Maandans

Anderlecht is geen weireldploegsjeSport

Geplaatst door Frank Van Laeken zo, oktober 14, 2018 11:20:31

(Deze bijdrage verscheen op maandag 8 oktober in De Standaard in de wekelijkse reeks 'De Bankzitter'.)

De blinde tegen de kreupele, zo kondigde Zulte Waregem-Anderlecht zich vooraf aan. Het was de kreupele die naar een 1-2 zege strompelde. Crisis in het Astridpark bezworen? Dat valt te betwijfelen, want de pijnpunten blijven.

De supporters van Anderlecht namen pas een kwartier na aanvang van de wedstrijd plaats op de bezoekerstribune van het Regenboogstadion. Vijftien minuten uit protest tegen vijftien tegenvallende transfers. Hadden ze hun ongenoegen doorgetrokken van de voorbije maanden naar de laatste twintig jaar, dan hadden ze gewoon kunnen thuisblijven.

Deze club is jarenlang mismeesterd. Eerst door de hautaine houding van pseudo-aristocratische bestuurders. Die gedroegen zich als een kasteelheer die hardnekkig weigert om het lekkende dak en de afbladderende verf op te merken. Het ooit zo trotse Anderlecht was een club in verval, al kon dat in de eigen competitie nog verdoezeld worden door een titel om de twee jaar. Daarna werd het transferbeleid in handen gegeven van een bevriende makelaar, Mogi Bayat, die bij verschillende clubs tegelijk met zijn mannetjes mocht schuiven. Gevolg: een onophoudelijke transfercarrousel, veel middelmaat, geen visie.

Sinds 1 maart is paarswit in handen van Marc Coucke, op voetbalvlak een leerling-tovenaar die dacht dat de overstap van een weireldploegsje naar een equipeke du monde makkelijk te verteren zou zijn. Na opeenvolgende tegenvallende resultaten tegen godbetert Union, STVV en Dinamo Zagreb woei er eind vorige week een 'parfum de crise' doorheen het Constant Vanden Stockstadion. Veel Royal is er niet meer aan bij deze Sporting Club.

Crisette

Zulte Waregem-Anderlecht valt samen te vatten in twee paragrafen. De Anderlecht-spelers wilden hun nog afwezige fans niet voor de borst stuiten en speelden het eerste kwartier met de rem op. Gerkens knalde kort daarna een wenkende kans op het been van Bossut, Baudry redde een poging van Bakkali op de lijn. Aan de overzijde werd een doelpunt van Harbaoui afgekeurd voor een duwfout en miste De Pauw, al werd die stevig gehinderd door een driest tackelende Sanneh. Een strafschop had in die fase best gekund. In de slotfase van de eerste helft profiteerde Bakkali zowaar van een letterlijke uitschuiver van Heylen, ex-Anderlecht, 0-1.

Na de rust kregen we holderdebolder: veel goede wil, weinig ideeën. Het was lang wachten op pogingen van Dimata (op Bossut) en Bongonda (redding met de vingertoppen door Didillon). Het tweede doelpunt viel uit de lucht: Saelemaekers kopte tot bij Gerkens, die in een tijd kundig afwerkte. Wedstrijd gespeeld, zo leek het, tot Buffel in de 92ste minuut de 1-2 maakte. In de slotseconden viel ei zo na nog de gelijkmaker: Baudry kopte van dichtbij in het zijnet. Zevende nederlaag op rij voor Zulte Waregem. Of Francky Dury nu mag beschikken? Ach, zo groot is het verschil niet tussen 0 op 18 en 0 op 21, en met de inzet van zijn manschappen was niets mis. De verliezer zag er op het eind trouwens tevredener uit dan de winnaar. De verongelijkte en ietwat moedeloze handgebaren van Vanhaezebrouck maakten het duidelijk: Anderlecht is er nog lang niet. De crisette is misschien heel even bezworen, de crisis loert nog altijd om de hoek.

Geen enkele Rode Duivel

Dat heeft alles te maken met een spelerskern die meer gebreken dan kwaliteiten vertoont. Eind augustus hadden we op deze plek nog veel lof voor de jeugdspelers die volop kansen kregen. Daarna werden nog een paar transfers gedaan, waardoor die jongeren nu meer naast dan in de ploeg staan. Hun vervangers zijn niet beter, alleen kosten ze meer, heeft sportief directeur Luc Devroe hen persoonlijk binnengehaald en moeten ze om die reden spelen.

Welke speler van het huidige Anderlecht zou in de jaren 60 hebben mogen meespelen? Antwoord: geen enkele, er zou zelfs niemand van in de kern hebben gezeten. Op 30 september 1964 stonden er elf paarswitte spelers op het veld tijdens een interland tegen Nederland. Vierenvijftig jaar later wordt er niemand van Anderlecht nog opgeroepen voor de Rode Duivels. Hein Vanhaezebrouck zal tijdens de interlandbreak flink kunnen oefenen op automatismen, want hij moet nauwelijks spelers missen: ook onder de buitenlanders weinig internationals.

Wie van het huidige Anderlecht zou in de jaren 70 een kans hebben gemaakt? Niemand, zelfs niet om de bank op te warmen. In het Anderlecht van de jaren 80? Alweer: niemand. Toen werden er nog Europacupfinales gespeeld. Toegegeven, het zijn populistische en oneerlijke vergelijkingen, want toen ging er nog veel zwart geld om in het Belgisch voetbal, mochten buitenlandse topclubs hooguit drie buitenlanders opstellen en speelden alleen kampioenen mee in de Europabeker voor Landskampioenen, de voorloper van de Champions League. Maar ook in het Anderlecht van Aimé Anthuenis, rond de eeuwwisseling en dus ná de liberalisering van de voetbalmarkt ten gevolge van het Bosman-arrest, zien we niemand die zijn plaats zou moeten afstaan aan Kums, Trebel of Santini.

DNA

Zetterberg, Baseggio, Biglia, Boussoufa, Suárez, Praet, Tielemans: de artiesten zijn weg en nooit vervangen. Spelers met dat typische DNA - technisch sterk, tikkeltje arrogant, overlopend van bravoure en flair, soms wat nonchalant en niet altijd even gemotiveerd, maar altijd in staat om stilistische acties aan efficiëntie te koppelen - lopen wel nog rond in de Belgische competitie (Vanaken, Danjuma, Pozuelo, Trossard), maar niet bij Anderlecht.

Paarswit is Europees een meeloper geworden en riskeert met deze spelerskern dit seizoen hooguit Belgische subtop te zijn. Natuurlijk vinden de verwende supporters dat een aanfluiting. Geen enkele tegenstander reist nog met knikkende knieën naar het Astridpark. De zomertransfers waren op het niveau van het weireldploegsje aan de kust, niet van de meest succesvolle club uit de Belgische voetbalgeschiedenis.

Niet verwonderlijk dat een vakman als Hein Vanhaezebrouck theatrale handgebaren maakt. Hij kan veel, maar een tovenaar is hij niet, wat de leerling-tovenaar ook moge denken.



Een team met een planSport

Geplaatst door Frank Van Laeken za, oktober 13, 2018 12:02:23

(Deze bijdrage als 'De Bankzitter' verscheen op maandag 1 oktober in De Standaard.)

KRC Genk blijft vrolijk doorstomen. Een beetje in de schaduw van Club Brugge blinkt het elftal van Philippe Clement nationaal én internationaal uit. Zaterdag werd het 4-0 tegen het noodlijdende Zulte Waregem.

Applausvervanging voor een bezoekende tegenstander, je maakt het niet al te vaak mee. Het 'overkwam' Thomas Buffel, die na negen seizoenen KRC Genk op z'n 37ste mag uitbollen bij Zulte Waregem. Vroeger in de wedstrijd had Buffel ook al applaus gekregen in de negentiende minuut: 19, tot voor kort zijn rugnummer in de Luminus Arena. Vier maanden geleden vonden veel waarnemers het niet zo sympathiek dat Buffel geen contractverlenging kreeg, vandaag is het duidelijk dat de aanvallende middenvelder geen rol van betekenis meer zou spelen in Genk. Door hem in de 87ste minuut te vervangen, toonde Zulte Waregem-trainer Francky Dury groot empathisch vermogen.

Al zal dat het vel van Dury niet kunnen redden. Vijf op negen in de eerste drie wedstrijden, dat was een behoorlijke start. Daarna volgde echter 0 op 18, met een doelsaldo van -17 (5-22). Dramatisch. Dury geniet na zestien seizoenen - verdeeld over twee periodes - Waregem heel veel krediet, maar onaantastbaar is niemand.

Lege plekken

De binnenkort 61-jarige Dury staat dichter bij het einde dan bij het begin van zijn trainerscarrière. In de andere dug-out zat zaterdagavond Philippe Clement (44), die pas in de zomer van 2017 de rol van assistent achter zich liet om hoofdtrainer te worden, een risicovol beroep. Met succes. Bij Waasland-Beveren toverde hij een ingedutte vereniging om tot een swingend geheel. Dat hij al na een half jaar opstapte voor een lucratief bod van KRC Genk was niet netjes, maar wel begrijpelijk, gezien de wankele status die voetbalcoaches genieten.

Wat Clement lukte in Beveren, lukte hem ook in Genk. Enkele gerichte wintertransfers, een consequente tactiek en veel geloof in eigen kunnen resulteerden in een geslaagde bekercampagne (verliezend finalist) en een vijfde plaats op het einde van Play-off 1, goed voor een plek in de tweede kwalificatieronde van de Europa League. Genk overleefde daarin deze zomer drie voorrondes (6 keer winst, 22 doelpunten voor, 6 tegen) en begon met een vlotte thuiszege aan de groepsfase.

De Genkenaars razen ook doorheen de Belgische competitie: zeven keer gewonnen, twee keer gelijk, 26 doelpunten voor (een gemiddelde van bijna drie), 9 tegen (gemiddeld één), tweede op twee punten van leider Club Brugge, lof op alle banken voor positief, aanvallend voetbal. Club is op alle vlakken nog net iets beter, maar het verschil is niet zo groot. Alleen jammer toch van die vele lege plekken in de Luminus Arena. Na de vette jaren (titels in 1999, 2002 en 2011, bekers in 1998, 2000, 2009 en 2013), was het de voorbije jaren vooral kommer en kwel. Twee keer werd zelfs Play-off 1 niet gehaald. In het seizoen dat volgde op de voorlopig laatste titel haalde KRC Genk gemiddeld 21.323 toeschouwers. Vorig seizoen was dat gedaald naar 15.623. Ondanks het huidige succes zijn de successupporters nog niet terug. Een kwestie van tijd wellicht. Gebrek aan regelmaat verhindert dat KRC Genk dertig jaar na de fusie algemeen aanvaard wordt als topclub.

Heldere en flexibele tactiek

Philippe Clement, als voetballer een ietwat saaie maar o zo nuttige, gedisciplineerde verdedigende middenvelder of centrale verdediger, laat zijn team onbevangen voetballen. Door het zware programma - Genk speelde al 17 competitieve wedstrijden op twee maanden tijd, Club Brugge nog maar 11 - is de trainer gedwongen om te roteren, want het seizoen is lang en spelers moeten fris zijn tegen dat het echt begint, eind maart. Maar die vele wissels schaden de automatismen niet. Daar is een simpele reden voor: Clement stuurt elke wedstrijd elf spelers in de wei die verdomd goed weten wat hun rol is. Genk is een team met een plan en die twee aspecten horen samen: het is een team, geen onsamenhangend zootje voetballers, en het tactisch plan is helder en flexibel. 4-3-3 als uitgangspunt, 4-2-3-1 en zelfs 2-2-5-1 als de bal in de ploeg is.

Ook tegen Zulte Waregem viel op dat de flankverdedigers bij balbezit extra aanvallers worden. Ze houden het veld breed en gaan buitenom (als de flankaanvallers naar binnen komen), of ze snijden binnendoor (als de mannen voor hen tegen de zijlijn kleven). Het is geen toeval dat twee van de vier doelpunten er zaterdag kwamen na een gemeten assist van de Finse linksback Jere Uronen. In vorige matchen was zijn Deense overbuur Joakim Maehle uitermate belangrijk. Heeft de tegenstander de bal, dan telt Genk vier verdedigers en een verdedigende middenvelder, maar de hele ploeg zet druk om de bal te heroveren. Bij balbezit telt Genk zeven aanvallende spelers. Als dat tactisch goed wordt uitgevoerd, is het bijzonder moeilijk af te stoppen. Dan krijg je uitslagen als 2-5 en 4-0. En dan miste Leandro Trossard tegen Zulte Waregem nog een strafschop, de vierde misser vanop elf meter al dit seizoen. Werkpuntje.

Met Alejandro Pozuelo en Ruslan Malinovskyi lopen er twee middenvelders rond die een wedstrijd kunnen doen kantelen. De Spanjaard heeft er een neus voor om op de juiste plaats te verschijnen, hij scoorde tegen Zulte Waregem de belangrijke openingsgoal na een halfuurtje ploeteren. De Oekraïner heeft het beste afstandsschot van de Jupiler Pro League, altijd nuttig om een match open te breken. En met Mbwana Aly Samatta heeft KRC Genk een potentiële topschutter in huis. Tegen Zulte Waregem scoorde de Tanzaniaanse international een hattrick, hij zit nu aan zes doelpunten. Kritische bedenking: bij de laatste goal had hij de eer aan invaller Bryan Heynen moeten laten. De bal hobbelde in doel, tot het egoïsme van de spits bovenkwam. Samatta gaf er nog een overbodige tik tegen.

'Niemand zit met de titel in het hoofd', zei Philippe Clement achteraf. 'We moeten gewoon proberen om deze motivatie vast te houden.' Voor bevlogen uitspraken moet je niet bij de Genkse trainer zijn. Zo lang hij z'n elftal maar bevlogen laat voetballen.



Club heeft bij de aftrap al half gewonnenSport

Geplaatst door Frank Van Laeken vr, oktober 12, 2018 10:30:23

(Deze bijdrage in de reeks 'De Bankzitter' verscheen eerder in De Standaard van maandag 24 september.)

Acht speeldagen ver krijg je een duidelijk beeld van de situatie in de Jupiler Pro League. Club Brugge is top, KRC Genk doet het prima, Anderlecht, Standard en Gent zijn zoekende. Wie houdt Club van de titel?

Super Sunday. De slag om Vlaanderen. Classico. Voetballiefhebbers werden voor het weekend weer om de oren geslagen met luidruchtige marketingtaal. Als er op zondag anderhalve topper op het programma staat in de Jupiler Pro League, wordt er al volop promotie gevoerd onder de noemer 'Superzondag'. Alles is super tegenwoordig.

De confrontatie tussen Club Brugge en AA Gent heet sinds deze eeuw 'De slag om Vlaanderen'. Klinkt lekker agressief, moet de boel tussen beide supportersclans een beetje opjutten, ook al is het ver van een derby (een kilometer of vijftig) en kan je de erelijst van beide clubs nauwelijks vergelijken. Naast Club (15 titels, 11 bekers, 2 Europacupfinales) is Gent (1 titel, 3 bekers) niet meer dan een sympathiek provincieclubje.

Het ergerlijkst is nog die 'Classico', die de krantenstukjes is binnengeslopen. Ook dat is een inhoudsloze kreet. Iedereen weet dat er maar één Clásico is en die wordt op ruim 1.300 en 1.500 kilometer hiervandaan gespeeld, tussen clubs die op andere continenten heel wat meer belangstelling opwekken dan Standard en Anderlecht. Noem het Le Classique, wat mij betreft, maar vergelijk dit treffen aub niet met de absolute top.

Opportunistische wereld

Voetbal wordt met voeten, benen, hoofd en - heel uitzonderlijk - handen gespeeld, maar ook met de hersenen. Het mentale aspect wordt naarmate de financiële en commerciële belangen groter worden steeds belangrijker. Het zit goed in het kopje, zoals dat dan heet. Of niet goed. Dat bleek ten overvloede in AA Gent-Club Brugge. Bij Gent stappen ze tegenwoordig het veld op met de gedachte dat het weleens zou kunnen mislopen. Bij de minste tegenslag gaan de kopjes omlaag, mislukken de meest eenvoudige balcontroles, worden kansen verprutst, heb je nooit de indruk dat een dribbel tot een doelkans of goal zal leiden. Als de spelers van Club het terrein betreden is dat met de idee dat ze kúnnen winnen. Of dat nu tegen Lokeren, Borussia Dortmund of AA Gent is, thuis of uit. Je ziet de heldere blik van winnaars. Ze staan bij het eerste fluitsignaal al een half doelpunt voor.

Onze zusterkrant Het Nieuwsblad schreef begin vorige week al over Gent-trainer Yves Vanderhaeghe in de verleden tijd, al had het bestuur net haar vertrouwen in hem uitgesproken. Nu weet je als ervaren journalist ook wel dat verbale steun van voorzitters en managers met een korrel zout moeten worden genomen, maar netjes was het niet om een zittende trainer af te serveren. Al is de kans groot dat op het moment dat ik dit stuk inlever (deadline: zondag 21 uur), het lot van Vanderhaeghe definitief bezegeld is. Zo gaat dat in een opportunistische wereld, waarin hapsnapbeleid vooropstaat en trainers worden geslachtofferd voor een mislukt transferbeleid. Niet de voorzitter, de CEO of de technisch directeur moet dan opstappen, maar de sukkel in de dug-out. Trainers zijn passanten.

Efficiëntie

Niet dat Gent tactisch geweldig in elkaar stak gisteren, maar qua beleving viel het allemaal wel mee. Dit was geen zielloos elftal dat niet snel genoeg afscheid kan nemen van zijn trainer. Maar evenmin straalde de thuisploeg onverzettelijkheid uit: dat bewezen de mooie, maar ook iets te makkelijke tegendoelpunten. Zevenentwintig spelers zette Vanderhaeghe al in en de competitie is nog maar acht speeldagen ver, plus nog vier Europese voorrondewedstrijden in augustus. Dat is geen teken van standvastigheid of groot vertrouwen in de spelersgroep. Een excuus: hij moet het doen met het spelersmateriaal dat hem wordt aangereikt. Middelmaat.

Daartegenover staat Ivan Leko. Het tactisch concept durft al eens te wisselen, maar de spelers passen zich voorbeeldig aan, ook de nieuwkomers. Wesley - goed voor een hattrick in de Ghelamco Arena - is een internationale topper in wording. Danjuma scoorde en liet scoren, hij is een aanwinst voor Club én competitie. Vijf dagen na de jammerlijke nederlaag in de Champions League tegen Dortmund - de overtreffende trap van pech! - toonde Club mentale weerbaarheid, tactische wendbaarheid en meedogenloos killerinstinct in de zone van de waarheid. Gent verscheen daar vaker dan Club, maar deed niets met halve en hele kansen. Voetbal is... efficiëntie.

Richtingloos

Met 5-1 verliezen van Sevilla is minder erg dan met 1-0 onderuitgaan tegen Spartak Trnava, zei Hein Vanhaezebrouck na de verloren Europa League-wedstrijden van Standard (5-1) en Anderlecht (1-0). Hij bedoelde: zwaar verliezen van een Spaanse subtopper kan gebeuren, verliezen van een Slowaaks clubje is onbegrijpelijk. Gelijk had ie, zoals ie ook wel zal hebben aangevoeld dat Anderlecht een club-in-bijna-crisis was voor aanvang van de thuismatch tegen Standard. Ook tegen de Luikse aartsrivaal liep het voor geen meter: zielloos, moedeloos, stuurloos voetbal. Goede wil, geen ideeën. En dan nog eens een goal van Djenepo tegen vlak voor de rust.

Anderlecht kwam terug in de match dankzij dekkingsfouten en de lafheid van de Rouches, die inzakten en heel passief speelden. En het won door een ultieme buffelstoot van aanwinst Sanneh, na een hoekschop van Trebel, de meest (over)betaalde speler uit de Belgische competitie. Deze zwakke topper - veel gebikkel, weinig kwaliteit - verdiende in feite geen winnaar.

Beeld van de wedstrijd: een breed lachende Vanhaezebrouck die na het beslissende doelpunt handjeklap en borstjedruk deed met zijn stafleden, terwijl Preud'homme twee minuten vóór het einde van de toegevoegde tijd al eenzaam naar de kleedkamer beende. Het lege zitje tussen zijn assistenten Deflandre en Ferrera illustreerde daarna de richtingloosheid van dit Standaard. Al moet Michel Preud'homme niet direct voor zijn job vrezen. Wie zal hem ontslaan? De technisch directeur? Dat is hij zelf. De ondervoorzitter? Dat is hij zelf. God in Luik? Dat is hij zelf.



De Gouden Roos van het Europese profvoetbalSport

Geplaatst door Frank Van Laeken do, oktober 11, 2018 09:54:55

(Deze bijdrage in de reeks 'De Bankzitter' verscheen op maandag 17 september in De Standaard.)

De kans dat een Belgische club de Champions League wint, is nagenoeg onbestaande. Maar de beste van Europa zijn op het vlak van community werking, dat lukte KAA Gent deze week wel. Helaas was de media-aandacht minimaal (en regionaal). Hulde aan een belangrijk project.

Wanneer ik deze paragrafen via een reeds zwaar geteisterd klavier in een Word-document giet, is de eerste helft van AA Gent-STVV nog aan de gang. Verwacht dus geen wedstrijdverslag, dat staat de deadline mij niet toe. Daarvoor moet ik u naar andere plekken in deze krant verwijzen. Het belangrijkste moment speelde zich, wat mij betreft, tien minuten vóór de aftrap af. Toen werd de KAA Gent Foundation, de community werking van de club, in het avondzonnetje gezet. Daar was een goede reden voor: begin van de week ontving die Foundation de ECA CSR Award 2018, de prijs voor de beste community werking in het Europese profvoetbal, waarbij die ECA staat voor European Club Association en de CSR voor Community & Social Responsibility.

Wereldvreemd

Wát?, zult u misschien reageren. Dat de Gouden Roos naar de Eén-programma's 'Down the road' en 'Sorry voor alles' ging, dat wist u, want het stond op de voorpagina's van bijna alle kranten. Dat de Ensor voor Beste (Belgische) Film wordt gedeeld door 'Le Fidèle' en 'Zagros', is u eveneens bekend. Het zat uitgebreid in de radio- en tv-journaals. Als voetballiefhebber las u vele pagina's voorbeschouwingen op het weekend en op deze drukke week met Europees voetbal, waarin Club Brugge aan een nieuwe Champions League-campagne begint met als voornaamste opzet beter te doen dan de nul op achttien van twee jaar geleden.

Een Belgische club zal ook dit seizoen de Champions League niet winnen. De kans dat u Euromillions wint, is haast groter dan dat Club Brugge op zaterdag 1 juni een van de finalisten is in het Wanda Metropolitano-stadion in Madrid. Toch heeft een Belgische club een soort Champions League gewonnen: die van de community werking. Wie alleen geïnteresseerd is in een rollende bal, stevige tackles, inventieve dribbels, gevaarlijke doelpogingen of gecontesteerde tussenkomsten van de videoref, zal nu even wereldvreemd opkijken. U zei? 'Community': bezig zijn met de lokale gemeenschap, de wijk, de buurt, de gemeente of de stad. Klinkt minder sexy dan een winnende goal in de laatste minuut van een zwaarbevochten topper. Die wereldvreemdheid ligt niet alleen aan u, overigens. Belga verstuurde dinsdagochtend nog wel een, rijkelijk laat, persbericht, dat kort werd opgepikt door sommige nieuwssites. Maar op de nationale sportpagina's bleef het in het beste geval bij tien lijnen, ergens in een hoekje; nog vaker wachtte het Grote Niets. Als er al over geschreven werd, was het op de regionale pagina's. Zonde.

Verbinden

De KAA Gent Foundation werd bekroond voor haar werk in de sociale woonwijk Nieuw Gent-Steenakker, op een steenworp van de Ghelamco Arena. Er lopen projecten met een wijkhuis, een dansacademie, meisjesvoetbal en wandelvoetbal voor senioren. Doel: vierhonderd mensen uit hun sociaal isolement halen. Verbinden, om het met een modieus toverwoord te zeggen. In een tijd dat velen de mond vol hebben van multiculturalisme, de noodzaak om te integreren en de veelkleurige samenleving van morgen, kan buurtwerking het verschil maken tussen voetbal ín en voetbal buíten de maatschappij. Het tweede is helaas al te vaak de realiteit, voetbalbestuurders wanen zich onaantastbaar. Om wijlen Steve Stevaert te parafraseren: het voetbal van de toekomst zal sociaal zijn of het zal niet zijn.

Wat deze award voor de KAA Gent Foundation zo speciaal maakt, is dat ze voor het winnen van de ECA Award moest opboksen tegen gerenommeerde clubs met een veel rijkere traditie - de Foundation bestaat pas in januari tien jaar - en met veel meer middelen. In Engeland wordt al vele decennia aan wijkwerking gedaan en móeten clubs een flinke hap uit de rijkelijk stromende tv-gelden besteden aan community werking, met als resultaat dat Premier League-clubs zeventig tot honderd personeelsleden in dienst hebben die uitsluitend met dit aspect van het voetbal bezig zijn. Daartegenover staan dan de acht vaste medewerkers van de Gentse Foundation, waarvoor AA Gent jaarlijks een half miljoen euro uittrekt. Vergeleken met buitenlandse topclubs is dat een habbekrats, naar Belgische normen is het een gigantische som. Ook op dat vlak vertoeven we hooguit in de Europese middenmoot. En hoewel community werking ook bij ons wordt opgelegd en clubs er subsidies voor ontvangen, is er amper een handvol clubs dat het ernstig neemt. Ach, als voorzitter kun je er niet mee uitpakken, in tegenstelling tot de transfer van de zoveelste wereldspits-in-wording.

Ivan De Witte van AA Gent ziet het gelukkig iets ruimer, zijn Foundation werd in eigen land in de jongste vijf jaar al drie keer uitgeroepen tot beste community werking en was ook al eerder genomineerd voor een ECA Award. Op de erelijst van dit jaar prijkt AA Gent mooi naast Real Madrid, Arsenal, Chelsea en Red Bull Salzburg. Voorgangers op het vlak van Community & Social Responsibility waren Aberdeen, PSV Eindhoven, Arsenal, Real Madrid en, in 2013, KRC Genk, nog zo'n Belgische club die verder denkt dan de groene grasmat.

Niemand gaat verloren

In de 52ste minuut van elke thuiswedstrijd zingen de supporters van de Buffalo's 'Mia' van Gorki. Het is hun eresaluut aan Luc De Vos, gestorven op z'n 52ste. Misschien kan de tekst nu een beetje geactualiseerd worden. 'AA Gent heeft het licht gezien / Ze zeggen, niemand gaat verloren'. Més que un club is de slagzin van FC Barcelona. Meer dan een club. Bij Gent mogen ze dat nu ook als ondertitel gebruiken.

Af en toe moet je als vertegenwoordiger van de media door het slijk kruipen. Bijvoorbeeld als je te weinig aandacht besteed aan minder mediagenieke maar daarom niet minder belangrijke aspecten in de sport, zoals de community werking in het voetbal. In hun domein is dat een Gouden Roos waard. Sorry voor alles, KAA Gent Foundation!



Gestommel in de vergeetputSport

Geplaatst door Frank Van Laeken wo, oktober 10, 2018 11:47:00

(Deze bijdrage in de reeks 'De Bankzitter' verscheen op maandag 10 september in De Standaard.)

Zelfs in een weekend dat er geen competitievoetbal is in de Jupiler Pro League kregen de wedstrijden in de Proximus League nauwelijks aandacht. Nog liever een zoveelste na- of voorbeschouwing over de Rode Duivels dan een bijdrage over 1B, de vergeten afdeling.

Mocht het u ontgaan zijn, de voorbije dagen stonden Lommel-OH Leuven, Westerlo-Tubize, Union-KV Mechelen en Roeselare-Beerschot Wilrijk op het programma. Dat kan aan u liggen: u bent niet geïnteresseerd in de lagere regionen van ons voetbal, bijvoorbeeld. Moet kunnen. Maar net zo goed wil u wel geïnformeerd worden, maar is het hopeloos zoeken naar uitslagen, stand, interviews en beschouwingen.

De tweede klasse van ons voetbal wordt al veel langer een kerkhof genoemd. Dat heeft met die gebrekkige media-aandacht maken, maar in de eerste plaats ook met de economische realiteit: in een kleine markt als de Belgische gaat het grootste deel van de beperkte tv-gelden naar de eersteklassers. De kruimels die dan nog van tafel vallen, zijn voor de tweedeklassers. Eigenlijk moet ik Proximus League schrijven, naar de sponsor die zijn naam heeft verbonden aan deze competitie, of 1B, een eufemistische benaming om te benadrukken dat dit ook een soort eerste klasse is en tegelijk ook weer niet.

Absurdistan

Het Belgisch profvoetbal telt 24 clubs, niet zo netjes verdeeld over 1A (16) en 1B (8). Die ongelijkheid heeft met het recente verleden te maken. In de zomer van 2009 werd het aantal clubs in de hoogste klasse gereduceerd van achttien tot zestien. Zeven jaar later werd grote schoonmaak gehouden onder de tweedeklassers, vanwege de economische onleefbaarheid. Er bleven nog 24 profclubs over. Om toch een beetje sop en kool te sparen, mochten ze in de Jupiler Pro League met zestien blijven voortboeren, met als gevolg dat de Proximus League uit amper acht teams bestaat. Die spelen vier keer tegen elkaar, 28 wedstrijden in totaal. In de praktijk wil dat zeggen dat je om de acht weken tegen dezelfde tegenstander speelt. De winnaar van de eerste periode (14 wedstrijden) speelt tegen de winnaar van de tweede periode om de kampioenstitel én - veel belangrijker nog - promotie naar het sportief en commercieel aantrekkelijkere 1A.

Om het helemaal ingewikkeld te maken, is de kampioen dan uitgespeeld. Geen competitieve wedstrijden meer vanaf half maart, geen inkomsten, wel de wortel van 1A die een paar maanden voor de neus van de financieel directeur blijft hangen. De clubs die tweede, derde en vierde eindigen in de totaalstand, mogen deelnemen aan Play-off 2, de nacompetitie met de ploegen op plaatsen zeven tot en met vijftien uit 1B. De zestiende degradeert en is ook al half maart uitgespeeld. En nu moet ik u even wegwijs maken in Absurdistan. Wie geen kampioen wordt in 1B, maar wél op de ereplaatsen eindigt, maakt nog kans om het seizoen daarop Europees voetbal te spelen, mits winst in Play-off 2 en daarna in een onderling duel met de vierde uit Play-off 1. Omgekeerd kan ook: als de periodewinnaar die de finale in 1B verliest na 28 wedstrijden bij de laatste vier geklasseerd stond, moet die ook nog eens play-downs spelen, wat in theorie tot degradatie naar de Eerste Amateurliga kan leiden.

Je kunt dit wiskunde voor gevorderden noemen. Of gewoon, wat het in werkelijkheid is, een ongeloofwaardig, amateuristisch idee dat op een of andere vreemde manier toch in de praktijk werd omgezet. Op een onbewaakt moment door een meerderheid in de Pro League goedgekeurd. Dat doen ze daar wel meer, denk aan de indicatieve tabel.

Buitenlandse suikernonkels

Het voetbal in 1B is potiger dan in 1A. Nog meer gericht op het vermijden van tegendoelpunten, nog meer fysieke duels, nog minder artistieke hoogstandjes. En nog minder volk op de tribunes. Vorig seizoen kwamen er gemiddeld 4.073 toeschouwers kijken. Tubize moest het met 1.284 eenheden stellen, Roeselare en Union deden niet zoveel beter. Daar kan je geen profclub mee runnen. Al zal dat gemiddelde stijgen nu KV Mechelen de plaats van Cercle Brugge heeft ingenomen.

Het aantal buitenlanders valt nog mee (91 op 209 contractspelers, 44 procent, tegenover meer dan 63% in 1A). Lommel en Westerlo geven zelfs volop kansen aan Belgische spelers, met respectievelijk slechts twee en zeven buitenlanders in de kern. De vreemde vogels vind je vooral in de bestuurskamers, want vijf van de acht clubs zijn geheel of gedeeltelijk in handen van een buitenlandse investeerder. KV Mechelen, Westerlo en Lommel zijn voorlopig nog helemaal Belgisch (al is Westerlo al jaren op zoek naar een overnemer), Beerschot Wilrijk is voor de helft eigendom van een Saudische prins. De andere clubs zijn Thais (Oud-Heverlee Leuven), Chinees (Roeselare), Brits (Union) of Zuid-Koreaans (Tubize). Ook in 1A rekenen vijf clubs op de inbreng van een buitenlandse suikernonkel.

Gerochel op het kerkhof

Het is best wel spannend dit seizoen. Na vijf speeldagen - de heenronde van de eerste periode zit er bijna op (volgt u nog?) - leidt Westerlo voor Lommel. O ironie, op de eerste vier plekken staan clubs die nog hoofdzakelijk zwart-geel-rood kleuren in de bestuurskamer. Het kan toeval zijn. Maar het kan ook wijzen op de weinig deskundige inbreng van de buitenlandse geldschieters die geen voeling hebben met ons voetbal en die nu ook niet bepaald even kapitaalkrachtig zijn als de sjeik Mansours of Abramovitsjen van deze wereld. Avonturiers met een halfgevulde portemonnee, daar zijn ze hier al content mee. Kijk naar wat Lierse is overkomen. Mismeesterd door Egyptenaren.

Als u de voorbije dagen al iets vernomen heeft uit 1B, noem het dan gerust gerochel op het kerkhof of gestommel in de vergeetput. Met de huidige formule zijn de clubs gedoemd om in de semi-anonimiteit te blijven. Bovendien: 24 profclubs, dat is niet leefbaar in dit land. Veel beter zou men van 1B resoluut de Eerste Amateurliga maken, met zestien clubs. Wie kampioen wordt na een reguliere competitie mag naar 1A, op voorwaarde dat er aan strenge licentievoorwaarden wordt voldaan. 't Is maar een ideetje.



Failliet van het scoutingbeleidSport

Geplaatst door Frank Van Laeken di, oktober 09, 2018 14:07:21

(Deze bijdrage in de reeks 'De Bankzitter' verscheen maandag 3 september in De Standaard.)

Eindelijk weten we hoe onze clubs er de volgende vier maanden zullen bijlopen: na het sluiten van de transfermarkt weten trainers met welk materiaal ze het moeten stellen. Opvallende ultieme transfer: Bubacarr Sanneh. Anderlecht betaalde 8 miljoen euro voor de Gambiaan, die een half jaar geleden nog veertig keer minder had gekost.

Zo rustig de zomer begonnen was voor Mogi Bayat - naar Belgische normen een supermakelaar à la Jorge Mendes of Mino Raiola, betrokken bij ontelbare deals - zo onstuimig eindigde die. Dankzij Twitter kun je dat perfect reconstrueren: @BayatMogi, 6307 volgers, kent weinig geheimen. Hij is naar het WK geweest, liet zich in Rusland portretteren in het gezelschap van Didier Reynders (wie deed dat niet?), maar werd pas echt actief in de maand augustus. Hij hielp Kaveh Rezaei eerst aan een nieuw vierjarig contract bij Charleroi, club van zijn broer Mehdi, om hem vervolgens te transfereren naar Club Brugge. Anderlecht, waar hij na het gedwongen vertrek van Herman Van Holsbeeck op een zijspoor was gezet door de nieuwe sterke mannen Marc Coucke en Luc Devroe, riep zijn hulp in om dure vogel Lukasz Teodorczyk te verkassen: het werd Udinese, een club waar Bayat kind aan huis is. Vriendendienst in beide richtingen.

Anthony Limbombe ondertekende in het gezelschap van Bayat een contract bij Nantes, de contractloze Mbaye Leye vond onderdak bij Moeskroen, Adrien Trébel versierde een verbeterd contract en werd zo de duurste speler ooit bij Anderlecht, en Massimo Bruno ging op de valreep nog naar Charleroi. Telkens weer post Bayat een trotse selfie. Tussendoor schoffeerde hij een journalist van La Dernière Heure omdat die had geschreven dat Kara Mbodji naar Nantes zou vertrekken ('Romain VDP doit absolument arrêter l'alcool ou la drogue ou les deux!!!! AMATEURISME!!!'), waarna Kara zes dagen later verhuurd werd aan... Nantes.

Op 31 augustus tweette Bayat 's ochtends: 'Bon aujourd'hui c'est le tour de mon frère'. Waarop Charleroi op de valreep nog vier nieuwe spelers mocht verwelkomen. Om maar te zeggen: Mogi Bayat bleek na een aarzelende start van de zomer toch weer alomtegenwoordig in het Belgische voetbal.

Mbappé

Internationaal viel vooral de transfer van Cristiano Ronaldo van Real Madrid naar Juventus op. Voor 117 miljoen euro en een jaarsalaris van 30 miljoen, waarmee de Portugees de op vier na duurste speler aller tijden wordt en alleszins de prijzigste 33-jarige. Een speler die zich extreem goed verzorgt, maar wiens beste jaren ongetwijfeld in het verleden liggen. Dan zijn dat exuberante sommen, die meer met prestige dan met sportieve verbetering te maken hebben.

Opvallend: in de Top 10 van duurste transfers staan drie doelmannen. Chelsea betaalde maar liefst 80 miljoen euro voor de 23-jarige Spanjaard Kepa Arrizabalaga, vier keer meer dan zijn marktwaarde. De Braziliaan Alisson Becker vertrok voor 62,5 miljoen van AS Roma naar Liverpool. En onze Thibaut Courtois mocht voor een prikje vertrekken naar Real, om dichter bij zijn kinderen te kunnen vertoeven: 35 miljoen, dat is net iets meer dan de helft van zijn transferwaarde. Wie echt weg wil, hou je niet tegen als club, contract of niet.

We zouden haast vergeten dat de duurste transfer werd gerealiseerd door PSG, alweer. Na Neymar in de zomer van 2017, 222 miljoen, werd nu Kylian Mbappé definitief binnengehaald. Vorig seizoen werd die nog gehuurd, om de Financial Fair Playregels te kunnen omzeilen. De beste jonge speler van het WK, amper negentien, kostte 135 miljoen, 45 miljoen minder dan vorig jaar was afgesproken.

Geen nieuw individueel transferrecord de voorbije drie maanden, wel weer collectief waanzinnige getallen. In de Premier League gaven 19 van de 20 clubs (Tottenham Hotspur deed opmerkelijk genoeg geen transfers) samen 1,4 miljard euro uit, minder dan de 2,1 miljard van vorig jaar. De netto-transferuitgaven (uitgaven min inkomsten) tikken de voorbije twee zomers af op 1,838 miljard. Crazy! De Serie A kwam voor het eerst boven het miljard euro transferuitgaven uit.

Geld moet rollen, ook in de Jupiler Pro League, die op de achtste plaats staat in de 'Big Spender'-ranking: er werd voor 96,5 miljoen ingekocht en voor 118,4 miljoen verkocht. Die 'winst' werd vooral opgestreken door AA Gent en Standard. Club Brugge gaf bijna 4 miljoen euro meer uit dan het ontving, Anderlecht zelfs 10 miljoen.

Xenofobie

Op 31 augustus waren er om middernacht 301 buitenlanders geregistreerd bij de eersteklasseclubs. Dat zijn er verrassend genoeg twee minder dan we op 24 juli op deze plek telden, maar op een totaal van 472 contractspelers nog altijd goed voor 63,8 procent, bijna twee op drie dus. Gemiddeld telt een club 29,5 spelers. Daar zit heel wat ballast tussen, spelers die gedoemd zijn om maandenlang hun conditie te onderhouden bij de B-kern in afwachting van een vertrek.

Xenofobie bestaat ook in het voetbal, in de zin van: angst voor onbekende gezichten. Luciano D'Onofrio haalt bij Antwerp opmerkelijk veel voormalig personeel van Standard binnen. En het duo Coucke-Devroe zocht het bij enkele oude bekenden van bij KV Oostende (Dimata-Milic-Musona). Voorspelbaarheid is veilig.

Duurste vogel was de Gambiaanse centrale verdediger Bubacarr Sanneh, bijna 24. Volgens Deense media betaalde Anderlecht acht miljoen euro aan FC Midtjylland, waarmee hij meteen de op een na duurste aankoop ooit is in de Jupiler Pro League. Amper zes maanden geleden betaalde Midtjylland zelf nog 200.000 euro aan een andere Deense club, AC Horsens. Daar kun je drie conclusies aan verbinden. Eén, loyauteit bestaat nauwelijks nog in het voetbal, als je al na een half jaar weer vertrekt. Twee, op een half seizoen tijd veertig keer meer waard worden, dat is een mirakel. Drie, waarom vallen dat soort spelers nooit op aan de clubscouts?

De transfer van Sanneh bewijst het definitieve failliet van het scoutingbeleid van onze clubs. Komt ervan als topclubs liever aan het handje van een bevriende makelaar lopen dan zelf op zoek te gaan naar talenten.







Ellebogenwerk tijdelijk door de vingers gezienSport

Geplaatst door Frank Van Laeken zo, oktober 07, 2018 12:29:07

(Deze bijdrage in de reeks 'De Bankzitter' verscheen op maandag 27 augustus in De Standaard.)

Club-Anderlecht was een half geslaagde topper, verdiend gewonnen door de thuisploeg met 2-1. Maar door een administratieve blunder binnen de Pro League en de voetbalbond ging het dit weekend minder over de wedstrijd dan over de zogeheten 'indicatieve tabel' en de spitsvondigheid van enkele clubadvocaten, waardoor geschorste spelers alsnog aan de aftrap stonden.

Het was mijn oprechte bedoeling om het uitsluitend over sportieve aspecten van de voetbaltopper van gisteren te hebben. Helaas, de ondoorgrondelijke wegen van clubadvocaten en bondsinstanties beslisten daar anders over. Wesley (Club Brugge), Carcela (Standard), Ocansey (Eupen) en Brogno (Beerschot Wilrijk, 1B) mochten ondanks een recente uitsluiting dit weekend gewoon meevoetballen.

De 'indicatieve tabel', daar draaide het de voorbije dagen allemaal om. Dat is een onderdeel van het bondsreglement, meer bepaald artikel B1905.1: een soort menukaart van sancties na een uitsluiting. Voorbeeld: een elleboogstoot die geen blessure veroorzaakt levert drie speeldagen schorsing op, een elleboogstoot die een blessure veroorzaakt twee speeldagen en een elleboogstoot die een blessure in het aangezicht als gevolg heeft zes speeldagen. Dat was het geval met Wesley tegen Excel Moeskroen. Hij moest zes matchen brommen, de vorige twee zat hij al in de tribune. Tot een slimme jurist van Standard vaststelde dat die indicatieve tabel - die er overigens gekomen was op vraag van de trainers, om een rechtspraak met meerdere maten en gewichten proberen te vermijden - nog niet was goedgekeurd door de leden van de Pro League, de clubs dus. Wél waar, zei de bondsprocureur, die een e-mail van de CEO van de Pro League als bewijs toonde. Niet waar, zei de juridisch directeur van Standard, er bestaat geen proces-verbaal van die stemming binnen de Pro League. En dus besliste de Geschillencommissie om de schorsingen van Carcela, Ocansey en Brogno ongedaan te maken, en die van Wesley tot twee wedstrijden te beperken. De beslissing over het aantal schorsingsdagen voor Ognjen Vranjes, de Anderlecht-verdediger die vorige speeldag was uitgesloten na een tweevoetige tackle, werd uitgesteld tot ná Club Brugge-Anderlecht. Belhamels Wesley en Vranjes konden dus gewoon meespelen. Vrij dankzij een procedurefout.

Eeuwig amateurisme

Een administratieve blunder die dateert van januari, meer dan een half jaar geleden, is de oorzaak, zo benadrukte Anderlecht-voorzitter Marc Coucke zaterdag in een reeks tweets. Hij betreurde de impasse, toonde begrip voor procedure-argumenten en verwees naar de volgende bijeenkomst van de Pro League om dit recht te trekken: 'sorry a voetballiefhebbers voor deze omstandigheden, die puur juridische oorzaken hebben. We houden ook niet v dergelijke toestanden'.

Waarom gaven Coucke, tevens voorzitter van de Pro League, en Bart Verhaeghe, voorzitter van Club én ondervoorzitter van de voetbalbond, dan niet het goede voorbeeld en legden ze hun trainers dan niet op dat ze Wesley en Vranjes niet mochten opstellen, zoals het sportief hoorde? Ach ja, naïef van me, fair play is bijzaak in de economische sector genaamd Profvoetbal. En wat meer is: ook voor de net voorbije en de volgende speeldag zijn rode kaarten facultatief. Elke clubadvocaat zal verwijzen naar precedenten, geen enkele speler zal geschorst worden. Onderliggende boodschap: elleboogstoten en tweevoetige tackles leveren tot minstens na de interlandbreak van begin september wél een rode kaart, maar geen schorsing op. Je kunt gewiekste advocaten niet verwijten dat ze hun cliënt met alle mogelijke rechtsmiddelen verdedigen. Wat kan hen het sportieve verloop van een competitie schelen!

De Pro League komt hier heel slecht uit: administratieve vergissingen ogen amateuristisch. Maar ook binnen het bondsparket, een onderdeel van de bond, had men veel alerter moeten zijn voor het ontbreken van een juridisch sluitend reglement. Naast de bestaande 43 overtredingen met passende sancties, mag aan de indicatieve tabel een vierenveertigste worden toegevoegd voor flaterende bondslieden.

In 1995 schreef François Colin, gewezen chef Sport van Het Nieuwsblad en senior writer van deze krant, het schotschrift 'Eeuwige amateurs', naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Komende zaterdag bestaat de bond precies 123 jaar en ondanks een in grote lijnen professionelere aanpak gedragen sommige departementen zich nog altijd bijzonder amateuristisch.

Jeugd krijgt kansen

Voetbal dan. De eerste helft was Club-Anderlecht een ouderwetse pot: positieve ingesteldheid, stevige duels, halve kansen en hele doelpunten. De videoref keek werkloos toe. In de tweede helft werd er verkrampt gebikkeld. Club teerde op de kleine voorsprong, Anderlecht kon onvoldoende een vuist maken. En de VAR greep op een cruciaal moment, terecht, in door een overtreding van Poulain op Amuzu te beoordelen als een vrije trap buiten het strafschopgebied. Scheidsrechter Vertenten had net voordien naar de stip gewezen.

'De vier vleugelspelers zijn samen nog geen tachtig jaar oud', zei commentator Filip Joos haast triomfantelijk bij het begin van de wedstrijd. Om precies te zijn: 79. Ook al presteerden ze niet fantastisch - alleen de rushes van de Nigeriaan Emmanuel Dennis (20) zorgden voor opwinding, hij scoorde ook de openingsgoal -, is het zonder meer een goede zaak dat onze topclubs volop kansen geven aan jonge voetballers. In het geval van Anderlecht zelfs spelers (Saelemaekers, Amuzu, Bornauw) die hun jeugdopleiding bij de club genoten. Dit staat haaks op het hapsnapbeleid van de meeste clubs in de Jupiler Pro League.

De sterkte van Club Brugge is dat het zijn sterkhouders wist te behouden: aan de aftrap stonden zeven basisspelers van het vorige (kampioenen)seizoen. De sterkte van Anderlecht is dat het een volledig nieuwe kern wist samen te stellen: amper drie spelers die aan de wedstrijd begonnen, waren er in mei al bij. Dat heet, in beide gevallen, een spelersgroep managen.



IdentiteitPolitiek

Geplaatst door Frank Van Laeken za, oktober 06, 2018 12:39:33

Deze verkiezingen draaien rond identiteit, zei de voorzitter van de populairste partij van Vlaanderen tijdens een gastcollege eerder deze week. De Nederlandse taal en verlichtingswaarden als vrijheid en gelijkheid zijn vitale componenten, zo preciseerde hij. Identiteit is de schraag waarop onze democratie rust, het is "een natuurlijke behoefte van de mens". Uit zijn toespraak: "Wij zijn geen solitaire dieren. Het unieke vermogen van de homo sapiens om abstract te denken maakt het ons mogelijk om een collectieve identiteit te delen met mensen die we niet persoonlijk kennen. Het vormen van grote groepen mensen die elkaar erkennen en herkennen als medespeler van hetzelfde team maakte ons tot meesters van de schepping. Het zorgt er ook voor dat we een democratisch bestel kunnen doen functioneren en het creëert een ethische verbinding die de basis legt onder solidariteit via herverdeling binnen de groep."

Ik probeer dat te vatten en kan er me tegelijk veel en weinig bij voorstellen. Ja en neen. Warm en koud. Zin en onzin. Open en gesloten. Wat is mijn eigen identiteit? Ik denk: Mens-Man-Wereldburger-Europeaan-Belg-Vlaming-Antwerpenaar-inwoner van een kleine gemeente in het Pajottenland. Niet noodzakelijk altijd in die volgorde, maar meestal wel. En Beerschot-supporter natuurlijk, dat ook. Daar identificeer ik me mee. Dus ja, vrijheid en gelijkheid, dat zijn fundamentele waarden, maar die Nederlandse taal is eerder toevallig, omdat ik nu eenmaal hier geboren ben. Ik ben een Vlaming omdat ik uit de regio Vlaanderen afkomstig ben, maar beschouw dat niet als een verdienste noch als een bewijs van deugdelijkheid. Ik voel mij meer Europeaan dan Vlaming. Ik heb meer affiniteit met een inwoner van New York dan met een doorsnee plattelander hier. Identiteit bestaat, fluctueert, is niet zo statisch als nationalisten willen doen uitschijnen. Heel eerlijk, dat zei die voorzitter van de week ook letterlijk: "Wie wij zijn is niet wie wij waren en wie wij zullen zijn". Maar net daarom vond ik de rest van zijn discours zo teleurstellend voorspelbaar, want het is net wel op hic et nunc gericht. Een samenleving evolueert, anders zou het niet 'samenleving' genoemd wordt, maar 'samenstilstand', of zoiets. En natuurlijk moet je basiswaarden verdedigen, maar wat zijn die? De Tien Geboden? Niet doden, niet stelen, niet bedriegen, niet liegen, niet jaloers zijn: akkoord. Maar bovenal één God beminnen en de dag des Heren heiligen, zijn aan deze atheïstische jongen niet besteed. De Grondwet en een dosis gezond verstand kunnen een leidraad bieden.

***

Zou een inwoner van een sociale woning in Gent wakker liggen van zijn of haar identiteit? Of denkt die eerder aan die dakbalk, die dreigt neer te storten op zijn hoofd? De schimmel op de muur. De penetrante geur die in huis blijft hangen. De rekeningen die moeten betaald worden. De modale mens heeft nood aan het vervullen van zijn basisbehoeften: eten, drinken, een dak boven het hoofd, met een gerust gemoed kunnen slapen, een veilige omgeving, graag zien en gezien worden. Die stelt zich niet de vraag: wat is nu mijn identiteit ook alweer? Maar wel: zal er op het eind van de maand nog een stukje loon overblijven? Of erger: zal er op het eind van mijn loon nog een stukje maand overblijven?

Gemeenteraadsverkiezingen draaien nog veel minder rond identiteit dan federale, Vlaamse of Europese. Het gaat om lokale behoeften, micro machtsverhoudingen, wie het met wie wil doen en waarom en hoe je daar zelf beter van wordt. Grote ideologieën zijn niet besteed aan een dorp. Ik deed mee aan een paar stemtesten en kwam amper boven de vijftig procent uit van standpunten die aanleunen bij de mijne. Ik kwam uit bij politici en gelegenheidspartijtjes die ik van haar noch pluim ken (en wil kennen), een samenraapsel van populistische ideetjes om toch maar de zittende (absolute) meerderheid naar af te sturen. En met die partij aan de macht heb ik ook al niets. Ik ken beter mijn weg in buitenlandse steden dan in mijn eigen dorp, en dat vind ik best zo. Ik identificeer mij nadrukkelijk niet met dit kabbelende leven, maar ik vertoef er wel graag, in alle rust. De lokale identiteit? Connais pas. De lokale taal? Ik weiger ze te spreken. Ja, in mijn woonplaats hamer ik op het Nederlands.

Ik vind Vlaanderen wel een prettige regio om in te wonen, maar vraag me niet om me ermee te identificeren. Al word ik inwendig woest als een vertegenwoordiger van een telefoonmaatschappij me in het Frans belt om te proberen me een abonnement aan te smeren. Dat vind ik onbeleefd, dus ja, meneer de voorzitter, laten we zo goed en zo kwaad als dat kan een gemeenschappelijke taal hanteren — en dat mag best het Nederlands zijn — en vrijheid en gelijkheid respecteren, maar daar mag het wat mij betreft ophouden.

***

Er was vorig weekend veel te doen rond Curieuzeneuzen, een onderzoek van De Standaard dat de luchtkwaliteit had gemeten in heel Vlaanderen. Dat bleek in sommige gevallen flink tegen te vallen. Heel wat plekken scoorden rood (slecht), sommige paars (slechter). Niet zo toevallig was de toestand in de grootstad A belabberd, de stad waar de identiteitsvoorzitter van hierboven burgemeester is. En dus, zo concludeerden zijn aanhangers, was dit een gekleurd onderzoek. Daarmee bedoelden ze niet 'rood' en 'paars', maar links. Iemand die zichzelf Een Heel Groot Licht waant, fanatieke flamingant en tevens hoofdredacteur van een opiniewebsite die zeer eenzijdige opinies publiceert, ging zover het onderzoek activistisch te noemen, een met voorbedachten rade opgesteld plan van (s)linkse pennenridders om vlak voor de verkiezingen bestuurders in diskrediet te brengen. Alsof dat het opzet was van dit onderzoek!

Schone lucht is een mensenrecht. Dat garanderen is verdorie een plicht van politici. En als die dat niet doen, is het de verdomde plicht van journalisten om dit naar buiten te brengen. Tenzij je een verborgen agenda hebt, zoals die ene opiniewebsite. Je gaat me niet horen zeggen dat er geen vooringenomenheid is in de journalistiek: vooroordelen en voorkeuren zijn des mensen. Maar de activistische (pseudo)journalisten vind je eerder buiten dan binnen de mainstream media.

***

Mijn stemadvies: ga stemmen!

***

Volgende week zondag presenteer ik vanaf 16 uur mee het verkiezingsprogramma op TV Oost. De dag voordien is er een uitgebreide generale repetitie en moet ik studeren op de samenstelling van de coalities in 27 steden en gemeenten, geen tijd dus om een doorwrochte blogpost te schrijven. Tot 'in den draai', na de verkiezingen.