Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Martin Luther King 45 jaar dood (3/3)

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken vr, april 05, 2013 12:48:59

Martin Luther King Jr. zou op 15 januari vierentachtig geworden zijn, ware het niet dat hij op 4 april 1968, gisteren vijfenveertig jaar geleden, bij een moordaanslag in Memphis, Tennessee om het leven kwam. Dominee King schreef drie boeken, ettelijke artikels en ontelbare speeches. Die werden vijftien jaar geleden gebundeld in De autobiografie, een boek dat uiteraard niet geeft wat het belooft, omdat King nu eenmaal geen autobiografie schreef bij leven. Toch is dit een bijzonder interessant boek, al was het alleen maar om opnieuw kennis te maken met de op idealen van vrijheid en geweldloosheid gestoelde ideeën van King. Hieronder hebben we een aantal van zijn uitspraken gebundeld, in de vorm van een heus virtueel interview. (Deze tekst verscheen oorspronkelijk in De Financieel-Economische Tijd van zaterdag 20 februari 1999.)

Geweldloos verzet

'Wij kunnen geen verlichte democratie hebben als een bevolkingsgroep dom gehouden wordt. We kunnen geen gezonde natie zijn als tien procent van de bevolking ondervoed en ziek is en ziektekiemen draagt die geen onderscheid maken op basis van kleur, die zich niet aan de wetten van Jim Crow houden. We kunnen geen ordelijke en gezonde natie zijn als de leden van een bevolkingsgroep zó onder de duim worden gehouden dat ze bijna gedwongen worden tot misdaad en asociaal gedrag. We kunnen geen echte christenen zijn zolang we de belangrijkste les van Jezus in de wind slaan: heb uw naaste lief. We kunnen geen echte welvaart bereiken als een grote bevolkingsgroep zó arm is dat zij haast niets kan kopen. Als wij de democratie verdedigen tegen aanvallen van buitenaf, moeten we er ook voor zorgen dat we eerlijkheid en vrijheid in eigen huis bevorderen.'

(Uit de door de 15-jarige King gehouden voordracht 'The Negro and the Constitution' tijdens een voordrachtswedstrijd in Dublin, Georgia die hij met glans won, 17 april 1944.)

Waar haalde u de persoonlijke inspiratie voor uw geweldloze strijd?

King: 'In mijn karakter, en in het karakter van iedereen die sterk wil zijn, zijn eigenschappen gecombineerd die flink tegenstrijdig zijn. Je bent zowel militant als bescheiden, zowel idealistisch als realistisch. En ik denk dat ik mijn sterke rechtvaardigheidsgevoel dank aan de sterke, dynamische persoonlijkheid van mijn vader en dat ik mijn zachte kant heb geërfd van mijn moeder, die heel zacht en lief is.'

Uw vader was dominee en u bent dat ook geworden, al was dat aanvankelijk blijkbaar niet van harte?

'Ik ontdekte dat veel zwarte dominees ongeletterd waren en niet waren opgeleid in een seminarie, en dat zette mij aan het denken. Ik was zowat opgegroeid in de kerk en wist daardoor veel van godsdienst, maar ik vroeg me af of religie een goed instrument kon zijn voor het moderne denken. Ik vroeg me af of religie intellectueel respectabel en tegelijkertijd emotioneel bevredigend kon zijn.'

Hoe kwam u tot geweldloos verzet?

'In mijn eerste jaar (aan het Morehouse College, 1944, FVL) las ik voor het eerst het essay van Henry David Thoreau On Civil Disobedience (over de burgerlijke ongehoorzaamheid, FVL). Door dit essay, waarin deze dappere man uit New England schrijft dat hij weigert belasting te betalen en liever naar de gevangenis gaat dan dat hij meewerkt aan een oorlog die de slavernij zal verbreiden tot in Mexico, kwam ik voor het eerst in aanraking met het principe van geweldloos verzet. Gefascineerd als ik was door het idee om te weigeren mee te werken aan een verwerpelijk systeem, las ik het essay verschillende keren.'

Voor die geweldloosheid had u een stichtend voorbeeld: Mahatma Gandhi.

'Gandhi was waarschijnlijk de eerste in de geschiedenis die Jezus' moraal van liefde uittilde boven de interactie tussen individuen en er een krachtige en effectieve sociale kracht op baseerde. Liefde was voor Gandhi een krachtig instrument voor sociale en collectieve hervorming. In deze gandhiaanse nadruk op liefde en geweldloosheid ontdekte ik de methode tot sociale hervorming waarnaar ik had gezocht. De intellectuele en morele bevrediging die ik tevergeefs had gezocht in het utilitarisme van Bentham en Mill, de revolutionaire methodes van Marx en Lenin, de sociale-contracttheorie van Hobbes, het 'terug-naar-de-natuur'-optimisme van Rousseau en de supermanfilosofie van Nietzsche vond ik in Gandhi's filosofie van de geweldloosheid.'

Bussenboycot

'Laten wij in alles wat we doen samen zijn. Eenheid is nu het hardst nodig; als wij één zijn, kunnen wij alles bereiken wat we willen en waar we recht op hebben. En laat u door niemand bang maken. Wij zijn niet bang voor wat wij doen, omdat wij het binnen de grenzen van de wet doen. Nooit in onze Amerikaanse democratie mogen wij denken dat wij iets verkeerds doen als we protesteren. Protest is een recht.'

(Uit een toespraak tot de pas opgerichte Montgomery Improvement Association, MIA, 5 december 1955.)

Op 1 december 1955 was er het incident met de zwarte vrouw Rosa Parks die weigerde op te staan voor een blanke in een bus in de stad Montgomery, Alabama. Het gevolg was dat de zwarten meer dan een jaar de bussen meden. Was dat een zinvolle boycot?

'Toen ik er langer over nadacht, ging ik inzien dat wij onze medewerking aan een slecht systeem opzegden en niet zozeer onze steun aan het busbedrijf introkken. Het busbedrijf, als uiterlijke vertegenwoordiger van het systeem, zou er natuurlijk schade van ondervinden, maar het hoofddoel was te weigeren nog langer mee te werken aan het kwaad. Ik dacht aan Thoreaus essay On Civil Disobedience. Ik raakte ervan overtuigd dat wat wij in Montgomery gingen doen, te maken had met wat Thoreau had gezegd. We zeiden simpelweg tegen de blanke gemeenschap: wij kunnen niet langer meewerken aan een slecht systeem. Vanaf dit moment zag ik onze beweging als een massale weigering om mee te werken. En ik gebruikte het woord 'boycot' niet vaak meer.'

Alvorens het Hooggerechtshof in november 1956 rassendiscriminatie op bussen onwettig noemde, werd u door een volledig blanke jury veroordeeld wegens het leiden van een illegale boycot. Heeft u toen niet getwijfeld aan uw missie?

'Iemand die is veroordeeld, verlaat het gerechtsgebouw meestal met een somber gelaat, maar ik liep met opgeheven hoofd en een glimlach op mijn gezicht. Ik wist dat ik nu een veroordeelde crimineel was, maar ik was trots op mijn misdaad. Mijn misdaad was dat ik samen met mijn mensen een geweldloze verzetsactie had gepleegd. Mijn misdaad was dat ik mijn mensen een gevoel van waardigheid en zelfrespect wilde geven. Mijn misdaad was dat ik de onvervreemdbare rechten opeiste op leven, vrijheid en het nastreven van geluk. En bovenal was het mijn misdaad dat ik de mensen ervan had proberen te overtuigen dat het niet meewerken aan het kwaad een morele plicht is, net als het meewerken aan het goede.'

Heeft u altijd de juiste keuzes gemaakt in die periode, eind jaren vijftig?

'Als ik alles opnieuw zou moeten doen, zou ik de zwarte gemeenschap anders leiden dan ik heb bedaan. De fout die ik heb gemaakt, was dat ik tegen de rassenscheiding als geheel protesteerde, terwijl ik me beter tegen een bepaald onderdeel ervan had kunnen verzetten. Ons protest was zó vaag dat we niets bereikten waardoor de mensen gedeprimeerd en wanhopig werden. Het was beter geweest als wij ons bijvoorbeeld hadden geconcentreerd op discriminatie in bussen of in restaurants. Eén overwinning, op een bepaald gebied, zou symbolisch zijn geweest en zou het moreel en het enthousiasme hebben verbeterd.'

Liberalisme

'Dit gebrek aan positief leiderschap van de federale overheid blijft niet beperkt tot een bepaalde politieke partij. Beide partijen hebben de zaak van de gerechtigheid verraden. De Democraten hebben dat gedaan door toe te geven aan de vooroordelen en ondemocratische praktijken van de Dixiecraten in het zuiden. De Republikeinen hebben het gedaan door toe te geven aan de ongelooflijke hypocrisie van de reactionaire noorderlingen in de rechtse vleugel. Deze mensen vertonen vaak een hemofilie aan woorden en anemie aan daden.'

(Uit een toespraak op de Prayer Pilgrimage for Freedom in Washington DC, 17 mei 1957.)

Men heeft u vaak het verwijt gemaakt dat u met het communisme sympathiseerde. Hoe zag u de strijd van de ideologieën eigenlijk?

'Mijn studie van Marx overtuigde me er van dat de waarheid niet bij het marxisme en ook niet bij het traditionele kapitalisme lag. Elk vertegenwoordigt slechts een gedeeltelijke waarheid. Het traditionele kapitalisme zag niets in collectieve ondernemingen en het marxisme zag niets in het particulier initiatief. Het negentiende-eeuwse kapitalisme zag niet in dat het leven sociaal is en het marxisme zag en ziet nog steeds niet in dat het leven individueel en persoonlijk is. Het Koninkrijk Gods is niet de these van het individueel handelen, noch de antithese van het collectief handelen, maar een synthese die de waarheden van beide in zich verenigt.'

Anderen verweten u dan weer een té liberale houding.

'De grote indruk die veel liberale theologen op mij hebben gehad, en mijn ook nu nog grote verlangen om optimistisch te zijn over de menselijke natuur, hebben veel te maken met mijn liberale houding. En natuurlijk is er een aspect van het liberalisme dat ik altijd in ere zal houden: de nadruk die wordt gelegd op het zoeken naar de waarheid en op een open en analytische geest, de weigering de beste inzichten van de rede buiten te sluiten. De bijdrage die het liberalisme heeft geleverd aan de filologisch-historische kritiek binnen de bijbelstudie, is van onschatbare waarde geweest.'

JFK

'Ik zeg hier dat een individu dat een wet overtreedt die volgens zijn eigen geweten onrechtvaardig is en waarna hij gewillig zijn straf accepteert om op die manier het geweten van de gemeenschap wakker te schudden vanwege de onrechtvaardigheid, in feite het hoogste respect betuigt jegens de wet.'

(...) 'We mogen nooit vergeten dat alles wat Adolf Hitler deed in Duitsland 'legaal' was en dat alles wat de strijders voor de vrijheid in Hongarije deden 'illegaal' was. Het was 'illegaal' om hulp en steun te bieden aan een jood in het Duitsland van Adolf Hitler. En toch, ik weet zeker dat als ik in die tijd in Duitsland had geleefd, ik had geprobeerd om mijn joodse broeders bij te staan. Als ik vandaag de dag in een communistisch land zou wonen waar sommige principes die voor een christen essentieel zijn worden onderdrukt, dan zou ik openlijk pleiten voor burgerlijke ongehoorzaamheid tegen de antireligieuze wetten van dat land.'

(Uit een antwoordbrief aan blanke dominees die King schriftelijk hadden verzocht zijn acties stop te zetten, 16 april 1963.)

Op 22 december 1963 werd president Kennedy vermoord in Dallas. Hoe was uw relatie met hem?

'Overal was men verbijsterd door het nieuws van de moord op president John F. Kennedy. Wij zagen hoe de vijfendertigste president van onze natie als een grote ceder werd geveld. Het persoonlijk verlies was groot; het verlies voor de wereld was overweldigend. Het was moeilijk te geloven dat iemand zo vol energie, vitaliteit en kracht niet langer onder ons was.'

'President Kennedy was een persoonlijkheid met sterke tegenstellingen. Eigenlijk waren er twee John Kennedy's. De eerste regeerde de eerste twee jaar van zijn ambtsperiode onder de druk van onzekerheid die een gevolg was van zijn nipte verkiezingsoverwinning. Hij weifelde en probeerde aan te voelen in welke richting zijn leiderschap zich kon ontwikkelen zonder al te veel steun te verliezen. In 1963 was echter een nieuwe Kennedy opgestaan. Hij had ontdekt dat de publieke opinie geen strak keurslijf draagt. Het Amerikaanse politieke denken was niet conservatief, noch radicaal of gematigd. Het was boven alles veranderlijk. Het volgde eerder trends dan uitgesproken lijnen. Een zelfverzekerd leiderschap kon het op een constructieve manier sturen.'

Droom

'Ik heb een droom dat op een dag deze natie zal opstaan en de ware betekenis van haar credo zal vervullen: voor ons is het vanzelfsprekend dat alle mensen als gelijken zijn geschapen.'

(...) 'Ik heb een droom dat mijn vier jonge kinderen op een dag zullen leven in een natie waar zij niet worden beoordeeld naar de kleur van hun huid, maar naar de inhoud van hun karakter.'

(Uit de toespraak aan het einde van de zwarte mars op Washington DC, 28 augustus 1963.)

Tijdens de 'mars voor vrijheid en werk' naar Washington DC, hield u uw beroemde 'I have a dream'-toespraak. Waar haalde u de inspiratie hiervoor?

'Ik begon mijn toespraak voor te lezen en las door tot op een bepaald punt. Het publiek reageerde die dag geweldig, en opeens kwam er iets over me. In juni van dat jaar, na een vreedzame bijeenkomst van duizenden mensen in het centrum van Detroit, had ik bij een toespraak in Cobo Hall de woorden 'I have a dream' gebruikt. Ik had deze woorden ook voordien vaak gebezigd en voelde dat ik ze nu weer wilde uitspreken. Ik weet niet waarom. Bij mijn voorbereiding van de toespraak had ik er niet aan gedacht. Ik sprak de woorden uit, en vanaf dat moment schoof ik mijn uitgeschreven tekst opzij en liet hem voor wat hij was.'

In 1967 raakten de Verenigde Staten steeds meer betrokken in de oorlog met Vietnam. Waarom riep u de zwarte gemeenschap op om dienst te weigeren?

'Terugkijkend realiseerde ik me dat het einde van mijn vertrouwen niet onverwachts kwam. Het kwam zoals eb plaats maakt voor vloed. Terwijl ik terugdacht aan de gebeurtenissen, zag ik dat het kwaad stapje voor stapje was opgebouwd. De ene onmenselijkheid was op de andere gestapeld. Elke wandaad was op zich genoeg om te bewerkstelligen dat men zich van schaamte zou willen verbergen. Wat afschuwelijk maar waar was, was dat mijn land alleen maar praatte over vrede en in werkelijkheid uit was op een militaire overwinning. In de handschoen van de vrede zat de gebalde, ijzeren vuist van de oorlog verborgen. Ik voelde me naakt in mijn schuld en mijn schaamte, zoals Duitsers zich moeten voelen als ze eraan terugdenken hoe hun leiders met militaire middelen andere naties hebben geprobeerd te overmeesteren. Ik vond dat ik mezelf te lang had toegestaan om zwijgend aan de zijlijn te staan. Ik was een luid spreker maar een stille acteur, terwijl een schijnvertoning werd opgevoerd.'

Beloofde Land

'Door te moeten leven onder de dagelijkse dreiging van de dood, wordt een mens soms moedeloos. Zo veel verbaal geweld en kritiek te moeten doorstaan, soms zelfs van mijn eigen mensen, maakt mij af en toe moedeloos. Om zo vaak 's avonds gefrustreerd in bed te moeten stappen terwijl ik de rillingen van de koude wind van de tegenstand nog voel, maakt mij soms zo moedeloos dat ik ga denken dat al mijn werk voor niets is.'

(Uit een toespraak na een mars in Memphis, precies een week voor zijn dood, 28 maart 1968.)

'Ik weet niet wat er nu gaat gebeuren. We gaan moeilijke dagen tegemoet. Maar het maakt mij nu niet meer uit. Want ik ben op de bergtop geweest. En het maakt mij niet uit. Net als iedereen zou ik graag een lang leven hebben - ik zou graag oud worden. Maar dat is niet waar ik me nu mee bezig houd. Ik wil slechts Gods wil doen. En Hij heeft mij toegestaan de berg te beklimmen. En ik heb op de top rondgekeken, en ik heb het Beloofde Land gezien. Misschien lukt het mij niet om er met u te komen. Maar ik wil dat u weet dat wij als volk het Beloofde Land zullen bereiken. En ik ben blij vanavond. Ik maak me geen zorgen, ik ben voor niemand bang. Mijn ogen hebben de glorie van de wederkomst van de Heer gezien.'

(Uit zijn laatste toespraak in Memphis, de avond voor zijn dood, 3 april 1968.)

Clayborne Carson (red.) - Martin Luther King Jr. De autobiografie - 1998, Amsterdam, Arena/Kritak, 423 blz., ISBN 90-6303-775-9.

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post138