Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Relatief onbekend

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 13, 2017 13:20:55

'De relatief onbekende uitdager', zo stond er daags na de rectorverkiezingen in Leuven in een courant die zich gaarne kwaliteitskrant laat noemen. Ik verslikte me net niet in mijn tweede kopje espresso van de dag. Luc Sels, want zo heet de 'relatief onbekende', heeft internationaal veel meer renommée in zijn vakgebied dan de uittredende rector. Ik heb Sels ooit mogen interviewen, ruim twee jaar geleden, voor mijn boek Als het werk stopt, over de problematiek van werkzoekende vijftigplussers. Ik zocht Sels niet toevallig op. Na uitgebreide bronnenstudie kwam ik tot de vaststelling dat deze man in ons land dé autoriteit is op het vlak van arbeid en tewerkstelling. Decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, leidende kracht binnen het Steunpunt Werk en Sociale Economie, auteur van beredeneerde boeken over werk. Geboren in Merksem dan nog, dat schiep meteen een band. Een man die bedachtzaam en genuanceerd praatte, allesbehalve een tafelspringer. Zo blijf je natuurlijk 'relatief onbekend' in een tijd dat aandachtzoekers snel een microfoon onder hun neus geduwd krijgen en beginnen te ratelen. Sels hoeft niet mee te doen aan De slimste mens ter wereld: hij is het. (Oké, lichtjes overdreven, maar u weet wat ik bedoel.)

'Wie is Luc Sels?', zo begon vandaag een artikel in een andere courant die zich gaarne kwaliteitskrant laat noemen. Opnieuw spoot de koffie bijna door mijn neusgaten. Sels kwam zelf ook even aan het woord, iets wat ie zelden doet in de media. En hij zei iets dodelijks over zijn voorganger, zonder diens naam te vermelden. "Ik zal zeker niet meedoen aan De slimste mens ter wereld. Terzake kan uiteraard wel, als het gaat over de rol van de universiteit of mijn eigen expertisedomein. Voor de rest wil ik de universiteit meer in de breedte zichtbaar maken. Over de Amerikaanse verkiezingen hoor ik veel liever Bart Kerremans dan de rector van de KU Leuven. Ik wil graag gaan voor een universiteit met meer maatschappelijke impact, maar daarvoor hoef ik niet constant aan het woord te zijn."

Touché! Van deze man hoeft u geen handvol spitse oneliners per dag te verwachten op Twitter, zoals de huidige rector placht te doen. Deze man gaat dus niet in leuke panels bon mots droppen en ironisch proberen te zijn in de overtreffende trap. Deze man vindt deskundigheid belangrijker dan verbale aanwezigheid. Dat wordt wennen voor de media, die al vele jaren aan de voeten liggen van Sels' voorganger. Als je die belde voor een losse babbel, stond ie meestal aan het eind van het telefoongesprek al buiten voor de deur te wachten. Kan ook zijn dat hij zijn chauffeur de opdracht gaf om de hele dag rond te rijden, van krant naar zender, je weet maar nooit dat hij iets zou mogen komen zeggen. Over de Amerikaanse verkiezingen, bijvoorbeeld.

***

Kan best zijn dat we over vier jaar concluderen dat Luc Sels, de tegen dan 'relatief bekende' rector van de Leuvense universiteit, de slechtste rector uit de geschiedenis is, maar daar gaat het hier niet over.

***

Waarom hollen wij, journalisten, toch altijd achter de usual suspects aan?

***

Laatst ging het in De afspraak over vrouwenrechten in Saudi-Arabië en maakte de sociale media-meute zich boos omdat er geen vrouw in het panel zat. Bleek dat Annemie Turtelboom op het laatste moment had afgebeld en dat er in een zoektocht naar een vervang(st)er geen andere vrouw vrij bleek. Kan gebeuren. Het probleem is alleen: het gebeurt áltijd. Het zijn bijna altijd mannen die aanschuiven om over vrouwen in andere culturen te praten. En weet u wat: dat is óók de schuld van de vrouwen! Want die zijn veel te bescheiden.

Ik verklaar mij nader. Als ik voor een artikel op zoek ben naar een deskundige in een bepaald vakgebied, maak ik gebruik van de Expertendatabank, een hulpmiddel voor journalisten met een mager gevulde contactenlijst. Daarin vind je professoren, bedrijfsleiders, dokters, noem maar op. Er staan meer vrouwen dan mannen tussen: die databank wil namelijk bewust meer vrouwen in de media aan bod laten komen. Een nobele zaak, waar ik me graag achter schaar. Alléén: als je zo'n deskundige vrouw belt, heeft die altijd de neiging om zich luidop af te vragen of zij wel de meest geschikte is om te antwoorden op jouw vragen. Een zeer deskundige vrouw zegt: "Oei, ik ken daar wel iets van, maar misschien kun je dat toch beter aan collega X vragen, die is daar al veel langer mee bezig dan ik." Een halfdeskundige man zegt: "Ja, natuurlijk, vraag maar op."

Dat er te weinig vrouwen in uw krant of weekblad staan, op uw radio weerklinken of op uw tv-scherm verschijnen is dus zeer zeker de schuld van die media, maar óók van de vrouwen.

***

"Wees niet zo nederig. Zo belangrijk ben je nu ook weer niet." - onbekende auteur

***

"Dikwijls is datgene wat wij bescheidenheid noemen, niets anders dan het verlangen om tweemaal geprezen te worden." - Godfried Bomans (een man)

***

Ik droom van een journalistiek waarin wát gezegd wordt oneindig veel belangrijker is dan hóe of door wíe het gezegd wordt. Dromen zijn bedrog, ik weet het, de wijsgeer M. Borsato zei dat al. Een aardige oneliner vinden wij, journalisten, nog altijd prettiger dan twee samenhangende zinnen, vanwege: langer dan tien seconden. Of saai geformuleerd. "De mensen gaan dat niet kunnen begrijpen." En zo blijven échte deskundigen als Luc Sels 'relatief onbekend'. Plus est en nous, collega's.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post771

Jahjah? Neehneeh!

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, januari 14, 2017 13:33:23

Toen De Standaard-hoofdredacteur Karel Verhoeven maandag met een omstandige uitleg bekendmaakte dat Dyab Abou Jahjah niet langer columns mocht schrijven voor zijn krant, kon ik daar wel begrip voor opbrengen. De opiniemaker-activist, een bezige bij als het erop aankomt controverse te veroorzaken, had vorige zondag na de aanslag met een vrachtwagen op een groep Israëlische soldaten Malcolm X nageaapt en 'By any means necessary' geschreven op Facebook. Met alle noodzakelijke middelen. Op Twitter werd dat: 'An attack on occupation SOLDIERS in occupied territory is not terrorism! It is an act of Resistance. #FreePalestine'. Nu kan je erover discussiëren of die redenering klopt — was het een daad van verzet of gewoon terrorisme, is dit wat de Conventie van Genève aanvaardbaar acht? — en heel wat hele, halve en kwart-deskundigen deden dat dan ook. Ik ga dat hier niet dunnetjes overdoen.

Dat ik begrip kon opbrengen voor de beslissing van De Standaard komt omdat ik zelf ook hoofdredacteur ben geweest, een functie waarin je jammer genoeg steeds minder met inhoud kunt bezig zijn en je steeds meer moet toeleggen op management, budgetbeheer en vergaderitis, een ongeneeslijke ziekte in die kringen. Tussendoor moet je brandjes blussen, ego's sussen en de directie paaien, dat hebben ze graag. Ik weet dus hoe zo'n beslissingsproces loopt. Op een bepaald moment weet je: hier is geen uitweg meer, dit kunnen we niet winnen. Dan wordt altijd het makkelijkste slachtoffer gezocht. Het is niet mooi, ik ben er vies van, maar ik weet, helaas, hoe het gaat. Moed ruimt dan plaats voor het vage begrip 'algemeen belang'. En dus moest, in dit geval, Abou Jahjah sneuvelen.

***

Begrip is één ding, ermee akkoord gaan is een ander. Hoe langer ik erover nadenk — en we zijn intussen vijf dagen na de feiten —, hoe meer ik tot de conclusie kom dat de beslissing te snel is gekomen. Van een activist mag je dit soort stellingnamen namelijk verwachten. Zo genuanceerd Abou Jahjah meestal is, pardon: wás, in zijn columns in de krant, zo ongenuanceerd klinkt hij op de sociale media. Er is een verschil tussen 140 en, pakweg, 6.000 tekens. Het eerste is gebald roepen, het tweede rustig uitleggen. Waarom heeft De Standaard Abou Jahjah destijds die wekelijkse columnruimte aangeboden, denkt u? Omdat hij zo filosofisch wordt bij de pogingen tot hervorming van ons onderwijs? Omdat hij lyrisch kan schrijven over kunst en cultuur in onze contreien? Omdat hij wat er gebeurt in de coulissen van onze politiek zo treffend weet te duiden?

Nee, als De Standaard geïnteresseerd was in de mening van Abou Jahjah, was het omdát hij controverse veroorzaakt, durft te schrijven wat hij denkt en geen angst heeft voor tegenkantingen. Heel bizar: de controversiële tweets die hij schreef vóór hij die column kreeg, hebben de redactie drie jaar geleden overstag doen gaan om voor hem dat hoekje in de krant te reserveren, terwijl hij nu precies geofferd wordt op basis van, jawel, een spraakmakende tweet. Het is allemaal heel dubbel. Anders gezegd: eigen schuld, dikke bult, De Standaard had dit kunnen weten, want het stond in de Palestijnse sterren geschreven.

Om het in voetbaltermen te zeggen: Dyab Abou Jahjah is een spits die heel vaak buitenspel loopt en het vertikt om een stapje terug te zetten. Nog liever wordt hij voor de zoveelste keer afgefloten, zolang hij maar ten aanval kan trekken. Af en toe scoort hij, daarom staat hij nu eenmaal op die plek. En dan is de ploeg tevreden. Hij verslikt zich weleens in een dribbel, geeft de bal niet snel genoeg af, trapt al eens na. Maar als trainer weet je: dat zijn z'n voordelen, dit zijn z'n nadelen, als je die tegen elkaar afweegt stel je hem op. Of niet. De Standaard besliste om hem op te stellen.

***

Vorige zomer moest CD&V-medewerker Youssef Kobo opkrassen nadat een aantal sociale media-oprispingen uit het verleden weer waren beginnen rondzingen, onbezonnen uitlatingen waarvan hij intussen geheel of gedeeltelijk afstand had genomen. Nu is het Dyab Abou Jahjah die een stukje monddood wordt gemaakt: hij blijft roepen, maar zijn megafoon werd afgepakt. De kritiek op beide heren kwam telkens uit dezelfde kringen, kringen die zich rond de jaarwisseling op een nieuwe prooi hadden gestort: de PVDA. 'Restafval van de 20ste eeuw', werd die partij genoemd. Een schande dat Raoul Hedebouw wél uitgenodigd werd voor De slimste mens ter wereld, en Filip Dewinter niet, zo werd getoeterd. Er werd nog net niet opgeroepen tot een cordon sanitaire rond de extreemlinkse partij. Zéér staatsgevaarlijk, met maar liefst twee (2) vertegenwoordigers in het federale parlement, nul (0) in het Vlaamse. Alarmfase 4: de totale rode overrompeling dreigt!

Kans is reëel dat Peter Mertens niet zal worden uitgenodigd voor het volgende seizoen van De slimste mens, want zo gaat dat dan: redacties beginnen na te denken over al die negatieve reacties, vragen zich af of ze wel kunnen ingaan tegen de mening van machtige mannen en vrouwen, en gaan vervolgens over tot een gemakkelijkheidsoplossing: zelfcensuur. En terwijl die ene partij ervan beschuldigd wordt sympathie te koesteren voor het regime in Noord-Korea, grijpt de machtigste partij naar technieken die ze in Pyongyang maar al te goed kennen. Een fluistercampagnetje hier, een verdachtmakinkje daar, tegenstander monddood maken, hupsakee, weer een vervelend sujet uit de weg geruimd: stilaan ligt Noord-Korea aan de Schelde.



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post753

Dewinter

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 21, 2016 13:00:56

'Er staat een primeur in deze krant', zo vat Bart Eeckhout een lang uitgevallen editoriaal in De Morgen aan. 'Voor het eerst publiceren we vandaag een uitvoerig interview met Filip Dewinter, leidend politicus van de extreem-rechtse partij Vlaams Belang'.

A ja, en dan?, was mijn eerste reflex. Dat heb ik wel vaker. Ik ben van nature een 'Et alors?'-type. Maar goed, ik bladerde toch maar door naar pagina 12, waar de heer Dewinter op een drie kolommen grote foto enigszins bedenkelijk net naast de lens kijkt, alsof de fotograaf hem dat zo gevraagd heeft. Op de pagina ernaast een kleinere foto met een gesticulerende Vlaams Belangpoliticus en een ietwat stuurs kijkende Joël De Ceulaer, de interviewer met dienst, beiden gezeten in een soort nepantieken salon, maar laten we het hier vooral niet over de gustibus en zo hebben.

Mijn 'En dan?' heeft vooral te maken met het groots uitpakken. Waarom? En: waarom nù? Een kwarteeuw geleden was de Vlaams Blokker nog een curiosum, op weg naar een eclatant verkiezingssucces, waarvoor prompt de term 'Zwarte Zondag' zou bedacht worden, maar dat wisten we in al onze hooghartige naïviteit nog niet. Het Blok, dat waren toch die neonazi's en fascisten, die we vooral moesten doodzwijgen? Viel dat even tegen, zeg! Zwarte Zondag was dan nog maar een lichtgrijze variant op de verkiezingszondagen die de daaropvolgende vijftien jaar zouden volgen, tot het Vlaams-nationalistisch discours opnieuw werd opgeëist door de Volksunie, zij het in een nieuwe verpakking, in feller geel en zwart.

Achteraf bekeken is altijd makkelijk praten, maar eigenlijk hadden we toen meer nood aan een lang interview met de bezemveger met de bokshandschoen dan nu. Als je dat wil, kun je nu overal lezen wat de Brugse inwijkeling in Antwerpen en zijn kornuiten nastreven. Ja, zelfs in De Morgen, waar elke extreem-rechtse scheet aan bod komt. Niet in interviewvorm, maar in de vorm van redactionele bijdragen over de standpunten van Vlaams Belang. Zelden op de voorpagina, maar ook niet weggemoffeld in een klein hoekje op pagina veertien of daaromtrent.

Het cordon sanitaire werd nooit opgeheven, net zomin als het cordon médiatique, maar de ideeën van wijlen Vlaams Blok werden geheel of gedeeltelijk overgenomen, anders verpakt en soms voor een stuk in de praktijk uitgevoerd, terwijl de media de opnameapparatuur niet meer in een Pavloviaanse reflex afzetten als iemand van VB iets roept, wel integendeel, elke scheet valt tegenwoordig in alle geuren en kleuren te bewonderen. En dat is normaal. Ik heb er niets op tegen om alle deelnemers aan het politieke spectrum aan bod te laten komen. Dat heet onpartijdig zijn. Zo objectief mogelijk berichtgeven. Maar wel altijd: kritisch blijven, afstandelijk, de juiste vragen stellen, ook al hoort de geïnterviewde die niet graag.

In onverdachte tijden, 1995 om precies te zijn, vatte ik de idee op om in de aanloop naar de parlementsverkiezingen twaalf kopstukken uit de Vlaamse politiek te interviewen voor het boek Hoogvliegers in de Wetstraat, een titel die de uitgever bedacht in volle Agustacrisis. Moest ik ook iemand van het Blok aan het woord laten? Na toch wel zeker zevenentwintig seconden piekeren, had ik mezelf al overtuigd: ja, dat moest! En dus maakte ik een afspraak met Karel Dillen, de toenmalige voorzitter voor het leven van VB. Of ik het er als reporter goed vanaf gebracht heb, kunt u met een beetje geluk ontdekken in de ramsj, tenzij u een van de 772 kopers was, waarvoor mijn oprechte dank met terugwerkende kracht. Ik ben ervan overtuigd dat ik niet medeplichtig was aan het succes van het Blok in de daaropvolgende verkiezingen. Maar doodzwijgen was voor mij niet aan de orde. Dan maak je er een verboden en juist daardoor nog veel aanlokkelijker vrucht van.

Hier past ook een reductio ad Hitlerum: stel dat het nu 1944 is, maar dan wel met sociale en andere media, en je zou de kans hebben om de Führer te interviewen, moet je dat dan doen? Ik vind van wel. Zeer goed voorbereid, zonder angst voor represailles, onmiddellijk onderbrekend wanneer hij een racistische dooddoener poneert. (Ik heb niet voor niets twee jaar privé-les gehad van Maurice De Wilde, eenzaam en alleen dat ik was in mijn studierichting.) Een cordon médiatique werkt alleen maar contraproductief, het is zeer naïef om te veronderstellen dat je daardoor potentiële kiezers weghoudt bij dat soort figuren. Het is een dédain dat je wel vaker tegenkomt in journalistieke kringen. Journalisten willen al te vaak Mitspieler zijn, terwijl ze uiteindelijk toch maar langs de zijlijn staan.

Alleen vraag ik mij dus nogmaals af: waarom, De Morgen? En vooral: waarom nù? Als een interview met zoveel poeha wordt aangekondigd, dan verwacht ik minstens dat Dewinter zich verontschuldigt voor meer dan een kwarteeuw ranzige standpunten. Dat hij de islam omarmt of pleit voor ongeziene tolerantie bij de Vlaming. Dat hij het 70-puntenplan afzweert. Of het tegendeel: dat hij nog een tandje bijsteekt in zijn retoriek en oproept tot geweld tegen elke vreemdeling, ik roep maar wat. Niets van dat alles. Ik heb niets geleerd uit dit interview. Alles is al gezegd geweest, in andere interviews in andere tijden in andere omstandigheden in andere media.

Een interview met de 33-jarige Filip Dewinter had me doen huiveren, maar zou me mogelijk ook iets geleerd hebben over zijn beweegredenen en zijn toekomstige plannen. Een interview met de 53-jarige Filip Dewinter had ik vooraf al zelf letter per letter kunnen uitschrijven, zo voorspelbaar is het. Ik vind dat jammer.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post720

En de winnaar is... de radio

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, maart 19, 2016 12:53:55

'We hebben hem'. Staatssecretaris Francken liet zich voor zijn tweet inspireren door Paul Bremer, de Amerikaanse bestuurder van Irak ten tijde van de tweede Golfoorlog, toen die na de arrestatie van Saddam Hoessein op 13 december 2003 de geïmproviseerde persconferentie opende met 'Ladies and gentlemen, we got him!' Cowboytaal, typisch Amerikaans, nu stoer overgenomen door Francken, die snel werd teruggefloten door andere regeringsleden, want zijn tweet werd kort daarna verwijderd. 'We hebben hem' is dan ook geen taal voor een regeringsfunctionaris, laat dat aan de yankees over.

***

'We hebben het'. Zo moet het op verschillende nieuwsredacties geklonken hebben. Een cameraploeg van VTM stond 'toevallig' in de buurt, een ploeg van Het Journaal was blijkbaar zelfs een uur voordien al ter plekke (maar maakte geen beelden omdat de politie dit vriendelijk gevraagd had), nieuwssites braakten 'Breaking' uit alsof het om een ordinaire indigestie ging. Ik ben een nieuwsjunkie, ik volg het nieuws via verschillende platformen, maar ik ben ook een voorstander van slow journalism. Liever nog wat tijd te verliezen door te triplechecken dan ongecontroleerd iets in de ether te pleuren 'want de anderen doen dat ook'. Ik word daar, eerlijk gezegd, een beetje ziek van. Als journalistiek hoernalistiek wordt — denk aan de redactioneel lijkende advertenties waarmee we steeds vaker om de oren worden geslagen — is dat heel erg, als er alleen nog plaats is voor de snelle wip wordt deze oudere jongere weemoedig. Niet dat het vroeger beter was, nee, hoor: andere tijden, andere tekortkomingen.

Wat ik gisteravond alweer geleerd heb tussen al die ongecheckte berichten, de primeurs van min of meer betrouwbare bronnen en de eindeloze stand-ups om te zeggen dat er voorlopig niets te zeggen was door: leve de radio! Zeer alert: zodra de eerste geruchten over een huiszoeking bevestigd werden, werd dit sec gebracht, met de melding 'Zo dadelijk meer'. To the point: geen geleuter, maar korte, zakelijke updates. Feitelijk: af en toe iets in de voorwaardelijke wijs, maar pas groots uitpakken wanneer het waar bleek te zijn. Eens te meer bleek de kracht van radio: je hebt geen beelden nodig, goed geïnformeerde journalisten volstaan. En als er niets te melden valt, draai je gewoon een plaatje. Geen gezeur. Gezien de bijzondere omstandigheden werd de uitzending van De Wereld Vandaag met een uur verlengd, zoals het hoort, want de actualiteit moet natuurlijk op de voet gevolgd worden.

Ik herhaal: leve de radio!

***

'We hebben hem'. Het werd ook in diverse toonaarden en in iets meer passende bewoordingen herhaald door andere regeringsleden, maar op een totaal misplaatst triomfalistisch toontje. Goed zo, de boosdoener werd gevat (al moeten we de rol van die hele Salah Abdeslam ook onmiddellijk relativeren: een mislukte zelfmoordterrorist, die wellicht in de ogen van iS een overbodig stukje onbenul is, een loser, niet bepaald een 'brein' of 'de gevaarlijkste man van het land'). Schouderklopje links, een glaasje cava rechts — champagne is in het kader van de begrotingsinspanningen nogal ongepast —, straks misschien ook een promotie voor wie mee op de eerste rij stond. Volledig akkoord, maar zullen we toch ook in rekening brengen dat die Abdeslam vier maanden lang spoorloos was, terwijl hij zich al die tijd gewoon op een paar honderd meter van het ouderlijke huis bevond? Eigenlijk heeft ie de hele tijd de Ronde van Molenbeek gelopen, inclusief een etappe met aankomst in Vorst. Dat zegt voor mij drie dingen: 1) het speurwerk was op z'n zachtst gezegd niet perfect, 2) de man heeft vrienden en kennissen die zijn daden vergoelijken en hem onderdak boden, 3) de strijd tegen de terreurnetwerken is niet gestreden. Er is werk aan de winkel. Cava, ça va, maar daarna moet er weer gespeurd worden.

Ik zag een foto passeren van premier Michel en minister van Binnenlandse Zaken Jambon die trots voor een jeep met op het dak vijf gewapende en onherkenbare militairen poseren. De foto werd niet gisteren gemaakt, gezien het daglicht. Maar hij werd wel vrijdagavond door Jan Jambon zelf verspreid met als tekst 'You got him, boys! so proud of you. Together we can fight terrorism'. Wat ik daarin zie zijn law and order-ministers die zichzelf voordoen als diegenen die het internationale terrorisme een kordate halt hebben toegeroepen, terwijl ze in werkelijkheid een onbeduidende, maar stevig spartelende vis gevangen hebben. Wat ik zie zijn een soort wassen beelden die de opening van een Molenbeekse vestiging van Madame Tussaud's moeten onderstrepen.

Vergelijk dit met de zakelijke toon van de Franse minister van Binnenlandse Zaken Cazeneuve: 'La menace reste élevée: la lutte contre le terrorisme doit se poursuivre sans relâche. Pensées pour les victimes du 13 novembre'. Kijk, zo hoort dat. Geen stoerdoenerij, geen hol gejuich, geen euforie. Communicatie zoals je die van de overheid mag verwachten. Zonder franjes. Het mag gerust een beetje saai lijken.

***

'Ik heb het weer'. Zo zou je de tweet die kamervoorzitter Siegfried Bracke gisteren om 19u22 de wereld instuurde kunnen begrijpen. Hij schreef: 'Of u dat nu leuk/goed vindt of niet, de waarheid gebiedt mij het opnieuw te zeggen: vtm is een uitstekende openbare omroep. Wake up, vrt!!'

Wat me tegenvalt: slechts twee uitroeptekens achter een Engelstalige (!) zin, en dat voor iemand die zopas de longen uit zijn lijf zong op het Vlaams Nationaal Zangfeest. Wat u moet weten: Bracke heeft de VRT niet als een vriend des huizes verlaten. De man die twintig jaar geleden nog stiekem tekstjes pleegde voor sociaaldemocratische blaadjes onder de nom de plume Valère Descherp, die prat ging op zijn lidmaatschap van de loge en die tijdens een lunch met de toenmalige CEO van de VRT het ontslag eiste én verkreeg van zijn hoofdredacteur — kortom, een man die het gewend was om zijn zin te doen én te krijgen ­—, wil nu op alle mogelijke en onmogelijke momenten wraak nemen omdat hij de VRT langs een achterpoortje heeft moeten verlaten. Dat een van zijn beste vrienden algemeen hoofdredacteur is van de VTM-nieuwsdienst, is geen probleem: je kiest je vrienden nog altijd zelf. Maar het is al te doorzichtig om nu al een paar jaar een hetze tegen de openbare omroep te blijven aanwakkeren. Zó laag, zó doorzichtig.

Wat ik vind: een kamervoorzitter — volgens de traditie nog altijd de 'eerste burger' van het land — moet zich terughoudend en zo neutraal mogelijk gedragen, ook al draagt hij een partijpetje. Dat de heer Bracke een voorbeeld neemt aan zijn partijgenoot Peumans in het Vlaams Parlement. Die wordt gerespecteerd door álle partijen, omdat hij zijn rol correct invult. Wake up, Siegfried!!





  • Reacties(2)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post706

De vloek van Van Laeken

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, januari 16, 2016 12:55:50

Ik weet niet hoe uw dag begon (heerlijk ontbijt, snelle hap, lekker lang bezoek aan het toilet, een vluggertje, ochtendgebed, ...?), maar de mijne begon met het lezen van een stevig opiniestuk van Luc Blyaert, de gewezen hoofdredacteur van het technologietijdschrift Data News, die een dik jaar geleden deed wat iedereen in de sector ooit wel eens zou willen doen, maar niet durft: ontslag nemen uit protest tegen nakende besparingen en naakte ontslagen.

Genaamde Blyaert had in het vakblad De Journalist onlinejournalisten 'klikhoeren' genoemd, kreeg daar heel wat kritiek op van collega's en zette zijn visie nu uitgebreider op 'papier'. "Tja, wat waren het dan wel, die twintig desktopjournalisten die nooit een scoop halen, die nooit buiten komen tenzij om naar huis te keren, die tekstjes kopiëren, knippen en plakken, die moeten zorgen voor kliks op de website en een schouderklopje krijgen als 'hun' stuk duizenden kliks haalt?", schrijft hij. Een 'beschutte werkplaats' noemt hij het netjes van de 'serieuze' redactie gescheiden werkgedeelte van de onlinejournalisten. Treffend beeld.

Vervolgens betreurt Blyaert het dat websitejournalistiek veelbelovend begon, maar algauw werd ondergedompeld in een wereld van reclamebanners, zoveel mogelijk kliks halen op zo kort mogelijke tijd (dus: vergeet checken en dubbelchecken!) en gebrek aan werkingsbudgetten. Pleur het er maar op, is het uitgangspunt, als het fout is halen we het er achteraf wel weer af. Maar Luc Blyaert gelooft toch in de digitale toekomst van de journalistiek. Meer nog: "Geef het nog een jaar of twee en kranten verschijnen enkel nog tijdens het weekend op papier". Is zijn vlijmscherpe kritiek op de huidige manier van werken in mijn ogen volkomen terecht (hij is zelfs nog braaf, vind ik), dan volg ik 'm niet meer als hij — als zoveelste doemdenker — het einde van de print voorspelt. "Print is dood over vier, vijf jaar, wie weet zelfs nog vroeger." Zoals de bioscopen zouden sluiten toen de televisie er kwam? Zoals zelfbenoemde deskundigen twintig jaar geleden al het einde van de print vooropstelden?

Blyaert is nochtans optimistisch over de toekomst. "De strijd voor de oogbal wordt groter dan ooit, maar dat zal met sterke content zijn, met sterke journalistiek, vooral digitale journalistiek met integratie van video, infografieken, sterke foto's en kennis, veel kennis. En die kennis doe je op, niet alleen met het lezen, maar ook en vooral met het praten met en luisteren naar mensen. Dat wordt de toekomst van de media."

***

Ik help het Luc Blyaert hopen. Journalistiek is niet dood, maar ze ziet er wel een beetje uit als een opgewarmd lijk. Laten we oneerbiedig stellen: David Bowie in de clip van Lazarus. Sterfbedscène. Laatste stuiptrekkingen, hopend op een deus ex machina, iets happy dat geen end is. Zou het kunnen?

Lees de artikels die je vindt onder de noemer 'de vloek van Ramsey' en je zou geneigd zijn te denken dat het niet meer goed komt met de sector van de professionele nieuwsverspreiders. U kent die vloek niet? Aaron Ramsey is een begenadigde aanvallende middenvelder van Arsenal, de huidige koploper in de Premier League. Een paar jaar geleden had iemand uitgevogeld dat er na een doelpunt van Ramsey altijd een bekende figuur stierf. Ramsey scoort op 1 mei 2011, de dag nadien wordt Osama Bin Laden neergeknald. Ramsey scoort op 2 oktober 2011, drie dagen later overlijdt Steve Jobs. Ramsey scoort op 19 oktober 2011, nauwelijks 24 uur later is de Libische dictator Muamar Gadaffi wijlen. Enzovoort, enzoverder (Whitney Houston, Paul Walker, Robin Williams). In 2015 had Ramsey het wat moeilijker en scoorde hij minder, wat tot een luide zucht van verlichting leidde in de wereld van de BNND's, de Bekende Nog Niet Doden.

Maar kijk: Aaron Ramsey is weer zeer productief begin dit jaar. Doelpunt op 9 januari, een dag later betreuren we het overlijden van David Bowie. Doelpunt op 13 januari, met als gevolg dat Alan Rickman sterft de 14de. We vergeten dan even dat Bowie en Rickman terminale kankerpatiënten waren, dat zou toch enigszins de leespret doden. Hou de komende dagen het celebrity-nieuws in het oog, want Arsenal speelt zondagnamiddag om 17u15 onze tijd in en tegen Stoke. Ramsey is in topvorm, je weet maar nooit. Tenzij men hem precies op dát veld weer met een beenbreuk moet afvoeren, zoals in februari 2010. De vloek van Shawcross, als het ware, al lees je daar minder over.

Wat mij ergert: er is dus iemand die tijd te veel had en dat allemaal is beginnen uitpluizen. Dat heeft geleid tot een 'journalistiek' orgasme en een artikel dat massaal werd gedeeld, overgenomen, geherinterpreteerd. En na de twee doelpunten/sterfgevallen van deze week wordt 'de vloek van Ramsey' door zowat alle media opnieuw opgerakeld. Niet dat er een gebrek is aan écht nieuws — dankzij de schavuiten van IS en Al Qaeda blijven de komkommers nog even in de serre —, maar in tijden van Gouden Pumps en andere ongein krijgt het lichtere werk voorrang op diepgravende journalistiek. Dat er elke week wel ergens op deze aardkloot een bekend iemand het loodje legt en dat je dus die vloek tot in den treure kunt opvoeren is een detail. Niet vervelend doen, jongen, lekker meespelen!

***

Hierbij lanceer ik 'de vloek van Van Laeken'. Ik schreef er eerder op deze plek al over, maar ik herhaal het in deze tijden van hapklare pseudonieuwsbrokken met enig sardonisch genoegen: als ik mij op een onderwerp stort, komt er geheid drama van. Voorjaar 1980 schreef ik als student aan het RITS een werkje over Alfred Hitchcock. Kort daarna overleed de Britse regisseur. Najaar 1980 maakte ik met twee collega-studenten een animatiefilmpje op A Day In The Life van The Beatles. Op 8 december van dat jaar werd John Lennon vermoord. In 1982 pleegde ik een thesis over de krant De Morgen, die prompt zware financiële problemen kreeg en ternauwernood overleefde. En er zijn ongetwijfeld nog voorbeelden terug te vinden, maar daar wil ik nu geen moeite voor doen, ik pas me een beetje aan de mentaliteit van de 'klikhoeren' aan: een vluggertje, meer bent u niet waard. En vooral: blijven klikken!

Ik heb deze week in mijn blogposts en columns onder anderen Bart De Wever, Jan Jambon, Steven Vandeput, Johan Van Overtveldt, Lionel Messi, Cristiano Ronaldo, Diego Maradona, Pelé en Johan Cruijff vernoemd, en bereidde tv-interviews met Serge Simonart, Karl Ove Knausgård en Saskia De Coster voor. Hou het nieuws maar in het oog!



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post696

Stand-up journalism

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, oktober 24, 2015 12:57:25

Het zijn sombere dagen voor de journalistiek. Alsof het afgesproken was hakt de politiek stevig in op De Afspraak en bij uitbreiding de hele VRT. P-magazine is niet meer, omdat de allesbehalve toffe pee Maurice De Velder het verlieslatende blad eerst liet doodbloeden om het vervolgens zelf voor een prikje over te nemen, wat allemaal kan en mag in Vlaanderen. Het eenmansverzet tegen het kappen van een bos in een Genks natuurgebied breidt uit, maar niet omdat de journalistiek het heikele dossier heeft uitgespit. Stand-upcomedian Wouter Deprez deed dit namelijk in z'n eentje, buiten de traditionele media om, op Facebook.

Burgerjournalistiek is goed, lees ik vandaag in het editoriaal van De Morgen. Er valt inderdaad iets voor te zeggen dat burgers een aanvullende rol spelen op de professionele journalistiek. Je kan niet alles zien, weten, ruiken, inschatten. Maar er zit ook een heel negatief randje aan, wanneer burgerjournalistiek het gaat overnemen van de mensen met een officiële journalistenkaart. Dat neigt naar abdicatie vanuit het vak. In dat geval neemt burgerjournalistiek het gewoon over en kun je je afvragen wat de rol van 'echte' journalisten nog is.

De traditionele media hebben na tien jaar online- en sociale media nog altijd geen antwoord gevonden op de snelheid waarmee langs die nieuwe wegen nieuws wordt gemaakt. Geruchten worden opgeblazen, ongenuanceerde berichten gelanceerd, vetes uitgevochten, maar soms — en eigenlijk steeds vaker — vind je diepgravende artikels terug op het internet, op blogs of alternatieve nieuwssites. Voor mijn jongste boek, £X€£$$ UNITED. Het geld van het voetbal, kon ik voor het hoofdstuk over de overname van Moeskroen-Péruwelz uitgebreid citeren uit een artikel dat ene Jens De Smet had geschreven op zijn blog. Er stond oneindig veel meer in dan ik elders had teruggevonden en na wat gedubbel- en getriplecheck bleek het nog te kloppen ook. Waarom las ik dat niet in de drie dagbladen die ik elke dag in de brievenbus vind? Waarom is het al wekenlang Wouter Deprez die de dubieuze handelswijze van het bedrijf Essers en Vlaams minister van Milieu Schauvliege aan het daglicht blootstelt en niet een van onze krantenjongens en -meisjes?

Ik stam nog uit de tijd dat elke krant elke dag minstens één primeur had. Meestal belangwekkende weetjes, maar soms ook belangrijke informatie of zelfs hallucinante dossiers. Zelfs weekbladen scoorden toen nog met exclusieve vervolgverhalen over onderwerpen die ons allemaal aanbelangen. De pikorde was in die tijd: je hoort het nieuws eerst op de radio, dan zie je het op televisie, de dag nadien lees je het uitgebreider in de krant en een weekje later krijg je — met een beetje geluk voor het blad in kwestie — de andere kant van het verhaal uitgebreid te lezen in een weekblad. Dat kan nu niet meer: actuele gebeurtenissen — van feiten tot kwakkels — lees je eerst online, de rest volgt gedwee, tijd om te dubbelchecken is er nauwelijks. Liever onmiddellijk de gedeeltelijke waarheid, dan pas veel later de correcte versie, zo lijkt het wel. Het schrikwekkende oplageverlies van dag- en weekbladen komt met name omdat die media nooit een antwoord hebben weten formuleren op de nieuwe concurrentie. Kopiëren van anderen is nooit een succesformule gebleken: dat geldt voor alle bedrijfssectoren, dus ook de journalistiek.

Het antwoord ligt nochtans voor de hand: méér slow journalism, méér onderzoeksjournalistiek, méér achtergrond en duiding. Een eenvoudig zakenmodel, waarvoor je als bedrijfsleider wel enig geduld moeten hebben. Het kan best dat je een journalist wekenlang laat broeden op een onderwerp dat uiteindelijk niet resulteert in een artikel, shit happens. Maar uiteindelijk zal het lonen. In realiteit worden medewerkers van kranten en weekbladen vandaag gedwongen om mee te lopen in de rat race, met als opdracht: breng hetzelfde, maar dan een beetje anders. Geen wonder dat lezers afhaken, ze weten het voornaamste al.

Als een stand-upcomedian nieuws kan maken, dan kunnen de professionals uit de branche dat ook. Ze moeten er dan wel de kans toe krijgen en zich uit het keurslijf van formatjes en hapklare brokken informatie kunnen wringen. Alleen dan heeft traditionele journalistiek een kans. Zoals het in de jaren zeventig een opluchting was dat een nieuwe lichting onpartijdige, onafhankelijke journalisten zich aandiende, die niets te maken wilde hebben met de bevoogde pers en de partijpolitieke aanhankelijkheid van de meeste media, hebben we nu bevlogen journalisten nodig die tijd en middelen krijgen om op zoek te gaan naar nieuwe feiten, achtergronden, randinformatie, de ware toedracht. Stand-upjournalists, als het ware. Stand-up, journalism!: je mag het ook als een bevel lezen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post679

Gratis bestaat niet in de journalistiek

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, juli 11, 2015 13:06:54

Zouden ze bij gentenaar.be ondertussen al iemand gevonden hebben die gratis en voor niets - nou ja, in ruil voor twee tickets voor de volle tien dagen - verslag zal uitbrengen van Klankfest, het dancefestival dat van 17 tot en met 26 juli plaatsvindt in de Vooruit? Ik vermoed van wel. Ietwat liefhebber van dancemuziek denkt al snel: 15 euro in voorverkoop, 29 euro de dag van Snoopadelic, mijn lief, vriend of vriendin mag mee, dat bespaart mij - even snel uitrekenen - 328 euro, daar doe ik het voor! 328 euro, dat is een flink bedrag voor een festivalganger. En je kan er mee uitpakken dat je je lief, vriend of vriendin een fijn cadeau schenkt. Waarna je vervolgens minstens 32,8 euro per avond uitgeeft aan drank en eten, maar dit vergeten we even.

328 euro, dat is een bescheiden kost voor de website van De Gentenaar. Die tickets hebben ze wellicht gratis gekregen van de organisator ('accreditatie', heet dat), kostprijs dus in realiteit nul euro. Die verslagjes - hoe krakkemikkig geschreven ook - kosten eveneens nul euro. Occasionele dt-fout, ach, wie maalt erom, het gaat om dance, vrienden, niet om een essay over een heel moeilijk onderwerp. En het is, laten we wel wezen, máár een website. Een freelancer ernaartoe sturen kost zelfs in crisistijden waarin alles en iedereen als een citroen wordt uitgeknepen - freelance journalisten op kop - meer dan 328 euro voor tien dagen. Tel uit je winst!

***

Ik heb me boos gemaakt. Journalistiek wordt in dit fijne land bij de Noordzee hoe langer hoe meer als een uit de hand gelopen hobby beschouwd en wie betaalt er nu voor een vrijetijdsbesteding? Journalistiek is in Vlaanderen onderdeel geworden van een bucket list: wat heb je vandaag gedaan, o, ik heb een stukje laten publiceren in de krant, tof, ik wil dat ook doen! Journalistiek kampt met een negatief imago: is het dan wel een goed idee om het toe te vertrouwen aan amateurs? Ik dacht het niet.

Journalistiek is een vak, dat traditioneel bedreven werd en - gelukkig nog in de meeste gevallen - wordt door professionals. Ze lopen soms wel nukkig rond, zijn een tikkeltje arroganter dan de doorsnee burger, hebben een air van hier tot in Tokyo, zijn uiteindelijk niet altijd even bekwaam, kortom: journalisten zijn mensen zoals u en ik, met dien verstande dat ik journalist ben, dus: zoals u. Mensen die iets kunnen - analyseren, synthetiseren, de juiste vragen stellen, een verstaanbaar stukje schrijven in een heldere taal - dat andere mensen niet kunnen, maar dat is niet erg, want die kunnen dan weer andere dingen die die journalist niet kan. Laat mij niet behangen of een waterleiding herstellen, bijvoorbeeld, maar ik kan er wel iets over schrijven. Ieder zijn métier.

Burgerjournalistiek is al een tijdje in opmars. Ik vind het goed dat individuele burgers problemen of bijzondere voorvallen signaleren aan de pers, al heb ik wel bedenkingen bij de manier waarop. Vaak is het niet veel meer dan buurtje-pesten. Als die burger zijn semi-journalistieke bijdragen tot de mensheid dan ook nog eens onverkort kan laten opnemen in een medium, zitten we helemaal verkeerd. Een vak is een vak, een vakman is een vakman. Vraag me niet als behanger, zelfs niet wanneer ik mij gratis aanbied. Uw behang zal schots en scheef hangen en na er twee weken goedwillend naar gekeken te hebben, zult u alsnog een specialist inhuren, tégen betaling, met nieuw behangpapier, waardoor u meer zult betalen dan oorspronkelijk de bedoeling was.

***

Om diezelfde reden huiver ik voor burgerwachten, om een ander voorbeeld aan te halen dat al een tijdje in is en - hoe kan het anders? - komt overwaaien uit de Verenigde Staten. Noem mij ouderwets, maar ik vind dat onze veiligheid in handen moet liggen van professionals: politieagenten, militairen, brandweerlieden. Vrijwilligers zijn oké in uiterste nood - als er een brand woedt na die uit de hand gelopen barbecue hoop je toch maar dat die overbuur die vier dagen opleiding brandjes doven heeft gehad een handje komt toesteken bij het blussen -, maar het mag geen regel worden.

Vrijwilligheid wordt ook bij ons steeds vaker gestimuleerd, maar om de verkeerde redenen. Een vrijwilliger is iemand die een surplus moet kunnen bieden op piekmomenten, wanneer de vaste krachten de plotse hoeveelheid werk niet meer aankunnen. In geval van een overstroming juich ik het toe dat de zandzakjes gratis en voor niets worden gelegd door attente mensen voor wie solidariteit geen vies woord is. Maar om de dijken te versterken reken ik op professionals, mensen die daar verstand van hebben en die daar correct voor betaald worden.

Door werkzoekenden en andere thuiszitters met zachte dwang richting vrijwilligerscircuit te duwen, krijg je een perverse vicieuze cirkel: vrijwilligheid wordt normaal, betaalde jobs verdwijnen. En dan klagen we nog wat verder over de stijgende werkloosheid en knelpuntberoepen. Dat laatste zijn jobs die zo levensnoodzakelijk zijn voor een moderne samenleving dat we ze uit principe onderbetalen, ja, zo gaat dat.

***

'Gratis bestaat niet', riepen de tegenstanders van wijlen Steve Stevaert, toen die busreizen 'gratis' maakte voor senioren. Ze hebben gelijk: iemand betaalt op het einde van de rit de rekening. Is het niet de bejaarde, dan is het de overheid: wij allemaal, dus.

Gratis bestaat ook in de journalistiek niet. De (ludiek bedoelde?) actie van De Gentenaar is niet gratis, maar gratuit. Profiteren van de goodwill van amateurs om betaald werk over te nemen, terwijl er steeds meer professionele journalisten rondlopen die het moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Zullen we een Groot Woord van stal halen? Dit is broodroof. Niet meer, niet minder. Dit is trappen op de ziel van de echte journalist. Dit is het werk van vakmannen belachelijk maken.

Zullen we nog wat ideeën lanceren? U mag tweehonderd dagen per jaar gratis rondlopen in het parlement, op voorwaarde dat u de dingen die u in de wandelgangen opvangt - die ruzie tussen partijvoorzitters, die amoureuze uitspatting tussen twee vergaderingen door, die wenende parlementariër die zijn wetsvoorstel net gekelderd zag worden - netjes rapporteert aan de krant. U mag een heel jaar vlieg op de wand spelen bij een tournee van uw favoriete zanger, als u in ruil uiteraard alle roddels eventjes uitschrijft. (Gratis, belangeloos, voor niets) Enzovoort, enzoverder.

***

Denk vooral niet dat ik dit epistel heb geschreven uit persoonlijke frustratie. Ik werk momenteel voor een andere mediagroep dan die van gentenaar.be, waar naar Vlaamse normen goed betaald wordt en mijn maandelijkse bedrag ook nog eens correct (dat wil zeggen: het juiste bedrag binnen de dertig dagen na indienen van de factuur op mijn bankrekening) wordt verrekend. Ik prijs me gelukkig in het besef dat dit - alweer naar Vlaamse normen - hoogst uitzonderlijk is tegenwoordig. Waardoor dit eerbare beroep van journalist - waar 'de' mensen ooit zo naar opkeken, overdreven veel zelfs - steeds minder ernstig wordt genomen. Nog even en het is een knelpuntberoep, dat vooral wordt uitgeoefend door vrijwilligers.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post657

Leve de thesis!

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, juli 04, 2015 12:24:30

'Schaf de thesis af', zo orakelde ene Stéphanie Verzelen, masterstudente Journalistiek en stagiaire bij het blad Goesting, deze week in De Morgen. Het was de slotzin van een betoog dat voor de nodige commotie zorgde. Meer commotie dan er in de sociale media is over Griekenland, tussen haakjes, wat veel zegt over het engagement van de aanwezigen op die plekken: alles wat buiten een pisstraal van bij ons ligt, is de Ver-van-ons-bed-show. Think global, act local is eerder Don't think, act local geworden. Maar soit, ik wijk af nog voor ik een eerste ter zake doende letter heb ingetikt.

Juffrouw Verzelen deed de gemoederen verhitten, wat in het midden van een hittegolf geen goed idee is: wie haar mening deelde sprong vrolijk mee in de koele fontein van de anti-thesisbeweging, wie dat niet deed kreeg okselvijvers van de inspanningen om haar schrijfsel - laten we 't een mini-mini-thesis noemen - af te branden.

Ze heeft de verdienste dat ze het thema op tafel heeft gegooid, laten we het daarover eens zijn. Zo af en toe eens stilstaan bij decennialange geplogenheden en die openlijk in vraag durven te stellen, is noodzakelijk. Alleen zo kan een samenleving stappen voorwaarts maken. Als ze schrijft dat sommige thesissen weinig zinvol zijn - ze gaf zelf het voorbeeld van een masterscriptie over het gebruik van het woord 'en' in middeleeuwse geschriften, ja, dan zeg ik ook: 'En dan?!' - dan zal dat wel. Er zijn nu eenmaal wereldvreemde professoren die hun wereldvreemdheid overdragen op wereldvreemde studenten die maandenlang zitten te wroeten op een lap wereldvreemde tekst. Niet doen, daar heeft niemand wat aan, buiten dan die professor in zijn wereldvreemde werkkamer.

Zelf schreef ik in het gezegende academiejaar 1981/1982 een thesis waarvan het onderwerp mij was aangereikt door de sympathieke, constant verwarde, ietwat wereldvreemde professor André Vandenbunder, zaliger sinds 2002. Dat was een filmtheoreticus gespecialiseerd in semiotiek die ook nog eens sociologie doceerde, of iets wat daarop geleek. Hij had zich verdiept in de analytische aanpak van een andere hooggeleerde professor van wie me de naam niet meer te binnen wil schieten - het was een Duitser of een Zwitser - die een methode had ontworpen om via kwantitatief onderzoek te bepalen wat het verschil was tussen de diverse dagbladen en tijdschriften, zodat je à la limite zelfs kon bepalen wat een kwaliteitskrant was en wat pulp.

En zo ging ik aan de slag, met meetlat en primitieve rekenmachine, en berekende ik politieke, economische en sportieve berichtgeving in alle Vlaamse kranten van dat moment, om uit te komen bij het met een schrale 12 op 20 - ongetwijfeld een andere professor die jaloers was dat ik zijn wereldvreemd onderwerp niet had gekozen! - bekroonde Kwantitatieve inhoudsanalyse van het dagblad De Morgen. Het ligt hier nog ergens in huis, al weet ik bij benadering niet meer of het in de kelder of op zolder ligt tussen ander oud papier.

Mijn thesis werd nergens gepubliceerd, juffrouw Verzelen, ontving ook geen scriptieprijs (bestond dat toen al?), heeft me niet dadelijk aan een geweldige job geholpen, ik heb de tekst ook niet meer gebruikt in mijn latere Leven & Werk, dat klopt allemaal wel. Maar het heeft me wel gedwongen om statistische gegevens te gebruiken, cijfers te analyseren, contexten te onderzoeken, voor mezelf conclusies te trekken en die zo helder mogelijk en in een klare taal op papier te zetten. Dat is niet niets, hoor: dat heet bijna journalistiek. Net echt. En dat wilde ik gaan bedrijven, later, als ik groot was. Ik durf zeggen dat ik daar en dan een eerste brokje van het mooie en helaas soms ook foeilelijke vak geleerd heb, ook al vervloekte ik toen die lange uren in mijn eenzame studeerkamer.

'Vacature na vacature smeekt ons om werkervaring', schrijft Stéphanie Verzelen nog. Dat kan best, maar dat is dan een grondig foute benadering vanuit de bedrijfswereld, die er nog altijd vanuit gaat dat jonge werkkrachten met ervaring geboren worden. Toen ik afstudeerde en op zoek moest naar werk - geen eenvoudige opdracht in de crisisjaren tachtig - lachten we er in mijn vriendenkring een beetje groen om: 'Bedrijf X zoekt iemand voor functie Y, maximaal 25 jaar oud, perfect zeventalig, minstens tien jaar ervaring'. Bedrijven moeten leren aanvaarden dat ervaring niet aangeboren is en dat het ook niet volstaat om een paar maanden stage te doen, al helpt dit uiteraard wel.

Juffrouw Verzelen noemt zich niet alleen 'journaliste in spe', maar ook 'masterstudente journalistiek met zero onderzoeksgerelateerde ambities'. Een 'journalist' die niet wil onderzoeken, wat is dat dan? Iemand die als een monkey voor peanuts Engelstalige stukken overneemt, hier en daar een dt-fout toevoegt om de gejatte tekst toch een beetje eigen karakter mee te geven, voorgekauwde hapklare brokken copypaste in een vastgelegde format? Ik gun juffrouw Verzelen haar carrière, maar sta me toe om dat niet te catalogeren onder 'journalistiek'. Een journalist - zelfs al is hij/zij géén onderzoeksjournalist die zich maandenlang verdiept in één onderwerp - is per definitie iemand die onderzoekt, analyseert, verbanden legt, jawel, statistische en andere analyses maakt. Iemand die zich vragen stelt, zoals je dat aan het begin van een thesis placht te doen.

Tussen de vele, soms voze replieken op het opiniestuk van Stéphanie Verzelen zat een hele mooie van onderwijsdeskundige Pedro De Bruyckere. Die liet vrijdagochtend in De Morgen noteren: 'Je kunt niet kiezen voor een wetenschappelijke, academische richting en dan klagen dat je iets wetenschappelijks en academisch moet doen.' Zo is het maar net.

Nee, een wereldvreemde thesis heeft weinig nut, tenzij dan dat je leert onderzoeken en schrijven. Ja, een thesis over een maatschappelijk relevant onderwerp blijft zeer zinvol. Leve de thesis!



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post655
Volgende »