Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Narcissus & Echo

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 27, 2017 12:47:21

"In the future, everyone will be world-famous for 15 minutes." Andy Warhol zei dat, negenveertig jaar geleden, bij de opening van een tentoonstelling van zijn werk in het Moderna Museet in Stockholm. Wikipedia leert mij nu dat het eigenlijk fotograaf Nat Finkelstein was, die aan de oorsprong lag van het gezegde dat het langer dan een kwartier heeft volgehouden, zelfs langer dan een kwarteeuw. Toen voorbijgangers zich eens samen met Warhol op een foto wilden wurmen, merkte de pop art-tycoon op dat ze allemaal beroemd wilden zijn, waarop Finkelstein repliceerde: "Yeah, for about fifteen minutes, Andy."

Wist Warhol veel dat je dankzij de moderne media recht hebt op meer dan een kwartier beroemdheid. Wie zich tegenwoordig mee op de figuurlijke foto wurmt, wordt prompt uitgenodigd in radio- en tv-studio's, krijgt een eigen tv-show, mag een vuistdikke biografie schrijven: iedereen beroemd is niet zómaar de titel van een fijn, klein tv-programma.

***

Je fotoshopt wat scènes bij elkaar en je krijgt aandacht, zo ondervond ene Dylan V., ondervoorzitter van een jongerenpartij. Een verkrachtingsscène, waarin een extreemlinkse militante de rol van slachtoffer mocht spelen: láchen! Hij werd dan wel ontslagen, maar hij mocht het toch maar mooi komen uitleggen in de media. Dylan V. is een held in zijn vriendenkring, dat pakken ze hem niet meer af.

Was jaloersheid een drijfveer voor ene Jonas S. van antiracismevereniging KifKif om de koppen van Gwendolyn Rutten en Theo Francken in een beruchte onthoofdingsscène met Jihadi John te fotoshoppen? Hé, ik wil ook aandacht, zoiets? Naar het schijnt wilden Jonas S. en dus ook KifKif aanklagen dat de kwetsende prent van Dylan V. geen enkele ministeriële reactie had losgeweekt en dat onze politici hypocrieten zijn. "Gesubsidieerd links haatclubje," tweette Francken vrij snel, want die heeft geen boodschap aan 'de andere wang tonen' en nog veel minder aan het negeren van stoute opmerkingen. De straatvechtende staatssecretaris heeft zo te zien tijd zat om de sociale media onveilig te maken.

Iemand tweette: "Indien KifKif punt hypocriete reacties wou maken, hadden ze hoofd Rutten en Francken in cartoon Vandersnickt moeten plakken." Zeer juist, maar nog beter ware geweest dit soort flauwe grappen niet te maken. De strijd tegen racisme is ernstig en tijdrovend genoeg om dáár alle energie in te steken.

***

Vijftien seconden: meer aandacht was de premier van Montenegro donderdag niet gegund. Toen kreeg hij een ruk aan zijn rechterschouder, keek verbijsterd om en zag dat The Donald hem wilde passeren. Het oranje gevaarte dat zich vier jaar president van de US of A mag noemen, trok ostentatief zijn jasje goed en keek zelfgenoegzaam naar een onbestemd punt in de verte. Hier ben ik! Narcistische idioten zouden hooguit vijftien minuten aandacht mogen opeisen en dan weer verdwijnen. Andy Warhol zou het met me eens geweest zijn.

***

Drie Mechelse studenten hebben de crowdfundingactie "Help! Wij willen zuipen!" bedacht. Oké, kan gebeuren. Maar het gebeurde na de aanslag in Manchester, werd zelfs geïnspireerd door de geldinzameling die georganiseerd werd voor de slachtoffers daar. Hoe verziekt kan een geest zijn? En waarom lees ik in mijn krant waar ik geld kan storten voor dat 'goede doel'?

***

De wereld is aan de narcisten. Zelfingenomen zonnekoninkjes die zich vooraan op de foto wurmen krijgen alle aandacht. Narcissus, zoon van een riviergod en een nimf, werd aanbeden door de nimf Echo, die echter gestraft was voor een eerder voorval en niet meer zelf het woord kon nemen, alleen nog anderen kon napraten. Dus riep ze na wat Narcissus net gezegd had. En die keek naar zijn eigen spiegelbeeld in de rivier en werd er verliefd op. Dat moet wat geweest zijn, in de Griekse mythologie: die ene die alleen naar zichzelf keek, die andere die zijn woorden herhaalde. En zo belanden we naadloos weer in het heden en bij de vraag: waarom echoën we de zielloze woorden van narcisten telkens opnieuw na? Het ergste wat je narcisten kunt aandoen is hen straal negeren. Of in de weg blijven staan: een tip voor de premier van Montenegro. Waarom doen we dat dan niet?

***

Zo, mijn kwartier zit erop voor deze week. Dank voor uw aandacht. Tegen volgende zaterdag leer ik fotoshoppen, beloofd.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post773

Innovation, 50 jaar later

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken zo, mei 21, 2017 11:40:53

Als u morgen op het middaguur in het centrum van Brussel rondloopt, bedenk dan even dat zich daar in de buurt precies vijftig jaar geleden een van de grootste rampen uit onze geschiedenis voltrok. In de Nieuwstraat, waar nu het spuuglelijke winkelcentrum City 2 geflankeerd wordt door het al even saaie gebouw van Galeria Inno, reden toen nog auto's rond, in één richting vanaf de Kruidtuinlaan. Aan beide zijden van de smalle straat stonden auto's geparkeerd. Mensen flaneerden de drukke winkelstraat op en af: de mannen keurig in het pak mét das, de vrouwen in een zedige rok tot net onder de knie, de jongens in korte broek, de meisjes in een fleurig rokje. Beetje saai, als je dat nu terugziet in nostalgisch zwart en wit.

Iets voor halftwee brak de hel los. U mag dat letterlijk opvatten. Een vonk werd een vuurtje, een vuurtje werd een brand, een brand werd een inferno. En dat alles binnen het kwartier. De imposante inkomhal van het stijfdeftige warenhuis A l'Innovation, waar zowat iedereen Frans sprak, zoals dat toen hoorde in de beau monde, fungeerde als schoorsteen. Lichterlaaie, geen ander woord drukt het juister uit. U moet zich dat proberen voor te stellen: mensen die kriskras door elkaar lopen, die elkaar verdringen om eerst bij de trap te komen, die niet weten waar de uitgangen zijn, die zonder nadenken moeten beslissen: ga ik naar beneden? Of naar boven? En als ze naar boven gingen, drong zich al snel een nieuwe vraag op: laat ik mij door de brand inhalen of spring ik, ook al maak ik nauwelijks kans om het te overleven?

Hulpverleners konden niet meer naar binnen: dat zou hun eigen dood betekend hebben. Persoonlijke drama's speelden zich af. Zoals: een moeder die zich een weg baande door de dikke rook en op straat vaststelde dat het kind aan haar hand niet haar eigen dochter was. Ze had andermans kind gered, het hare bleef achter in de brand. Geen enkele scenarioschrijver kan zoiets verzinnen. De werkelijkheid overtrof fictie, alweer.

Als u morgen rond één uur niet in Brussel bent, sta dan toch even stil bij iets wat zo lang geleden gebeurde, wellicht lang voor uw geboorte. Tweehonderd eenenvijftig doden (driehonderd drieëntwintig volgens andere bronnen) vielen er te betreuren. Een veelvoud aan familieleden en vrienden bleef verweesd achter. Het onbegrijpelijke was gebeurd. We begrijpen het vandaag nog altijd niet.

Ik zag toen, als jongen van acht, de beelden van die gigantische rookpluim om halfzeven 's avonds op Brussel Vlaams, de enige Nederlandstalige tv-zender die er was toen. Het nieuwsbericht begreep ik niet goed, maar het beeld bleef wel hangen. Onheilspellend was het. Het was een van de drijfveren om er zoveel jaar later een boek over te schrijven. Het werd een onvergetelijke ervaring. Collega-auteur Geert De Vriese dook in het archief en deed dat op zijn typische manier: zeer grondig, met oog voor de meest pietluttige en toch relevante details, op zoek naar verbanden die niemand anders zou zien. Ik zocht de zeldzaam geworden geredden, nabestaanden, hulpverleners en getuigen op en sprak uitgebreid met hen. Nooit eerder was ik zo onder de indruk van interviews. Elk beeld dat werd opgeroepen nam ik mee naar huis: het bleef uren, soms nachten door mijn hoofd spoken. Ik zag de vlammen, ik hoorde het knetteren, ik kon me zo voor de geest halen hoe dat moet geweest zijn, mensen zien springen en horen vallen. Alsof ik er zelf bij was.

Ik zit morgen van half één tot twee in een panel in het Literair Salon van Muntpunt voor wat de organisatie vooraf al omschrijft als een "aangrijpend" en "bloedstollend" panelgesprek. Precies op het moment dat het driehonderd meter verderop begon te branden. Precies vijftig jaar later. Mijn bloed zal heus niet stollen, maar de kans is groot dat mijn stem even stokt op dat moment.

www.muntpunt.be

Geert De Vriese en Frank Van Laeken, INferNO. De brand in de Innovation, Houtekiet, 21,99 euro.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post772

Relatief onbekend

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 13, 2017 13:20:55

'De relatief onbekende uitdager', zo stond er daags na de rectorverkiezingen in Leuven in een courant die zich gaarne kwaliteitskrant laat noemen. Ik verslikte me net niet in mijn tweede kopje espresso van de dag. Luc Sels, want zo heet de 'relatief onbekende', heeft internationaal veel meer renommée in zijn vakgebied dan de uittredende rector. Ik heb Sels ooit mogen interviewen, ruim twee jaar geleden, voor mijn boek Als het werk stopt, over de problematiek van werkzoekende vijftigplussers. Ik zocht Sels niet toevallig op. Na uitgebreide bronnenstudie kwam ik tot de vaststelling dat deze man in ons land dé autoriteit is op het vlak van arbeid en tewerkstelling. Decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, leidende kracht binnen het Steunpunt Werk en Sociale Economie, auteur van beredeneerde boeken over werk. Geboren in Merksem dan nog, dat schiep meteen een band. Een man die bedachtzaam en genuanceerd praatte, allesbehalve een tafelspringer. Zo blijf je natuurlijk 'relatief onbekend' in een tijd dat aandachtzoekers snel een microfoon onder hun neus geduwd krijgen en beginnen te ratelen. Sels hoeft niet mee te doen aan De slimste mens ter wereld: hij is het. (Oké, lichtjes overdreven, maar u weet wat ik bedoel.)

'Wie is Luc Sels?', zo begon vandaag een artikel in een andere courant die zich gaarne kwaliteitskrant laat noemen. Opnieuw spoot de koffie bijna door mijn neusgaten. Sels kwam zelf ook even aan het woord, iets wat ie zelden doet in de media. En hij zei iets dodelijks over zijn voorganger, zonder diens naam te vermelden. "Ik zal zeker niet meedoen aan De slimste mens ter wereld. Terzake kan uiteraard wel, als het gaat over de rol van de universiteit of mijn eigen expertisedomein. Voor de rest wil ik de universiteit meer in de breedte zichtbaar maken. Over de Amerikaanse verkiezingen hoor ik veel liever Bart Kerremans dan de rector van de KU Leuven. Ik wil graag gaan voor een universiteit met meer maatschappelijke impact, maar daarvoor hoef ik niet constant aan het woord te zijn."

Touché! Van deze man hoeft u geen handvol spitse oneliners per dag te verwachten op Twitter, zoals de huidige rector placht te doen. Deze man gaat dus niet in leuke panels bon mots droppen en ironisch proberen te zijn in de overtreffende trap. Deze man vindt deskundigheid belangrijker dan verbale aanwezigheid. Dat wordt wennen voor de media, die al vele jaren aan de voeten liggen van Sels' voorganger. Als je die belde voor een losse babbel, stond ie meestal aan het eind van het telefoongesprek al buiten voor de deur te wachten. Kan ook zijn dat hij zijn chauffeur de opdracht gaf om de hele dag rond te rijden, van krant naar zender, je weet maar nooit dat hij iets zou mogen komen zeggen. Over de Amerikaanse verkiezingen, bijvoorbeeld.

***

Kan best zijn dat we over vier jaar concluderen dat Luc Sels, de tegen dan 'relatief bekende' rector van de Leuvense universiteit, de slechtste rector uit de geschiedenis is, maar daar gaat het hier niet over.

***

Waarom hollen wij, journalisten, toch altijd achter de usual suspects aan?

***

Laatst ging het in De afspraak over vrouwenrechten in Saudi-Arabië en maakte de sociale media-meute zich boos omdat er geen vrouw in het panel zat. Bleek dat Annemie Turtelboom op het laatste moment had afgebeld en dat er in een zoektocht naar een vervang(st)er geen andere vrouw vrij bleek. Kan gebeuren. Het probleem is alleen: het gebeurt áltijd. Het zijn bijna altijd mannen die aanschuiven om over vrouwen in andere culturen te praten. En weet u wat: dat is óók de schuld van de vrouwen! Want die zijn veel te bescheiden.

Ik verklaar mij nader. Als ik voor een artikel op zoek ben naar een deskundige in een bepaald vakgebied, maak ik gebruik van de Expertendatabank, een hulpmiddel voor journalisten met een mager gevulde contactenlijst. Daarin vind je professoren, bedrijfsleiders, dokters, noem maar op. Er staan meer vrouwen dan mannen tussen: die databank wil namelijk bewust meer vrouwen in de media aan bod laten komen. Een nobele zaak, waar ik me graag achter schaar. Alléén: als je zo'n deskundige vrouw belt, heeft die altijd de neiging om zich luidop af te vragen of zij wel de meest geschikte is om te antwoorden op jouw vragen. Een zeer deskundige vrouw zegt: "Oei, ik ken daar wel iets van, maar misschien kun je dat toch beter aan collega X vragen, die is daar al veel langer mee bezig dan ik." Een halfdeskundige man zegt: "Ja, natuurlijk, vraag maar op."

Dat er te weinig vrouwen in uw krant of weekblad staan, op uw radio weerklinken of op uw tv-scherm verschijnen is dus zeer zeker de schuld van die media, maar óók van de vrouwen.

***

"Wees niet zo nederig. Zo belangrijk ben je nu ook weer niet." - onbekende auteur

***

"Dikwijls is datgene wat wij bescheidenheid noemen, niets anders dan het verlangen om tweemaal geprezen te worden." - Godfried Bomans (een man)

***

Ik droom van een journalistiek waarin wát gezegd wordt oneindig veel belangrijker is dan hóe of door wíe het gezegd wordt. Dromen zijn bedrog, ik weet het, de wijsgeer M. Borsato zei dat al. Een aardige oneliner vinden wij, journalisten, nog altijd prettiger dan twee samenhangende zinnen, vanwege: langer dan tien seconden. Of saai geformuleerd. "De mensen gaan dat niet kunnen begrijpen." En zo blijven échte deskundigen als Luc Sels 'relatief onbekend'. Plus est en nous, collega's.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post771

Woord en wederwoord

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 06, 2017 13:20:00

Stel: ik kom vannacht thuis na een glorieuze overwinning op de jaarlijkse #twitterquiz (hou het resultaat van ploeg-De Onbezoldigde Mandaten in het oog!), het regent oude wijven en ik merk bij het oprijden van mijn oprit het silhouet van een bekend figuur. Ik herken hem aan het ultrakorte haar, de rijzige gestalte en de doffe blik in de wat ingezakte ogen. Eerst denk ik nog: een inbreker, een getuige van Jehova, de nachtburgemeester van het ingeslapen dorp T.? Maar nee, het is wie ik denk dat het is: een verzopen staatssecretaris, met smekende blik. Wat doet díe aan mijn voordeur? Hij is tachtig kilometer van huis, kon hij dan niet aankloppen bij de buren of in een gemeente vlakbij? Ik geef toe: die gedachte doemt in mijn hoofd op. Ik stap uit, schud hem beleefd de hand en zeg alsnog: kom binnen. Staat u hier al lang? Ga zitten. Hier, een kopje warme thee, zal u goed doen. Wat is er gebeurd? Pas dan, na een half uur ontdooiend gesprek, zou ik durven te vragen: vindt u het niet vreemd dat u in een afgelegen dorp moet aankloppen om onderdak te krijgen? En... (maar dan moet ik het over politiek hebben met u, en daar heb ik even geen zin in).

Ik bedoel maar: een mens in nood laat je niet in de kou staan. Of in de regen. Ook al geeft ie zelf zelden blijk van mededogen. Is ie stoer op sociale media. Schoffeert ie al eens een internationale hulporganisatie. Zo'n man laat ik toch in mijn huis. Dat heet: menselijk zijn. Empathisch vermogen tonen. Moreel overwicht hebben.

***

Ik weet niet of hij dinsdag ook in de regen stond te wachten voor een gesloten deur. Als ik de berichten mag geloven, niet. Werd hij vooraf al verwittigd dat er studentenprotest was en dat extreemlinkse jongens en meisjes hem wilden beletten de zaal te betreden. Op de foto te zien, waren ze met een stuk of dertig, maar ja: als er maar één ingang is, hoef je geen massa te mobiliseren om iemand tegen te houden. Tien man had al volstaan. Dan blijf je beter weg, staatssecretaris zijnde. Maar ik weet niet of ik de berichten wel mág geloven: de ene site had het over 'debat geannuleerd', de andere over 'lezing geannuleerd'. Er is nochtans een grondig verschil: bij een debat kan de spreker al op het podium tegengesproken worden, bij een lezing niet. Debat of lezing, dat is niet hetzelfde als 'potato'/'potatoe'. Het verschil is visueel merkbaar: je ziet het aan het aantal figuren dat op een verhoogje staat. Eén = lezing. Meer = debat.

De rector was boos. 'Ik betreur dat het debat met @FranckenTheo geannuleerd werd', tweette ze. 'Vub staat voor vrij onderzoek. Voor woord en wederwoord. Onaanvaardbaar'. Ha, toch een 'debat', dus, al werd die tweet dan weer gepubliceerd op een site die het over een 'lezing' had. Verwarrende tijden in de Vlaamse media.

***

Vrijheid van meningsuiting, daar ging het in de nasleep over. De staatssecretaris hekelde de oproerkraaiers, waarop dan weer reacties opdoken van journalisten die vertelden dat ze tijdens een van zijn vorige lezingen nog vóór aanvang uit de zaal verwijderd waren. Anderen (velen!) hadden het over zijn gedrag op Twitter, waar de staatssecretaris zowat iedereen met een ander gedacht afblokt. Nogal vreemd om het dan zelf over vrijheid van meningsuiting te hebben, maar soit.

Ik ben het fundamenteel oneens met de actie van die Brusselse studenten. Hoffelijkheid betekent: luisteren naar wat ie te zeggen heeft en dan kritische vragen stellen of bedenkingen maken. Of wegblijven, als je écht niet wil horen wat ie te zeggen heeft. U kent dat aapje wel dat zijn twee oren bedekt houdt. Niet willen luisteren is één ding. Een ander niet laten spreken is nog van een andere orde. Het is erger, bedoel ik.

Een man monddood maken omdat hij volgens jou anderen het spreken belet of niet naar je wil luisteren, is oliedom en kortzichtig. Als je de staatssecretaris verwijt dat hij niet luistert naar andere meningen en hem vervolgens belemmert om zijn eigen mening te geven, dan ben je niet beter dan hij. Dan wórd je hem. Dan zit je op het niveau van "Hij is begonnen, meester!" In een beschaving als de onze laat je ook andere meningen dan die van jezelf aan bod komen. Waarna je kan riposteren. Dat heet debat. Of: lezing, gevolgd door de mogelijkheid om vragen te stellen.

***

Mocht de staatssecretaris mij niet preventief geblokkeerd hebben op Twitter, dan had ik zijn reactie kunnen lezen op de studenten die hém geblokkeerd hadden. Helaas. Maar als hij vannacht voor de deur staat, laat ik hem toch binnen. Ik ben niet zoals hij.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post770

Over echte lijven en echte wijven

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 29, 2017 13:40:02

Om mijn geheel en al uit gebeiteld marmer opgetrokken lichaam te reinigen gebruik ik Dove. Ik doe dat al jaren. Heeft met zachtheid te maken, een zachte geur die niet meteen je neus inpalmt en intellectuele luiheid om alternatieven uit te proberen, niet met de campagne van dat merk waarin vrouwen in allerlei vormen en huidskleuren je lachend aankijken. Ik gebruikte al Dove nog voor die breeddenkende advertentie op de wereld werd losgelaten. (Ben ik dan toch een hipster?) Maar die reclame maakt wel dat ik Dove nóg sympathieker ben gaan vinden. Dove is van iedereen, zo'n beetje zoals de grootste stad van Vlaanderen dat nog niet zo lang geleden was.

Maar de reclamewereld, u en ik weten dat, heeft geen boodschap aan de doorsnee wereldburger. Ze creëert ideaalbeelden. Dunne, jonge lijven, van blitze gasten en hete wijven. De ideale wereld, zeg maar. Tenminste: volgens verkopers van gebakken lucht. In de reclamesector, durf ik wedden, word weleens gedacht dat ze weten hoe een superieure wereld er moet uitzien. Niemand nog een BMI dat hoger ligt dan 25. Niemand die ouder is dan veertig. Niemand die getekend is door het leven. Reclame is nep. Reclame ging fake news decennia vooraf. Hoe onechter, hoe liever, want dat zien de mensen graag. Die laten zich graag bedotten. Ja, er wordt wat afgelachen in de knusse vergaderzaaltjes van grote reclamebureaus. Dáár, nog een moedervlek om weg te fotoshoppen.

Sinds deze week is er die campagne van de Brusselse staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V) om tegen het opgedrongen schoonheidsideaal in te gaan: Echte Lijven/Vrai Corps. Zeven op tien meisjes en vrouwen hebben een te laag zelfbeeld, zo blijkt uit studies, omdat ze niet voldoen aan het beeld van de ideale vrouw, zoals de reclame ons dat voorspiegelt. Eén op zes denkt zelfs dat die topmodellen er in het dagelijkse leven hetzelfde uitzien als op foto. Perfectie bestaat en ik beantwoord daar allesbehalve aan, help! Diverse media sprongen mee op de kar, van De Standaard tot Charlie Mag. Weg met make-up, filters, Photoshop.

Ik vind het goed dat die valse perfectie wordt aangevallen. Het doorprikken van reclameboodschappen zou dagelijkse kost moeten zijn. Maar ik vraag me ook af: ga je zo niet van een terechte kritiek op bodyshaming een nieuwe vorm van bodyshaming maken? Ga je de vrouwen die op natuurlijke wijze een zogeheten perfecte maat hebben, niet in de hoek zetten waar met hen gelachen mag worden? Ga je, met andere woorden, het probleem niet gewoon omdraaien en vrouwen met dat maatje minder honen en hén nawijzen in plaats van de dikkerds? Dat risico loop je altijd met dit soort goedbedoelde campagnes.

Waar het om draait is: voel je goed in je lijf. Bepaal zelf of dat dik of dun of iets tussenin is. Laat je alleen leiden door de mening van jezelf en van de mensen die je graag zien, en niet door overbetaalde imagoconsultants of reclamebonzen. Als #echtelijven daarom draait, dan ben ik helemaal mee. Als het een omgekeerde vorm van bodyshaming wordt, tégen al wie er nu uitziet als 'de ideale vrouw', dan ben ik tegen. Zodra iemand gaat roepen "Dit is het superieure lichaam", loop ik weg. Baas in eigen lijf, daar ben ik voor. En blijf van mijn lijf, dat ook.

***

Zouden ze dat in Saudi-Arabië kennen, echte lijven? Je weet het niet, want je ziet het niet. Vrouwen zijn er quantité négligeable, weggestopt achter vier muren of in een ondoorzichtig gewaad dat de rol van die vier muren moet overnemen. Net goed genoeg om het huishouden te doen en kinderen te werpen, zolang mannen dat niet zelf kunnen en je ze niet uit olie kunt boetseren (die kinderen, bedoel ik). Saudi-Arabië is sinds vorige week lid van de Vrouwenrechtencommissie van de Verenigde Naties. En ons land heeft 'Ja' gestemd. Dat hoeft niet te verwonderen, het past perfect bij ons surrealistische imago. Onze minister van Buitenlandse Zaken blijft gewoon op post. Het is de schuld van de diplomaten, meneer, mevrouw. Ik heb nog de tijd gekend dat ministers hun verantwoordelijkheid namen en hun ontslag gaven vanwege hun eigen daden of die van hun diensten. Ik ben dan ook al héél oud. Tobback. Vande Lanotte. De Clerck. Niet, Eyskens junior, nee, die vond dit maar een apenland.

Op de Global Gender Gap Index 2016 van het World Economic Forum staat Saudi-Arabië op de 141ste plaats. Die jaarlijks upgedate index geeft 144 landen een score tussen 0 en 1 op basis van de rol van de vrouw in de samenleving. Krijgen vrouwen evenveel kansen als mannen op de arbeidsmarkt, verdienen ze evenveel, mogen ze zich vrij bewegen in de maatschappij, dat soort dingen. De eerste vier zijn, het hoeft niet te verwonderen, Scandinavische landen. In volgorde: IJsland, Finland, Noorwegen, Zweden. Op vijf staat heel verrassend Rwanda. Alvorens u roept: dat is dankzij onze invloed, toen het nog een mandaatgebied was van België, voeg ik er even aan toe dat België pas op de vierentwintigste plaats staat, met een score van 0,745. Jemen staat allerlaatste (0,516), Pakistan prijkt daar net boven, dan Syrië en vervolgens dus Saudi-Arabië (0,583). Iran staat 139ste, Marokko 137ste, Turkije 130ste.

Saudi-Arabië is een vrouwonvriendelijke natie, tevens sponsor van het internationale terrorisme. Het soort land waarmee je niets wil te maken hebben. Een soort Noord-Korea (ter informatie: 116de op de Global Gender Gap Index, met een score van 0,649), eigenlijk. Maar ze hebben er olie. En ze kopen onze wapens. Dus zijn het onze vrienden.

What's next? Marc Dutroux afvaardigen naar het bestuur van Unicef?

***

Woensdag wordt de allerlaatste aflevering van Girls uitgezonden. Aflevering tien van seizoen zes. Een reeks over vier vrouwen, twintigers, eigenaressen van niet-perfecte lijven, die zich staande proberen te houden in het kolkende New York. Een reeks die uit de koker van Lena Dunham ontsproot: vóór 15 april 2012 een nobele onbekende, die zich met haar aan geen enkel schoonheidsideaal beantwoordend lijf middels twaalf mediastielen en dertien ongelukken een weg probeerde te banen en die dankzij de bijval voor de semi-autobiografische kortfilm Tiny Furniture plots de kans kreeg een serie te mogen schrijven voor HBO, hét keurmerk van de Amerikaanse tv.

Girls was vanaf het begin controversieel: sarcastisch, niets en niemand ontziend, feministisch. De vier vrouwen waren geen heldinnen, relaties mislukten keer op keer, de seks werd vrij expliciet in beeld gebracht. Eigenlijk had Girls alles om te mislukken, want het past als een tang op een varken op de hedendaagse tv-wereld. Toch werd het een hit. Misschien wel dankzij die stomende seksscènes. Of door het compromisloze beeld van de grootsteedse vrouwen. Of het slimme scenario, van Dunham zelf, die zich letterlijk en figuurlijk in iedere aflevering blootgeeft. En dus bleef je kijken en ernaar uitkijken (wanneer komt dat volgende seizoen?). Hannah/Lena is nu zwanger, wist u dat trouwens al? Zal ze bevallen of loopt het toch weer helemaal anders af, in die ultieme episode?

Pas nu, tijdens seizoen zes, besef ik hoe ergerlijk ik de hoofdpersonages vind: neurotisch, narcistisch, egoïstisch, wereldvreemd, praatziek, kortzichtig. Ze zijn het tegengestelde van wat ik zelf zou willen zijn. Ik zou niet één avond, op een dronken feestje, in het gezelschap van deze vrouwen willen vertoeven. Als ik in een professionele omgeving met een van hen te maken zou krijgen, zou ik gillend weglopen. Zij ­— en ook de mannelijke personages — symboliseren de zelfgenoegzaamheid van de grootstad. Deze mensen voelen zich superieur aan het klootjesvolk en helpen vervolgens alles zelf naar de kloten. Na elke vlammende dialoog denk je: get a f***ing life, assholes! Losers die zichzelf winnaars achten, de ergste soort is dat. Je weet: de serie loopt af, maar in een denkbeeldig vervolg zou het ongetwijfeld niet goed komen met hen. Ze eindigen in de goot. Of zetten een revolver tegen hun hoofd. Geen enkel — maar dan ook werkelijk: geen énkel! — personage is sympathiek. Er zit zelfs niemand you love to hate bij, zo hatelijk en egocentrisch gedragen ze zich.

Benieuwd hoe het afloopt.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post769

Volksvijand nummer 1: het volk

PolitiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 22, 2017 13:37:44

Vergeet de tegenstelling links-rechts. Of beter: vergeet ze niet, parkeer ze even langs de kant van de weg, u mag zelf bepalen of het de linker- dan wel de rechterzijde van de politieke straat wordt. Vergeet, in België, ook even de tegenstelling Vlaanderen-Wallonië, ook al valt er op basis van talloze feiten te concluderen dat dit een tweesporenland is. De schisma's van vandaag hebben weinig te maken met ideologie en dat is waar ideologen, sociologen, culturologen, politicologen en allerlei andere -logen zich voortdurend op miskijken. Ze proberen verkiezingsuitslagen en polls te verklaren aan de hand van inhoud en concrete gebeurtenissen, en daar gaat het nauwelijks nog over.

***

Enter: het schisma steden versus platteland. De kloof tussen burgers die leven in (middelgrote tot grote) steden en burgers die wonen op wat gemakshalve als 'de buiten' wordt aangeduid, wordt steeds groter. Zie: brexit, presidentsverkiezingen in Amerika, referendum in Turkije. In de steden werd doorgaans gestemd op basis van redelijkheid, op het platteland telde het buikgevoel. (Ik vat het even kort door de bocht en arrogant samen.) Dus stemden mensen die niet in de steden woonden extreem conservatief: tegen het lidmaatschap van de Europese Unie, tegen het 'establishment' (wat dat verder ook moge betekenen, met een presidentskandidaat die stinkend rijk was en zich fiscaal inciviek gedroeg), tegen democratische verworvenheden. Maar wel vóór isolationisme, protectionisme en een dictatoriaal leiderschap, hoe contradictorisch dat ook mag lijken en klinken in een wereld die steeds kleiner lijkt te komen.

Kiezers op het platteland kiezen liever voor wat ze in het verleden kenden en waar ze een vaak vals nostalgisch gevoel aan overhielden, dan dat ze een blik in de toekomst werpen. Liever een sterk leiderschap dan twijfel. Liever luide roepers dan stille werkers. Liever doeners dan denkers. Politieke ideeën worden bedisseld in machtscentra, niet bij hen in de buurt, op de buiten. Misschien moeten we hen voortaan wel buitenlanders noemen. Dat schept een band met andere uitgeslotenen.

***

Interludium. In Vlaanderen speelt die tegenstelling steden-platteland minder, vanwege twee redenen: stedelingen werden in een niet zo ver verleden naar het platteland gejaagd (daarbij geholpen door een gebrek aan ruimtelijke ordening) en brachten hun stedelijke mentaliteit mee, én de aloude verzuiling. Zeg maar: de CVP-staat, die mensen van de wieg tot het graf aan zich probeerde te binden en daar meer dan veertig jaar vlekkeloos in slaagde. Dus wordt er bij ons op het platteland voorlopig nog minder extreem gestemd dan elders in de wereld.

Ik ben geboren in Merksem, toen nog een gemeente die apart van Antwerpen functioneerde, maar woon al zesentwintig jaar in het Pajottenland. Op de buiten. In de vorige gemeente waar we resideerden kwam er op zeker moment een houten barak op een kleine parking naast ons huis te staan. Een frituur, zo bleek. Zonder vergunning. Zonder de buurt te consulteren. Zonder toestemming te vragen. Na de eerste avond dat het ding open was, vonden we een halve curryworst in de brievenbus. Er piste al eens een zatlap tegen de zijgevel. Auto's stationeerden voor onze garage en als je in het frietkot aanschuivende chauffeurs daarop attent maakte, bekeken ze je vies en maakten ze pas na drie — steeds minder beleefd wordende — aanmaningen aanstalten om hun auto vijf meter te verplaatsen. Maar de burgemeester, al jaren aan het hoofd van een volstrekte meerderheid (en twintig jaar later nog altijd), greep niet in en probeerde te verzoenen, onder het motto: iedere kiezer is er één. "Och, ge kunt toch niets hebben tegen een kleine, lokale zelfstandige die een frituur wil beginnen?" Nee, maar je kunt wel iets hebben tegen mensen die zonder toestemming overlast beginnen te veroorzaken. Dan maar een brief gestuurd naar de nationale voorzitter van die partij, die — o voorspelbaarheid — aanraadde om de zaak uit te praten met... de burgemeester. Kastje. Muur. Dat is Vlaanderen ten voeten uit: dienstbetoon voorop, iedereen proberen tevreden te houden, maar als het moet toch de kant kiezen van een plaatselijke neringdoener en de inwijkeling op zijn plaats te zetten. Ik voelde me toen als een migrant: assimileren zult gij, inclusief het aanvaarden van pesterijtjes en corruptie op lokale schaal. Onze waarden en normen en zo. Wat ik wil zeggen: de mentaliteit tussen stedelingen en buitenmensen verschilt enorm. En zal dat ook blijven doen, hoeveel stedelingen ook migreren naar de buiten. Of omgekeerd, al gebeurt dat zelden.

***

Enter: het schisma jong versus oud. Opnieuw: dat nostalgisch stemgedrag. Met oogkleppen terugkijken op hoe het vroeger was. Ouderen zijn al snel geneigd om 'Vroeger was het beter' te zeggen, waarbij ze al wat fout liep met de mantel der vergane liefde bedekken. Jongeren krijsen 'Nu is het aan ons!' en dat schrikt die ouderen dan weer af. De tijd dat jongeren aan tafel hun mond moesten houden en vooral geen dwarse standpunten mochten innemen, ligt al een poos achter ons, maar heel wat ouderen kijken daar met enige nostalgische verlangens op terug. Die goede ouwe tijd, de tijd van toen, toen ze het nog voor het zeggen hadden. Groot-Brittannië uit de Europese Unie stemmen is als een oude ezel die met zijn allerlaatste krachten de jonge ezel een stamp geeft, om hem op afstand te houden en een levenslesje te leren. Hé, ik ben er nog. En ge zult naar mij luisteren!

***

Enter: het schisma elite versus plebs. U moet vandaag het interview met Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten in Het Laatste Nieuws maar eens lezen. Daarin zegt ze onder meer dat ons, westers, denken superieur is aan dat van de rest van de wereld. Los van het zelfgenoegzame dat hieruit blijkt, geeft dit perfect weer hoe al wie niet denkt zoals de zogeheten westerse elite hier gecatalogeerd wordt: als een stel minkukels. Boeren, zeg maar. Als weinig geïnformeerde, nauwelijks geïnteresseerde burger zou je voor minder je kar keren en je afzetten tegen het politieke establishment. Wat denkt die Rutten wel? Wat dacht die Clinton wel? En die Cameron? Natuurlijk is Gwendolyn Rutten pakken intelligenter dan de doorsnee Vlaming, maar door precies dit te benadrukken doet ze iets wat bijzonder onintelligent is: ze kakt op de mensen. In eerste instantie op al wie pro andere ideologieën en religies is, maar het gaat veel verder dan dat. Wellicht dacht ze: ik moet ook iets zeggen in het opbod tegen de vreemdelingen, stel je maar eens voor dat zo'n pittige tante de Open VLD in een zondagsblad een moslimpartij zou noemen.

Ik zag deze week een cartoon waarop je twee verplaatsbare toiletten bovenop elkaar gemonteerd ziet. Op de bovenste stond er 'Politicians' op de deur, op de onderste 'Voters'. De (grote) boodschap is duidelijk: politici kakken op kiezers. Ze doen beloften die ze in de verste verte niet kunnen waarmaken. Ze kondigen grootse plannen aan waarvan ze weten dat die geen schijn van kans maken. Ze roepen A en denken tegelijk B. Burgers zijn niet altijd even slim, soms zelfs ronduit dom, als ze tegen hun eigen belangen in stemmen bijvoorbeeld, maar Abraham Lincoln indachtig kun je niet de hele tijd doen alsof ze achterlijk zijn. Dat wreekt zich uiteindelijk, in het stemhokje. Ik herhaal: brexit, presidentsverkiezingen in Amerika, het stemgedrag van de Turkse Belgen (of Belgische Turken, zo u wil).

Niets of niemand is superieur, dat zou de basis van het liberalisme moeten zijn, dacht ik zo.

***

Enter: het schisma 'the winner takes it all' versus representatieve democratie. Brexit en Trump waren alleen maar mogelijk in samenlevingen die hebben gekozen voor het 'the winner takes it all'-principe. Zo'n samenleving dreigt Turkije op korte termijn te worden, nu Erdogan een nipte 'Ja' heeft gekregen op zijn referendumvragen. Dat voordeel hebben wij tenminste: hier is dat ondenkbaar. Hier moeten partijen op zoek gaan naar raakvlakken. Tezelfdertijd is dat ook de extreme zwakte van ons democratische systeem. Door de verregaande versnippering — zie ook: Nederland na de verkiezingen — wordt het steeds moeilijker om raakvlakken te vinden. Tussen twee partijen gaat dat nog. Met drie is dat lastiger, met vier quasi onmogelijk. Terwijl 'the winner takes it all' het risico inhoudt dat één leider of één partij onherstelbare schade aanbrengt aan het sociale en economische weefsel, houdt ons systeem het risico in dat er niet meer geregeerd kán worden. Ook dit heeft niets met de links-rechts-tegenstelling te maken. Kijk maar naar het gekibbel in de (centrum)rechtse regeringen die wij vandaag hebben.

De representatieve democratie hikt tegen haar beperkingen aan. Maar als we morgenavond de uitslag van de Franse verkiezingen te horen krijgen en over veertien dagen de winnaar van de tweede ronde bekend is, zullen we ons gelukkig prijzen dat we zo'n ingewikkeld systeem hebben. Churchill had gelijk: democratie is een slecht systeem, maar er is niets beters. Politiek zit met een constructiefout. 't Is als een Ikea-kast die je moet ineenschroeven terwijl er een paar vijzen ontbreken. Helaas kun je met de politiek niet terug naar de winkel om haar om te ruilen. Dus blijf je maar luidop vloeken. (En op je handen timmeren.)

***

Een paar dingen kun je wel al heel snel bijsturen. Eén: schaf de opkomstplicht af. Ik schreef het hier eerder al (ooit vormde het de kern van mijn eerste blogpost op deze plek): zorg ervoor dat mensen gemotiveerd gaan stemmen. Niet dat dit per se de uitslag zal bewerkstelligen die u of ik het liefst zouden zien: daar gaat het niet om. Het gaat erom dat kiezers met goesting naar het stemhokje moeten trekken, gemotiveerd, liefst ook een beetje geïnformeerd. Niet vanuit een misplaatste burgerplicht of omdat het nu eenmaal moet, maar omdat ze dat zelf willen. Als er dan een regering totstandkomt die een beleid voert dat haaks staat op mijn ideeën, zou ik daar veel beter mee kunnen leven. Dan weet ik pas écht dat ik tot de minderheid behoor.

Twéé: voer stemrecht in vanaf zestien jaar. Er bestaat geen pensioenleeftijd voor kiezers, waarom is er dan wel een minimumleeftijd? Waarom zouden jongeren niet mee over hún toekomst mogen beslissen? Iemand die op 25 mei 2014 17 jaar en 364 dagen oud was, mocht toen niet gaan stemmen. Maar diezelfde jongeling zal bij de volgende verkiezingen, normaal in mei 2019, bijna drieëntwintig zijn en geconfronteerd geweest zijn met beslissingen die zijn toekomst mede zullen bepalen. Als we senioren, terecht, laten meekiezen, dan moeten we junioren ook bij het democratische proces betrekken, hen het recht geven om over hun toekomst te stemmen.

***

Bescheidenheid en vastberadenheid zijn schone deugden, ook in de politiek. Politici moeten ideeën hebben, een ideologie verdedigen, consequent handelen, maar ze vergeten al te vaak dat de burger niet zit te wachten op verbaal spektakel, gehakketak of betweterigheid. Politici zijn geen superieure wezens, noch uitverkorenen. Het zijn net mensen, met hun kwaliteiten en hun gebreken. Alleen dringt dat besef te zelden door. Gaan ze zich niet alleen superieur voelen, maar zich ook zo gedragen. En zo worden ze brutaal geconfronteerd met hun eigen onvermogen en vervelend stemgedrag. Zo wordt Het Volk volksvijand nummer één.



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post768

Rebel Radja

SportGeplaatst door Frank Van Laeken vr, april 14, 2017 12:46:01

George Best. Ilie Nastase. John McEnroe. Eric Cantona. Mario Balotelli.

We houden van rebellen, in de sport en in de samenleving als geheel. We lezen alles wat er over hen verschijnt, we kijken naar alles wat ze doen, in de hoop dat ze weer eens flink buiten de lijn kleuren. O wat vonden we het met z'n allen prettig dat McEnroe tekeerging tegen de umpire: "You can't be serious man, you cannot be serious!" "That ball was on the line. Chalk flew up! How can you possibly call that out?!" "Answer my question. The question, jerk!" Dat George Best weer eens dronken gespot was in de armen van een of andere Miss World, smullen was dat. "When the seagulls follow the trawler, it is because they think sardines will be thrown into the sea", zei Eric Cantona droog op een persconferentie, kort nadat hij een supporter van de tegenpartij met een karatetrap had aangevallen. De aanwezige perslieden noteerden het gretig en beseften niet dat die uitspraak een verbale karatetrap in hun richting was. Misschien had die goede Eric beter een metafoor met aasgieren gebruikt dan met zeemeeuwen, maar soit. Mario "Ja, ik denk dat ik een genie ben, maar geen rebel" Balotelli vinden we allang niet meer interessant als voetballer. Wel, wat heeft nu weer gedaan? En, wie is die schoonheid naast hem? Já, eindelijk, een rode kaart!

Jeanne d'Arc. Pablo Picasso. Jim Morrison. Serge Gainsbourg. Kurt Cobain.

Enfants terribles noemen we hen. Vreselijke kinderen, in een slechte vertaling. Kinderen die je niet zelf in huis wil hebben, dat zou pas de hel zijn. Maar op een veilige afstand, geen probleem. Laat ze gerust witheet van woede een racket in gruzelementen smijten of lallend een gevecht uitlokken in een exclusieve discotheek of een vervelende tegenstander doormidden proberen te trappen of hun racewagen op de plek van een gehandicapte zetten of... Mag je niet doen, jongen, maar we vergeven het je. Want je bent een rebel. Je doet wat wij zouden willen doen, maar niet durven. We geven het toe: we zijn stikjaloers!

Mae West. James Dean. Marlon Brando. Sean Penn. Charlie Sheen.

We houden van rebellen with of without a cause. We zouden echt niet willen dat ze plots een normaal leven beginnen te leiden en dat ze onder een fleece op de bank naar tv zitten te kijken. Saaie boel. Ruziestokers willen we. Licht ontvlambare types. Kerels die eerst slaan en dan nadenken. Waarom denkt u dat die Trump zo populair is bij extreemrechtse kwieten? Hij zegt wat zij willen maar niet durven zeggen. Dat James Dean verongelukte maakte hem alleen maar populairder. Stel dat die goeie Jimmy twee maanden geleden zijn 86ste verjaardag had gevierd: boring!

***

"When I'm good, I'm very, very good, but when I'm bad, I'm even better" - Mae West

***

Rik Coppens. Johan Anthierens. Robbe de Hert. Jean Pierre Van Rossem. Radja Nainggolan.

We houden van rebellen, tenzij ze van bij ons zijn. Hoe aanraakbaarder een rebel is, hoe minder interessant we hem of haar vinden. We willen natuurlijk niet naast George Best in de kroeg staan, zeker niet als hij óns meisje wel ziet zitten en met haar begint te kletsen. We willen niet in het publiek zitten als John McEnroe weer een uitbarsting krijgt, want we hebben betaald om tennis te zien, geen praatsessie. Laat die Trump maar in het Witte Huis zitten en niet in de Wetstraat 16, want dan vinden we hem een malloot. Een beetje dwarsliggen mag nog, pakweg een coureur die al eens een snuifje coke door zijn neusgaten jaagt. Maar niet elke week, nee, dankuwel.

Radja Nainggolan zat met een te hoog alcoholgehalte in het bloed achter het stuur van een auto. Of hij daar nu alleen in zat, wachtend op pechverhelpers om zijn lekke band te vervangen, dan wel dat hij heel even de plaats van de nuchtere chauffeur had ingenomen omdat er net een politiecombi arriveerde, werd tot petite histoire gereduceerd, al is het cruciaal: dronken rijden doe je niet. Dronken meerijden is vooralsnog niet verboden. Maar het kwaad was geschied: een overijverige agent vergat even dat hij gebonden is aan beroepsgeheim en discretie, wilde eindelijk die vijftien seconden populariteit opeisen, en lekte het naar de pers. En die maakte er een staatszaak van.

Had Nainggolan dit gedaan in Rome, dan hadden we hem een malle, maar sympathieke jongen gevonden, "die gast met die kuif en die tattoos", allee, wat doet hij nu weer? Omdat het in Sint-Niklaas gebeurde, de nacht na een interland, drie dagen voor een volgende, werd het not done. Erger dan de bijtgrage Luis Suárez, want die deed (doet?) zijn vampierentrucjes in het buitenland. Weg met Radja!

Radja Nainggolan had te veel gedronken en dat hoort niet voor een voetballer met een voorbeeldfunctie. Ook roken behoort voor een sportman tot afwijkend gedrag. Je lichaam vol tattoos zetten en rondlopen met een opzichtige hanenkam, dat vindt de goegemeente ook nogal choquerend. Maar het enige wat ons zou moeten interesseren, is: is die Nainggolan een goede voetballer en hoort hij thuis in de selectie van onze nationale ploeg? Het enige waar de bondscoach zich mee zou moeten bezighouden, is: kan ik die Nainggolan gebruiken in mijn kern richting wereldbeker en hoe zorg ik ervoor dat hij voldoende discipline opbrengt om te kunnen presteren op niveau én aanvaard te worden binnen de groep? Ik denk: we kunnen Nainggolan gebruiken in de volgende interlands en volgend jaar in Rusland. Een aanjager van zijn kaliber is uniek. Of ziet u liever de saaie Witsel of de technisch kreupele Fellaini aan het werk?

Laten we voor één keer doen alsof die Nainggolan een rebel uit een ver, vreemd land is, die heel af en toe het nieuws haalt met een uitspatting. Zouden we hem dan koesteren of vervloeken? Zouden we hem dan interessant of vervelend vinden? Zouden we dan aan de toog "Zo iemand kunnen wij goed gebruiken!" zeggen of niet?

Moeilijke keuze voor Roberto Martínez, want hij heeft altijd gelijk én ongelijk: ofwel sluit hij een speler in de armen die een nuttige rol kan spelen, ofwel verzwakt hij zijn elftal. Ofwel neemt hij het risico dat een niet al te streng optreden anderen op ideeën brengt, ofwel stuurt hij een duidelijk signaal uit dat dit gedrag niet getolereerd kan worden. Zegt hij "So what?" of "Dit is een brug te ver!"? Eden Hazard werd voor één wedstrijd gebannen omdat hij na een vroege vervanging demonstratief een hamburger was gaan eten buiten het stadion. Misschien Nainggolan symbolisch de volgende interlandperiode thuislaten en hem in het najaar opnieuw selecteren? Hij kan ons in Rusland nog van dienst zijn. Zorg er dan wel voor dat er geen alcoholische drank zit in de minibar van de kamer en dat er geen nachtwinkel in de buurt van het spelershotel is.

***

"I like a man who's good, but not too good - for the good die young, and I hate a dead one" - Mae West





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post767

Roept u maar!

CommunicatieGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 08, 2017 12:58:25

"Geen commentaar". Gevleugelder werden zijn woorden zelden. Daarmee moesten naar beklijvende uitspraken of tersluikse onthullingen peuterende journalisten het, na uren in de druilerige regen gewacht te hebben, meestal stellen. Een beetje bars geformuleerd, zo van: wat staat gij hier nog te doen, manneke? Ga toch naar huis of naar de kroeg! Jean-Luc Dehaene was geen man van het protocol en nog veel meer minder van de spraakmakende oneliner. "Een politicus van de vorige eeuw", noemde hij zich een paar jaar ver in deze eeuw. In die vorige eeuw, de twintigste, mocht u onderweg de tel zijn kwijtgeraakt, hing in vele huishoudens een bordje aan de wand met daarop de tekst "Spreken is zilver, zwijgen is goud". Ouders snauwden hun kroost nog weleens "Ge moet zwijgen aan tafel als de volwassenen spreken!" toe. Op snerpende toon. Zo van: zo is het en niet anders. En zo is het altijd geweest en zal het altijd zijn. Dachten ze.

Zo was het en niet anders. "Geen commentaar" is vandaag "Altijd commentaar" geworden. Wachtende journalisten kunnen besloten vergaderingen nu rechtstreeks volgen. Altijd is er wel iemand die wat er in het diepste geheim gezegd wordt onmiddellijk sms't of whatsapp't naar een bevriende reporter. Als politieke leiders uit de vergadering komen, kunnen de journalisten hen meteen voor de voeten werpen wat ze zelf juist gezegd of gehoord hebben. Er wordt niet meer gehengeld naar hapklare brokjes nieuws. Dat staat al lang op de site ("Later meer..."). Of op Twitter. "Uit betrouwbare bron vernemen we". "BREAKING!" Soms tweet een aanwezige zelf al wat net voordien in alle discretie besproken werd. Altijd commentaar.

De president van Amerika heeft altijd commentaar. Vooraf, op het moment zelf, achteraf. Altijd. En wat zo mooi is: het is traceerbaar. Want het staat op Twitter. Zo konden we de voorbije dagen de uitspraken van Donald Trump, de president, vergelijken met die van Donald Trump, de kandidaat, of Donald Trump, de grofgebekte zakenman. Wat bleek: hij spreekt zichzelf voortdurend tegen. "Niet bombarderen, Obama, dat is niet in ons belang" van een paar jaar geleden werd nu "Obama had al veel vroeger moeten beginnen bombarderen". Alles is verifieerbaar, tegenwoordig, en niemand lijkt daar wakker van te liggen. Meningen zijn tijdelijk geworden, als dagjestoeristen op een zonnige zondag. Ze zijn met veel te veel en op het eind van de dag keren ze naar huis terug, vloekend dat ze met zo veel zijn. De hel, dat zijn de anderen: zij veroorzaken die file op zondagavond.

Een Vlaamse minister citeerde uit een rapport van de Staatsveiligheid, dat ze blijkbaar niet gelezen had. Of niet goed genoeg. Of niet helemaal begrepen. Of die mannen die onze veiligheid moeten garanderen hadden weer eens te veel woordjes uit cryptogrammen opgevist om hun boodschap over te brengen. Lekker geheimzinnig. "Wij hebben dat zo niet bedoeld" werd in haar interpretatie "Ik heb dat zo gelezen". Achteraf volgt dan geen mea culpa en al zeker geen "Ik heb het verkeerd begrepen", o nee. Dat deed ze ook al niet toen ze fout citeerde uit een rapport met armoedecijfers dat nog niet eens bij de drukker lag. Daarin verschillen de machtigste leider van de wereld en een minister in een regionale regering niet van elkaar. Niet toegeven, vooral: níet toegeven! Ook al staat het zwart op wit gedrukt: mensen vergeten dat heus wel. En de achterban pikt het. Vroeger zei men: een krant sterft elke dag. 's Avonds schil je er je patatten op. Vandaag sterft een mening elke dag. Het belangrijkste is: je moet je mening in de groep gooien. Altijd commentaar! Hoe meer meningen, hoe meer vreugd.

Spreken is zilver, zwijgen is goud, ach, vergeet het. Roepen is brons en daarmee mag je toch ook mee op het podium? Het doet deze oudere jongere terugdenken aan een cabaretlied van Frans Halsema uit 1969, Roept u maar! Dat ging zo: Halsema zong een strofe, waarna hij "Roept u maar!", euh, riep naar de zaal. "Ja, roept u maar." "Biafra". "Wat zegt u, Biafra? In Biafra, daar heerst honger, dat is een grote ramp / De vrouwen en de kindertjes, die barsten van de kramp / Ze sterven daar bij bosjes, iedereen heeft diarree / Maar, we zitten hier gezellig en we zitten hier oké". Roept u maar! "Negerprobleem!" "Negerprobleem. De negers in Amerika, dat valt daar ook niet mee / Die zitten d'r niet gezellig en die zitten d'r niet oké / Ik ben tegen discriminatie, dat heeft geen enkele zin / Ik slaap net zo lief met een blanke vrouw als met een negerin."

Roept u maar! Charlie Hebdo! Bataclan! Zaventem! Maalbeek! Nice! Chemische wapens! IS! Stockholm! Unia! Moskee dicht! U roept, wij volgen. De Homo Politicus van 2017 is als een cabaretier die iets oppikt uit het publiek en er vervolgens een rijmpje rond verzint. Klinkt het niet, dan botst het. Botst het, dan is dat maar zo.

***

"Ik ga u weer verlaten, het is weer mooi geweest / Ik moet nog even verder, ik moet nog naar een ander feest / Ondanks alle ellende, viel het allemaal wel mee / Want, we zitten hier gezellig en we zitten hier oké!"

***

Mijn grootmoeder is gestorven. De bomma. 103-5-31. Op het eind worden we allemaal gereduceerd tot een getal, of een reeks getallen. 103 jaar, 5 maanden, 31 dagen. Maar verder: geen commentaar. Zwijgen is goud. En stilte is vaak het mooiste geluid.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post766
« VorigeVolgende »