, ietwat wereldvreemde professor André Vandenbunder, zaliger sinds 2002. Dat was een filmtheoreticus gespecialiseerd in semiotiek die ook nog eens sociologie doceerde, of iets wat daarop geleek. Hij had zich verdiept in de analytische aanpak van een andere hooggeleerde professor van wie me de naam niet meer te binnen wil schieten - het was een Duitser of een Zwitser - die een methode had ontworpen om via kwantitatief onderzoek te bepalen wat het verschil was tussen de diverse dagbladen en tijdschriften, zodat je à la limite zelfs kon bepalen wat een kwaliteitskrant was en wat pulp.

En zo ging ik aan de slag, met meetlat en primitieve rekenmachine, en berekende ik politieke, economische en sportieve berichtgeving in alle Vlaamse kranten van dat moment, om uit te komen bij het met een schrale 12 op 20 - ongetwijfeld een andere professor die jaloers was dat ik zijn wereldvreemd onderwerp niet had gekozen! - bekroonde Kwantitatieve inhoudsanalyse van het dagblad De Morgen. Het ligt hier nog ergens in huis, al weet ik bij benadering niet meer of het in de kelder of op zolder ligt tussen ander oud papier.

Mijn thesis werd nergens gepubliceerd, juffrouw Verzelen, ontving ook geen scriptieprijs (bestond dat toen al?), heeft me niet dadelijk aan een geweldige job geholpen, ik heb de tekst ook niet meer gebruikt in mijn latere Leven & Werk, dat klopt allemaal wel. Maar het heeft me wel gedwongen om statistische gegevens te gebruiken, cijfers te analyseren, contexten te onderzoeken, voor mezelf conclusies te trekken en die zo helder mogelijk en in een klare taal op papier te zetten. Dat is niet niets, hoor: dat heet bijna journalistiek. Net echt. En dat wilde ik gaan bedrijven, later, als ik groot was. Ik durf zeggen dat ik daar en dan een eerste brokje van het mooie en helaas soms ook foeilelijke vak geleerd heb, ook al vervloekte ik toen die lange uren in mijn eenzame studeerkamer.

'Vacature na vacature smeekt ons om werkervaring', schrijft Stéphanie Verzelen nog. Dat kan best, maar dat is dan een grondig foute benadering vanuit de bedrijfswereld, die er nog altijd vanuit gaat dat jonge werkkrachten met ervaring geboren worden. Toen ik afstudeerde en op zoek moest naar werk - geen eenvoudige opdracht in de crisisjaren tachtig - lachten we er in mijn vriendenkring een beetje groen om: 'Bedrijf X zoekt iemand voor functie Y, maximaal 25 jaar oud, perfect zeventalig, minstens tien jaar ervaring'. Bedrijven moeten leren aanvaarden dat ervaring niet aangeboren is en dat het ook niet volstaat om een paar maanden stage te doen, al helpt dit uiteraard wel.

Juffrouw Verzelen noemt zich niet alleen 'journaliste in spe', maar ook 'masterstudente journalistiek met zero onderzoeksgerelateerde ambities'. Een 'journalist' die niet wil onderzoeken, wat is dat dan? Iemand die als een monkey voor peanuts Engelstalige stukken overneemt, hier en daar een dt-fout toevoegt om de gejatte tekst toch een beetje eigen karakter mee te geven, voorgekauwde hapklare brokken copypaste in een vastgelegde format? Ik gun juffrouw Verzelen haar carrière, maar sta me toe om dat niet te catalogeren onder 'journalistiek'. Een journalist - zelfs al is hij/zij géén onderzoeksjournalist die zich maandenlang verdiept in één onderwerp - is per definitie iemand die onderzoekt, analyseert, verbanden legt, jawel, statistische en andere analyses maakt. Iemand die zich vragen stelt, zoals je dat aan het begin van een thesis placht te doen.

Tussen de vele, soms voze replieken op het opiniestuk van Stéphanie Verzelen zat een hele mooie van onderwijsdeskundige Pedro De Bruyckere. Die liet vrijdagochtend in De Morgen noteren: 'Je kunt niet kiezen voor een wetenschappelijke, academische richting en dan klagen dat je iets wetenschappelijks en academisch moet doen.' Zo is het maar net.

Nee, een wereldvreemde thesis heeft weinig nut, tenzij dan dat je leert onderzoeken en schrijven. Ja, een thesis over een maatschappelijk relevant onderwerp blijft zeer zinvol. Leve de thesis!



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post655