Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Aftelrijmpje

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken ma, mei 25, 2015 14:03:11

En dan heeft die kwieke, haast schalkse, zelfs ietwat uitdagende tred, meer schrijden dan stappen, plaats geruimd voor voorzichtig schuifelen. Van houvast tot houvast, op zoek naar een evenwicht, hoe wankel ook. Even niet goed opgelet of de harde realiteit niet onder ogen durven zien, ik weet het niet zo goed, maar ik had het niet zien aankomen. Misschien wou ik het gewoon niet zien, zit ik nog volop in de ontkenningsfase. Maar het beeld heeft zich nu wel op mijn netvlies gebrand. Zoals het me ook opviel dat het deugnietachtige sarcasme langzaam is overgegaan in berustend cynisme.

Het leven is een optelsom van gebeurtenissen, ervaringen en emoties, tot het bijna ongemerkt overgaat in een aftelrijmpje. Van optellen naar aftellen, het gebeurt in een vingerknip, een oogwenk. Even met de ogen knipperen en het is er. En het rijmt niet echt, net als het leven zelf, dat genadeloos voorbijvliegt. Waar is die teletijdmachine van professor Barabas wanneer je hem nodig hebt?



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post645

Als het werk stopt

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 16, 2015 12:34:57

(Onderstaande paragrafen vormen het begin van hoofdstuk 1 van mijn boek 'Als het werk stopt', waarin ik werkzoekende vijftigplussers en arbeidsmarktdeskundigen aan het woord laat over de problematiek van oudere werknemers. In dat eerste hoofdstuk vertel ik mijn persoonlijke verhaal. In dit uittreksel eindig ik op het ogenblik dat het werk begon. De rest kunt u in het boek ontdekken - zij het met een plotse opstoot van commerciële flair.)

Toen ik acht was, wilde ik sportjournalist worden. Dat was al heel snel duidelijk voor mijn ouders, want ik lag op het kamerbreed tapijt voor de televisie voetbalwedstrijden te spelen met metalen spelertjes die ik van een tafelvoetbalspel had losgewrikt. Geel-zwart tegen rood-wit, waarbij de roodwitten slechts met zijn tienen waren. Een van die metalen mannetjes was zoekgeraakt en werd dan maar vervangen door een rondbuikig Lego-ventje. Rond het veld met zijn denkbeeldige lijnen had ik kartonnen reclameborden met handgeschreven productnamen gedrapeerd. Het zag er voldoende geloofwaardig uit, vond ik zelf.

Rik De Saedeleer was mijn icoon van die tijd. De stem van het voetbal, toen nog in zwart-wit. Ik bediende dus niet alleen op mijn eentje eenentwintig-en-een-halve voetballertjes, ik gaf er ook nog eens luidop commentaar bij en bootste joelende supporters na. Voetbal, een feest. Tv-kijken was voor mijn ouders op dat moment minder een feest, durf ik jaren later te veronderstellen. O ja, mijn ploeg heette TAF, naar een merk van sigarenbanden dat mijn vader toen verzamelde. TAF werd keer op keer kampioen, terwijl de tevreden fans 'T-A-F! T-A-F!' scandeerden.

Je hebt van die tieners die al heel snel weten wat ze met hun leven willen aanvangen. Ik niet. De droom om sportjournalist te worden lag zo ver buiten mijn bereik, dacht ik, dat het niet meer dan een droom bleef. Ik volgde braaf handel aan het Gemeentelijk Handelsinstituut in Merksem, halfweg de jaren zeventig nog geen deelgemeente van de fusiestad Antwerpen, en pas rond mijn zeventiende wist ik dat mijn toekomst niet achter een bureau lag. Toch niet met een rekenmachine bij de hand.

Ik ging aan het RITCS studeren, toen nog met de 'C' van 'cultuur in de benaming, en koos in al mijn dwarsigheid voor de afdeling Sociale Communicatie. Het kneusje van de opleidingen, want elk jaar zaten er maar een paar studenten in die richting, ambitieuze types die journalist of cultuurambtenaar wilden worden, al lag de nadruk toch op de journalistiek. Na twee gemeenschappelijke jaren - oké, ik geef toe: het werden er in de praktijk drie - kwamen de twee specialisatiejaren, waarin ik de helft van de tijd gemeenschappelijke vakken met de afdelingen Film, Radio & Televisie en Toneel volgde en de andere helft alleen in mijn afdeling zat. Die 'alleen' mag u letterlijk nemen, ik was de enige die voor Sociale Communicatie had geopteerd. De andere studenten wilden later wereldberoemd cineast worden, of befaamd dramaturg, of desnoods tv-regisseur. Geen journalist, wie wil dat nou?

In het laatste jaar nam Maurice De Wilde een kwart van de lesuren voor zijn rekening. U moet zich dat voorstellen: 1981-1982, de reeks over 'De Nieuwe Orde' beroerde net de Vlaamse gemoederen en ik zat daar alleen tegenover die Grote Journalist, die vier uur ononderbroken les gaf en ondertussen rookte als een Turk. Een mentor werd hij. Niet verwonderlijk dat ik mijn burgerdienst - niemand zou me dwingen om braaf te gehoorzamen in het leger! - bij de BRT wilde doen, op de dienst Volwassenenvorming, waar De Wilde de reeksen over de collaboratie voorbereidde.

Tussen de dag dat ik afstudeerde en het moment dat mijn burgerdienst zou aanvatten, moest ik werkloos toekijken. Dat betekende in die dagen: een jaar wachten op een eerste uitkering, dan elke dag gaan stempelen. Iedere dag op een ander tijdstip nog wel, want van stigmatiseren en controleren wist de overheid alles in de woelige en uitzichtloze jaren tachtig. Ik begon intussen te schrijven voor kleine bladen, onder meer het gereputeerde De Nieuwe, waaraan een aantal uitermate kritische, prachtige linkse pennen meewerkten. Et moi. A rato van zevenhonderd vijftig frank per stuk; 18,75 euro voor wie vergeten is hoe dat weer zat met dat omrekenen. Een habbekrats, maar wel een ontzettend fijne leerschool. Uiteindelijk zou ik pas vanaf juni 1984, na bijna twee jaar werkloos te zijn geweest en na een ultiem boos telefoontje van De Wilde naar een of ander ministerie over die lange wachttijd, dagelijks naar de Reyerslaan 52 mogen pendelen.

Zoveel respect ik had voor de journalist en tv-maker Maurice De Wilde, zo moeilijk had ik het om met de man samen te werken. Zeker nadat ik de euvele moed had gehad om voor mijn bijdrage over de jeugdcollaboratie in een van zijn boeken over 'De Collaboratie', die werden uitgegeven bij een privé-uitgeverij, een bescheiden deel van de auteursrechten te vragen. Er volgde een beleefd conflict, met een resem officiële nota's heen en weer, waarbij ik zelfs gelijk kreeg van de voorzitter van de raad van bestuur van de BRT, en vervolgens een onvermijdelijke mutatie naar een jeugdhuis in Antwerpen, in een gebouw waar FM 2000 gehuisvest was, de lokale radiozender waar ik verantwoordelijk was voor de informatieve uitzendingen.

Eind februari 1986 was mijn burgerdienst afgelopen en voelde ik me even uitgebuit en gekleineerd als een doorsnee milicien, alleen had ik dubbel zo lang moeten dienen: twintig maanden in plaats van tien. Het was crisis, de regering had kort voordien bijzondere machten uitgevaardigd, 'volmachten' in de volksmond, waardoor ze het parlement straal kon negeren, en er werd hevig actie gevoerd tegen het neoliberale beleid. Voor een jongeman van 27 zag de toekomst er niet bepaald rooskleurig uit. Herkent u het een beetje?

Een eerste werkervaring duurde welgeteld twee dagen, bij een bruut van een zaakvoerder die in opdracht bedrijfsfilms maakte en de hele dag zijn werknemers kleineerde in het bijzijn van alle anderen. Ik zag me echt niet langer voor zo'n slavendrijver opdraven, dat pover contract ondertekenen hoefde niet eens voor mij.

Ik solliciteerde dat het een lieve lust was: per handgeschreven brief, want zo ging dat toen nog. Bedrijven mochten in hun vacatures nog leeftijdslimieten opleggen en dat deden ze dan ook gretig. De eisen lagen onrealistisch hoog: voor sommige jobs mocht je maximaal 25 jaar oud zijn, maar moest je minstens tien jaar ervaring hebben en vanzelfsprekend perfect zeventalig zijn. Dat soort gevoel kreeg je tenminste nadat je de vacature gelezen had.

Ik greep net naast een job als copywriter bij Colruyt, maar werd daardoor opgevist als kandidaat voor een baan op de marketingafdeling van dochterbedrijf Dolmen Computer Applications. De tests waren prima, het gesprek verliep rimpelloos. Op het eind vroeg mijn toekomstige werkgever hoe lang ik van plan was voor hem te komen werken. 'Tot mijn pensioen?', vroeg ik ietwat verbouwereerd. Daar werd hartelijk om gelachen door de twee mensen aan de andere kant van de tafel, die al wel wat jobhoppers hadden zien passeren in het era van de yuppies en de carrièrejagers. Op 27 mei 1986 mocht ik eindelijk beginnen werken, bijna vier jaar nadat ik met voldoening was afgestudeerd.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post641

Evelien S.

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken do, april 16, 2015 11:37:21

There's a killer on the road / His brain is squirmin' like a toad / Take a long holiday / Let your children play / If you give this man a ride / Sweet family will die / Killer on the road, yeah

Een jonge vrouw is gestorven. Dertig was ze, een leeftijd waarop het leven pas echt zou mogen beginnen. Jeugdige overmoed wordt afgeschud, volwassenheid omarmd, zo hoort dat te gaan. Niet zo voor Evelien S. Zij is er niet meer. Ik kende haar niet, wist niet dat ze ongeneeslijk ziek was (de verschrikkelijke killer on the road K), werd me pas bewust van haar bestaan door haar ultieme blogpost, die maandag verscheen, minder dan vierentwintig uur voor haar dood. Een afscheid in stijl.

Ze schrijft over de verjaardagstress die ze had toen ze op het punt stond dertig te worden. 'Het gevaar loerde overal. Ik werd oud. En dertig worden was de eerste stap in de afgrond'. Belachelijk natuurlijk, maar wel typisch voor die leeftijd. Je denkt als lezer: Evelien, meisje, get a life, dertig is niets, net zomin als veertig of vijftig, ga toch gewoon door. Maar dan lees je verder en vervloekt ze zichzelf dat ze dertig worden niet heeft omarmd. Dat ze niet 'Laat maar komen' heeft geroepen. 'Want nu zit ik er mee. Voor altijd dertig jaar oud. Een 31ste feestje zit er niet meer aan te komen. Neen, een cirkel is niet eindeloos'.

En dan ga je verder op zoek in haar tijdslijn naar aanwijzingen voor deze cryptische omschrijving en ontdek je dat deze jonge vrouw, die zo worstelde met het overschrijden van die onschuldige leeftijdsbarrière, van dag tot dag moest leven. Overleven, eigenlijk. There's a killer on the road. Hij is afgestapt bij haar huis. K is in the house. Onwezenlijk moet het zijn om zo jong nog zo'n hard verdict te moeten aanhoren.

Gisteren stond er een kritische beschouwing over de perverse effecten van de sociale media in De Morgen. Gisteren ook werd Evelien S. herdacht door bekenden en onbekenden, vrienden voor het leven en vrienden voor even. Mannen en vrouwen tekenden hartjes op hun pols, zetten er de hashtag #teamevelien bij en verspreidden dit op Twitter, Facebook en Instagram. Volkomen zinledig, want je brengt er haar niet mee terug en je zorgt er al evenmin voor dat al die andere K-patiënten, jong en oud, genezen worden. Maar niet alles hoeft zin te hebben in dit leven. Dit was zo intens mooi, zo geweldig empathisch, zo sociaal, dat je even weer kon geloven in de positieve kracht van de sociale media. Even, want die hartelijke, warme mensen zijn diegenen die anders ook al hartelijk en warm zijn. Zij zijn het waarom je op de sociale media zit en er besluit te blijven. Tussen alle absolutistische meningen, gore ranzigheid en leeghoofdige opmerkingen door zijn zij het die de moeite waard zijn.

Hartje voor Evelien S. Hartjes voor die hartelijke, warme mensen die haar gepast herdachten en die tranen wegpinkten bij het droevige lot van iemand die ze nauwelijks of niet kenden. Klein, bang hartje voor de sociale media. Het is er niet al kommer en kwel, maar de volgende storm staat ongetwijfeld weer op losbarsten.

Dat is nu even niet belangrijk. Laten we dit moment even vasthouden, koesteren en vermenigvuldigen, als verzet tegen alle killers on the road. Voor Evelien S.

Riders on the storm / Into this house we're born / Into this world we're thrown / Like a dog without a bone / An actor out on loan / Riders on the storm.

(tekstfragment uit Riders On The Storm van The Doors, 1971)



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post625

Ontmoetingen

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken di, april 07, 2015 12:29:21

Let's go walkin' up that mountainside / Look down in the valley down below / And we survey this wondrous scene.

Op het gevaar af dat u mij ervan verdenkt dat ik mezelf Martin Luther King-allures aanmeet: ja, ik heb de heuvelrug die Carrière heet tot op redelijk grote hoogte beklommen. Mijn sociale status steeg bij elk nieuw visitekaartje, dat telkens nog net iets meer blonk dan het vorige. Functietitels gingen opeens een hele lijn beslaan, in drie talen nog wel, gewone belettering werd zilver, zilver werd goud, dat soort dingen. Aanzien werd met een hoofdletter geschreven en niet alleen bij het begin van een zin. De lucht werd ijler bij elke volgende stap hemelwaarts. Dat heb je met gebakken lucht in een zuurstofarme omgeving, alleen besef je dat niet wanneer je Carrière probeert te bedwingen.

Je ziet op de duur die wonderbaarlijke vallei niet meer. Je bent zo druk bezig om je een weg naar de top te banen, met het ellebogenwerk en het 'politieke' gekonkelfoes dat daarbij hoort, dat je geen oog meer hebt voor de schoonheid van de omgeving. Of de lelijkheid, want die negeer je even straal. Niet dat ik een haai was, zo iemand die openlijk naar boven likt en beneden trapt en stiekem zijn bazen zit zwart te maken, daarvoor ben ik te eerlijk. Typisch Waterman, naar het schijnt, mocht u in die astrologische onzin geloven.

Van driekwart hoog op de heuvel naar beneden tuimelen is pijnlijk. Er waren gelukkig weer die ellebogen om de val enigszins te breken, maar toch. Je voelt het niet aankomen. Je ziet alleen de zon, niet de onoverbrugbare afstand er naartoe. Icarus deed het je al voor, maar ach, wie ligt er wakker van een mythologische figuur? Je vindt die gevulde bankrekening heel aardig, ook al moet je zoveel compromissen met jezelf en je diepste overtuigingen sluiten dat het al snel compromitterend wordt. En confronterend.

***

De voorbije drie jaar waren louterend. Teruggeworpen worden op jezelf is best hard. Waar is je netwerk wanneer je het nodig hebt? Wat stelt je curriculum voor in tijden van crisis? Wie ben ik nog? Wie wil mij nog? Waar zijn al die collega's waarmee je dacht een hartelijk contact te hebben, dat uiteindelijk niet meer bleek te zijn dan functioneel? Aarrggh, het verschrikkelijke woord 'functioneel', dat heel precies aangeeft hoe je leven lange tijd in elkaar heeft gezeten: functioneel, dribbelend van vergadering naar budgetcontrole naar maildiscussie naar functioneringsgesprek naar een nieuwe vergadering. Ad infinitum. From here to eternity.

Ik ging vervolgens leven als een kluizenaar, verankerd aan zijn toetsenbord, gehoorzamend aan de stemmen in zijn hoofd ('Gij zult dringend werk zoeken', 'Gij zult veel schrijven', 'Gij zult uw leven ondergaan'), tot het moment aanbreekt dat je Peggy Lee-gewijs Is that all there is? schreeuwt en het antwoord al heel snel komt: neen, dit is zeer zeker niet all there is. Een iel stemmetje fluisterde zacht maar kordaat: open je oren, je ogen, je hart, ga buiten waar het echte leven is, ontmoet andere mensen dan diegene die je al kent.

***

'Ont-moeten', las ik een tijdje geleden in een Phil Bosmansachtige leuze, waarvan ik de rest al uit mijn geheugen gebannen heb. Pseudopsychologen en woordmarktkramers leggen er de nadruk op dat dit het tegenovergestelde betekent van 'moeten'. Wat een lulkoek, maar goed, het komt dan ook van luitjes die alleen maar kunnen ont-goochelen: de magie uit woorden verwijderen. Tijdens een ontmoeting moet juist heel veel: je moet jezelf proberen te zijn, oprechte belangstelling tonen, veel praten en nog veel meer luisteren, indrukken opzuigen, de valkuil van de oppervlakkigheid vermijden. Maar het is o zo boeiend als het onvoorwaardelijk gebeurt, zonder verborgen agenda.

Twee ogen die veel te lang op waakstand hadden gestaan, gingen wijd open. Ik heb de voorbije maanden meer oprechte mensen ontmoet dan in de twintig jaar daarvoor. Klinkt hard, maar het is wel zo. Mensen die ik voordien niet kende en die ik zonder mijn tuimelpartij van die heuvel en mijn plots ongeremde aanwezigheid op de zo verfoeide sociale media nooit had leren kennen. Zou zonde geweest zijn. In plaats van te zeuren over tijdverlies in de file van het leven probeer ik nu de platge(t)reden paden te ontwijken. Het rijplezier wordt er alleen maar groter om.

Doet me eraan denken dat ik snel nog eens moet afspreken in plaats van hier weer amechtige pogingen te doen om samenhangende zinnen bij elkaar te tokkelen.

***

(Misschien moet ik toch drie lijntjes toevoegen aan mijn cv. Wil werken voor een redelijk loon, maar zoekt vooral een prettige ervaring in een sympathieke, optimistische, mensvriendelijke omgeving. Heeft geen carrièreplanning meer voor ogen, maar wil zich honderd procent smijten op een inhoudelijk razend interessante job. Heeft tegenwoordig meer oog voor inhoud dan vorm en is daar ontzettend blij om.)

And when heart is open / You will change just like a flower slowly openin' / When there's no comin' / And there's no goin'.

(Tekstfragmenten uit 'Satisfied' en 'When heart is open', Van Morrison, 'Common One', 1980. Ja, ik ben een fan van Van.)



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post619

Het spijt me, José

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken ma, april 06, 2015 12:47:17

Bekentenis: ik hou niet van feestdagen. Ik mis mijn kranten, ik voel me slachtoffer van een stilte die me wordt opgedrongen door lieden die ooit vanuit hun geloofsovertuiging hebben beslist dat iederéén, ook de niet-gelovigen, een dag van rust moeten respecteren. Versta me niet verkeerd: ik wil die tien vrije dagen niet afnemen, wel integendeel, maar ik zou het veel prettiger vinden mochten mensen individueel kunnen bepalen wanneer ze die nemen in plaats van dat die opgelegd worden door de overheid of een geloof waar ze verder niets mee te maken willen hebben.

Voordeel van zo'n verplichte nuldag is dan weer dat je wat achterstallige weekendlectuur kunt inhalen. Zo kwam ik in De Standaard Weekblad uit bij een fijn interview met de fijne mens José De Cauwer, de slimste en beste wielerco-commentator van Vlaanderen en zeer wijde omgeving. Aimabele mens ook, mocht ik ondervinden in de jaren dat ik hoofdredacteur Sport was op de VRT. Iemand om te koesteren, als medewerker. Waar je gezellig mee kon doorbomen over de koers en het leven, dat hem niet altijd even goed gediend had. Daar hoorde enig gerstenat bij, zo doen levensgenieters dat.

En toch... Toch lag deze fijne mens aan de basis van een van de moeilijkste beslissingen die ik ooit moest nemen. Laten we zeggen dat ze in de Top 5 van Moeilijke Beslissingen Privé én Professioneel staat. Ergens half april 2001, vlak na een Scheldeprijs die hij mee van commentaar had voorzien, kwam mij ter ore dat de toenmalige bondscoach genoemd werd in een dopingaffaire rond een amateurwielrenner. Er was sprake van amfetaminepreparaten in een brievenbus, waar de tamtam uiteraard veel meer van maakte dan nodig was.

Ik zat wel met een probleem: een medewerker van de openbare omroep werd genoemd in een affaire waarmee je als omroep die leeft van belastinggeld niet wil geconfronteerd worden. Ik overlegde met de algemeen directeur Televisie, mijn rechtstreekse chef, en omdat het voorlopig om geruchten ging die nog niet in de openbaarheid waren gekomen - er waren nog geen sociale media of nieuwssites, de traditionele media bepaalden nog het ritme van de nieuwsdag - besloten we nog even om niets te doen. Dit was een zaak voor het gerecht, of net niet, dat zou moeten blijken. Als het in de pers zou komen, bleef er echter niets anders over dan hem te schorsen, concludeerden we eensluidend, stiekem hopend dat het niet zover zou komen.

's Zaterdags verslikte ik me in mijn eerste koffie van de dag. Een krant bracht het hele verhaal, met naam en toenaam, met heel veel voorwaardelijke wijs, maar goed: dit was het sportnieuws van de dag, alweer een dopingzaak. De Festina-affaire lag nog maar drie jaar achter ons, het wielrennen kon geen verdere bezoedeling meer verdragen. Voor alle zekerheid belde ik toch nog even met mijn baas, maar zij was niet van gedacht veranderd, net zomin als ik trouwens.

Volgde een pijnlijk telefoontje, waarbij ik zachtjes bevend het bekende nummer intikte. 'Het spijt me, maar we zullen je tijdelijk op non-actief moeten zetten.' Een zucht, lange stilte, berusting, een droog 'Oké, dan'. Michel Wuyts moest die Amstel Gold Race alleen verslaan of werd er alsnog een invaller opgetrommeld, ik weet het begot niet meer. Ik voelde me rotslecht, omdat ik een fijne mens een droge, vervelende boodschap had moeten brengen. Ik voelde me professioneel wel oké, omdat ik heel sterk van 'Do the right thing' doordrongen was en dit mij de right thing leek, ook al wist ik dat hij in een toen al door perceptie gedomineerde samenleving - waarin 'Je bent onschuldig tot het tegendeel bewezen wordt' zomaar onder de mat geveegd wordt - door de lynchzuchtige meute veroordeeld zou worden.

Een tijdje later mocht José wel co-commentaar geven bij de commerciële concurrent, terwijl hij door de VRT en de wielerbond voor onbepaalde tijd geschorst was. Humo wijdde daar zowaar een pagina aan, waarbij ik op het eind omschreven werd als 'heiliger dan de paus'. Het klonk als een belediging, maar ik aanvaardde het als een compliment. In sommige functies moet je harde beslissingen nemen, met je hersenen, ook al druisen ze in tegen wat je hart wil. Had ik maar geen hoofdredacteur moeten worden!

Niet zo lang daarna bleek de zaak veel minder om het lijf te hebben dan oorspronkelijk vanuit gerechtelijke- en mediakringen geïnsinueerd. De VRT en de wielerbond maakten de tijdelijke schorsing ongedaan, bondscoach De Cauwer hielp Tom Boonen mee aan de wereldtitel en gaf bij ontelbare koersen deskundig commentaar. Iedereen blij. Hij zal ook wel binnensmonds gevloekt hebben op het ogenblik dat mijn opvolgster en de nieuwe VRT-verantwoordelijken veel toleranter omsprongen met ethiek toen een andere, in veel ernstigere dopingzaken betrokken ex-coureur later wél vrolijk zijn zelfstandig bijberoep mocht blijven uitoefenen. Dat zal gestoken hebben. Mij stak het alleszins. U moet me daarom nog geen heilige noemen en al zeker geen paus.

'Als was het een spelletje 'kijken zonder te knipperen', zo staart hij me plots indringend aan', schrijft de interviewer in De Standaard Weekblad. Ik herken dat gevoel. Een paar jaar later zat ik, als hoofdredacteur van Kanaal 3, de regionale tv-zender die tegenwoordig TV Oost heet, tegenover José in een baanrestaurant in Waasmunster. We spraken over samenwerken, maar ik voelde dat er nog wrok zat, ongemak, wantrouwen, en ik begreep hem volkomen, al hoopte ik dat hij mij ook een beetje begreep intussen. Ik dacht: fijne mens, wat jammer toch dat die zaak tussen ons is komen te staan.

'Ik kan heel veel mensen recht in de ogen kijken', zegt de man die wielrennen ademt in het interview. 'Héél veel. Wat niet iedereen kan zeggen. Maar ik wist wat die zaak zou doen met al wat ik intussen had opgebouwd.' Ik proef de verbittering in die woorden en ik heb daar alle begrip voor. Genoemd worden in een gerechtelijke affaire gooit een mensenleven overhoop, dat hebben we vorige week nog van minuut tot minuut kunnen volgen. Schuld en onschuld worden daarbij plots relatieve begrippen: het is de perceptie die telt en die is ongenadig.

Het spijt me, José, al zou ik vandaag krek dezelfde beslissing nemen. Een fijne mens blijf je hoe dan ook.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post618

Mededogen

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken vr, april 03, 2015 12:17:53

Er is een mens gestorven. Hij was God niet en al evenmin een heilige, al had hij zo rond de millenniumwende gedurende een jaar of zeven, acht een goddelijke status in ons politieke landschap. Hij heeft misschien een vrouw verkracht, misschien ook niet, wie zal het zeggen. Hij koos voor de vlucht vooruit, al kan het ook best zijn dat hij op de loop ging voor de perceptie, dat genadeloze fenomeen dat waarheid en vermoeden de hele tijd door elkaar haspelt, wie zal het zeggen. Hij is geen held, noch is hij een lafaard, daar moeten wij niet over oordelen.

Waar moeten we dan wel over oordelen? Over niets, eigenlijk, in dit geval. Waarom zouden we? Wie geeft ons het recht om een oordeel te vellen over iemand die we alleen maar van zijn publieke optredens kennen? Wat is onze drijfveer om te doen alsof we het onbegrijpelijke begrijpen en dat dan ook nog eens te delen met de rest van de wereld? Hoeveel pretentie mag een mens bezitten?

Ze stonden gisteren de hele namiddag te drummen langs het jaagpad, een benaming die kan tellen qua double entendre, mijn collega's. Ik schrijf 'collega's' met de nodige schroom, een beetje plaatsvervangende schaamte, want op zulke momenten van nieuwsjagerij langs een jaagpad op een kille dag in april, voel ik me eventjes minder journalist, ook al ben ik het wellicht meer dan de meeste anderen. Ach, ik voel best met hen mee, hoor, en niet omdat ze in weer en wind moesten wachten tot eindelijk dat lijk werd bovengehaald - wat een teleurstelling zou het geweest zijn mochten de duikers alleen maar een jas uit het water hebben gevist! - en kon bevestigd worden wat iedereen diep vanbinnen al wist.

Ze deden hun job, meneer, mevrouw. Als de redactie zegt dat je daar en dan moet staan, dan doe je dat gewoon. Terughoudendheid en sereniteit zijn dan wel de laatste principes waar je rekening mee houdt. De concurrent staat naast je, je wil niet teleurstellen, dat bericht moet het eerste zijn dat straks op vele duizenden schermen flikkert. Ga ervoor!

***

Ik weet nog goed waar en wanneer de kentering er is gekomen. Het gebeurde in twee opeenvolgende jaren, 1996 en 1997, o ironie ook de jaren dat de politicus die gisteren zijn eigen doodsbad tegemoet fietste voor het eerst op de nationale radar verscheen. Eerst was er in augustus '96 de arrestatie van een kinderverkrachter en -moordenaar, die plots een naam kreeg: Marc Dutroux. Een paar jaar voordien zou hij nog Marc D. hebben geheten, zoals Freddy Horion aanvankelijk ook Freddy H. heette in de krant, zoals het hoort. Zelfs het smerigste individu is onschuldig tot het tegendeel wordt bewezen, versta: tot er een uitspraak is van de rechtbank. Dat is, op papier althans, een van de fundamenten van onze rechtsstaat, zoals ook de scheiding der machten een van de basisprincipes is in een democratie. Iemand moet dit ook eens even op een paar partijhoofdkwartieren gaan vertellen, er bestaat daar blijkbaar wat onduidelijkheid over.

Ik pleit ervoor om het opnieuw over Freddy H. en Marc D. te hebben. Ik weet het, ik ben niet meer zo jong en toch nog naïef. In het geval van onze verdronken politicus had De Tijd het recht om het bericht sec te brengen, deontologisch was er niets mis mee, zeker omdat de betrokkene de kans had gekregen om te reageren. Je kunt je wel afvragen wat de drijfveer was van diegene die vanuit het gerechtelijk apparaat de informatie gelekt heeft. Zou zo'n man (m/v) rustig hebben geslapen vannacht? Of vinden we dat intussen normaal, dat het geheim van het onderzoek voortdurend met voeten wordt getreden?

Iets meer dan een jaar nadat Marc D. net niet publiek gelyncht werd, reed een wagen zich aan hoge snelheid te pletter in een Parijse tunnel. Aan boord: een Britse prinses en haar lief. Opgejaagd door paparazzi, daarna bewierookt door hagiografen. Twee dagen later zou de VRT starten met een middagjournaal. Een hele week was er gerepeteerd, alles stond klaar om op maandag 2 september 1997 van start te gaan. De toenmalige hoofdredacteur, vandaag CEO op de Reyerslaan 52, besliste desondanks dat een extra journaal die zaterdagmiddag niet nodig was voor de dood van een figuur op een koekjestrommel en dat zou hij geweten hebben. Bakken kritiek kreeg hij over zich heen gekieperd. In de toekomst mochten er geen kansen meer gemist worden.

Sindsdien worden verdachten met naam en toenaam genoemd en door de publieke opinie veroordeeld nog voor ze een eerlijk proces hebben gekregen, en worden we overstelpt met extra journaals op eender welk moment van de dag, meestal om te zeggen dat er nog niet zoveel te zeggen valt, maar dat we daar later wel meer over zullen vernemen. En zo kregen we gisteren luidruchtige stillevens van het kabbelende kanaal te zien met reporters die de hun toegemeten tijd zo zinvol mogelijk probeerden te vullen. Onbegonnen werk. De voorwaardelijke wijs leent zich niet tot rechtstreekse verslaggeving, omdat ze zo nietszeggend is als het over feiten gaat.

***

In mijn stiel wil iedereen altijd de grootste hebben. Alles moet snel gaan, in plaats van doordacht. De eerste zijn is ontiegelijk veel belangrijker geworden dan de beste zijn. De juiste toedracht is ondergeschikt aan de eerste impressie. Journalistiek is impressionisme geworden, realisme is vaak ver zoek. Denken is verboden; doen luidt de opdracht en daarna zien we wel. Double checking is half checking geworden. Niet dat het vroeger beter was, want toen werden feiten verzwegen omdat nagenoeg elk medium een marionet was in de handen van de oppermachtige zuilen, nu worden halve feiten gemeld uit commerciële overwegingen. U mag zelf oordelen of dit vooruitgang is.

'We moeten ons bezinnen', riepen Yves Desmet van De Morgen en Indra Dewitte van Het Belang van Limburg haast in koor in een inderhaast omgegooide aflevering van Reyers Laat. Ik dacht: tot de volgende scoop zich aandient, tot er weer een half gecontroleerd maar o zo pittig bericht via een gunstige wind de redactie komt binnenwaaien, tot de waan van de dag het opnieuw haalt van de redelijkheid.

Hamsters in een rad zijn we geworden, eindeloos ronddraaiend in een eeuwigdurende vicieuze cirkel: mediaproducenten én -consumenten, we zijn even schuldig. Give the people what they need, het ietwat pompeuze uitgangspunt van de oerreporter, heet nu Give the people what they want, het adagium van de hoerreporter. Ik zie een slinger die helemaal naar de andere kant is doorgeslagen.

Bezinning, ja, graag, maar dan wel consequent. Denk opnieuw na over zin en onzin van juridische berichtgeving, gebruik die saaie voorwaardelijke wijs voor wat niet bewezen is, speculeer niet live in prime time, ga voor een correct verslag in plaats van een snel, laat de primeurs over aan de primeurjagers en zorg ervoor dat je eigen bijdrage van a tot z juist zit. Neen, je zult de sensatiezoekers niet meer bereiken dan, die stellen zich tevreden met hapklare brokken en onmiddellijke conclusies. En dan? Kwaliteit heeft ook zo zijn rechten en er zal altijd plaats zijn voor degelijkheid.

Maar vooral: heb mededogen. Met vermeende daders en vermeende slachtoffers. Probeer je even in te beelden dat dit een broer of een neef of een goede vriend of een verre kennis van je is en wat de berichtgeving zou kunnen teweegbrengen. 'Zou kunnen', alweer die voorwaardelijke wijs.

***

De sociale media hebben het weer gedaan. Maar is het de schuld van het medium Twitter dat een stel rioolratten vulgaire en walgelijke praat uitkraamt? Mensen die nu Twitter de rug toekeren, zijn even hypocriet als diegenen die orakelen dat dit er gewoon bij hoort. De blokkeer- en negeerknoppen doen kleine wonderen, je hoeft al die ranzigheid niet te zien en als je ze niet ziet, zal je ze nog veel minder missen dan nu al het geval is. Voor websites van kranten en weekbladen heb ik één goede raad: filter de ingestuurde reacties. Weiger de anonieme, lees de andere na op toon en menselijkheid en publiceer de hatelijke opmerkingen vooral niet. Noem het voor mijn part gerust censuur, ik noem het verantwoordelijkheid nemen.

Er is een mens gestorven. Hij was God niet en al evenmin een heilige, maar wat hij ook gedaan heeft: dit heeft hij niet verdiend. Dat hij zacht moge rusten. En als er dan toch zoiets bestaat als een Andere Plek, dat het daar dan vooral gezellig mag zijn. Veel gezelliger dan hier op dit moment.



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post617

Dansende derwisjen

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken ma, maart 23, 2015 12:11:27

Als dansende derwisjen tollen de woorden driest door mijn hoofd wanneer ik een zoveelste stukje wil plegen op deze plek. Adjectieven verdringen zich om een plaatsje te verwerven in de definitieve tekst. Ik ben doorgaans zeer tolerant voor hen. Weest welgekomen, ik wring je er nog wel ergens tussen. 'Drie adjectieven zijn beter dan één, tenminste als ze een functie hebben', zei Hugo Claus vijftig jaar geleden al. Ik huldig hetzelfde principe. Excuus, dat moet zijn: 'prachtige' principe, adjectief vergeten.

Noem het een bescheiden talent, die schrijvelarij. Zie het als een geluk bij een ongeluk, dat writer's block uiterst zelden mijn deel is. Beschouw het als een combinatie van wijsheid, ervaring en een open geest, dat ik er - zeg ik dan even zelf - meestal wel in slaag om iets genuanceerds uit mijn denkbeeldige pen te wringen. U doet er uw voordeel mee, anders zou u naar baarlijke nonsens, leeghoofdige gedachtengangen of pseudo-intelligente teksten zitten staren, en ik vind het wel prettig om teksten te schrijven, te delen en er - als het even meezit - een virtuele schouderklop voor te oogsten. Het is een handelstransactie als een andere.

Maar: is that all there is?

Hoe komt het toch dat ik, en ik ongetwijfeld niet alleen, geen enkele schroom heb om een onderbouwde mening middels het minutenlang genadeloos en onstuitbaar tokkelen van letters, woorden, zinnen en paragrafen aan het wereldwijde web toe te vertrouwen en ze vervolgens uitbundig te delen in de sociale media, maar dat ik er nauwelijks of niet in slaag om werkelijke gevoelens in een één-op-één-gesprek te ventileren. Ik probeer, faal, probeer opnieuw, faal weer, probeer nog een keer, weet dat ik gedoemd ben om nogmaals te falen: hoe komt dat toch? Waar zijn die dansende derwisjen, die wulpse adjectieven, die scherp geformuleerde en volstrekt voldragen volzinnen wanneer je hen écht nodig hebt? Waarom ben ik emotioneel gehandicapt als het op diepmenselijke communicatie aankomt? Waarom jongleer ik bijwijlen handig met woorden in de anonimiteit van mijn werkkamer en ben ik onhandig in directe communicatie, als ging het om het ineenzetten van een Ikea-kastje op basis van een verkeerde handleiding en met een paar ontbrekende schroeven?

Dat vraagt een mens zich soms af op een behoorlijk sombere maandagochtend, waardoor de dag er niet vrolijker op wordt.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post611

K

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken vr, januari 30, 2015 12:41:48

Hij moet al tijdens het kerstmaal schuin tegenover me hebben gezeten. Grijnzend, stiekem juichend om het feit dat hij daar anoniem en onzichtbaar kon meegenieten van spijzen, dranken en menselijke warmte. Zo is K nu eenmaal. Een gluiperd, meedogenloos naar zwakke punten zoekend, een alomtegenwoordige duivel die niet zal nalaten zijn macabere tango te dansen op een overvolle dansvloer en daarvoor alle benodigde maneuvreerruimte op te eisen.

Kort na nieuwjaar wisten we: K is er. Een echte verrassing was dat dan niet meer. Afwijkende cijfers op een medisch bulletin liegen niet, hoe graag je dat ook zou wensen. Maar toch: donderslag, heldere hemel, ijzige temperaturen. Je denkt: neen, niet in mijn familie, niet in dat breekbare cocon dat je zolang een vals gevoel van veiligheid heeft bezorgd, niet in mijn achtertuin. Hij toch niet. K. Met de K van Klootzak. Klerelijer. Kwal.

En dus zullen we moeten leren leven met de verschrikkelijke gedachte dat K ook op volgende familiebijeenkomsten mee zal aanschuiven. Schuin tegenover je of naast je of op kop van de tafel. Hij zal je nu openlijk in je gezicht uitlachen. Koning K. Keizer K. Kardinaal K. Het enige wat je dan, machteloos als je bent in je sprakeloze woede, kunt doen is hopen dat er nog vele kerstmalen zullen volgen, je neemt er de ongenode gast dan maar bij, je weigert hem aan te kijken, je doet alsof hij niet bestaat.

Maar je moet weten dat je niet welkom bent, K, jij venijnige parasiet. Je wordt hooguit gedoogd. We zullen je te lijf gaan, zoals we hopen dat dat ene lijf waar je je in genesteld hebt je ziekelijke drang om te vernietigen zal weerstaan.

K, ga weg.

***

Laat de sociale media even ophouden een praatbarak te zijn. Laten we onze grote smoel eventjes een moment dichtgeklapt houden. Laten we enkele tellen warm en solidair zijn en de oproep van een populaire twitteraar volgen en gul storten op de rekening van Kom Op Tegen Kanker. Hashtag 'TTK15'. (Terloops: jammer dat die # niet wordt aanvaard bij een elektronische overschrijving. Moderne tijden zijn nog niet overal doorgedrongen.)

Omdat niemand veilig is voor K.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post588
« VorigeVolgende »