Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

De helleveeg (A.F.Th. van der Heijden)

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken zo, oktober 06, 2013 23:53:10

Weken heb ik erover gedaan om De helleveeg van A.F.Th. van der Heijden uitgelezen te krijgen. Ik slaagde er maar niet in om in het verhaal te kruipen, mij te nestelen in de leefwereld van de Gevierde Schrijver, omdat ik die grandioze mengeling van werkelijkheid en fictie en die unieke taalbeheersing, die de bekroonde auteur in zowat al zijn vorige werken tentoon spreidde, hier miste.

Ik herinner me nog dat ik delen 3.1 en 3.2 van zijn briljante cyclus De tandeloze tijd in juni 1997 tijdens één veertiendaagse vakantie helemaal verorberd heb. St.-Rémy-de-Provence kon me even gestolen worden (ik was er toch al geweest!), ik had me tot taak gesteld meer dan tweeduizend pagina's te genieten van het virtuoze duo Het Hof van Barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras, tot ergernis van mijn geliefde reisgenote, die me bijna bij de haren moest sleuren om toch af en toe onze kamer en die ene, weinig comfortabele stoel op dat ene plekje schaduw in de zonovergoten tuin van ons tijdelijke verblijf, te verlaten om iets te zien van de omgeving. Lezen kan je inderdaad thuis doen, maar daar werd ik, als zelfstandig journalist, voortdurend lastig gevallen, dus moest het maar in die veertien rustdagen gebeuren.

Van der Heijden bleef me ook nadien verrassen, verbazen, verbijsteren, vermurwen, of dat nu met het begin van een nieuwe cyclus, dagboekaantekeningen of een requiemroman voor zijn overleden zoon ging. Maar met De helleveeg had ik voor het eerst moeite. Ligt het aan mij? Dat zou best kunnen. Een leesdipje of zo. Of heeft de begenadigde schrijver zich toch enigszins leeg geschreven aan dat even imposante als pijnlijke afscheid van zijn eigen vlees en bloed.

Eigenlijk mogen we als liefhebbers van dat unieke œuvre al blij zijn dat Van der Heijden überhaupt nog heeft plaatsgenomen aan zijn schrijftafel, want na de dood van zijn enige zoon en Tonio. Een requiemroman liet hij weten dat het schrijven op was. Gelukkig is hij daarop teruggekomen. Al hoefde het nou ook weer niet om de wat mij betreft perfect afgeronde De tandeloze tijd aan te vullen met nog maar eens een boek over een redelijk, maar zeker niet mateloos interessant nevenpersonage.

Ontelbare keren heb ik De helleveeg ter hand genomen, stukjes gelezen en me dan weer laten afleiden door andere dingen. Dat zou me in de zomer van '97 nooit overkomen zijn. Nu wel. Komt het omdat ik het personage van tante Tiny, Tientje Poets, te eenzijdig vind, te weinig geraffineerd, weinig toevoegend aan het intrigerende portret van de familie Egberts?

Van der Heijden schreef De helleveeg in minder dan twee maanden tijd, in maart en april van dit jaar, een kortere tijdspanne dan ik nodig had om het te lezen. Tweehonderd pagina's lang worstelde ik met dit boek. Pas dan, in de laatste vierenveertig pagina's, barst het verhaal werkelijk los, maar ik had het vervelende gevoel dat de auteur me in die lange aanvangsfase, die zich afspeelt in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, te weinig puzzelstukjes had aangereikt. De poetsende tante, stofdoek in de hand, denigrerende woorden in de mond, blijkt dan een regelrechte feeks te zijn, van wie het hele leven een leugen is geweest, voor haar en haar omgeving. Op het einde wordt er door zowat iedereen definitief afgerekend met de doodzieke vrouw.

Al hoedt het alter ego van de auteur, Albert Egberts, zich ervoor om zijn tante, van wie hij heel laat de kleine kantjes heeft leren kennen en die hij daardoor op de valreep is beginnen haten, in zijn begrafenisrede een onwaardig afscheid te bezorgen. En dan is er toch nog die vonk van ontroering, wanneer in de allerlaatste paragraaf zijn zoon Thjum opduikt, als fotograaf. Maar zelfs dat roept vooral herinneringen op aan Tonio, het boek dat nooit geschreven had moeten worden.

Misschien moet ik De helleveeg nog eens rustig opnieuw lezen en slaagt het boek er dan wel in mij bij het nekvel te grijpen. Waarom niet tijdens een volgende vakantie? 244 pagina's, daar doe ik normaal één dag over. Blijven er nog altijd dertien over om aan sightseeing te doen.

A.F.Th. van der Heijden - De helleveeg - De Bezige Bij, 244 pagina's, 18,50 euro.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post292

'De toestand is niet hopeloos: het kán veranderen!'

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken wo, juli 17, 2013 12:06:55

Gisteren publiceerde ik op deze plek een recensie van het jongste boek van Jared Diamond, De wereld tot gisteren. Zoals beloofd vandaag een uitgebreid interview met de man, gesprek dat ik acht jaar geleden had naar aanleiding van zijn vorige boek, Ondergang, en dat te lezen stond in De Tijd van zaterdag 28 mei 2005.

'Zullen toeristen op een dag ook verwonderd staan kijken naar de roestige casco's van de New Yorkse wolkenkrabbers, zoals wij tegenwoordig staan te kijken naar de met oerwoud overwoekerde ruïnes van de Maya-steden?' Deze en andere intrigerende vragen worden gesteld in 'Ondergang', de vuistdikke turf van de hand van de Amerikaanse professor en bestsellerauteur Jared Diamond. Een gesprek over onze toekomst of... het gebrek daaraan.

Het gaat de verkeerde kant op met de mensheid. Je hoeft tegenwoordig geen onverbeterlijke zwartkijker, zwaarmoedige filosoof of principiële geitenwollensok te zijn om tot die conclusie te komen. De signalen die de natuur ons geeft zijn onmiskenbaar: we moeten ingrijpen voor het te laat is. Maar hoe?

Dat we moeten ingrijpen is ook de teneur van het nieuwste boek van Dr. Jared Diamond, Ondergang, met als veelzeggende ondertitel Waarom zijn sommige beschavingen verdwenen en hoe kan de onze haar ondergang voorkomen?. Oorspronkelijke titel: Collapse: How Societies Choose to Fail or Succeed. Diamond gaat in dit meer dan zevenhonderd pagina's dikke, maar vlot leesbare werk na waarom sommige beschavingen verdwenen (Paaseiland, Maya's, Groenland), waarom andere beschavingen - soms zonder het zelf te beseffen - in moeilijkheden verkeren (Rwanda, Haïti, China, Australië) en welke lessen we moeten trekken uit het verleden om onze toekomst te vrijwaren.

De auteur is niet aan zijn proefstuk toe: in 1997 schreef hij het met een Pulitzer Prize en een Britain's Science Book Prize bekroonde Guns, Germs and Steel (Zwaarden, paarden & ziektekiemen), over de ongelijkheid in de wereld. Goed voor meer dan twee miljoen verkochte exemplaren. Ook van zijn hand: The Third Chimpanzee uit 1992 (over de menselijke evolutie) en Why Is Sex Fun? uit 1997 (over de evolutie van de menselijke seksualiteit).

De (in mei 2005, fvl) 68-jarige wetenschapper verlegde zijn werkterrein in 2002 van fysiologie en biofysica naar geografie, maar hij bleef wel lesgeven aan de University of California in Los Angeles (UCLA). Diamond is al dertien jaar (sinds 1992, fvl) voorzitter van de Amerikaanse tak van het World Wildlife Fund (Wereld Natuur Fonds) en zit ook in de internationale beheerraad van die organisatie. Toch is hij geen traditionele milieu-activist of een fundamentalistische eco-kruisvaarder, die zweert bij een veganistische levensstijl. Bij een lunchgesprek in een aardig Amsterdams restaurant bestelde hij eend, terwijl hij ondertussen een antwoord bedacht op mijn openingsvraag waarom iemand in godsnaam een boek van 700 bladzijden schrijft.
Diamond: 'Daar zijn twee redenen voor. Eén: in de Nederlandse taal worden meer woorden gebruikt dan in het Engels, waardoor de Nederlandse versie bijna tweehonderd pagina's dikker is dan de originele. Twéé: het is een ingewikkeld onderwerp. Ik heb niet alleen naar het heden gekeken, maar ook naar het verleden. En ik heb niet alleen falende beschavingen beschreven, maar ook succesvolle. Daarnaast wilde ik mijn boek toegankelijk maken voor het grote publiek, omdat ik zoveel mogelijk lezers wil bereiken, niet alleen wetenschappers. De inhoud is wetenschappelijk correct, maar het is zeker geen tractaat. Dat was trouwens niet eens zo'n moeilijke opdracht, omdat ik zelf niks van dit onderwerp afwist. Ik was een specialist inzake galblazen, geen ecologist. Ik moest dus eerst zelf ontdekken wat het verschil is tussen een goudmijn en een kopermijn, of wat er in het verleden gebeurd is in Rwanda.'

Collapse verscheen begin 2005 in de Verenigde Staten en werd er bijzonder positief onthaald. Amper een paar dagen uit stond het al op drie in de bestsellerslijst van non-fictieboeken. Een bewijs dat het thema aanspreekt. 'Mensen zijn niet zo oppervlakkig als we geneigd zijn te denken,' verklaart Diamond. 'Ze beseffen dat dit boek over belangrijke zaken gaat. Voor mij toont dit aan dat je niet alleen dommepraat kunt verkopen aan de massa.'

Nieuw-Guinea

Hij heeft een grote voorliefde voor Nieuw-Guinea, goed voor inmiddels al meer dan twintig expedities. 'Ik hou van de vogels en de bloemen daar, en ik was geschokt dat de vogel- en bloemenpopulaties langzaamaan verdwijnen. Ik wou daar zelf iets tegen doen en ben lid geworden van het World Wildlife Fund, omdat het wellicht de meest efficiënte internationale organisatie is om milieuproblemen aan te pakken.'

'Waarom ik zo gefascineerd ben door Nieuw-Guinea? Een beknopt antwoord zou kunnen zijn: omdat het de meest interessante plek ter wereld is. Er leven meer dan duizend verschillende stammen, die allemaal hun eigen taal spreken. Er zijn zestig verschillende taalfamilies, die allemaal even ver van elkaar liggen als het Nederlands van het Chinees. Nieuw-Guinea is vooral ontzettend mooi: het ligt op de evenaar, heeft een tropisch regenwoud vlakbij de kust en gletsjers waarop permanent sneeuw ligt. Zowat elke habitat die je elders in de wereld vindt, vind je ook in Nieuw-Guinea, maar dan binnen een afstand van een paar kilometer. Je gaat van het tropisch regenwoud recht de bergen in. 't Is alsof de evenaar en de Noordpool naast elkaar zouden liggen. Eens je in Nieuw-Guinea bent geweest, vind je de rest van de wereld vervelend.' Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat zijn volgende boek over Nieuw-Guinea zal handelen (het duurde dus zeven jaar alvorens hij The World until Yesterday zou publiceren, bij ons een paar maanden geleden uitgegeven als De wereld tot gisteren, zie recensie van gisteren, fvl).

Hij werd zelf in 1937 geboren in Boston, aan de Amerikaanse oostkust, verhuisde op jonge leeftijd naar de noordelijke, aan Canada grenzende bergstaat Montana en vertrok na zijn studies op Harvard en Cambridge (Massachusetts) richting universiteit van Los Angeles, aan de westkust, waar hij nog altijd woont met zijn vrouw en zijn tweeling van zeventien. 'Tijdens de zomer gaan we naar ons huis bij de rivier in Montana,' vertelt hij. 'Het eerstvolgende dorp ligt bijna twintig kilometer verderop. Je hebt er gigantische pijnboombossen en de herten en elanden lopen er door je achtertuin. Het contrast met Los Angeles kan niet groter zijn, want daar leef ik middenin de stad. In L.A. zou ik er nog niet aan denken om anderhalve kilometer te stappen, in Montana doe ik dat met veel plezier.'

Zijn boek is opgebouwd rond vijf thema's die je in bijna alle beschavingen van vroeger en nu terugvindt: de menselijke invloed op het milieu, klimaatveranderingen, de relaties van een cultuur met naburige bevriende culturen, de conflicten met potentieel vijandige culturen en de reacties van een cultuur op de problemen waarmee hij wordt geconfronteerd. 'Ik heb die indeling in vijf thema's niet vooraf gemaakt, maar ze werd mij tijdens mijn onderzoek opgedrongen, door wat ik leerde,' zegt hij. 'In zowat elke beschaving kom je minstens vier van die vijf thema's tegen. Ik gebruikte ze als een checklist.'

Critici vragen zich af of je verleden, heden en toekomst van zeer uiteenlopende beschavingen wel met elkaar mag vergelijken. Diamond: 'Die kritiek krijg ik wel vaker; meestal van mensen die van het boek hebben gehoord, maar het nog niet hebben gelezen. Er zijn uiteraard grote verschillen tussen de beschavingen van de Maya's of op Paaseiland, en het hedendaagse België of Nederland. Denk alleen al maar aan de globalisering. Toen de samenleving op Paaseiland tenonder ging, wist niemand elders in de wereld dat. Vandaag weet je wat er gebeurt in de meest afgelegen gebieden. Als er in Afghanistan iets voorvalt, heeft dat ook gevolgen voor de Verenigde Staten.'

'Er zijn nog andere grote verschillen: onze wereld telt zeseneenhalf miljard inwoners, Paaseiland had er amper tienduizend. Wij hebben bulldozers en kettingzagen, op Paaseiland moesten de mensen het doen met zelfgemaakte stenen bijlen en houten werktuigen. Het heeft negenhonderd jaar geduurd voor de bewoners van Paaseiland hun eigen ondergang hadden bewerkstelligd; wij slagen daar veel sneller in en noemen het vooruitgang.'

Voorzichtige optimist

Een van de boodschappen van Diamonds boek is dat er heel wat moet veranderen, en nog wel dringend ook. Hij haalt in het boek twaalf actuele problemen aan - zoals de vernieling van de natuurlijke habitat, het uitgeput raken van natuurlijke hulpbronnen, de opwarming van de aarde, oorlog, honger - en omschrijft die als 'tijdbommen met een lont van minder dan 50 jaar'. Politici, die geacht worden langetermijnoplossingen te bedenken, zijn bijna uitsluitend met kortetermijnproblemen bezig, wat vooral eigen is aan westerse democratieën waarin om de vier of vijf jaar verkiezingen plaatsvinden; milieuproblemen aanpakken vereist immers de moed om burgers op hun plichten te wijzen. Politici maken zich daar niet populair mee en vrezen voor de gevolgen in het stemhokje.
In Washington omschrijven ze dit kortetermijndenken als de '90-dagen-visie'. Verder wordt er in het machtscentrum van de wereld niet vooruit gedacht. Diamond: 'Bij de presidentsverkiezingen in 2000 haalde George Bush in de staat Florida 270 stemmen meer dan Al Gore. Stel je voor: als 136 mensen toen anders hadden gestemd, zouden we een ander resultaat hebben gekend. Waarmee ik niet beweer dat Bush niet met ecologische problemen bezig is, alleen doet hij altijd het tegenovergestelde van wat hij zou moeten doen. Het is een ramp, de ergste regering die ik heb meegemaakt!'

De regering-Bush stond hem ongetwijfeld mee voor ogen bij het schrijven van volgende paragraaf: 'Menselijke samenlevingen en kleinere groepen kunnen (...) om allerlei redenen rampzalige beslissingen nemen: onvermogen om een probleem te zien aankomen, onvermogen om het probleem te zien als het zich eenmaal voordoet, onvermogen om te proberen het probleem op te lossen als het is gesignaleerd en onvermogen om succesvolle oplossingen te vinden.'

Toch moeten niet alleen politici het verschil maken, stelt hij. 'Iederéén moet mee naar oplossingen zoeken, op alle niveaus, van boven naar onder en vice versa. En dat gebeurt ook wel, zij het traag. Vergeet niet dat de milieubeweging pas voor het eerst de kop opstak in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Minder dan vijftig jaar later hebben heel wat mensen belangstelling voor het milieu of zijn ze zelfs lid geworden van een ecologische beweging.'

Hij schetst twee mogelijke aanpakken: top-down en bottom-up. De eerste wordt opgelegd van bovenaf, bijvoorbeeld door de politiek, de tweede groeit vanuit een kleine gemeenschap en sijpelt door naar de hele bevolking. Beide aanpakken zijn onmisbaar, betoogt Diamond. 'Een voorbeeld: gisteren reed ik in de stad Leiden rond in een elektrische taxi. Blijkt dat de Nederlandse overheid op elektrische wagens lagere belastingen heft dan op benzineauto's. Voor de taximaatschappij is dat een besparing van tachtig procent. Dat is een perfect voorbeeld van een top-down-benadering. In andere gevallen is het de consument die ecologisch verantwoorde producten eist: dat is bottom-up.'

Helaas botsen we voortdurend op tegen twee hardnekkige kwalen: onze neiging tot kortetermijndenken en ons vasthouden aan stevig verankerde morele waarden. Diamond: 'Dat maakt het extra moeilijk, ja, maar het hoeft niet te betekenen dat we onze kernwaarden nóóit zullen wijzigen of dat we nóóit op lange termijn zullen denken. Toen ik in de jaren vijftig voor het eerst Europa bezocht, hield men hier nog vast aan het principe van de natiestaat. Vandaag heb je een Europese Unie, omdat eerst de politici en daarna de burgers beseften dat het behoud van de natiestaten alleen maar zou leiden tot nieuwe wereldoorlogen. Dat is een hoopvolle, fundamentele verandering in nauwelijks vijftig jaar tijd.'

Diamond vergelijkt de ecologische wedloop met een paardenrace: het ene paard leidt ons naar de ondergang, het andere naar de redding. Spannend is het wel, want het is nog niet duidelijk welke van de twee zal winnen. Hij noemt zichzelf een 'voorzichtige optimist'. 'De toestand is niet hopeloos: het kán veranderen! Als ik een pessimist zou zijn, zou ik daar niet in geloven. Was ik een onvoorwaardelijke optimist, dan zou ik ervan overtuigd zijn dat de dingen vanzelf zouden veranderen.'

De Maya's en de bewoners van Paaseiland hadden ook die mogelijkheid om hun levenswijze aan te passen, maar ze deden het niet, werp ik op. Wat is er nodig opdat onze toestand niet alleen kán veranderen, maar ook daadwerkelijk verandert? 'We need you! Ik bedoel daarmee niet jou persoonlijk, maar de media. De media moeten de mentaliteit helpen veranderen. Op Paaseiland hadden ze geen kranten, tijdschriften, radio of televisie, en konden ze niet leren uit wat er elders fout liep. In de Dominicaanse Republiek hebben ze die massamedia wel en daar hebben ze op tijd de juiste conclusies getrokken, waardoor de ecologische situatie er vandaag zo fel contrasteert met buurland Haïti, waar de problemen niet werden aangepakt. Weet je, je kunt ziekte behandelen op twee manieren: met koude handdoeken, om de koorts te verlagen, of met antibiotica. Ik kies voor de antibiotica.'

Slotvraag: loopt het goeie paard momenteel snel genoeg? 'Ik weet het niet. Kom eens terug over dertig jaar.'

Jared Diamond - Ondergang (Waarom zijn sommige beschavingen verdwenen en hoe kan de onze haar ondergang voorkomen?) - Spectrum, Utrecht, 702 blz., 35,75 euro, ISBN 90-274-9863-6.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post226

De wereld tot gisteren (Jared Diamond)

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken di, juli 16, 2013 14:05:36

Jared Diamond schreef een boek en hij wist hoe dat moet. Jared Diamond is, als ik Wikipedia mag citeren, evolutionair bioloog, fysioloog en biogeograaf, maar hij is eigenlijk vooral antropoloog. De 75 jaar geleden in Boston, Massachusetts, geboren hoogleraar debuteerde pas op zijn 55ste als auteur. In 1992 verscheen The Third Chimpanzee: The Evolution and Future of the Human Animal (pas negen jaar later vertaald als De derde chimpansee: evolutie en toekomst van het dier dat mens heet).

Zijn doorbraak als non-fictieschrijver kwam er pas in 1997, toen hij, inmiddels 60 jaar oud, ongeveer gelijktijdig twee kanjers van boeken op de markt liet brengen: Why Is Sex Fun?: The Evolution of Human Sexuality (Het leuke van seks: over de evolutie van de menselijke seksualiteit) en het met een Pulitzer-prijs bekroonde Guns, Germs and Steel: The Fates of Human Societies (Zwaarden, paarden en ziektekiemen: waarom Europeanen en Aziaten de wereld domineren). Een eye-opener van jewelste, want het toonde onomstotelijk aan dat westerse beschavingen sneller konden groeien dan andere omwille van geografische en bacteriologische factoren, en niet - zoals vaak werd beweerd - vanwege genetische verschillen.

Zes jaar later was er het 702 pagina's tellende, briljante Collapse: How Societies Choose to Fail or Succeed (in het Nederlands onheilspellend vertaald als Ondergang), dat een weinig optimistisch beeld ophing van onze toekomst en onze verwoede pogingen om die nu al te verknallen. Maar in een interview dat ik in 2005 met hem had, en dat ik morgen integraal op deze plek zal publiceren, klonk hij toch hoopvoller dan het boek deed vermoeden. 'De toestand is niet hopeloos: het kán veranderen. Als ik een pessimist zou zijn, zou ik daar niet in geloven. Was ik een onvoorwaardelijke optimist, dan zou ik ervan overtuigd zijn dat de dingen vanzelf zouden veranderen.'

Nieuw-Guinea

Diamond is dus een realist, een observator en een criticus, zo blijkt ook uit zijn meest recente boek, The World until Yesterday: What Can We Learn from Traditional Societies?, dat enkele maanden geleden onder de Nederlandse titel De wereld tot gisteren (Wat we kunnen leren van traditionele samenlevingen) werd uitgebracht. Alweer een klepper van 560 bladzijden. Hij vertrekt zijn zoektocht opnieuw in Nieuw-Guinea, een beschaving die hij halfweg de jaren zeventig op zijn ontdekkingstochten leerde kennen en appreciëren, en waar hij geregeld naar terugkeert.

Reeds in het voorwoord hekelt hij sociologen en psychologen die zich enkel baseren op studies van westerlingen om er vervolgens algemene uitspraken over de menselijke aard over te doen. Dat beperkte inzicht duidt hij aan met het acroniem WEIRD: Western, Educated, Industrialised, Rich and Democratic. Niet meteen toepasselijk op alle bewoners van deze aardkloot, al beroepen allerhande zelfverklaarde socio- en psychologen zich wel op hun eigen, bewust beperkte, kennis om er veralgemenende conclusies over de mensheid uit te trekken.

'In bepaalde opzichten zijn wij, moderne mensen, slecht aangepast; ons lichaam en onze leefwijze worden nu geconfronteerd met omstandigheden die afwijken van die waaronder ze evolueerden en waaraan ze aangepast zijn,' werpt Diamond al heel vroeg in het boek op.

Ongelijkheid is een wereldwijd fenomeen, noteert hij wat verderop. 'Sommige burgers genieten een hogere sociale status dan anderen. Alle idealistische pogingen om de ongelijkheid binnen een staat zo klein mogelijk te maken - bijvoorbeeld de formulering van Karl Marx' communistische ideaal 'Vanuit ieders vermogen naar ieders behoefte' - hebben gefaald.' Zo, dat weten we dan ook weer.

Ouderen

Nieuw-Guinea loopt als een rode draad doorheen dit en vorige werken van de man, maar daar heeft hij een verklaring voor: hij kent het gebied goed, hij bracht er veel tijd door met de lokale bevolking en de culturele diversiteit is er enorm. Van de zowat zevenduizend talen die er in de wereld gesproken worden, komen er duizend exclusief in Nieuw-Guinea voor. Bovendien telt het eiland het grootste aantal gemeenschappen die tot op de dag van vandaag nog niet onder een stadsbestuur vallen.

Eén van de verschillen tussen zogeheten 'moderne' en 'primitieve' beschavingen is de manier waarop er wordt omgegaan met ouderen. Dat gaat van overdadig eerbied betonen over de traditie van collectieve zelfdoding tot verregaande discriminatie. Diamond hanteert de reclame als voorbeeld van dat laatste: reclamespots schotelen ons een perfecte wereld voor, daarin is geen plaats voor ouder worden en aftakelen. Maar de discriminatie gaat veel verder en dieper. 'Het is niet erg dat zeventigjarige modellen geen frisdrank aanprijzen, maar het is wel erg dat oudere sollicitanten stelselmatig nooit voor een gesprek worden uitgenodigd, en dat oudere patiënten minder prioriteit hebben bij een beperkt medisch budget.' Dat van die 'oudere sollicitanten', dat kan ik inmiddels zelf bevestigen. Het is schrijnend en het getuigt van bitter weinig respect voor leeftijd en ervaring.

Maar wat doen we met zieke ouderen? Diamond neemt geen standpunt in en formuleert het enigszins omzichtig: 'Misschien keren we wel terug naar een wereld waarin we opnieuw moeten gaan nadenken over mogelijke manieren om het leven te beëindigen - door zelfdoding met hulp, aansporing tot suïcide en euthanasie.'

Religie

Van waardig ouder worden en euthanasie is het maar een stap naar religie. Kijk maar naar de recente discussie in eigen land over de uitbreiding van de euthanasiewet. De auteur laat niet na om te wijzen op de inconsistentie van het concept 'geloven'. 'Wie preekt dat de stichter van zijn kerk via normaal seksueel contact tussen zijn ouders is geconcipieerd, zou door iedereen worden geloofd, en het zou niets bewijzen over zijn overtuigde lidmaatschap van die kerk. Maar wie ondanks alle bewijzen van het tegendeel volhoudt dat de stichter van zijn religie geboren is uit een maagd, en tientallen jaren van zijn leven door niets of niemand van dat irrationele geloof af te brengen is, zal door zijn medegelovigen beschouwd worden als standvastig in het geloof en een trouw lid van de groep.' Het is niet de enige religieuze paradox.

Elke dominante religie gaat uit van het eigen Grote Gelijk en, dus: per definitie, van het Grote Ongelijk van alle andersdenkenden. De strenge gedragslijnen die worden uitgevaardigd binnen de eigen religieuze omgeving, gelden niet buiten de groep, voert Diamond aan. 'De Tien Geboden zijn alleen van toepassing op het gedrag tegenover medeburgers binnen het chiefdom of de staat. De meeste religies zeggen dat zij het alleenrecht op de waarheid bezitten, en dat alle andere religies het bij het verkeerde eind hebben. In het verleden was het heel gewoon - en zo is het ook nu nog al te vaak - om burgers te leren dat zij aanhangers van deze foute religies niet alleen mogen maar feitelijk ook moeten beroven en doden. Dat is de donkere kant van al die nobele patriottische leuzen: voor God en Vaderland, por Dios y por España, Gott mit uns enzovoort. Het doet op geen enkele manier iets af aan de schuld van de huidige moordzuchtige religieuze fanatici, maar we moeten erkennen dat ze de erfgenamen zijn van een lange, wijdverbreide, gruwelijke traditie.'

Twee pagina's verder blijft Diamond op dezelfde nagel hameren. 'Niet-gelovigen blijven zich verbazen over sommige kenmerken van religie en raken erdoor in verwarring. Het opmerkelijkst zijn de irrationele vormen van bijgeloof die iedere religie koestert terwijl zij overeenkomstige vormen van bijgeloof van andere religies verwerpt; de veelvuldige aansporing tot kostbare offers en zelfs automutilerend of suïcidaal gedrag waarvan ieder weldenkend individu zou denken dat het mensen eerder afbrengt van dan verleidt tot religiositeit; en de schijnbaar fundamentele hypocrisie, die zich uit in het preken van een universele moraal, terwijl die moraal tegelijkertijd grote aantallen individuen uitsluit en zelfs verplicht tot het doden van die buitenstaanders. Hoe zijn deze verwarrende paradoxen te verklaren?'

We leven ons dood

Hoofdstuk 11 heeft als ietwat bizarre titel 'Zout, suiker, vet en zwaarlijvigheid' en vergelijkt de levensstijl op het vlak van voeding van verscheidene volkeren. Als Amerikaan kan hij uiteraard niet om de typisch Noord-Amerikaanse verschijnselen als ongezonde levensstijl, ziekelijke onwetendheid en obesitas heen. We leven ons dood, zou een conclusie kunnen luiden, maar die is van mij, niet van hem.

'De waarheid kan niet vaak genoeg worden herhaald,' lezen we op pagina 510. 'We weten al voldoende om optimisme te rechtvaardigen: hoge bloeddruk, de zoete dood van diabetes en andere belangrijke twintigste-eeuwse doodsoorzaken bedreigen ons leven alleen met onze eigen toestemming.'

Het knappe aan de boeken van Diamond is dat hij boekenwijsheid paart aan onderzoek ter plekke. Hij kan over 'primitieve' beschavingen schrijven, omdat hij ze door en door kent. En hij hoedt zich voor moralistische uitspraken. Uiteindelijk: als we ons hier in het westen te pletter leven, dan is dat veelal onze eigen keuze. En als het dan fout afloopt met ons: eigen schuld, dikke bult. Dat zijn opnieuw mijn woorden, niet die van Jared Diamond. Daar is de hoogleraar veel te beleefd en te terughoudend voor. Maar zijn boodschap is tussen de lijnen bijzonder helder.

Jared Diamond - De wereld tot gisteren (Wat we kunnen leren van traditionele samenlevingen) - Uitgeverij Spectrum, 560 blz., 24,99 euro, ISBN 9789000315772.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post225

Pro deo

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken do, juni 20, 2013 13:00:45

De rechter liet haar gedachten afdwalen. Naar haar man, die zijn carrière had opgeofferd, haar puberende tieners en haar minnaar, een onverbeterlijke macho, maar ach, goed in bed. Dan viel de penetrante zweetgeur op. Ze snoof verachtelijk, keek beide advocaten streng aan en zei: 'Nou, heren, op zulke warme dagen ben ik toch pro deo!'

(Mijn té late inzending voor '55 Fiction', de literaire wedstrijd van het Radio 1-programma 'Joos'. De 'pro deo' werd geïnspireerd door een tweet van @schwalbekoenig.)

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post201

Omgaan met probleemjongeren en jongeren met problemen

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken wo, april 24, 2013 09:45:42

In de reeks Horizon-studieprijzen heeft Uitgeverij SWP recent drie boekjes uitgegeven over probleemjongeren en jongeren met problemen. Horizon is een Rotterdams instituut voor jeugdzorg en speciaal onderwijs. De ongeveer honderd pagina's tellende dunne boeken zijn de gedrukte weergave van bekroonde doctoraalscripties die als thema jeugdzorg in de brede zin van de betekenis hadden. Het uiteindelijke doel van Horizon is het stimuleren van de wetenschappelijke ondersteuning van de hulpverlening aan jeugdigen met psychosociale problemen in Nederland.

Hoewel de studies slaan op een zeer specifieke Nederlandse situatie - respectievelijk in Amsterdam, Groningen en Arnhem - zijn de conclusies ongetwijfeld ook interessant voor Vlaanderen. Vlaamse kinderen en jongeren komen met dezelfde problematiek in aanraking als hun Nederlandse leeftijdgenoten. En dus zijn de conclusies ook interessant voor al wie bij ons bezig is met jeugdzorg. Of voor wie geïnteresseerd is in de materie.

***

In Onder de loep staat het afstudeerproject van Esther van Duin centraal. Van Duin onderzocht bij 212 12- tot 17-jarigen welke schokkende gebeurtenissen er in hun jonge levens waren gebeurd en hoe vaak dat tot een trauma leidde. Niet zo verwonderlijk is het overlijden van een familielid of vriend nog altijd de meest voorkomende traumatische gebeurtenis. Gepest worden, scheiding van de ouders, ziekte en ongeluk komen daar ver achter. Nog opvallender is dat seksueel misbruik en verwaarlozing minder vaak voorkomen dan we misschien wel denken (tenzij de ondervraagde jongeren niet altijd even eerlijk zijn geweest tijdens het invullen van de anonieme vragenlijst).

Eén op vijf jongeren maakt iets schokkends mee tijdens hun jeugd. Voor een ruime meerderheid onder hen leidt die schokkende gebeurtenis gelukkig niet tot posttraumatische stressklachten. 'Slechts' één op de drie krijgt daar na het beleven van een schokkende gebeurtenis mee te maken. Jongeren met traumaklachten hebben meer negatieve gedachten dan jongeren zonder traumaklachten. Negatieve gedachten komen meer voor bij meisjes dan bij jongens.

Van Duin, die vandaag als orthopedagoge verbonden is aan het Amsterdams academisch centrum De Bascule, dat psychiatrische zorg verleent aan kinderen, jongeren en hun gezinnen, is gespecialiseerd in diagnostiek en traumaverwerking. Ze pleit voor meer wetenschappelijk onderzoek rond posttraumatische stressstoornissen (PTSS), een diagnose die tot een kwarteeuw geleden nooit aan kinderen werd gerelateerd. Vandaag weten we, gelukkig, beter. En wanneer binnenkort DSM-5 uitkomt, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, het handboek, zeg maar: de bijbel, voor al wie mentale stoornissen onderzoekt, dan zal daar eindelijk meer rekening in worden gehouden met de ontwikkelingsfase van specifieke symptomen bij kinderen.

Uit de studie van Van Duin blijkt dat kinderen die van nature pessimistisch, introvert en extreem verlegen zijn, en die bovendien weinig zelfvertrouwen hebben, meer risico lopen op traumatische ervaringen. Het is aan de ouders om snel te detecteren of het kind worstelt met traumatische kenmerken na een schokkende gebeurtenis. Al is dat makkelijker gezegd dan gedaan, omdat kinderen hun gevoelens vaak verbergen uit schaamte.

Esther van Duin, Roos Rodenburg, Anne Marie Meijer, Ramón Lindauer, Julia Diehle - Onder de loep (Schokkende gebeurtenissen, nare gedachten en posttraumatische stressklachten bij jeugdigen) - Uitgeverij SWP, 104 pagina's, 15,90 EUR. ISBN: 978 90 8850 408 2.

***

In België bleef kindermishandeling heel lang onderbelicht. Het is pas sinds de zaak-Dutroux uit 1996 dat er veel meer aandacht naartoe gaat, soms zelfs té veel. De slinger is helemaal de andere kant op geslagen. Een organisatie als Child Focus zou in het pre-Dutrouxtijdperk gewoon ondenkbaar zijn geweest.

Ook in Nederland groeit de aandacht voor kindermishandeling en huiselijk geweld. De Maatschappelijk Juridische Dienstverlening (MJD) in Groningen is één van de recentere meldpunten die werd opgericht, met als leuze 'Geef mij een signaal'.

Onderzoek uit 2005 wees uit dat er in Nederland ongeveer drie op de honderd kinderen mishandeld worden. Drie procent, dat lijkt verwaarloosbaar, maar als je daar een absoluut getal op kleeft, wordt het plots iets massaals: 107.200 kinderen zouden dat jaar mishandeld zijn geweest. Dat ging van kleine incidenten tot gevallen waarbij een kind dodelijk slachtoffer was. In elk geval was het voor de Nederlandse overheid het signaal om prioriteit te geven aan een gecoördineerde aanpak van het probleem. Als gevolg daarvan werd een meldcode ingevoerd en ontstonden er verschillende meldpunten, o.m. dus MJD in Groningen, waarover drie onderzoekers een doctoraalscriptie schreven, die nu werd uitgegeven in boekvorm: Geef mij een signaal.

De meldcode is een stappenplan met richtlijnen voor het handelen van professionals bij vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld. Er is in de eerste plaats de signaalfunctie, maar bedoeling is uiteraard ook om preventief te werken. De auteurs concluderen na zeven jaar dat de aanpak werkt. 'Toch kunnen we op dit moment al duidelijk stellen dat een systematische, eenduidige en transparante werkwijze voor het reageren op kindermishandeling en huiselijk geweld heeft geleid tot het vaker en adequater ingrijpen door professionals. En dat werd tijd.'

Marjolijn Rijskamp, Barbara Dekker, Trijntje Roggen - Geef mij een signaal (Een meldcode voor kindermishandeling en huiselijk geweld) - Uitgeverij SWP, 104 pagina's, 15,90 EUR. ISBN: 978 90 8850 410 5.

***

Marjolein Baan en Jan Janssens zijn de auteurs van een derde boekje in de Horizon-reeks. De effectiviteit van residentiële zorg is opnieuw een bekroonde doctoraalscriptie, die onderzocht hoe probleemkinderen tijdelijk werden opgevangen in het in 2007 opgerichte Leerhuis, een residentieel opvangcentrum in Arnhem.

Nederland kent sinds 1989 het zogeheten 'zo-zo-zo-beleid' dat werd opgenomen in de Wet op de Jeugdhulpverlening. 'Zo-zo-zo' is er op gericht om de tijdelijke opvang van jongeren 'zo dicht mogelijk bij huis, van zo kort mogelijke duur en in zo licht mogelijke vorm' te laten verlopen. In het Leerhuis kunnen tot acht jongeren opgevangen worden, er zijn ook twee crisiskamers voorzien. Een team van pedagogische medewerkers (mentors) zorgt voor een directe begeleiding van de jongeren en daarnaast zijn een leidinggevende, een gedragswetenschapper en een ambulant medewerker betrokken bij de geboden zorg.

De geholpen jongeren worden kwalitatief getoetst op basis van tien prestatie-indicatoren (contact met thuis, woon- of verblijfplaats, school en/of werk, sociaal netwerk, vrijetijdsbesteding, financiën op orde, omgaan met middelen, politiecontacten, welzijn en gedragsproblemen). Als ze aan het eind van hun verblijf op zeven van die tien indicatoren de norm halen, wordt gesproken van een voldoende resultaat.

Wat opvalt is dat de probleemjongeren in dit boekje, en ook in de dagelijkse realiteit, worden beschouwd als 'cliënten'. De nadruk ligt niet zozeer op hun problematisch gedrag, maar op hun (voor)spoedige reïntegratie in de samenleving. Toch valt het op dat ongeveer de helft van die jongeren twee of meer keren te maken krijgt met een 'uithuisplaatsing'. Dat wijst erop dat follow-up minstens even belangrijk is als de zorg die ze krijgen tijdens hun plaatsing. Nochtans zijn de betrokken jongeren tevreden over de zorgverlening. In het Leerhuis gaven ze die zelfs een gemiddelde score van 7,4 op 10.

Marjolein Baan, Jan Janssens - De effectiviteit van residentiële zorg (Een follow-up-studie onder ex-bewoners van het Leerhuis) - Uitgeverij SWP, 80 pagina's, 13,90 EUR. ISBN: 978 90 8850 409 9.

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post155

De Kapellekensbaan (Louis Paul Boon)

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken wo, december 26, 2012 19:05:37

Eindelijk! E-I-N-D-EL-I-J-K!!! Ik heb De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon uitgelezen. Op de valreep van het einde van het Boonjaar (de auteur werd 100 jaar geleden geboren en in Aalst hebben ze dat een half jaar lang geweten). Op de drempel van 2013, het jaar waarin De Kapellekensbaan precies zestig jaar oud zal zijn. Het werd tijd, maar ik was er nu pas klaar voor.

Dat zit zo. Ik ben een treinlezer. Maar boeken die opperste concentratie vergen, lees je beter niet op de trein, omdat je de hele tijd gestoord wordt door luide gsm-gesprekken, discussiërende buren en joelende kinderen, om de ergernissen over te laat of helemaal niet vertrekken nog maar te vergeten. Twee pogingen heb ik eerder gedaan om Boons meesterwerk tot mij te nemen, telkens sneuvelde ik ergens rond pagina vijftig. Het lag niet aan het boek, het lag zelfs niet aan mij, het lag aan de omstandigheden.

Maar nu is het dus gelukt. Ik kan me best voorstellen dat De Kapellekensbaan bij verschijning, in 1953 dus, voor de nodige ophef heeft gezorgd. Anarchist, socialist (communist?), viezentist Boon gaat geen enkel heikel thema uit de weg. Hij verweeft drie verhaallijnen doorheen het boek. Er is het schrijnende verhaal van het meisje ondineke (zonder hoofdletter) halfweg de 19de eeuw. Een meedogenloze tijd, vol machtsmisbruik, seksisme en uitbuiting allerhande, waarin oudere wellustelingen zonder gêne jonge vrouwen bepotelen in groezelige kroegen. In de stad der twee fabrieken (Aalst) groeit het onderhuids verzet tegen deze wantoestanden: het socialisme is op komst. En het brutale wicht ondineke probeert zich in die wereld een zeer eigenzinnige weg te banen met haar op de straat opgeraapte wijsheid.

Dan is er het verhaal van johan janssens, de dagbladschrijver (alter ego van Boon zelf, al loopt er ook een personage rond dat boontje heet), die worstelt met de wereld en die zijn marxistisch engagement probeert om te zetten in donkerrode teksten. Naast hem vinden we tippetotje de schilderes, de kantieke schoolmeester, mossieu colson van tminnesterie, jo (de zoon van johan janssens; in het echte leven Jo, de zoon van LP Boon). Kleurrijke figuren die zich miskend voelen en loensend naar de ongenadige samenleving kijken.

En tenslotte wordt het epische dierdicht Reinaert De Vos vrijelijk geherinterpreteerd door een schrijver die alle sluizen van de creativiteit heeft opengezet. De drie verhalen hebben uiteindelijk veel gemeen, zo heeft de schrijver ontdekt en zo ontdekken zijn lezers tijdens de lectuur van het boek: de doorbraak van het socialisme, met zijn idealen, maar ook met zijn frustraties. Je hoeft er niet aan te twijfelen: Boon is een 'rooie'.

Boon maakte niet alleen ophef met zijn progressieve stellingnamen, die hem weinig populair maakten bij de conservatieve goegemeente, de reactionaire kerkoversten op kop. Hij maakt het zijn lezers ook moeilijk door de tegendraadse interpunctie. Namen worden niet met een hoofdletter geschreven, andere woorden soms wel, af en toe staan er volledige woorden of dialogen in blokletters, flashbacks worden in italic gedrukt, niet zelden ontbreken punten en komma's. Ook de spelling getuigt van een bijzonder anarchistische aanpak. Dialectwoorden sijpelen steeds meer door tot er uiteindelijk sprake is van een ware dijkbreuk en het Aalsterse dialect het grotendeels overneemt van het Nederlands.

Boon provoceert. Je hebt het gevoel dat deze man zich op zijn 40ste enorm geamuseerd heeft met het schrijven van deze uit de kluiten gewassen schelmenroman. Maar de socialist en de agent provocateur is ook een meesterlijke humanist; iemand die houdt van de mensen, vooral dan van zij die aan de zelfkant van de maatschappij leven. Hij leeft met hen mee en dwingt je als lezer om hen te aanvaarden en van hen te gaan houden. De Kapellekensbaan laat je niet onberoerd: je houdt ervan of je haat het. Je vindt Boon een meesterlijke schrijver of een charlatan. Je laat je meezuigen of je haakt af.

Het zijn de kenmerken van ware meesterwerken, die je nooit onberoerd laten. Irritatie hoort bij het literaire spel, uitdagen ook. Boon beseft dat hij zijn lezer op de proef stelt. Op pagina 333 geeft hij ootmoedig toe dat hij je voortdurend op het verkeerde been zet. '... wie voor de duivel almachtig verstaat zich nog uit dit boek? Niemand meer, behalve ik boontje, die het mezelf misschien nog alleen tracht wijs te maken dat ik er me uit versta.'

Tegen het einde aan geeft hij een verklaring voor zijn sociale aanklacht. Het is 'mijn eigen stelling, mijn eigen malpertuus, van waaruit ik hen bestook met alle mogelijke middelen, om hen... zoals mijn reinaert... de republiek te doen uitroepen der vrijen, der eerlijken, der aan Niets gelovenden.' Eat your heart out, clerus!

Maar net zogoed lacht hij met de wereld der kunstenaars, die hij omschrijft als 'die tragicomische schijnwereld van artisten'. Niet verwonderlijk dat zij hem als een nestbevuiler beschouwden, iemand die liever niet dan wel tot hun ivoren toren-wereld behoorde.

Boons maatschappijvisie moet je trouwens tussen de verhaallijnen in ontwaren. Dan schrijft hij onvergetelijke dingen als 'iedere mens is een abnormale, maar de grote hoop manifesteert dat niet voldoende om hen in een krankzinnigengesticht te kunnen opsluiten', een interpretatie die hij toeschrijft aan 'een bekend psychiater'.

Eindelijk! Waarom heb ik zolang gewacht om dit meesterlijke boek, dat zijn tijd ver vooruit was en dat ook internationaal hoog aanzien genoot, te verslinden?

  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post49
« Vorige