Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Leve de bedrijfswagen!

EconomieGeplaatst door Frank Van Laeken do, december 04, 2014 13:02:30

Eerlijk gezegd, ik wist het niet. Dat van dat fiscale gunstregime voor bedrijfswagens, bedoel ik. En vooral niet dat het per jaar 4,1 miljard euro aan Vadertje Staat kost. Aan u en mij, dus. Slimmeriken hebben berekend dat dit 1,2 procent van het bruto nationaal product is. Stel je maar eens voor dat de overheid dat geld in het openbaar vervoer pompt, ja, daar heeft u niet van terug, gok ik.

***

Ik heb niets tegen bedrijfswagens. Zou ook een beetje hypocriet zijn als je weet dat ik vijftien jaar van mijn leven gebruik heb kunnen maken van zo'n voordeel in natura op vier wielen. Al leek ik eerst niet voorbestemd om mij op de weg te wagen en uren in de file stil te staan.

Dat zit zo. Ik was (en ben) een lichtgroene jongen, die vlakbij de grote stad - denken tenminste alle inwoners ervan - Antwerpen woonde en ervan uitging dat hij de rest van zijn leven met het openbaar vervoer kon geraken waar hij maar wilde en wanneer hij maar wilde. Neen, voor verregaande naïviteit werd je destijds nog niet gecolloqueerd.

Ook toen ik op mijn zevenentwintigste begon te werken (ja, da's rijkelijk laat, maar: een jaar gedubbeld, absoluut gewetensbezwaarde willen worden, twee jaar moeten wachten tot die burgerdienst eindelijk kon beginnen en dan twintig maanden je geweten sussen in omgevingen die evenveel trouw aan het gezag vereisten dan het leger) dacht ik: met de trein, zal ik er zo zijn. Het station van Berchem lag inmiddels op wandelafstand en Halle is nu ook niet bepaald het einde van de wereld. Tot er op die eerste job van mij verwacht werd dat ik wel eens verplaatsingen maakte naar andere afdelingen van het bedrijf. Halle-Huizingen: met de auto is dat hooguit tien minuten. Met de trein was dat van deur tot deur toch algauw een uur.

Dan toch maar een rijbewijs behaald en met de van mijn ouders geërfde Oost-Europese tank beginnen pendelen. Geleerd dat het ding bij 140 per uur op het derde rijvak vreemde geluiden begon te maken. Drijfriem gesprongen, klapband, enfin, ik wil u niet vervelen met mijn escapades op de openbare weg. Ze zijn talrijk en ze zijn hilarisch, maar dat is misschien voor een ander moment.

In 1988 kreeg ik mijn eerste bedrijfswagen. Mijn loon ging van heel laag naar een klein beetje hoger, maar die auto op kosten van de zaak, inclusief tankkaart, was wel een dikke vette plus. Een Volkswagen Golf, daarmee kon ik 140 sjezen zonder dat er heel snel iets kapotging. Al lag er nu af en toe een briefje van de politie in de bus.

Een gemak, beste lezer, dat is het: je hoeft er nauwelijks iets van mechaniek voor te kennen, het kost je niets en je hebt een groot vrijheidsgevoel. Even over en weer naar Parijs om een concert van Billy Joel mee te pikken? Geen probleem, snel tanken en we konden vertrekken. En dat allemaal op kosten van mijn sympathieke werkgever.

***

In 1992 veranderde ik van werk. Ik kon een pak meer verdienen, maar er zat geen bedrijfswagen in het pakket voordelen in natura. Dus moest ik halsoverkop op zoek naar een tweedehands auto. Die vonden we bij een toenmalige (!) vriendin, die van haar versleten Honda Civic af wou. Veertigduizend frank (duizend euro voor wie jonger is dan twintig en geen levendige herinneringen aan de Belgische frank heeft), het leek een koopje.

Leek. Al bij de eerste verplaatsing van Halle, waar ik intussen woonde, naar Antwerpen, waar ik dus vandaan kwam, bleek het knaloranje onding een eigen wil te hebben. De choke, die je normaal een dikke minuut moest uittrekken tot de motor goed en wel op temperatuur was, moest ik zeker wel een half uur zijn werk laten doen. Stilstaan voor een rood licht was elke keer opnieuw bidden dat het pruttelende geluid van de motor niet de voorbode was van stilvallen.
En, ja hoor, op het einde van mijn eerste werkdag viel het onding dat men ten onrechte nog auto noemde stil voor de eerste rode lichten op de A12. Gsm's bestonden nog niet, naast de snelweg stonden van die oranje cabines van waaruit je de helpdiensten kon oproepen. 'Roepen' moet u in deze letterlijk nemen. Probeer maar eens boven het gebrul van honderden passerende auto's uit te komen en de meneer aan de andere kant van de krakende lijn duidelijk te maken waar je staat en wat je precies voor hebt. "MOTOR STILGEVALLEN. EERSTE RODE LICHTEN A12. NEEN, EERSTE LICHTEN. RICHTING BRUSSEL, JA. BRUSSEL, NIET ANTWERPEN. HONDA CIVIC. HONDA. H-O-N-D-A. NUMMERPLAAT? WACHT IK GA EVEN KIJKEN. DAT IK GA KIJKEN. SECONDJE."

***

Daarna werd ik zelfstandig journalist en erfde ik weer een wagen van mijn ouders, die ik al tijdens de eerste winter tegen twintig per uur in een flauwe bocht over een ijsplek richting een vrachtwagen deed schaatsen (ik ben niet goed in cadeaus soigneren). Volgden: een koppel lease-wagens en, vanaf 2001, opnieuw bedrijfswagens. Al combineerde ik het bezit van een bedrijfswagen waar mogelijk toch met pendelen met trein en tram, waar ze op het werk wel vreemd van opkeken. Een niet bedrijvige bedrijfswagen, dat hadden ze nog maar zelden gezien.

Je rijdt op kosten van de zaak, op een kleine maandelijkse bijdrage na, je tankt wanneer dat nodig is, eveneens op kosten van het bedrijf, en als je een aantal duizenden kilometers hebt gereden, lever je het blikken monster een dagje in bij de garage, de baas betaalt toch. Makkelijk zat. Ik ben nu eenmaal niet het soort mechanische maniak die elke zaterdagochtend in het zicht van de volledige buurt zijn wagen kuist, ik installeer geen spoilers, hecht eigenlijk weinig belang aan paardenkracht en dat soort futiele details. Zo lang ik maar comfortabel en veilig kan rijden en er - vooral - een goede muziekinstallatie aanwezig is.

Tot ik in juni 2012 zonder werk viel. Vervelend. Sindsdien doen we het met één wagen voor twee. Dat lukt ook, met een treinhalte op tien minuten stappen en mits goede onderlinge afspraken.

Ik vind dat wel prettig, opnieuw lichtgroene jongen zijn en zo vaak mogelijk het openbaar vervoer gebruiken, al ben ik niet meer zo naïef als dertig jaar geleden om te denken dat ik overal vlot zal geraken. En als ik in de nabije toekomst weer een vaste job zou hebben, zeg ik niet neen tegen een bedrijfswagen. Als de consequentie is dat ik dan zelf een groter stuk zal moeten bijdragen, dan is dat maar zo. Want ik zeg wel neen tegen die vier miljard overheidsgeld.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post557