Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Rust zacht, Rik

SportGeplaatst door Frank Van Laeken vr, februari 06, 2015 12:14:40

84. In de volksmond spreekt men dan van een mooie leeftijd. Rik Coppens heeft langer geleefd dan de gemiddelde man, maar hij heeft voor velen ook oneindig veel meer betekend dan de gemiddelde man. Lees de hommages in de kranten en u weet wat ik bedoel. De Wereld Vandaag op Radio 1 spendeerde een vol uur aan het overlijden van de allereerste Gouden Schoen uit de geschiedenis. In de tv-journaals zat hij helemaal vooraan. Er werd over hem gepraat in Reyers Laat, er zat een compilatie van zijn pittigste uitspraken in Terzake en de documentaire Ik, Rik uit 1998 werd heruitgezonden op Canvas. Als Beerschotsupporter - grote Antwerpse mond, maar intussen toch ook het besef dat het al meer dan vijfenzeventig jaar geen grote club meer is - heb je geleerd om te relativeren, maar dat hoefde nu even niet: de kleurrijkste speler uit de paarswitte historiek werd door iedereen op gepaste wijze gehuldigd. Mooi. Een warme gloed van trots daalde over me heen. Dát, en intense droefheid.

***

84. Ook mijn grootvader langs moeders kant bereikte die - ach, laten we 't verschrikkelijke adjectief maar gebruiken - 'gezegende' leeftijd. Hij overleed in de zomer van 1992, zodat hem bespaard bleef dat zijn Beerschot, dat van het stamnummer 13, zeven jaar later definitief zou verdwijnen. Bompa nam mij op mijn zevende voor het eerst mee naar den Beerschot en de magie van dat moment koester ik bijna vijftig jaar later nog altijd. Die weg naar dat ontzagwekkende stadion! Die volle tribunes! Die mannen in kostuum, zelfgerolde sigaret in een mondhoek, verwensingen over het belabberde spelniveau kauwend, mijmerend over betere tijden! Verhalen over de tijd van Coppens kreeg ik samen met de havermout op zaterdagochtend ingelepeld. Ik smulde ervan, wou ze steeds opnieuw horen, ook al kon ik ze onderhand zelf navertellen. Ik kon me zo de beelden voor mijn ogen toveren van Rik Coppens die met de hiel scoorde tegen Antwerp, Rik Coppens die na een maandenlange afwezigheid zijn wederoptreden maakte bij de reserven voor elfduizend toeschouwers, Rik Coppens die tegenstanders treiterde en belachelijk maakte, Rik Coppens die drie strafschoppen binnenschoot tegen Jean Nicolay van Standard nadat hij hem telkens eerst had gewezen in welke hoek hij zou trappen, Rik Coppens die een penalty met een hakje scoorde, Rik Coppens die een strafschop in drie tijden verzon bij de Rode Duivels, Rik Coppens die in een vriendschappelijke wedstrijd tegen het Santos van Pelè met een retro de eerreddende treffer maakte (uitslag: 1-10). Dat Rik Coppens ook wel eens opdook in de bekende uitgaanscafés van Antwerpen had ik dan weer van mijn moeder vernomen. Rik was alomtegenwoordig in Antwerpen, hij was het übermanneke, een rebel without a cause in het tijdperk van de rock 'n' roll, al hield ie zelf meer van jazz, Duke Ellington voorop. De koning van het Kiel hield van de hertog van de jazz. Nu Rik Coppens dood is voelt het een beetje alsof mijn eigen bompa ook voor de tweede keer is gestorven. De tranen zijn ook voor hem.

***

84. Het was dertig december in dat Orwelliaanse jaar en de stenen vroren uit de grond. Samen met enkele vrienden had ik een bescheiden evenement opgezet om de hongerlijdende kindjes in de Sahel een zakcent te bezorgen. Sahelp, ja, er was over nagedacht, maar niet al te lang. Een voetbaltoernooi moest het worden, uiteraard in het Olympisch Stadion, al was het maar om ooit zelf één keer de heilige grond te kunnen betreden. Ons gelegenheidselftal nam het in de eerste wedstrijd op tegen de veteranen van Beerschot. Ik had een tactiek bedacht waarop José Mourinho vandaag jaloers zou zijn: 5-4-1, met twee libero's. Onze voorstopper, Dirk Vermeiren, die toen nog niet wist dat hij later Turkijecorrespondent zou worden voor de openbare omroep, kreeg als opdracht om strikte mandekking toe te passen op Rik Coppens. Dat irriteerde de ster van het Kiel mateloos. 'Seg, waddis da joeng, mandekking oep ne mens van vierenveftig, zedde nie beschomd?' Ik denk dat hij tijdens die match maximaal, en naar boven afgerond, tweehonderd meter heeft gelopen, de verplaatsingen van en naar de kleedkamer inbegrepen. Maar hij zette wel met één geniaal overstapje Jos Smolders op weg naar het enige doelpunt van de wedstrijd. En ik had toch maar mooi tegen de grote Rik Coppens mogen spelen, al heb ik niet veel meer gezien dan die fameuze kont.

***

Bijna drie decennia later werd ik woordvoerder van Beerschot AC. De eerste thuiswedstrijd van het seizoen 2011-2012 gaf Rik Coppens de aftrap, in de gietende regen. De man die jaren niet meer welkom was op het Kiel - de toenmalige eigenaren hadden hem zijn vaste stek op de tribune ontnomen, vandaag zijn die heren overigens de doodgravers van de club met stamnummer 1 - werd door zevenduizend mensen in de armen gesloten. Rik was terug, Beerschot was terug, of toch tenminste: het 'gevoel' Beerschot. Het bestaat vandaag nog altijd, overleefde in KFCO Beerschot-Wilrijk na het tweede faillissement uit de clubgeschiedenis.

Een Nederlandse sportjournalist belde me in november 2011 omdat hij ontdekt had dat niet hun Johan Cruijff maar onze Rik Coppens de bedenker was van de strafschop in drie tijden en dat wilden ze toch even rechtzetten. Of we 'meneer Coppens' niet even wilden contacteren om een korte re-enactment te draaien bij wijze van Wiedergutmachung. Dat wilde ik wel doen, maar vervolgens bleef ik minutenlang naar het telefoontoestel staren. Ik, de grote Rik Coppens bellen? Er was meer dan vijf minuten sportieve moed voor nodig om het nummer te vormen.

'Meneer Coppens, 't is hier Frank Van Laeken, van den Beerschot.'

'O ja, veur waddist?'

'Er zijn Hollanders die graag die penalty in drie tijden zouden willen laten naspelen om ook voor hun tv-kijkers duidelijk te maken dat het geen origineel idee van Cruijff was.'

'O ja, neeje, want ik was ierst hé, daddis just.'

'Zoudt ge dat willen doen, meneer Coppens?'

'Goh, ja, misschien wel. Betoale die gaste doarveur?'

'Euh, ik zal het eens vragen, maar ik vrees ervoor.'

'Joa, 't zen 'Ollanders veur iet hé!'

Het is er niet van gekomen. Hij werd ziek, was enkele weken bedlegerig en had achteraf geen zin meer in een gratis filmpje met Nederlandse reporters. Maar hij bleef vriendelijk, was niet de astrante (dank aan Carl Huybrechts om dit woord opnieuw te lanceren), barse, cynische dwarsligger uit de Seefhoek, die hij werd wanneer de tv-camera begon te draaien. Dan speelde hij een rolletje om zijn imago te kunnen behouden.

***

De koning is dood en er is niemand in zicht om hem op te volgen. Het had symbolisch geweest dat hij op een vrijdag de dertiende - de dertien van 'zijn' Beerschot - ten grave gedragen zou worden. Het wordt nu zaterdag de veertiende. Valentijnsdag. Omdat iedereen op het Kiel van hem is blijven houden, ook al kennen de meesten hem alleen maar van horen zeggen, van de verhalen die hún grootvaders zijn blijven vertellen. In onze paars verkleurde herinnering schudt de Elvis van het Olympisch Stadion nog één keer uitdagend met de heupen, de kont lichtjes naar achteren overhellend, de beau monde bewust choquerend. Rust zacht, Rik. En mede namens mijn bompa: dank je voor zoveel mooie momenten.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post591