Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

"Rik is een rat"

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken ma, september 15, 2014 13:23:22

"Rik is een rat" stond er te lezen op de reusachtige kartonnen handen die alle toeschouwers bij het binnenkomen van het enige Olympisch Stadion dat ons land rijk is ontvangen hadden. Voor een buitenstaander zou het als de ultieme belediging kunnen geklonken hebben, vooral toen uit duizenden kelen ook nog eens "Rikske is een rat, olé olé" weerklonk, terwijl de mensen enthousiast met het gekregen hand zwaaiden naar een paarswitte Mini die op het stukje asfalt naast het terrein reed. Op de zijkant stond het nummer dertien.

Het was zaterdag 13 september, het oude stamnummer van het teloorgegane Beerschot was 13 en in de kleine auto zat achteraan Rik Coppens, "de koning van het Kiel" zoals we met zijn 6.482 konden lezen in de eveneens gratis uitgedeelde Gazet van Rik. Geen rat, maar een levende legende van het Belgische voetbal, wereldberoemd in Antwerpen, berucht daarbuiten. "Ratten", zo dachten de vijandige supporters van Antwerp FC (stamnummer 1) ooit, dat is het laagste van het laagste in de dierenwereld en dus probeerden ze er de hevige supporters van die andere club die de bijnaam 'Ploeg van 't Stad' claimt tot in het diepste van hun wezen mee te schofferen. Die pikten de "ratten" op en maakten er een geuzennaam van, zodat nu meerdere keren op zo'n voetbalavond uit volle borst "Waai zen Kielse ratte, waai zen ratte van 't Kiel" wordt gebruld.

"Rik is een rat" is dus niet de ultieme belediging, maar de bevestiging dat hij "één van ons is". Iedereen die ooit het paarswitte shirt heeft gedragen, is een rat, of was dat toch voor hij andere oorden opzocht. Als er iemand je in de omgeving van het Olympisch Stadion rat noemt, moet je dat vooral koesteren.

Tik op YouTube "penalty 3 tijden" in en u weet meteen wie Rik Coppens was. In een interland tegen IJsland uit 1957 presteerde hij het om vanop de stip een tikje opzij te geven naar een medemaat, die het leer (toen mocht die bal met recht en reden nog "het lederen monster" worden genoemd) netjes teruggaf, waarna Coppens de bal eenvoudig voorbij de verbouwereerde doelman schoof. Tik op YouTube "rik coppens" in en je vindt een paar memorabele andere acties terug van de man die de allereerste Gouden Schoen won en voor wie de voetballiefhebber destijds speciaal naar het Kiel ging. Toen Coppens langdurig geblesseerd was en na maanden zijn rentrée maakte bij de reserven van Beerschot, zaten er negenduizend van de pret joelende mensen op de tribunes. Een unicum.

Jongen van de Seefhoek, zoon van vishandelaren, jazzliefhebber, levensgenieter, onwaarschijnlijk zelfbewust, cynicus, überAntwerpenaar, Rik Coppens is het allemaal. Maar die 84 levensjaren zitten in de knoken. De kont staat niet meer naar de vergeefs naar de bal happende tegenstander gedraaid, de ogen staan niet meer uitdagend in hun kassen, de tong staat wat vaker stil dan dat ze ratelt, de blik is op oneindig gericht, hij schuifelt meer dan dat hij stapt. De man die een God was voor mijn grootvader zaliger, wiens verhalen een flink deel van mijn jeugd paarswit hebben gekleurd, is een sterfelijk wezen geworden. Dat werd zaterdag pijnlijk duidelijk.

De cynicus in mij zou het een beetje zielig gevonden hebben, die huldiging met die nep-Gouden Schoen en de moeizame aftrap (laten we het een schijnbeweging noemen), maar die cynicus had ik zaterdagavond thuis gelaten. Geef toe, "Cynicus is een rat, olé olé", het klinkt niet. De sarcast in mij zou het handige marketing genoemd hebben, om bij de eerste thuiswedstrijd van het seizoen veel volk naar het Kiel te lokken, maar ook die sarcast had de trip naar Antwerpen niet gemaakt. (Ook "Sarcast is een rat, olé olé" bekt niet lekker!) De supporter in mij ("Frankske is een rat, olé olé", ja, waarom niet?) kreeg kippenvel en voelde enig vocht in de ogen toen de wagen met Coppens voor de spionkop parkeerde en die hem bedankte met een Antwerps-Engelse versie van You'll Never Walk Alone, de primus inter pares onder de voetbalhymnes.

Heeft hij het allemaal ten volle beseft, de koning van het Kiel? Ik betwijfel het, maar wat maakt het uit? Zoals zo vaak is het het gebaar dat telt. Het respect. Die diepe buiging van 6.482 toeschouwers (zelfs de meer dan honderd fans van Witgoor Dessel hadden een mooi spandoek gemaakt!) voor iemand die ze, op een paar oude knarren na, nooit zelf hebben zien spelen, maar over wie hun grootvaders 's zondags bij de koffie en de taart onvergetelijke verhalen vertelden. De mens Rik Coppens mag dan wel van vlees en bloed zijn en ooit tot stof en as moeten wederkeren, de legende is dat niet: die is onsterfelijk.

(KFCO Beerschot Wilrijk - Witgoor Dessel eindigde overigens op 3-0. In de eerste helft werd er zó traag gevoetbald, dat je dacht dat het uit respect was voor het voetbal uit de jaren vijftig, maar de enige die Coppensiaans met zijn kont schudde was een kleine, vinnige zwarte speler van de bezoekers. Mensah heette die, een slimme voetballer. In de loge moet Rik Coppens iets van zichzelf in die jongen herkend hebben.)



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post493