Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Ben Bradlee (1921-2014)

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken do, oktober 23, 2014 12:13:33

Ben Bradlee is dood. De man was 93, op zich is zijn heengaan niet echt een verrassing, want hij was al een tijdje de gemiddelde leeftijd die mannen halen gepasseerd. U kent deze in Boston geboren Amerikaan niet? Dat is geen schande, alhoewel.

Benjamin C. Bradlee was tussen 1968 en 1991 hoofdredacteur van de respectabele Washington Post. Drieëntwintig jaar een dagblad leiden, dat is iets uit het verre verleden. Tegenwoordig ligt de houdbaarheidsdatum van een hoofdredacteur eerder rond de 23 maanden. Bradlee was al 47 toen hij promoveerde tot hoofdkaas van de kwaliteitskrant. Tegenwoordig worden redacties geleid door jonkies die amper de dertig voorbij zijn. De tijden veranderen.

Als u Bradlee niet kent, dan kent u wellicht wel de acteur Jason Robards, de rijzige man met het grijswitte haar die Bradlee gestalte gaf in de film All The President's Men. Of heeft u zich ook daar vooral geconcentreerd op de helden van het verhaal, de heren Robert Redford en Dustin Hoffman, alias Bob Woodward en Carl Bernstein? Het trio Bradlee-Woodward-Bernstein werd wereldberoemd nadat ze het Watergateschandaal hadden blootgelegd en zo aan de basis lagen van het aftreden van president Richard 'Tricky Dicky' Nixon op 8 augustus 1974. Woodward en Bernstein door het verhaal uit te spitten en de minutieuze reconstructie van de gebeurtenissen, Bradlee door hen de hand boven het hoofd te houden en de artikels te publiceren.

Ik was vijftien en wist nog niet goed wat ik met mijn leven zou aanvangen. Ik kon een rolmodel goed gebruiken en kreeg er plots twee voor de voeten geschoven. Verre Amerikanen die tegen de stroom in, als ware zalmen, onkiese praktijken in het openbaar gooiden. Ik wilde ook zo'n held worden (wist ik veel hoe het journalistieke vak in elkaar stak!).

Pas veel later leerde ik de rol van Ben Bradlee appreciëren. Een man die onder immense druk moet gestaan hebben: van zijn hiërarchische overste, van zijn raad van bestuur, van de republikeinse partij, van de entourage van de president, van rechts Amerika dat wat blij was met de vreemde snuiter Nixon als uithangbord. Net als in de film blijkt hij in het echt ook arrogant en kortaf geweest te zijn, een eigenschap die blijkbaar nodig is om het zootje ongeregeld dat een redactie doorgaans vormt deskundig te kneden. Maar hij deed vooral iets wat hoofdredacteuren veel te weinig doen: hij bleef achter zijn medewerkers staan toen de bewijzen zich opstapelden. Hij likte niet naar boven en stampte niet naar beneden, zoals gebruikelijk is. Zo werd Bradlee een derde rolmodel voor mij.

Als ik in een dipje zit en even mijn twijfels heb over een professioneel bestaan als journalist, zet ik de dvd van All The President's Men op. Ik heb de film dan ook al ontelbare keren gezien. Sommige scènes kan ik bijna naspelen. En hoewel het einde volstrekt voorspelbaar is geworden, blijf ik meeleven met de queeste van Woodward en Bernstein en vind ik die Bradlee steeds sympathieker, als je tenminste achter dat hautaine masker durft kijken. All The President's Men is niet mijn absolute lievelingsfilm, staat niet op 1 in mijn Top 10 Aller Tijden, maar het is wel de film die mij erbovenop helpt wanneer dat nodig is.

Wat ik me gisteren na het bericht van Bradlees overlijden afvroeg: zou iemand als hij ook vandaag nog kunnen functioneren? Of zou hij zichzelf moeten wegcijferen voor opdringerige marketeers die de mediawereld steeds meer in hun greep hebben? Zou hij de Woodwards en Bernsteins van 2014 zich voluit op dit dossier laten storten of zouden ze meer moeten renderen en elke dag hun actualiteitsstukje plegen? Zou hij de krant naar zijn hand kunnen zetten of zou hij, net als de meeste hoofdredacteuren van nu, een passant zijn die hier en daar een eigen accentje kan leggen in afwachting van de volgende carrièresprong?

Wat ik wel zeker weet: vandaag zou het onmogelijk zijn om zo lang in de grootste geheimhouding aan zo'n gevoelig dossier te kunnen werken. Flarden nieuws zouden al heel snel uitlekken op sociale en andere media. Nixon zou veel rapper in zijn blootje hebben gestaan, maar hij zou ook alerter hebben kunnen reageren en zijn verdediging laten opbouwen door een legertje peperdure advocaten. 'Nietsvermoedend' bestaat niet meer. Onderzoeksjournalistiek, helaas, ook bijna niet meer.

Ik dank Ben Bradlee voor de inspiratie en ik hoop dat ik in mijn eigen elf jaar als hoofdredacteur toch heel af en toe blijk heb gegeven van een sprankeltje onafhankelijke geest en opstandigheid tegen het establishment. Al vrees ik ervoor, ingekapseld als ik de hele tijd was in een middelmatige B-film, All The Marketeer's Men. Ik voel een dipje opkomen, toch maar weer eens die dvd uit de kast halen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post526