Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

LastPost

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 20, 2015 12:54:41

Joël De Ceulaer heeft eventjes geen meningen meer. 't Is te zeggen (en te hopen voor hem): hij heeft die ongetwijfeld nog wel, maar hij zal ze voorlopig niet meer delen via Knack en Twitter. 'Mijn ego gaat voor even in de koelkast', mag hij in de titel van een zeer leesbaar interview in de weekendbijlage van De Morgen zeggen. Roepen dat je geen meningen meer wilt ventileren omdat je al die meningen, in de eerste plaats die van jezelf, wat beu bent, is vanzelfsprekend óók een mening, maar dit geheel terzijde.

Ik ken hem niet, toch niet persoonlijk, maar ik mag hem wel, al deel ik zijn mening niet altijd. Zo gaat dat met meningen: je hoeft ze niet te delen, maar ze moeten je wel aan het denken zetten, je doen lachen of wenen, je beroeren, je irriteren, iets met je doen. Anders blijven het losse flodders. Als je een blad zonder meningen wil lezen, moet je een abonnement nemen op het Belgisch Staatsblad. En dan nog.

De déclic is er bij De Ceulaer gekomen in de week na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo, zegt ie. 'Dat ik daar nu ook weer een mening over moest hebben, dat vond ik een ongemakkelijke gedachte'. Ik herken dat. Ik betrap mezelf ook geregeld op meningitis. Laatst was ik veertien dagen met vakantie in Italië en zelfs daar - als de wifi-verbinding het tenminste toeliet - kon ik het niet laten af en toe een flardje opinie te tweeten, ook al had ik de actualiteit maar sluiks gevolgd. De aard van het beestje. Soms denk ik: wie zit daar nu op te wachten? Wel, denkt de narcist in mij, uw 3.500-en-nog-wat-volgers. In het geval van De Ceulaer: zijn 16.745 Twitterapostelen, die nu een beetje verweesd achterblijven, op die enkelingen die 'Hoera, de klootzak is weg!' schreeuwen na.

Nee, ten huize van de familie P. uit Erembodegem mag de champagne nog niet ontkurkt worden, ik ga nog even - op mijn bescheiden plek, die voor alle duidelijkheid niet de laatste redactionele pagina van een gezaghebbend weekblad is - door. Maar ik word wel milder, zeer zeker. Ik zal mijn onmisbare bijdrage tot het maatschappelijke debat voortaan iets vaker uitstellen, nuanceren, polijsten tot de allerscherpste randjes eraf zijn.

Dat komt zo. Ik kreeg deze week de kans om tien prominente Oost-Vlamingen te interviewen voor de fijne regionale zender TV Oost. Daar zaten mensen tussen met wie ik niet de minste affiniteit heb en die ik op deze blog of in de sociale media al eens flink te kakken heb gezet. Ja, ik heb de 'mediageilheid' van Jef Vermassen flink gehekeld. Zeer zeker, Fernand Huts kreeg van mij geregeld een veeg uit de pan waarin de hutsepot stond te pruttelen. Natuurlijk kon ik het tussendoor niet laten om Rode Rudy (De Leeuw) te bekritiseren omdat ik sommige syndicale standpunten achterhaald vind. Haha, die mannen van Studio 100 zijn alleen met commercie bezig, dat had ik Hans Bourlon al eens - vanop veilige afstand, dat spreekt voor zich - onder de neus gewreven.

Door met die mensen te praten - waarbij u moet weten dat voor- en nagesprekken vaak interessanter zijn dan het eigenlijke interview dat wordt opgenomen en uitgezonden - kreeg ik meer begrip voor hun standpunten, hun manier van communiceren, hun ergernissen, hun strijdvaardigheid, ja, hun persoonlijkheid. Het kan soft klinken uit mijn pen, maar praten helpt dus écht. En zeker dat ene, helaas iets te dikwijls vergeten onderdeel van een gesprek: luisteren. Begrip krijg je alleen maar als je bereid bent te luisteren, liefst nog voor je een hapklare mening op de wereld loslaat. Misschien moet ik maar eens gaan lunchen met Zuhal Demir? (Er zijn grenzen, ik weet het. Al vond ik haar best wel een sympathieke madam toen zij twee jaar geleden namens de stad Antwerpen mijn honderdjarige grootmoeder kwam feliciteren. Ze deed dat met heel veel menselijke warmte en oprechte interesse, tenminste: dat straalde ze uit. Die warmte mis ik als ik haar zoveelste uithaal naar de sociaal zwakkeren lees of hoor.)

'Ik wil hier nu wel eens duidelijk maken dat ik géén verzuurde mens ben', zegt Joël De Ceulaer nog in dat interview in De Morgen. 'Ik leef bijzonder graag, en alles gaat goed in mijn leven.' En hij verwijst dan naar de stevige kritiek die hij vaak heeft op individuen, organisaties en partijen. 'Kritiek hebben wijst niet op verzuring. Integendeel zelfs, kritiek is een blijk van respect.'

Ook daar volg ik de binnenkort tijdelijk meningenloze eminente collega volledig in. Wie een opinie heeft en die durft uiten, is ofwel een kritiekloze aanhanger ofwel een verzuurde zeurpiet. Een tussenweg bestaat er tegenwoordig niet meer. U bent tegen? Verzuurd! U vindt het niet goed genoeg? Verzuurd! U geeft negen positieve opmerkingen en één negatieve? Verzuurd!

Kritiek is nodig, meer dan ooit zelfs in een gepolariseerde samenleving. Kritiek is ook: interesse tonen, laten zien dat je bekommerd bent om iets of iemand, vanuit een zekere verontwaardiging aanzetten tot verandering geven, liefst met enige kracht, maar maak er dan bij voorkeur geen partijslogan van. Kritiek is onmisbaar, anders worden we Noord-Korea.

Tenslotte wil ik langs deze weg openlijk en schaamteloos solliciteren naar de functie van columnist-criticaster-meningenspuier bij Knack. De titel LastPost mag gerust blijven, ik wil daar niet moeilijk over doen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post651

En dan?

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken wo, april 29, 2015 12:07:04

De grootvader van Laurette Onkelinx heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog wel/waarschijnlijk/misschien/zeker niet gecollaboreerd met de Duitsers. Schrapt u maar zelf wat niet past, want het was na vijfentwintig minuten aandacht in Terzake nog niet helemaal duidelijk. Historici spraken elkaar tegen, de redactie moest het stellen met één off the record maar wel op het scherm getoonde uitspraak van een anonieme getuige, plus nog wat losse sprokkels.

En dan?

Gaston Onkelinx, zoon van de wel/waarschijnlijk/misschien/zeker niet collaborerende oorlogsburgemeester van Jeuk, tevens vader van PS-politica Laurette, reageerde heftig, tot tranen toe beroerd. 'Mijn vader was een ware socialist, geen nationaal-socialist', zo vat ik het even samen. Zijn dochter hield het bij een geschreven mededeling die - het zal u mogelijk verbazen van de Luikse pasionaria - heel sec en rationeel klonk.

Ze ontkent de mogelijke feiten niet ('Ik weet niet of wat gezegd wordt over mijn grootvader waar is of niet'), wat al een knap staaltje van crisiscommunicatie is: ze wordt niet defensief of toont zich niet verontwaardigd. Ze prijst al wie tijdens de oorlog in het verzet is gegaan, wat dus al zeker niet gold voor haar grootvader. Of hij nu al of niet gecollaboreerd heeft, hij is immers wel blijven functioneren op het gemeentehuis. En dan komen de mooiste zinnen van haar betoog: 'Uiteraard zijn wij de erfgenamen van een geschiedenis, maar, bovenal, zijn wij wat we beslissen te zijn. Onze waarden, datgene waarvoor wij vechten: dat bepalen en kiezen we zelf. Ook dat is vrijheid: in alle onafhankelijkheid een kamp kiezen. Ik heb het mijne gekozen: dat van de democratie, van de verdraagzaamheid, van de openheid naar anderen, van de sociale rechtvaardigheid.' Iets te veel dubbele punten naar mijn zin, maar voor de rest: mooi gezegd.

Aan de virtuele toog verkneukelden Onkelinxhaters - en dat zijn er nogal wat! - zich over wat zij ongetwijfeld zagen als haar ondergang, de fatale dolksteek voor ze zich noodgedwongen moet terugtrekken in haar bunker. 'Laurette Mitraillette' heeft het over zichzelf uitgeroepen door stevig in te hakken op N-VA'ers die aanwezig waren op een verjaardagsfeestje van een gewezen collaborateur of een staatssecretaris van dezelfde kunne die een onderscheid maakte tussen nuttige en overbodige migranten, zo klonk het. 'Eigen schuld, dikke bult'. Nu valt er veel te zeggen over het ongenuanceerde en een overdosis decibels producerende optreden van la Onkelinx in de Kamer en voor de tv-camera's, maar moet ze daarom het onderwerp én lijdend voorwerp van een wraakactie zijn?

Of de tv-zender die nog niet zo lang geleden door diezelfde tooghangende luitjes het scheldwoord 'regimezender' werd toebedeeld - als in: de omroep van de traditionele partijen, de sociaal-democraten voorop - hier zo gretig op had moeten ingaan, een onderwerp dat in normale omstandigheden hooguit een dubbele pagina ergens ver weggestoken in een weekendkrant zou opgeleverd hebben, is nog maar zeer de vraag. Zelfs in een nieuwe oorlogsreeks van een gereïncarneerde Maurice De Wilde zou dit hooguit een voetnoot waard geweest zijn.

En dan? (Wat zegt dit over het huidige functioneren van Onkelinx?)

De grootvader van Bart De Wever was lid van het nationaal-socialistische VNV en zelf was de N-VA-voorzitter als student fundamenteel vrolijk - met vertederende glimlach en al - aanwezig op een bijeenkomst waarop Jean-Marie Le Pen eregast was, de foto werd voor de verkiezingen vlotjes geretweet in linkse kringen.

En dan? (Wat zegt dit over de twintig jaar oudere versie van De Wever?)

Jan Jambon heeft veertien jaar geleden nog gesproken op een feest van het Sint-Maartensfonds, een roedel van bejaarde oostfronters, medestanders van Hitler in lang vervlogen duistere tijden.

En dan? (Wat zegt dit over de man die vandaag minister van Binnenlandse Zaken is?)

Dat Theo Francken en Ben Weyts, respectievelijk staatssecretaris in de federale en minister in de Vlaamse regering, present gaven en gretig op de foto gingen met een ex-collaborateur kan je strategisch ongelukkig noemen, maar het is geen halszaak, tenzij ze de hele tijd dit soort feestjes zouden frequenteren natuurlijk, maar in dat geval zouden we het allang geweten hebben, wees gerust.

En dan? (Gaven ze het jongste half jaar blijk van nazi-sympathieën misschien?)

U wilt ze echt de kost niet geven, de kleinkinderen en achterkleinkinderen van collaborateurs of niets en niemand ontziende partizanen - voorwaar ook geen doetjes! - in onze parlementen, partijbesturen en gemeenteraden. Een aantal van hen dweepte dan weer openlijk met stalinisten en maoïsten en supporterden zo voor regimes die alles wat naar dissidentie neigde brutaal de kop indrukten, inclusief het systematisch uitmoorden van de eigen bevolking. Anderen veranderden al bijna even vaak van politieke gezindte als van onderbroek.

En dan? (Moeten we van wieg tot graf dezelfde mens blijven?)

Ik wil u echt niet onderhouden over wat ik zelf in het verleden heb gedaan en waar ik heden ten dage allesbehalve trots op ben. Het leven is een leerproces dat we met vallen en opstaan beleven. Iedereen maakt elke dag fouten. Van minuscule foutjes tot grove kemels.

En dan? (Wat zou het leven saai zijn als er alleen maar perfecte mensen zouden rondlopen!)

We zouden wat vaker 'En dan?' moeten durven roepen, François Mitterrand achterna. We moeten ophouden om op iedere slak zout proberen te leggen, van elk fait divers een fait accompli te maken, het verschil durven te zien tussen belachelijk en belangrijk. Elk medium heeft tegenwoordig zijn kleine of grote primeur nodig, om er vervolgens groots mee uit te pakken. Meestal is het een oogverblindend pak met een geweldige strik rond, maar moet je de inhoud met een microscoop zoeken.

In afwachting van het volgende Groot Nieuws - 'Breaking!' - heb ik mij al op de bank gezet, bak pils en zakken chips bij de hand. Here we are now, entertain us!

En dan?





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post633

Nous sommes Charlie

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken wo, januari 07, 2015 17:48:12

Dit is niet voor u, trouwe lezer, ik weet dat u het meestal goed voor heeft met de wereld, al blijft het, net zoals bij mij, vaak bij amechtige pogingen. Blijf vooral proberen.

Dit is niet voor u, atheïstische lotgenoot, wij weten maar al te goed dat religie heel veel kapotgemaakt heeft in de geschiedenis van de mensheid. Zullen we ons op deze trieste dag op de hoek van de toog van Het Gezond Verstand zetten en iets drinken bij wijze van troost?

Dit is niet voor u, oprechte gelovige, het is niet omdat ik u naïef en - letterlijk - goedgelovig vind, dat ik u niet zou respecteren. Kom hier, dat ik u omarm, laten we samen gezellig iets eten, passies delen, raakvlakken zoeken en over een betere wereld dromen, maar probeer me niet te bekeren. Ik laat me niet in bekoring leiden.

Dit is niet voor u, fanatieke gelovige, want uw twijfel over al wat ons in dierbaar is in deze door een strikte scheiding van kerk en staat gekenmerkte moderne samenleving mag u van mij hebben. Vrijheid van meningsuiting en zo. U heeft dat recht, al zal u moeten aanvaarden dat we hier in het westen leven zoals we leven. Met onze sterke en zwakke punten, met onze tekortkomingen, met onze onwrikbare overtuigingen, met onze seculiere uitgangspunten. Als u daar werkelijk niet mee kunt leven, weet u de uitgang wel zelf te vinden.

Dit is niet voor u, extremistische schreeuwer, die de terroristische aanval in Parijs misbruikte om nogmaals het proces van een volledige religie en, waarom niet, de multiculturele samenleving te maken, of om die net te verheerlijken als ging het om een persoonlijke ingreep van Allah. Op een dag als vandaag verstrengelen de gedachten van de extremisten zonder dat ze het zelf goed en wel beseffen. Les extrêmes se touchent. Extreem-rechts roept dat al die onbetrouwbare moslims zo snel mogelijk terug naar Barbarije moeten, extreem-religieus orakelt dat die redactie van Charlie Hebdo het zelf gezocht heeft.

Dit is wel voor jullie, walgelijke moordenaars en hun al even verderfelijke handlangers, opdat jullie zouden beseffen dat we niet zullen zwijgen. Je kan angst zaaien en ongerustheid kweken, maar je zal de vrije meningsuiting niet doen verstommen. Je kan de polarisatie tussen allerhande opportunistische oorlogsstokers en verstandloze extremisten versterken, maar je zal de vastberadenheid van ware democraten niet kleiner maken. Je kan twaalf mensenlevens hebben vernietigd en het leven van honderden gezins- en familieleden, vrienden, kennissen, collega's en lezers genadeloos door elkaar hebben geschud, maar je zal de persvrijheid niet hebben gefnuikt. Sterker nog: morgen ziet de hele wereld die cartoons. Overmorgen zullen er weer andere zijn. En de dag nadien nog meer. Jullie hebben alleen maar meer inspiratie bezorgd aan al die cartoonisten. (En, geloof me, die 72 maagden zijn ook maar een flauw bedenksel van semi-pornografische origine om jullie in de waan te laten dat wat jullie doen zin heeft.)

Dit is, tenslotte, voor ons allemaal, goedmenende burgers, geschokt als we zijn door wat er is gebeurd in die romantische wereldstad die slechts één korte, snelle treinrit hier vandaan ligt. Onze tranen zullen drogen en ons nog waakzamer maken. Niet voor andere religies en culturen, wel voor al wie een bedreiging vormt voor een democratische, vreedzame en op wederzijds respect gebaseerde maatschappij waarin we met vallen en opstaan proberen samen te leven, onhandige kneusjes dat we zijn. We zijn stil, maar morgen praten we weer luid en krachtig. Dat zijn we de twaalf van Charlie Hebdo verschuldigd.

Je suis Charlie.

Nous sommes Charlie.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post577

Intervista

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken vr, december 12, 2014 12:52:08

PowNed stopt met het dagelijks uitzenden van het actualiteitenmagazine PowNews. In de plaats komt er vanaf januari een wekelijks programma op donderdagavond. Heeft u dat ook gelezen? Werd u een beetje triest van dat bericht? Ik niet. Ik vind het maar goed zo en wat mij betreft wordt dat nieuwe onding op donderdag ook zo snel mogelijk afgevoerd.

PowNews wilde provoceren, nieuws ontlokken, doorgaan waar andere reporters ophouden met vragen stellen. Op zich niets mis mee, er is veel te weinig onderzoeksjournalistiek en mensen met een microfoon zijn doorgaans te braaf als ze een of andere functionaris voor zich hebben staan. Maar dat was, helaas, niet waar het PowNews om te doen was: ze provoceerden om de provocatie, ze chargeerden om de charge, ze gingen te ver om te zien hoe ver ze nu eigenlijk te ver konden gaan. Het was een act en niet meer dan dat. Kwajongensbranie gekoppeld aan sensatiezucht met heel in de verte een klein snuifje journalistiek. Ersatz. Makkelijk scoren.

Bij PowNews zullen ze er ongetwijfeld apetrots op zijn dat de Maastrichtse burgemeester Onno Hoes is opgestapt na een incident met een toyboy, het tweede op nauwelijks een jaar tijd. Die twintigjarige prostitué was door de zender zelf ingehuurd om het versiergedrag van de homofiele burgervader uit te lokken. Laten we even een politicus in zijn hemd zetten, moet iemand op de redactievergadering hebben geroepen. En als het even kan ook in zijn onderbroek.

Kijk, als het gaat om financieel-economische, militaire of politieke schandalen kan ik me best voorstellen dat je dit soort praktijken opzet, maar niet als het gaat om de privé-sfeer, waar ook een burgemeester recht op heeft. Als je de folterpraktijken van de CIA wil ontmaskeren, zal dat niet lukken door braafjes te googelen of voorspelbare vragen te stellen aan officiële woordvoerders, dus ga dan vooral undercover en probeer door te dringen tot hermetisch gesloten kamertjes. Maar bij PowNews zit geen Günter Wallraff, noch een Woodward of Bernstein. Verder dan de kleur van het ondergoed van de hoogwaardigheidsbekleders reikt hun interesse niet. Dit heeft niets meer met eerbare journalistiek te maken. Afvoeren die handel.

***

Toen ik woordvoerder was van Beerschot AC kregen we op een vrijdagnamiddag opeens het onverwachte en ongewenste bezoek van een cameraploeg van Clint TV, een Vlaamse sensatiesite die geïnspireerd door PowNews hardwerkende Vlamingen tijdens de kantooruren lastig valt omdat ze denken dat daar een mooi verhaal te rapen valt. De receptioniste had de twee jongemannen binnengelaten omdat hun smoes dat ze een afspraak met mij hadden geloofwaardig klonk.

Daar stonden ze dan, bij de ingang van mijn kantoor. Geen introductie nodig, de camera draaide al, de eerste vraag werd al gesteld nog voor ik 'Hallo' of 'Wie bent u?' had kunnen stamelen. Ze dachten dat er een smeuiig verhaal te rapen viel bij een armlastige voetbalclub. Ik beende naar de voorzitter, een oncontroleerbare flapuit, en raadde hem aan zijn deur op slot te doen, waarna ik de twee brutale heren beleefd buitenwerkte. Dat duurde even. Ze bleven de hele tijd filmen. Geen stijl. (Hé, was GeenStijl niet de bron van alle PowNews-kwaad?)

Ik hou van journalisten die verder gaan dan ze geacht worden te gaan, op voorwaarde dat het om relevante onderwerpen gaat en dat ze dan nog hoffelijk en correct blijven. Ik hou niet van gure types die denken dat ze ergens zomaar mogen binnen waaien en aan pseudo-journalistieke masturbatie doen. Dat zijn geen journalisten maar sensatiezoekers die op de roetsjbaan van de grote en de kleine actualiteit heel even totaal onvoorbereid in beeld willen springen. Kijk mama, zonder handen, maar mét camera en microfoon!

***

Een paar dagen geleden had ik het in een Twitterconversatie met Bart Eeckhout van De Morgen nog over onderzoeksjournalist Walter De Bock, een man die ondertussen al zeven jaar niet meer onder ons is, maar die in zijn hoogdagen - de onzalige jaren zeventig en tachtig - talrijke schandalen uitspitte. Dat leverde moeilijk leesbare, veel concentratie vereisende, maar altijd relevante artikels op. Een standbeeld verdient hij, zo meende Eeckhout. Ik ben niet zo voor monumenten waar de duiven vrijuit op kunnen schijten, maar eeuwigdurend respect verdient De Bock zonder meer. In een tijd zonder internet, smartphone, gsm, etcetera, slaagde hij erin om maatschappelijk belangrijke thema's uit te benen. Slow journalism, zoals dat helaas nog te weinig bedreven wordt in een tijdperk waarin snelheid de voornaamste parameter om iets te publiceren is geworden.

Donderdagavond mocht ik, samen met Jonas Muylaert, de toekomstige chef politiek van De Morgen, sofagesprekken voeren bij de voorstelling van 'Intervista', een boek met dertig diepgaande, rustige, lange interviews met interessante landgenoten. Initiatiefnemer van de website intervista.be is Mikaël Soinne, een op zijn zesendertigste nog altijd jeugdig uitziende kerel die ik halfweg het eerste decennium van deze eeuw heb leren kennen als gedreven videojournalist bij Kanaal 3, de Oost-Vlaamse regionale zender die tegenwoordig TV Oost heet, en waarvan ik toen een tijdje hoofdredacteur was.

We hadden toen een redactioneel systeem waar je na een nieuwsuitzending een korte evaluatie kon in noteren. Bij de bijdragen van Mikaël was dat zelden een inhoudelijke opmerking, want zijn reportages waren altijd helder en overzichtelijk. Neen, bijna zonder uitzondering stond er meestal: 'Te lang'. Of: 'Weer te lang'. Of ook nog: 'Langer dan afgesproken'. Vroeg je hem een stuk van twee minuten, dan kreeg je er drie. Anderhalf werd twee. Trop is ook voor eindredacteuren te veel.

In die tijd heb ik de koppige journalist wel eens vervloekt. Nu ben ik blij dat hij toen eigenzinnig is gebleven en volhardde in het maken van lange stukken. Vandaag zijn dat lange interviews geworden, bijdragen met een lengte die je niet meer terugvindt in kranten of weekbladen, omdat er altijd wel een eindredacteur is die 'Te lang!' roept, ervan uitgaand dat lezers zich niet meer dan vijf minuten kunnen of willen concentreren op een artikel.

Dank zij de gesprekken op Intervista leer je iemand écht beter kennen. Het zijn intrigerende conversaties die veel verder gaan dan de waan van de dag. En als selectieve lezer, die liever een lang maar goed verhaal leest dan al die hapklare kaderstukjes van tegenwoordig, ben ik blij dat het lange interviews zijn. Lang, maar zeker niet té lang.

Weg met PowNews, leve Intervista!

Mikaël Soinne, 'Intervista. 30 interviews over mens en carrière', Uitgeverij Compact Publishing, 30 euro.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post563

Ben Bradlee (1921-2014)

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken do, oktober 23, 2014 12:13:33

Ben Bradlee is dood. De man was 93, op zich is zijn heengaan niet echt een verrassing, want hij was al een tijdje de gemiddelde leeftijd die mannen halen gepasseerd. U kent deze in Boston geboren Amerikaan niet? Dat is geen schande, alhoewel.

Benjamin C. Bradlee was tussen 1968 en 1991 hoofdredacteur van de respectabele Washington Post. Drieëntwintig jaar een dagblad leiden, dat is iets uit het verre verleden. Tegenwoordig ligt de houdbaarheidsdatum van een hoofdredacteur eerder rond de 23 maanden. Bradlee was al 47 toen hij promoveerde tot hoofdkaas van de kwaliteitskrant. Tegenwoordig worden redacties geleid door jonkies die amper de dertig voorbij zijn. De tijden veranderen.

Als u Bradlee niet kent, dan kent u wellicht wel de acteur Jason Robards, de rijzige man met het grijswitte haar die Bradlee gestalte gaf in de film All The President's Men. Of heeft u zich ook daar vooral geconcentreerd op de helden van het verhaal, de heren Robert Redford en Dustin Hoffman, alias Bob Woodward en Carl Bernstein? Het trio Bradlee-Woodward-Bernstein werd wereldberoemd nadat ze het Watergateschandaal hadden blootgelegd en zo aan de basis lagen van het aftreden van president Richard 'Tricky Dicky' Nixon op 8 augustus 1974. Woodward en Bernstein door het verhaal uit te spitten en de minutieuze reconstructie van de gebeurtenissen, Bradlee door hen de hand boven het hoofd te houden en de artikels te publiceren.

Ik was vijftien en wist nog niet goed wat ik met mijn leven zou aanvangen. Ik kon een rolmodel goed gebruiken en kreeg er plots twee voor de voeten geschoven. Verre Amerikanen die tegen de stroom in, als ware zalmen, onkiese praktijken in het openbaar gooiden. Ik wilde ook zo'n held worden (wist ik veel hoe het journalistieke vak in elkaar stak!).

Pas veel later leerde ik de rol van Ben Bradlee appreciëren. Een man die onder immense druk moet gestaan hebben: van zijn hiërarchische overste, van zijn raad van bestuur, van de republikeinse partij, van de entourage van de president, van rechts Amerika dat wat blij was met de vreemde snuiter Nixon als uithangbord. Net als in de film blijkt hij in het echt ook arrogant en kortaf geweest te zijn, een eigenschap die blijkbaar nodig is om het zootje ongeregeld dat een redactie doorgaans vormt deskundig te kneden. Maar hij deed vooral iets wat hoofdredacteuren veel te weinig doen: hij bleef achter zijn medewerkers staan toen de bewijzen zich opstapelden. Hij likte niet naar boven en stampte niet naar beneden, zoals gebruikelijk is. Zo werd Bradlee een derde rolmodel voor mij.

Als ik in een dipje zit en even mijn twijfels heb over een professioneel bestaan als journalist, zet ik de dvd van All The President's Men op. Ik heb de film dan ook al ontelbare keren gezien. Sommige scènes kan ik bijna naspelen. En hoewel het einde volstrekt voorspelbaar is geworden, blijf ik meeleven met de queeste van Woodward en Bernstein en vind ik die Bradlee steeds sympathieker, als je tenminste achter dat hautaine masker durft kijken. All The President's Men is niet mijn absolute lievelingsfilm, staat niet op 1 in mijn Top 10 Aller Tijden, maar het is wel de film die mij erbovenop helpt wanneer dat nodig is.

Wat ik me gisteren na het bericht van Bradlees overlijden afvroeg: zou iemand als hij ook vandaag nog kunnen functioneren? Of zou hij zichzelf moeten wegcijferen voor opdringerige marketeers die de mediawereld steeds meer in hun greep hebben? Zou hij de Woodwards en Bernsteins van 2014 zich voluit op dit dossier laten storten of zouden ze meer moeten renderen en elke dag hun actualiteitsstukje plegen? Zou hij de krant naar zijn hand kunnen zetten of zou hij, net als de meeste hoofdredacteuren van nu, een passant zijn die hier en daar een eigen accentje kan leggen in afwachting van de volgende carrièresprong?

Wat ik wel zeker weet: vandaag zou het onmogelijk zijn om zo lang in de grootste geheimhouding aan zo'n gevoelig dossier te kunnen werken. Flarden nieuws zouden al heel snel uitlekken op sociale en andere media. Nixon zou veel rapper in zijn blootje hebben gestaan, maar hij zou ook alerter hebben kunnen reageren en zijn verdediging laten opbouwen door een legertje peperdure advocaten. 'Nietsvermoedend' bestaat niet meer. Onderzoeksjournalistiek, helaas, ook bijna niet meer.

Ik dank Ben Bradlee voor de inspiratie en ik hoop dat ik in mijn eigen elf jaar als hoofdredacteur toch heel af en toe blijk heb gegeven van een sprankeltje onafhankelijke geest en opstandigheid tegen het establishment. Al vrees ik ervoor, ingekapseld als ik de hele tijd was in een middelmatige B-film, All The Marketeer's Men. Ik voel een dipje opkomen, toch maar weer eens die dvd uit de kast halen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post526

Heden verse zalm te koop hier!

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken di, oktober 14, 2014 12:55:05

Alvorens u begint te denken: daar is hij weer, onze favoriete/gehate/pedante/overbodige* (* schrappen wat niet van toepassing is) criticaster, eerst even dit. Ik ben opgegroeid met Volksgazet, ik ben volwassen geworden met De Morgen. Thuis werd de socialistische krant van grootouders op ouders op kleinkinderen doorgegeven. BSP-voorzitter Jos 'Kop' Van Eynde en vakbondsleider/volksvertegenwoordiger/minister Louis Major schreven er in de jaren zestig en zeventig hun vlammende editorialen in, links bovenaan op pagina één, waarin ze fulmineerden tegen... (vul zelf aan met alle mogelijke partijen, politici en belangengroeperingen, behalve de socialistische eenheidspartij en de socialistische eenheidsvakbond).

Dat waren nog eens tijden. In De Standaard hield de CVP mee de pen van Manu Ruys en Hugo De Ridder vast, in Het Laatste Nieuws waakte PVV-voorzitter Frans Grootjans over de teneur van de commentaarstukken. Onafhankelijke pers? Vergeet het: wiens brood men at, diens woord men sprak! En dat alles in een oubollige taal, vol halve en hele scheldwoorden. Neen, vroeger was het heus niet beter.

Maar de Volksgazet, dat was ook Het Hoekje van de Wieltjeszuiger, een ironisch sporthoekje dat in mooi, krullend Nederlands werd neergepend door de vader van een jongeman die later één van mijn beste vrienden zou worden. Een rubriek die ik gretig tot mij nam: ik smulde van de taal en propte de fijnzinnige schrijfstijl in mijn zich in alle hevigheid ontwikkelende hersentjes. Dat wilde ik later zelf ook gaan doen.

Volksgazet ging failliet, De Morgen kwam in de plaats en dus werd ik, op mijn negentiende, lezer van die nieuwe socialistische krant, die later onafhankelijk werd en nog later regelrecht clashte met de partij, de vakbond en de mutualiteit, en maar goed ook. Ik heb altijd van de dwarsigheid van De Morgen gehouden: die eigenzinnige voorpagina's, die handgeschreven krant de dag na een computerpanne, die alleen door vrouwen volgeschreven krant op Internationale Vrouwendag, de sarcastische cartoons van ZAK, de scherpe commentaren, de diepgaande analyses, de 'kutmarokkaantjes' in een essay van een medewerker die in de loop van de jaren een stuk of twintig nieuwe visitekaartjes liet ontwerpen met telkens een nieuwe functietitel erop.

Ja, ik foeter er geregeld op, zeker wanneer één of andere wereldvreemde koppensneller dingen als 'Messie' of 'Standaard' in de titel zet boven een stuk over Lionel Messi (niet echt de minst bekende voetballer op aarde) of Standard Luik (niet echt de minst bekende voetbalclub van het land). Ik vind ze vaak te slap, te eenzijdig, te slecht geschreven. Ik vind het jammer dat er zo'n personeelsverloop is, waardoor ik niet alleen voortdurend mijn ankerpunten verlies, maar de krant ook nog eens halsoverkop vertrouwde pennen moet vervangen door jong, aanstormend talent dat die eerste maanden veel te veel gewicht op de frêle journalistenschoudertjes moet torsen.

Vaker dan ik foeter, koester ik mijn krant. Ik hou wel van De Morgen. En ik blijf haar, voorlopig, trouw. Dus, als u verder leest, hou dit dan in het achterhoofd (ook de medewerkers van De Morgen die stiekem meelezen).

***

Een zalm werd ons beloofd. Een vis die tegen de stroom in zwemt. Dat moest de nieuwe De Morgen, die vorige dinsdag voor het eerst geluidloos in mijn brievenbus gleed, worden. Dat vond ik al een eerste minpuntje: een krant die al jaren een dwarsligger was geweest, kondigde aan dat ze... een dwarsligger zou worden.

Dat deed me een beetje denken aan die oude, belegen mop over die vishandel waar het bordje "Heden verse vis te koop hier!" de klanten binnen moest lokken. (Als u ze niet kent, vat ik ze kort samen. Een eerste klant passeert en zegt tegen de vishandelaar: "Die 'Hier', dat is toch overbodig, iedereen ziet toch dat er vis in de etalage ligt!". De handelaar knikt en past het bordje aan: 'Heden verse vis te koop!'. Een volgende passant springt binnen. "Waarom schrijft u eigenlijk 'Heden'? Het is sowieso 'vandaag', niet 'morgen' of 'gisteren'." Het bordje wordt weer aangepast: 'Verse vis te koop!'. Klant nummer drie trekt de wenkbrauwen op. "Het lijkt me nogal wiedes dat de vis 'te koop' is, u geeft hem toch niet gratis weg?". De handelaar schrapt weer: 'Verse vis!'. Een vierde voorbijganger snauwt: "Nogal logisch dat die vis 'vers' is hé, visboertje". Mmm, ja dus: 'Vis!'. Plots stapt er een gezette oude vrouw de winkel binnen: "Meneer, waarom staat daar 'vis' op dat bord, iedereen ruikt van drie straten ver wat er hier verkocht wordt!". Waarop de vishandelaar het bord afveegt en snel naar binnen neemt.)

Ik bedoel maar: ik verwacht van 'mijn' De Morgen al zesendertig jaar dat die tegen de stroom in zal zwemmen, dus is die zalmcampagne voor mij overbodig, want dat is nu eenmaal - opgelet: marketingterm! - de unique selling proposition van mijn krant. Ik ben met een beetje verbeelding die gezette oude vrouw die roept dat ik de vis al minutenlang kan ruiken en die de overbodigheid van dat reclamebord wil illustreren.

***

Bovendien overviel mij al gauw een 'Is het dát maar?'-gevoel. Mijn krant is niet veranderd, ik zie geen verschil. 't Is te zeggen: uiteraard zie ik een verschil. Strakkere layout in functie van de leesbaarheid, vertikale lijntjes om de kolommen van elkaar te scheiden, ander lettertype, streven naar overzichtelijkheid. De zware dubbele opiniepagina werd opgesplitst: pagina twee werd een volledige opiniepagina (editoriaal, cartoon van ZAK, ingestuurde bijdrage) en ergens achteraan staat de tweede opiniepagina. Tenminste, ik zag er een formule in, maar vandaag werd die al doorbroken voor een redactionele bijdrage die over twee pagina's doorliep. We zijn nauwelijks een week ver en de nieuwe lijn wordt al verlaten? Ongedurige zalm!

Natuurlijk heb ik gezien dat Cult in de plaats is gekomen van M en dat het in een kleiner formaat wordt gepresenteerd, net als de zaterdagse Zeno en consoorten. Het papier waarin mijn zalm is gewikkeld, ziet er anders uit, dat klopt, maar niet de zalm zelf. Ik zie, met de beste wil van de wereld, geen inhoudelijk verschil tussen de De Morgen van dinsdag 7 oktober en die van de dag voordien. Zelfde degelijke krant als voorheen - zeker als je rekening houdt met de beperkte ploeg die dit zes dagen per week moet klaarstomen -, maar ook niet meer dan dat. En dat Magazine op zaterdag blijft een ietwat kunstmatig vehikel met voorspelbare artikels (de Interieurbeurs in Kortrijk komt eraan? Hopla, een interieurspecial!) en heel veel - proef het dédain - laaifstaail.

Of moet ik het een zalmkleurig statement vinden dat op de tv-pagina's de programmering van Canvas voortaan vóór die van Eén wordt gezet? Zo ja, waarom werd in het ingekorte overzicht dan de voorkeur gegeven aan BBC1 (terwijl BBC2 meer op het doelpubliek van De Morgen toegespitste programma's maakt) en aan NPO1 (terwijl NPO3 om diezelfde redenen veel meer voor de hand ligt).

***

Als abonnee kan ik mijn krant voortaan online lezen of via een app. Ik krijg nu ook toegang tot de integrale De Volkskrant. Kijk, dat vind ik nou fijn. Ik leg even mijn zalm opzij - hij begon al een beetje te stinken - en begin de nieuwe website te exploreren. DM+, moet ik zeggen van de marketeers, excuus.

Wat een verschil met die wat lullige site van nog maar acht dagen geleden. Eindelijk heeft De Morgen een website met een eigen smoel. Eindelijk zijn de moderne tijden doorgedrongen tot de krant die zichzelf graag als modern ziet. Eindelijk heb ik als klant het gevoel dat ik ernstig genomen word. De layout kan overzichtelijker, maar dat kan ook aan mijn oude, vermoeide ogen liggen. Het is niet altijd even makkelijk om snel ergens te geraken, maar dat heb ik met zowat alle websites (behalve deredactie.be), dus zal ook dat wel aan mij liggen.

Deze vernieuwingsoperatie is wél geslaagd. Niet dat het allemaal superorigineel is (iedereen jat van iedereen op het internet en wordt daar nog rijkelijk voor betaald ook), maar je hebt wel iets interessants in handen, pardon, voor je neus. Als ouderwetse krantenlezer, die overdag op de hoogte van de actualiteit probeert te blijven via enkele gerichte zoektochten op nieuwswebsites en alerts op Twitter, zal ik vanaf nu wat meer geneigd zijn om DM+ tot mijn vaste passages te maken.

***

Voorzichtige conclusie: mijn krant is mijn krant gebleven, alleen werd de make-up anders aangebracht dan in het recente verleden. Haar website is nu echter ook mijn website geworden en dat is de allergrootste verandering die de met veel poeha aangekondigde vernieuwingsoperatie heeft voortgebracht. Ik, die van nature opdringerige (zijn er andere?) marketingcampagnes wantrouw, blijf die 'Heden verse zalm te koop hier!' een overbodige boodschap vinden. Een leeg bord had volstaan, zoals bij de vishandelaar uit die flauwe mop.

Als papieren krantenlezer verwachtte ik het onverwachte en kreeg ik het verwachte voorgeschoteld. Als grasduiner op het internet vind ik de nieuwe site verantwoord interessant. Blijf mij verrassen, De Morgen!





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post519

Deadline

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken di, september 23, 2014 15:12:57

Een blik op de voorpagina's van de Vlaamse kranten volstaat tegenwoordig om je voor de rest van de dag depressief te voelen. Het einde van de wereld is nabij, zo lijkt het wel. Neem nu gisteren: de populairste krant van het grondgebied Vlaanderen rapporteerde op drie pagina's dat een aanslag van aanhangers van de Islamitische Staat op het allerlaatste nippertje vermeden werd. Andere kranten nuanceerden het bericht, maar je werd er niet echt geruster op. Een man vermoordde zijn vriend omdat die niet langer op Filip Dewinter stemde. Een moeder doodde haar dochter van negen. Een jongen van 22 bracht in een depressieve bui zijn lief van 20 om het leven en dumpte haar lichaam in een gracht. Obama gaf opdracht om IS te bombarderen, IS dreigt ermee om een zoveelste gijzelaar te onthoofden. Israël schoot een Syrisch vliegtuig uit de lucht. Enfin, ik kan zo nog een tijdje dooremmeren, want l'embarras du choix als het op dood en verderf aankomt.

We worden er door allerlei hele-, halve- en kwartspecialisten voor gewaarschuwd dat IS er in de eerste plaats op uit is om angst te zaaien in het westen, want dat is al halve winst voor dat soort nepreligieuze malloten, en wat doen onze media: ze verspreiden de angst. Dankuwel, zegt IS, dat is vriendelijk van u! Toch maar even uitkijken dat buurman werkelijk het gras aan het afrijden is en dat hij niet aan het oefenen is met een nieuw supersonisch wapen. Die jongen met dat geitenbaardje en die getaande huid daarnet in de krantenwinkel: is die op vakantie geweest naar een zonnig oord of is het een verdachte moslim?

"Angst essen Seele auf" heette een intrigerende film van wijlen Rainer Werner Fassbinder uit 1974. Hij vertelt het verhaal van een Marokkaanse gastarbeider, vandaar het foute Duits in de titel, die probeert te overleven in de Duitse Bondsrepubliek van de vroege jaren zeventig. Angst vreet onze ziel op, zo is het maar net.

Waarom vrezen we de angst en voeden we hem tezelfdertijd? Waarom focussen media altijd weer op slecht nieuws (wat op zich niet abnormaal is, want niets saaier dan een doodnormale dag in een doodnormale week in een doodnormaal jaar in een doodnormale stad in een doodnormaal land) en binnen dat zeer actieve segment ook nog eens specifiek op het nieuws dat ons schrik aanjaagt? Waarom, toch, waarom?

Ik zal het u zeggen: het is allemaal de schuld van één vakterm. Een woord dat elk uur van elke werkdag een paar keer wordt gebezigd op een redactievloer. Een Engelse benaming die geen vertaling meer behoeft. Een opdringerig, fanatiek, ja, angstaanjagend woord dat de ziel van de journalist opvreet, elke dag opnieuw.

Deadline. Dat is de boosdoener. De dode lijn, het einde van het dagelijkse proces, de denkbeeldige executiemuur waartegen iedereen die in de media actief is aankijkt, uit vrees hem niet te halen. Dat wat ons drijft en dat wat ons bindt. Dat wat ons de gordijnen injaagt. Dat wat ons leven genadeloos domineert, alleen maar neemt en nooit geeft. De deadline is een aasgier, beste lezer, hij jaagt onze amper nog bewegende knoken op in de woestijn van het journalistenbestaan.

Deadline, de naam zegt het zelf al. We zijn op zoek naar doden, naar lijken, naar veel bloed, een onsje zweet en behoorlijk veel tranen. Omdat de deadline ons dat opdraagt. Van de doden niets dan goeds, van de deadline niets dan slechts. We willen er komaf mee maken, hem IS-gewijs een kopje kleiner maken, maar net het omgekeerde gebeurt. De deadline hijgt in onze nek, zwaaiend met de zeis van Magere Hein. "Gij zult niet falen of gij zult de volgende dag niet halen!"

Daarom, lieve lezers en fijne collega's van de media, laten we die deadline voorgoed uit ons bestaan bannen. Naar Guantánamo Bay ermee, verzuipen tijdens een spelletje waterboarding, de stoffelijke resten à la Dexter toevertrouwen aan de diepe oceaan. En ik heb meteen een suggestie om de term deadline te vervangen door iets veel positievers: lifeline. Geloof me, onze voorpagina's zullen er veel optimistischer uitzien, journalisten zullen hun dag vrolijker indelen met het oog op het halen van hun - komt-ie! - lifeline, de dood loopt niet meer met ons mee op de werkvloer. Als u voortaan iemand fluitend achter u ziet staan aan de kassa van de supermarkt ("Neen, geen probleem, u mag voor met uw overvolle kar, ik heb geen haast!"), dan weet u: het is een journalist, het komt wel goed met dat stukje dat we morgen in de krant zullen lezen.

Lifeline... Als u me nu even wil verontschuldigen, ik moet er nog eentje halen vandaag. Fluitend.

(Deze bijdrage kwam tot stand zonder steun van het Fonds voor Ironische Zinloosheid, of was het Zinloze Ironie?)



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post500

Ode aan de papieren krant

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken ma, september 08, 2014 12:20:45

Men zegt vaak dat je de waarde van geliefden en familieleden pas echt kan inschatten wanneer ze er niet meer zijn. Dat heet missen. Een vergelijkbaar gevoel, zij het uiteraard in beperktere mate en zonder de emotionele roetsjbaan die hoort bij het persoonlijke verlies, stel ik bij mezelf vast als mijn kranten niet op het vertrouwde tijdstip in de brievenbus zitten. Gemis.

Afgelopen zaterdag had de krantenboer een dubbel pakketje weekendkaternen van Het Laatste Nieuws geleverd, maar geen gewone krant. Ach ja, ik heb het overleefd, vooral omdat er nog die twee andere dikke bundels waren (De Morgen en De Standaard), met voldoende lectuur voor het hele weekend. Een paar weken geleden gebeurde er iets veel dramatischer: toen bleek de brievenbus leeg. Geen kranten (die waren niet geleverd), geen post (daar was het nog te vroeg voor), geen reclameblaadjes (het was niet die dag van de week). Gemis.

Het hoort bij mijn ochtendritueel, dat ik alleen voor dringende werkopdrachten laat verstoren. Opstaan, mails lezen en indien nodig beantwoorden, Facebook checken en eventueel zelf iets posten, naar toilet gaan (ja, dat is de exacte volgorde, Facebook lezen stimuleert de stoelgang, ze zouden het net zo goed Faecesbook kunnen noemen!), Twitter checken en zelf wat leuk bedoelde cartoons of taalfouten tweeten, koffieapparaat laten warmlopen, Instagram checken, een eerste espresso uit de machine laten lopen, kranten uit de bus halen. Ook die volgorde ligt vast: eerst Het Laatste Nieuws, voor het snelle nieuwsoverzicht van wat ik de dag voordien gemist heb en het uitgebreide sportkatern, dan De Morgen, voor de duiding, de opiniestukken en de originele invalshoeken, tenslotte De Standaard, voor de achtergrondartikels die ik elders nog niet las. Drie kranten, drie espresso's, drie kwartier of net iets meer leesplezier. Af en toe inspireert een bijdrage me tot een tweet.

Die krantenloze ochtend staarde ik wat verdwaasd voor me uit. De koffie was er wel, mijn trouwe en uitermate stevige partner in het wakker worden-proces, maar niet die papieren dingen waarop ik zowat elke dag foeter (informatie klopt niet helemaal, taalfouten, belabberde teksten, een opinie waar ik het honderd procent oneens mee ben), maar die ik op zulke momenten mis. Newspapers, you can't live with 'em, you can't live without 'em. Ik ben zowaar de kranten van de vorige dag uit de papierbak gaan opdiepen om artikels te lezen die ik links had laten liggen wegens tijdsgebrek of geen zin om me in dat specifieke onderwerp te verdiepen.

Overdag volg ik het nieuws op verschillende sites en via Twitter. Dat vind ik nog net te harden, ik wil immers bijblijven met de actualiteit. De hele krant op computer lezen gaat er bij mij echter niet in, zoals ik ook geen tv-reeksen of films op een kleiner scherm kan zien. Netflix intrigeert me, het interesseert me zelfs, maar dat je dat hele aanbod alleen maar op je computer kan bewonderen, stoot me dan weer af. Ik vind de layout op het scherm zo verschrikkelijk opdringerig en schreeuwerig, alsof iemand je het nieuws van de dag met een megafoon staat op te dreunen op tien centimeter van je oor, bij voorkeur dan nog in schabouwelijk Nederlands. Ik ben voor de 'drukpers'. Ik ben een jongen van papier. Of toch alleszins een jongen voor papier. Ik wil iets in handen hebben.

Vandaar deze bescheiden ode aan de papieren media. Kranten, weekbladen, maandbladen. Ik hou ze graag bij de hand, in de hand, al moeten ze niet te veel bijdehand worden. Als ik heel eerlijk ben, erger ik me zes dagen per week met veel plezier aan hun slordigheden en fouten, aan hun voorspelbaarheid, aan hun benepen Vlaamse reflexen ('Club van Courtois en Alderweireld verliest Champions League-finale'!), aan hun vaak te kortzichtige commentaarschrijvers, aan hun noem-het-gerust-maar-op-en-ik-erger-me-er-wel-aan, maar ik kan hen dus niet missen.

Daarom, lieve kranten, ik zie jullie graag!



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post488
« VorigeVolgende »