Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

"Ik heb het lot bezongen maar nooit een cent gehad"

MuziekGeplaatst door Frank Van Laeken di, september 09, 2014 12:03:30

Geboren worden in het verkeerde tijdsgewricht, het is me wat. Er zijn mensen die zich veel meer zouden thuis gevoeld hebben ten tijde van de Romeinen of de oude Grieken. Anderen hadden liever in maliënkolder rondgelopen dan in een hedendaags plunje. Wie zich aansluit bij IS (of beter: de SS, Salafistische Staat), hoort eerder in de zevende eeuw thuis dan in de eenentwintigste. Alleen professor Barabas is een man van alle tijden.

Zelf had ik graag net na de Tweede Wereldoorlog het levenslicht gezien. Het kan vreemd klinken, nog anderhalf decennium ouder zijn dan ik in werkelijkheid al ben, maar als ik iets jammer vind dan is het dat ik de golden sixties alleen maar geleefd en niet beleefd heb. Ik was 1 toen dat tijdperk, waarin heel veel kon en weinig mocht, begon en 11 toen het werd afgesloten. Ik heb The Beatles en The Rolling Stones, JFK, mei '68, Martin Luther King en de Summer of Love pas jaren later ontdekt. Alleen Eddy Merckx en de eerste man op de maan heb ik bewust meegemaakt.

Geboren worden in het juiste tijdsgewricht maar desondanks je ding niet voluit kunnen doen, het is me nog iets anders. Het overkwam Wim De Craene, leerde ik maandagavond uit een aflevering van het onvolprezen Belpop op Canvas. De Craene was de juiste man op de juiste plaats in de jaren zeventig, toen kleinkunst gewaardeerd werd en eenzame mannen met baarden en gitaren minnestrelend Vlaanderen rondtrokken.

Zijn Rozane en Tim behoren tot het beste wat hier ooit op plaat is uitgebracht. De Vlaamse radio, een op muzikaal vlak achterlijk medium in de jaren zeventig, draaide de singles van De Craene zot, wat nochtans niet resulteerde in een groot commercieel succes. Wel in veel artistiek respect, toch al iets voor een jonge hemelbestormer uit Melle. In de jaren tachtig verdween De Craene, ondanks al dat talent en mede dank zij zijn onverbeterlijke dwarse karakter, naar de achtergrond. Hij week af van het singer-songwriter-pad, ging experimenteren met zogezegd toegankelijker werk en werd daardoor nog minder populair. Het leidde tot verarming, marginalisering, fout afgelopen liefdesaffaires en een diepe depressie.

Twee keer heeft Wim De Craene mijn pad gekruist. In de lente van 1987 was dat letterlijk. Samen met twee vrienden en in het zog van Live Aid, Band Aid en nog heel wat andere Aids in de wereld (ook die ziekte, ja), hadden we het idee opgevat om iets te doen aan de armoede en de honger bij jonge Afrikaanse kinderen. Child Aid was geboren. Een klein festival met Vlaamse zangers werd op poten gezet in de Antwerpse Arenbergschouwburg. Jan De Wilde deed mee, Wim De Craene, die een paar maanden voordien alweer een nieuwe muzikale weg was ingeslagen met het radiovriendelijke Breek uit jezelf, was de top of the bill. Andere namen schieten me niet meer te binnen.

De zanger zag er afgeleefd uit. Nu begrijp ik waarom: hij had drie jaar door de muzikale woestijn gestrompeld, had net ternauwernood een kanjer van een depressie overleefd. Hij was moe. Moe van het leven, moe van tegen de bierkaai te moeten blijven vechten, moe van een ongetwijfeld intens nachtje wallebakken een half etmaal voordien. En zo belandde deze ondergewaardeerde grootheid op een slecht georganiseerd festivalletje, waarvoor ik verantwoordelijk teken. Sorry, Wim.

Om zoveel mogelijk geld over te houden voor het goede doel (we waren de Flair niet!), bespaarden we op alles en nog wat. We kregen de zaal aan een gunsttarief, de artiesten kwamen gratis spelen, voor de P.A.-installatie hadden we een eenmansbedrijf ingehuurd. U moet dat letterlijk interpreteren: één man die voortdurend heen en weer holde van het mengpaneel in de zaal naar het podium om het geluid te regelen. De wachttijden waren enorm, de artiesten verbroederden vrolijk achter de coulissen, het publiek in de zaal onderging het goedbedoelde amateurisme, er waren niet al te veel klachten. Er was dan ook niet al te veel volk (de organisatie scheurde er alsnog haar broek aan...). Tegen dat het aan Wim De Craene was, was het al bijna middernacht en kon je het aantal mensen in de zaal op de vingers van de handen van de drie organisatoren tellen. Hij hield het op een beleefde set van een nummer of vijf, nam vriendelijk afscheid van het beleefde publiek en gaf ons nog een bemoedigend schouderklopje, alsof hij wilde aangeven dat hij het had begrepen: in het onverschillige Vlaanderen van de jaren tachtig was geen enkel initiatief bestand tegen de algemene apathie en gelatenheid.

Drieëneenhalf jaar later 'ontmoette' ik Wim De Craene opnieuw, dit keer als onderwerp van een nieuwsbericht op de radio. Overleden, zo zei de nieuwslezer. Hij werd veertig jaar oud, zo voegde hij eraan toe. Zelfmoord, zo las je de dag nadien in de krant, al had ik die 15de september 1990 weinig tijd om artikels uit te pluizen, druk in de weer als ik was met de organisatie van Flanders Pop, een festival waarop de crème de la crème van de Belgische pop- en rockwereld twee dagen lang van jetje gaf in de Brielpoort in Deinze, toen nog een beetje het centrum van de Vlaamse muziekwereld. De organisatie was dit keer perfect, al zeg ik het zelf, maar het publiek bleef weer grotendeels weg. Toch één op de twee in orde dit keer!

Ik zag in Belpop voor het eerst de beelden van de tegennatuurlijk hossende De Craene op het podium van het prille Tien om te Zien in die zomer van 1990: Enkel in een broekje heette het onding dat hij daar opvoerde, in een amechtige poging om de platvloersheid van de Vlaamse muzieksien van dat moment te benaderen en eindelijk ook een zakcent te verdienen met zijn muziek. Hij moet duizend doden gestorven zijn van schaamte. Een paar weken later was hij echt dood.

"Dat je altijd begrepen wil worden, maar slechts één taal spreekt. Dat de wereld niet meer luistert en jij voor altijd zwijgt", tweette Het Laatste Nieuws-columnist Jan Devriese na de uitzending. "In ieder interview met Wim De Craene dat ik me herinner las je hoe de Dood achter elke regel meegluurde. Eeuwig zonde", stuurde @schwalbekoenig de Twitterwereld in. Juiste woorden met de juiste toon waar ik liefst niets meer aan toevoeg.

In het juiste tijdsgewricht muzikaal actief zijn en onbegrepen blijven, dat moet een onmenselijk kruis zijn om dragen. En dus lieten we je met z'n allen los, Wim. Van daaraf moest je gaan. Met vallen en opstaan. Een dwarsligger in de massa meelopers. Een romanticus tussen al die mensen die weigeren te dromen of zelfs te leven en wier aardse bestaan o zo voorspelbaar is. Een briljant tekstschrijver wiens rake woorden alleen maar een beperkt, noem het gerust: select, publiek wisten te bereiken.

Negenendertig jaar na datum kerft de tekst van Tim nog altijd diep in de ziel van de oprecht geïnteresseerde luisteraar. "Hoewel ik zelf geen lauweren aan dit meesterwerk verdien, / Ik heb het lot bezongen, van de knechten en de boer, / het kerre van de boerendochter, de blikken van de hoer, / de schoonheid van de morgen, het ontwaken van de stad / Ik heb dit wel bezongen maar nooit een cent gehad."



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post489