Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Koude Oorlog

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken za, maart 01, 2014 17:32:52

Woensdag zat ik bij Q-music voor een interview met Sven Ornelis. Uiteraard kwam de anecdote uit 1988 opnieuw ter sprake, toen de vijftienjarige Sven een briefje had gestuurd naar Sovjetleider Gorbatsjov om hem aan te moedigen met zijn glasnost en perestrojka. De jonge Ornelis wilde niet liever dan dat de Koude Oorlog zo snel mogelijk gedaan zou zijn. Een jaar later mocht hij Gorbatsjov persoonlijk de hand schudden, nog wat later implodeerde de Sovjet-Unie, werd de Muur in Berlijn gesloopt en schreven voorbarige historici vuistdikke boeken onder ronkende titels als 'Het einde van de geschiedenis'. Fuck you, Yama, schreef ik toen al over de blaaskaak Francis Fukuyama, maar dit geheel terzijde.

En kijk eens aan, de geschiedenis is helemaal niet geëindigd, het kapitalisme heeft het niet gehaald (geen enkele ideologie, trouwens) en de Koude Oorlog is weer helemaal terug. Met dank aan Vladimir Poetin, de president-dictator van Rusland, die nog altijd droomt van een hereniging van het machtige Sovjetrijk van weleer. De man dribbelt van het ene prestigeproject naar het andere: de straten zuiveren van homo's, de Olympische Winterspelen van Sotsji en nu het herstellen van het regime van de behoorlijk Ruslandvriendelijke president Janoekovitsj in Oekraïne.

De dreiging van een burgeroorlog leek vorige week afgewend in Oekraïne, onder meer na actieve tussenkomsten van Europese parlementariërs als Guy Verhofstadt en dank zij de sterke interne oppositie binnen het land, maar Kiev herleefde maar tijdelijk. Janoekovitsj werd met de nodige égards onthaald in Rostov en misschien binnenkort in Moskou ('Hallo, ik ben Viktor Janoekovitsj. Hallo, ik ben Edward Snowden.', ik verzin maar even een denkbeeldig gesprek in de coulissen van het Kremlin). Het was in Rostov dat hij gisteren een persconferentie gaf om 'zijn' land opnieuw op te eisen. Zijn tijdelijke, objectieve bondgenoot Poetin knikte goedkeurend buiten beeld, al heeft die allicht persoonlijk grootsere plannen met Oekraïne.

Zoals al voorspeld was in de laatste week van de Spelen, heeft Poetin gewacht tot na afloop van de peperdure winterparty in Sotsji om in te grijpen in zijn buurland. Een indrukwekkende troepenmacht verzamelde aan de Krim, een Oekraïens schiereiland in de Zwarte Zee en de Zee van Azov. Vandaag kreeg Poetin van het Russische parlement de toestemming om effectief soldaten op Oekraïense bodem in te zetten. Een formaliteit, want Poetin heeft dat parlement in zijn binnenzak. Iedereen in Rusland is schatplichtig aan deze dictator en wie dat niet is of wil zijn, wordt vervolgd en opgejaagd of opgesloten (politieke tegenstanders, Pussy Riot, homo's en lesbiennes).

De huidige toestand, voorlopig een patstelling en stevig spierballengerol, wellicht heel binnenkort daadwerkelijk gevolgd door een militaire interventie, doet heel sterk denken aan de ontvlambare situatie in de Bay of Pigs, ondertussen bijna drieëneenvijftig jaar geleden. Toen vochten Kennedy en Chroestsjov een gevaarlijk spelletje armworstelen uit, waarbij het risico op een Derde Wereldoorlog heel even acuut leek. Vele jaren later heetten de protagonisten Reagan en Brezjnev/Andropov/Tsjernenko (de Sovjetleiders stierven bij bosjes in de eerste helft van de jaren tachtig). Pas met de komst van verlichte geest Michail Gorbatsjov werd de lont uit het kruitvat gehaald.

Er passeerden heel wat hele en halve gekken aan beide kanten van het Koude Oorlogsspectrum. Het verschil met vandaag is echter dat Poetin een ronduit gevaarlijke gek is. Geen ideoloog, maar een ziekelijke combinatie van een platte opportunist en een machtsgeile sociopaat. In het Witte Huis zit tegenwoordig de eerder weifelende Obama, die gisteravond wel harde taal sprak, maar allicht toch terughoudend zal zijn, mochten de Russische troepen straks Oekraïne binnenvallen en bezetten. De wereld mag opgelucht ademhalen dat de tandem Bush-Cheney niet meer de baas is in Washington, D.C., anders zat je nu met een bijzonder explosieve toestand. Ook de Europese Unie heeft te weinig tanden om terug te bijten en houdt het bij wat amechtig geblaf.

Vladimir Poetin is momenteel veruit de gevaarlijkste wereldleider. Er zijn misschien wel wredere potentaten terug te vinden in hun luxueuze paleizen, maar die zijn vooral gericht op hun eigen land en hun eigen bevolking. Poetin denkt ruimer, heeft heimwee naar de macht en pseudoglorie van het oude Sovjetrijk. Daar word ik niet vrolijker van, zelfs een tikkeltje ongerust, want zijn er wel mensen met gezond verstand in de entourage van de Russische president, die hem ook durven afremmen wanneer dat nodig blijkt?

Koude Oorlog... Ook op dat vlak begint dit tijdsgewricht steeds meer op die verfoeide jaren tachtig van de vorige eeuw te gelijken. Geen prettig vooruitzicht.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post353

Nelson Mandela (1918-2013)

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken vr, december 06, 2013 00:30:54

Een slanke, opgeschoten zwarte man met grijzend haar stapt kaarsrecht, met zijn echtgenote aan zijn zijde, hand in hand, op de massa zwarte toeschouwers af. Zij lacht, hij kijkt ernstig. Trots, sereen, statig, ja, als een staatsman wandelt hij. En hij steekt zijn rechtervuist op. Af en toe wijst hij naar iemand in het publiek en zwaait. Het is 11 februari 1990. De beelden worden over de hele wereld rechtstreeks uitgezonden op televisie. De man is Nelson Mandela en hij is na zevenentwintig jaar gevangenschap eindelijk vrij. De tranen biggelen over mijn wangen.

Het is een historisch moment in een era dat bol staat van de historische momenten. Drie maanden eerder is in Berlijn de muur gevallen. De Sovjet-Unie begint te verbrokkelen. De hereniging tussen de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland) en de Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) is een kwestie van maanden. De Koude Oorlog is bijna ten einde. Een spreekwoord met 'sky' en 'limit' brandt op vele lippen. Zoals meestal bedriegt schijn, maar het is in dit geval wel schone schijn, iets waar je je na de duistere jaren tachtig met zijn economische verval, werkloosheid, verrechtsing van de samenleving en aids aan kunt optrekken.

Dat Mandela wordt vrijgelaten heeft hij te danken aan de internationale druk, die het verderfelijke Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime in de jaren tachtig waar mogelijk boycotte (zij het niet altijd even consequent en van harte), en het aan de macht komen van de hervormingsgezinde president F.W. de Klerk in september 1989. Maar allicht ook aan de vele veranderingen in dit specifieke tijdsgewricht. De Klerk heeft dat goed gezien: deze geste is niet alleen noodzakelijk om de explosieve toestand in Zuid-Afrika niet te laten ontaarden in een bloederige burgeroorlog, het past ook bij de andere Grote Gebaren die op datzelfde ogenblik worden gemaakt.

Rolihlahla

Rolihlahla is zijn eigenlijke voornaam, wanneer hij op 18 juli 1918 in Mvezo aan de Oost-Kaap, dan nog in de Unie van Zuid-Afrika, geboren wordt. In de taal van zijn volk, de Xhosu, betekent Rolihlahla zoveel als 'aan de tak van een boom trekken', maar ook: 'lastpost'. Nomen est omen?

'Hendry Mandela was een strenge vader, behept met een koppigheid die zijn zoon van hem heeft geërfd, zo vermoedt hij zelf,' schrijft Anthony Sampson in de uit 1999 daterende en zeer lezenswaardige geautoriseerde biografie Mandela. 'Hendry was een heiden, een analfabeet en had meerdere vrouwen - maar hij had een rijzige gestalte, een waardig voorkomen en een donkerder huid dan zijn zoon en voelde zich niet in het minst de mindere van de blanke.'

Dat hij voorbestemd lijkt voor grootsheid blijkt ook uit zijn bijnaam: Madiba. Een naam die in die dagen wordt gegeven aan de leden van de koninklijke familie Thembu, die aan de macht is in de regio Transkei. Al behoren de Mandela's dan wel maar tot een zijtak van de Thembu's. Als hij op zijn zevende voor het eerst naar school gaat, geeft zijn lerares hem een Engelse roepnaam, Nelson, omdat dat volgens haar beter klinkt dan Rolihlahla. Zeven jaar na Rolihlahla wordt Nelson Mandela geboren.

ANC

In 1944 engageert advocaat Nelson Rolihlahla Mandela zich bij het African National Congress, ANC, dat de segregatiepolitiek van de blanke minderheid in Zuid-Afrika bestrijdt. Mandela doet dat aanvankelijk geweldloos, want hij gelooft heel sterk in de principes van Mohandas 'Mahatma' Gandhi, de Indiase politicus die tussen 1894 en 1948 opkwam voor de onafhankelijkheid van zijn land en die tussen zijn 24ste en zijn 44ste in Zuid-Afrika had verbleven om er de Indiase minderheid te ondersteunen. Het is trouwens in Zuid-Afrika dat Gandhi zijn doctrine satyagraha ('trouw aan de waarheid') ontwikkelde. Omwille van zijn huidskleur werd hij er als uitschot behandeld.

Wat ons terug bij Mandela brengt. Omdat de geweldloze acties van het ANC niet de verhoopte resultaten opleveren, kiest de organisatie begin jaren zestig voor openlijk verzet en sabotagedaden tegen het Apartheidsregime en zijn vertegenwoordigers. Het ANC wordt vervolgens buiten de wet gesteld en Mandela zelf wordt in 1961 beschuldigd van hoogverraad. De rechter spreekt hem vrij. Op clandestiene bijeenkomsten blijft Mandela pleiten voor nationale eenheid. 'Wij Afrikanen moeten als één man voelen, handelen en spreken,' zegt hij in maart 1961. 'Wij moeten deze conferentie verlaten met een volledig uitgewerkte voorbereiding voor een multiraciale nationale vergadering waarin alle rassen volledig vertegenwoordigd zijn.'

Enkele maanden later zegt hij in een opgemerkt tv-interview met de BBC dat het brute geweld van de overheid het ANC noodzaakt om over te stappen op een andere tactiek die niet meer geweldloos zal zijn. Mandela is nu helemaal verplicht om ondergedoken te leven, maar op 5 augustus 1962 wordt hij toch gearresteerd en een jaar later op een marionettenproces veroordeeld wegens het voorbereiden van een guerrilla-oorlog. De rechter is mild: het wordt levenslang, niet de doodstraf.

Gevangene 46664

Tussen 1964 en 1982 verblijft Nelson Mandela in een cel van 2,4 bij 2,1 meter op Robbeneiland. Hij is de 466ste die er in het jaar 1964 wordt geregistreerd als gevangene: het nummer 46664 wordt op zijn arm getatoëerd. Later zal hij worden overgebracht naar andere gevangenissen, in Tokai en Paarl, waar de behandeling menswaardiger wordt en de cipiers hem respecteren. Het regime voelt dan al aan dat Apartheid zijn beste tijd heeft gehad en knoopt geheime besprekingen aan met Mandela, die na een kwarteeuw in de cel nog altijd gezien wordt als de voornaamste leider van het ANC.

In het westen voert ook de artistieke wereld de druk op. De gewelddadige dood van burgerrechtenactivist Stephen Bantu Biko in 1977 inspireert Peter Gabriel tot de song Biko, die in 1980 vrij anoniem terecht komt op zijn derde elpee, maar die in de jaren daarna uitgroeit tot een massaal meegezongen hymne op talloze muziekfestivals, waarbij het publiek samen met de zanger de vuist balt tegen het onrecht dat de zwarten in Zuid-Afrika te beurt valt.

Special AKA, een spin-off van het Britse ska-gezelschap The Specials, verovert drie jaar later de internationale hitparades met het aanstekelijke Free Nelson Mandela. En in 1988 zorgt de dan zeer populaire Eddy Grant er met Gimme Hope Jo'anna voor dat de aandacht van het westen niet verslapt. 'Jo'anna' slaat zowel op de stad Johannesburg, als op de blanke minderheidsregering die er resideert. Het is vrolijk huppelen op de dansbare muziek, maar de boodschap gaat ondanks alle vrolijkheid niet verloren. Vooral omdat Zuid-Afrika totaal geïsoleerd staat en er, op een enkeling als de blootsvoetse atlete Zola Budd na, geen Zuid-Afrikanen te zien zijn op grote sporttoernooien en andere internationale evenementen.

Wijze staatsman

De vrijlating van Nelson Mandela in 1990 is een kentering ten goede, omdat de man, die zevenentwintig jaar was afgesneden van de wereld, geen wrok koestert en drommels goed beseft dat één verkeerd begrepen woord van hem onmiddellijk tot onlusten zou hebben geleid. Mandela dwingt De Klerk en zijn blanke regering achter de schermen tot verregaande toegevingen, maar in het openbaar spreekt hij verzoenende taal. In 1993 ontvangen Mandela en De Klerk samen de Nobelprijs voor de Vrede.

In april 1994, meer dan vier jaar na zijn vrijlating, wint Mandela de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika. Hij is dan al 74. Reeds tijdens het ultieme verkiezingsdebat verrast Mandela blank Zuid-Afrika door zijn concurrent, De Klerk, live op tv te omhelzen. 'Het leek een spontaan gebaar, maar in feite was het zorgvuldig geoefend,' schrijft Sampson in Mandela. Na de overwinning benoemt hij De Klerk tot vice-president, met als plaatsvervanger Thabo Mbeki, de man die hem vijf jaar later moet opvolgen, want Mandela geeft aan dat het voor hem bij één ambtstermijn zal blijven.

Het einde van de twintigste eeuw kijken we op naar die wijze staatsman, daar helemaal in het zuiden van het Afrikaanse continent; een man die spaarzaam spreekt, maar als hij het doet, krijgen zijn woorden veel gewicht en wordt er naar hem geluisterd. Maar westerse politici maken ook misbruik van dit zwarte icoon, schrijft biograaf Sampson. 'Westerse regeringen maakten dankbaar gebruik van Mandela's aanwezigheid ter meerdere glorie van zichzelf of om de rassenrelaties te verbeteren. Maar krenterige onderhandelaars voelden zich weinig geroepen in ruil daarvoor tegemoetkomend te zijn jegens een fragiele, prille democratie. Op de wereldmarkt was er geen ruimte voor humanitaire kwesties. Zo bleef de kloof tussen de verheerlijking van Mandela als icoon en de hulp aan het land dat hij vertegenwoordigde bestaan.'

En zo blijft Zuid-Afrika ook in 2013 balanceren op een slappe koord. Na Mandela komt Mbeki en na Mbeki Zuma. Maar het raciale thema speelt nog altijd op de achtergrond, en dit keer zijn het ook de blanken die zich door hun huidskleur benadeeld voelen. Er hangt een troebele waas over de erfenis van Mandela. De vrees bestaat dat het heengaan van Nelson Mandela - ook al speelde die al meer dan tien jaar geen rol meer op het voorplan - de onrust weer kan doen groeien. Het zegt veel over het belang van de leider/de politicus/de staatsman/de verzoener Mandela, de Mahatma Gandhi van de Generatie X.

Het slotwoord is voor Anthony Sampson: 'Het is (...) niet realistisch om Mandela af te schilderen als een heilige. Zelf heeft hij nooit de pretentie gehad er een te zijn. (...) Geen enkele heilige zou in de jungle van de Zuid-Afrikaanse politiek een halve eeuw lang hebben kunnen overleven en vervolgens zo'n opmerkelijke gedaanteverwisseling ondergaan. Mandela is niet vrij van menselijke zwakheden als koppigheid, trots, naïviteit en onstuimigheid. En onder al zijn morele autoriteit en leiderschap is hij altijd op de eerste plaats politicus gebleven.'



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post321

Nachtmerrie in Elm Street

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken vr, november 22, 2013 08:12:21

Waar was u op vrijdag 22 november 1963? Elke Amerikaan ouder dan vijfenvijftig zal die vraag onmiddellijk kunnen beantwoorden. Die datum staat voorgoed in het collectieve geheugen van de Verenigde Staten geplant. Het was de dag dat de wereld werd opgeschrikt door een brutale moordaanslag. Het was de dag die ook vandaag nog leidt tot hevige discussies en polemieken. Het was de dag dat JFK vermoord werd. (Dit artikel verscheen op zaterdag 21 november 1998 in De Financieel-Economische Tijd.)

Dallas, 22 november 1963. De klok boven de Texas School Book Depository geeft 12.30u. aan. Een karavaan luxewagens draait Elm Street op. Ze zijn op weg naar de Trade Mart. Eén van hen zal er een toespraak houden. Zijn naam is John Fitzgerald Kennedy, hij is sinds drie jaar de 35ste president van de Verenigde Staten. Naast hem in de presidentiële limousine zit zijn echtgenote, Jackie, in een opvallende roze outfit. Voor hen zit het echtpaar Connally: John Connally is de gouverneur van de staat Texas, een staat die de president niet echt goed gezind is. In het diepe zuiden wordt de liberaal denkende en rooms-katholiek opgevoede Kennedy geminacht. Diezelfde ochtend verschijnt in de Dallas Morning News, de spreekbuis van conservatief Dallas, een 'Wanted'-advertentie, waarin het beleid van de president wordt aangeklaagd. Op de voorpagina van diezelfde krant staat het parcours dat JFK zal afleggen: via Main Street naar de Trade Mart.

Vreemd genoeg is dat niet het parcours dat de karavaan volgt. Die draait namelijk af in Houston Street om vervolgens een bocht van zo'n 120 graden te maken in Elm Street: Dealey Plaza heet die plek. De limousine rijdt op dat ogenblik niet harder dan vijftien kilometer per uur. JFK is een makkelijk, nauwelijks bewegend doelwit geworden. Er weerklinken schoten. De verwarring is groot. In de limousine zijn zowel de president als de gouverneur in de armen van hun vrouwen gevallen. Jackie Kennedy klimt hysterisch op de kofferruimte. Achteraf blijkt dat ze een kwab hersenen van haar man in de hand houdt. Een veiligheidsagent probeert zich aan de plots versnellende wagen vast te klampen. De chauffeur is op weg naar Parkland Hospital.

12.40u. arriveert JFK in het ziekenhuis. Elke andere patiënt zou allang opgegeven zijn, maar omdat hij nu eenmaal de president is, probeert een medisch team in Trauma Room 1 het onmogelijke te verwezenlijken. Maar een kwartiertje later geven ze het op. JFK is dood. Om toe te laten dat een priester hem 'bij leven' de laatste sacramenten toedient, wordt het officiële tijdstip van zijn dood bepaald op 13.00u. Nog eens tien minuten later tekent een dokter de officiële overlijdensakte.

Een wet in de staat Texas bepaalt dat het lijk van iemand die vermoord werd, een autopsie moet ondergaan. Zover komt het echter niet. De begeleidende dokter van de president, een admiraal, en agressieve veiligheidsagenten verplichten de lokale dokters manu militari om het lijk aan hen toe te vertrouwen; zij willen zelf de autopsie doen in Bethesda, Maryland. Zo geschiedt het ook. De kist met de president wordt naar Air Force One, het presidentiële vliegtuig, gevoerd op Love Field, de luchthaven van Dallas, waar om precies 14.38u., nauwelijks twee uur na de schietpartij, vice-president Lyndon Baines Johnson de eed aflegt als 36ste president van de Verenigde Staten.

'Patsy'

Om 13.50u. valt de politie binnen in het Texas Theatre, een bioscoop in de Oak Cliff Section van Dallas. Ze arresteert ene Lee Harvey Oswald op verdenking van de moord op agent J.D. Tippit. Tippit werd omgebracht rond kwart over één, drie kwartier na de moord op president Kennedy.

Ruim vijf uur later wordt Oswald ook officieel in staat van beschuldiging gesteld voor de moord op Tippit. Er is nog altijd geen sprake van JFK. Op een persconferentie rond twintig over elf reageert Oswald verbaasd wanneer journalisten hem vragen of hij de president heeft vermoord. 'I'm a patsy', roept hij, 'ik ben een zondebok'. De openbare aanklager zegt dat Oswald een Castro-sympathisant is, die heel actief is in het Free Cuba Committee. 'Klopt niet,' roept iemand achteraan in het perszaaltje. 'Het gaat om het Fair Play for Cuba Committee'. Die iemand is nachtclubeigenaar Jack Ruby. Twee uur later zal Oswald reporters nog altijd toeroepen dat hij officieel van niks weet.

De politie van Dallas, onder leiding van commissaris Fritz, ondervraagt Lee Harvey Oswald langdurig. Die weet intussen dat hij inderdaad als moordenaar van JFK wordt beschouwd. Op zondag 24 november moet hij worden overgebracht van het politiehoofdkwartier naar de gevangenis. Het tijdstip wordt telkens opnieuw uitgesteld. Een anonieme tipgever verwittigt de politie dat Oswald zal worden vermoord. De politie legt die informatie naast zich neer. Ook de vraag om Oswald uit veiligheidsoverwegingen niet via de garage, maar via een andere uitweg naar buiten te brengen, wordt genegeerd. De pers moet er getuige van zijn dat Oswald niet mishandeld werd, klinkt het. Om 11.17u. dagen Oswald en zijn bewakers op in de garage, die vol politie-agenten staat. Toch slaagt iemand erin tot vlak voor Oswald te springen en hem neer te knallen. Die iemand is opnieuw Jack Ruby. Oswald wordt naar het Parkland Hospital gevoerd, waar de dokters besluiten hem te opereren in Trauma Room 2 (ze vinden het ongepast de vermeende moordenaar van de president te opereren in dezelfde kamer waar JFK werd geopereerd). Rond kwart voor twaalf wordt zijn dood vastgesteld, Oswald heeft JFK geen volle twee dagen overleefd.

Ruby beweert dat hij Oswald heeft doodgeschoten om de presidentsweduwe een pijnlijk assisenproces te besparen. Meer zegt hij niet, jarenlang, ook niet wanneer hij ter dood wordt veroordeeld. Ruby tekent beroep aan tegen de uitspraak. Met succes, het Hof van Beroep van Texas vindt in oktober 1966 dat hij, wegens de hoog oplaaiende emoties in Dallas, geen eerlijk proces heeft gekregen. Maar het proces komt er niet. Ruby sterft op 3 januari 1967 aan de gevolgen van kanker. Net voordien heeft hij laten verstaan dat 'men' hem kankercellen heeft ingespoten en dat er sprake is van een samenzwering tegen Kennedy.

Onderzoekscommissies

Binnen de week na de moord op JFK beslist de nieuwe president, Lyndon B. Johnson, dat er een onderzoek moet komen. Via uitvoeringsbesluit 11130 wordt een onderzoekscommissie opgericht, bestaande uit zeven door Johnson aangeduide leden: vijf republikeinen en twee, zuiderse, democraten. Bekende namen: volksvertegenwoordiger Gerald Ford (de latere vice-president onder Nixon en president na het Watergateschandaal), gewezen CIA-baas Allen Dulles (die twee jaar voordien nog ontslagen was door Kennedy) en Earl Warren, Chief Justice (opperrechter), de hoogste magistraat van het land en voorzitter van de commissie die naar hem genoemd zal worden.

De Warrencommissie wordt meteen onder tijdsdruk gezet. President Johnson wil dat de zeven in juni 1964, ruim vier maanden voor de presidentsverkiezingen van dat jaar, met hun rapport voor de dag komen. Uiteindelijk zal het eind september worden, toch nog juist op tijd om de president positieve punten te bezorgen met het oog op de verkiezingen (die hij zal winnen).

De conclusie van de Warrencommissie is dat er geen sprake is van een samenzwering. Kennedy werd vermoord door Oswald. Punt uit. Dat de vele getuigenissen zich ofwel tegenspreken, ofwel tot een andere conclusie nopen, deert Warren & co niet. Volgens de commissie heeft Oswald drie schoten afgevuurd. Het eerste mist doel, het derde raakt de president in het hoofd en is fataal. Het merkwaardigst is het tweede schot. Omdat er bij president Kennedy nog twee andere wonden werden vastgesteld, onder het schouderblad en in de keel, en gouverneur Connally op vijf plaatsen schotwonden vertoonde, ontwikkelt de commissie de theorie dat één kogel die zeven wonden heeft veroorzaakt. Ze gewaagt van de 'magic bullet'-theorie. Die fameuze kogel wordt achteraf bijna onbeschadigd teruggevonden op een draagberrie in het Parkland Hospital.

Het Warren-rapport lekt langs alle kanten, maar geniet aanvankelijk het voordeel van de twijfel, ook al omdat de pers de geloofwaardigheid van de zeven gerespecteerde commissieleden weigert in vraag te stellen. Tot een handvol critici opstaat en zijn bevindingen op papier zet. Terzelfdertijd begint een onderzoeksrechter in New Orleans, Jim Garrison, een onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid van enkele inwoners van die stad bij de moord in Dallas. Garrison vervolgt Clay Shaw, de voorzitter van de International Trade Mart van New Orleans, op beschuldiging van samenzwering. Garrison ontdekt een link tussen Shaw en de 'huurling' David Ferrie, die nauw betrokken is bij de anti-Castro-acties van een stel Cubaanse ballingen. Shaw en Ferrie kennen elkaar vanuit het homomilieu, concludeert Garrison nog. En: zowel Ferrie als Shaw kenden ook Lee Harvey Oswald. Ferrie overlijdt echter in verdachte omstandigheden, nog vóór het proces van start gaat. Garrison zet toch door en brengt Shaw voor de rechter. Hij verliest het proces bij gebrek aan bewijzen, maar vestigt de aandacht van het Amerikaanse publiek wel op de mogelijkheid van een complot.

In 1968 verliezen Martin Luther King en Robert Kennedy, jongere broer van de vermoorde president, eveneens het leven bij een aanslag. Ook nu duiken complottheorieën op. Die zijn zo hardnekkig dat het Amerikaanse Congres uiteindelijk in september 1976 een voorstel van volksvertegenwoordiger Downing goedkeurt ter oprichting van een nieuwe onderzoekscommissie. Dat wordt de House Select Committee on the Assassinations. De commissie kent een moeilijke start: binnen het jaar trekt voorzitter Downing zich terug, wordt de commissie opgedoekt en heropgestart, en stappen twee directeuren en twee voorzitters op.

Het eindrapport van 17 juli 1979 vermeldt: 'De commissie gelooft, op basis van de beschikbare bewijzen, dat president John F. Kennedy vermoedelijk vermoord werd als gevolg van een samenzwering. De commissie is niet in staat de andere schutter of de draagwijdte van de samenzwering te identificeren.' Het gevolg is dat er geen echt nieuw onderzoek komt.

Na de film JFK van regisseur Oliver Stone, die eind 1991 in circulatie komt, ontstaat er opnieuw heisa. Stone heeft zijn scenario gebaseerd op de boeken On The Trail Of The Assassins van onderzoeksrechter Jim Garrison en Crossfire: The Plot That Killed President Kennedy van Jim Marrs, en laat zich adviseren door een gewezen Pentagon-vertrouweling, kolonel Leroy F. Prouty, die zich liever L. Fletcher Prouty laat noemen. Die drie bronnen hebben elk een uiteenlopende visie op de samenzwering, maar van één ding zijn ze zeker: het wás een samenzwering. De film lokt verdeeldheid uit. Onder impuls van verontwaardigde burgers en politici richt president Clinton eind 1993, twee jaar na de release van JFK, de National Assassinations Records Review Board op, die alle beschikbare documenten (opnieuw) moet doornemen. Het rapport wordt eerstdaags verwacht. De vraag is of dit nieuwe, officiële orgaan tot andere conclusies zal (durven) komen dan de Warrencommissie en de House Select Committee on the Assassinations.

'Magic bullet'

De bewijskracht van het Warren-rapport berust uitsluitend op de fel bekritiseerde 'magic bullet'-theorie. Er zijn niet meer dan drie kogels afgevuurd in een tijdspanne van minder dan acht seconden, luidt de these. Wapenexperten hebben uitgedokterd dat het vermeende moordwapen, een 6.5 Mannlicher-Carcano die Oswald via postorder bestelde, maximaal drie schoten kan afvuren in iets minder dan zes seconden. Voorwaarde is dan wel dat de schutter ervaren is en dat hij in staat is heel snel te mikken, aangezien de presidentiële limousine, hoe traag die ook reed, in beweging bleef. Zijn laatste testen wezen echter uit dat Oswald een matig schutter was (al zouden eerdere legertesten, eind jaren vijftig, dan weer hebben aangetoond dat Oswald een scherpschutter was).

Dat het eerste schot geen doel trof, had volgens de commissie te maken met takken die het zicht vanuit het raam op de zesde verdieping van het Texas School Book Depository (van waar Oswald zou geschoten hebben) belemmerden en die de kogel wellicht deden afwijken. De kogel ketste af op het wegdek en fragmenten ervan (of van dat wegdek) verwondden James Teague, die tientallen meter verderop de presidentiële karavaan wilde begroeten.

De tweede kogel, de zogeheten 'magic bullet', zou het lichaam van de president zijn binnengetreden net onder het schouderblad om er langs de keel weer uit te schieten. Vervolgens maakte de kogel in de lucht een draaibeweging waarna hij zich in de rechterschouder van gouverneur Connally plantte, alweer een bocht maakte en hem dan verwondde aan de vijfde rib, de linkerlong en de linkerpols om tenslotte in diens linkerdij zijn merkwaardige vlucht af te ronden. De 'magic bullet', what's in a name!, bleef zo goed als onbeschadigd na die escapade en vertoonde ook geen sporen van menselijk weefsel.

Ook de derde kogel zou van achter de president zijn afgevuurd, aldus het Warrenrapport. De getuigenissen van diverse omstaanders én van de medische staf van het Parkland Hospital wijzen nochtans op het tegendeel. Verschillende getuigen zeggen dat de schoten vanaf het talud, rechts van de limousine, werden afgevuurd. Volgens Sherry Gutierrez, een specialist inzake misdaadanalyse, is president Kennedy zeker twee keer vooraan in het hoofd geraakt. Hij leidt dat af aan de hand van de bloedspatten. De bevindingen van de dokters zeggen dat ook: de uitgaande wonde, die altijd groter is dan de ingaande wonde, zat achteraan het hoofd, dus moeten de schoten frontaal zijn afgevuurd. In dat geval is de conclusie van de onderzoekscommissies natuurlijk waardeloos.

Een bijzondere ooggetuige was kleermaker Abraham Zapruder, die op het talud klaarstond met zijn 8 mm-camera om geen enkel beeld van de president te moeten missen. Onmiddellijk na de moord werd zijn film gekocht door het weekblad Life, dat kort daarop enkele beelden in verkeerde volgorde publiceerde, waardoor het leek dat de president van achteren was aangeschoten. Life wou de Zapruderfilm pas vrijgeven nadat onderzoeksrechter Garrison het blad daartoe verplichtte via een gerechtelijke uitspraak. Beeld-per-beeldanalyse, in de juiste volgorde dan wel!, toont aan dat het fatale hoofdschot bijna zeker van rechts kwam, niet van achteren.

Fotograaf Robert J. Groden leidt uit een grondige analyse van de Zapruderfilm en het andere beschikbare foto- en filmmateriaal op zijn beurt af dat er die middag maar liefst zes schoten werden afgevuurd op Dealey Plaza. Het eerste miste zijn doel volledig, maar verwondde een toeschouwer, de reeds vermelde James Teague. Uit de schiethoek (en het feit dat de schutter bekwaam werd geacht) kan worden afgeleid dat dit schot niet werd afgevuurd vanaf de zesde verdieping van het Texas School Book Depository maar vanuit het nabijgelegen, lagere Dal-Texgebouw. Het tweede schot trof de president vooraan in de keel. Het derde miste de president, maar raakte gouverneur Connally achteraan in de rechterschouder. Schot nummer vier belandde net onder het schouderblad van JFK. Het kwam van achter hem. Het vijfde, fatale, schot trof de president quasi frontaal in het hoofd. Tenslotte was er, volgens Groden, een zesde schot dat Connally in pols en dij raakte.

Waarom?

Stel dat er ondanks alles géén sprake is van een samenzwering, wat gezien de bewijskracht onwaarschijnlijk lijkt, dan blijft toch een groot aantal vragen onbeantwoord. Een greep hieruit.

Waarom kon Lee Harvey Oswald relatief makkelijk terugkeren naar de Verenigde Staten, nadat ie eerst was 'overgelopen' naar de Sovjet-Unie (en rekening houdend met het feit dat de USA toen net de communistenjacht van senator McCarthy had meegemaakt)? Waarom kon Oswald in New Orleans ongestoord pro-Castropamfletten uitdelen in een straat waar zowel de CIA als de FBI hun lokalen hadden? Waarom kocht Oswald het vermeende moordwapen via de post, terwijl hij er mits gebruik van een valse identiteit makkelijk een anoniem had kunnen kopen?

Waarom werd het parcours van de presidentiële karavaan de ochtend van zijn bezoek aan Dallas nog gewijzigd? Waarom werd de politie van Dallas niet gevraagd extra manschappen voor ordehandhaving te voorzien? Waarom werd er getolereerd dat in Houston Street en Elm Street deuren en vensters openstonden, terwijl een normale procedure is dat die hermetisch worden afgesloten om mogelijke aanslagen te voorkomen? Waarom volgde de wagen met vice-president Johnson op twee wagens afstand van president Kennedy, terwijl een ongeschreven wet zegt dat de president en de vice-president zich nóóit samen op dezelfde plek mogen bevinden, om het risico van een dubbele moord te vermijden? Waarom reed de limousine met de persfotografen en journalisten uitzonderlijk acht wagens achter die van de president, terwijl die normaal voorop reed om makkelijker foto's te kunnen maken van het presidentiële gezelschap? Waarom kwam de Warrencommissie tot de conclusie dat Oswald agent Tippit had vermoord, terwijl Oswald om 13.04u. nog thuis werd gesignaleerd en de moord op Tippit nauwelijks tien minuten later anderhalve kilometer verderop werd gepleegd? Waarom werd geen rekening gehouden met de getuigenissen van collega's van Oswald in de Texas School Book Depository, die hem kort voor én kort na de moord rustig in de kantine zagen eten of drinken (volgens Jim Garrison heeft Oswald zelfs hoegenaamd niets met de moordaanslag te maken)?

Waarom werd het lijk van de president vliegensvlug en gewapenderhand 'ontvoerd' uit het Parkland Hospital nog vóór de wettelijk verplichte autopsie kon plaatsvinden? Waarom verbrandde dokter J.J. Humes zijn autopsienotities van het Bethesda Hospital in Maryland? Waarom mochten de hersenen van de vermoorde president nooit onderzocht worden? Waarom kon Jack Ruby ongehinderd de garage binnenlopen op de plek waar Lee Harvey Oswald enkele minuten later zou passeren?

Waarom liet president Johnson kort na de moord alle officiële documenten voor 75 jaar achter slot en grendel opbergen, zegge en schrijve tot het jaar 2038? Waarom mocht Allen Dulles deel uitmaken van de Warrencommissie, hij die ontslagen was door Kennedy en dus sowieso geen onafhankelijk onderzoek zou willen mocht de betrokkenheid van de CIA aantoonbaar zijn? Waarom werd de eveneens door JFK ontslagen CIA-overste generaal Charles Cabell, broer van de burgemeester van Dallas (!), Earle Cabell, nooit ondervraagd door de Warrencommissie, terwijl hij toch een motief had? Waarom verdwenen cruciale CIA- en FBI-documenten spoorloos en duurde het ontzettend lang voor gevraagde rapporten van die overheidsdiensten werden afgeleverd? Waarom werd nooit grondig onderzocht hoe tientallen getuigen in verdachte omstandigheden om het leven kwamen?

Samenzwering

Dan toch maar een samenzwering? Allicht wel. Het voornaamste pleidooi tégen de complottheorie en zijn onvoorwaardelijke aanhangers is dat er in de loop van de jaren zoveel deeltheorietjes zijn ontstaan. Heel wat semi-deskundigen hebben zich sinds 22 november 1963 opgeworpen als dé autoriteiten op het vlak van de JFK-moord. Door de wirwar van hele, halve en vooral verzonnen bewijzen is ook de geloofwaardigheid van het concept 'samenzwering' als dusdanig geërodeerd. Meer dan tweeduizend boeken en honderdduizenden artikels in kranten en weekbladen is echt wel van het goede teveel.

Probleem is dat Kennedy, de populairste president sinds Franklin Delano Roosevelt, niet weinig vijanden kende bij het establishment: de maffiabonzen (van peetvader Sam Giancana tot Jimmy Hoffa, de corrupte leider van de Teamsters-vakbond) konden zijn bloed drinken, de Cubaanse ballingen waren bijzonder boos omdat de invasie van hun land in april 1961 (de Bay of Pigs) mislukt was en Castro aan de macht bleef, de CIA was ongerust omdat de president aan vertrouwelingen had gezegd dat hij de organisatie in duizend stukken zou versplinteren (vlak na het Bay of Pigs-incident ontdekte JFK dat zijn bevel tot het liquideren van Castro's T-33 gevechtsvliegtuigen door de CIA-top - bestaande uit Allen Dulles en Charles Cabell - was tegengehouden, met als gevolg acute oorlogsdreiging en gezichtsverlies voor de president; Kennedy ontsloeg kort daarop de volledige CIA-top), de FBI vond dat Kennedy hen te weinig speelruimte voorbehield (J. Edgar Hoover was gewend 'cavalier seul' te mogen spelen) en het Pentagon - en met haar het hele militair-industrieel complex - reageerde kwaad omdat de president niets zag in het sturen van troepen naar Indochina.

Tot de 'serieuzere' complot-onderzoekers behoren Jim Garrison en L. Fletcher Prouty. Garrison maakte brandhout van de 'magic bullet'-theorie en, zo luidde zijn conclusie, dan moeten er wel meer dan drie schoten zijn geweest en dus: een samenzwering. Prouty is op zoek gegaan naar het waarom daarvan. Zelf werkte de kolonel van 1954 tot eind 1963 voor het Pentagon en maakte hij van zeer nabij kennis met de werking van de Central Intelligence Agency, de CIA. De uitvoering van de moord beschrijft volgens hem perfect de normale handelwijze van het leger en de CIA. Scherpschutters stellen zich in een driehoek op, er wordt snel en doeltreffend gehandeld, een zondenbok krijgt de schuld en de officiële instanties dekken elkaar af.

Prouty verwijst naar National Security Action Memorandum (NSAM) #263 van 11 oktober 1963, waarin Kennedy het Amerikaanse leger opdraagt de Zuid-Vietnamese troepen zodanig te trainen dat het Amerikaans (adviserend) militair personeel zich tegen eind 1965 uit Vietnam kan terugtrekken en waarin hij zegt dat het ministerie van Defensie in de 'nabije toekomst' de terugkeer van duizend Amerikanen uit Vietnam moet aankondigen. Bedoeling was dat ze kerstmis '63 in de huiselijke kring zouden kunnen vieren.

Dit zinde de militaire wereld duidelijk niet. Die wilde immers investeren in oorlog. Amper vier dagen na de dood van Kennedy, op 26 november '63, besliste de kersverse president Johnson via NSAM #273 net het tegenovergestelde van wat zijn onfortuinlijke voorganger beoogd had: Johnson wilde méér Amerikaanse inmenging in Vietnam en stuurde in 1964 troepen, waarna de oorlog pas goed kon losbarsten. De gevolgen zijn bekend: meer dan een half miljoen Amerikanen werd naar Vietnam gestuurd, 58.000 van hen keerden in 'body bags' terug. De oorlog zou 570 miljard dollar kosten. Vreemd genoeg dateert het ontwerp van NSAM #273 van 21 november, één dag vóór de moord op Kennedy dus, een ogenblik waarop Johnson het nog niet voor het zeggen had. Even vreemd is dat zowat de voltallige regeringsploeg - op de president en de vice-president na - zich op dat moment in Honolulu bevond voor een congres.

Voor de oorlogsindustrie én voor de belangen van de CIA (die voor het eerst sinds haar ontstaan in 1947 werkelijk dreigde gecontroleerd te worden door de overheid) stond John Fitzgerald Kennedy in de weg, aldus kolonel Prouty. Zij hebben het complot uitgetekend. Wie uiteindelijk de trekkers hebben overgehaald, is slechts een detail in de geschiedenis, maar niet de sleutel tot het mysterie.

Een plausibele redenering, maar is het ook de waarheid en niets dan de waarheid? Dat zullen we allicht nooit langs officiële weg te weten komen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post319

11 september

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken wo, september 11, 2013 14:04:20

Nine/Eleven eist weer alle aandacht op, twaalf jaar nadat Al Qaida het Amerikaanse zelfvertrouwen op die bewuste datum een flinke deuk gaf, de Twin Towers live op televisie als een mislukte soufflé in elkaar zakten en het oninneembare Pentagon opeens niet zo'n oninneembare vesting bleek te zijn. 9-11 staat voor een onverwachte thuisnederlaag van een zich onoverwinnelijke achtende, betweterige, opdringerige natie, die zich achteraf afreageerde op de Taliban (geen enkele Afghaan was nochtans bij de aanslagen betrokken) en Irak (een land dat dan toch niet over een kernwapenarsenaal beschikte, zoals de Amerikanen bij hoog en bij laag beweerden, valse bewijzen in de hand).

Amerikaanse regeringen zijn zelden kieskeurig in hun wraak. 'Wanted: Dead Or Alive' is een principe dat overwaaide uit de tijd van schietgrage cowboys en sheriffs, diep in de negentiende eeuw, en dat door president George W. Bush letterlijk werd geciteerd in de nasleep van 9/11. Amerika is ook het land waar een cowboyacteur het eerst tot gouverneur en daarna tot populaire president kon schoppen. Amerika is het Beloofde Land voor wie gelooft in valse beloftes.
***

Ik neem u mee naar een andere 11de september die vandaag herdacht wordt, zij het met minder bombarie dan 9/11. In 1973, precies veertig jaar geleden, werd in het Zuid-Amerikaanse land Chili de democratie vermoord. De verkozen socialistische president Salvador Allende, populair bij het volk, vriend van de Sovjet-Unie omdat je in die tijd als staatsleider nu eenmaal moest kiezen tussen het oost- of het westblok, was een doorn in het oog van de Verenigde Staten. Hij moest zo snel mogelijk weg.

De CIA dokterde een plan uit en op 11 september 1973 werd dat vlekkeloos uitgevoerd. Allende vluchtte en pleegde zelfmoord. De dichter Pablo Neruda, winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1971, overleed twaalf dagen later; officieel aan een hartfalen, officieus nadat hem een dodelijke injectie werd gegeven. Generaal Augusto Pinochet mocht met steun van Nixon, de meest corrupte president uit de Amerikaanse geschiedenis, de macht grijpen. De volgende zeventien jaar zou het leger op brutale wijze Chili in een houdgreep nemen.

Democratie was even bijzaak voor het land dat zich graag als de bakermat van die democratie ziet. Geopolitici en andere militaire strategen waren immers tot de conclusie gekomen dat de domino-theorie zijn intrede dreigde te doen in Zuid-Amerika, mocht Allende aan de macht blijven. De domino-theorie, voor de jongere lezers, is voor de politiek wat de stepping stone-theorie is in de wereld van drugs en andere roesmiddelen. Als één land communistische sympathieën vertoonde, zou het zijn buurlanden kunnen aansteken en zou het communisme zich als een rode inktvlek kunnen verspreiden over een heel continent. En dus drong een stevig 'Adios Allende!' zich op.

***

Een veertienjarige jongen keek verwonderd naar de met vertraging binnenlopende zwart/wit-beelden van de militaire coup. Hij zag tanks en uniformen en angstige mensen en nam zich voor om nooit in het leger te gaan, waar je blind bevelen moest uitvoeren, ook al druisten die in tegen je eigen overtuiging. Zonder nadenken gehoorzamen, zo had de jongen voor zichzelf uitgemaakt, is dom. Braafjes de Grote Leider volgen was niet aan hem besteed, dat hadden enkele leraren al aan den lijve ondervonden.

Op televisie zag hij beelden van een geblokte reporter van de BRT, die met zijn cameraploeg in een hoekje van het nationale voetbalstadion in Santiago werd gedreven door militairen, maar die recalcitrant en dapper genoeg was om sigaretten over het prikkeldraad te smijten naar de smekende, hulpeloze massa. Chili was heel ver, zo goed beheerste de jongen zijn aardrijkskunde wel, maar het was ook dichtbij, dank zij de wonderen van de techniek, een paar camera's en een antenne op het dak. En hij wist al wat democratie was en vervloekte Richard Nixon, de onverlaat die alleen maar aan de macht was gekomen omdat de Kennedy's vermoord waren.

Die dag, 11 september 1973, werd de kiem gelegd van wat de jongen later wilde worden: journalist. Hij wilde óók het nieuws brengen, de wereld verklaren, proberen aan te tonen wat er écht gebeurd was. Wist hij veel dat hij zes jaar later - geen jongen meer, maar ook nauwelijks een man - in die geblokte reporter een leraar en mentor zou vinden, die de journalistieke vlam nog veel sterker zou doen branden.

***

In de dagen na de machtsgreep van Pinochet kwamen er meer dan drieduizend Chilenen om. In de jaren nadien waren dat er nog veel meer, geliquideerd in naam van het leger en met stilzwijgende goedkeuring van de ware machthebbers van Amerika: de CIA, de wapenfabrikanten en de zakenwereld. Tijdens de moorddadige raids van 9/11 stierven er ook drieduizend mensen. Toch ervaren de meesten onder ons de impact van 2001 als veel groter dan die van 1973. De beelden waren live en veel spectaculairder. Maar vooral: er is ons geleerd om Amerikaans te denken, dus is een aanval op Amerikaanse bodem veel relevanter voor media, politiek en economie dan een door het machtigste land ter wereld goedgekeurde militaire coup ergens in Verweggistan. En ja, in deze tijden van instant nieuws over panda's en publiek kakkende pseudo-BV's die in de prostitutie stappen is 1973 natuurlijk al héél lang geleden. Letterlijk: een eind weg in de vorige eeuw.

Dat op 11 september 1973 de democratie stierf, ach, dat is collateral damage, zo lijkt het wel. Terwijl, als je er goed over nadenkt, het instorten van die twee spuuglelijke torens veel meer collateral damage was dan die gewelddadige messteek in het hart van het democratische wezen zovele jaren geleden. Laten we Chili niet vergeten. Dat de ware democratie altijd moge overwinnen. !Venceremos!



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post269

Waar is onze droom?

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken wo, augustus 28, 2013 13:13:16

'I am happy to join with you today in what will go down in history as the greatest demonstration for freedom in the history of our nation.' Zo begon Martin Luther King, jr. op 28 augustus 1963, vandaag exact vijftig jaar geleden, aan een toespraak die de geschiedenisboeken zou halen als de 'I have a dream'-speech. In die openingszin gaf dominee King al aan dat hij goed en wel besefte wat de draagwijdte was van de Mars op Washington, die die namiddag aan het Lincoln Memorial in de Amerikaanse hoofdstad eindigde, en van de historische woorden die hij op die plek zou uitspreken, ook al had ie die pas de avond voordien snel bij elkaar geschreven.

'Let freedom ring'

Tweehonderdduizend deelnemers, georganiseerd door de zes grootste mensenrechtenverenigingen van dat moment, rechtstreeks uitgezonden op televisie, in het absolute machtscentrum van de Amerikaanse politieke wereld: daar trof King met een bevlogen toespraak van zeventien minuten zijn volgers recht in het hart. Het momentum was er, om eisen te stellen voor meer jobs, vrijheid en gelijkheid voor niet-blanke inwoners van de United States of America, en dan met name voor de nog altijd gediscrimineerde zwarten, die toen nog geen lang geen Afro-Amerikanen werden genoemd. Het racistische scheldwoord 'Niggas' lag in die dagen vlotter op de tong van de heersende elite dan het neutralere 'blacks'.

King wist als geen ander dat dat momentum moest aangegrepen worden om een duidelijke boodschap te verkondigen. Maar hij wist ook dat de risico's groot waren: het was een once in a lifetime-kans. Er was veel meer volk opgedaagd dan verwacht, wat al snel had kunnen omslaan in chaos en relletjes. De organisatie van het hele gebeuren verliep amateuristisch en slordig. En de blanke elite stond in de coulissen klaar om elke vorm van afwijkend gedrag aan te grijpen om de hele burgerrechtenbeweging voor eens en voorgoed te verketteren.

Dat laatste was zonder het retorische vermogen van de zwarte leider gerekend. King pakte het publiek in met bijbelcitaten, verwijzingen naar de liberale Amerikaanse Grondwet, tekstflarden die werden geleend bij Abraham Lincoln, die algemeen erkend werd als één van de allergrootste presidenten uit de geschiedenis, en vooral: het uitzicht op een betere wereld. Hoop. Een droom. Volgens de legende riep de zwarte zangeres Mahalia Jackson vlak voor zijn toespraak: 'Tell them about the dream, Martin!'. King deed dat, vertellen over de droom. 'I have a dream' werd het volgende kwartier tot acht keer toe herhaald.

'Ik heb een droom dat op een dag dit land zal opstaan en de ware betekenis van haar credo zal naleven: "Wij vinden de volgende waarheden vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn",' zei hij. En ook: 'Ik heb een droom dat op een dag zelfs de staat Mississippi, een staat die blakert in de hitte van onrecht en onderdrukking, veranderd zal worden in een oase van vrijheid en gerechtigheid.' En tenslotte: 'Ik heb een droom dat mijn vier kinderen op een dag zullen leven in een land waar zij niet beoordeeld zullen worden op hun huidskleur, maar naar de inhoud van hun karakter.'

'Let freedom ring', klonk het mantra op het einde van de toespraak. King sprak de hoop uit dat al Gods kinderen, zwarte en blanke mannen, joden en heidenen, protestanten en katholieken, de handen in elkaar zouden slaan onder het zingen van een oude negro spiritual: 'Free at last! Free at last! Thank God Almighty, we are free at last!'

Obama

Minder dan drie maanden na deze historische gebeurtenis kreeg de droom een eerste knauw, toen de democratische president John F. Kennedy in Dallas vermoord werd. Kennedy was een moderne, breeddenkende politicus, die veel vrienden had bij de zwarten, wellicht even veel als dat ie vijanden had bij de blanken. Na hem escaleerde de oorlog in Vietnam, werden burgerrechten voor een hele poos in de diepvries gestopt en viel Amerika meer dan ooit in handen van blanke, rechtse groeperingen.

Minder dan vijf jaar later was Martin Luther King zelf dood, neergeschoten door een racistische blanke, al blijven er merkwaardige complottheorieën rond de moord in Memphis, Tennessee hangen, net zoals rond de liquidatie van JFK trouwens. Twee maanden na King werd ook Robert F. Kennedy, broer van, en de gedoodverfde favoriet voor de presidentsverkiezingen van 1968 neergeknald. De droom was ver weg.

In de vijftig jaar sinds de mars op Washington is er heel wat veranderd in de Verenigde Staten. Ten goede vooral. De gelijkberechtiging van zwarte Amerikanen werd door de opvolgers van King behartigt. Ralph Abernathy, Jesse Jackson en Andrew Young hadden niet het charisma en de unieke welbespraaktheid van hun illustere voorganger, maar ze deelden wel zijn bevlogenheid. Beetje bij beetje slaagden zij erin barrières te slechten en universele mensenrechten ook tot diep in het land van de Ku Klux Klan te laten doordringen.

Niet dat er geen racisme meer is in Amerika, integendeel. Als blanke maak je nog altijd meer kans op maatschappelijk succes dan als zwarte. Een zwarte misdadiger wordt nog altijd strenger gestraft dan een blanke. Zwarten worden nog altijd sneller als kanonnenvoer voorop gestuurd in oorlogen dan blanken. De media en de cultuurindustrie worden nog altijd gedomineerd door blanken, de occasionele Oprah Winfrey is niet meer dan een excuustruus.

Maar er is vijftig jaar na 'I have a dream' wel een zwarte president en dat had niemand ooit durven vermoeden. Veel dichter bij Kings droombeeld dat zijn kinderen op een dag niet meer zouden beoordeeld worden op basis van hun huidskleur, maar op de inhoud van karakter, geraak je niet. King zou ongetwijfeld extatisch geweest zijn, mocht hij in november 2008, op zijn 79ste, de triomf van Barack Obama hebben beleefd. Hij zou op de eerste rij gestaan hebben of op het podium zijn geklauterd en mee 'Yes, we can!' hebben geroepen. 'Yes, we can', de 'I have a dream' van dit tijdsgewricht en van deze generatie Afro-Amerikanen.

Zou King tevreden zijn geweest? Over die eerste zwarte president: zeer zeker! Over diens daden en beslissingen: twijfelachtig. Over zijn Amerika: ik denk het niet. De Verenigde Staten zijn minder dan ooit verenigd. Dwars door het land loopt de Midwest, waar racisten het voor het zeggen hebben. Zwarten worden dan wel niet meer genadeloos neergeknald in een klein dispuut, maar ze houden zich toch maar beter gedeisd. We mogen niet de fout maken om op basis van de vrijdenkende New Yorker of de frivole inwoner van Californië een beeld te creëren van 'de Amerikaan'. De doorsnee Amerikaan is al die jaren een bange blanke man gebleven.

King zou vandaag, als inmiddels 84-jarige, nog veel werk hebben.

En wij?

Hoe zit het met onze droom? Hebben we er nog wel één en, zo ja, houdt ie stand? In de vijftig jaar sinds Martin Luther Kings legendarische woorden hebben we hier ook een hele evolutie doorgemaakt. Toen begrepen we dat misschien niet al te best, die hele retoriek rond dromen, vrijheid en gelijkheid, omdat racisme zich ver van ons bed afspeelde. Er waren gastarbeiders, ja, maar die vonden we toch vooral goed om het vuile werk op te knappen, werk waar wij in een land waar het economisch goed ging letterlijk vies van waren. En dus werden ze getolereerd.

Vandaag hebben wij even veel nood aan een charismatische dromer, iemand die opkomt voor gelijkheid en evenwaardigheid, van alle rassen, van alle geslachten, van alle klassen, en die dat liefst ook nog eens passioneel kan verwoorden. Ik kijk rond en denk diep na en kan me niemand voor de geest halen die dat zou kunnen of willen. Vreemd genoeg is Bart De Wever, met zijn nationalistische en rechts-liberale discours, de enige die enigszins aanleunt bij een dromer: iemand die vanuit een underdogpositie met een lang vervloekte boodschap heel wat zieltjes wint voor zijn verhaal, zijn versie van een 'droom'. Ik herinner mij nog dat de generatie van mijn grootouders Vlaams-nationalistische politici onverbloemd 'zwartzakken' noemde, omdat velen onder hen 'fout' waren geweest tijdens de oorlog. Het was een stigma dat generatie op generatie werd doorgegeven, maar wel enigszins verwaterde. De meeste landgenoten hebben die oorlog, gelukkig, niet meegemaakt, maar toch is er altijd iets van dat collaboratiegegeven blijven hangen, al was het maar omdat om de zoveel jaar de amnestiegedachte weer uit één of andere lade wordt getoverd en er dan direct ferme tegenkantingen worden geuit.

Bij de andere politieke partijen ontbreekt zulk verbindend verhaal op dit moment. Welke christelijke gedachte verdedigen de christen-democraten nog? Wat hebben de liberalen nog te bieden aan de ondernemers in dit land? Voor welke sociale wantoestanden zetten de sociaal-democraten zich nog in? Ik zie weinig visie, enthousiasme en bevlogenheid. Ik zie al zeker geen potentiële King. En ik zie vooral niets om van te dromen.

We herdenken vandaag één van de warmste en tegelijk gloedvolste momenten uit de moderne wereldgeschiedenis: de boodschap van een dromer, iemand die zich durfde blootgeven en die een massa mensen op een gezonde manier in beweging bracht. Niet door leugens of een boodschap van haat te verspreiden, maar door vanuit de eigen kracht, een grenzeloos voluntarisme en optimisme-tegen-beter-weten-in een positief verhaal te brengen.

Waar zitten onze dromers en wanneer treden ze naar voor?



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post263

Timisoara

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken vr, augustus 23, 2013 11:56:42

Je moet al een onverbeterlijke cynicus of zelf een wreedaardige dictator zijn om onbewogen te blijven bij de hallucinante beelden die ons deze week bereikten uit een voorstad van de Syrische hoofdstad Damascus. Een aanval met zenuwgas maakte er honderden slachtoffers. We zagen schuimbekkende en stuiptrekkende mannen, vrouwen en kinderen - véél kinderen - die een pijnlijke doodsstrijd uitvochten. We zagen de onnoemelijke wreedheid van de barbaarse leider die Bashar al-Assad is. En we zagen de reactie van de internationale gemeenschap, of beter: we zagen die niet. Het bleef bij een flauwe waarschuwing en een dringende vraag om onafhankelijke onderzoekers toe te laten in de getroffen wijken, terwijl heel wat westerlingen schreeuwden om vergelding, om het bewapenen van de rebellen, om het helpen omverwerpen van het ziekelijke Assad-regime. Heel wat politici roepen daar trouwens al vele maanden om.

Maar wacht eens even.

De beelden die ons bereikten waren afkomstig van de opstandelingen. De overheid ontkent de feiten. Sterker nog: de overheid beweert dat de rebellen zelf het zenuwgas hebben gebruikt om Assad in een kwaad daglicht te stellen. Deskundigen zeggen intussen dat de beelden écht zijn en dat er wel degelijk sprake is van typische symptomen na het inademen van zenuwgas. Zo cynisch zijn we nu ook weer niet, dat we zouden durven denken dat het om een geacteerd propagandafilmpje gaat. Dit zijn geen acteurs: het zijn slachtoffers.

Toch twijfelen we nog enigszins. Daar is een reden voor. Die reden is de naam van een Roemeense stad met negen letters: Timisoara. Een stad met driehonderdduizend inwoners die in 1989 aan de basis stond van de opstand tegen het verderfelijke regime van Nicolae Ceausescu, het zelfbenoemde 'Genie van de Karpaten'. Dat paste toen in de val van de communistische regimes in de Sovjet Unie en de andere landen van het Oostblok. Het westen juichte om de volksopstand en het van de macht verdrijven van Ceausescu en tekende nauwelijks verzet aan toen de Conducǎtor na een schertsproces ter dood veroordeeld en onmiddellijk geëxecuteerd werd. De stalinist voor het Internationaal Gerechtshof van Den Haag slepen was minder belangrijk dan het omverwerpen van het communisme.

Terug naar Timisoara. In die stad doken in december 1989 huiveringwekkende beelden op van een massagraf met meer dan vierduizend lijken, waarvan de meesten duidelijke tekenen van foltering vertoonden. Er waren nog geen sociale media, geen YouTube, geen instant nieuwsgaring, de beelden kwamen nog met één of meerdere dagen vertraging tot bij ons. Maar de verontwaardiging was er niet minder om. Het leken wel joodse massagraven uit de Tweede Wereldoorlog. Die beeldvorming droeg ertoe bij dat het westen niet al te hevig protesteerde tegen de snelle executie van het echtpaar Ceausescu.

Achteraf kwam men tot de ontdekking dat alles in scène was gezet. De lijken waren opgegraven van het armenkerkhof van Timisoara, een paar kilometer verderop, en werden dan in een gigantisch open graf gedumpt. In werkelijkheid vielen er 'slechts' zeventig slachtoffers in de stad, geen vierduizend. Nog altijd zeventig te veel, maar er bleek geen sprake van massamoord door het regime uit Boekarest.

Wie oud genoeg is om Timisoara toen bewust te hebben gezien - van de aanvankelijke gruwel tot de latere ergernis over de manipulatie - kan nu niet anders dan aarzelen. Dat is geen gebrek aan inlevingsvermogen, maar gerede twijfel.

***

Syrisch en cynisch: het is maar een verschil van twee letters. De huidige reactie van de internationale gemeenschap, de Verenigde Naties voorop, zou je als uitermate cynisch kunnen beschouwen. Laat de Syriërs het maar onder elkaar uitvechten! Ik verdenk de leden van de VN niet direct van cynisme - toch niet allemaal! - maar ze zijn uitermate machteloos en hopeloos verdeeld. Rusland en China steunen Assad, in de eerste plaats omdat hij een handelspartner is. Maar vooral ook omdat ze hem kennen, in tegenstelling tot het eventuele alternatief.

Zoals we nu nog dagelijks in Egypte zien, lijkt het voor de hand te liggen om een oude dictator (Moebarak) af te zetten, maar als het alternatief een democratisch verkozen machtspotentaat is die prompt de scheiding van kerk en staat op de helling zet (Morsi), dan vinden we het al snel goed dat de prille democratie op haar beurt opzij wordt gezet voor een ingreep van het leger (Al-Sisi). De Egyptische samenleving staat daardoor wel helemaal terug bij af.

In Syrië wordt de opstand geleid door een heterogene groep, maar hoe langer hoe meer wordt die gevoed door jihadisme. Al Qaeda strijdt mee tegen Assad. Dus: als je morgen Assad helpt liquideren, is de kans heel reëel dat je opnieuw naar Egyptische of zelfs Afghaanse en Irakese toestanden gaat. Je verdrijft een onmenselijke dictator en installeert in de plaats een tijdelijke bondgenoot die zich zo snel als dat maar enigszins kan tegen je zal richten. Het gebeurde met Saddam Hoessein in Irak (tijdens de Golfoorlog tussen Iran en Irak van 1980 tot 1988 kreeg die Amerikaanse steun, omdat het Iran van de ayatollahs de westerse vijand was), de Taliban in Afghanistan (tijdens de Russische invasie in de jaren tachtig deden de Verenigde Staten er alles aan om het verzet te steunen) en Osama Bin Laden (die destijds een verzetsgroep leidde in Afghanistan). Stuk voor stuk monstertjes die zich achteraf tegen de Amerikaanse dokter Frankenstein gingen richten, met het gekende gevolg.

De stoere taal van de Amerikaanse president Obama, exact een jaar geleden, dat het gebruik van zenuwgas een keerpunt zou betekenen en een westerse ingreep in Syrië rechtvaardigen, klonk toen luid en helder, maar werd nu niet meer herhaald. De verklaring is simpel en dit keer wél cynisch: a) de Amerikanen willen de Russen en de Chinezen niet provoceren, b) er valt in Syrië niets te winnen voor Amerika, en, vooral, c) Assad is een gevaarlijke gek die ze kénnen. Dat is altijd veiliger dan een onbekende en wellichte even gevaarlijke gek aan de macht brengen. Dat heet Realpolitik. Je kunt dat laf noemen, of schuldig verzuim tegenover de gewone man in de straat in Syrië. Maar in een burgeroorlog die al twee jaar aan de gang is, grijp je niet zomaar in zonder risico's. En de tijd dat Amerika nog de politieman van de wereld was, ligt ook alweer enkele jaren achter ons.

***

Wat de internationale gemeenschap wel moet afdwingen is een onafhankelijk onderzoek naar de omstandigheden van de gifaanval. Als Moskou van oordeel is dat er niets aan de hand is, dan kan zulk onderzoek geen kwaad, neen toch? En we moeten maximaal blijven inzetten op humanitaire hulp, het evacueren van burgers, het opvangen van slachtoffers, het creëren van veilige (en leefbare) zones in het land. Blauwhelmen sturen, daar kunnen Russen en Chinezen toch niet tegen zijn, tenzij ze elk greintje menselijkheid verloren hebben? Niet dat blauwhelmen een soort toverformule meebrengen, dat zagen we halfweg de jaren negentig tijdens de Joegoslavische burgeroorlog. En je moet er altijd rekening mee houden dat er landgenoten in body bags terugkeren. Het Vietnamtrauma zindert nog na in de Verenigde Staten.

Er bestaat geen 'schone' oplossing voor een burgeroorlog. De rebellen bewapenen acht ik in elk geval veel te roekeloos, want voor je het weet help je een nieuwe Saddam Hoessein of Osama Bin Laden in het zadel en versterk je de jihadistische krachten. Langs de kant blijven staan en hooguit wat verontwaardigde kreten slaken is dan weer het andere uiterste. Tegen beter weten in moeten we dan maar hopen dat de Verenigde Naties toch eens krachtig optreden, min of meer uit één mond praten, strenge eisen stellen (en afdwingen) en zo maximaal mogelijk humanitaire hulp bieden.

'Oog om oog en de wereld wordt uiteindelijk blind', zei Mahatma Gandhi, de ultieme vredesactivist, ooit. 'De eerste dode in elke oorlog is het gezonde verstand', wist de Nederlandse schrijver A. den Doolaard. Het gezond verstand is in Syrië al een poos verdwenen. We zitten al sinds het begin van het conflict op het niveau van militaristische slogans, zoals die ene van generaal Patton: 'Het doel van de oorlog is niet te sterven voor het vaderland, maar te zorgen dat de vijand voor het zijne sterft'. Daarmee zitten we het cynisme al ver voorbij.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post258

Boudewijn was verre van een heilige

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken wo, juni 26, 2013 12:31:08

'Heb jij mannen gekend in jouw leven?' vroeg de immer guitige Bart Peeters aan zijn gaste, de bevallige presentatrice-zangeres Yasmine, die, zoals bekend, vooral van vrouwen hield. Ik keek naar een heruitzending van een aflevering van het prettig gestoorde Canvas-programma Mag ik u kussen?, naar aanleiding van de vierde verjaardag van de dood van Yasmine (Hilde Rens voor de burgerlijke stand).

'Mijn vader en George Michael,' antwoordde ze gevat. En er volgde nog een uitleg, maar die heb ik minder gevolgd, omdat ik afgeleid was, een gevolg van mijn fascinatie voor data. George Michael is namelijk jarig op 25 juni. Hilde Rens stapte uit het leven op 25 juni 2009, de 46ste verjaardag van de zanger. Toeval, neem ik aan, maar dan wel een heel wrééd toeval. Net zoals het wel toeval zal zijn dat je op de Wikipedia-pagina van 25 juni maar liefst négen prominente overledenen terugvindt in het jaar 2009, onder wie ook Farrah Fawcett en Michael Jackson.

***

Minder toeval kwam er te pas bij de vierde en laatste aflevering van de uitermate interessante documentaire reeks 'Naar het hart van de koning' over het leven van koning Boudewijn. Het leven van een koning is van A tot Z georkestreerd. Spontaniteit bestaat niet in die artificiële wereld. En dus was het ook geen toeval dat Boudewijn zich in de laatste jaren van zijn leven volop sociaal engageerde en daarmee tegelijk wees op grote tekortkomingen van de politieke klasse. Boudewijn bij de sukkelaars, slachtoffers van armoede. Boudewijn bij de migranten, slachtoffers van racisme. Boudewijn bij de hoeren, slachtoffers van vrouwenhandel. Boudewijn voelde zich thuis bij de slachtoffers van de samenleving.

Het leverde toen mooie plaatjes op van een warme koning. Jaren na datum viel mij gisteravond pas op hoe deze acties pasten in een poging om de koning populair te maken bij de bevolking. Het leek wel een marketingcampagne. Niet dat ik Boudewijn ervan verdenk dat hij helemaal geen empathisch vermogen had, daarvoor kende ik de man te weinig om hem te beoordelen, maar met zijn démarches tussen 1990 en 1993 heeft hij ongetwijfeld flink bijgedragen tot de massahysterie die er na zijn overlijden op 31 juli 1993 losbarstte, hysterie die blijkbaar besmettelijk was, want een politieke journalist van de openbare omroep had het toen, geprangd tussen de geduldig aanschuivende rijen Belgen aan het Koninklijk Paleis in Brussel, over 'een nieuw politiek feit'. Diezelfde man is twintig jaar later lid van een anti-Belgische en anti-monarchistische partij en tweette na de uitzending: 'De wereld is in 20 jaar tijd fors veranderd. Er zijn mensen die al 20 jaar hetzelfde denken & zeggen. Ik niet dus :-)'. Ach, ja.

Wat niet werd verteld over die flink gemediatiseerde laatste levensjaren van Boudewijn: door zijn kritische attitude tegenover de politieke wereld heeft hij mee de anti-politiek gevoed en bijgedragen tot het succes van een anti-democratische extreem-rechtse partij in Vlaanderen.

Wat ook niet werd verteld: de macht van de kabinetschef van de koning mag wel eens onderzocht worden, want mij lijkt die ongebreideld en da's democratisch onverantwoord. Jacques Van Ypersele de Strihou, 76, maar vandaag nog altijd de enige rechterhand van koning Albert II, zit al dertig jaar op die post. Hij heeft het land drie decennia de facto mee bestuurd, terwijl de man nooit verkozen is geweest, nooit verantwoording heeft moeten afleggen bij de kiezer, nooit rekening moest houden met democratische geplogenheden. Dat is een zeer ongezonde situatie en dat mag wel eens gezegd én onderzocht én aangepakt worden.

Maar goed, het ging hier dus over Boudewijn, de trieste, kinderloze koning. Op wijlen grondwetsspecialist Robert Senelle na, die uitpakte met de geestige oneliner 'Laat het uit, de katholieken hebben al genoeg heiligen!', waren de andere geïnterviewden het er over eens: deze koning was niet minder dan een heilige. En hij had ook een 'geheim', zo lieten kardinalen Danneels en Suenens cryptisch verstaan tijdens de uitvaartplechtigheid. Daarmee moesten we het stellen, zoals dat wel vaker gaat in katholieke kringen: je moet het maar geloven! Hey Lord, don't ask me questions, zoals Graham Parker destijds al sarcastisch opmerkte.

***

Boudewijn, een heilige? Dit was de man die nauwelijks drie jaar voor zijn dood weigerde de abortuswet te ondertekenen, omdat het indruiste tegen zijn geweten. Waarna een hele poppenkast werd opgezet om hem 'tijdelijk onbekwaam tot regeren' te verklaren. Terwijl de koning met die geste eigenlijk ongeveer hetzelfde deed als een Dilbeekse sportschepen afgelopen weekend: hij liet zijn broek afzakken tegenover de democratie. Hij weigerde de scheiding van Kerk en Staat te aanvaarden. Hij liet, kortom, weten dat hij de mening van de meerderheid van zijn bevolking niet respecteerde. Een heilige?

Dit was ook de man die, geïnspireerd door zijn entourage, lang mede-verantwoordelijk was voor de onderdrukking van het Congolese/Zaïrese volk. Eerst door hen als kolonisator te behandelen (zoals hem dat door zijn voorvaderen geleerd was), daarna door veel te snel en zonder overleg met de Belgische regering de onafhankelijkheid aan te kondigen, tenslotte door decennialang de scrupuleloze dictator Mobutu de hand boven het hoofd te houden. Pas in de laatste jaren van zijn leven zou hij Mobutu desavoueren, wat die laatste dan weer niet begreep. (Een beetje zoals Saddam Hoessein, de grote vriend van de Amerikanen tijdens de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988), niet begreep waarom zijn vrienden het niet apprecieerden dat hij Koeweit binnenviel.)

Gedurende heel zijn regeerperiode, 42 jaar lang, liet Boudewijn niet na om zijn katholieke overtuiging te laten doorwegen in zijn keuzes van ministers, formateurs en informateurs. Via zijn kabinetschef woog deze koning zwaar op regeringen en regeerprogramma's. Zijn rol was veel meer dan ceremonieel, zijn invloed immens, zijn morele gezag desondanks onaangetast.

Boudewijn was geen heilige. Hij had zijn menselijke kanten, ongetwijfeld, maar hij gebruikte én misbruikte zijn macht waar en wanneer het hem uitkwam. In de eerste plaats voor God. In de tweede voor Vaderland.

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post206

Martin Luther King 45 jaar dood (3/3)

GeschiedenisGeplaatst door Frank Van Laeken vr, april 05, 2013 12:48:59

Martin Luther King Jr. zou op 15 januari vierentachtig geworden zijn, ware het niet dat hij op 4 april 1968, gisteren vijfenveertig jaar geleden, bij een moordaanslag in Memphis, Tennessee om het leven kwam. Dominee King schreef drie boeken, ettelijke artikels en ontelbare speeches. Die werden vijftien jaar geleden gebundeld in De autobiografie, een boek dat uiteraard niet geeft wat het belooft, omdat King nu eenmaal geen autobiografie schreef bij leven. Toch is dit een bijzonder interessant boek, al was het alleen maar om opnieuw kennis te maken met de op idealen van vrijheid en geweldloosheid gestoelde ideeën van King. Hieronder hebben we een aantal van zijn uitspraken gebundeld, in de vorm van een heus virtueel interview. (Deze tekst verscheen oorspronkelijk in De Financieel-Economische Tijd van zaterdag 20 februari 1999.)

Geweldloos verzet

'Wij kunnen geen verlichte democratie hebben als een bevolkingsgroep dom gehouden wordt. We kunnen geen gezonde natie zijn als tien procent van de bevolking ondervoed en ziek is en ziektekiemen draagt die geen onderscheid maken op basis van kleur, die zich niet aan de wetten van Jim Crow houden. We kunnen geen ordelijke en gezonde natie zijn als de leden van een bevolkingsgroep zó onder de duim worden gehouden dat ze bijna gedwongen worden tot misdaad en asociaal gedrag. We kunnen geen echte christenen zijn zolang we de belangrijkste les van Jezus in de wind slaan: heb uw naaste lief. We kunnen geen echte welvaart bereiken als een grote bevolkingsgroep zó arm is dat zij haast niets kan kopen. Als wij de democratie verdedigen tegen aanvallen van buitenaf, moeten we er ook voor zorgen dat we eerlijkheid en vrijheid in eigen huis bevorderen.'

(Uit de door de 15-jarige King gehouden voordracht 'The Negro and the Constitution' tijdens een voordrachtswedstrijd in Dublin, Georgia die hij met glans won, 17 april 1944.)

Waar haalde u de persoonlijke inspiratie voor uw geweldloze strijd?

King: 'In mijn karakter, en in het karakter van iedereen die sterk wil zijn, zijn eigenschappen gecombineerd die flink tegenstrijdig zijn. Je bent zowel militant als bescheiden, zowel idealistisch als realistisch. En ik denk dat ik mijn sterke rechtvaardigheidsgevoel dank aan de sterke, dynamische persoonlijkheid van mijn vader en dat ik mijn zachte kant heb geërfd van mijn moeder, die heel zacht en lief is.'

Uw vader was dominee en u bent dat ook geworden, al was dat aanvankelijk blijkbaar niet van harte?

'Ik ontdekte dat veel zwarte dominees ongeletterd waren en niet waren opgeleid in een seminarie, en dat zette mij aan het denken. Ik was zowat opgegroeid in de kerk en wist daardoor veel van godsdienst, maar ik vroeg me af of religie een goed instrument kon zijn voor het moderne denken. Ik vroeg me af of religie intellectueel respectabel en tegelijkertijd emotioneel bevredigend kon zijn.'

Hoe kwam u tot geweldloos verzet?

'In mijn eerste jaar (aan het Morehouse College, 1944, FVL) las ik voor het eerst het essay van Henry David Thoreau On Civil Disobedience (over de burgerlijke ongehoorzaamheid, FVL). Door dit essay, waarin deze dappere man uit New England schrijft dat hij weigert belasting te betalen en liever naar de gevangenis gaat dan dat hij meewerkt aan een oorlog die de slavernij zal verbreiden tot in Mexico, kwam ik voor het eerst in aanraking met het principe van geweldloos verzet. Gefascineerd als ik was door het idee om te weigeren mee te werken aan een verwerpelijk systeem, las ik het essay verschillende keren.'

Voor die geweldloosheid had u een stichtend voorbeeld: Mahatma Gandhi.

'Gandhi was waarschijnlijk de eerste in de geschiedenis die Jezus' moraal van liefde uittilde boven de interactie tussen individuen en er een krachtige en effectieve sociale kracht op baseerde. Liefde was voor Gandhi een krachtig instrument voor sociale en collectieve hervorming. In deze gandhiaanse nadruk op liefde en geweldloosheid ontdekte ik de methode tot sociale hervorming waarnaar ik had gezocht. De intellectuele en morele bevrediging die ik tevergeefs had gezocht in het utilitarisme van Bentham en Mill, de revolutionaire methodes van Marx en Lenin, de sociale-contracttheorie van Hobbes, het 'terug-naar-de-natuur'-optimisme van Rousseau en de supermanfilosofie van Nietzsche vond ik in Gandhi's filosofie van de geweldloosheid.'

Bussenboycot

'Laten wij in alles wat we doen samen zijn. Eenheid is nu het hardst nodig; als wij één zijn, kunnen wij alles bereiken wat we willen en waar we recht op hebben. En laat u door niemand bang maken. Wij zijn niet bang voor wat wij doen, omdat wij het binnen de grenzen van de wet doen. Nooit in onze Amerikaanse democratie mogen wij denken dat wij iets verkeerds doen als we protesteren. Protest is een recht.'

(Uit een toespraak tot de pas opgerichte Montgomery Improvement Association, MIA, 5 december 1955.)

Op 1 december 1955 was er het incident met de zwarte vrouw Rosa Parks die weigerde op te staan voor een blanke in een bus in de stad Montgomery, Alabama. Het gevolg was dat de zwarten meer dan een jaar de bussen meden. Was dat een zinvolle boycot?

'Toen ik er langer over nadacht, ging ik inzien dat wij onze medewerking aan een slecht systeem opzegden en niet zozeer onze steun aan het busbedrijf introkken. Het busbedrijf, als uiterlijke vertegenwoordiger van het systeem, zou er natuurlijk schade van ondervinden, maar het hoofddoel was te weigeren nog langer mee te werken aan het kwaad. Ik dacht aan Thoreaus essay On Civil Disobedience. Ik raakte ervan overtuigd dat wat wij in Montgomery gingen doen, te maken had met wat Thoreau had gezegd. We zeiden simpelweg tegen de blanke gemeenschap: wij kunnen niet langer meewerken aan een slecht systeem. Vanaf dit moment zag ik onze beweging als een massale weigering om mee te werken. En ik gebruikte het woord 'boycot' niet vaak meer.'

Alvorens het Hooggerechtshof in november 1956 rassendiscriminatie op bussen onwettig noemde, werd u door een volledig blanke jury veroordeeld wegens het leiden van een illegale boycot. Heeft u toen niet getwijfeld aan uw missie?

'Iemand die is veroordeeld, verlaat het gerechtsgebouw meestal met een somber gelaat, maar ik liep met opgeheven hoofd en een glimlach op mijn gezicht. Ik wist dat ik nu een veroordeelde crimineel was, maar ik was trots op mijn misdaad. Mijn misdaad was dat ik samen met mijn mensen een geweldloze verzetsactie had gepleegd. Mijn misdaad was dat ik mijn mensen een gevoel van waardigheid en zelfrespect wilde geven. Mijn misdaad was dat ik de onvervreemdbare rechten opeiste op leven, vrijheid en het nastreven van geluk. En bovenal was het mijn misdaad dat ik de mensen ervan had proberen te overtuigen dat het niet meewerken aan het kwaad een morele plicht is, net als het meewerken aan het goede.'

Heeft u altijd de juiste keuzes gemaakt in die periode, eind jaren vijftig?

'Als ik alles opnieuw zou moeten doen, zou ik de zwarte gemeenschap anders leiden dan ik heb bedaan. De fout die ik heb gemaakt, was dat ik tegen de rassenscheiding als geheel protesteerde, terwijl ik me beter tegen een bepaald onderdeel ervan had kunnen verzetten. Ons protest was zó vaag dat we niets bereikten waardoor de mensen gedeprimeerd en wanhopig werden. Het was beter geweest als wij ons bijvoorbeeld hadden geconcentreerd op discriminatie in bussen of in restaurants. Eén overwinning, op een bepaald gebied, zou symbolisch zijn geweest en zou het moreel en het enthousiasme hebben verbeterd.'

Liberalisme

'Dit gebrek aan positief leiderschap van de federale overheid blijft niet beperkt tot een bepaalde politieke partij. Beide partijen hebben de zaak van de gerechtigheid verraden. De Democraten hebben dat gedaan door toe te geven aan de vooroordelen en ondemocratische praktijken van de Dixiecraten in het zuiden. De Republikeinen hebben het gedaan door toe te geven aan de ongelooflijke hypocrisie van de reactionaire noorderlingen in de rechtse vleugel. Deze mensen vertonen vaak een hemofilie aan woorden en anemie aan daden.'

(Uit een toespraak op de Prayer Pilgrimage for Freedom in Washington DC, 17 mei 1957.)

Men heeft u vaak het verwijt gemaakt dat u met het communisme sympathiseerde. Hoe zag u de strijd van de ideologieën eigenlijk?

'Mijn studie van Marx overtuigde me er van dat de waarheid niet bij het marxisme en ook niet bij het traditionele kapitalisme lag. Elk vertegenwoordigt slechts een gedeeltelijke waarheid. Het traditionele kapitalisme zag niets in collectieve ondernemingen en het marxisme zag niets in het particulier initiatief. Het negentiende-eeuwse kapitalisme zag niet in dat het leven sociaal is en het marxisme zag en ziet nog steeds niet in dat het leven individueel en persoonlijk is. Het Koninkrijk Gods is niet de these van het individueel handelen, noch de antithese van het collectief handelen, maar een synthese die de waarheden van beide in zich verenigt.'

Anderen verweten u dan weer een té liberale houding.

'De grote indruk die veel liberale theologen op mij hebben gehad, en mijn ook nu nog grote verlangen om optimistisch te zijn over de menselijke natuur, hebben veel te maken met mijn liberale houding. En natuurlijk is er een aspect van het liberalisme dat ik altijd in ere zal houden: de nadruk die wordt gelegd op het zoeken naar de waarheid en op een open en analytische geest, de weigering de beste inzichten van de rede buiten te sluiten. De bijdrage die het liberalisme heeft geleverd aan de filologisch-historische kritiek binnen de bijbelstudie, is van onschatbare waarde geweest.'

JFK

'Ik zeg hier dat een individu dat een wet overtreedt die volgens zijn eigen geweten onrechtvaardig is en waarna hij gewillig zijn straf accepteert om op die manier het geweten van de gemeenschap wakker te schudden vanwege de onrechtvaardigheid, in feite het hoogste respect betuigt jegens de wet.'

(...) 'We mogen nooit vergeten dat alles wat Adolf Hitler deed in Duitsland 'legaal' was en dat alles wat de strijders voor de vrijheid in Hongarije deden 'illegaal' was. Het was 'illegaal' om hulp en steun te bieden aan een jood in het Duitsland van Adolf Hitler. En toch, ik weet zeker dat als ik in die tijd in Duitsland had geleefd, ik had geprobeerd om mijn joodse broeders bij te staan. Als ik vandaag de dag in een communistisch land zou wonen waar sommige principes die voor een christen essentieel zijn worden onderdrukt, dan zou ik openlijk pleiten voor burgerlijke ongehoorzaamheid tegen de antireligieuze wetten van dat land.'

(Uit een antwoordbrief aan blanke dominees die King schriftelijk hadden verzocht zijn acties stop te zetten, 16 april 1963.)

Op 22 december 1963 werd president Kennedy vermoord in Dallas. Hoe was uw relatie met hem?

'Overal was men verbijsterd door het nieuws van de moord op president John F. Kennedy. Wij zagen hoe de vijfendertigste president van onze natie als een grote ceder werd geveld. Het persoonlijk verlies was groot; het verlies voor de wereld was overweldigend. Het was moeilijk te geloven dat iemand zo vol energie, vitaliteit en kracht niet langer onder ons was.'

'President Kennedy was een persoonlijkheid met sterke tegenstellingen. Eigenlijk waren er twee John Kennedy's. De eerste regeerde de eerste twee jaar van zijn ambtsperiode onder de druk van onzekerheid die een gevolg was van zijn nipte verkiezingsoverwinning. Hij weifelde en probeerde aan te voelen in welke richting zijn leiderschap zich kon ontwikkelen zonder al te veel steun te verliezen. In 1963 was echter een nieuwe Kennedy opgestaan. Hij had ontdekt dat de publieke opinie geen strak keurslijf draagt. Het Amerikaanse politieke denken was niet conservatief, noch radicaal of gematigd. Het was boven alles veranderlijk. Het volgde eerder trends dan uitgesproken lijnen. Een zelfverzekerd leiderschap kon het op een constructieve manier sturen.'

Droom

'Ik heb een droom dat op een dag deze natie zal opstaan en de ware betekenis van haar credo zal vervullen: voor ons is het vanzelfsprekend dat alle mensen als gelijken zijn geschapen.'

(...) 'Ik heb een droom dat mijn vier jonge kinderen op een dag zullen leven in een natie waar zij niet worden beoordeeld naar de kleur van hun huid, maar naar de inhoud van hun karakter.'

(Uit de toespraak aan het einde van de zwarte mars op Washington DC, 28 augustus 1963.)

Tijdens de 'mars voor vrijheid en werk' naar Washington DC, hield u uw beroemde 'I have a dream'-toespraak. Waar haalde u de inspiratie hiervoor?

'Ik begon mijn toespraak voor te lezen en las door tot op een bepaald punt. Het publiek reageerde die dag geweldig, en opeens kwam er iets over me. In juni van dat jaar, na een vreedzame bijeenkomst van duizenden mensen in het centrum van Detroit, had ik bij een toespraak in Cobo Hall de woorden 'I have a dream' gebruikt. Ik had deze woorden ook voordien vaak gebezigd en voelde dat ik ze nu weer wilde uitspreken. Ik weet niet waarom. Bij mijn voorbereiding van de toespraak had ik er niet aan gedacht. Ik sprak de woorden uit, en vanaf dat moment schoof ik mijn uitgeschreven tekst opzij en liet hem voor wat hij was.'

In 1967 raakten de Verenigde Staten steeds meer betrokken in de oorlog met Vietnam. Waarom riep u de zwarte gemeenschap op om dienst te weigeren?

'Terugkijkend realiseerde ik me dat het einde van mijn vertrouwen niet onverwachts kwam. Het kwam zoals eb plaats maakt voor vloed. Terwijl ik terugdacht aan de gebeurtenissen, zag ik dat het kwaad stapje voor stapje was opgebouwd. De ene onmenselijkheid was op de andere gestapeld. Elke wandaad was op zich genoeg om te bewerkstelligen dat men zich van schaamte zou willen verbergen. Wat afschuwelijk maar waar was, was dat mijn land alleen maar praatte over vrede en in werkelijkheid uit was op een militaire overwinning. In de handschoen van de vrede zat de gebalde, ijzeren vuist van de oorlog verborgen. Ik voelde me naakt in mijn schuld en mijn schaamte, zoals Duitsers zich moeten voelen als ze eraan terugdenken hoe hun leiders met militaire middelen andere naties hebben geprobeerd te overmeesteren. Ik vond dat ik mezelf te lang had toegestaan om zwijgend aan de zijlijn te staan. Ik was een luid spreker maar een stille acteur, terwijl een schijnvertoning werd opgevoerd.'

Beloofde Land

'Door te moeten leven onder de dagelijkse dreiging van de dood, wordt een mens soms moedeloos. Zo veel verbaal geweld en kritiek te moeten doorstaan, soms zelfs van mijn eigen mensen, maakt mij af en toe moedeloos. Om zo vaak 's avonds gefrustreerd in bed te moeten stappen terwijl ik de rillingen van de koude wind van de tegenstand nog voel, maakt mij soms zo moedeloos dat ik ga denken dat al mijn werk voor niets is.'

(Uit een toespraak na een mars in Memphis, precies een week voor zijn dood, 28 maart 1968.)

'Ik weet niet wat er nu gaat gebeuren. We gaan moeilijke dagen tegemoet. Maar het maakt mij nu niet meer uit. Want ik ben op de bergtop geweest. En het maakt mij niet uit. Net als iedereen zou ik graag een lang leven hebben - ik zou graag oud worden. Maar dat is niet waar ik me nu mee bezig houd. Ik wil slechts Gods wil doen. En Hij heeft mij toegestaan de berg te beklimmen. En ik heb op de top rondgekeken, en ik heb het Beloofde Land gezien. Misschien lukt het mij niet om er met u te komen. Maar ik wil dat u weet dat wij als volk het Beloofde Land zullen bereiken. En ik ben blij vanavond. Ik maak me geen zorgen, ik ben voor niemand bang. Mijn ogen hebben de glorie van de wederkomst van de Heer gezien.'

(Uit zijn laatste toespraak in Memphis, de avond voor zijn dood, 3 april 1968.)

Clayborne Carson (red.) - Martin Luther King Jr. De autobiografie - 1998, Amsterdam, Arena/Kritak, 423 blz., ISBN 90-6303-775-9.

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post138
« VorigeVolgende »