Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Stand-up journalism

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, oktober 24, 2015 12:57:25

Het zijn sombere dagen voor de journalistiek. Alsof het afgesproken was hakt de politiek stevig in op De Afspraak en bij uitbreiding de hele VRT. P-magazine is niet meer, omdat de allesbehalve toffe pee Maurice De Velder het verlieslatende blad eerst liet doodbloeden om het vervolgens zelf voor een prikje over te nemen, wat allemaal kan en mag in Vlaanderen. Het eenmansverzet tegen het kappen van een bos in een Genks natuurgebied breidt uit, maar niet omdat de journalistiek het heikele dossier heeft uitgespit. Stand-upcomedian Wouter Deprez deed dit namelijk in z'n eentje, buiten de traditionele media om, op Facebook.

Burgerjournalistiek is goed, lees ik vandaag in het editoriaal van De Morgen. Er valt inderdaad iets voor te zeggen dat burgers een aanvullende rol spelen op de professionele journalistiek. Je kan niet alles zien, weten, ruiken, inschatten. Maar er zit ook een heel negatief randje aan, wanneer burgerjournalistiek het gaat overnemen van de mensen met een officiële journalistenkaart. Dat neigt naar abdicatie vanuit het vak. In dat geval neemt burgerjournalistiek het gewoon over en kun je je afvragen wat de rol van 'echte' journalisten nog is.

De traditionele media hebben na tien jaar online- en sociale media nog altijd geen antwoord gevonden op de snelheid waarmee langs die nieuwe wegen nieuws wordt gemaakt. Geruchten worden opgeblazen, ongenuanceerde berichten gelanceerd, vetes uitgevochten, maar soms — en eigenlijk steeds vaker — vind je diepgravende artikels terug op het internet, op blogs of alternatieve nieuwssites. Voor mijn jongste boek, £X€£$$ UNITED. Het geld van het voetbal, kon ik voor het hoofdstuk over de overname van Moeskroen-Péruwelz uitgebreid citeren uit een artikel dat ene Jens De Smet had geschreven op zijn blog. Er stond oneindig veel meer in dan ik elders had teruggevonden en na wat gedubbel- en getriplecheck bleek het nog te kloppen ook. Waarom las ik dat niet in de drie dagbladen die ik elke dag in de brievenbus vind? Waarom is het al wekenlang Wouter Deprez die de dubieuze handelswijze van het bedrijf Essers en Vlaams minister van Milieu Schauvliege aan het daglicht blootstelt en niet een van onze krantenjongens en -meisjes?

Ik stam nog uit de tijd dat elke krant elke dag minstens één primeur had. Meestal belangwekkende weetjes, maar soms ook belangrijke informatie of zelfs hallucinante dossiers. Zelfs weekbladen scoorden toen nog met exclusieve vervolgverhalen over onderwerpen die ons allemaal aanbelangen. De pikorde was in die tijd: je hoort het nieuws eerst op de radio, dan zie je het op televisie, de dag nadien lees je het uitgebreider in de krant en een weekje later krijg je — met een beetje geluk voor het blad in kwestie — de andere kant van het verhaal uitgebreid te lezen in een weekblad. Dat kan nu niet meer: actuele gebeurtenissen — van feiten tot kwakkels — lees je eerst online, de rest volgt gedwee, tijd om te dubbelchecken is er nauwelijks. Liever onmiddellijk de gedeeltelijke waarheid, dan pas veel later de correcte versie, zo lijkt het wel. Het schrikwekkende oplageverlies van dag- en weekbladen komt met name omdat die media nooit een antwoord hebben weten formuleren op de nieuwe concurrentie. Kopiëren van anderen is nooit een succesformule gebleken: dat geldt voor alle bedrijfssectoren, dus ook de journalistiek.

Het antwoord ligt nochtans voor de hand: méér slow journalism, méér onderzoeksjournalistiek, méér achtergrond en duiding. Een eenvoudig zakenmodel, waarvoor je als bedrijfsleider wel enig geduld moeten hebben. Het kan best dat je een journalist wekenlang laat broeden op een onderwerp dat uiteindelijk niet resulteert in een artikel, shit happens. Maar uiteindelijk zal het lonen. In realiteit worden medewerkers van kranten en weekbladen vandaag gedwongen om mee te lopen in de rat race, met als opdracht: breng hetzelfde, maar dan een beetje anders. Geen wonder dat lezers afhaken, ze weten het voornaamste al.

Als een stand-upcomedian nieuws kan maken, dan kunnen de professionals uit de branche dat ook. Ze moeten er dan wel de kans toe krijgen en zich uit het keurslijf van formatjes en hapklare brokken informatie kunnen wringen. Alleen dan heeft traditionele journalistiek een kans. Zoals het in de jaren zeventig een opluchting was dat een nieuwe lichting onpartijdige, onafhankelijke journalisten zich aandiende, die niets te maken wilde hebben met de bevoogde pers en de partijpolitieke aanhankelijkheid van de meeste media, hebben we nu bevlogen journalisten nodig die tijd en middelen krijgen om op zoek te gaan naar nieuwe feiten, achtergronden, randinformatie, de ware toedracht. Stand-upjournalists, als het ware. Stand-up, journalism!: je mag het ook als een bevel lezen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post679

Gratis bestaat niet in de journalistiek

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, juli 11, 2015 13:06:54

Zouden ze bij gentenaar.be ondertussen al iemand gevonden hebben die gratis en voor niets - nou ja, in ruil voor twee tickets voor de volle tien dagen - verslag zal uitbrengen van Klankfest, het dancefestival dat van 17 tot en met 26 juli plaatsvindt in de Vooruit? Ik vermoed van wel. Ietwat liefhebber van dancemuziek denkt al snel: 15 euro in voorverkoop, 29 euro de dag van Snoopadelic, mijn lief, vriend of vriendin mag mee, dat bespaart mij - even snel uitrekenen - 328 euro, daar doe ik het voor! 328 euro, dat is een flink bedrag voor een festivalganger. En je kan er mee uitpakken dat je je lief, vriend of vriendin een fijn cadeau schenkt. Waarna je vervolgens minstens 32,8 euro per avond uitgeeft aan drank en eten, maar dit vergeten we even.

328 euro, dat is een bescheiden kost voor de website van De Gentenaar. Die tickets hebben ze wellicht gratis gekregen van de organisator ('accreditatie', heet dat), kostprijs dus in realiteit nul euro. Die verslagjes - hoe krakkemikkig geschreven ook - kosten eveneens nul euro. Occasionele dt-fout, ach, wie maalt erom, het gaat om dance, vrienden, niet om een essay over een heel moeilijk onderwerp. En het is, laten we wel wezen, máár een website. Een freelancer ernaartoe sturen kost zelfs in crisistijden waarin alles en iedereen als een citroen wordt uitgeknepen - freelance journalisten op kop - meer dan 328 euro voor tien dagen. Tel uit je winst!

***

Ik heb me boos gemaakt. Journalistiek wordt in dit fijne land bij de Noordzee hoe langer hoe meer als een uit de hand gelopen hobby beschouwd en wie betaalt er nu voor een vrijetijdsbesteding? Journalistiek is in Vlaanderen onderdeel geworden van een bucket list: wat heb je vandaag gedaan, o, ik heb een stukje laten publiceren in de krant, tof, ik wil dat ook doen! Journalistiek kampt met een negatief imago: is het dan wel een goed idee om het toe te vertrouwen aan amateurs? Ik dacht het niet.

Journalistiek is een vak, dat traditioneel bedreven werd en - gelukkig nog in de meeste gevallen - wordt door professionals. Ze lopen soms wel nukkig rond, zijn een tikkeltje arroganter dan de doorsnee burger, hebben een air van hier tot in Tokyo, zijn uiteindelijk niet altijd even bekwaam, kortom: journalisten zijn mensen zoals u en ik, met dien verstande dat ik journalist ben, dus: zoals u. Mensen die iets kunnen - analyseren, synthetiseren, de juiste vragen stellen, een verstaanbaar stukje schrijven in een heldere taal - dat andere mensen niet kunnen, maar dat is niet erg, want die kunnen dan weer andere dingen die die journalist niet kan. Laat mij niet behangen of een waterleiding herstellen, bijvoorbeeld, maar ik kan er wel iets over schrijven. Ieder zijn métier.

Burgerjournalistiek is al een tijdje in opmars. Ik vind het goed dat individuele burgers problemen of bijzondere voorvallen signaleren aan de pers, al heb ik wel bedenkingen bij de manier waarop. Vaak is het niet veel meer dan buurtje-pesten. Als die burger zijn semi-journalistieke bijdragen tot de mensheid dan ook nog eens onverkort kan laten opnemen in een medium, zitten we helemaal verkeerd. Een vak is een vak, een vakman is een vakman. Vraag me niet als behanger, zelfs niet wanneer ik mij gratis aanbied. Uw behang zal schots en scheef hangen en na er twee weken goedwillend naar gekeken te hebben, zult u alsnog een specialist inhuren, tégen betaling, met nieuw behangpapier, waardoor u meer zult betalen dan oorspronkelijk de bedoeling was.

***

Om diezelfde reden huiver ik voor burgerwachten, om een ander voorbeeld aan te halen dat al een tijdje in is en - hoe kan het anders? - komt overwaaien uit de Verenigde Staten. Noem mij ouderwets, maar ik vind dat onze veiligheid in handen moet liggen van professionals: politieagenten, militairen, brandweerlieden. Vrijwilligers zijn oké in uiterste nood - als er een brand woedt na die uit de hand gelopen barbecue hoop je toch maar dat die overbuur die vier dagen opleiding brandjes doven heeft gehad een handje komt toesteken bij het blussen -, maar het mag geen regel worden.

Vrijwilligheid wordt ook bij ons steeds vaker gestimuleerd, maar om de verkeerde redenen. Een vrijwilliger is iemand die een surplus moet kunnen bieden op piekmomenten, wanneer de vaste krachten de plotse hoeveelheid werk niet meer aankunnen. In geval van een overstroming juich ik het toe dat de zandzakjes gratis en voor niets worden gelegd door attente mensen voor wie solidariteit geen vies woord is. Maar om de dijken te versterken reken ik op professionals, mensen die daar verstand van hebben en die daar correct voor betaald worden.

Door werkzoekenden en andere thuiszitters met zachte dwang richting vrijwilligerscircuit te duwen, krijg je een perverse vicieuze cirkel: vrijwilligheid wordt normaal, betaalde jobs verdwijnen. En dan klagen we nog wat verder over de stijgende werkloosheid en knelpuntberoepen. Dat laatste zijn jobs die zo levensnoodzakelijk zijn voor een moderne samenleving dat we ze uit principe onderbetalen, ja, zo gaat dat.

***

'Gratis bestaat niet', riepen de tegenstanders van wijlen Steve Stevaert, toen die busreizen 'gratis' maakte voor senioren. Ze hebben gelijk: iemand betaalt op het einde van de rit de rekening. Is het niet de bejaarde, dan is het de overheid: wij allemaal, dus.

Gratis bestaat ook in de journalistiek niet. De (ludiek bedoelde?) actie van De Gentenaar is niet gratis, maar gratuit. Profiteren van de goodwill van amateurs om betaald werk over te nemen, terwijl er steeds meer professionele journalisten rondlopen die het moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Zullen we een Groot Woord van stal halen? Dit is broodroof. Niet meer, niet minder. Dit is trappen op de ziel van de echte journalist. Dit is het werk van vakmannen belachelijk maken.

Zullen we nog wat ideeën lanceren? U mag tweehonderd dagen per jaar gratis rondlopen in het parlement, op voorwaarde dat u de dingen die u in de wandelgangen opvangt - die ruzie tussen partijvoorzitters, die amoureuze uitspatting tussen twee vergaderingen door, die wenende parlementariër die zijn wetsvoorstel net gekelderd zag worden - netjes rapporteert aan de krant. U mag een heel jaar vlieg op de wand spelen bij een tournee van uw favoriete zanger, als u in ruil uiteraard alle roddels eventjes uitschrijft. (Gratis, belangeloos, voor niets) Enzovoort, enzoverder.

***

Denk vooral niet dat ik dit epistel heb geschreven uit persoonlijke frustratie. Ik werk momenteel voor een andere mediagroep dan die van gentenaar.be, waar naar Vlaamse normen goed betaald wordt en mijn maandelijkse bedrag ook nog eens correct (dat wil zeggen: het juiste bedrag binnen de dertig dagen na indienen van de factuur op mijn bankrekening) wordt verrekend. Ik prijs me gelukkig in het besef dat dit - alweer naar Vlaamse normen - hoogst uitzonderlijk is tegenwoordig. Waardoor dit eerbare beroep van journalist - waar 'de' mensen ooit zo naar opkeken, overdreven veel zelfs - steeds minder ernstig wordt genomen. Nog even en het is een knelpuntberoep, dat vooral wordt uitgeoefend door vrijwilligers.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post657

Leve de thesis!

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, juli 04, 2015 12:24:30

'Schaf de thesis af', zo orakelde ene Stéphanie Verzelen, masterstudente Journalistiek en stagiaire bij het blad Goesting, deze week in De Morgen. Het was de slotzin van een betoog dat voor de nodige commotie zorgde. Meer commotie dan er in de sociale media is over Griekenland, tussen haakjes, wat veel zegt over het engagement van de aanwezigen op die plekken: alles wat buiten een pisstraal van bij ons ligt, is de Ver-van-ons-bed-show. Think global, act local is eerder Don't think, act local geworden. Maar soit, ik wijk af nog voor ik een eerste ter zake doende letter heb ingetikt.

Juffrouw Verzelen deed de gemoederen verhitten, wat in het midden van een hittegolf geen goed idee is: wie haar mening deelde sprong vrolijk mee in de koele fontein van de anti-thesisbeweging, wie dat niet deed kreeg okselvijvers van de inspanningen om haar schrijfsel - laten we 't een mini-mini-thesis noemen - af te branden.

Ze heeft de verdienste dat ze het thema op tafel heeft gegooid, laten we het daarover eens zijn. Zo af en toe eens stilstaan bij decennialange geplogenheden en die openlijk in vraag durven te stellen, is noodzakelijk. Alleen zo kan een samenleving stappen voorwaarts maken. Als ze schrijft dat sommige thesissen weinig zinvol zijn - ze gaf zelf het voorbeeld van een masterscriptie over het gebruik van het woord 'en' in middeleeuwse geschriften, ja, dan zeg ik ook: 'En dan?!' - dan zal dat wel. Er zijn nu eenmaal wereldvreemde professoren die hun wereldvreemdheid overdragen op wereldvreemde studenten die maandenlang zitten te wroeten op een lap wereldvreemde tekst. Niet doen, daar heeft niemand wat aan, buiten dan die professor in zijn wereldvreemde werkkamer.

Zelf schreef ik in het gezegende academiejaar 1981/1982 een thesis waarvan het onderwerp mij was aangereikt door de sympathieke, constant verwarde, ietwat wereldvreemde professor André Vandenbunder, zaliger sinds 2002. Dat was een filmtheoreticus gespecialiseerd in semiotiek die ook nog eens sociologie doceerde, of iets wat daarop geleek. Hij had zich verdiept in de analytische aanpak van een andere hooggeleerde professor van wie me de naam niet meer te binnen wil schieten - het was een Duitser of een Zwitser - die een methode had ontworpen om via kwantitatief onderzoek te bepalen wat het verschil was tussen de diverse dagbladen en tijdschriften, zodat je à la limite zelfs kon bepalen wat een kwaliteitskrant was en wat pulp.

En zo ging ik aan de slag, met meetlat en primitieve rekenmachine, en berekende ik politieke, economische en sportieve berichtgeving in alle Vlaamse kranten van dat moment, om uit te komen bij het met een schrale 12 op 20 - ongetwijfeld een andere professor die jaloers was dat ik zijn wereldvreemd onderwerp niet had gekozen! - bekroonde Kwantitatieve inhoudsanalyse van het dagblad De Morgen. Het ligt hier nog ergens in huis, al weet ik bij benadering niet meer of het in de kelder of op zolder ligt tussen ander oud papier.

Mijn thesis werd nergens gepubliceerd, juffrouw Verzelen, ontving ook geen scriptieprijs (bestond dat toen al?), heeft me niet dadelijk aan een geweldige job geholpen, ik heb de tekst ook niet meer gebruikt in mijn latere Leven & Werk, dat klopt allemaal wel. Maar het heeft me wel gedwongen om statistische gegevens te gebruiken, cijfers te analyseren, contexten te onderzoeken, voor mezelf conclusies te trekken en die zo helder mogelijk en in een klare taal op papier te zetten. Dat is niet niets, hoor: dat heet bijna journalistiek. Net echt. En dat wilde ik gaan bedrijven, later, als ik groot was. Ik durf zeggen dat ik daar en dan een eerste brokje van het mooie en helaas soms ook foeilelijke vak geleerd heb, ook al vervloekte ik toen die lange uren in mijn eenzame studeerkamer.

'Vacature na vacature smeekt ons om werkervaring', schrijft Stéphanie Verzelen nog. Dat kan best, maar dat is dan een grondig foute benadering vanuit de bedrijfswereld, die er nog altijd vanuit gaat dat jonge werkkrachten met ervaring geboren worden. Toen ik afstudeerde en op zoek moest naar werk - geen eenvoudige opdracht in de crisisjaren tachtig - lachten we er in mijn vriendenkring een beetje groen om: 'Bedrijf X zoekt iemand voor functie Y, maximaal 25 jaar oud, perfect zeventalig, minstens tien jaar ervaring'. Bedrijven moeten leren aanvaarden dat ervaring niet aangeboren is en dat het ook niet volstaat om een paar maanden stage te doen, al helpt dit uiteraard wel.

Juffrouw Verzelen noemt zich niet alleen 'journaliste in spe', maar ook 'masterstudente journalistiek met zero onderzoeksgerelateerde ambities'. Een 'journalist' die niet wil onderzoeken, wat is dat dan? Iemand die als een monkey voor peanuts Engelstalige stukken overneemt, hier en daar een dt-fout toevoegt om de gejatte tekst toch een beetje eigen karakter mee te geven, voorgekauwde hapklare brokken copypaste in een vastgelegde format? Ik gun juffrouw Verzelen haar carrière, maar sta me toe om dat niet te catalogeren onder 'journalistiek'. Een journalist - zelfs al is hij/zij géén onderzoeksjournalist die zich maandenlang verdiept in één onderwerp - is per definitie iemand die onderzoekt, analyseert, verbanden legt, jawel, statistische en andere analyses maakt. Iemand die zich vragen stelt, zoals je dat aan het begin van een thesis placht te doen.

Tussen de vele, soms voze replieken op het opiniestuk van Stéphanie Verzelen zat een hele mooie van onderwijsdeskundige Pedro De Bruyckere. Die liet vrijdagochtend in De Morgen noteren: 'Je kunt niet kiezen voor een wetenschappelijke, academische richting en dan klagen dat je iets wetenschappelijks en academisch moet doen.' Zo is het maar net.

Nee, een wereldvreemde thesis heeft weinig nut, tenzij dan dat je leert onderzoeken en schrijven. Ja, een thesis over een maatschappelijk relevant onderwerp blijft zeer zinvol. Leve de thesis!



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post655

LastPost

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 20, 2015 12:54:41

Joël De Ceulaer heeft eventjes geen meningen meer. 't Is te zeggen (en te hopen voor hem): hij heeft die ongetwijfeld nog wel, maar hij zal ze voorlopig niet meer delen via Knack en Twitter. 'Mijn ego gaat voor even in de koelkast', mag hij in de titel van een zeer leesbaar interview in de weekendbijlage van De Morgen zeggen. Roepen dat je geen meningen meer wilt ventileren omdat je al die meningen, in de eerste plaats die van jezelf, wat beu bent, is vanzelfsprekend óók een mening, maar dit geheel terzijde.

Ik ken hem niet, toch niet persoonlijk, maar ik mag hem wel, al deel ik zijn mening niet altijd. Zo gaat dat met meningen: je hoeft ze niet te delen, maar ze moeten je wel aan het denken zetten, je doen lachen of wenen, je beroeren, je irriteren, iets met je doen. Anders blijven het losse flodders. Als je een blad zonder meningen wil lezen, moet je een abonnement nemen op het Belgisch Staatsblad. En dan nog.

De déclic is er bij De Ceulaer gekomen in de week na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo, zegt ie. 'Dat ik daar nu ook weer een mening over moest hebben, dat vond ik een ongemakkelijke gedachte'. Ik herken dat. Ik betrap mezelf ook geregeld op meningitis. Laatst was ik veertien dagen met vakantie in Italië en zelfs daar - als de wifi-verbinding het tenminste toeliet - kon ik het niet laten af en toe een flardje opinie te tweeten, ook al had ik de actualiteit maar sluiks gevolgd. De aard van het beestje. Soms denk ik: wie zit daar nu op te wachten? Wel, denkt de narcist in mij, uw 3.500-en-nog-wat-volgers. In het geval van De Ceulaer: zijn 16.745 Twitterapostelen, die nu een beetje verweesd achterblijven, op die enkelingen die 'Hoera, de klootzak is weg!' schreeuwen na.

Nee, ten huize van de familie P. uit Erembodegem mag de champagne nog niet ontkurkt worden, ik ga nog even - op mijn bescheiden plek, die voor alle duidelijkheid niet de laatste redactionele pagina van een gezaghebbend weekblad is - door. Maar ik word wel milder, zeer zeker. Ik zal mijn onmisbare bijdrage tot het maatschappelijke debat voortaan iets vaker uitstellen, nuanceren, polijsten tot de allerscherpste randjes eraf zijn.

Dat komt zo. Ik kreeg deze week de kans om tien prominente Oost-Vlamingen te interviewen voor de fijne regionale zender TV Oost. Daar zaten mensen tussen met wie ik niet de minste affiniteit heb en die ik op deze blog of in de sociale media al eens flink te kakken heb gezet. Ja, ik heb de 'mediageilheid' van Jef Vermassen flink gehekeld. Zeer zeker, Fernand Huts kreeg van mij geregeld een veeg uit de pan waarin de hutsepot stond te pruttelen. Natuurlijk kon ik het tussendoor niet laten om Rode Rudy (De Leeuw) te bekritiseren omdat ik sommige syndicale standpunten achterhaald vind. Haha, die mannen van Studio 100 zijn alleen met commercie bezig, dat had ik Hans Bourlon al eens - vanop veilige afstand, dat spreekt voor zich - onder de neus gewreven.

Door met die mensen te praten - waarbij u moet weten dat voor- en nagesprekken vaak interessanter zijn dan het eigenlijke interview dat wordt opgenomen en uitgezonden - kreeg ik meer begrip voor hun standpunten, hun manier van communiceren, hun ergernissen, hun strijdvaardigheid, ja, hun persoonlijkheid. Het kan soft klinken uit mijn pen, maar praten helpt dus écht. En zeker dat ene, helaas iets te dikwijls vergeten onderdeel van een gesprek: luisteren. Begrip krijg je alleen maar als je bereid bent te luisteren, liefst nog voor je een hapklare mening op de wereld loslaat. Misschien moet ik maar eens gaan lunchen met Zuhal Demir? (Er zijn grenzen, ik weet het. Al vond ik haar best wel een sympathieke madam toen zij twee jaar geleden namens de stad Antwerpen mijn honderdjarige grootmoeder kwam feliciteren. Ze deed dat met heel veel menselijke warmte en oprechte interesse, tenminste: dat straalde ze uit. Die warmte mis ik als ik haar zoveelste uithaal naar de sociaal zwakkeren lees of hoor.)

'Ik wil hier nu wel eens duidelijk maken dat ik géén verzuurde mens ben', zegt Joël De Ceulaer nog in dat interview in De Morgen. 'Ik leef bijzonder graag, en alles gaat goed in mijn leven.' En hij verwijst dan naar de stevige kritiek die hij vaak heeft op individuen, organisaties en partijen. 'Kritiek hebben wijst niet op verzuring. Integendeel zelfs, kritiek is een blijk van respect.'

Ook daar volg ik de binnenkort tijdelijk meningenloze eminente collega volledig in. Wie een opinie heeft en die durft uiten, is ofwel een kritiekloze aanhanger ofwel een verzuurde zeurpiet. Een tussenweg bestaat er tegenwoordig niet meer. U bent tegen? Verzuurd! U vindt het niet goed genoeg? Verzuurd! U geeft negen positieve opmerkingen en één negatieve? Verzuurd!

Kritiek is nodig, meer dan ooit zelfs in een gepolariseerde samenleving. Kritiek is ook: interesse tonen, laten zien dat je bekommerd bent om iets of iemand, vanuit een zekere verontwaardiging aanzetten tot verandering geven, liefst met enige kracht, maar maak er dan bij voorkeur geen partijslogan van. Kritiek is onmisbaar, anders worden we Noord-Korea.

Tenslotte wil ik langs deze weg openlijk en schaamteloos solliciteren naar de functie van columnist-criticaster-meningenspuier bij Knack. De titel LastPost mag gerust blijven, ik wil daar niet moeilijk over doen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post651

En dan?

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken wo, april 29, 2015 12:07:04

De grootvader van Laurette Onkelinx heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog wel/waarschijnlijk/misschien/zeker niet gecollaboreerd met de Duitsers. Schrapt u maar zelf wat niet past, want het was na vijfentwintig minuten aandacht in Terzake nog niet helemaal duidelijk. Historici spraken elkaar tegen, de redactie moest het stellen met één off the record maar wel op het scherm getoonde uitspraak van een anonieme getuige, plus nog wat losse sprokkels.

En dan?

Gaston Onkelinx, zoon van de wel/waarschijnlijk/misschien/zeker niet collaborerende oorlogsburgemeester van Jeuk, tevens vader van PS-politica Laurette, reageerde heftig, tot tranen toe beroerd. 'Mijn vader was een ware socialist, geen nationaal-socialist', zo vat ik het even samen. Zijn dochter hield het bij een geschreven mededeling die - het zal u mogelijk verbazen van de Luikse pasionaria - heel sec en rationeel klonk.

Ze ontkent de mogelijke feiten niet ('Ik weet niet of wat gezegd wordt over mijn grootvader waar is of niet'), wat al een knap staaltje van crisiscommunicatie is: ze wordt niet defensief of toont zich niet verontwaardigd. Ze prijst al wie tijdens de oorlog in het verzet is gegaan, wat dus al zeker niet gold voor haar grootvader. Of hij nu al of niet gecollaboreerd heeft, hij is immers wel blijven functioneren op het gemeentehuis. En dan komen de mooiste zinnen van haar betoog: 'Uiteraard zijn wij de erfgenamen van een geschiedenis, maar, bovenal, zijn wij wat we beslissen te zijn. Onze waarden, datgene waarvoor wij vechten: dat bepalen en kiezen we zelf. Ook dat is vrijheid: in alle onafhankelijkheid een kamp kiezen. Ik heb het mijne gekozen: dat van de democratie, van de verdraagzaamheid, van de openheid naar anderen, van de sociale rechtvaardigheid.' Iets te veel dubbele punten naar mijn zin, maar voor de rest: mooi gezegd.

Aan de virtuele toog verkneukelden Onkelinxhaters - en dat zijn er nogal wat! - zich over wat zij ongetwijfeld zagen als haar ondergang, de fatale dolksteek voor ze zich noodgedwongen moet terugtrekken in haar bunker. 'Laurette Mitraillette' heeft het over zichzelf uitgeroepen door stevig in te hakken op N-VA'ers die aanwezig waren op een verjaardagsfeestje van een gewezen collaborateur of een staatssecretaris van dezelfde kunne die een onderscheid maakte tussen nuttige en overbodige migranten, zo klonk het. 'Eigen schuld, dikke bult'. Nu valt er veel te zeggen over het ongenuanceerde en een overdosis decibels producerende optreden van la Onkelinx in de Kamer en voor de tv-camera's, maar moet ze daarom het onderwerp én lijdend voorwerp van een wraakactie zijn?

Of de tv-zender die nog niet zo lang geleden door diezelfde tooghangende luitjes het scheldwoord 'regimezender' werd toebedeeld - als in: de omroep van de traditionele partijen, de sociaal-democraten voorop - hier zo gretig op had moeten ingaan, een onderwerp dat in normale omstandigheden hooguit een dubbele pagina ergens ver weggestoken in een weekendkrant zou opgeleverd hebben, is nog maar zeer de vraag. Zelfs in een nieuwe oorlogsreeks van een gereïncarneerde Maurice De Wilde zou dit hooguit een voetnoot waard geweest zijn.

En dan? (Wat zegt dit over het huidige functioneren van Onkelinx?)

De grootvader van Bart De Wever was lid van het nationaal-socialistische VNV en zelf was de N-VA-voorzitter als student fundamenteel vrolijk - met vertederende glimlach en al - aanwezig op een bijeenkomst waarop Jean-Marie Le Pen eregast was, de foto werd voor de verkiezingen vlotjes geretweet in linkse kringen.

En dan? (Wat zegt dit over de twintig jaar oudere versie van De Wever?)

Jan Jambon heeft veertien jaar geleden nog gesproken op een feest van het Sint-Maartensfonds, een roedel van bejaarde oostfronters, medestanders van Hitler in lang vervlogen duistere tijden.

En dan? (Wat zegt dit over de man die vandaag minister van Binnenlandse Zaken is?)

Dat Theo Francken en Ben Weyts, respectievelijk staatssecretaris in de federale en minister in de Vlaamse regering, present gaven en gretig op de foto gingen met een ex-collaborateur kan je strategisch ongelukkig noemen, maar het is geen halszaak, tenzij ze de hele tijd dit soort feestjes zouden frequenteren natuurlijk, maar in dat geval zouden we het allang geweten hebben, wees gerust.

En dan? (Gaven ze het jongste half jaar blijk van nazi-sympathieën misschien?)

U wilt ze echt de kost niet geven, de kleinkinderen en achterkleinkinderen van collaborateurs of niets en niemand ontziende partizanen - voorwaar ook geen doetjes! - in onze parlementen, partijbesturen en gemeenteraden. Een aantal van hen dweepte dan weer openlijk met stalinisten en maoïsten en supporterden zo voor regimes die alles wat naar dissidentie neigde brutaal de kop indrukten, inclusief het systematisch uitmoorden van de eigen bevolking. Anderen veranderden al bijna even vaak van politieke gezindte als van onderbroek.

En dan? (Moeten we van wieg tot graf dezelfde mens blijven?)

Ik wil u echt niet onderhouden over wat ik zelf in het verleden heb gedaan en waar ik heden ten dage allesbehalve trots op ben. Het leven is een leerproces dat we met vallen en opstaan beleven. Iedereen maakt elke dag fouten. Van minuscule foutjes tot grove kemels.

En dan? (Wat zou het leven saai zijn als er alleen maar perfecte mensen zouden rondlopen!)

We zouden wat vaker 'En dan?' moeten durven roepen, François Mitterrand achterna. We moeten ophouden om op iedere slak zout proberen te leggen, van elk fait divers een fait accompli te maken, het verschil durven te zien tussen belachelijk en belangrijk. Elk medium heeft tegenwoordig zijn kleine of grote primeur nodig, om er vervolgens groots mee uit te pakken. Meestal is het een oogverblindend pak met een geweldige strik rond, maar moet je de inhoud met een microscoop zoeken.

In afwachting van het volgende Groot Nieuws - 'Breaking!' - heb ik mij al op de bank gezet, bak pils en zakken chips bij de hand. Here we are now, entertain us!

En dan?





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post633

Nous sommes Charlie

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken wo, januari 07, 2015 17:48:12

Dit is niet voor u, trouwe lezer, ik weet dat u het meestal goed voor heeft met de wereld, al blijft het, net zoals bij mij, vaak bij amechtige pogingen. Blijf vooral proberen.

Dit is niet voor u, atheïstische lotgenoot, wij weten maar al te goed dat religie heel veel kapotgemaakt heeft in de geschiedenis van de mensheid. Zullen we ons op deze trieste dag op de hoek van de toog van Het Gezond Verstand zetten en iets drinken bij wijze van troost?

Dit is niet voor u, oprechte gelovige, het is niet omdat ik u naïef en - letterlijk - goedgelovig vind, dat ik u niet zou respecteren. Kom hier, dat ik u omarm, laten we samen gezellig iets eten, passies delen, raakvlakken zoeken en over een betere wereld dromen, maar probeer me niet te bekeren. Ik laat me niet in bekoring leiden.

Dit is niet voor u, fanatieke gelovige, want uw twijfel over al wat ons in dierbaar is in deze door een strikte scheiding van kerk en staat gekenmerkte moderne samenleving mag u van mij hebben. Vrijheid van meningsuiting en zo. U heeft dat recht, al zal u moeten aanvaarden dat we hier in het westen leven zoals we leven. Met onze sterke en zwakke punten, met onze tekortkomingen, met onze onwrikbare overtuigingen, met onze seculiere uitgangspunten. Als u daar werkelijk niet mee kunt leven, weet u de uitgang wel zelf te vinden.

Dit is niet voor u, extremistische schreeuwer, die de terroristische aanval in Parijs misbruikte om nogmaals het proces van een volledige religie en, waarom niet, de multiculturele samenleving te maken, of om die net te verheerlijken als ging het om een persoonlijke ingreep van Allah. Op een dag als vandaag verstrengelen de gedachten van de extremisten zonder dat ze het zelf goed en wel beseffen. Les extrêmes se touchent. Extreem-rechts roept dat al die onbetrouwbare moslims zo snel mogelijk terug naar Barbarije moeten, extreem-religieus orakelt dat die redactie van Charlie Hebdo het zelf gezocht heeft.

Dit is wel voor jullie, walgelijke moordenaars en hun al even verderfelijke handlangers, opdat jullie zouden beseffen dat we niet zullen zwijgen. Je kan angst zaaien en ongerustheid kweken, maar je zal de vrije meningsuiting niet doen verstommen. Je kan de polarisatie tussen allerhande opportunistische oorlogsstokers en verstandloze extremisten versterken, maar je zal de vastberadenheid van ware democraten niet kleiner maken. Je kan twaalf mensenlevens hebben vernietigd en het leven van honderden gezins- en familieleden, vrienden, kennissen, collega's en lezers genadeloos door elkaar hebben geschud, maar je zal de persvrijheid niet hebben gefnuikt. Sterker nog: morgen ziet de hele wereld die cartoons. Overmorgen zullen er weer andere zijn. En de dag nadien nog meer. Jullie hebben alleen maar meer inspiratie bezorgd aan al die cartoonisten. (En, geloof me, die 72 maagden zijn ook maar een flauw bedenksel van semi-pornografische origine om jullie in de waan te laten dat wat jullie doen zin heeft.)

Dit is, tenslotte, voor ons allemaal, goedmenende burgers, geschokt als we zijn door wat er is gebeurd in die romantische wereldstad die slechts één korte, snelle treinrit hier vandaan ligt. Onze tranen zullen drogen en ons nog waakzamer maken. Niet voor andere religies en culturen, wel voor al wie een bedreiging vormt voor een democratische, vreedzame en op wederzijds respect gebaseerde maatschappij waarin we met vallen en opstaan proberen samen te leven, onhandige kneusjes dat we zijn. We zijn stil, maar morgen praten we weer luid en krachtig. Dat zijn we de twaalf van Charlie Hebdo verschuldigd.

Je suis Charlie.

Nous sommes Charlie.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post577

Intervista

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken vr, december 12, 2014 12:52:08

PowNed stopt met het dagelijks uitzenden van het actualiteitenmagazine PowNews. In de plaats komt er vanaf januari een wekelijks programma op donderdagavond. Heeft u dat ook gelezen? Werd u een beetje triest van dat bericht? Ik niet. Ik vind het maar goed zo en wat mij betreft wordt dat nieuwe onding op donderdag ook zo snel mogelijk afgevoerd.

PowNews wilde provoceren, nieuws ontlokken, doorgaan waar andere reporters ophouden met vragen stellen. Op zich niets mis mee, er is veel te weinig onderzoeksjournalistiek en mensen met een microfoon zijn doorgaans te braaf als ze een of andere functionaris voor zich hebben staan. Maar dat was, helaas, niet waar het PowNews om te doen was: ze provoceerden om de provocatie, ze chargeerden om de charge, ze gingen te ver om te zien hoe ver ze nu eigenlijk te ver konden gaan. Het was een act en niet meer dan dat. Kwajongensbranie gekoppeld aan sensatiezucht met heel in de verte een klein snuifje journalistiek. Ersatz. Makkelijk scoren.

Bij PowNews zullen ze er ongetwijfeld apetrots op zijn dat de Maastrichtse burgemeester Onno Hoes is opgestapt na een incident met een toyboy, het tweede op nauwelijks een jaar tijd. Die twintigjarige prostitué was door de zender zelf ingehuurd om het versiergedrag van de homofiele burgervader uit te lokken. Laten we even een politicus in zijn hemd zetten, moet iemand op de redactievergadering hebben geroepen. En als het even kan ook in zijn onderbroek.

Kijk, als het gaat om financieel-economische, militaire of politieke schandalen kan ik me best voorstellen dat je dit soort praktijken opzet, maar niet als het gaat om de privé-sfeer, waar ook een burgemeester recht op heeft. Als je de folterpraktijken van de CIA wil ontmaskeren, zal dat niet lukken door braafjes te googelen of voorspelbare vragen te stellen aan officiële woordvoerders, dus ga dan vooral undercover en probeer door te dringen tot hermetisch gesloten kamertjes. Maar bij PowNews zit geen Günter Wallraff, noch een Woodward of Bernstein. Verder dan de kleur van het ondergoed van de hoogwaardigheidsbekleders reikt hun interesse niet. Dit heeft niets meer met eerbare journalistiek te maken. Afvoeren die handel.

***

Toen ik woordvoerder was van Beerschot AC kregen we op een vrijdagnamiddag opeens het onverwachte en ongewenste bezoek van een cameraploeg van Clint TV, een Vlaamse sensatiesite die geïnspireerd door PowNews hardwerkende Vlamingen tijdens de kantooruren lastig valt omdat ze denken dat daar een mooi verhaal te rapen valt. De receptioniste had de twee jongemannen binnengelaten omdat hun smoes dat ze een afspraak met mij hadden geloofwaardig klonk.

Daar stonden ze dan, bij de ingang van mijn kantoor. Geen introductie nodig, de camera draaide al, de eerste vraag werd al gesteld nog voor ik 'Hallo' of 'Wie bent u?' had kunnen stamelen. Ze dachten dat er een smeuiig verhaal te rapen viel bij een armlastige voetbalclub. Ik beende naar de voorzitter, een oncontroleerbare flapuit, en raadde hem aan zijn deur op slot te doen, waarna ik de twee brutale heren beleefd buitenwerkte. Dat duurde even. Ze bleven de hele tijd filmen. Geen stijl. (Hé, was GeenStijl niet de bron van alle PowNews-kwaad?)

Ik hou van journalisten die verder gaan dan ze geacht worden te gaan, op voorwaarde dat het om relevante onderwerpen gaat en dat ze dan nog hoffelijk en correct blijven. Ik hou niet van gure types die denken dat ze ergens zomaar mogen binnen waaien en aan pseudo-journalistieke masturbatie doen. Dat zijn geen journalisten maar sensatiezoekers die op de roetsjbaan van de grote en de kleine actualiteit heel even totaal onvoorbereid in beeld willen springen. Kijk mama, zonder handen, maar mét camera en microfoon!

***

Een paar dagen geleden had ik het in een Twitterconversatie met Bart Eeckhout van De Morgen nog over onderzoeksjournalist Walter De Bock, een man die ondertussen al zeven jaar niet meer onder ons is, maar die in zijn hoogdagen - de onzalige jaren zeventig en tachtig - talrijke schandalen uitspitte. Dat leverde moeilijk leesbare, veel concentratie vereisende, maar altijd relevante artikels op. Een standbeeld verdient hij, zo meende Eeckhout. Ik ben niet zo voor monumenten waar de duiven vrijuit op kunnen schijten, maar eeuwigdurend respect verdient De Bock zonder meer. In een tijd zonder internet, smartphone, gsm, etcetera, slaagde hij erin om maatschappelijk belangrijke thema's uit te benen. Slow journalism, zoals dat helaas nog te weinig bedreven wordt in een tijdperk waarin snelheid de voornaamste parameter om iets te publiceren is geworden.

Donderdagavond mocht ik, samen met Jonas Muylaert, de toekomstige chef politiek van De Morgen, sofagesprekken voeren bij de voorstelling van 'Intervista', een boek met dertig diepgaande, rustige, lange interviews met interessante landgenoten. Initiatiefnemer van de website intervista.be is Mikaël Soinne, een op zijn zesendertigste nog altijd jeugdig uitziende kerel die ik halfweg het eerste decennium van deze eeuw heb leren kennen als gedreven videojournalist bij Kanaal 3, de Oost-Vlaamse regionale zender die tegenwoordig TV Oost heet, en waarvan ik toen een tijdje hoofdredacteur was.

We hadden toen een redactioneel systeem waar je na een nieuwsuitzending een korte evaluatie kon in noteren. Bij de bijdragen van Mikaël was dat zelden een inhoudelijke opmerking, want zijn reportages waren altijd helder en overzichtelijk. Neen, bijna zonder uitzondering stond er meestal: 'Te lang'. Of: 'Weer te lang'. Of ook nog: 'Langer dan afgesproken'. Vroeg je hem een stuk van twee minuten, dan kreeg je er drie. Anderhalf werd twee. Trop is ook voor eindredacteuren te veel.

In die tijd heb ik de koppige journalist wel eens vervloekt. Nu ben ik blij dat hij toen eigenzinnig is gebleven en volhardde in het maken van lange stukken. Vandaag zijn dat lange interviews geworden, bijdragen met een lengte die je niet meer terugvindt in kranten of weekbladen, omdat er altijd wel een eindredacteur is die 'Te lang!' roept, ervan uitgaand dat lezers zich niet meer dan vijf minuten kunnen of willen concentreren op een artikel.

Dank zij de gesprekken op Intervista leer je iemand écht beter kennen. Het zijn intrigerende conversaties die veel verder gaan dan de waan van de dag. En als selectieve lezer, die liever een lang maar goed verhaal leest dan al die hapklare kaderstukjes van tegenwoordig, ben ik blij dat het lange interviews zijn. Lang, maar zeker niet té lang.

Weg met PowNews, leve Intervista!

Mikaël Soinne, 'Intervista. 30 interviews over mens en carrière', Uitgeverij Compact Publishing, 30 euro.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post563

Ben Bradlee (1921-2014)

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken do, oktober 23, 2014 12:13:33

Ben Bradlee is dood. De man was 93, op zich is zijn heengaan niet echt een verrassing, want hij was al een tijdje de gemiddelde leeftijd die mannen halen gepasseerd. U kent deze in Boston geboren Amerikaan niet? Dat is geen schande, alhoewel.

Benjamin C. Bradlee was tussen 1968 en 1991 hoofdredacteur van de respectabele Washington Post. Drieëntwintig jaar een dagblad leiden, dat is iets uit het verre verleden. Tegenwoordig ligt de houdbaarheidsdatum van een hoofdredacteur eerder rond de 23 maanden. Bradlee was al 47 toen hij promoveerde tot hoofdkaas van de kwaliteitskrant. Tegenwoordig worden redacties geleid door jonkies die amper de dertig voorbij zijn. De tijden veranderen.

Als u Bradlee niet kent, dan kent u wellicht wel de acteur Jason Robards, de rijzige man met het grijswitte haar die Bradlee gestalte gaf in de film All The President's Men. Of heeft u zich ook daar vooral geconcentreerd op de helden van het verhaal, de heren Robert Redford en Dustin Hoffman, alias Bob Woodward en Carl Bernstein? Het trio Bradlee-Woodward-Bernstein werd wereldberoemd nadat ze het Watergateschandaal hadden blootgelegd en zo aan de basis lagen van het aftreden van president Richard 'Tricky Dicky' Nixon op 8 augustus 1974. Woodward en Bernstein door het verhaal uit te spitten en de minutieuze reconstructie van de gebeurtenissen, Bradlee door hen de hand boven het hoofd te houden en de artikels te publiceren.

Ik was vijftien en wist nog niet goed wat ik met mijn leven zou aanvangen. Ik kon een rolmodel goed gebruiken en kreeg er plots twee voor de voeten geschoven. Verre Amerikanen die tegen de stroom in, als ware zalmen, onkiese praktijken in het openbaar gooiden. Ik wilde ook zo'n held worden (wist ik veel hoe het journalistieke vak in elkaar stak!).

Pas veel later leerde ik de rol van Ben Bradlee appreciëren. Een man die onder immense druk moet gestaan hebben: van zijn hiërarchische overste, van zijn raad van bestuur, van de republikeinse partij, van de entourage van de president, van rechts Amerika dat wat blij was met de vreemde snuiter Nixon als uithangbord. Net als in de film blijkt hij in het echt ook arrogant en kortaf geweest te zijn, een eigenschap die blijkbaar nodig is om het zootje ongeregeld dat een redactie doorgaans vormt deskundig te kneden. Maar hij deed vooral iets wat hoofdredacteuren veel te weinig doen: hij bleef achter zijn medewerkers staan toen de bewijzen zich opstapelden. Hij likte niet naar boven en stampte niet naar beneden, zoals gebruikelijk is. Zo werd Bradlee een derde rolmodel voor mij.

Als ik in een dipje zit en even mijn twijfels heb over een professioneel bestaan als journalist, zet ik de dvd van All The President's Men op. Ik heb de film dan ook al ontelbare keren gezien. Sommige scènes kan ik bijna naspelen. En hoewel het einde volstrekt voorspelbaar is geworden, blijf ik meeleven met de queeste van Woodward en Bernstein en vind ik die Bradlee steeds sympathieker, als je tenminste achter dat hautaine masker durft kijken. All The President's Men is niet mijn absolute lievelingsfilm, staat niet op 1 in mijn Top 10 Aller Tijden, maar het is wel de film die mij erbovenop helpt wanneer dat nodig is.

Wat ik me gisteren na het bericht van Bradlees overlijden afvroeg: zou iemand als hij ook vandaag nog kunnen functioneren? Of zou hij zichzelf moeten wegcijferen voor opdringerige marketeers die de mediawereld steeds meer in hun greep hebben? Zou hij de Woodwards en Bernsteins van 2014 zich voluit op dit dossier laten storten of zouden ze meer moeten renderen en elke dag hun actualiteitsstukje plegen? Zou hij de krant naar zijn hand kunnen zetten of zou hij, net als de meeste hoofdredacteuren van nu, een passant zijn die hier en daar een eigen accentje kan leggen in afwachting van de volgende carrièresprong?

Wat ik wel zeker weet: vandaag zou het onmogelijk zijn om zo lang in de grootste geheimhouding aan zo'n gevoelig dossier te kunnen werken. Flarden nieuws zouden al heel snel uitlekken op sociale en andere media. Nixon zou veel rapper in zijn blootje hebben gestaan, maar hij zou ook alerter hebben kunnen reageren en zijn verdediging laten opbouwen door een legertje peperdure advocaten. 'Nietsvermoedend' bestaat niet meer. Onderzoeksjournalistiek, helaas, ook bijna niet meer.

Ik dank Ben Bradlee voor de inspiratie en ik hoop dat ik in mijn eigen elf jaar als hoofdredacteur toch heel af en toe blijk heb gegeven van een sprankeltje onafhankelijke geest en opstandigheid tegen het establishment. Al vrees ik ervoor, ingekapseld als ik de hele tijd was in een middelmatige B-film, All The Marketeer's Men. Ik voel een dipje opkomen, toch maar weer eens die dvd uit de kast halen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post526
« VorigeVolgende »