Maandans

De foertstemmers van de wegSamenleving

Geplaatst door Frank Van Laeken za, februari 17, 2018 13:03:33

Ik háát ze. Neen, ik haat ze niet, want om ze te kunnen haten, moet je iets voelen voor die personen en dat doe ik zeer nadrukkelijk niet. Ik verafschuw ze, dat klinkt beter. Il est fort minable, surtout pas formidable, de middenvakrijder. Of de middenstrookrijder, zo u wil. Geen van beide woorden vindt u overigens terug in de officiële Woordenlijst, misschien omdat taaldeskundigen er ook geen woorden aan vuil willen maken.

Open VLD wil hen nu strenger beboeten: middenvak/strookrijden moet een overtreding van tweede graad worden, zoals rechts voorbijsteken, vinden een paar parlementsleden. Zo gaat dat met de politiek: iemand hoort een belletje rinkelen ("De Vlaming ergert zich aan de middenvakrijder") en dan wordt via een bevriende krant een ideetje gelanceerd. Voelen hoe de wind zit. Beetje populistisch. Maar het hield ons bezig, deze week. Een editorialist en een senior writer keerden zich tegen het blauwe plan, anderen waren voor. De middenvakrijders zelf zeiden waarom ze doen wat ze doen. "Omdat het veiliger en vlotter is," oordeelde Bram. "Ik vind het met mijn kleine auto niet veilig genoeg om van rijbaan te veranderen," repliceerde Suzy. "De middenrijstrook is de veiligste strook," antwoordde Jacky. "Het geeft me meer overzicht," vond Marsika.

Opvallend: de meesten hadden het over druk verkeer, met veel vrachtwagens en voortdurende op- en afritten. In dat geval wordt het begrip middenvakrijden relatief, want anticiperen behoort nu eenmaal tot het gepaste gedrag op de weg, zeker op een ringweg. Tenminste: als je al kán anticiperen, want meestal rijd je daar bumper aan bumper tegen vijf per uur. Middenvakrijden voor mij is: in normale weersomstandigheden, met relatief weinig verkeer, aan een normale snelheid vertikken om het verkeersreglement toe te passen en zo rechts mogelijk te rijden. Dat haat - neen, pardon - verafschuw ik. Want het is een overtreding, maar eentje dat veel te zelden bestraft of berispt wordt. We zijn het normaal gaan vinden. En zij ook, want ze houden hoegenaamd geen rekening met het andere verkeer, de Suzy's ("Ik verander niet van rijbaan, 't is onveilig") en de Jacky's ("Het is de veiligste strook") van de weg. Net als dronken, agressieve of extreem trage chauffeurs, denken ze alleen maar aan zichzelf, individualistisch, ze staan niet stil bij de gevolgen van hun daden. Nefast voor de feestvreugde in een collectief gebeuren, wat het verkeer toch is.

***

Middenvakrijders zijn de foertstemmers van de weg.

***

Ik beken. Ik ben zo iemand die rechts voorbijsteekt als op een lange strook weg iemand weigert om de middenstrook te verlaten. Ik wacht even af, tot ik quasi zeker ben dat er geen onverwacht maneuver zal volgen, en rijd gewoon rechtdoor verder. Op de rechterrijstrook. Het is sterker dan mezelf. Het is mijn versie van de corrigerende tik. Op hónderden keren heb ik nog nooit - nóóit! - iemand in gevaar gebracht, omdat je weet dat die chauffeur op dat moment en in die omstandigheden niet van plan is naar rechts uit te wijken. Ik hoop altijd, tegen beter weten in, dat die chauffeur dan zal beseffen dat ie fout zit en dat ie naar rechts zal zwenken. In 99 procent van de gevallen is dat tevergeefs. De middenvakrijder wentelt zich in zijn of haar Grote Gelijk. Ik mag dit, ik kan dit, ik heb dit recht. Zelfs als ie tegelijk links en rechts gepasseerd wordt, gaat er geen belletje rinkelen. Handen op tien over tien, blik strak vooruit gericht, het andere verkeer negerend. Solo op de weg.

Alvorens weer iemand het argument "Gij wilt gewoon veel te snel rijden, ja!" hanteert: de middenvakrijders die ik tegenkom rijden zeer zelden de maximum toegelaten snelheid. Eerder tien of twintig kilometer trager. Ik ben niet die snelheidsduivel die bumperklevend, met de grootlichten flitsend en liefst in een Duitse luxewagen paraderend het Belgisch verkeer terroriseer. Die lieden verafschuw ik evenzeer. Egoïsten met een groot ego en een klein pietje.

***

Een hogere erfbelasting voor middenvakrijders, korting voor wie rechts rijdt: ik ben daar helemaal voor.

***

Iets anders. Er is een tijd geweest, nog vóór het ritsen op 1 maart 2014 officieel werd ingevoerd, dat ik bij het ritsen de in mijn ogen meest logische beslissing nam. Ik reed door tot de rijstrook ophield en voegde dan, keurig mijn richting aangevend, in. Nou, dat had ik geweten. Gebalde vuisten, mannetjesputters die de bumper van hun voorganger niet loslieten, driftig claxonnerende collega-weggebruikers. Ik begreep hen, een beetje, want zij hadden intussen al zeven bange wezels laten invoegen lang voor het voor de hand liggende invoegpunt. Daar word je kregelig en horendol van.

Nochtans staat het principe van het ritsen al sinds 1 december 1975 in het "Koninklijk Besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg". Ik citeer: "De bestuurders die, bij sterk vertraagd verkeer, rijden op een rijstrook die ophoudt of waarop het verder rijden wordt verhinderd, mogen slechts vlak voor de versmalling invoegen in de aangrenzende vrije rijstrook. De bestuurders die rijden op die vrije rijstrook moeten vlak voor de versmalling beurtelings voorrang verlenen aan één invoegende bestuurder; in geval het rijden in zowel de linker- als in de rechterrijstrook wordt verhinderd, moet eerst voorrang worden verleend aan één bestuurder op de rechterrijstrook en daarna aan één bestuurder op de linkerrijstrook."

Klinkt logisch, niet? Maar in de praktijk viel dat tegen. Sinds vier jaar gaat het iets beter, al hebben veel chauffeurs het nog altijd niet door. Voegen te snel in of weigeren je te laten invoegen. In dit land zijn we nu eenmaal beter in ritselen dan in ritsen. En natuurlijk kom je bij het ritsen op de favoriete strook van de middenvakrijder terecht. Misschien vindt die dat wel niet prettig.

***

Op de middenstrook van het leven, blijft alles zoals het is en zoals het altijd is geweest.

***

Ik pleit niet voor bandeloosheid. Ik stop met veel plezier met dat rechts voorbijsteken. Ik rijd weleens te snel, maar nooit meer dan tien kilometer boven de toegelaten limiet, en op drukke wegen of in de buurt van scholen ben ik extra alert. Dertig rijden vind ik geen opoffering. Ik drink zelden en als ik drink rijd ik niet. Dat heb ik lang geleden wel gedaan, hoor, in de straffeloze jaren 80, toen dat stoer was en het woord 'heksenjacht' alleen sloeg op échte heksen of op wie écht ten onrechte vervolgd werd. Dom dom dom, is het, driedubbel dom, om achter het stuur plaats te nemen terwijl je geen volledige controle over je eigen gedragingen hebt. Ik deel mezelf met terugwerkende kracht een corrigerende tik uit voor die paar uitzonderingen.

De middenvakrijder is geen doodrijder, wellicht ook geen dronkenlap, geen agressieve gek. Máár: hij irriteert wel mateloos. En er is slechts één argument nodig om erop te wijzen dat hij een overtreding begaat: in het verkeersreglement staat dat namelijk zwart op wit. Terug naar dat KB van 1975, artikel 9.3.1. "Elke bestuurder die de rijbaan volgt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van die rijbaan blijven."

Simpel, toch, het reglement toepassen? Of blijven we opteren voor het lankmoedige midden?

***

Louis Tobback zei ooit dat hij zelfs in de woestijn voor het rode licht zou stoppen. Ik rijd zelfs op een voor de rest lege snelweg helemaal rechts.



KrampJournalistiek

Geplaatst door Frank Van Laeken za, februari 10, 2018 13:16:26

"Wat mogen we dan nog wél?"

Dat was zowat de vaakst uit mannenmonden afkomstige vraag van de voorbije maanden. De schuldige: hashtag Metoo. Pardon, neen, de schuldige zijn die mannen zelf, die niet weten waar de grenzen liggen. Want de eigenlijke vraag moet natuurlijk luiden: "Wat mogen we?" Zonder meer. Sowieso. Überhaupt. En dat is geen nieuwe vraag, die stellen we al sinds mensenheugenis. Sinds we ons vragen kunnen stellen, in feite. Wat mogen we? Wat mogen we wellicht niet? Wat mogen we zeker niet?

We zitten, als samenleving, in een kramp. Een succesvolle filmproducer die zijn fikken en andere, half achter een dunne kamerjas verborgen, lichaamsdelen niet kon thuishouden in Hollywood en omstreken, dat konden we nog behappen: dat was een eind van ons weg. En u weet hoe dat gaat met die filmmensen, dat hoert en boert maar op, nietwaar. Tot er hier bij ons een geliefde programmamaker net iets te vaak op 'send' had gedrukt, nadat ie de welluidende boodschap "Ik wil je neuken" had ingetikt. Zo kwam het wel héél dichtbij. Hij toch niet, die ideale schoonzoon, de grappigste man van Melle en omliggende weiden? En dus kreeg de 'flirterige' eeuwige jongeman plots het voordeel van de twijfel, integendeel tot de filmmogol, want dat bleef natuurlijk een vieze vetzak.

Wat mogen we nog? Best heel veel, zo lang je rekening houdt met wat de ander (m/v/x) wil. En dat kan de ene dag zus zijn, de volgende dag zo, en volgende week weer zus. Een relatie is van het moeilijkste dat de mens kan overkomen. Geen relatie en er op zoek naar gaan, is ook al niet eenvoudig. Of gewoon eens goed van bil willen gaan, niets menselijks is ons immers vreemd. Wil die ander dat dan wel? Maar wat is er nu zo moeilijk aan om te begrijpen dat er consensus moet zijn? Dat moet vooral niet in contractvorm worden gegoten - je weet maar nooit dat er een procedurefout uit voortvloeit! -, maar het is wel iets waar je het over eens moet worden. Jouw appartement of het mijne? Hoe ver wil je gaan? Wat wil je doen? Samen-leven is niet makkelijk, maar het is ook niet onmogelijk, tenzij je een narcistische gek bent, in een groot wit huis woont en denkt dat je je alles kan permitteren. Dan doe je maar op.

***

Veruit het interessantste interview van dit weekend leest u in De Standaard, waar sociolinguïst Jan Blommaert uitgebreid aan het woord wordt gelaten. "De chaostheorie heeft het van de klassieke communicatiewetenschappen overgenomen," zegt hij onder meer, als het gaat over #metoo. "Kampen zoeken voortdurend naar de gepaste overdrijvingen. Het woord moet ook een emotionele lading dekken, als verdediging of als aanval." Welkom in de wereld van de sociale media!

***

En het ergst van al: we laten het debat kapen door de luidste roepers. Nuance is out, voor zover ze ooit in is geweest. De media bieden een megafoon aan de grootste decibelproducenten. Kom hier, dat we uw boodschap helpen verspreiden! Zo kwam het dat het zeer nuttige, ja, zelfs levensnoodzakelijke #metoo-debat werd gevoerd door extremen, van onverbeterlijke seksistische zwijnen tot verzuurde castratiefeministen. Soms leek het wel alsof daar niets tussenin zat. Het is zwart of wit, net het soort keuzes die onze politici ons willen opleggen. Wat missen we mensen als Frank Vandenbroucke, Karel De Gucht, Jean-Luc Dehaene en Hugo Schiltz - om er kriskras wat te noemen - in de Wet- en de Dorpsstraat. Heren van stand, die goedkope meningen tegenspraken, die zelfs hun eigen achterban of partijgenoten ongelijk durfden te geven, die bij het innemen van een standpunt niet met de volgende peiling in het achterhoofd zaten.

Vandaag lees je paginavullende interviews met achttienjarige would-be-filosofen die nog niet eens vol in het leven staan, maar alles al beter denken te weten vanuit hun stereotiep, religieus verkleurd denken, of met fascistoïde nieuwlichters in de politiek. Klinkt het niet, dan botst het. En als het botst, verkoopt het kranten of boekskes. 'Roeptoeters' vergallen het brede maatschappelijke debat. Erger nog, er ís geen debat, er zijn alleen maar losse meninkjes.

***

Jan Blommaert weer, vanochtend tot mij sprekend via De Standaard. "Maatschappelijke debatten gaan niet meer over de inhoud maar over de definities. (...) Politiek heb je succes als je tegenstander jouw definities van de werkelijkheid gebruikt. Dat was ooit het grootste succes van het Vlaams Blok. 'Wij zeggen wat u denkt' was een briljante leugen. Eerst lieten ze de gewone man spreken zoals Filip Dewinter, nadien vertelde Dewinter dat hij sprak zoals de gewone man. Uiteindelijk sprak heel de samenleving zoals Dewinter."

***

Het Sudan-rapport stemt iedereen een beetje tevreden. Dan kan je concluderen: goed zo, een objectief werkstuk. Maar ook: iemand heeft dit niet goed gelezen. Of interpreteert de dingen zoals het hém uitkomt. Dat is niet nieuw. Binnenkort ligt het boek Mei '68. 31 dagen die ons leven veranderden? van Geert De Vriese en mezelf in de handel, en wees maar zeker: vijftig jaar geleden werd er ook veel geroepen, gereageerd, verkeerd begrepen, gelogen. Niets nieuws onder de dezer dagen opvallend afwezige zon.

***

Blommaert: "Het scheppen van volume wordt algemeen aangevoeld als het winnen van een debat. Wie viraal gaat, wint."

***

Nu gaan er weer stemmen op om 'blank' te vervangen door 'wit'. Anderen vinden dan weer dat mensen die worstelen met hun seksuele identiteit niet zoveel positieve aandacht moeten krijgen, waarna zij - de tegenstanders - het uitgebreid mogen uitleggen in de media. Dat Boudewijn Bo werd, is ongetwijfeld te breed uitgesmeerd in de media, dat Bo geen Bo zou mogen zijn, had gewoon toogpraat moeten blijven van kwezels en domoren, en had nooit de nationale pers mogen halen. Er is al genoeg domheid, we moeten die niet nog wat extra bandbreedte gunnen. Laat die heren en zeldzame dames hun gang gaan op cantussen en dergelijke, en laat dát hun beleving van vrijheid van meningsuiting zijn. Verder hoeft dat heus niet te gaan.

De slinger is doorgeslagen. Niet in de zin van wat Catherine Deneuve of Chris Lomme zeggen, maar in de zin dat een hond met een hoed op nu iets zinnigs denkt te zeggen en dat we daar ook nog eens moeten naar luisteren ook. Ik pleit voor meer ernst en saaiheid op het publieke forum.

***

Nog één keer Jan Blommaert. "Geloven we echt dat het probleem is opgelost wanneer we plots 'witte mensen' schrijven in plaats van 'blanke mensen'? Stel dat we 'wit' gebruiken, gaat iedereen zich dan over drie jaar bewust zijn van ons koloniale verleden? Aan de wezenlijke ongelijkheid zal het niets veranderen. In de politiek zijn woorden op zich niet voldoende, er moet een reële actie tegenover staan opdat er iets zou veranderen. (...) Bovendien zijn het vooral elites die zich daarmee bezighouden. Zo'n discussie in een tijd met een zekere gevoeligheid voor identiteit garandeert vooral op tafel dansende opiniemakers."

***

En als u me nu wilt verontschuldigen, ik ga even op tafel dansen.



Hoe word je mensensmokkelaar?Memories & mijmeringen

Geplaatst door Frank Van Laeken za, februari 03, 2018 12:50:20

Bij de meest verschrikkelijke dictators uit de geschiedenis kan ik me nog iets voorstellen: ze deden het uit ideologische overtuiging of een of andere perverse vorm van idealisme, en daaruit vloeide waanzinnig misdadig gedrag voort. Je kan dat nog enigszins verklaren, vanzelfsprekend met enige moeite en de nodige walging.

Om geen misverstand te creëren: ik verfoei die mannen van het Grote Gebaar, maar hoe - in naam van alle potentaten - word je mensensmokkelaar?

Terroristen, wat ook hun drijfveer moge zijn, vernietigen mensenlevens, van zij die dood zijn en het niet meer kunnen navertellen, en van zij die nog leven en het niet meer willen navertellen. Zelf kiezen ze voor een stel hemelse maagden, het omverwerpen van het maatschappelijke bestel of wat financieel gewin. Zeer verwerpelijk allemaal, maar je kan het nog duiden, wáárom ze dat doen.

Bij een terrorist is het gebrek aan mededogen absoluut geen bezwaar, maar hoe - in naam van een denkbeeldig opperwezen - word je mensensmokkelaar?

De deelnemers aan Temptation Island proberen na te gaan hoe sterk hun relatie is en - vooral - hoe sterk zijzelf bestand zijn tegen verleidingsrituelen (en nu ga ik er even zeer naïef van uit dat dit smakeloze programma niet van a tot z vooraf in een scenario werd gegoten). Ik ben er ooit, tijdens het zappen op een inspiratieloze tv-avond, bij blijven hangen, echt waar, het was geen ziekelijke nieuwsgierigheid naar de laagste instincten van de IQ-loze medemens. Ik praat nog liever tegen mijn hand.

Ach ja, we weten het, dat soort mensen komt graag in volle primetime klaar, maar hoe - in naam van Pommeline en Gringo - word je mensensmokkelaar?

Ik heb respect voor dieren, maar sommige kruipende monstertjes laat ik het liefst met de onderkant van mijn pantoffels kennismaken. De kakkerlak, bijvoorbeeld. Dat komt zo. Tijdens een verblijf in een nogal exclusief oord in het zuiden van Spanje was er zo'n diertje dat hardnekkig door de kamer ploeterde, daarbij flink wat knisperend geluid producerend. Ik ging dapper als steeds in de achtervolging, maar het kreng was iets te snel en kroop onder kasten, stoelen en het bed. Een er inderhaast bij geroepen hotelbediende had er gelukkig een trucje op gevonden. Hoe het diertje heette? La Cucaracha. Ik deed er meteen een onhandig, vrolijk dansje bij.

Kakkerlakken zijn ergerlijk, doch vormen geen groot gevaar, maar hoe - in naam van het insectenrijk - word je mensensmokkelaar?

Als zelfs Herman Van Holsbeeck weer het daglicht aanschouwt en Mogi Bayat al dagen niet meer op een krantenfoto is gesignaleerd, weet je: de wintertransferperiode is voorbij. De jaarlijkse hoogmis van de oei-we-hebben-het-vorige-zomer-weer-flink-verknoeid-en-hebben-nu-iets-goed-te-maken voetbalbestuurders. Waarna dit ritueel zich over een maand of vijf opnieuw zal voltrekken. Knoeien is des mensen, verknoeien ook.

Mijn geliefde sport wordt steeds meer naar de kloten geholpen door de niets en niemand ontziende voetbalmakelaar, maar hoe - in naam van Mendes, Raiola, Zahavi en Bayat - word je mensensmokkelaar?

Zoek je naar een mensensoort die geen scrupules heeft en die voor een zakcentje zijn hulpbehoevende medemens een beetje hemel op aarde belooft en hem vervolgens gewetenloos en zonder verpinken laat zinken op een gammel bootje, zoek dan niet verder dan dit hatelijke exemplaar: de mensensmokkelaar. Maar, in naam van de menselijkheid: hoe word je het?



Een kwestie van beschavingSamenleving

Geplaatst door Frank Van Laeken zo, januari 28, 2018 13:06:40

Stel: u woont in een dichtbevolkte middenklasse-wijk, volgebouwd met voorspelbare, saaie huizen, waar de inwoners weinig contact met elkaar hebben (ik weet het, u woont natuurlijk in een chique villa aan de rand van de stad, maar stél!). Op zekere avond ziet u een dikke rookpluim opstijgen op zo'n tweehonderd meter van u, laten we zeggen: dertig huizen verderop. Brand! Wat doet u? Denkt u: iemand zal de brandweer al wel gebeld hebben? De buren zullen wel te hulp snellen? (O ja, dat zijn die vreemde snuiters die met iedereen ruzie maken...) Belt u voor alle zekerheid toch maar de brandweer, met de gedachte: liever tien mensen die tegelijkertijd bellen, dan niemand? Of gaat u ter plekke een kijkje nemen, misschien kunt u wel helpen? Oei, bent u de enige die reageert en blijft de rest lekker warm binnen, spiedend door een spleet in het gordijn?

Stel nu (ja, ik stel uw verbeeldingsvermogen op de proef, maar stél!) dat de inwoners van het brandende huis op het nippertje gered worden, maar dat het huis onbewoonbaar wordt verklaard. Te groot risico dat het vuur opnieuw aangewakkerd wordt. Ruiten kapot gesprongen en het is putje winter. Dak ingestort. Dat soort dingen. U bent de enige die er staat en u heeft ook het grootste huis van de omgeving, de kinderen zijn de deur uit en u bent sociaalvoelend. Nodigt u hen uit om tijdelijk bij u te verblijven? Of stelt u dekens en kleren ter beschikking, die ze mogen meenemen naar het ziekenhuis of een hotel in het centrum? Vergeet niet, u bent de enige die zich spontaan heeft aangeboden.

Stel vervolgens (oké, het wordt vervelend, maar stél!) dat een paar maanden later in het huis ernaast brand uitbreekt - toeval bestaat! - en u alweer de eerste bent die het opmerkt. Herhaalt het scenario zich, of denkt u: iemand anders moet nu maar in de bres springen? Plausibel, maar het gebeurt niet? Snelt u alsnog uit uw luie zetel - Netflix-feuilleton op pauze - naar de hulpbehoevende, ietwat verre buren?

***

Dat is, in essentie, het vluchtelingendebat: wíllen we helpen of niet? Het is iets principieels. Zien we de noden van de verre buren of niet? Vinden we hun dramatische belevenissen ernstig genoeg om er aandacht aan te besteden of niet? En, neen, we kunnen niet iedereen tegelijk helpen. We kunnen zelfs niet iedereen individueel en apart helpen. We moeten knopen doorhakken: wie heeft dringende hulp nodig, wie kan nog even wachten? Máár: we kunnen wel helpen. Of een poging daartoe doen. Als we het tenminste willen.

***

De voorzitter van de grootste partij van Vlaanderen schrijft dat links moet kiezen tussen open grenzen en een goed werkende sociale zekerheid.

De voorzitter heeft gelijk. We moeten kiezen.

De voorzitter heeft ongelijk. Het gaat niet om een keuze tussen open grenzen en het vrijwaren van onze sociale zekerheid. De keuzemogelijkheden zijn: willen we helpen of niet? Of staren we naar onze eigen navel en voeren we een vals debat. We hoeven geen 37 miljoen Sudanezen op te vangen. Zelfs geen miljoen. Niet eens honderdduizend. En die open grenzen worden door niemand bepleit. Partijstandpunten variëren tussen volledig gesloten grenzen en gedeeltelijk open grenzen. Honderd procent open grenzen kunnen wij als samenleving niet aan, noch economisch, noch politiek, noch menselijk. En, ja, dit is een kwestie die Europees moet worden aangepakt, maar als de Europese Unie niet tot een eendrachtig standpunt komt vanwege het - laten we het zeggen zoals het is - plat xenofobisch populisme van sommige lidstaten (niet wij, voor alle duidelijkheid), dan vervalt de morele plicht om te helpen niet. Zullen we dan alle Sudanezen maar laten creperen, omdat we een aantal onder hen niet kunnen of willen opvangen? Kijk naar het brandende huis van de verre buren. Is dat beschaafd? Beantwoordt dat aan de te pas en te onpas in het migratiedebat gesleurde Verlichting, waar we zo mee pronken als het ons uitkomt? Of zijn we dan, domweg, egoïsten?

***

De burgemeester van de grootste stad van Vlaanderen zegt dat de feitelijke apartheid in zijn stad met 175 nationaliteiten hand over hand toeneemt.

De burgemeester heeft gelijk. Er staan figuurlijke muren tussen de gemeenschappen.

De burgemeester zegt dat het stadsbestuur moet proberen "een platform van burgers te creëren waar mensen elkaar nog kunnen herkennen als speler van dezelfde ploeg." De waarden van de Verlichting - daar is ze weer! - moet daarbij als kompas dienen. Wat mij dan bijzonder bevreemdt is dat de burgemeester de straathoekwerkers naar de uitgang heeft begeleid en dat zijn partijgenote in de Vlaamse regering het Agentschap voor Inburgering en Integratie afbouwt, net die mensen en die instelling die een cruciale rol kunnen spelen.

Die 174 andere nationaliteiten komen allemaal met een rugzak aan ervaringen, vaak negatieve, naar hier. Ze hebben een bepaald mensbeeld meegekregen, niet zelden is de vrouw daarbij ondergeschikt. Er lopen religieuze fanatici rond, die de scheiding van Kerk en Staat baarlijke nonsens vinden. Ondertussen zitten we aan de derde, de vierde en de vijfde generatie, die ook hier geboren zijn, maar er niet bij horen, er niet mogen bij horen of er niet willen bij horen. Als ik om de veertien dagen op de tribune van mijn favoriete voetbalclub plaatsneem, zie ik daar alleen witte gezichten, en dan nog voornamelijk mannen. Op weg naar het stadion zie ik heel veel bruine gezichten, maar die gaan niet naar hetzelfde stadion: zij kijken liever via de schotelantenne naar Galatasaray of Raja Casablanca. Voelen ze zich niet welkom (kan zijn)? Of interesseert hun nabije sportclub hen niet (kan ook)? Er zijn uitzonderingen, foto's en getuigenissen bewijzen het, maar buurtfeesten zijn al te vaak monocultureel. Worden de anderen niet uitgenodigd (kan zijn) of interesseert het hen niet (kan ook)?

Integreren is een werkwoord: het moet van twee kanten komen. Van de nieuwkomer en van diegene die er al woont. Vorige stadsbesturen hebben dit probleem een halve eeuw onder de mat geveegd, vanaf de komst van de 'gastarbeiders', die vacatures kwamen invullen of jobs kwamen doen waarvoor autochtonen de neus ophaalden. Daarin heeft de burgemeester eveneens gelijk. Het probleem ís er en het is niet zíjn schuld. Maar hij moet er wel zelf iets aan willen doen. En uit de dagelijkse praktijk blijkt doorgaans het tegendeel. Verbinden is ook een werkwoord.

***

Stel (ja, daar ben ik weer, nog eentje, dus: stél!) dat er al voor de vijfde keer op korte tijd brand uitbreekt in diezelfde straat op loopafstand van uw eigen woonst. Weer dezelfde vaststelling: u bent de eerste, of de enige, die het ziet of wil zien. Haakt u af of zet u opnieuw die geweldige Netflix-serie stil? Hoe beschaafd zijn wij eigenlijk? En hoeveel empathie kunnen we opbrengen? Is empathie zoiets als een vat dat ooit leeg zal zijn? Het is een kwestie van beschaving. "De droevige waarheid is dat het meeste kwaad wordt berokkend door mensen die niet kunnen kiezen tussen goed en kwaad." Een uitspraak van Hannah Arendt, van wie de woorden deze week uit de context werden getrokken, in naam van een Verlichting.



MissSamenleving

Geplaatst door Frank Van Laeken za, januari 20, 2018 13:55:02

Bekentenis: ik heb maandagavond twee zoenen gekregen van Angeline Flor Pua. Eentje, omdat ik haar na de opname van de talkshow Van Gils & gasten een klein aandenken van de redactie meegaf, en nog eentje bij het afscheid. Tijdens het gesprek was ze aangedaan toen we een paar racistische reacties lieten zien, die na haar uitverkiezing op de sociale media werden losgelaten. Ranzig Vlaanderen kon het niet appreciëren dat een jonge vrouw met Filipijnse roots een Belgisch kroontje op haar hoofd mocht zetten, ook al is ze dan geboren in Wilrijk, woont ze al een poos in Borgerhout en spreekt ze beter Nederlands dan de doorsnee Vlaming.

***

Maandag om 17u22 zette De Morgen een artikel online met als titel "Zeg niet te snel 'arm Vlaanderen': toch geen 'stortvloed' aan racistische reacties na Miss België-verkiezing?" Conclusie na een beetje nattevingerjournalistiek: er is niet zoveel aan de hand. Meer steuntweets - ook uit de politiek - dan haatboodschappen, moeten we weten. "Nobele voornemens, maar wel gebaseerd op een klein aantal problematische berichten op Twitter en Facebook. Op de officiële Facebook-pagina van Miss Belgium staan, naast veel steunbetuigingen, enkele xenofobe berichten." En nog, over de reacties op hln.be: "Het aantal racistische commentaren zou zich beperken tot een handvol."

Máár, en dat staat vreemd genoeg ook in hetzelfde stuk: "Er duiken (op het ogenblik van de bekendmaking dat Angeline Flor Pua de Miss België is, fvl) enkele haatdragende boodschappen op, die nu vrijwel allemaal zijn verwijderd of onzichtbaar zijn gemaakt." Mijn klomp, die sowieso al van glas is, brak een beetje toen ik dat las. Als die 'haatdragende boodschappen' verwijderd zijn, kan je toch onmogelijk concluderen hoeveel (of: hoe weinig) racistische en xenofobe reacties er zijn geweest? Heel wat snelle, racistische reacties zullen na de hevige tegenreacties wel verwijderd zijn, neen? En wat met de reacties van mensen die niet op actief zijn op de sociale media en die zich aan de echte toog eens goed hebben laten gaan over dit onderwerp? Niet iedereen zit op de sociale media (iets wat de traditionele media weleens durven te vergeten).

Het was de verdienste van twitteraar-jurist Matthias Dobbelaere (@deJuristen) om een collage te maken van de eerste reacties. Wat daarbij opviel: de meeste racistische reacties vallen grosso modo tussen 22u57 en 23u25 te situeren, onmiddellijk na de bekendmaking van de winnares. Hieronder, voor wie een sterke maag heeft, een overzichtje, taalfouten inbegrepen. (Wat ik overigens mis in het overzicht is een 'good old' 'spleetoog', maar dat zal wel aan mij liggen.) De positieve reacties - en dan vooral de hart-onder-de-riem-boodschappen - dateren van later, meestal de volgende dag(en). Racisme is dus spontaner dan antiracisme. Haat is sneller dan steun. Het is maar een vaststelling.

Andere vaststelling: aan de voornamen te zien, zijn er veel jonge mensen die een probleem hebben met een Miss België met een kleurtje en een niet zo Vlaamse familienaam. Daar kijk ik een beetje van op. Ik dacht dat racisme en xenofobie vooral bij oudere generaties zat, die hun straten letterlijk hebben zien 'verkleuren'. Het slechte karakter in mij dacht bij momenten: racisme zal wel geleidelijk aan uitsterven met een deel van het kiespubliek. Hoe naïef kon ik zijn? Racisme en xenofobie zijn van alle tijden en zullen dat ook blijven. Xenofobie zit zelfs diep in ons, het dateert uit de tijd dat we nog in een primitieve bontjas en met een speer rondliepen, beducht voor elk onbekend gezicht dat we tegenkwamen. We zijn vanbinnen jager-verzamelaars gebleven.

***

Bij de Vlaamse verkiezingen van 13 juni 2004 behaalde een partij die zeven weken eerder veroordeeld was vanwege verschillende inbreuken op de wet van 1981 'tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden' 24,15 procent van de stemmen. Een op vier Vlamingen stemden toen op het Vlaams Blok, dat pas een paar maanden later van naam zou veranderen. Bij de federale verkiezingen van 2007 kwam Vlaams Belang uit op 19 procent, ongeveer een op vijf.

Zijn dat allemaal hardcore racisten? Neen, maar ze verklaarden zich wel akkoord met een partij die het 70-puntenprogramma had bedacht en waarvan sommige boegbeelden herhaaldelijk de racistische trom beroeren. Dan ben je ofwel zéér naïef, ofwel onwaarschijnlijk slecht geïnformeerd, ofwel een onverbeterlijke je-m'en-foutist, ofwel - wat ik vermoed - xenofoob. Je hebt angst voor alles wat 'uit den vreemde' komt en je projecteert je eigen problemen op nieuwkomers in de samenleving. Eigen volk eerst, jawel. Dat betekent niet altijd dat je anderen haat of minacht vanwege hun andere huidskleur, maar wel dat je niet-inclusief denkt.

***

Ik ben lang niet zo optimistisch als diegenen die nu roepen dat de racisten dadelijk gecounterd werden en dat de tegenstem tegenwoordig even luid klinkt. Anderen zeggen dan weer dat je niet altijd 'Racisme!' moet roepen, omdat je dan het échte racisme gaat onderbelichten, alsof er zoiets zou bestaan als racisme light. Racisme is geen relatief probleem. Daarom is dé Vlaming nog geen racist, maar een significant aantal Vlamingen is dat wel, en ze zijn alleszins met een pak meer dan de dansende moslims die in het straatbeeld opdoemen na een terroristische aanslag.

Voor xenofobie heb ik nog enig begrip: je zult maar in een buurt wonen waar in de loop van de jaren veel migranten zijn komen wonen en waar politici geen stap meer zetten. Die mensen zijn aan hun lot overgelaten, er is bij wijze van spreken een cordon sanitaire rond hen getrokken, in plaats van rond de partij waarvoor ze zijn gaan stemmen. Integreren is een werkwoord, met twee dimensies: willen integreren en laten integreren. Maar ook: begeleiden, 'oud' en 'nieuw' dichter bij elkaar brengen. Dat kan, maar het kost moeite. Met name in Antwerpen heeft het hautaine stadsbestuur dat aspect decennialang verwaarloosd. Genegeerd, zeg maar. Dat ze het zelf maar oplossen, de ondankbare honden, zo dachten ze op 't Schoon Verdiep, dat toen nog rood kleurde.

Racisme valt altijd en overal af te keuren: wie zijn eigen huidskleur en cultuur per definitie superieur acht, zit fout. Daar hoef je geen breed maatschappelijk debat rond te organiseren. We moeten zowel het fenomeen op zich als de mensen die dat fenomeen dragen blijven veroordelen. Of dat nu in de vorm van rechtszaken moet gebeuren, of via het publieke forum, maakt mij niet zoveel uit, maar elke uiting van racisme is er één te veel. In die zin maakt het niet zoveel uit of er na de Miss België-verkiezing één, dertig, honderd of duizenden reacties waren. Die ene, die dertig, die honderd of die duizenden moeten we durven terechtwijzen. En dan is het goed dat mensen als Matthias Dobbelaere zich geregeld vrijwillig in de beerput laten afzakken.

***

"Miss België van de frietchinees"

"Kom dit kan toch niet? Ale?"

"Hopelijk hebben ze gecheckt of het geen ladyboy is"

"Vree Belgisch. Miss België. Mer eigenlijk moete geen Belgische zijn he."

"Miss België van de Frietchinees"

"Dat kan toch nooit een Belgische zijn"

"Miss poepchinees"

"Allez een buitenlandse die wint en ze wil direct toeterend rond het podium rijden"

"tis een chineeseke!! Schattig :) maar niet echt Belgisch..."'

"Die naam, en uit Borgerroco, wat is daar nu nog Belgisch aan"

"Om Miss BELGIË te worden moet je dus duidelijk geen echte Belg zijn"

"En morgen komt bekend dat het een transexuele is"

"Amai, ziet er erg Belgisch uit"

"Een miss uit #antwerpen uit een van die containers in de haven?"

"Zijn we zeker dat het een miss is en niet een mister?"



TwitterrechtspraakSamenleving

Geplaatst door Frank Van Laeken za, januari 13, 2018 12:15:50

Luid gestommel in een overvolle rechtszaal. Toeschouwers verdringen zich om toch maar iets op te vangen van wat er gezegd wordt. Iemand roept: "Aan de galg!" Gejuich. Applaus. Goedkeurend geknik. Een ander vult aan: "Vreemd gespuis!"

VOORZITTER: "Orde in de zaal. Orde! Meneer de openbare aanklager, het woord is aan u."

OPENBARE AANKLAGER: "Dankuwel, meneer de voorzitter. Beklaagde staat terecht voor uitspraken in het verle..."

"Weg met haar!" "Verraadster van het volk!" "Ze hoort hier niet thuis!" "Ga terug naar uw eigen land!"

VOORZITTER: "Orde, of ik laat de zaal ontruimen!"

OPENBARE AANKLAGER: "Uitspraken in het verleden, dus. Die waren, op z'n zachtst gezegd, niet altijd even genuanceerd, meneer de voorzitter. Een overzicht vindt u in het dossier. Maar gezien de jonge leeftijd van de beklaagde en haar intentie om het nooit meer te doen, pleit ik voor een milde straf."

"Milde straf? Hangen zal ze!" "Ge hebt geen kloten aan uw lijf, advocaatje!" "Alleen al haar naam betekent 'Oorlog aan onze beschaving'!"

VOORZITTER: "Dit is mijn laatste verwittiging!"

OPENBARE AANKLAGER: "Een milde straf, dus. Wij eisen verontschuldigingen voor haar gedrag in het verleden en we zullen haar nauwlettend in de gaten houden vanaf nu. Daarmee zouden we tevreden zijn."

"Een lachertje!" "Loser!" "En dat met ons belastinggeld!"

VOORZITTER: "Orde!!! Heeft u daar als verdediging nog iets aan toe te voegen, meneer de advocaat?"

VERDEDIGING: "Onze cliënte is nog heel jong, ze beseft dat ze te ver is gegaan en wil daar graag een streep onder trekken, meneer de voorzitter. Wij hebben dan ook niets toe te voegen aan de woorden van de openbare aanklager en zouden kunnen leven met die straf."

"Straf? Een beloning, ja!" "Bende lafaards!" "Dat ze verdomme een hoofddoek opzet!"

VOORZITTER: "Heeft u nog iets te zeggen, jongedame?"

BESCHULDIGDE: "Euh, neen, meneer de rechter. Het spijt me erg, ik ga mijn best doen!"

"Leugenares!" "Hoer!" "Als wij even brutaal en ongenuanceerd zouden zijn als die trut, zouden we opgesloten worden!"

VOORZITTER: "Orde! In overweging nemende dat de beklaagde nog heel jong is, dat ze beseft dat ze te ver is gegaan en dat de openbare aanklager geen strenge straf eist..."

De meute loopt onder luid gejoel tot vooraan in de rechtszaal, de beklaagde krijgt een stevige por, wordt bespuwd. Anderen richten zich met priemende wijsvinger rechtstreeks tot de rechter. "Dood door de kogel!" "Hang haar op!" "Gerechtigheid voor Vlaanderen!" "We weten u te vinden als ge haar niet veroordeelt, wereldvreemd mannetje!"

VOORZITTER: "... veroordeel ik de beklaagde tot de dood door ophanging op het dorpsplein en wel nu meteen!"

Stampvoetend gejuich. Advocaten bekijken elkaar onbegrijpend. Beklaagde valt flauw en wordt door twee bewakers afgevoerd. "Naar het plein!" "Hangen zal ze!" "Gerechtigheid is geschied!"



BreakMemories & mijmeringen

Geplaatst door Frank Van Laeken za, juni 10, 2017 12:28:30

Als de realiteit de fictie overtreft wat het ongeloofwaardigheidsgehalte betreft, is het tijd voor bezinning. Als verontwaardiging, toch vaak de zaterdagse drijfveer als ik een stuk schrijf, omslaat in woede, is het tijd om afstand te nemen. Een burgemeester die geld voor de daklozenwerking afroomt naar zijn eigen rekening, het is te gek voor woorden. Een president die zich rechtstreeks en op het publieke forum inmengt in een gerechtelijk onderzoek, het is ongezien in een democratische omgeving. Twee voetbalclubs die hengelen naar de diensten van een spits en die daarvoor meer dan honderd miljoen euro veil hebben, het is immoreel. Zeker als de ene club de speler een paar jaar geleden verkocht, vanwege in hun ogen niet goed genoeg, en de manager die de speler toen negatief beoordeelde, nu aan de slag is bij die andere club. Normvervaging is de norm geworden. De wereld draait zodanig door dat het wel één vloeiende beweging lijkt: je ziet de draaibeweging niet eens meer.

Wat ik wilde zeggen: als de realiteit te gek voor woorden wordt, waarom er dan nog woorden aan vuil maken? En, in alle eerlijkheid, als je een beetje moe wordt van je eigen meningenwaterval, is het goed om even achteruit te stappen en naar die waterval te kijken: misschien vind ik 'm wel indrukwekkend, mogelijk raak ik er rap op uitgekeken. Ik heb sowieso al weinig met watervallen. Overroepen natuurverschijnsel. Maakt veel te veel lawaai ook nog.

Ik bedoel maar: dit fabriekje is gesloten, vanwege dicht. Toe. Tijdelijk, vermoed ik, maar definitief kan ook. Hangt van mijn schrijfzin af en hoe de wereld eraan toe is. De kans bestaat dat ik binnenkort, geconfronteerd met uw opmerking dat ik er niet was wanneer mijn-uw-de wereld in brand stond, Rossgewijs zal reageren: 'But, we were on a break!' Misschien ook niet. We zien wel. U ziet wel. Tot morgen. Of volgende week. Volgende maand. Ooit. Nooit.



MacMerkel (Hé Hé!)Politiek

Geplaatst door Frank Van Laeken za, juni 03, 2017 12:56:51

Stomme idioot, narcist van al die Staten,

tweetende malloot, Bannonkop vol gaten

kikvorst, potentaat

hansworst, orangeade

dommeclimatechangeontkenner

arrogante volksmenner

Hé hé, wat 'n feest,

lang genoeg beleefd geweest!

(vrij naar Hé Hé van Jan De Wilde)

***

De démarche van Trump zal Europa verenigen, lees je nu overal. Dat dacht ik eerst ook. Macron en Merkel, ze zaten weer op één as. Het is wachten tot iemand hen 'MacMerkel' gaat noemen. (Hé hé, 't is gebeurd!) Onze Charles Michel, de brave man, sprak de Amerikaanse president rechtstreeks aan op Twitter: hij veroordeelde diens mededeling dat Amerika uit het klimaatakkoord van Parijs zal stappen. Zelden onze premier zo weten roepen, al kan dat met die tijdelijke doofheid te maken hebben. Maar de Europese Unie, dat is ook Orbán en nog wat van die potentaten. Malloten. Bokkenrijders. Hobbelpaarden van Troje die zich in de Europese burcht gewurmd hebben. Nee, die eenheid is nog niet voor morgen, zelfs niet als straks de Britten de unie zullen hebben verlaten. Europa is nog lang niet verenigd, net zomin als dat de Verenigde Staten een (h)echte unie vormen. Verenigd is een adjectief, dat staat er als aanvulling, om iets te omschrijven. Verenigen is een werkwoord.

***

Hé hé, dat lucht op, ram het in hun domme kop!

***

Die Macron, daar gaan we nog van horen. Links-liberaal en ook wel een beetje gladde aal. Werd verkozen omdat de Fransen die andere kandidate niet wilden, eerder dan om zijn eigen welomlijnde ideeën, want die is hij nog volop aan het ontwikkelen tegen de parlementsverkiezingen. Stapte na zijn overwinning naar het spreekgestoelte op de tonen van Ode an die Freude. Hij verkoos Ludwig van Beethoven boven Claude Joseph Rouget de Lisle, de Europese hymne boven de Marseillaise, Europa boven Frankrijk. C'est symbolique, quoi! En na de speech van het oranje gevaar in het Witte Huis tweette hij: 'Make this planet great again'. Een Franse president die verder denkt dan de eigen landsgrenzen, c'est remarquable. Hoopgevend, voor het Europese project. De weerbarstige Britten eruit, de Fransen er terug helemaal in. En avant la musique!

***

Hé hé, zie je wel, die daar springt al uit z'n vel!

***

We hebben nood aan méér Europa, niet minder. Europese Unie, bedoel ik dan, want meelopers die alleen maar een graantje van de economische eenheid willen meepikken kunnen we missen als de builenpest. De nieuwe generatie leiders (veertigers zonder buikje en een voluntaristisch Mädchen) zal het moeten rechttrekken. Los van Amerika, weg van het Verenigd Koninkrijk. Zoals een volksvertegenwoordiger ooit op een nogal ongepast moment riep: "Vive la République d'Europe!"

***

Hé hé, wat 'n lol, ik viel even uit m'n rol.