Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Omgaan met probleemjongeren en jongeren met problemen

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken wo, april 24, 2013 09:45:42

In de reeks Horizon-studieprijzen heeft Uitgeverij SWP recent drie boekjes uitgegeven over probleemjongeren en jongeren met problemen. Horizon is een Rotterdams instituut voor jeugdzorg en speciaal onderwijs. De ongeveer honderd pagina's tellende dunne boeken zijn de gedrukte weergave van bekroonde doctoraalscripties die als thema jeugdzorg in de brede zin van de betekenis hadden. Het uiteindelijke doel van Horizon is het stimuleren van de wetenschappelijke ondersteuning van de hulpverlening aan jeugdigen met psychosociale problemen in Nederland.

Hoewel de studies slaan op een zeer specifieke Nederlandse situatie - respectievelijk in Amsterdam, Groningen en Arnhem - zijn de conclusies ongetwijfeld ook interessant voor Vlaanderen. Vlaamse kinderen en jongeren komen met dezelfde problematiek in aanraking als hun Nederlandse leeftijdgenoten. En dus zijn de conclusies ook interessant voor al wie bij ons bezig is met jeugdzorg. Of voor wie geïnteresseerd is in de materie.

***

In Onder de loep staat het afstudeerproject van Esther van Duin centraal. Van Duin onderzocht bij 212 12- tot 17-jarigen welke schokkende gebeurtenissen er in hun jonge levens waren gebeurd en hoe vaak dat tot een trauma leidde. Niet zo verwonderlijk is het overlijden van een familielid of vriend nog altijd de meest voorkomende traumatische gebeurtenis. Gepest worden, scheiding van de ouders, ziekte en ongeluk komen daar ver achter. Nog opvallender is dat seksueel misbruik en verwaarlozing minder vaak voorkomen dan we misschien wel denken (tenzij de ondervraagde jongeren niet altijd even eerlijk zijn geweest tijdens het invullen van de anonieme vragenlijst).

Eén op vijf jongeren maakt iets schokkends mee tijdens hun jeugd. Voor een ruime meerderheid onder hen leidt die schokkende gebeurtenis gelukkig niet tot posttraumatische stressklachten. 'Slechts' één op de drie krijgt daar na het beleven van een schokkende gebeurtenis mee te maken. Jongeren met traumaklachten hebben meer negatieve gedachten dan jongeren zonder traumaklachten. Negatieve gedachten komen meer voor bij meisjes dan bij jongens.

Van Duin, die vandaag als orthopedagoge verbonden is aan het Amsterdams academisch centrum De Bascule, dat psychiatrische zorg verleent aan kinderen, jongeren en hun gezinnen, is gespecialiseerd in diagnostiek en traumaverwerking. Ze pleit voor meer wetenschappelijk onderzoek rond posttraumatische stressstoornissen (PTSS), een diagnose die tot een kwarteeuw geleden nooit aan kinderen werd gerelateerd. Vandaag weten we, gelukkig, beter. En wanneer binnenkort DSM-5 uitkomt, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, het handboek, zeg maar: de bijbel, voor al wie mentale stoornissen onderzoekt, dan zal daar eindelijk meer rekening in worden gehouden met de ontwikkelingsfase van specifieke symptomen bij kinderen.

Uit de studie van Van Duin blijkt dat kinderen die van nature pessimistisch, introvert en extreem verlegen zijn, en die bovendien weinig zelfvertrouwen hebben, meer risico lopen op traumatische ervaringen. Het is aan de ouders om snel te detecteren of het kind worstelt met traumatische kenmerken na een schokkende gebeurtenis. Al is dat makkelijker gezegd dan gedaan, omdat kinderen hun gevoelens vaak verbergen uit schaamte.

Esther van Duin, Roos Rodenburg, Anne Marie Meijer, Ramón Lindauer, Julia Diehle - Onder de loep (Schokkende gebeurtenissen, nare gedachten en posttraumatische stressklachten bij jeugdigen) - Uitgeverij SWP, 104 pagina's, 15,90 EUR. ISBN: 978 90 8850 408 2.

***

In België bleef kindermishandeling heel lang onderbelicht. Het is pas sinds de zaak-Dutroux uit 1996 dat er veel meer aandacht naartoe gaat, soms zelfs té veel. De slinger is helemaal de andere kant op geslagen. Een organisatie als Child Focus zou in het pre-Dutrouxtijdperk gewoon ondenkbaar zijn geweest.

Ook in Nederland groeit de aandacht voor kindermishandeling en huiselijk geweld. De Maatschappelijk Juridische Dienstverlening (MJD) in Groningen is één van de recentere meldpunten die werd opgericht, met als leuze 'Geef mij een signaal'.

Onderzoek uit 2005 wees uit dat er in Nederland ongeveer drie op de honderd kinderen mishandeld worden. Drie procent, dat lijkt verwaarloosbaar, maar als je daar een absoluut getal op kleeft, wordt het plots iets massaals: 107.200 kinderen zouden dat jaar mishandeld zijn geweest. Dat ging van kleine incidenten tot gevallen waarbij een kind dodelijk slachtoffer was. In elk geval was het voor de Nederlandse overheid het signaal om prioriteit te geven aan een gecoördineerde aanpak van het probleem. Als gevolg daarvan werd een meldcode ingevoerd en ontstonden er verschillende meldpunten, o.m. dus MJD in Groningen, waarover drie onderzoekers een doctoraalscriptie schreven, die nu werd uitgegeven in boekvorm: Geef mij een signaal.

De meldcode is een stappenplan met richtlijnen voor het handelen van professionals bij vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld. Er is in de eerste plaats de signaalfunctie, maar bedoeling is uiteraard ook om preventief te werken. De auteurs concluderen na zeven jaar dat de aanpak werkt. 'Toch kunnen we op dit moment al duidelijk stellen dat een systematische, eenduidige en transparante werkwijze voor het reageren op kindermishandeling en huiselijk geweld heeft geleid tot het vaker en adequater ingrijpen door professionals. En dat werd tijd.'

Marjolijn Rijskamp, Barbara Dekker, Trijntje Roggen - Geef mij een signaal (Een meldcode voor kindermishandeling en huiselijk geweld) - Uitgeverij SWP, 104 pagina's, 15,90 EUR. ISBN: 978 90 8850 410 5.

***

Marjolein Baan en Jan Janssens zijn de auteurs van een derde boekje in de Horizon-reeks. De effectiviteit van residentiële zorg is opnieuw een bekroonde doctoraalscriptie, die onderzocht hoe probleemkinderen tijdelijk werden opgevangen in het in 2007 opgerichte Leerhuis, een residentieel opvangcentrum in Arnhem.

Nederland kent sinds 1989 het zogeheten 'zo-zo-zo-beleid' dat werd opgenomen in de Wet op de Jeugdhulpverlening. 'Zo-zo-zo' is er op gericht om de tijdelijke opvang van jongeren 'zo dicht mogelijk bij huis, van zo kort mogelijke duur en in zo licht mogelijke vorm' te laten verlopen. In het Leerhuis kunnen tot acht jongeren opgevangen worden, er zijn ook twee crisiskamers voorzien. Een team van pedagogische medewerkers (mentors) zorgt voor een directe begeleiding van de jongeren en daarnaast zijn een leidinggevende, een gedragswetenschapper en een ambulant medewerker betrokken bij de geboden zorg.

De geholpen jongeren worden kwalitatief getoetst op basis van tien prestatie-indicatoren (contact met thuis, woon- of verblijfplaats, school en/of werk, sociaal netwerk, vrijetijdsbesteding, financiën op orde, omgaan met middelen, politiecontacten, welzijn en gedragsproblemen). Als ze aan het eind van hun verblijf op zeven van die tien indicatoren de norm halen, wordt gesproken van een voldoende resultaat.

Wat opvalt is dat de probleemjongeren in dit boekje, en ook in de dagelijkse realiteit, worden beschouwd als 'cliënten'. De nadruk ligt niet zozeer op hun problematisch gedrag, maar op hun (voor)spoedige reïntegratie in de samenleving. Toch valt het op dat ongeveer de helft van die jongeren twee of meer keren te maken krijgt met een 'uithuisplaatsing'. Dat wijst erop dat follow-up minstens even belangrijk is als de zorg die ze krijgen tijdens hun plaatsing. Nochtans zijn de betrokken jongeren tevreden over de zorgverlening. In het Leerhuis gaven ze die zelfs een gemiddelde score van 7,4 op 10.

Marjolein Baan, Jan Janssens - De effectiviteit van residentiële zorg (Een follow-up-studie onder ex-bewoners van het Leerhuis) - Uitgeverij SWP, 80 pagina's, 13,90 EUR. ISBN: 978 90 8850 409 9.

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post155