Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Pesters zijn de echte sukkels

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken vr, februari 20, 2015 13:14:46

Ik weet niet waarom het nieuwsbericht van de dertienjarige jongen die zichzelf van het leven heeft beroofd omdat hij gepest werd op school, me zo aangrijpt. Ik vind mezelf een koele kikker, ben doorgaans niet zo geïnteresseerd in wat ik even oneerbiedig een fait divers zou willen noemen, probeer me niet te bemoeien met de private besognes van de rest van Vlaanderen. Nu bleef het echter hangen. Is het de oude dag, die me ietwat voorbarig parten speelt? Was het de herkenbaarheid, met wat ik zelf ooit heb gezien en meegemaakt? Of komt het toch omdat pestgedrag steeds vaker een dramatische afloop kent en zich daardoor opdringerig in het centrum van de maatschappelijke belangstelling heeft geforceerd?

Hoe dan ook, ik vond het vreselijk en ijzingwekkend. De cynicus in mij merkte op dat het dramatische voorval zich afspeelde net na het einde van de Vlaamse Week tegen het Pesten, alsof het om een misplaatst slotakkoord van een intense sensibiliseringscampagne ging. Timing is niet altijd alles in het leven.

***

'Rosse kater, springt in 't water, met uw tenen boven water'. Veel erger dan dat maakte ik het zelf nooit mee. Ja, er werd wel eens gemonkeld om die verlegen, lange slungel die rood aanliep als hij op de speelplaats rechtstreeks werd aangesproken door een meisje of als de leraar hem net die ene keer dat hij niet zelf overijverig zijn wijsvinger de lucht had ingestoken om het juiste antwoord te geven een vraag voorschotelde waarop hij het antwoord moest schuldig blijven. Vervelend op het moment zelf, maar je kon het al snel klasseren. En ik liet me ook nooit doen, behalve door meisjes die me rechtstreeks aanspraken, want dat waren onbereikbare wezens van een andere planeet.

Ik herinner me niet dat ik zelf ooit gepest heb. Allicht wel, in kleine, beheersbare dosissen, daar wil ik niet flauw over doen. Het zal wel. Maar die 'Rosse kater'-gezangen waren vervelend en kinderachtig genoeg om niet zelf helemaal de Rubicon over te steken naar de kant van de pesters. En gepest werd er wel degelijk, o ja, zelfs in de olijke jaren zestig en zeventig. Je las er echter nog niets over in de kranten. Er waren nog geen leerlingenbegeleiders die pestgedrag vroegtijdig moesten proberen te detecteren. Niemand ging naar de psycholoog. Nooit maakte je het mee dat er op een maandag een lege plek op een schoolbank was, omdat een medeleerling het niet meer zag zitten. Van sociale media was nog lang geen sprake.

Dat laatste is niet onbelangrijk in de huidige context. Wie gepest werd op school of op het sportveld, liep vloekend, huilend of gedeprimeerd naar huis, maar wist dat het dan voorbij was. Geen extra getreiter op Facebook. Geen foute sms'jes. Geen confronterende mails. Pesten was tijdelijk en hield kort na het weerklinken van de schoolbel op. Voor die jongen van dertien begon het dan nog maar pas.

***

Zelfdoding kwam de voorbije decennia soms akelig dicht in mijn buurt. De zoon van een goede vriendin, een buurmeisje, een verre oom, een medespeler in de cafévoetbalploeg. Andere verhalen werden omfloerst verteld, al voelde je diep vanbinnen wel snel aan dat de verdrinkingsdood van die vroegere buurvrouw geen ongeval was. Omwille van haar waardigheid hield men het erop dat ze per ongeluk in het Albertkanaal was gesukkeld.

Eén keer heb ik zelf een tijdje met een schuldgevoel rondgelopen. Bij een zender waar ik hoofdredacteur was, liep een student-stagiair rond die in het kader van zijn eindwerk op de hogeschool een reportage moest maken. Hij koos als onderwerp de interne werking van Vlaams Belang en wilde doordringen tot de diepste cenakels van die partij, maar algauw bleek dat dit niet het gewenste resultaat - een stevig inside-portret - zou opleveren. Dus werd een reportage over het nakende verdwijnen van het dorp Doel een waardig alternatief.

Hij trok onder meer naar Rotterdam, waar er ook dorpen waren verdwenen als gevolg van de uitbreiding van het havengebied. De opnamen die hij had gemaakt liet hij zien aan een monteur die mij tussendoor liet weten 'dat het best oké was'. Zelf had ik nog geen tijd gehad om ze te bekijken. 'Maandag, dat beloof ik je', liet ik de student op een vrijdagnamiddag weten. Hij keek een beetje beteuterd, herinner ik me. Ik wilde hem niet afwimpelen, ook al omdat ik wist dat hij niet goed in de groep lag - botsende karakters, geen pesterijen - en dus best een steuntje van de baas kon gebruiken. Maar ik had dus écht geen tijd. Dat overkwam me wel vaker.

Maandag werd de redactievergadering verstoord door een telefoontje van zijn moeder. 'Wát?!' riep de redactieassistente. Zelfmoord. Zich verhangen aan een boom in het park. Hoe? Wanneer? Waarom? WAAROM??? Had hij het niet gedaan als ik zijn opnamen wel vóór het weekend had bekeken? Had hij het niet gedaan als ik hem meer had aangemoedigd? Had hij het niet gedaan als ik pogingen had ondernomen om hem beter te integreren in de groep?

Het klinkt koud en zakelijk, maar ik was bijna opgelucht toen de ouders me die avond vertelden over een moeilijke passage in zijn jonge leven - worstelend met de studies en de toekomst die ze hem moesten bieden, een prille liefdesrelatie die was afgesprongen - en dat hij thuis tijdens de laatste gesprekken in ieder geval niet had verwezen naar een ongeïnteresseerde baas die nooit tijd voor hem had.

***

Zo zonde. Dertien is een leeftijd waarin je hele bewuste leven nog voor je ligt. Op je dertiende mogen je eerste onrealistische dromen nog niet als een zeepbel doorprikt zijn. Jongens van dertien, onzeker, puisterig, het Grote Leven met kleine dribbelpasjes verkennend, je mag er echt niet aan denken dat dit dan op zo'n manier brutaal wordt afgebroken.

In een warme samenleving zouden de pesters de sukkels zijn, niet de gepesten. Zij weten met zichzelf geen blijf, proberen hun eigen tekortkomingen te verdoezelen door zich 'hongerig roofdier'-gewijs op de zwakste van de groep te storten. Die jongen die net iets gevoeliger is, die bij het voetballen altijd zijn voet intrekt uit angst dat hij zich pijn zal doen, die misschien wel helemaal rood wordt als hij in de klas een onverwachte vraag krijgt voorgeschoteld, die niets durft terug zeggen of doen wanneer het grootste bakkes van de bende hem iets toebrult of een ferme duw geeft zodat hij op zijn achterwerk op de grond belandt, om dan uitgelachen te worden door de omstanders, die andere hongerige roofdieren die blindelings de leider na-apen.

Ik vind ze in de eerste plaats zielig, die pesters. Pathetische jongens en meisjes die hun eigen zwakheden willen camoufleren. Ze zijn even hulpbehoevend als hun al te makkelijke slachtoffers. Zouden zij zich - net als ik op die druilerige maandagochtend - afgevraagd hebben of het aan hen lag of zijn ze zo ver heen dat ze niet eens beseffen dat zij dat fatale extra duwtje hebben gegeven? Wat spookt er door die jonge, verziekte hoofden? Zullen ze zich een leven lang schuldig voelen of stappen ze er vlotjes overheen dat die jongen van dertien voor altijd weg is? Zoeken ze misschien snel een nieuw slachtoffer?

Wie pest is een zwakkeling. Kunnen we dat afspreken?



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post599