Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Tous ensemble, behalve binnen de voetbalbond

SportGeplaatst door Frank Van Laeken wo, februari 11, 2015 12:39:39

(Deze bijdrage verscheen eerder op deredactie.be)

Het zat er al een paar maanden aan te komen: Steven Martens werd eergisteren onvriendelijk naar de uitgang van het glazen bondsgebouw begeleid. Exit de hyperactieve CEO van de voetbalbond, type moderne manager. Dat hij fouten heeft gemaakt geeft hij zelf grif toe, maar door hem aan de kant te schuiven dreigen de noodzakelijke hervormingen in het Belgische voetbal weer te worden teruggeschroefd. Echternach ligt weer heel even in Brussel.

'We moeten optimistisch blijven. Als je alles fatalistisch bekijkt, kan je er beter mee stoppen'. Aan het woord is Jan Peeters, het jaar is 1997, hij heeft het op dat ogenblik over hervormingsvoorstellen om de Koninklijke Belgische Voetbalbond te moderniseren. Mijn bandje registreerde het voor het 'Blunderboek van het Belgisch voetbal'. Van de toen door bondsvoorzitter Michel D'Hooghe uitgedachte ideeën komt uiteindelijk niets in huis.

Zo ging dat vele jaren bij de bond. Dictators, jezuïeten, weifelaars: ze passeerden vrolijk de revue. Ze dronken een glas, ze deden een plas en alles bleef zoals het was. Het amateurvoetbal heeft bij de KBVB evenveel in de pap te brokken als de profsectie. Vlaanderen en Wallonië staan elk op hun eigen speelveld, ieder initiatief van de federale bond met een vergrootglas bekijkend.

Het evenwicht werd jarenlang bewaard omdat de grote clubs - Anderlecht, Club Brugge en Standard - hun mannetjes (geen vrouwtjes, neen, dit is het Belgische voetbal!) hadden zitten in de hoogste regionen van de bond. Toen Club Brugge-man Michel D'Hooghe voorzitter was, zat Anderlecht-vertegenwoordiger Alain Courtois op de stoel van secretaris-generaal.

Een evenwichtsoefening die werkte, of beter: die níét werkte, maar niemand maalde erom. In de tig commissies van de bond zetelden bejaarde jaknikkers van de clubs, mannen (uiteraard!) die al een poos met pensioen waren en zeeën van tijd hadden voor hun wekelijkse trip naar het verre Brussel. Gezellig etentje inbegrepen.

De man van de drastische hervormingen

Enter Steven Martens. Een nieuwlichter die begin 2011 als een wit konijn uit een hoge hoed werd getoverd. Iemand uit het tennis die het gescleroseerde voetbal moest gaan hervormen. Iemand die niet direct gelinkt kon worden aan een van onze topclubs. Iemand die moderne managementideeën had. Iemand die de titel CEO mocht gaan voeren in plaats van het oubollige 'secretaris-generaal' van zijn voorgangers.

Zijn aanstelling moet destijds geklonken hebben als een vloek in de voetbalkerk. Een professional in een omgeving van amateurs, dat botst nu eenmaal. Naar de buitenwereld werd het beeld opgehangen van de gemotiveerde dynamische manager die het Belgisch voetbal zo nodig had, in de inner circle moet het toen al gestormd hebben. Zeker omdat Martens niet naliet om al vrij snel drastische hervormingen aan te kondigen, wat erop neerkwam dat hij zijn voorgangers, en dus ook de clubs die ze vertegenwoordigden, fel bekritiseerde.

En hervormd werd er aan de Houba de Strooperlaan 145. De wirwar aan commissies en comités werd aangepakt, de macht van het Uitvoerend Comité - zo'n beetje de federale regering van de bond - ingeperkt, beslagen managers uit de bedrijfswereld aangetrokken, het merk 'Rode Duivels' deskundig in de markt gezet. Maar koken kost geld. Die managers kwamen niet voor een habbekrats in het glazen gebouw werken, wel voor een flink loon en een al even flinke bonus. 'Competitief' heet dat in het managersjargon. Om van de ingeslapen nationale voetbalploeg opnieuw een sexy product te maken werden kosten noch moeite gespaard. 'Tous ensemble', we riepen het met zijn allen de voorbije jaren. En: 'Waar is da feestje?' Niet op de Houba de Strooperlaan, zo bleek.

Eind 2014, een jaar waarin Kompany & co de kwartfinales haalden van een voor de meeste sportbonden bijzonder lucratief WK, bleek een deel van de rekeningen niet te kloppen. De KBVB had in dat boerenjaar meer dan 200.000 euro verlies gedraaid. Neen, repliceerde de CEO: 600.000 euro winst. Hij telde de resultaten van de Vlaamse en Waalse vleugels mee, inclusief overheidssubsidies. U kent dat, boekhoudkundig is het niet zo moeilijk om van rood zwart te maken. De kritiek bleef aanzwellen.

Aangeschoten wild

Herinner u de heisa over het hotel voor de spelersvrouwen in Brazilië. Iemand was vergeten de reservaties te annuleren. Een vergissinkje van 300.000 euro. Oeps.

Herinner u de commotie rond het nieuwe nationale voetbalstadion dat er tegen Euro 2020 in Brussel moet staan. Parking C is het uitverkoren terrein, maar dat ligt op Vlaams grondgebied (Grimbergen), waardoor het een gevoelige politieke kwestie werd. De concurrenten van Anderlecht vonden het niet zo prettig dat de paarswitte club daar haar thuiswedstrijden zou gaan spelen, weliswaar tegen betaling van een fikse huursom, maar dat werd even niet vermeld. De atletiekliefhebbers waren dan weer boos omdat de piste zou verdwijnen en wat dan met de Memorial?

Herinner u de strapatsen van de bondscoach, een eigengereide, dictatoriale man die eigenlijk nog niets bewezen heeft als trainer, maar zich wel gedraagt alsof hij al een paar grote toernooien heeft gewonnen. Eind vorige week nog eiste Marc Wilmots comfortabeler plekken op een lijnvlucht - extra kostenplaatje: 100.000 euro - omdat zijn jongens anders te vermoeid zouden aankomen in Israël voor een kwalificatiewedstrijd. Martens zei ja, zoals hij ongeveer altijd toegaf aan de grillen van Wilmots.

Herinner u de manier waarop Martens na het gelekte financiële rapport eenzaam en alleen moest verdedigen voor microfoons en camera's en in alle tv-studio's. Aangeschoten wild was hij. Hij weigerde de handdoek te gooien, maar wist diep vanbinnen ook wel dat zijn steeds talrijker wordende en luider roepende tegenstanders verse munitie zouden blijven aandragen, desnoods verzonnen.

Verstrikt in de 'politieke fracties'

Exit Steven Martens. Officieel stapte hij zelf op, officieus werd hij aan de kant geschoven in ruil voor een opzegvergoeding van 336.000 euro. In de bestuurskamers van Club Brugge en Standard ontkurkte men wellicht spontaan de champagneflessen. Weg is de bemoeial, de man die alles beter wist, de moderne manager die er niet voor terugdeinsde heilige huisjes af te breken.

Er valt wat voor te zeggen dat Steven Martens, zoals de meeste andere nieuwkomers in ons voetbal, zowel op clubniveau als overkoepelend, te snel is willen gaan. Hoe hopeloos de toestand er bij de bond ook uitzag, hoe dringend hervormingen ook nodig waren, hij had meer moeten overleggen, masseren en temporiseren. Een van zijn voorgangers, Alain Courtois, vergeleek de werking van de KBVB achttien jaar geleden met die van de politiek. 'De Belgische Voetbalbond is de grootste democratische bond van het land', zei hij in mijn 'Blunderboek'. Van onze politiek weten we dat de besluitvorming lang duurt, dat beslissingen achteraf nog vaak worden teruggedraaid en dat er compromissen worden afgesloten waar niemand onverdeeld gelukkig mee is.

Martens wilde het Belgische voetbal besturen als een modern bedrijf, met een heldere structuur, korte beslissingslijnen en directe communicatie. Hij raakte echter verstrikt in het web van de 'politieke fracties', zoals hij de profclubs blijkbaar zelf noemde, die hem vleugellam probeerden te maken, ongerust als ze waren over zijn hervormingsdrift, jaloers als ze waren op het sportieve en commerciële succes van de Rode Duivels. Omdat hij op sommige vlakken te snel en te weinig transparant was geweest, had Martens zijn doodgravers zelf de schop in handen gegeven. Foutje.

Daar is de processie van Echternach weer!

Wat nu? Te vrezen valt dat met Steven Martens ook de andere moderne managers de eer aan zichzelf zullen laten of eveneens de deur zullen worden gewezen en dat de processie van Echternach na vier jaar opnieuw verwelkomd zal worden in het bondsgebouw. De Pro League dreigt er al langer mee om zich af te scheuren, liefst nog met de scalp van de nationale ploeg in handen. Die machtsstrijd zal nu open en bloot uitgevochten worden.

Bondsvoorzitter François De Keersmaecker zal zijn eeuwige glimlach nodig hebben om optimisme uit te stralen, maar de man is binnenkort zelf verwikkeld in een verkiezingsstrijd en het onmiskenbare feit dat hij Martens en de andere nieuwe gezichten vier jaar lang de hand boven het hoofd heeft gehouden zal hem niet in dank worden afgenomen.

Het cynische aan de hele affaire is dat Steven Martens vooral werd afgeserveerd onder impuls van Bart Verhaeghe (Club Brugge) en Roland Duchâtelet (Standard), twee gerenommeerde bedrijfsleiders maar vooral clubvoorzitters die in hun eigen voetbalomgeving kozen voor een hap-snapbeleid dat getuigt van weinig visie, veel impulsiviteit en een iets te grote hervormingsdrift. In hun eigen speeltuin eisen ze de alleenheerschappij, in de voetbalbond willen ze vooral gedweeë bestuurders aan de top. Mensen die graag een glas drinken en alles bij het oude laten.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post594