Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Dromen van Emma

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken do, april 18, 2013 13:44:39

Een Duitser, verdorie. Beerschot heeft een Duitser gekocht! Antwerpen is nog geen volle vijfentwintig jaar bevrijd van den Duits; de komst van een Duitser, ook al is het er dan maar één dit keer, ligt toch nog een beetje gevoelig in de sinjorenstad. Dat die Duitser ook nog een stukje kan voetballen is slechts van tweede orde. Op school lachen ze een beetje met mij. 'Waddist, hemme ze ne Mof gekocht?' Ik reageer niet. Ik weet wel beter. De Duitser zal wel zelf antwoorden, met zijn voeten. Hoop ik.

Een stunt, dát is het. Beerschot heeft Lothar Emmerich gehaald. De voetbalredacteuren van de Volksgazet kunnen het maar niet geloven. Emmerich komt van Borussia Dortmund, één van de grootste clubs uit West-Duitsland, hij heeft er in tien seizoenen 126 doelpunten gemaakt in 215 wedstrijden. Maar wat echt opzienbarend is: hij speelde drie jaar voordien nog mee in de wereldbekerfinale op Wembley. 'Emma' is zijn bijnaam, schrijft de gazet. De supporters kunnen er maar beter aan wennen. Op 6 september 1969 zal hij zijn debuut maken, tegen Royal Standard Club Liègeois, de landskampioen.

***

Wat voorafgaat. Mijn tweede volledige voetbalseizoen, 1968/1969, nog altijd aan de hand van bompa (een tienjarige moet braafjes volgen in die dagen), begint fantastisch. De eerste thuiswedstrijd van het seizoen komt het grote Anderlecht op bezoek. En net als een jaar voordien worden die met rode kaken teruggestuurd naar Brussel: 2-1. Zoals iedereen weet: rood en paars dat gaat niet goed samen. Het is dus lachen met Van Himst en zijn kornuiten. Ha Ha Handerlecht! Dikkenekken!!!

Tegen FC Beeringen, nog met dubbele 'ee' dan, speelt Beerschot zijn eerste wedstrijd onder kunstlicht. Op een vrijdagavond nog wel. Als ik me goed herinner, wordt die match zelfs live uitgezonden op de BRT. Beerschot - Beeringen, wat een affiche voor televisie. Het heeft misschien wel met die twee beeren te maken, bedenk ik. Het heeft hoe dan ook iets magisch, want tot dan wordt er alleen door de grote ploegen in de Europabekers 's avonds gespeeld.

In thuiswedstrijden is Beerschot goed bij schot: 5-2 tegen Union Sint-Gillis, 8-2 tegen Malinois. Herman Houben schiet nog altijd sneller dan zijn schaduw en harder dan een kanon. Doelmannen sluiten extra verzekeringen af, vermoed ik, mochten ze ooit zo'n kogel op hun smikkel krijgen. Wat uiteraard niet gebeurt, want elke bal die van zijn rechtervoet vertrekt, verzeilt onveranderlijk in de winkelhaak. (Ja, herinneringen hebben de neiging om te verkleuren. Een Beerschot-supporter ziet ook in de jaren zestig alles veel paarskleuriger in dan het in werkelijkheid is.)

Maar dan begint de motor te sputteren. In de terugronde wint Beerschot nog welgeteld twéé wedstrijden. Op Anderlecht krijgt Jos Smolders er vijf om de oren, thuis tegen Standard drie. 'Zotte Smolders' is niet echt aan zijn beste jaargang bezig. Of zit er misschien meer achter? Na het seizoen zal hij de club in elk geval met slaande deuren verlaten, richting Schaarbeek, waar Crossing Molenbeek speelt. (Soms wordt er die dagen wat gemorreld met de geografie. Knap lastig is dat, zo zonder gps.)

Enfin, om een lang verhaal kort te maken. Beerschot eindigt 1968/1969 als veertiende, op twee na laatste. Bijna spelen de twee Antwerpse clubs het seizoen daarop in tweede klasse. Alleen FC Mechelen, Malinois voor de vrienden, en Daring doen het nog slechter. In de beker wordt er ook al niet gefeest. Het jaar voordien nog de finale gespeeld, nu in de tweede ronde uitgeschakeld door Lierse. (In de eerste ronde won paarswit van Lyra, het was dus eerder de Beker van Lier dat jaar. Ook al omdat Lierse in mei '69 de beker zal winnen.)

***

Het moet beter. Daar is iedereen het over eens. En dus besluit het bestuur om de spelersgroep duchtig onder handen te nemen. Er komt een Duitser, Lothar Emmerich. Wat zeg ik? Er komen twéé Duitsers, want ook de nieuwe doelman, Helmut Brösch, komt uit het oosten. Er is ook een Hongaar (Károly Krémer), een Deen (Kaj Poulsen), een Joegoslaaf (Bozidar Ranogajec), een Nederlander (Henk van Meteren), een Fin (Arto Tolsa) en een Limburger (Jef Maussen). Een heel vreemdelingenlegioen. En we zijn dan nog in de tijd dat een ploeg maar drie buitenlanders op het wedstrijdblad mag zetten.

Na het experiment tegen Beeringen speelt Beerschot vanaf nu alle thuiswedstrijden op zaterdagavond bij kunstlicht. Dat heeft iets majestueus voor een tienjarige. Bompa en ik nemen in Merksem de bus naar de Rooseveltplaats en daar bus 50 richting Boom. Afstappen op de Boomsesteenweg en dan te voet naar het stadion, langs de Berendrechtstraat, waar een nonkel en tante wonen, en waar we nog snel goeiedag gaan zeggen en een pint drinken. Pardon, waar mijn bompa een pint drinkt en ik een glas limonade. En dan komen we aan bij het Olympisch Stadion, waar drie kwartier voor de aftrap de lichten al branden, wat dat magische decor nog feeërieker maakt.

Zes september van het jaar des Heren (ik ga dan nog biechten en zo) negentiennegenenzestig, eerste wedstrijd van het seizoen 1969/1970, thuis tegen kampioen Standard. 'Mission Impossible' titelt Volksgazet, want daar kennen ze hun tv-klassiekers. Bij Standard debuteert Christian Piot in doel. '21 jaar jong' schrijft Beerschot Echo, het clubblad dat mijn bompa bij het binnengaan van het stadion voor één frank heeft gekocht van een venter en dat ik gretig verslind. Piot is de opvolger van de legendarische Jean Nicolay, die veertien jaar doelwachter is geweest in Luik, en die in 1963 als eerste keeper de Gouden Schoen mocht ontvangen.

In de verdediging, van rechts naar links: de brok graniet Jacky Beurlet (die de reputatie heeft om elke tegenstander die passeert doormidden te trappen), de betonnen muur Léon Jeck (die de reputatie heeft om elke tegenstander die er nog maar aan denkt te passeren doormidden te trappen), de fijnbesnaarde Nico Dewalque ('de technisch onderlegde Limburger', lees ik, maar die toch ook wel een beetje de reputatie heeft om elke tegenstander die probeert te passeren richting Léon Jeck te duwen, met de gekende gevolgen) en man van staal Jean Thissen (die de reputatie heeft om elke tegenstander die zich binnen een afstand van drie meter waagt, met gestrekt been tegemoet te treden, waarna hij een blik van verstandhouding en een knipoog uitwisselt met zijn kompanen Jeck en Beurlet).

Op het middenveld: de kleine generaal Wilfried Van Moer, Gouden Schoen van 1966, daarna gezakt met Antwerp, overgestapt naar en kampioen geworden met Standard (een grote meneer van één meter zestig), en de lantaarnpaal Louis Pilot (een Luxemburgse reus die al meer dan vijf jaar in ons land speelt en daarom als een voetbalbelg wordt beschouwd, en die de reputatie heeft om zijn vrienden Beurlet, Jeck en Thissen zo weinig mogelijk werk te bezorgen en dus zelf de tegenstanders zo hoog mogelijk de lucht in trapt).

In de aanval, van rechts naar links: de dunne Léon Semmeling (de kapitein, die bij elk zuchtje van de linksback van de tegenstander gaat liggen, maar dat zo slim doet dat bijna elke scheidsrechter er met zijn twee voeten in tuint), de tovenaar Milan Galic (een Joegoslaaf die kan voetballen als een Joegoslaaf, dat wil zeggen: technisch knap, maar een beetje lui), de magiër Silvester Takač (nog een Joegoslaaf) en de Tsjech Ludovit Cvetler.

Neen, Volksgazet heeft groot gelijk, dit is 'Mission Impossible'. Alhoewel... In Mission Impossible winnen de goeden het altijd van de slechten. En zo geschiedt dus ook op die zaterdagavond. Beerschot speelt 'een spel van kat en muis' met Standard (wat ik een rare beeldspraak vind van Volksgazet). Lothar Emmerich glipt door De Muur, wordt net niet omhoog getrapt en dribbelt elegant de uitgelopen Piot, om de bal vervolgens rustig binnen te tikken. Eén-nul. Kan het?

Ja, het kan. Want in de tweede helft schudt Herman Houben nog eens zo'n bekende pegel uit zijn rechterbeen. Bam, in de hoek van het doel. Het haar van Piot staat recht door de windverplaatsing. En als kers op de taart doet Emmerich nog iets waar hij het patent op blijkt te hebben. Na een licht contact voor dood neerploffen, rustig recht staan en de vrije trap met links in de rechterbovenhoek van het doel krullen. Drie-nul. Het Kiel juicht om zoveel branie. 'De Duitser' is 'Emma' geworden, een kreet die dat seizoen nog vaak te horen zal zijn, want Emmerich kroont zich met 29 doelpunten tot topschutter van de Belgische competitie.

***

'Amai, dat was schone voetbal,' zegt bompa tegen een andere meneer met een grijze jas op bus 50. 'Ja, en dien Duitser ziet er ne goeien aankoop uit!' antwoordt de man. Ik kijk omhoog en luister aandachtig, al zal dat niet lang meer duren: ik word groter en ik wil ook wel meepraten met de grote mensen. Maar voorlopig vind ik het goed dat ik het bij knikken houd, en ik schuif trots mijn paarswitte sjaal over en weer rond mijn hals, want mijn ploeg heeft gewonnen. Tegen Standard! Uit Luik!!!

Terug bij de boma, waar ik blijf logeren wanneer Beerschot thuis speelt, vraagt die zich af waarom we zo vrolijk zijn. Boma heeft het niet zo voor de voetbal, al wordt ze omringd door familieleden en vrienden die over bijna niets anders praten, tenzij dan over de koers natuurlijk, want Eddy Merckx heeft een dikke maand daarvoor zijn eerste Tour gewonnen. Het leven ziet er stralend uit, voor een sportliefhebber. En voor mannen die op de maan zijn gaan wandelen.

De zaterdagavond wordt afgerond met een ritueel dat ik de komende jaren nog vaker zal beleven. Een glas limonade, een snoepje en Mannix. Nog zo iemand die een 'Mission Impossible' altijd tot een goed einde brengt. Recht geschiedt nog in die tijd. Toch op de groene grasmat en in tv-feuilletons. Het is halftwaalf voorbij wanneer het kunstlicht wordt gedoofd en ik zoete dromen droom van Emma.

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post149