Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Panorama (Philippe Decouflé & DCA)

TheaterGeplaatst door Frank Van Laeken vr, maart 22, 2013 13:54:20

Ik herinner me nog de tijd dat ik levendige discussies voerde over het al dan niet verantwoord zijn van l'art pour l'art. Ik was toen een hevige tegenstander van het principe (dat eigenlijk niet eens een principe is). Voor mij moest het altijd over iets gaan, wat dat 'iets' dan verder ook moge betekenen.

Gisteravond, bij het bekijken van de moderne dansvoorstelling Panorama van Philippe Decouflé & Compagnie DCA, kwam me dat gespreksthema van weleer opnieuw voor de geest. Want dit stuk, dat eigenlijk een soort 'best of' is uit het ruim dertig jaar omspannende œuvre van Decouflé, gaat meestal helemaal nergens over en toch bleef ik anderhalf uur met veel plezier aan mijn stoel gekluisterd.

De 51-jarige Philippe Decouflé is geen kleine jongen in de danswereld. De geboren en getogen Parisien richtte, na een aantal solo-voorstellingen, in 1983 de dansgroep DCA op, acroniem voor 'Diversité, Cameraderie, Agilité', mocht in 1989 het défilé 'Bleu Blanc Goude' organiseren ter gelegenheid van de 200ste verjaardag van de Franse revolutie en was in 1992 regisseur van de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen in Albertville.

In Panorama zit onder meer Jump!, één van de allereerste voorstellingen die Decouflé danste en waarvan hij ook de choreografie verzorgde. Het vitale dansstuk werd destijds slechts één keer opgevoerd. Ook andere fragmenten werden geplukt uit voorstellingen van vele jaren geleden. Maar de dansers waren dan weer allemaal zeer jong. De oudste van het gezelschap, Matthieu Penchinat, grapte dat hij 'min één' was toen Decouflé met DCA startte.

De voorstelling begon al vijf minuten vóór het vermelde aanvangsuur met de zeven dansers, vier mannen en drie vrouwen, die in majorettenpakjes door de gangen van deSingel en door de Rode Zaal paradeerden op hedendaagse fanfaremuziek die uit een ghettoblaster kwam.

Wat volgde was heel divers: van diep ontroerend over beeldmooi tot hilarisch. Burlesk is een geschikt adjectief voor veel van de passages. Een viertal lange aankondigingen werden door danser/acteur Penchinat gedaan in heel verstaanbaar Nederlands. Er zijn leiders in dit land die veel minder keurig de taal van het noorden van België beheersen...

Door de snelle opeenvolging van zeer uiteenlopende dansfragmenten verveelde je je geen seconde. De glimlach en zelfs de gulle lach waren nooit ver weg. En wanneer Penchinat de 'grande finale' aankondigde, waarin hij vervolgens minutenlang vuurwerkgeluiden nabootste, wist je: hier mag/moet gerelativeerd worden. Kortom, een fijne voorstelling. Als Philippe Decouflé & Compagnie DCA nog eens in een negorij bij u in de buurt verschijnen en u houdt van danstheater, laat die kans dan vooral niet schieten!

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post126

Yes we can't (The Forsythe Company)

TheaterGeplaatst door Frank Van Laeken ma, januari 28, 2013 13:42:15

De Amerikaanse choreograaf William Forsythe (°1949) is één van de grootste namen in de wereld van de moderne dans. Hij debuteerde in 1976, op zijn zesentwintigste, met Urlicht, vestigde zich daarna in het Duitse Frankfurt am Main, maar pas toen hij zich verbond aan het Ballett Frankfurt, in 1984, begon zijn ster echt te rijzen. Twintig jaar later startte hij met zijn eigen gezelschap, the Forsythe Company. Al die tijd bleef Dana Caspersen als fetisjdanseres aan zijn zijde.

Het Antwerpse cultuurhuis deSingel zet zijn dansstukken consequent op het programma. Genieten was het in het recente verleden van o.m. Impressing the Czar (een samenwerking met het Ballet van Vlaanderen), Eidos: Telos, Artifact en Kammer/Kammer. Maar de jongste producties van Forsythe toonden al een gebrek aan originaliteit en dat wordt helaas ook doorgetrokken in Yes we can't, een productie uit 2008, grondig vernieuwd in 2010, en nu opgevoerd in ons land.

Yes we can't - geen toevallige titel, want in 2008 voerde Barack Obama campagne met 'Yes we can!' - heet een stuk te zijn dat moet tonen dat Forsythe en zijn ensemble maar niet konden beslissen hoe het er moest uitzien. Makkelijk zat, zo'n verklaring, want dan kun je alle richtingen uit. Ook de richting die het nu uitging, die van de richtingloosheid.

In Yes we can't zien we een gezelschap van één pianist en achttien dansers en danseressen die voortdurend kreten slaken in de drie microfoons die zich op het verder nogal kale podium bevinden. Het gevolg is chaos, een overdosis lawaai, al bij al schaarse dansfragmenten, weinig choreografische spitsvondigheden.

Iets voorbij halfweg houdt één van de dansers in perfect Engels een monoloog om zich te verontschuldigen voor het feit dat de voorstelling net "vandaag" één grote mislukking is geworden. Aanvankelijk is dat nog grappig (de man zegt leuk gevonden dingen als 'Some people like their mistakes rare, I like 'em well-done'), maar na tien minuten is de aardigheid er echt wel af. En zo gaat dat maar door. De hele voorstelling stootte de overdaad aan anorectische dansers mij mateloos af. In plaats van een ode aan het lichaam zag ik dit eerder als een onbedoelde aanklacht tegen magerzucht en zelfverminking, maar dat zal wel aan mij liggen.

William Forsythe wil zich creatief tonen met het absolute Niets, maar maakt alleen maar een grotendeels overbodige voorstelling, waarin dans ondergeschikt gemaakt wordt aan hoofdpijn veroorzakende chaos. Forsythe heeft niets te vertellen met Yes we can't; dit is 'l'art pour l'art', maar dan zonder enige aantrekkingskracht. De irritatie die je vervolgens voelt, ontstaat niet uit oprechte verontwaardiging of interesse, maar uit pure verveling.

De reactie van het publiek was vrij lauw, zeker als je 't vergelijkt met de bijval die iemand als Sidi Larbi Cherkaoui meestal krijgt in deSingel. Op zijn 63ste is Forsythe blijkbaar uitverteld. Stoppen op een hoogtepunt is er helaas niet meer bij.

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post78

Yes we can't (The Forsythe Company)

TheaterGeplaatst door Frank Van Laeken ma, januari 28, 2013 13:42:13

De Amerikaanse choreograaf William Forsythe (°1949) is één van de grootste namen in de wereld van de moderne dans. Hij debuteerde in 1976, op zijn zesentwintigste, met Urlicht, vestigde zich daarna in het Duitse Frankfurt am Main, maar pas toen hij zich verbond aan het Ballett Frankfurt, in 1984, begon zijn ster echt te rijzen. Twintig jaar later startte hij met zijn eigen gezelschap, the Forsythe Company. Al die tijd bleef Dana Caspersen als fetisjdanseres aan zijn zijde.

Het Antwerpse cultuurhuis deSingel zet zijn dansstukken consequent op het programma. Genieten was het in het recente verleden van o.m. Impressing the Czar (een samenwerking met het Ballet van Vlaanderen), Eidos: Telos, Artifact en Kammer/Kammer. Maar de jongste producties van Forsythe toonden al een gebrek aan originaliteit en dat wordt helaas ook doorgetrokken in Yes we can't, een productie uit 2008, grondig vernieuwd in 2010, en nu opgevoerd in ons land.

Yes we can't - geen toevallige titel, want in 2008 voerde Barack Obama campagne met 'Yes we can!' - heet een stuk te zijn dat moet tonen dat Forsythe en zijn ensemble maar niet konden beslissen hoe het er moest uitzien. Makkelijk zat, zo'n verklaring, want dan kun je alle richtingen uit. Ook de richting die het nu uitging, die van de richtingloosheid.

In Yes we can't zien we een gezelschap van één pianist en achttien dansers en danseressen die voortdurend kreten slaken in de drie microfoons die zich op het verder nogal kale podium bevinden. Het gevolg is chaos, een overdosis lawaai, al bij al schaarse dansfragmenten, weinig choreografische spitsvondigheden.

Iets voorbij halfweg houdt één van de dansers in perfect Engels een monoloog om zich te verontschuldigen voor het feit dat de voorstelling net "vandaag" één grote mislukking is geworden. Aanvankelijk is dat nog grappig (de man zegt leuk gevonden dingen als 'Some people like their mistakes rare, I like 'em well-done'), maar na tien minuten is de aardigheid er echt wel af. En zo gaat dat maar door. De hele voorstelling stootte de overdaad aan anorectische dansers mij mateloos af. In plaats van een ode aan het lichaam zag ik dit eerder als een onbedoelde aanklacht tegen magerzucht en zelfverminking, maar dat zal wel aan mij liggen.

William Forsythe wil zich creatief tonen met het absolute Niets, maar maakt alleen maar een grotendeels overbodige voorstelling, waarin dans ondergeschikt gemaakt wordt aan hoofdpijn veroorzakende chaos. Forsythe heeft niets te vertellen met Yes we can't; dit is 'l'art pour l'art', maar dan zonder enige aantrekkingskracht. De irritatie die je vervolgens voelt, ontstaat niet uit oprechte verontwaardiging of interesse, maar uit pure verveling.

De reactie van het publiek was vrij lauw, zeker als je 't vergelijkt met de bijval die iemand als Sidi Larbi Cherkaoui meestal krijgt in deSingel. Op zijn 63ste is Forsythe blijkbaar uitverteld. Stoppen op een hoogtepunt is er helaas niet meer bij.

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post77

Sidi Larbi Cherkaoui: schoonheid waarbij je moet nadenken

TheaterGeplaatst door Frank Van Laeken za, november 17, 2012 12:03:52

Marokkaan - danser - homo. Zoek de ongebruikelijke combinatie in deze drie begrippen. De 36-jarige Antwerpenaar Sidi Larbi Cherkaoui (Marokkaanse vader, Antwerpse moeder) is sinds een paar jaar sant in eigen land, maar werd voordien al ettelijke keren internationaal gelauwerd omwille van zijn vernieuwend danstheater-met-een-boodschap. En recent werd hij ingehuurd voor de choreografie van de nieuwe clip van de IJslandse cultgroep Sigur Rós, voor een show van Cirque du Soleil in Las Vegas en voor de film ‘Anna Karenina’ van Joe Wright, met Keira Knightley en Jude Law in de hoofdrollen.

Het begon allemaal met "Iets op Bach" (1995). Voor "Anonymous Society" (1999), op muziek van Jacques Brel, werd hij bekroond in Engeland. Bij Les Ballets C de la B van Alain Platel creëerde hij o.m. "Foi" en "Zero degrees"; dat laatste samen met de Brits-Pakistaanse choreograaf Akram Khan, een magische voorstelling. Voor Het Toneelhuis maakte Cherkaoui schitterende stukken als 'Myth' en 'Sutra'. Met zijn eigen gezelschap, Eastman, verstomde hij het publiek met schitterende creaties als "Babel (words)", "Play", "TeZukA" en "Puz/zle".

Sidi Larbi Cherkaoui maakt complete voorstellingen: niet alleen de choreografie is subliem, maar ook de muziek en de thematiek. Schoonheid waarbij je moet nadenken en waarbij je geen seconde je aandacht mag verliezen. Verhalen die diep geworteld zijn in het humanisme en de universele verdraagzaamheid. Daar zit zijn eigen afkomst en geaardheid ongetwijfeld voor heel wat tussen.

Ik moest deze week aan Cherkaoui denken bij het zien van ‘Ten Chi’ van Pina Bausch. Bausch (1940-2009) is één van de iconische namen in de wereld van de moderne dans. Ze is het lichtend voorbeeld van vele jonge (en intussen wat minder) jonge dansers. Voor ‘Ten Chi’ dompelde ze zich in 2003 en 2004 onder in de Japanse cultuur. Het resultaat is een voorstelling vol clichés (heftig jaknikkende, overdrevende vriendelijke, voortdurend fotograferende mensen, hoe voorspelbaar!), een stuitend gebrek aan humor en een chaotische verhaallijn (als er al één is). Je hebt de hele tijd de indruk dat er zomaar wat gebeurt op het podium, allemaal individuele choreografietjes die nergens heen leiden.

De zaal - drie dagen op rij uitverkocht, maar met vooral een ouder, wat bezadigd publiek – was laaiend enthousiast, maar ik bleef onbevredigd achter. Ik zal weinig of niets onthouden van deze voorstelling, terwijl sommige beelden uit de stukken van Sidi Larbi Cherkaoui me altijd zullen bijblijven. Voor Pina Bausch betaalde je 50 euro, voor Sidi Larbi Cherkaoui is dat ongeveer de helft. Doe er je voordeel mee!

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post22
« Vorige