Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

De Hel

SportGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 06, 2013 11:47:28

Beeld: een stofwolk die het hele scherm inpalmt. Als je goed kijkt, zie je de contouren van kromgebogen heerschappen die langzaamaan herkenbaar worden. Herkenbaar, dat is: je ziet dat het wielrenners zijn, aan het tweewielig tuig waarop ze zich voortbewegen. Maar hun grijsgrauwe gezichten laten geen herkenning toe. Het zijn figuren die uit één of andere gruwelijke oorlogsfilm lijken weggeplukt. Gorillas in the Mist, maar dan zonder mensapen in de hoofdrol. Een zonnestraal priemt moeizaam door het dikke stoftapijt.

Klank: de ijle gitaarklanken van Ry Cooder op de soundtrack van Paris, Texas. Spaarzaam plukt de meester aan zijn instrument. Noot per noot articulerend, maar toch bijzonder intens. Deze muziek past bij weidse vlakten. Maar ook bij pedaalridders die zich een weg door stof en zand banen, vond de maker van de reportage. Vond ik, dus.

Het jaar was 1997 en ik mocht voor de VRT een voorbeschouwend stuk maken op de Parijs-Roubaix van dat jaar. Een paar weken vóór de klassieker tussen Compiègne en de wielerbaan van Roubaix werd verreden, trok ik met een cameraploeg naar een reünie van Belgische ex-winnaars van de helleklassieker. Walter Godefroot (winnaar 1969), Roger Rosiers (1971), Eric Vanderaerden (1987), Dirk Demol (1988), Jean-Marie Wampers (1989), Eddy Planckaert (1990) en de onvermijdelijke Roger "Monsieur Paris-Roubaix" De Vlaeminck (1972-1974-1975-1977) vertelden er breeduit over hun tocht door de Hel van het Noorden. Alleen Eddy Merckx (zegevierend in 1968, 1970 en 1973) ontbrak op het appèl. Hoe later op de avond (hoe meer wijn in de man), hoe schoner de verhalen werden. Lichtjes aangedikt, vermoed ik. Maar een zegen voor een reportagemaker.

***

Dokkeren. Het werkwoord lijkt wel uitgevonden voor Parijs-Roubaix. Dit is de koers waarin de renners meer dan vijftig kilometer letterlijk met de daver op het lijf rijden. Zeker wanneer ze de vijfsterrenstroken onder de wielen geschoven krijgen. Het mytische Bos van Wallers-Arenberg, het verraderlijke Mons-en-Pévèle en het vaak doorslaggevende Carrefour de l'Arbre. Maar het onheil kan een renner ook overkomen op een als minder gevaarlijk bekend staande kasseistrook, zoals het quasi onbeduidende Hem bijvoorbeeld, waar Johan Museeuw ooit lek reed, toen hij op weg was naar een evenaring van het record van Roger De Vlaeminck.

Parijs-Roubaix, dat is een moeilijke koers bij gewone weersomstandigheden, een nog moeilijkere koers als het lang zonnig en droog is gebleven (denk aan 'mijn' stofwolk van hierboven) en een bijna onmogelijke koers als het langdurig en veelvuldig geregend heeft, want dan wordt het ploeteren door het slijk. Ik herinner me oude zwart/wit-beelden van coureurs die, na eerst urenlang hun lichaam geteisterd te hebben op de oneffen ondergrond, met aangekoekte modder op gezicht en armen hun beurt stonden af te wachten om onder een primitieve douche de hel van zich af te spoelen.

Heroïek, dat is Parijs-Roubaix, veel meer dan eender welke andere klassieker. Dat zijn de aartsrivalen Tchmil en Museeuw, die in 1994 een strijd van man tegen man reden, waarbij de knoestige (toen nog) Moldaviër vele kilometers een voorsprong van niet meer dan honderd meter had op de Flandrien, tot die laatste het uiteindelijk begaf. Dat is Johan Museeuw, die in 2002 bij het solo overschrijden van de aankomststreep ostentatief naar zijn knie wees, anderhalf jaar na een zwaar motorongeluk dat hem bijna het leven kostte. Dat is Tom Boonen, die vorig jaar het record van De Vlaeminck evenaarde na een ware demonstratie op wielen.

En toch... In tegenstelling tot zware wedstrijden als Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije, waar bijna zonder uitzondering de beste wint, heeft Parijs-Roubaix ook heel wat toevallige winnaars gekend. Verdienstelijke renners, daar niet van, maar die in een koers die traditioneel bol staat van pech en ongeluk net die ene dag 'goede benen' koppelden aan meeval (en tegenslag voor de anderen). Johan Vansummeren, twee jaar geleden, Stuart O'Grady in 2007, Magnus Bäckstedt in 2004, Servais Knaven in 2001, Frédéric Guesdon in 1997, Dirk Demol in 1988. Renners die zelden of nooit uitblonken in de grote klassiekers, maar die op de kasseien van Noord-Frankrijk één begenadigde dag beleefden.

Of Gilbert Duclos-Lassalle, de toevallige winnaar van 1992, die dat huzarenstukje een jaar nadien overdeed opdat we met zijn allen het adjectief 'toevallig' zouden laten vallen. En die op een regenachtige maandag in juli 2002 mijn chauffeur was toen ik als VIP de Tourrit van Luxemburg naar Saarbrücken mocht meemaken. Dat verhaal vertel ik later nog wel eens op deze plek.

***

De enige die Fabian Cancellara zondag kan verslaan is... Fabian Cancellara. Al twee keer tegen de vlakte gegaan de voorbije week, eerst tijdens de Scheldeprijs in Schoten, een dag later tijdens een verkennningstocht op de kasseien. Een voorbode van meer onheil? Schaafwonden die bijzonder hinderlijk zijn als je straks vele uren op fietsonvriendelijke wegen moet rijden?

Ik hoop drie dingen. Eén, dat het weer een onvergetelijke kijkervaring wordt, zo eentje waar je nagelbijtend van in je zetel blijft zitten, intussen met veel moeite je plas ophoudend omdat je geen seconde van het spektakel wil missen, met aan het eind een verdiende en oppermachtige held op het hoogste schavotje.

Twéé, dat we niet opnieuw een podiumceremonie moeten meemaken zoals in Oudenaarde, met een schalkse ruiter die denkt dat hij zich alles kan permitteren en met seksistische oprispingen van mensen waarvan je dacht (of hoopte) dat ze dat nepstoere stadium allang gepasseerd waren.

Drie, dat Parijs-Roubaix nooit wordt overgenomen door de organisatoren van de Ronde van Vlaanderen. Het risico is te groot dat die de kasseistroken zouden schrappen omdat je daar geen VIP-tenten kunt zetten en dat ze de wedstrijd laten eindigen met twintig rondjes op de velodroom van Roubaix.

  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post139