Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

60

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, januari 26, 2019 13:06:30

Mijn rechtervoet staat al op de trede van Tram 6. Antwerpenaren weten: die rijdt van Luchtbal naar Wilrijk. Ik vind dat wel een prettige rit, want ze passeert langs de plek waar ik geboren ben en jaren gewoond heb (Merksem) en die waar ik ontelbare uren vertoefde (het Kiel). Je kan met die tram naar Kinepolis, het Sportpaleis, het Centraal Station, deSingel, het Bouwcentrum (pardon: Antwerp Expo) en Beerschot. Een film, een concert, een uitstap, een voorstelling, nieuwe boeken spotten, voetbal. Meer moet dat soms niet zijn, Het Leven.

Mag ik mij na 59 jaar en 365 dagen in dit leven een korte terug- en vooruitblik permitteren? Welaan dan!

DE JAREN 0... met de N van... Naïviteit

Ik heb de jaren 60 ge- en overleefd, maar niet echt beleefd. Ik was bijna één toen ze begonnen, ik was niet eens elf toen ze gedaan waren. En ze zijn voorbijgevlogen. The Beatles of the Stones, revolte, Woodstock, de mens op de maan: het is pas in het volgende decennium tot me doorgedrongen hoe interessant dat allemaal wel was.

De sixties staan symbool voor een nieuwe start: de oorlog lag een generatie in het verleden, de economische verdoemenis lag nog niet in het verschiet. Ware het niet dat ik al die fijne mensen (m/v) die ik nu familie, vrouw en vrienden mag noemen, niet zou gekend hebben, ik zou wat graag die periode intens meegemaakt hebben. Stel je voor dat je geboren zou zijn in 1946: nieuwe hoop, verre horizonten, een wereld in beweging, het gevoel dat er van alles gebeurt, de verbeelding een heel klein beetje aan de macht.

Mei '68 heb ik pas goed leren kennen door er dit jaar, samen met Geert De Vriese, een boek over te publiceren en meer dan dertig mensen te interviewen over die periode. Nu was Mei '68 voor mij alleen die stoere kerel van een jaar of veertien — uit het zevende of achtste studiejaar, waar de jongens zaten die voor niets deugden, behalve dan om op hun veertiende naar de fabriek te gaan —, die mij met een plakkaat waarop 'Leuven Vlaams!' stond gekribbeld, overhoopliep op de speelplaats.

Naïviteit is goed, als je piep bent, daarna is het minder aangewezen.

DE JAREN 10... met de T van... Trainen

Leren leven. Je plek zoeken. Hopen dat de leraar je niet aanduidt om een vraag te beantwoorden waarop je het antwoord niet weet, iets van fysica of zo. Driftig je arm opsteken als je daarentegen gretig je kennis wil etaleren. Je eerste teksten schrijven. (Een paar jaar geleden gaf een ex-klasgenote een boekje met rijmelarijen die ik ooit had geproduceerd. Geloof me: gênanter wordt het niet. HET WAREN PROBEERSELS!)

De tienerjaren zijn oefenjaren. Knoei gerust een beetje, het hoort bij het leerproces. Spijbelen voor het klimaat, bijvoorbeeld: had ik graag gedaan, maar daar was in de jaren 70 nog lang geen sprake van, ondanks de prille waarschuwingen van de Club van Rome. Oliecrisis, autoloze zondagen, de eerste werkloosheidsgolven, terroristische aanslagen. Geen dingen om vrolijker van te worden en toch was daar nog altijd dat goede gevoel uit de jaren 60: niet álles kan, maar toch wel heel veel.

DE JAREN 20... met de T van... Temporiseren

Studeren. Afstuderen. In 1982 gedropt worden in de grote boze buitenwereld, waar een crisis heerste, rechtse figuren aan de macht kwamen (Reagan, Thatcher, de tandem Martens-Gol en kort daarna -Verhofstadt bij ons), er geen jobs waren. No future! Al zeker niet voor iemand die nog zijn legerdienst moest doen, die ik met mijn gewetensbezwaren inruilde voor het dubbele van de normale plicht aan de samenleving. Twintig lange maanden. Liefde & leudeuveudeu. Oppassen voor aids, die stok achter de deur. De Sovjets komen! Eén keer meelopen in een grote betoging, tegen de raketten, met bijna een half miljoen gelijkgestemden, en geholpen dat het heeft! Dan toch een job vinden, maar niet als journalist. Een beetje geld op de bankrekening. Veel schrijven in je vrije tijd, weinig verdienen. De stiel leren. Vrienden voor het leven maken. Denken dat je het zult maken in de muziekwereld en beginnende bands begeleiden. Daar geld in steken, in plaats van erop te verdienen.

Temporiseren past nog het beste als term bij de niet zo olijke jaren 80. Een opstapje naar betere tijden. Duistere dagen met voldoende lichtpuntjes.

DE JAREN 30... met de D van... Dromen waarmaken, en ook... Doorzetten

En dan toch, aan het eind van dat boze decennium, de Liefde vinden, met hoofdletter. Een job die je niet graag deed, verliezen. Een job die je graag zou doen, doen. Die jeugddroom waarmaken (sportjournalist worden), maar voor het geestelijk evenwicht de meest uiteenlopende onderwerpen bestuderen, heel veel lezen en razend interessante mensen mogen interviewen.

Mógen. In goede dagen is journalist zijn een voorrecht. In minder goede dagen is het gewoon een job, maar nog altijd te prefereren boven welk ander bestaan ook. Vind ik. Het is geen waardeoordeel. Het is gewoon de vaststelling: ik mag meestal doen wat ik graag doe. En de economie draaide in de jaren 90, het waren een soort sixties voor wie er dertig jaar eerder nog niet of nog niet helemaal bewust bij was.

(Tip voor wie na zijn studies niet dadelijk een job heeft gevonden die bij hem of haar past: doorzetten!)

DE JAREN 40... met de V van... Vertrouwen

En toen werd ik leidinggevende. Het jongetje van acht dat op het kamerbreed tapijt voor de tv voetbalwedstrijden speelde met geïmproviseerde spelertjes die binnen denkbeeldige lijnen met een in verhouding veel te groot stalen balletje werden voortbewogen tussen de handgeschreven papieren reclameborden, en die daarbij én het spel deed voortgaan én wedstrijdcommentaar gaf én de kreten van het publiek nabootste, werd opeens tot baas van dé sportredactie gebombardeerd. Dromen komen niet uit? Of het prettig was? Dat is iets anders.

Als baas ben je niet meer die sympathieke collega. Je moet moeilijke knopen doorhakken, mensen teleurstellen, zeggen dat iets niet kan, of dat iets móet, op elk woord drie keer kauwen alvorens je het uitspuwt, flauwe grappen doseren. Vertrouwen is daarbij het sleutelwoord. Vertrouwen in je eigen capaciteiten. Vertrouwen in de mensen die boven je staan (niet makkelijk! soms onterecht!). Een evenwicht zoeken.

Geef je te veel vertrouwen aan wie dat niet verdient, zit je met een probleem.

Geef je te weinig vertrouwen aan wie dat wel verdient, zit je met een probleem.

Voelen de medewerkers dat je zelf niet het vertrouwen geniet van bovenaf, zit je met een probleem. Voortdurend balanceren op een heel dunne koord tussen twee hoge wolkenkrabbers, met een versleten vangnet onder je, dat is: de leiding nemen.

Anderen moeten maar oordelen of ik een goede baas ben geweest. Ik ben tien jaar lang op drie verschillende plekken hoofdredacteur geweest: nationaal, regionaal en op een betaalzender. Ik kwam al eens belangrijke mensen tegen. Ik werd door sommige mensen al eens een belangrijke man bevonden. Ach ja, goed voor het ego, zullen we maar zeggen, maar er zijn prettiger dingen om te doen en te zijn. Ik ben, denk ik, hoop ik, vermoed ik, altijd eerlijk en rechtlijnig geweest, dat is toch al iets.

DE JAREN 50... met de V van... Veerkracht, maar ook... Verontwaardiging

Een sprong wagen, weg van de journalistiek, in de donkere krochten van het profvoetbal, en dan nog wel bij je favoriete club. Ook dat was niet eens een droom, vanwege: veel te onrealistisch. Achteraf bekeken: een misstap, tijdverlies, op je 53ste denken dat een cv van vier volle pagina's je overeind zal houden en de muren oplopen omdat er niemand op Frank Van Laeken zit te wachten.

Veerkracht tonen, met kleine stapjes herbeginnen, boeken schrijven, zelfvertrouwen heroveren, opnieuw doen wat je graag doet: journalist zijn. En columnist. Meningenspuier. Daarvoor heel vaak verontwaardiging gebruiken als motor.

De jaren 10 zijn, door een nieuwe economische crisis, niet de vrolijkste geweest tot nog toe en toch zit hier een tevreden man, die niet vindt dat het vroeger allemaal beter was. Ik sta middenin het leven en ik wil dat nog een hele poos volhouden. Pensioen is, hopelijk, voor véél later. De gewrichten sputteren geregeld tegen en vragen zich af: "Van Laeken, denkt ge nu echt dat ge nog twintig zijt?". Het geheugen spijbelt weleens — en niet alleen op donderdag. Soms zijn er nostalgische momenten die zich opdringen.

Maar voor de rest: laat dat rond getal maar komen, ik weet er wel raad mee. En sta me nu maar toe om op tram 6 te springen, nou ja: te stappen. Mijn clubje speelt vanavond thuis, dat komt goed uit.

DE JAREN 60... met de Z van... Zalig

Toch?



  • Reacties(2)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post857

We moeten de tijd naar onze hand zetten

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken vr, oktober 26, 2018 12:46:03

(Deze tekst heb ik gisteren gebruikt als gastspreker op het TIJDcongres van MoMeNT in Tongeren.)

Dames en heren, ik heb deze zomer tien dagen lang de eer genoten om mij Tijdgeest te mogen noemen. Alleen al die titel verschafte me enig genoegen, het staat zo schoon op een visitekaartje. Uitgebreid kennismaken met de sympathieke stad Tongeren was eveneens bijzonder leuk. Maar het was vooral prettig om dertig interessante gasten te mogen interviewen over Tijd en over het subthema van deze tweede editie van MoMeNT: deadlines. Want wat is er mooier dan heel even heel diep in de ziel van een ander te mogen kijken?

Ik ben, dames en heren, een journalist — een jobnaam die tegenwoordig eerder op fluistertoon wordt uitgesproken, maar ik ben nog altijd trots om me zo te mogen noemen, dus, bij deze: JOURNALIST!

(U merkt het, het dak komt niet spontaan naar beneden.)

Deadlines behoren voor journalisten tot hun natuurlijke habitat. En toch haten we ze. Ze zijn opdringerig, ze zijn altijd te dichtbij, ze zijn nooit geruststellend, ze zijn de stok achter de deur, ze zijn zelden stimulerend, maar vooral: ze zíjn er. Ik ben oud genoeg om me tijden te herinneren dat nieuws nog niet 'breaking' heette en dat het nog niet op gespecialiseerde nieuwssites stond. Ik ben zelfs oud genoeg om me nog gsm- en internetloze dagen te herinneren. Ik ben zó oud, dat ik me herinner dat het nieuws van vanavond pas overmorgen in de krant zou staan. Het leek wel alsof de tijd vroeger aan onze zijde stond. Haalde je de deadline niet, ach, morgen was een nieuwe dag.

Weet u trouwens waar het woord 'deadline' vandaan komt? De term, zo leerde rondsnuisteren op Wikipedia me, werd voor het eerst gebruikt tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, en die liep van 1861 tot 1865, een tijdje geleden. Toen zat er ook al een republikein in het Witte Huis, maar wel een bijzonder intelligente, hij werd dan ook vermoord in een theaterzaal. Daar zal je Donald zelden zien. Op de binnenkoer van een gevangenis in Andersonville, Georgia, werd toen bij gebrek aan beveiliging een krijtlijn getrokken. Donald zou daar een muur hebben gezet, betaald door de Mexicanen, maar soit. De gevangenen die het waagden hun voet over die lijn te zetten, werden zonder pardon doodgeschoten. Vandaar dus: deadline, lijn des doods. Letterlijk. Was die gevangene een journalist of een schrijver, dan zat je bijgevolg met een letter-lijk.

Journalisten worden gelukkig zelden doodgeschoten als ze de tijdlijn die hen werd opgelegd overschrijden. Maar de deadline wordt steeds krapper, dames en heren. Het is niet meer overmorgen, of vanavond, of over een paar uur, het is: nu. Altijd: nú. Als iemand van nieuwssite X een bericht de wereld instuurt, zal de eindredacteur van nieuwssite Y zeggen: hé, dat moeten wij ook hebben. En wel: nú. Verander er een paar woorden aan, zet er een nieuwe titel boven, zoek een pakkende foto en hupsakee, weg ermee. Waarna een collega van nieuwssite Z hetzelfde zal doen. Copy/paste-journalistiek, ik hoor het u denken.

Weet u wat ik destijds, toen de dieren nog spraken en ik begon te studeren, zo aantrekkelijk vond aan journalistiek? Degelijkheid, deugdelijkheid, onafhankelijkheid, onpartijdigheid, check - double check - en als het effe kon ook - triple check. Het moest vooral juíst zijn. Vandaag moet je éérst zijn, en als dat niet lukt op z'n minst kort daarna komen en doen alsóf je een primeur te pakken hebt. Ben ik een ouwe zak aan het worden als ik die deugdelijkheid mis? Neen, beste mensen, ik ben geen adept van Donald, ik roep niet 'fake news' als er iets vreemds verschijnt, maar vaak is het resultaat slordig, onvolledig of gewoon onleesbaar. En, neen, ik roep evenmin dat het vroeger beter was, toen vertoonde de journalistiek andere mankementen. Journalisten moesten een partijkaart hebben, bijvoorbeeld.

Deadlines zijn de peper en zout van de journalistiek, dames en heren, laten we hen koesteren, maar ook af en toe relativeren en hen niet de baas laten worden over ons bestaan. Daar komen alleen maar burn-outs van en we doden er de creativiteit mee. En daarmee kom ik stilaan tot de stelling die ik hier geacht word te formuleren: we zien tijd te vaak als onze vijand, als een gesel, als iets onoverkomelijks — wat het overigens ook is —, maar dat is mede omdat we ons laten domineren door tijd en deadlines en het besef van onze eindigheid en dat we zo dadelijk die trein nog moeten halen en dat onze baas in onze nek staat te hijgen en dat de mensen van MoMeNT vragen waar die tekst blijft, enzovoort, enzovoort. We moeten durven onze voet over die lijn des doods te zetten. We moeten, letterlijk, weer onze tijd durven te nemen, óók in de journalistiek. Liever een langer stuk dat helemaal correct is, dan drie korte stukjes die snel-snel in elkaar geflanst werden. Beter die primeur die straks het nieuws zal domineren nog één keer extra checken, dan hem zomaar op het internet te pleuren. Eerst denken, ná-denken, dan doen. Maar ook: als we weten dat die deadline er is, moeten we ons daarop organiseren, pro-actiever worden, vooruitplannen. Niet alleen journalisten, maar wij met z'n allen. Het eerste moment is evengoed om aan iets te beginnen als het laatste, waarom wachten we dan altijd tot het laatste moment? Procrastinatie, heet dat met een geleerd woord. Uitstelgedrag. Studies tonen aan dat 95 procent van de procrastineerders minder zouden willen procrastineren, maar dit geheel terzijde. Geleerde mensen zeggen dat we dit zouden kunnen oplossen met tussenliggende deadlines. Dus niet die ene deadline helemaal op het eind, maar verschillende momenten tussendoor waarop we iets moeten gepresteerd hebben.

En dus eindig ik met mijn stelling:

WE MOETEN DE TIJD NAAR ONZE HAND ZETTEN.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post830

Schuld van de sossen

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, juli 07, 2018 12:57:00

Trein, tram en bus zijn altijd te laat, voor je verbinding moet je crossen.

(Niet over nadenken: 't is de schuld van de sossen)

Dat gat in de begroting valt maar niet op te lossen.

(Kijk naar 't verleden: schuld van de sossen)

We kunnen nog altijd met onze nieuwe vliegtuigen geen schot lossen.

(Met al hun mails: schuld van de sossen!)

Tijdens de Sudancrisis heeft een staatssecretaris heel wat tranen zitten versmossen.

(Een schande, schuld van de sossen)

U heeft een parking nodig? Geen probleem, we kappen de bossen.

(En wie denkt u dat het gedaan heeft? Schuld van de sossen)

Aan wie ligt het dat we geen traditie meer hebben in kantklossen?

(Wat dacht u? Schuld van de sossen)

Arme mensen kunnen hun schuld weer niet aflossen.

(Natuurlijk: schuld van de sossen)

Onze jeugd weet niet meer dat 2 x 144 is: 2 grossen.

(Hé hé, schuld van de sossen)

De Seleçao ligt eruit, bij onze uitblinkers zat een rossen.

(Schuld van de (Braziliaanse) sossen)

Dat je je binnenkort op de tweede zit weer piekfijn moet uitdossen.

(Schuld van de sossen)
Een senior writer schrijft: links is dood, ze zijn aan 't brossen.
(Schuld van de sossen)

Overal extra bewaking, aan de ingangen staan kolossen.

(Schuld van de sossen)

We vroegen stieren en kregen een stel ossen.

(Schuld van de sossen)

De tuin wordt overwoekerd door glibberige mossen.

(Schuld van de sossen)

Club Brugge verspeelt de titel door een owngoal van Jelle Vossen.

(Schuld van de sossen)

Het is al heel lang geleden dat we nog een wereldkampioen hadden in 't motorcrossen.

(Schuld van de sossen)

Laatste bergrit en in het zicht van de streep moet Thomas De Gendt lossen.

(Schuld van de sossen)

Er wordt te veel gezopen op al die cyclocrossen.

(Schuld van de sossen)

Op 11 en 21 juli is er weinig feest, mensen willen niet meer hossen.

(Schuld van de sossen)

Daarstraks kreeg ik tandpijn van het flossen.

(Auw, schuld van de sossen)

We spelen wind tegen, verkeerde keuze bij het tossen.

(Schuld van de sossen)

In de krant staan te veel opiniestukken en te weinig epossen.

(Schuld van de sossen)

Heel zelden gooien we in dit land los alle trossen.

(Schuld van de sossen)

In Planckendael hebben ze een schrijnend tekort aan rinocerossen.

(Schuld van de sossen)

Er zijn te veel Maria's en te weinig Jossen.

(Schuld van de sossen)

't Water blijft niet warm, het gaat achteruit met de kwaliteit van onze thermossen.

(Schuld van de sossen)

Oei, de toiletdeur is langs de buitenkant afgesloten, kan iemand mij komen verlossen?

(Schuld van de sossen)

Ik dacht: ik probeer eens iets leuks, maar ik kan weer de verwachtingen niet inlossen.

(Allemaal úw schuld, sossen!)



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post802

Leger

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 30, 2018 13:04:59

"Een psychologisch verzamelbegrip voor de psychologische ontwikkelingsfase van mensen tussen de 35 en 50 jaar. Vaak wordt men op deze leeftijd geconfronteerd met zingevingsvraagstukken en wordt men daardoor uit balans gebracht." Zo definieert Wikipedia 'midlifecrisis'. Wie in 1981 geboren is, kan zich dus een lidkaart van die club veroorloven.

Een professor en een woordvoerder pakten daar de voorbije weken met veel aplomb mee uit. Jonathan Holslag, politicoloog en Chinakenner, en Joachim Pohlmann, woordvoerder en Bart De Wevermenner, gooien deze zomer één maand lang hun burgerkleren af, zetten de anders zo onmisbare smartphone dertig dagen lang op vliegtuigstand, trekken een volstrekt a-modieus kakikleurig uniform aan en volgen een opleiding tot 'reservist'. Dat klinkt nogal denigrerend (alsof iemand intensief de finesses van het voetbal leert kennen om vervolgens op de invallersbank te belanden), maar beide heren zijn er behoorlijk trots op dat ze óóit het land zullen kunnen, pardon: mógen, dienen. Geen Harley Davidson, vurige maîtresse of sm-meesteres voor hen, al komt de kadaverdiscipline in het leger toch ook wel een beetje neer op dat laatste.

Het gevaar komt uit het oosten, zeggen ze allebei. Ze bedoelen Poetin, niet Merkel, al weet je maar nooit met Pohlmann. En uit het zuiden, voegt de communicatieverantwoordelijke van de N-VA daar snel aan toe. Migranten die het slecht met ons voor hebben, moet u weten. Kwestie van de harde communicatie van de partijkopstukken aan te houden, ook al lezen we de voorbije dagen en weken in betrouwbare rapporten en grafieken dat het allemaal wel meevalt met vluchtelingen, asielzoekers en migranten. Het zijn er veel minder dan pakweg tien of twintig jaar geleden. Maar het wordt wel aan de burger verkocht als een regelrechte ramp, een Armageddon in spe, het naderende einde van het Avondland. Help, we worden overspoeld en straks zit er godbetert een neger op het Schoon Verdiep. De laatste pessimist doet het licht uit.

***

Om u maar meteen gerust te stellen: ik ga niet in het leger. Nu niet. Nooit. Niet dat ik tot de doelgroep behoor, volgens de definitie ligt mijn midlifecrisis al bijna een vol decennium achter me. Nooit een Harley bereden, of een maîtresse, of vrijwillig van het zweepje gehad. Best saai wel, die periode. Hard werken, carrière maken, een langdurige relatie uitbouwen. Om de titel van een Supertramp-LP te parafraseren: Midlifecrisis? What Midlifecrisis?

Ik heb een geweten en ik heb bezwaren. Voeg die twee samen en je komt uit op: gewetensbezwaarde. In de duistere jaren 80 van de vorige eeuw was dat mijn kleine daad van verzet: ik weigerde als pacifist domweg bevelen van officieren uit te voeren. Daar werd je in die tijd, toen de legerdienst nog bestond, flink voor gestraft. In de hoek gezet, zeg maar. Twintig maanden burgerdienst in plaats van tien maanden leger. Dan moest je al écht overtuigd zijn. Achteraf bekeken had ik uit puur opportunisme net zo goed in het leger kunnen gaan, bij de audiovisuele dienst, zoals me werd aangeboden, want op de twee plekken waar ik van juni 1984 tot februari 1986 mijn gewetensbezwaren mocht uiten werd je óók uitgebuit. Ik verwachtte veel respect voor mijn beslissing, ik kreeg klusjes die anderen niet wilden doen. Bij de openbare omroep botste ik op tegen een toenmalige tv-coryfee - hard tegen onzacht -, waarna ik muteerde, zoals dat ook in kringen van mensen met een geweten heette, naar een jeugdclub, waar ik mijn dagen voornamelijk achter de toog sleet. U leest dat goed: áchter. Om de dorstigen te laven. Dat was in het laatste punkkot van de wereldstad A, waar zo'n drie keer per jaar een punkfestivalletje werd georganiseerd, met wouldbe-cultgroepjes die zich bekwaamden in het heel luid en volstrekt atonaal door elkaar brullen van 'One-two-three-four' om vervolgens dik twee minuten hooguit twee akkoorden op de pogoënde aanwezigen los te laten. En dat een keer of twintig tijdens één optreden. Die festivalletjes verliepen volgens een vast stramien: een overvol café, drie of vier groepen die van jetje gaven, tegen negen uur overstromende toiletpotten, tegen tien uur skinheads die voor de deur verzamelen bliezen, daar kwam dan herrie van, en een halfuur later kon ik vroeger dan verwacht fluitend naar huis omdat de politie de boel was komen sluiten. Tijden!

***

Mensen met bovengemiddelde verstandelijke vermogens die in het leger gaan, ik begrijp dat niet. Zeker niet nu het al meer dan twintig jaar niet meer hoeft. Is het nostalgie naar vervlogen tijden die de heren zelf nauwelijks bewust hebben meegemaakt? Jongensdromen van heldendaden ergens in een Limburgse greppel? Dat je tijdens een midlifecrisis meedoet aan plofkraken ligt nog iets minder voor de hand, maar het leger... Och, ik zal de beeltenis van de heren Holslag en Pohlmann aanbrengen op een paar verkenners in mijn Stratego-spel dat nog ergens op zolder moet liggen.

***

Ja, ik weet het, een gewetensbezwaarde die militaristische spelletjes speelt, da's ook niet al te koosjer.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post799

Hoe word je mensensmokkelaar?

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, februari 03, 2018 12:50:20

Bij de meest verschrikkelijke dictators uit de geschiedenis kan ik me nog iets voorstellen: ze deden het uit ideologische overtuiging of een of andere perverse vorm van idealisme, en daaruit vloeide waanzinnig misdadig gedrag voort. Je kan dat nog enigszins verklaren, vanzelfsprekend met enige moeite en de nodige walging.

Om geen misverstand te creëren: ik verfoei die mannen van het Grote Gebaar, maar hoe - in naam van alle potentaten - word je mensensmokkelaar?

Terroristen, wat ook hun drijfveer moge zijn, vernietigen mensenlevens, van zij die dood zijn en het niet meer kunnen navertellen, en van zij die nog leven en het niet meer willen navertellen. Zelf kiezen ze voor een stel hemelse maagden, het omverwerpen van het maatschappelijke bestel of wat financieel gewin. Zeer verwerpelijk allemaal, maar je kan het nog duiden, wáárom ze dat doen.

Bij een terrorist is het gebrek aan mededogen absoluut geen bezwaar, maar hoe - in naam van een denkbeeldig opperwezen - word je mensensmokkelaar?

De deelnemers aan Temptation Island proberen na te gaan hoe sterk hun relatie is en - vooral - hoe sterk zijzelf bestand zijn tegen verleidingsrituelen (en nu ga ik er even zeer naïef van uit dat dit smakeloze programma niet van a tot z vooraf in een scenario werd gegoten). Ik ben er ooit, tijdens het zappen op een inspiratieloze tv-avond, bij blijven hangen, echt waar, het was geen ziekelijke nieuwsgierigheid naar de laagste instincten van de IQ-loze medemens. Ik praat nog liever tegen mijn hand.

Ach ja, we weten het, dat soort mensen komt graag in volle primetime klaar, maar hoe - in naam van Pommeline en Gringo - word je mensensmokkelaar?

Ik heb respect voor dieren, maar sommige kruipende monstertjes laat ik het liefst met de onderkant van mijn pantoffels kennismaken. De kakkerlak, bijvoorbeeld. Dat komt zo. Tijdens een verblijf in een nogal exclusief oord in het zuiden van Spanje was er zo'n diertje dat hardnekkig door de kamer ploeterde, daarbij flink wat knisperend geluid producerend. Ik ging dapper als steeds in de achtervolging, maar het kreng was iets te snel en kroop onder kasten, stoelen en het bed. Een er inderhaast bij geroepen hotelbediende had er gelukkig een trucje op gevonden. Hoe het diertje heette? La Cucaracha. Ik deed er meteen een onhandig, vrolijk dansje bij.

Kakkerlakken zijn ergerlijk, doch vormen geen groot gevaar, maar hoe - in naam van het insectenrijk - word je mensensmokkelaar?

Als zelfs Herman Van Holsbeeck weer het daglicht aanschouwt en Mogi Bayat al dagen niet meer op een krantenfoto is gesignaleerd, weet je: de wintertransferperiode is voorbij. De jaarlijkse hoogmis van de oei-we-hebben-het-vorige-zomer-weer-flink-verknoeid-en-hebben-nu-iets-goed-te-maken voetbalbestuurders. Waarna dit ritueel zich over een maand of vijf opnieuw zal voltrekken. Knoeien is des mensen, verknoeien ook.

Mijn geliefde sport wordt steeds meer naar de kloten geholpen door de niets en niemand ontziende voetbalmakelaar, maar hoe - in naam van Mendes, Raiola, Zahavi en Bayat - word je mensensmokkelaar?

Zoek je naar een mensensoort die geen scrupules heeft en die voor een zakcentje zijn hulpbehoevende medemens een beetje hemel op aarde belooft en hem vervolgens gewetenloos en zonder verpinken laat zinken op een gammel bootje, zoek dan niet verder dan dit hatelijke exemplaar: de mensensmokkelaar. Maar, in naam van de menselijkheid: hoe word je het?



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post779

Break

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 10, 2017 12:28:30

Als de realiteit de fictie overtreft wat het ongeloofwaardigheidsgehalte betreft, is het tijd voor bezinning. Als verontwaardiging, toch vaak de zaterdagse drijfveer als ik een stuk schrijf, omslaat in woede, is het tijd om afstand te nemen. Een burgemeester die geld voor de daklozenwerking afroomt naar zijn eigen rekening, het is te gek voor woorden. Een president die zich rechtstreeks en op het publieke forum inmengt in een gerechtelijk onderzoek, het is ongezien in een democratische omgeving. Twee voetbalclubs die hengelen naar de diensten van een spits en die daarvoor meer dan honderd miljoen euro veil hebben, het is immoreel. Zeker als de ene club de speler een paar jaar geleden verkocht, vanwege in hun ogen niet goed genoeg, en de manager die de speler toen negatief beoordeelde, nu aan de slag is bij die andere club. Normvervaging is de norm geworden. De wereld draait zodanig door dat het wel één vloeiende beweging lijkt: je ziet de draaibeweging niet eens meer.

Wat ik wilde zeggen: als de realiteit te gek voor woorden wordt, waarom er dan nog woorden aan vuil maken? En, in alle eerlijkheid, als je een beetje moe wordt van je eigen meningenwaterval, is het goed om even achteruit te stappen en naar die waterval te kijken: misschien vind ik 'm wel indrukwekkend, mogelijk raak ik er rap op uitgekeken. Ik heb sowieso al weinig met watervallen. Overroepen natuurverschijnsel. Maakt veel te veel lawaai ook nog.

Ik bedoel maar: dit fabriekje is gesloten, vanwege dicht. Toe. Tijdelijk, vermoed ik, maar definitief kan ook. Hangt van mijn schrijfzin af en hoe de wereld eraan toe is. De kans bestaat dat ik binnenkort, geconfronteerd met uw opmerking dat ik er niet was wanneer mijn-uw-de wereld in brand stond, Rossgewijs zal reageren: 'But, we were on a break!' Misschien ook niet. We zien wel. U ziet wel. Tot morgen. Of volgende week. Volgende maand. Ooit. Nooit.



  • Reacties(2)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post775

Marc

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, februari 04, 2017 12:47:24

Directeur Woord en Directeur Muziek noemden we onszelf. Ik was verantwoordelijk voor alle woordprogramma's, hij voor alles wat muziek was. Het idee van de ronkende titels kwam van mij, beïnvloed als ik begin jaren tachtig was door het instituut dat ik in mijn wildste dromen als mijn toekomstige werkomgeving zag, de Belgische Radio en Televisie aan de lichtelijk majestueuze Reyerslaan in het verre Brussel. Hij was niet zo van de titulatuur. Hield niet van uiterlijk vertoon. En zonder visitekaartjes — daar hadden we bij een linkse vrije radio geen centen voor — klonk het ook een beetje hol. FM2000 was de zender en we vonden ons de beste van Antwerpen en directe omgeving, en dat alleen maar omdat we niet tot in Alaska, Kaapstad en Sydney te horen waren.

The Magic Mushroom, zo heette het programma dat hij van bij Radio Delta had meegebracht, samen met zijn muzikale lotgenoot Louis. Hij draaide wat we toen 'de betere muziek' noemden. Daar zat Van Morrison tussen. En Neil Young. Of Eric Clapton. Maar ook minder bekend werk. En na een tijdje verdwenen Van, Neil en Eric uit de playlist en kwamen er obscure parels in de plaats. Obscuur, als in: onbekend. Parels, als in: geweldige ontdekkingen. De vroege R.E.M., bijvoorbeeld. Of The Triffids, een niet onaardig bandje uit Perth, zo leerden we dankzij zijn omstandige uitleg bij de uitgekozen nummers, met die zachte stem van hem, die zo in contrast stond met dat imposante, boeddha-achtige lijf. Deze autoloze jongen liftte weleens mee naar concerten. Zo ontdekte ik in 't Stuc in Leuven The Triffids voor Marc Mijlemans en de rest van Vlaanderen dat deden. Werd ik bijna letterlijk weggeblazen door The Butthole Surfers, al had dat meer met de combinatie van een overijverige rookmachine en een vuurspuwende zanger te maken dan met de muziek.

En zo ging ik, met dank aan hem, houden van onafhankelijke bands, die haaks op de totalitaire muziekindustrie van die dagen hun ding deden. I didn't want my MTV, ik wou dat video de radiosterren niet vermoord had. Maar naarmate ik, met vertraging, ontdekte wat hij al een tijdje kende, was hij alweer drie stappen verder, op zoek naar nieuwe, steeds obscuurdere artiesten. Psychedelica was zijn ding. We lachten er soms mee: 'Oei, The Triffids hebben meer dan vijf platen verkocht, hij zal ze niet meer goed vinden!' Ja, hij was daar compromisloos in en ook wel een beetje drammerig, soms. Maar na het verdwijnen van FM2000 en de overstap die hij samen met Louis maakte naar de nog linksere Radio Centraal kon de Antwerpse luisteraar die zonder oorkleppen door het leven ging, nieuwe muziek leren kennen. Dat deed hij tot een dag of tien geleden.

Zijn muziekkeuze was te nemen of te laten, zoals hij dat ook zelf was. In de zomer in T-shirt, in de winter in een dun shirt met lange mouwen, daaronder een flodderige jeans en halfversleten schoenen. Halflang haar. Op het eerste gezicht: een hippie. Op het tweede gezicht ook, trouwens, maar daarachter ging een allesbehalve naïeve man schuil. Geen simplistische wereldverbeteraar. Bereisde het Verre Oosten, bracht van ginder koffers vol plaatselijke muziek mee.

Ik heb hem ooit helpen verhuizen omdat de vloer van zijn appartement dreigde te bezwijken onder de vijfduizend elpees die netjes geklasseerd in platenkasten wachtten op grijpgrage handen. Hij wist precies waar wat stond. Na de verhuis liep ik dagenlang kromgebogen. Hij juichte, toen zijn werkgever hem vertelde dat hij mocht opkrassen. Kon ie de hele dag met muziek bezig zijn, in plaats van als loonslaaf op te moeten draven op een weinig inspirerende werkplek.

***

Marc is niet meer. Vermoedelijk heeft zijn hart het begeven, vijfenzestig jaar jong, na een niet altijd even gezond leven. Ik hoop dat hij net voordien nog iets nieuws ontdekt heeft. Oezbeekse punk, Mongoolse heavy metal, Peruaanse psychedelica. Zoiets. Omdat muziek zijn lange en helaas toch ook veel te korte leven was.

***

Hoe gaat dat met vriendschappen die niet echt close zijn, maar waaruit wederzijdse waardering blijkt? Je ziet en hoort elkaar steeds minder, verliest elkaar uit het oog. De laatste keer dat ik hem zag was op een begrafenis van een gemeenschappelijke vriend van 61. De keer daarvoor was ook op een herdenking voor een net overleden maat. Het lot van ouder wordende mensen: er moet iets te vaak afscheid worden genomen.

***
Donderdag zal Louis The magic mushroom volledig in het teken stellen van Marc. "U luistert dus op eigen risico," voegde hij eraan toe in de mail waarin hij het droevige nieuws aankondigde. Als u in Antwerpen woont, kunt u dat ook doen. Van half tien tot half twaalf 's avonds, Radio Centraal, 106.7. 'Encyclopedia psychedelica', lees ik op de website van de zender. Een nieuwe wereld zal voor u open gaan.

Dank, Marc, dat je me nieuwe muzikale werelden hebt doen ontdekken. O ja, die visitekaartjes met 'Directeur Muziek' erop liggen klaar, mocht je zin hebben om ze te gebruiken. Als iemand die titel verdiende, was jij het wel.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post756

80

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken zo, mei 22, 2016 19:45:55

Far away where the soft wind blows / Far away from it all / There is a place you go / Where teardrops falls. ('Where Teardrops Falls', 'Oh Mercy')

Tot vorig jaar had ik in de aanloop naar 23 mei altijd wel een stressmomentje. Cadeau-angst. Wat kan ik voor hem kopen? Wat heeft hij nog niet, wat zou hij willen, wat zou ik zelf willen dat hij zou willen? Elk jaar opnieuw, vanaf het ogenblik dat ik voldoende zakgeld had om geschenken te kopen voor familie en vrienden, ergens in de zorgeloze jaren zeventig van de vorige eeuw.

***

Soms liet de inspiratie te wensen over, zoals toen ik hem het boekje Monster zonder waarde, over seriemoordenaar Freddy Horion, overhandigde, er niet bij stilstaand dat een tekst over een stuk crapuul verkeerd begrepen zou kunnen worden door de ontvanger. De titel klonk ook nogal dubbelzinnig. Nee, het was écht niet zo bedoeld!

Eén keer was ik het zo beu, dat ik dacht: ik doe gewoon waar ik zin in heb en koop iets dat ik zelf leuk vind. Het werd het meest gewaardeerde cadeau ooit: de LP Rum, Sodomy and the Lash van The Pogues. Wie zèn da? Amai, da's goe hé. Mijn moeder de kast op, vanaf het moment dat de stem van Shane MacGowan door de huiskamer wallebakte. Dronken Londense Ieren zorgden voor een warm vader-zoonmomentje. Ik heb hem nooit durven uitleggen dat de oorspronkelijke naam van de groep 'Pogue Mahone' was, een verbastering van de Ierse verwensing 'Póg mo thóin', wat zoveel betekent als 'Lik m'n reet!'. Die Monster zonder waarde lag nog iets te vers in het geheugen.

***

Voor het eerst in veertig jaar hoef ik me geen zorgen te maken over een geschikt cadeau. Dat bezorgt me een nog ongemakkelijker gevoel dan al die stressy aankoopstonden bij elkaar opgeteld. Het idee dat je maar wát graag zou tobben over een boek, een cd, een dvd of een fles van een goed jaar. Het ellendige gevoel dat 23 mei een leeg vakje in het Grote Boek der Verjaardagen is geworden. Weten dat een hoogstaand hoofdstuk afgesloten werd met een ongenadig hard punt.

Buckets of rain / Buckets of tears / Got all them buckets comin' out of my ears. ('Buckets of Rain', 'Blood on the Tracks')

***

Hij zou vandaag tachtig zijn geworden, mijn vader. Morgen is hij precies vier maanden niet meer onder ons en ben ik acht jaar getrouwd. Data. Stipjes op de kalender, die toevallig dicht bij elkaar staan dezer dagen. Morgen wordt Bob Dylan 75. Mijn vader had niets met Dylan, ik des te meer. De man die de Nobelprijs voor Literatuur jaren geleden al had moeten krijgen. Dylan, bedoel ik, niet mijn vader. Ter zijner eer leg ik morgen nog zo'n meesterwerkje op of blader ik rusteloos door Lyrics 1962-2001, op zoek naar onverbeterlijke poëtische lijnen. Voor hem. Voor mijn vader, bedoel ik, niet voor Dylan.

"There must be some way out of here", said the joker to the thief / "There's too much confusion, I can't get no relief" (...) "No reason to get excited", the thief kindly spoke / "There are many here among us who feel that life is a joke". ('All Along the Watchtower', 'John Wesley Harding')



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post721
Volgende »