Maandans

SchuddebolCommunicatie

Geplaatst door Frank Van Laeken za, augustus 11, 2018 18:10:09

De tijd vliegt wanneer je je amuseert. Dat is natuurlijk niet echt zo: een dag duurt dan net zo goed 24 uur, een uur 60 minuten en een minuut 60 seconden. En toch lijken de minder prettige dingen een eeuwigheid te duren en de prettige veel korter te zijn. Dat gevoel had ik gisteren en vandaag ook op de eerste twee middagen van MoMeNT in Tongeren. Het vloog voorbij. Interessante praatgasten, boeiende thema's (Tijd, Deadlines), een publiek dat aandachtig was voor wat geen longread maar een longlisten was. Een format die - komt-ie! - niet van deze tijd is en daardoor net weer wel. Laten we er vooral voor zorgen dat fijne gesprekken even mogen duren en niet vervellen tot momentopnamen, oneliners, slogans, tweets.

Vrijdag waren drie auteurs aan het woord: twee bekroonde vijftigers, Jeroen Olyslaegers en Yves Petry, en één nog niet bekroonde dertiger, Katrijn Van Bouwel. Er is heel veel gezegd in die twee uur en toch heb ik niet heel mijn voorbereiding kunnen gebruiken. Ik had het met 'vrolijke pessimist' Yves nog willen hebben over zijn uitspraak: 'Romans zijn voor mij een manier om betrokken te zijn op mensen.' Jeroen had ik graag een zinnetje uit Wil voorgelegd: 'Moeilijke tijden, zult ge mensen vandaag de dag nog steeds horen zeggen en vooral: dat ge alles in zijn context moet zien.' En met Katrijn wilde ik een boompje opzetten over een zinnetje uit De muze en het meisje: 'Alle tijd is tijd genoeg.' Maar, euh, alle beschikbare tijd was nog niet genoeg.

Beide heren werden bekroond met de Tzum-prijs voor Mooiste Zin van het Jaar. Yves in 2016 voor een zin uit Liefde bij wijze van spreken: 'Ze ging naar bed met jongens op de manier waarop ze vroeger boeken las: omdat ze het gevoel had dat het van haar werd verwacht, niet omdat ze er zelf veel bijzonders van verwachtte.' Jeroen een jaar later voor deze zin uit Wil: 'Mijn ouders zijn nooit pilaarbijters geweest, vooral mijn vader had enkel minachting voor al die lijkbidders in een kerk die devoot met hun handen boven de lakens sliepen en die de soutanedrager achter het altaar beschouwden als hun genadeloze gids in de zoölogie van de lusten.' Die prijs is overigens niet louter symbolisch, er hangt een bedrag aan vast: één euro per woord. Dus ontving Yves Petry netjes 34 euro, en Jeroen 48, die men hem persoonlijk uit Nederland is komen brengen.

Toen dacht ik: ik kan Katrijn niet met lege handen laten vertrekken en ik koos een van de vele prachtige zinnen uit haar debuut. Met name: 'De dooi van de tijd zal ook deze herinneringen wegsmelten, tenzij ik ze kristalliseer, bewaar in een schuddebol, om steeds weer opnieuw tot leven te laten komen.' Ik moet haar 27 euro. En ik heb het beeld van die schuddebol nu in mijn hoofd zitten en denk diep na welke gebeurtenissen ik daarin zou willen vastleggen, om ze heel af en toe kort tot leven te wekken, zoals in het sneeuwlandschap uit de allerbekendste schuddebol. In de eerste plaats: een herinnering aan mijn vader. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik die schuddebol een fantastisch idee vind voor een nostalgicus als ik. Maar ik zou er wel zeer spaarzaam mee schudden.

Vandaag ging het over de media, de sector die we onmiddellijk associëren met deadlines. Ivo Vandekerckhove vertelde over de tijd, dertig jaar geleden, toen hij nog lang geen hoofdredacteur van Het Belang van Limburg was, maar regionaal correspondent, en hij veel te laat was met een belangrijke bijdrage over de Kempense Steenkoolmijnen, waarvoor twee pagina's waren vrijgemaakt. De dag nadien verscheen de eerste editie van de krant niet buiten Limburg. De hoofdredacteur van toen produceerde meer decibels dan gebruikelijk.

Eddy Eerdekens, hoofdredacteur van TV Limburg, is lang geleden ook bij die zender als reporter begonnen. Op zekere dag merkte hij onderweg naar de redactie in Houthalen dat er een tankwagen ontploft was en die had op zijn beurt een aantal auto's in de fik gestoken. En hij reed met gierende banden over het brandende asfalt om op de redactie een cameraploeg te zoeken. Het was de tijd vóór de smartphone, de gsm, de videojournalistiek, gevoelsmatig was het maar net ná het stenen tijdperk. De vliegende reporter deed zijn ding en de beelden gingen de wereld rond, tot op CNN toe.

En Christophe Vandegoor deed haarfijn uit de doeken hoe een dag in zijn commentaarcabine tijdens de Tour verloopt. Op de radio hoor je een rustige, vastberaden en vaste stem. Iemand die alles onder controle lijkt te hebben. In werkelijkheid moet hij voor de vuist weg een live verslag geven in twee nieuwsbulletins, wordt hij geacht onmiddellijk daarna het koersverloop opnieuw te becommentariëren, moet hij zijn co-commentator briefen, de sociale en andere media volgen, en de mededelingen op het officiële kanaal van de Tour meepikken. Nou.

De tijd vliegt, jazeker. (Morgen is het al Dag Drie.)

Tot en met zondag 19 augustus ben ik Tijdgeest op MoMeNT in Tongeren en ontvang ik iedere dag drie praatgasten in een leegstaand winkelpand aan de Maastrichterstraat 11. Telkens van 12 tot 14 uur, gratis. Een deel van het gesprek wordt via Facebook Live aangeboden. En er gebeurt dezer dagen nog veel meer moois in de (chronologisch) eerste stad van het land. Alle info: moment.tongeren.be

TijdgeestCommunicatie

Geplaatst door Frank Van Laeken za, augustus 04, 2018 12:56:01

Wat u één seconde geleden bent beginnen te lezen, is niet meer of niet minder dan een promotionele boodschap. U kunt nog terug.

***

Nu niet meer. Ik wil van deze ruimte — die ik gratis ter beschikking krijg van mezelf — schaamteloos ge- en misbruik maken om een evenement aan te kondigen en aan te prijzen, waar ik zelf nauw mee verbonden ben. Ik ben namelijk van 10 tot en met 19 augustus tien dagen lang 'Tijdgeest' op MoMeNT in Tongeren. Ja, u lacht, maar ik ben het wél en u níet! MoMeNT vindt voor het tweede jaar op rij plaats in een van de oudste steden van het land. Tongeren prijst zichzelf aan als 'eerste stad van België' en wie ben ik om hen tegen te spreken.

Oorspronkelijk heette Tongeren in het Latijn Atuatuca Tungrorum, een Gallo-Romeinse nederzetting die rond vijftien vóór Christus ontstaan is. Vandaag is het een relatief kleine stad (bijna 31.000 inwoners) met een zeer rijke geschiedenis (eerste bisdom van de Lage Landen, bijvoorbeeld), maar die vooral geassocieerd wordt met Ambiorix, koning der Eburonen, die de troepen van Gaius Julius Caesar op zeer listige wijze in een hinderlaag lokte. En dat is ten onrechte, zult u tijdens de tiendaagse vernemen van een historicus. Want Ambiorix verbleef een eind verderop, op de huidige grens van Vlaanderen en Nederland, een kilometer of veertien verwijderd van wat Atuatuca Tungrorum zou worden. Dat standbeeld staat daar dus voor niets te pronken. Fake old news! En hij draagt dan ook nog eens een tuniek die helemaal niet werd gedragen kort voor het begin van onze jaartelling. Dubbele fout!

MoMeNT draait, zoals de naam het al een beetje aangeeft, rond Tijd. Bijna een half jaar lang zijn er zeer uiteenlopende evenementen: tentoonstellingen, theatervoorstellingen, concerten, filmavonden, alles onder de kundige en enthousiaste leiding van intendant Barbara Wyckmans, een naam als een klok (Tijd!) in de Vlaamse culturele wereld. Maar het zwaartepunt ­— en dat heeft niets met mijn embonpoint te maken! — situeert zich dus in die tien dagen in augustus, vanaf komende vrijdag.

Naast het hoofdthema, Tijd, is er ook een subthema: Deadlines. En dat is natuurlijk gefundenes Fressen voor een deadlinevreter als uw dienaar. Deadlines bezorgen mij afwisselend vreugde, adrenaline en stress. Ik kan niet zonder. En ik kan niet met. Ik hou ervan en ik verfoei ze. Deadlines worden bijna uitsluitend geassocieerd met het journalistenbestaan, maar dat is ten onrechte. Iedereen krijgt ermee te maken. Als u om halfzes merkt dat de melk op is en de winkel sluit om zes uur, is dat úw deadline. En dus kan iedereen er een mondje over meepraten.

***

Ik mag — het is écht een privilege! — elke middag in een leegstaand pand in het centrum van Tongeren drie gasten ontvangen, uit zeer uiteenlopende branches. Meer uitleg over wie ze zijn en wat ze doen, vindt u op de website van MoMeNT of op hun Facebook-pagina. De eerste dag komt Jeroen Olyslaegers, de Tijdgeest van vorige zomer, symbolisch de fakkel overdragen. De andere auteurs die dag zijn Yves Petry en Katrijn Van Bouwel. Hoe gaan zij om met hun kostbare tijd, kennen ze deadlines en worstelen ze soms met writer's block? Op dag 2 mag ik mediacollega's verwelkomen: de hoofdredacteuren Ivo Vandekerckhove (Het Belang van Limburg) en Eddy Eerdekens (TV Limburg), en wielercommentator Christophe Vandegoor (Sporza). Zondag 12 augustus ontvang ik diversiteitsdeskundige en ex-profvoetballer Paul Beloy, marketeer/columniste Yasmien Naciri en deken Rik Palmans. Het zal u niet verwonderen dat de multiculturele samenleving, integratie en religie die dag gespreksthema's zullen zijn.

De dertiende is voorbestemd voor mensen met tegenslag in het leven. Michiel Vandeweert (progeria-patiënt die al acht jaar ouder is geworden dan iemand met deze verouderingsziekte meestal wordt), Jan Swerts (muzikant, lijdt aan het syndroom van Asperger, schreef recent over zijn zoontje dat Gilles de la Tourette heeft) en Stijn Coninx (cineast, drie van zijn vier kinderen zijn doof geboren). Maar we gaan het uiteraard ook over prettige en positieve dingen hebben: de optimistische levensfilosofie van Michiel, de 'melanchologische' muziek van Jan, de warme films van Stijn. Op dinsdag 14 augustus gaat het over cultuur in de brede zin van dat woord met Guy Cassiers, artistiek leider van het Toneelhuis, Jo Grootaers, chef-met-één-Michelinster van restaurant Altermezzo, en Zohra, dj-actrice-zangeres. De feestdag die daarop volgt, wordt ingevuld door Robert Cailliau, de Tongenaar die begin jaren 90 mee het World Wide Web heeft uitgevonden, Wilfried Gyselaers, professor-gynaecoloog, en Marina Riemslagh, die u in vijf minuten kan helpen ontstressen (omdat u te veel op dat internet van de heer Cailliau heeft gezeten, bijvoorbeeld).

We zijn voorbij halfweg... Zestien augustus draait alles rond ecologie en klimaat, met Francesca Vanthielen (Klimaatzaak), Ludo Kelchtermans (Nuhma, Limburgs klimaatbedrijf) en verkeersdeskundige Willy Miermans. No Time To Waste! De zeventiende komen drie Limburgse historici elkaar aanvullen: van de Kelten en de Romeinen over de middeleeuwen tot de dag van vandaag: Herman Clerinx, Jan Vaes en Rombout Nijssen. Ze komen u onder meer vertellen dat Ambiorix niet in Tongeren actief was, dat de provincie Limburg eigenlijk Loon had moeten heten en hoe belangrijk Phil Bosmans is geweest.

Voorlaatste dag, zaterdag 18 augustus, kreeg als etiket 'De zoekende mens'. Daar past filosoof Johan Braeckman natuurlijk perfect in, met zijn pleidooi om wat luier te zijn. Luiheid is dan weer niet besteed aan activiste Samira Atillah, heel actief bij het opvangen van vluchtelingen. En Guido Degraen mag als ervaringsdeskundige vertellen hoe je mensen in armoede een beter leven kunt bezorgen. Afronden doen we zondag 19 met politiek: burgemeester Patrick Dewael (Open VLD) en Meryame Kitir (sp.a) hebben al toegezegd. Twee fractieleiders in het federale parlement, de ene behorend tot een partij die mee de coalitie vormt, de andere de flamboyante woordvoerster van de oppositie. Tijd en deadlines in de politiek, ze bestaan zeer zeker. (Riep daar iemand 'Zomerakkoord'?)

Telkens zal de centrale vraag zijn: wat betekent Tijd voor u en hoe gaat u om met deadlines? Maar ik zal uiteraard ook in de ziel van al deze eminente praatgasten proberen te kijken. Hopelijk kunt ook u, beste lezer, er een MoMeNT voor vrijmaken.

MoMeNT - Tijdgeest, van 10 tot en met 19 augustus, 12 tot 14 uur, Maastrichterstraat 11, Tongeren, gratis. De gesprekken zijn ook te volgen via Facebook Live, maar ik zie er beter uit in het echt (smiley!).

moment.tongeren.be (moment.tongeren.be/tijdgeest)

www.facebook.com/MoMeNTcultuurfestival/





Aantekeningen van een ervaringsdeskundigeEconomie

Geplaatst door Frank Van Laeken za, juli 28, 2018 13:06:31

Zomerakkoord. Het woord klinkt al ongeveer even hol als de inhoud waar het voor staat. Zowel de Vlaamse als de federale regering pakten er rond de nationale feestdag mee uit en dan weet je wat er te gebeuren staat: de coalitie juicht, de oppositie brult, deskundigen branden de inderhaast afgesloten nachtelijke overeenkomst af, de verantwoordelijken zijn intussen met vakantie vertrokken. In de hoop dat er over een maand of zo, wanneer ze terugkeren uit zonniger - nou ja, even zonnige - oorden geen haan meer naar kraait. Over een paar maanden worden de zomerakkoorden getoetst aan de harde realiteit, maar dan zal er wel weer iemand in boerkini naast een zwembad opgedoken zijn en kunnen we het daarover hebben.

Zomerakkoorden zijn flutakkoorden, een stapeltje dringende maatregelen die nog voor de vakantie moeten genomen worden, liefst na lange, aanvankelijk uitzichtloze vergaderingen, waarna er plots toch ergens een deus ex machina optreedt. Of is het een fata morgana? Soit, we hebben zomerakkoorden die zo rond 21 september, als dit warme seizoen er officieel op zit, nog hoogstens voor de helft overeind zullen staan. Proficiat!

***

Arbeidsdeal, nog zo'n holklinkende term. Er moest dringend geld gezocht worden en het makkelijkst vind je dat bij diegenen die weerloos zijn. Werkloos-weerloos, in dit geval. Als je voortaan zonder werk valt, kan je de eerste zes maanden op een iets hogere uitkering rekenen, waarna dat bedrag veel sneller dan nu het geval is, keldert. Degressiviteit, heet dat. Rijmt op: depressiviteit. Het ene is dan ook een gevolg van het andere. En nu moet ik even uit mijn rol van afstandelijke waarnemer stappen.

Zes jaar geleden werd ik ontslagen. Drieënvijftig, een cv van meerdere pagina's, nog lang niet aan uitbollen toe. Ik dacht: het is zomer, weinig vacatures, maar vanaf september lees ik tientallen vacatures die enigszins in mijn lijn liggen. Media. Marketing en communicatie. Hoofdredacteur. Eindredacteur. Redacteur. Communicatieverantwoordelijke. Woordvoerder. 'Als het maar inhoudelijk interessant is!' Ik was naïef. Die '5' aan het begin van mijn leeftijd schrikt werkgevers namelijk af. Dan denken ze: duur, onproductief, niet flexibel genoeg, op weg naar zijn pensioen. Onzin, zo blijkt uit studies wereldwijd, maar die worden niet gelezen door bedrijfsleiders. Die baseren zich op (voor)oordelen. En op het advies van hun human resources-afdeling, allemaal twintigers. (Laat me dan ook maar even een vooroordeel uitspreken, beste lezer, al zal ik niet ver van de realiteit zitten.)

Ik schreef er een boek over, Als het werk stopt, al was ik toen al terug aan de slag, vanaf 1 april 2014 (geen grap, ik verafschuw aprilgrappen!). Maar dat had dus één jaar en negen maanden geduurd, periode waarin ik vruchteloos tientallen sollicitaties mailde, met deze blog startte, tegen de muren opliep en af en toe een journalistieke interimopdracht deed. Ik wilde echt wel werken. Zoals ik ervan uitga dat — in weerwil van een ander hardnekkig vooroordeel —- negen op tien werklozen écht wel willen werken. Voor de centen, zeer zeker, maar ook omdat dit zin geeft aan ons leven en sociaal contact belangrijk is. De verhalen van de werklozen in hun hangmatten: geloof ze niet. Een op tien, misschien, als het al zoveel is. (Ik baseer me niet op wetenschappelijke studies, maar dat doen die zeloten evenmin.)

Sinds ik kleine zelfstandige werd en zeker sinds het boek, april 2015, heb ik meer dan werk genoeg, verdien ik daar aardig mijn kost mee en doe ik dingen die ik graag doe. Soms verzuip ik, maar als onafhankelijke journalist kun je geen twee keer een opdracht weigeren, want een derde keer belt zo'n hoofdredacteur naar een andere freelancer. Ik leid daar een paar dingen uit af. 1) Ik ben goed in mijn vak (laten we niet bescheiden zijn!). 2) Ik toon dat dagelijks in de praktijk. 3) Ik ben even dynamisch, productief en efficiënt als de meeste, doorgaans een pak jongere, collega's (ik word zestig in januari). 4) Wie in positieve zin opvalt, wordt gecontacteerd voor nieuwe opdrachten door andere werkgevers. Bestaat de uitdrukking 'een positieve vicieuze cirkel'? 5) De toestand is zelden hopeloos, ook al voelt het wel zo aan. 6) Misschien ben ik een atypische bijna-zestiger, maar ik geloof niet dat ik de enige ben. Er zijn dingen die ik minder goed kan dan vroeger, er zijn dingen waar ik veel beter in ben geworden dan vroeger. Zo zit het leven in mekaar. You win some, you lose some. Weet wat je kan, en sta niet te lang stil bij wat je niet meer kan.

***

'Als werklozen merken dat ze de rekeningen niet meer kunnen betalen, zullen ze harder hun best doen.' Herinnert u zich die uitspraak van Zuhal Demir uit de lente van 2015 nog? Ze was toen federaal volksvertegenwoordiger en had net een ophefmakende fotoshoot in het parlement achter de rug. Laten we zeggen dat haar uitspraak even weinig om het lijf had als die reeks prikkelende foto's. Maar het is wel typisch voor mensen die het goed hebben, leuke job, aardige collega's, flink gevulde bankrekening, drie keer per jaar met vakantie, al wat je maar wilt — en het weze hen gegund. Het maakt hen blind voor de realiteit.

De realiteit van een werkloze is meestal dat je vanaf het begin dat je thuis zit de rekeningen steeds moeilijker kunt betalen: ze doen dan ook hun uiterste best om snel werk te vinden. Dat er niet is. In mijn geval, 2012-2014, omdat we nog in volle bankencrisis zaten, veroorzaakt door mensen die waarschijnlijk in besloten kring dezelfde soort uitspraken deden als mevrouw Demir en die intussen ziekelijk aan het speculeren sloegen, uiteindelijk op kosten van de hele samenleving. Vandaag zwengelt de economie terug aan, maar dat vertaalt zich niet in jobs voor iedereen. Dat is trouwens een illusie: als de werkloosheidsgraad beneden de vijf procent zou tuimelen, zou dat een groot succes zijn. In 2014 bedroeg die 8,5%. Nu: 6,4. Maar er zijn nog altijd geen jobs, jobs, jobs voor iedereen. En dus is die degressiviteit fundamenteel oneerlijk ten opzichte van langdurig werklozen. Wie al lang zonder werk zit, zou je alleen maar mogen straffen als er werk genoeg is. Quod non. In dat geval zouden ze maar wat 'harder hun best moeten doen'. Wat nu gebeurt, komt erop neer dat een individuele werkloze wordt gestraft voor de werkloosheidsgraad van een hele maatschappij. En omdat de meeste bedrijven niet eens de moeite doen om te reageren op je sollicitatie, krijg je ook nog eens het gevoel dat je niet meer meetelt. Quantité négligeable. Je drijft recht de armoede in, wat statistisch gezien dan weer meegenomen is, want dan verhuis je van de RVA naar het OCMW. Minder werklozen, hoera! Had ik zelf iets harder mijn best moeten doen? Ik denk het niet. Ik weet het wel zeker. Daar gaat het deze federale regering ook niet om. Er moest dringend geld gezocht worden: de 'luie werklozen' straffen was daarbij een makkelijke optie. Dit is niet meer of niet minder dan een ordinaire besparingsoperatie, op de kap van mensen die niet kunnen reageren, omdat ze door niemand vertegenwoordigd worden. Zeg dat dan ook, in plaats van met laffe excuses af te komen!

Als je dan toch een vorm van degressiviteit zou moeten toepassen (waar ik dus niet voor ben, voor alle duidelijkheid), doe dat dan tussen de vierde en de twaalfde maand van de werkloosheid. Waarna de uitkering na een jaar opnieuw wordt opgetrokken naar een bedrag dat een eind boven het leefloon ligt. Want dat is wel een realiteit: wie werkloos wordt, zoekt in eerste instantie een job die even goed of beter betaald wordt dan de vorige, maar dat is bijzonder naïef. Zeker wie uit een managementfunctie ontslagen werd, heeft de neiging om te veeleisend te zijn. Misschien brengt die 'degressiviteit' tussen maand vier en twaalf iets meer realisme met zich.

***

Terloops opgemerkt: een term die we nooit hadden moeten kennen is SWT, Stelsel van Werkloosheid met bedrijfsToeslag. Die hadden moedige politici meer dan twintig jaar geleden moeten afschaffen toen dat nog gewoon 'brugpensioen' heette en geen enkele zin meer had.

***

Een ideetje. Als we nu eens de leden van de federale regering hun opzeg geven. Veertien ministers en vier staatssecretarissen. Bedankt, u mag gaan, vanaf 1 september bent u werkloos. U wordt vervangen door hooggeschoolde, langdurig werklozen. Kans is groot dat we over een jaar een begroting in evenwicht hebben. En dat de huidige excellenties nog altijd op zoek zijn naar werk. Populistisch? Inderdaad, maar dat zijn de maatregelen uit het zomerakkoord ook. Scoren bij de achterban en de economische vrienden. Makkelijk zat. Zo kan ik het ook. Nu nog een achterban en economische vrienden vinden.







Would it be nice?Journalistiek

Geplaatst door Frank Van Laeken za, juli 21, 2018 13:12:34

Dat ze hem verkeerd begrepen hadden, kon hij moeilijk aanvoeren: het was geen one-on-one-interview met een fake news-verspreider, beelden van de persconferentie werden live uitgezonden. Wie toekeek hoorde duidelijk 'would' en niet 'wouldn't'. Maar dat was wel wat hij bedoelde, zei de oranje idioot in het Witte Huis vierentwintig uur later. Pardon, ik mag een vreemd staatshoofd geen 'idioot' noemen? Idioot! Idioot!!! Maar wel een gevaarlijke idioot. Eentje die iets te zeggen heeft in de wereld. Iemand waarnaar je moet luisteren, niet vanwege zijn eruditie of welbespraaktheid, maar omdat hij nu eenmaal aan het hoofd staat van een van de machtigste naties ter wereld, waaraan wij, West-Europeanen, ons lot hebben vastgeklikt.

Hij zei oorspronkelijk: 'Ik zie geen enkele reden waarom het Rusland zou zijn' (op de vraag of Rusland de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 zou hebben gemanipuleerd). Hij zei een dag later: 'Ik zie geen enkele reden waarom het Rusland niet zou zijn'. Hij bedoelde: 'Ik ben mede verkozen dankzij mijn vriend Vladimir en "fuck off!" iedereen.'

Geef deze man de Nobelprijs voor de Vrede riepen Trump-aanhangers ook bij ons, toen hij vijf weken geleden kort gesproken had met Kim Jong-un. 'Historisch'. 'Ongezien'. 'Vredestichter'. En nog wat adjectieven en zelfstandige naamwoorden die als standbeelden verrezen om Hun Held toe te juichen. Tot een etmaal later al duidelijk werd dat wouldbe-dictator Trump helemaal geen toegevingen had afgedwongen van dictator Kim. Een showtje was het, een nagekomen aflevering van The Apprentice, met Donald T. als kandidaat die zichzelf mocht beoordelen. Amazing!

In dezelfde lijn ligt zijn ontmoeting met Poetin. Kruiperigheid in de besloten salons van het Kremlin, gevolgd door gespeeld triomfalisme achteraf. Wat president Trump in werkelijkheid gedaan heeft: hij bezorgde (semi-)dictatoriale regimes een legitimiteit die ze de voorbije vijftig jaar nooit gehad hebben. In zijn eentje versterkte Trump het lokale en territoriale belang van Kim Jong-un en Vladimir Poetin. Faut le faire. Geef die man een standbeeld op een groot plein in Pyongyang en Moskou! Erdogan, Assad en andere potentaten kunnen niet wachten tot de man van 'Make America Great Again' ook bij hen langskomt, ze hebben hun agenda's alvast vrijgemaakt. Donald, legitimeer ons ook, please!

De wereld wordt elke dag een onveiliger plek. Na acht jaar behoedzaam beleid onder Obama (té behoedzaam soms, zeer zeker, en die vredesprijs na zijn eerste jaar was veel te voorbarig, ook waar) heeft Trump in anderhalf jaar presidentschap de wereldorde duchtig door elkaar geschud, maar niet in de zin dat je er veel vertrouwen van krijgt. De democraten hebben geen waardige tegenkandidaat en de republikeinen deinzen terug om in te grijpen, want de man is weliswaar een idioot, maar hij is wel hún idioot én populair. Toen ik drie jaar geleden bij het begin van de Amerikaanse voorverkiezingen een stukje pleegde over Trump-stemmers en hoe achterlijk die wel niet waren, kreeg ik van sommigen weerwind. Je kunt dat niet zomaar zeggen van die mensen, vonden ze. En, inderdaad, miljardairs, fascisten en racisten hebben alle reden om in die man te blijven geloven, hij bedient hen op hun wenken. Maar wie van de gewone Amerikaanse bevolking vandaag nog altijd achter Trump blijft staan en (opnieuw) voor hem zou stemmen, blijf ik gatachterlijk noemen. Een voorspelling: over twee jaar wordt hij gewoon herkozen. Mensen weten niet beter. Mensen wíllen niet beter weten.

***

De N-VA draagt barones Mia Doornaert voor als voorzitster van het Vlaams Fonds der Letteren, VLF. Eigenlijk kan dat niet: politici mogen wel de leden van de raad van bestuur aanduiden, maar die kiezen onder elkaar de nieuwe voorzitter. Het lijkt een detail (uiteindelijk wordt ze toch verkozen), maar het zegt veel over de politieke zeden en over de bemoeienissen van de politiek met het culturele leven.

Filosoof, activist en auteur Bleri Lleshi reageerde prompt met een tweet in krakkemikkig Nederlands: 'Ik heb aan VLF laten weten dat indien Mia Doornaert voorzitter wordt dan dienen ze per direct mijn naam uit die auteurslijst te schrappen. De lage racistische en islamofobe reacties die Doornaert de wereld instuurt stroken niet met mijn literair engagement.' Zo, die zat. 'Pure laster', repliceerde de barones. Rechtser dan rechtse twittertrollen zeiden nog veel straffere dingen aan het adres van Lleshi (pure laster, eigenlijk). Ik heb de tweet van Lleshi geliket. Ik geloof niet dat Doornaert racistisch is, maar haar voortdurende kritiek op de islam is wel zéér ongenuanceerd. Ze verspreidt bijvoorbeeld af en toe filmpjes over vermeende wandaden van moslims. Dingen die totaal uit hun context werden gerukt of die zich op andere plekken en in een andere periode afspeelden dan wat ze beweert. Fake news. En als je haar daar dan op wijst, negeert ze dat en blijft ze dat gebeuren (dat dus níet gebeurd is) oprakelen. Misschien is ze goedgelovig. Of een beetje kortzichtig. Maar het kan net zo goed islamofobie zijn. Wat nog niet wil zeggen dat ze niets van literatuur kent of haar toekomstige taak niet onafhankelijk zal invullen. We zullen zien. En lezen.

***

Voor de wereld zou het beter zijn mocht Mia Doornaert president van de Verenigde Staten worden en Donald Trump de nieuwe voorzitter van het Letterenfonds.

***

Een interview met een extreemrechtse twittertrol in een onafhankelijk weekblad voor radio en televisie. Dat mankeerde er nog aan. Sinds dinsdag niet meer. Een boezemvriend noemt dat weekblad al een jaar of dertig 'de Story voor intellectuelen' en ik ging daar meestal tegenin. De heilige Humo een 'boekske' noemen, dat ging te ver, vond ik. Ik lees het blad al van de vroege jaren zeventig en ben het slechts twee korte periodes ontrouw geweest. Toen mijn ouders plots overschakelden naar TV Ekspres (Louis De Lentdecker in plaats van Willy Courteaux, een verschrikking!) en ik nog niet de financiële middelen had om zelf een abonnement te nemen, en toen de verwoestijnvissing helemaal was doorgeslagen. Ik vrat de dossiers, de lange en onwaarschijnlijke knappe interviews met en door knappe koppen, de spitsvondige titels (net niet flauw genoeg om studentikoos te worden, 'Van Pool tot zeveraar' en dat soort dingen), de onthullingen, de meesterwerken uit de wereldliteratuur ('De vanger in het koren'!). Het was een wekelijkse afspraak met een betere wereld tegen beter weten in.

Er komt deze week godbetert een twittertrol aan het woord, die alle moslims uit ons land wil laten deporteren, al heeft hij nog nooit een boek over de islam gelezen. Toogpraat, recht uit café De Leeuw van Vlaanderen. Die man kan zich beroepen op zijn recht op vrije meningsuiting, op Twitter, aan de toog van ranzige bruine kroegen, op de IJzerbedevaart, op familiefeesten waarbij tegen middernacht de rechterarmen weleens worden gestrekt, maar waarom moet ik dit zo nodig lezen in míjn weekblad? Wat is de toegevoegde waarde van toogpraat in gedrukte vorm? Natuurlijk was het fout om het cordon sanitaire destijds ook rond de kiezers van het Blok te trekken, maar moet je hen daarom vanaf nu een voor een uitgebreid aan het woord laten? Er zijn echt wel genoeg interessante mensen met een relevante mening out there. Humo is een boekske geworden. Als mijn vriend de volgende keer dat ik hem zie opnieuw 'Story voor intellectuelen' roept, ga ik hem niet meer tegenspreken, denk ik.

Eerder kwamen al een jonge roeptoeter van een extreemrechts groupuscule en een wouldbe-islamfilosoofje uitgebreid aan het woord in een krant die ik al bijna veertig jaar als mijn ochtendlijke metgezel beschouw. ('Al bijna veertig jaar' omdat ze nog niet eens zo lang bestaat, hier zit een lezer van het eerste uur.) Wat voegen die ondoordachte meningen toe aan het maatschappelijke debat? Ik wil gerust een interview met Dewinter of Van Grieken doorstaan, omdat die mensen nu eenmaal een bepaalde, niet-onbelangrijke rol spelen in de samenleving, maar waarom moet elke knallende scheet uitvergroot worden? Kun je net zo goed mij een forum geven. Wekelijks. Met nuance en al.

***

Voor mij liggen twee overschrijvingen. Of ik alstublieft die twee abonnementen wil verlengen, op die krant en op dat weekblad. Ik twijfel heel sterk.

***

Op de Spotify-lijst van Donald T. deze week: Would it be nice? van The Beach Boys, Would it be good? van Nik Kershaw en Wouldn't I lie to you? van Eurythmics.



De vergeten finaleSport

Geplaatst door Frank Van Laeken zo, juli 15, 2018 12:44:56

22 juni 1980. Alleen oudere voetballiefhebbers kunnen daar dadelijk plaats (Rome), evenement (EK) tegenstanders (België en West-Duitsland) en uitslag (1-2) aan koppelen. De enige keer dat de Rode Duivels de finale van een groot toernooi haalden, een feit dat helaas weleens onder de mat van de geschiedenis wordt geveegd, zo geobsedeerd zijn we met de Mundial 1986 en de wereldbeker vandaag. Toen was verliezen een eer en helemaal niet erg. Het verhaal van zeroes die onder bondscoach Guy Thys bijna heroes werden. 'Vanaf toen begonnen de Rode Duivels iets los te maken bij het volk.'

GEERT DE VRIESE & FRANK VAN LAEKEN

Zaterdagochtend 21 juni 1980, de dag voor de grote finale. De krantenkoppen spreken voor zich. ‘Heel België achter de Rode Duivels!’, ‘Miljoenen tv-kijkers voor strijd tussen de favoriet en de underdog’, ‘Rode Duivels op één hindernis van de titel’… Het contrast met de donkere Duivelsjaren, die dan nog maar pas achter de rug liggen, is groot. ‘Kunnen de Duitsers ons kloppen?’ vraagt François Colin zich af in De Standaard. Het hele land is in elk geval weer helemaal gewonnen voor de Rode Duivels, stipt hij aan. En niet alleen dat… ‘Zondagavond, lang vóór half negen, zal Vlaanderen aan de kijkbuis hangen om de finalebewegingen van de Rode Duivels te volgen. Tegen de West-Duitsers wordt het theoretisch alweer een ongelijke strijd, maar de Belgische spelers zijn zo gretig om de titel Europees Kampioen op hun naamkaartjes te zetten, dat alles mogelijk is.’

Hofleverancier van de Mannschaft is in 1980 het tot Europese grootheid uitgegroeide Hamburger SV, met Manfred Kaltz, Caspar Memering, Felix Magath en een 29-jarige laatbloeier die met slechts twee interlands op de teller aan het EK is begonnen: Horst Hrubesch. ‘Das Ungeheuer’, noemen ze hem in zijn vaderland. Het Monster, onder meer omdat de centrumspits niet echt de looks van een aartsengel heeft. Goed voetballen kan Hrubesch eigenlijk ook niet, maar gooi een betonblok op en hij kopt het weg. Desnoods net vóór een aanstormende trein.

1980 is in niets te vergelijken met 2018. De gewone burger heeft nog geen computer op zijn bureau staan. Gsm's zijn een verre toekomstdroom. Internet? Connais pas! Sociale media bestaan nog lang niet. Nieuwssites evenmin. Voor nieuws over de Rode Duivels moeten we het stellen met de radio en zijn schaarse sportbulletins, de televisie en zijn weinige bijdragen van ter plekke, en de kranten met hun nieuws van gisteren, weggemoffeld in het tweede katern, omdat sport dan nog de belangrijkste bijzaak is en het échte nieuws voorrang krijgt. Dus vernemen onze helden met veel vertraging dat hun prestaties door hun landgenoten bejubeld worden. 'Dat er veel enthousiasme was op het thuisfront kwamen we pas te weten toen we al terug thuis waren,' getuigt Erwin Vandenbergh. 'Je las dat nauwelijks of niet in de kranten. We leefden echt op een eiland ginder. Je kan dat niet vergelijken met nu.' Diezelfde Vandenbergh zal de finale niet spelen. Te veel averij opgelopen in die korte invalbeurt in de laatste groepswedstrijd, een soort halve finale, tegen Italië. Een voetbaloorlog die op 0-0 was geëindigd, een typische uitslag voor beide landen in die tijd.

Decompressie

Zondagavond 22 juni, een halfuurtje voor de grote finale. Hoog bezoek voor de Belgen. Prins Albert en prinses Paola zullen voor het eerst in hun leven een voet in een voetbalkleedkamer zetten. Zij komen de Rode Duivels een hart onder de riem steken. Helaas, geen speler te bespeuren. Ze zijn namelijk allemaal het veld op voor de opwarming. Albert drentelt wat onbeholpen en doelloos rond, stapt daarna met de spelers de kleedkamer binnen, en maakt met elk van hen het obligate praatje. Door de kieren van het prinselijke colloque singulier waait na de wedstrijd door dat een van de Rode Duivels Albert gevraagd heeft of hij iets van voetbal kende. En? ‘Hij heeft ons in elk geval niet gevraagd of we op buitenspel gaan spelen.’

'Het vertrouwen was er, we waren er klaar voor', zegt Jan Ceulemans, 23 op dat ogenblik en stilaan in de fleur van zijn voetballeven. 'Al was er geen discussie mogelijk: de Duitsers waren favoriet. Rummenigge, Hrubesch, Schuster, Briegel, Kaltz: dat waren beren!' En, jawel, daar is het underdoggevoel al. Centrale verdediger Luc Millecamps: 'We zeiden tegen elkaar: "We mogen verliezen, maar met niet te veel." Dat bleek de goede ingesteldheid. Je moet altijd spelen voor wat je waard bent. Het mooie aan voetbal is dat je de mindere kunt zijn en toch kunt winnen.' Ook oude rat Wilfried Van Moer blijft rustig. 'Je hebt altijd stress, maar wij stonden zeker niet te bibberen voor die finale. Niemand had dit verwacht van de Belgskes. Verliezen we, dan zou iedereen gezegd hebben dat we toch een goed resultaat hadden neergezet.'

Walter Meeuws drukt het zelfs nog iets sterker uit. 'Na de 0-0 tegen Italië kwam de decompressie. "Dat pakken ze ons niet meer af!" was wat er in de groep leefde. Zie van waar we kwamen: acht jaar niks bereikt, drie toernooien gerateerd, drie jaar gesukkeld onder Guy Thys en daar stonden we in de finale. Zoiets gebeurt onbewust. Nog voor de finale begon, hadden we een eindstadium bereikt: Italië voor eigen publiek uitschakelen gaf een voldaan gevoel. Het was op.'

Abführen!

De eerste helft worden de Rode Duivels weggedrukt. Na tien minuten is het al 1-0 voor de Duitsers en er zijn een goede Pfaff en wat geluk nodig om die kleine achterstand tot de rust te bewaren. 'Wat een ploeg!' klinkt Meeuws bewonderend. 'Rummenigge was een voorlijn op zich, Briegel was een tank, Schuster strooide achteloos met passen buitenkantje voet.'

‘De eerste helft waren zij oppermachtig,' ziet ook aanvoerder Julien Cools, die traditiegetrouw vele kilometers afmaalt. 'Wij konden alleen maar een paar keer dreigen. Maar misschien hebben de Duitsers zich vergaloppeerd. Ik herinner me nog dat Schuster, een arrogante aap, ons denigrerend bekeek.’

De decompressie maakt in de pauze plaats voor realisme én de terugkeer van de onverzettelijkheid: zo kan het niet verder. Zonder strijd te leveren ten onder gaan, nooit! 'Tijdens de rust zijn we wakker geschoten,' weet Meeuws nog. 'We hadden zó'n mooi parcours afgelegd en nu werden we weggespeeld door de Duitsers, dat konden we niet laten gebeuren. Zo wilden we dat EK niet afsluiten. Die typische samenhorigheid in onze groep borrelde opnieuw op.'

Voor één speler is de start van de tweede helft een signaal om een tandje bij te steken: René Vandereycken. Hij wordt ook een beetje opgenaaid door zijn medespelers, ziet Luc Millecamps. 'René stond daar tegenover Hans-Peter Briegel, een paracommando, die ons de eerste helft van het kastje naar de muur speelde. Tijdens de rust zei er iemand: "Zeg, René, die Duitser speelt een beetje met uw kloten hé." "'t Zal niet lang meer duren," antwoordde René. "Hoeveel champagne hebt g'er voor over?" En wie moest er na tien minuten in de tweede helft af? Juist ja, Briegel. Abführen!'

Minuut 88

'Wij waren baas, zij kropen terug,' vat Julien Cools het wedstrijdverloop na de rust samen. In de zesentwintigste minuut van die bewonderenswaardige tweede helft gebeurt het ondenkbare: België krijgt een strafschop in cadeauverpakking. Scheidsrechter Rainea en zijn lijnrechter zien niet dat de Duitse libero Stielike Swat Van der Elst een metertje buiten het strafschopgebied ten val brengt. Knipoogt Julien Cools: ‘De Swat was zo rap dat de linekesman dat niet goed kon volgen. Och, over die vijf centimeter gaan we nu niet discussiëren.’

René Vandereycken knalt binnen en plots is er hoop en geloof. Uitblinker Jan Ceulemans daarover: 'De eerste helft waren ze veel beter, dat is zo. Maar na die penalty voelden we dat we even sterk waren, zelfs fysiek.' 'We zijn gegroeid in die wedstrijd,' zegt Luc Millecamps. 'Spelen we extra time, dan wil ik het nog weleens zien!'

Maar dan is er die vermaledijde achtentachtigste minuut. De verlengingen zijn nu zeer nabij en als er nog gescoord wordt - zo denken de meeste waarnemers - zal het door een Rode Duivel zijn. Niet, dus. ‘Renquin kopte de bal een beetje ongelukkig in corner en Jean-Marie maakt daarna toch een noodlottig foutje,' roept Julien Cools het pijnlijke moment nog één keer op.

'Hrubesch was mijn rechtstreekse tegenstander, ja,' geeft Luc Millecamps toe. 'Ik heb de beelden van die tweede goal al duizend keer gezien en ik blijf erbij: een fataal misverstand. Jean-Marie komt uit, roept en zet dan een stapje terug. Ik schermde zoals altijd de keeper af, zodat hij kon uitkomen. Maar op dat moment hou je je tegenstrever niet meer in de gaten. Spijtig.'

'Helaas bleek nog maar eens dat je met de Duitsers pas klaar bent als de match voorbij is,' diept Walter Meeuws een huizenhoog voetbalcliché op. 'En ja, Jean-Marie kwam verkeerd uit, maar ik denk dat niemand hem dat kwalijk heeft genomen. Ik stond in de buurt, maar ik wist: als hij roept, is de bal voor hem. Kan gebeuren.'

Lege bar

'Dat we een unieke kans hebben gemist, leefde toen niet,' zegt Walter Meeuws. 'De eerste vijf minuten na affluiten waren we kapot, daarna overheerste het gevoel dat we een fantastisch toernooi gespeeld hadden. Een jaar voordien werden we nog uitgelachen, nu waren we plots nationale helden.' Luc Millecamps gaat snel over tot de orde van de dag. 'Zó ontgoocheld waren we nu ook weer niet. Formidabel toernooi gespeeld, iedereen was tevreden. We kwamen met de nationale ploeg uit een heel diep dal en nu stonden we dáár. Er zijn er niet veel die kunnen vertellen dat ze ooit in een finale van een EK stonden. In België zijn het er precies elf.' Ook Jan Ceulemans is het type dat een verloren EK-finale kan relativeren. 'Achteraf kun je zeggen dat we de kans hebben laten liggen en is er wel wat spijt, maar er valt ons niets te verwijten. We zijn ervoor gegaan.' 'Misschien zijn we te snel content, dat klopt,' geeft Van Moer aan. 'Nederlanders of Engelsen zouden wekenlang teleurgesteld zijn na een nederlaag in de finale, wij niet.'

Julien Cools sluit na het laatste fluitsignaal een hoofdstuk af. ‘Al bij al was het een geslaagd toernooi, maar op één manier blijft het een gemiste kans. Ik heb twee Europabekerfinales verloren en die finale van het EK, drie keer zilver, maar het was toch het begin van een nieuwe generatie en van meer zelfbewustzijn. Voor mij was het mijn allerlaatste interland. Ik had dat vooraf met Guy Thys aan het zwembad afgesproken. Wat ik het meest jammer vind aan mijn carrière, is dat ik nooit op een WK gespeeld heb. Maar ja, we zaten in een dal in de jaren zeventig.’

In een hoekje zitten huilen doen de Duivels alleszins niet. Op naar de bar, ouderdomsdeken Van Moer op kop. 'Van contentement zijn we terug naar het hotel gegaan en daar hebben we alles opgedronken. Er was werkelijk niets meer te krijgen in de bar.'

Het onthaal in België verrast de hele delegatie, Walter Meeuws niet in het minst. 'Er stonden vijfduizend mensen ons op te wachten op Zaventem, dat waren er evenveel als bij de laatste oefenwedstrijd vóór het EK, tegen Roemenië. "Wat is er nu gaande?" vroegen we ons af. Voor het toernooi kwam niemand ons uitwuiven, maar achteraf werden we wel feestelijk onthaald. Vanaf toen begonnen de Rode Duivels iets los te maken bij het volk.'

België-West-Duitsland 1-2

Zondag 22 juni 1980, 20u30 - Stadio Olimpico (Rome) - Scheidsrechter: Rainea (Roemenië).

België: Pfaff, Gerets, L. Millecamps, Meeuws, Renquin, Cools, Van Moer, Vandereycken, Mommens, Van der Elst en Ceulemans.

West-Duitsland: Schumacher, Kaltz, Stielike, K. Förster, Dietz, Briegel (56’ Cullmann), Schuster, H. Müller, Rummenigge, Hrubesch en Allofs.

Doelpunten: 10’ Hrubesch (0-1), 71’ Vandereycken (1-1, pen.) en 88’ Hrubesch (1-2)

De citaten komen uit 'De Grote Duivels. Het volledige verhaal achter het EK 1980' van Geert De Vriese en Frank Van Laeken, uitgeverij Houtekiet, 19,99 euro. Online is dat boek zeker nog terug te vinden. Ook de hoofdstukken over de lamentabele prestaties van de Duivels in de aanloop naar het WK 1978 en het EK 1980 zijn zeer de moeite, al zeg ik het zelf.



Dromen zijn bedrog (bis)Sport

Geplaatst door Frank Van Laeken za, juli 14, 2018 13:21:30

Mogen we nu blij zijn, of toch net niet?

Na de verloren halve finale was mijn eerste oprisping: goed gedaan, jongens. Trots. Dank voor een fantastisch WK. Het volk doen dromen. (Een beetje zoals in: wij zijn eeuwige underdogs, als we maar ons best doen, zijn we al content.) Maar na een nachtje woelen wist ik: er zat meer in. Zoveel meer. En die kans komt nooit meer terug, want deze zogeheten Gouden Generatie valt binnenkort uit elkaar. Het hart van de verdediging haalt Qatar (2022) niet, tenzij misschien de tegen dan 33-jarige Toby Alderweireld. Niet de broze Kompany (36), de nu al wat stroever draaiende Vertonghen (35), de op een zijspoor belande Vermaelen (36), supersub Marouane Fellaini (34), dribbelkont Dries Mertens (35), wellicht ook niet Axel Witsel (33). Zijn Kevin De Bruyne en Eden Hazard op hun 31ste nog wereldtop?

Een kwarteeuw geleden werd er geklaagd dat er in België geen aanvallers werden opgeleid. Vandaag brengen onze jeugdacademies nog nauwelijks verdedigers voort: iedereen wil Kevin of Eden zijn, eventueel nog Driesje of Romelu, maar niet Toby of Jan, twee jongens die dan nog - samen met Thomas - opgeleid werden in Nederland. Aandachtspunt voor jeugdtrainers. Verdedigers zijn ook nodig. En nu ik toch bezig ben: vleugelbacks, denk daar eens aan!

Ik ben tevreden en ik ben niet tevreden. De Rode Duivels hebben positief, attractief voetbal gespeeld, waarbij er (meestal) werd uitgegaan van eigen kracht. Dat is een verademing in tijden van lafheid, waarin er meer Mourinho's dan Guardiola's rondlopen in het opportunistische voetbalwereldje. Het resultaat telt. Dat is op zich niet nieuw - Internazionale behaalde zijn grootste Europese successen in de jaren 60 met 'catenaccio', vrij vertaald: degoutant verdedigen en op die ene tegenaanval proberen te scoren -, maar de romanticus in mij heeft nog de Brazilianen van 1970 zien toveren, het Nederlandse totaalvoetbal zien floreren (en net niet triomferen) en het Barcelona van Cruijff (voetballer én trainer) zien wervelen. De essentie van voetbal is: er eentje meer scoren dan de tegenstander. Helaas kun je dat ook negatief vertalen, zoals de Fransen al een heel toernooi demonstreren, op die tweede helft tegen Argentinië na, toen ze een onverwachte achterstand moesten goedmaken. Frankrijk kan voetballen, maar mag niet. Bondscoach Deschamps is altijd al een cijferaar geweest. Risicoloze voetballer, risicoloze trainer. Didier is die ene collega op je werk die altijd keurig op tijd is, nooit een ongepaste opmerking maakt, één keer per jaar één pintje mee gaat drinken met de groep (en dan stiekem verdwijnt om te vermijden dat ie zelf moet trakteren, bovendien heeft zijn vrouw zalm klaargemaakt, het is vrijdag) en die altijd, onveranderlijk, franjeloos maar correct werk aflevert. Een saaie piet, steeds gekleed in grijstinten, opvallend onopvallend, goed om in je team te hebben als je resultaten wilt behalen, maar het liefst snijd je hem - rechts bovenaan, armen op de rug, zuinig lachje - van de groepsfoto.

Geef mij maar een Roberto.

***

Een tweet in tempore non suspecto, de dag dat Roberto Martínez out of the blue tot bondscoach werd gebombardeerd. '3 augustus 2016, 22u40. Dagboeknotitie: Roberto Martínez is een goede keuze. Technisch, aanvallend voetbal. Wordt een mooi WK. #RodeDuivels'.

Vóór u mij lastigvalt om uw lottoformulier in te vullen: mijn voorspellende gaven zijn beperkt, zéér beperkt. Maar ik volgde Martínez al vanop een respectabele afstand toen hij Swansea, Wigan Athletic en Everton coachte. In Engeland werd er wat meewarig om hem gedaan: te naïef, te voluntaristisch, te wollig in zijn nietszeggende analyses. Wat ik zag: aanvallen om te winnen. Dat deed hij ook bij de Rode Duivels, maar dan was de kritiek weer: kunnen we het ook tegen grote voetbalnaties? Het antwoord is nu duidelijk: ja. Tegen Brazilië gaf de 'naïeve' Martínez een masterclass in tactiek. Lukaku op rechts om Marcelo tot verdedigen te dwingen, De Bruyne centraal waardoor de centrumverdedigers Thiago Silva en Miranda niet wisten waar te lopen, Hazard links-rechts-overal, zwervend, tegenstanders passerend alsof het plastic mannetjes op training waren. Tien geslaagde dribbels op tien pogingen, dat was geleden van het WK van 1966. Hazardinho. Daar en dan heeft Martínez overtuigd. Tegen Japan was het voorspelbaarder, dat klopt. Ook Wilmots gooide Fellaini erin als het combinerend niet lukte. Tegen Frankrijk was de tactische ingreep zelfs een flop, omdat Mousa Dembélé - schitterende clubvoetballer die nooit kon overtuigen als international - alweer een schim was van zichzelf. Frankrijk-België deed heel sterk denken aan Argentinië-België van vier jaar geleden. Doelpunt tegen en dan geen oplossingen vinden tegen een tegenstander die constant negen man achter de bal hield.

Waarom konden de Kroaten 's anderendaags wel wat de Rode Duivels niet konden? Het zal een onbeantwoorde vraag blijven, zoals zoveel vragen in het voetbal na het vraagteken alleen maar witte ruimte bieden.

Maar toch: Roberto Martínez mag blijven. Niet alleen omdat hij zijn contract verlengd heeft, maar omdat hij ons voetbal iets bijbrengt. En in tegenstelling tot zijn narcistische voorganger denkt hij aan het elftal, niet aan zichzelf. Vergeleken met Martínez is Marc Wilmots een onbenul. Marc is de collega die niet slim genoeg is om te excelleren, maar die steelt met de ogen, jouw ideeën presenteert als de zijne en op vergaderingen altijd het hoogste woord voert, zodat hij hyperactief lijkt en de teamspirit bevordert. Op de groepsfoto staat Marc centraal - armen gekruist, borst vooruit, kin omhoog - en zie je hem denken: die anderen dienen alleen maar om het beeld te vullen, het draait hier om moi.

***

Uitgekookt. Dat adjectief vind ik in alle nabeschouwingen terug. Zelf schreef ik: 'doortrapt'. Dat vind ik nog steeds een betere omschrijving. Doortrapt is negatiever dan uitgekookt. Niet dat we moeten klagen, want onze zuiderburen hadden meer doelpogingen - ook binnen het kader - dan wij, zelfs bijna het dubbele. We hadden zelf maar beter moeten zijn, zeer juist. En toch... In de laatste zesentwintig minuten - toegevoegde tijd meegerekend - werd er nauwelijks vijf minuten echt gevoetbald. De rest was oponthoud: geveinsde blessures, aarzelen bij een inworp, treuzelen bij een hoekschop, tijd winnen bij een vrije trap, de bal zes keer goed leggen bij een uittrap, kleine overtredingen maken om het spel af te remmen. Uitgekookt? Doortrapt! En vooral: ergerlijk.

Voetbal is een sport waarin negativisten intelligent worden genoemd, omdat hun aanpak rendeert. De voetbalregels stimuleren valsspelen. Als de klok zou worden stilgezet wanneer de bal niet meer in het spel is, zou voetbal een veel eerlijkere sport zijn, zoals basketbal. Dan speel je desnoods drie uur, tot de buzzer gaat. Zo lang er in het voetbal geen rekening wordt gehouden met de werkelijk gespeelde tijd, zullen de tijdrekkers hun gelijk halen. Ik wil niet de calimero uithangen (en misschien had het ook niets uitgemaakt in die halve finale, omdat we niet sterk genoeg waren om die achterstand op te halen), maar: dat is niet eerlijk.

***

En dan is er nog die overbodige wedstrijd van deze namiddag. Omdat het tegen Engeland is, krijgt de wedstrijd een extra pigment. We zijn het nog niet vergeten dat de Engelsen ons uitlachten na die overwinning in de non-match in de groepsfase (ze dachten dat ze in de betere tabelhelft waren terecht gekomen en lagen er vervolgens bijna uit tegen Colombia). Beter doen dan de Duivels van 1986 is een ander element dat Martínez in zijn peptalk zal gebruiken.

Voor de rest pleit ik voor het afschaffen van deze 'troosting', zoals dat bij ons wordt genoemd. Er valt niemand te troosten, na een verloren halve finale ben je ontroostbaar, wil je liefst zo snel mogelijk naar huis. Geef die twee teams brons, als je dan toch met medailles wil goochelen. Op de Olympische Spelen staan de winnaars van goud, zilver en brons nog netjes naast elkaar op een podium, op het WK is dat niet het geval. Als morgen Fransen en Kroaten het veld betreden, hebben de Rode Duivels al een fotosessie op het koninklijk paleis en een balkonscène op de Brusselse Grote Markt achter de rug. Mogelijk smijten ze hun bronzen medaille in het publiek, wegens: niet geïnteresseerd om dat onding op de schouw te leggen. Wij weten nog precies dat we tweeëndertig jaar geleden vierde zijn geëindigd en Frankrijk derde, maar wie kan de teams die derde zijn geëindigd sinds dat Belgisch gloriemoment opsommen?

Overbodige match (maar wel winnen, graag).

***

Ach, 1986. Tijden! Velen vergeten dat de Rode Duivels de eerste ronde abominabel slecht waren. Verloren tegen de Mexicanen, nipt gewonnen tegen godbetert de Irakezen en gelijkgespeeld tegen de Paraguayanen, als een van de betere derdes toch mogen overleven, en dan gestunt tegen de Sovjet-Unie en Spanje, omdat de Russen overmoedig waren en de Spanjaarden een zwakke lichting hadden. Geen sponsors die je hun wervende boodschappen door de strot probeerden te rammen, geen reclame voor gokkantoren, geen grote schermen op pleinen, geen vlaggen die uit ramen hingen te wapperen, geen spiegelhoesjes, geen massahysterie. Wedstrijden volgen op kleine tv-schermen, volume op 20 om Rik De Saedeleer boven het gejoel van de huiskamer te laten uitkomen. "Ik hoop dat ze die mannen niet naar Siberië sturen!" De eerste toeterende auto werd pas na die wedstrijd tegen de Sovjet-Unie gesignaleerd. Ging meteen de bon op wegens nachtlawaai: het was halftwee voorbij. Na de zege met strafschoppen tegen Spanje opnieuw, maar dan iets massaler en de flikken toeterden vrolijk mee. In de stadions een handvol verkeerd gelopen Belgische toeristen die inderhaast een vlag hadden gekocht in een souvenirwinkel.

Maar wel: een volle Grote Markt achteraf, heldenontvangst. We waren dat niet gewoon en we hadden dat ook niet verwacht, zeker niet na het gestuntel bij het begin van het toernooi. De Rode Duivels deden het volk even dromen. Toen en nu. Maar zoals de grote filosoof Marco B. al wist: dromen zijn bedrog. Helaas.



Schuld van de sossenMemories & mijmeringen

Geplaatst door Frank Van Laeken za, juli 07, 2018 12:57:00

Trein, tram en bus zijn altijd te laat, voor je verbinding moet je crossen.

(Niet over nadenken: 't is de schuld van de sossen)

Dat gat in de begroting valt maar niet op te lossen.

(Kijk naar 't verleden: schuld van de sossen)

We kunnen nog altijd met onze nieuwe vliegtuigen geen schot lossen.

(Met al hun mails: schuld van de sossen!)

Tijdens de Sudancrisis heeft een staatssecretaris heel wat tranen zitten versmossen.

(Een schande, schuld van de sossen)

U heeft een parking nodig? Geen probleem, we kappen de bossen.

(En wie denkt u dat het gedaan heeft? Schuld van de sossen)

Aan wie ligt het dat we geen traditie meer hebben in kantklossen?

(Wat dacht u? Schuld van de sossen)

Arme mensen kunnen hun schuld weer niet aflossen.

(Natuurlijk: schuld van de sossen)

Onze jeugd weet niet meer dat 2 x 144 is: 2 grossen.

(Hé hé, schuld van de sossen)

De Seleçao ligt eruit, bij onze uitblinkers zat een rossen.

(Schuld van de (Braziliaanse) sossen)

Dat je je binnenkort op de tweede zit weer piekfijn moet uitdossen.

(Schuld van de sossen)
Een senior writer schrijft: links is dood, ze zijn aan 't brossen.
(Schuld van de sossen)

Overal extra bewaking, aan de ingangen staan kolossen.

(Schuld van de sossen)

We vroegen stieren en kregen een stel ossen.

(Schuld van de sossen)

De tuin wordt overwoekerd door glibberige mossen.

(Schuld van de sossen)

Club Brugge verspeelt de titel door een owngoal van Jelle Vossen.

(Schuld van de sossen)

Het is al heel lang geleden dat we nog een wereldkampioen hadden in 't motorcrossen.

(Schuld van de sossen)

Laatste bergrit en in het zicht van de streep moet Thomas De Gendt lossen.

(Schuld van de sossen)

Er wordt te veel gezopen op al die cyclocrossen.

(Schuld van de sossen)

Op 11 en 21 juli is er weinig feest, mensen willen niet meer hossen.

(Schuld van de sossen)

Daarstraks kreeg ik tandpijn van het flossen.

(Auw, schuld van de sossen)

We spelen wind tegen, verkeerde keuze bij het tossen.

(Schuld van de sossen)

In de krant staan te veel opiniestukken en te weinig epossen.

(Schuld van de sossen)

Heel zelden gooien we in dit land los alle trossen.

(Schuld van de sossen)

In Planckendael hebben ze een schrijnend tekort aan rinocerossen.

(Schuld van de sossen)

Er zijn te veel Maria's en te weinig Jossen.

(Schuld van de sossen)

't Water blijft niet warm, het gaat achteruit met de kwaliteit van onze thermossen.

(Schuld van de sossen)

Oei, de toiletdeur is langs de buitenkant afgesloten, kan iemand mij komen verlossen?

(Schuld van de sossen)

Ik dacht: ik probeer eens iets leuks, maar ik kan weer de verwachtingen niet inlossen.

(Allemaal úw schuld, sossen!)



Onze SeleçaoSport

Geplaatst door Frank Van Laeken do, juli 05, 2018 15:56:52

Om de twee jaar kun je er begin juli je klok op gelijk zetten en ook nu is het weer zover: de Rode Duivels hebben hun achtste finale op een groot toernooi gewonnen en - naast de oprechte blijdschap van zowat iedereen die iets met voetbal heeft - valt het gezeur aan beide kanten van het spectrum op. Van 'Hoera, nu kan niemand ons nog fstoppen' tot 'Het was maar tegen...'. Ik behoor beroepshalve eerder tot de laatste categorie, die zegt dat net als de naïeve Amerikanen en de slappe Hongaren de overmoedige Japanners geen goede waardemeter zijn. Wel van de mentale en tactische weerbaarheid van de nationale elf, niet van wat ze nu werkelijk vermogen op zo'n groot toernooi. Eruit liggen na een kwartfinale tegen Brazilië is een realistische mogelijkheid, en dan weten we dat deze Gouden Generatie nooit wereldkampioen zal worden. Zich kwalificeren betekent: het kan. Het is in elk geval nu of nooit, want over vier jaar is zowat de helft van dit elftal met voetbalpensioen of uitbollend.

***

De successupporters denken dat we nu iedereen aankunnen. (Ze hebben gelijk, maar om de verkeerde redenen: we kunnen technisch alle potentiële tegenstanders aan, maar niet omdat we een half mirakel hebben verwezenlijkt tegen Japan, het nummer 61 op de wereldranglijst.) De zeurpieten waarschuwen voor tactische tekortkomingen. (Ze hebben gelijk, maar ze vergeten dat tactiek samenhangt met beschikbare spelers en ingeoefende patronen: de tactiek helemaal overboord gooien zal eerder voor onrust dan voor zekerheid zorgen.)

Een bekend voetbalcommentator en -presentator tweette dadelijk na de wedstrijd "Bon @BelRedDevils Genoeg naïef verdedigd. Opstelling tegen Brazilië. Courtois; Meunier, Alderweireld, Kompany, Vermaelen, Vertonghen; Witsel, De Bruyne, Fellaini; Hazard, Lukaku. Anders krijgen we er 7 binnen. ZEVEN." Ik word daar eerlijk gezegd een beetje nerveus en bijna moedeloos van, van die typisch Belgische underdoghouding. Want, bekijk even die 5-3-2, met - doelman inbegrepen - acht spelers die een verdedigende opdracht zouden meekrijgen. Dat is hetzelfde als zeggen: Brazilië, kom maar af, om dan na negentig minuten vast te stellen dat we het weer net niet gehaald hebben. 1-0, een floddergoal. Ach ja, ze hebben toch hun best gedaan... Dat komt erop neer dat we teruggrijpen naar de tactiek van wijlen Raymond Goethals: met z'n allen voor de eigen pot gaan liggen en hopen dat we er op de counter eentje kunnen binnen tikken. En stoemelings. Dat is zo hemeltergend laf, dat ik vrijdagavond niet eens zou willen kijken.

Als de voorbije wedstrijden iets hebben aangetoond, is het wel dat de 3-4-3 van Roberto Martínez ons veel doelkansen bezorgt (de meeste van alle landen op het WK!), veel doelpunten oplevert (de meeste van alle landen op het WK!), veel verschillende doelpuntenmakers laat optekenen (de meeste van enzovoort!). Willen we dat surplus opofferen uit schrik voor Brazilië?

Als de voorbije wedstrijden nóg iets hebben aangetoond, is dat de 3-4-3 defensief voor problemen zorgt als de vleugelspelers van de tegenstander heel hoog spelen, zoals de Japanners een uur lang demonstreerden, en zoals zelfs Panamezen en Tunesiërs bij momenten blootlegden. Thomas Meunier blijft een tot rechtsback omgeturnde aanvaller, geen verdediger van nature. En Yannick Carrasco is een offensief ingestelde vleugelaanvaller, die af en toe vergeet dat hij ook nog die andere opdracht heeft meegekregen: verdedigen. Tegen Neymar en Willian is dat dodelijk. Dat klopt.

Bijsturen is dus noodzakelijk, verdedigende stabiliteit inbouwen een must, maar we moeten nog wel uitgaan van onze eigen kracht. Nu kiezen voor acht verdedigend ingestelde spelers is hetzelfde als tegen De Bruyne, Hazard en Lukaku zeggen dat ze maar hun plan moeten trekken. De heren zijn nu eventjes (Lukaku) of al een tijdje (De Bruyne, Hazard) verlost van José Mourinho, laten we dat koesteren. Het druist in tegen dit nieuwe België, dat dichter bij het totaalvoetbal van Oranje staat dan bij het aloude betonvoetbal van de vroegere, veel minder getalenteerde generaties van de Rode Duivels.

***

Wees maar zeker dat die hautaine, vaak irritante Brazilianen respect hebben voor deze Belgen. Zij hebben ook eindeloos beelden van de dribbels van Hazard, de passing van De Bruyne, de looplijnen van Lukaku en de offensieve impulsen van onze vleugelspelers bestudeerd, en ze zullen heus niet het veld opstappen met de gedachte: sukkels, we maken er vandaag 7. ZEVEN. Neymar en Willian zullen ook van hun bondscoach opdrachten meekrijgen: laat die vleugelspelers niet lopen. En hun eigen vleugelbacks zullen ook niet zomaar vrijuit mee ten aanval kunnen trekken, als je weet dat er een Eden Hazard op de loer ligt.

Maar dat schijnen de beroepspessimisten te vergeten: die zien alleen de eigen tekortkomingen en ze overdrijven dan graag wat zo'n Neymar - buiten matennaaien en flink doorrollen - allemaal kan. Uitstekende voetballer, daar niet van, maar geen superman. De beroepsoptimisten/successupporters zien het compleet omgekeerd.

***

Dus, meneer Martínez, beste Roberto, vergeet de mening van de zogeheten kenners, maar pas toch je tactiek een beetje aan. Vervang de tegenvallende Carrasco door Nacer Chadli - meer kracht, meer stabiliteit, minder zinloze frivoliteiten - en de tegen Japan onzichtbare Mertens door een centrale middenvelder die de bal kan bijhouden: Dembélé. Speel met echte flankverdedigers, Meunier en Vertonghen (die kan dat, heeft zelfs een prima voorzet in huis). Laat hen bij balbezit elke keer over Neymar en Willian heen gaan, zo kunnen die mannen ook hun kilometers maken. Of niet, en dan hebben we ruimte zat op de flank. Zet Chadli en Hazard rechts en links tegen de lijn en laat hen Fagner en Marcelo of Filipe Luís aan de praat houden, ook via regelmatige positiewissels. Zeker die Marcelo heeft dat niet graag. Geef De Bruyne een vrijere rol voor twee controlerende middenvelders, die ervoor zorgen dat je bij balverlies altijd een centrale as van vier spelers overhoudt: Alderweireld, Kompany, Witsel, Dembélé. Die houden het centrum én de flanken in de gaten. En houd Fellaini achter de hand voor noodgevallen. Dan ziet onze Seleçao er als volgt uit:

Courtois; Meunier, Alderweireld, Kompany, Vertonghen; Witsel, Dembélé; De Bruyne; Chadli, Hazard; Lukaku.

Met een beetje geluk maken we er 7. ZEVEN.