Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Boekenbeurs

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken zo, november 06, 2016 12:55:05

Dat Joël De Ceulaer gelijk heeft. Die Boekenbeurs heeft niets meer met boeken en alles met commercie te maken. 't Is niet omdat het gedrukt staat en het technisch gezien 'een boek' is, dat we het in één adem moeten vernoemen met wat Dostojevski, Claus en Woodward & Bernstein op de wereld loslieten.

ik ben auteur. Ik heb op anderhalf jaar tijd vier boeken geschreven: twee op m'n dooie eentje, twee in fijn gezelschap. Non-fictie. Ik mocht dus tot twee keer toe signeren op deze Boekenbeurs. Bijna had ik in een bui van zelfgenoegzaamheid het woord 'auteur' op mijn visitekaartje laten voorafgaan door het adjectief 'gevierd'. Bijna. Want dan is er telkens weer die genadeloze reality check die 'signeren-op-de-boekenbeurs' heet.

Dinsdag mocht ik op de dag des doden aantreden samen met Geert De Vriese. Samen schreven we een half jaar geleden De Grote Duivels (bijtitel: het ware verhaal achter het EK 1980). Het boek kreeg nauwelijks media-aandacht en is ongetwijfeld nog in grote stapels terug te vinden in het pakhuis van de uitgeverij. Helaas waren die grote stapels niet terug te vinden op onze signeerpupiters. Vergetelheidje. Gelukkig zijn Geert en ik veelschrijvers, en konden we pronken met onze andere recente worpen op de boekenmarkt. Nu moet u weten dat onze uitgeverij, die deel uitmaakt van — hoe kan het anders? — een Nederlandse groep, dit jaar in een andere hal staat dan vorig jaar rond deze tijd. Toen: ergens discreet weggemoffeld. Wie zat te signeren (of beter: wie klaarzat om te signeren en werkloos toekeek, mensen zoals ik dus) hoefde zich niet te generen. Bezoekers liepen aan en af en vooral voorbij, maar het stoorde niet. Je kreeg niet het gevoel dat ze je bekeken als een paria die toevallig ook eens een boek had geschreven.

Dit jaar was het anders. We zaten aan een doorloopgang vlakbij de ingang van de hal. Kortom: er passeerde veel meer volk. Tegenover ons stond een lange bank, waar vermoeide bezoekers even konden verpozen, waardoor je als — werkloos toekijkende — signeer-auteur het gevoel had dat je in de zoölogie was aanbeland, waarbij je zelf het wilde dier achter tralies was. Ik voelde me bekeken. Achter die zithoek stonden mensen aan te schuiven in wat een eindeloze rij leek, een rij die ook nooit ophield, daardoor het adjectief 'eindeloos' kracht bijzettend. Bleek dat ene Jeroen M., schrijver van 'Oorlog en vrede in de pan', of zoiets, daar door de meute aan het oog onttrokken een schrijfkramp zat te krijgen. Ik prees mezelf gelukkig dat ik geen last had van die kramp.

Maar wat zat ik daar dan te doen? Bref, ik heb één boek mogen signeren, voor een goede vriend die zelf die dag elders op de Boekenbeurs moest signeren, waardoor mijn record van vorig jaar (twéé gesigneerde exemplaren) niet in gevaar kwam. En ik kreeg ook een bevestiging dat het boek over racisme in het Belgische voetbal, Vuile zwarte, dat ik samen met Paul Beloy heb geschreven, nuttig is, toen twee Antwerpse vriendinnen even halt hielden bij mijn pupiter, één van de twee het boek ter hand nam en dan luid genoeg opdat ik het zou kunnen horen tegen de andere fezelde 'Racisme in de foetbal? Da cho wer ouver die broin apen!'. Als er ooit een opvolger voor Vuile zwarte komt, hebben we al een titel. We zullen die mevrouw keurig een deeltje van de royale royalty's bezorgen.

Gisteren zat ik er weer, nu met Paul. Eerst werden we deskundig geïnterviewd door Sporza-presentator Aster Nzeyimana, de rijzende ster aan het tv-firmament. (A-ster is born, zou je kunnen zeggen, maar nu wijk ik af). Toen het interview begon zaten er welgeteld twee (2) belangstellenden in de aparte ruimte, elk in een uithoek dan nog, waardoor het maken van oogcontact ertoe leidde dat je scheel ging kijken. Meer volk op het podium dan in de zaal, maar gelukkig druppelden er in het volgende half uur nog behoorlijk wat belangstellenden binnen. Daarna mochten we signeren. Feest. Zes exemplaren aan de man gebracht. Ieder zes euro verdiend. Dansen! Zingen!

Ik herhaal: Joël De Ceulaer heeft gelijk. Tenminste, voor wie op zoek is naar het 'betere' boek. Daarom dit voorstel. Laat die Boekenbeurs gerust ieder jaar doorgaan op de huidige locatie. Reserveer één volledige hal voor kookboeken. Breng in hal twee de kinder- en jeugdboeken onder. Zet in hal drie alle succesvolle romanauteurs samen. En geef in hal vier de fictiedebutanten een kans, naast het restaurant, het roomijskarretje en de speelhoek. Non-fictie (behalve dus de kookboeken) heeft geen plaats meer op deze boekenmarkt. Moeilijke boeken, die tot zes jaar geleden alle aandacht kregen op Het Andere Boek, het alternatief voor het commercieel festijn in het Bouwcentrum, verdienen een eigen forum. Voor een select en geïnteresseerd publiek. Niet voor de meute die er toch alleen maar rondloopt omdat ze zich verplicht voelt om één keer per jaar iets semi-cultureels te doen. En om BV's te spotten. Vóóral om BV's te spotten. Die zullen zich ook weleens voelen alsof ze het populaire aapje in de dierentuin zijn, maar op het einde van de dag lopen ze wel dansend en zingend naar de bank, met iets meer dan zes euro op zak.

Nee, die Boekenbeurs, dat komt nooit meer goed. Lees liever een boek.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post742

De muze en het meisje (Katrijn Van Bouwel)

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken zo, oktober 16, 2016 13:11:05

Improvisatieactrice, meldt de achterflap over Katrijn Van Bouwel. Stand-upcomédienne, dat weten we ook. Copywriter, maar dat blijft eerder in het verborgene. Televisieverschijning, in Scheire en de Schepping, Spelen met uw leven en - als festivalfee in de zomer van 2015 - 1.000 Zonnen en Garnalen. En bovenal Twitterfenomeen. Proef de lelijkheid van dat woord: Twit-ter-fe-no-meen.

Laten we haar liever een feenomeen noemen, dat past beter. Een vrouw die een paar keer per dag in je tijdlijn opdoemt met een grapje, een fijne woordspeling, een melancholische ontboezeming, een je-ne-sais-quoi'tje dat de waan van de dag overstijgt. 10.887 volgers, terwijl ik dit intik, and counting. Zoals 50,000,000 Elvis fans can't be wrong, zo kunnen weldra 11.000 volgers dat ook niet zijn.

En nu mag ze zich, op haar bijna 35ste, schrijfster noemen. Auteur. Collega van Bob Dylan, zou ik pesterig kunnen zeggen tegen al die schrijvers die zich nu hebben verzameld om een karamellenverzenschrijver - ik verzin het niet! - belachelijk proberen te maken. The times they aren't a-changin' voor hokjesdenkers. Maar ik wijk af, want ik wil het niet over de lelijkheid van jaloezie hebben, maar over schoonheid. Schoonheid die kwistig over 220 pagina's uitgestrooid werd, opgedeeld in vier hoofdstukken: de seizoenen van het wankele liefdesleven.

Tussen "Ik stap uit de kamerjas dit stille leven in" en "En hoe mij dat voltooit" staan vele honderden mooie zinnetjes en volwassen zinnen. Ik was begonnen met er de mooiste uit te pikken, maar ik betrapte me erop dat ik het boek aan het overschrijven was. Een paar, toe maar, om in de stemming te geraken. "Niemand kleedt zich zorgvuldiger dan wie uitgekleed wil worden." "Rouw is een geduldige minnaar, die zich langzaam ontkleedt, tot je zelf in je blootje staat." "Een mens is zijn eigen blinde hoek." "Als de ogen de spiegel van de ziel zijn, gebruikte ik de zijne om mezelf te zien." "Mijn geheim is dat ik het jouwe wil zijn."

Hé, die laatste ken ik nog. Die was een tijdje de vastgemaakte tweet van @_katrijn. En dat is geen toeval, want ze gebruikt ons, Twittervolgers, schaamteloos als klankbord. Sloeg een zin aan, dan kwam die in het boek. Zo zie je maar, je kan Twitter ook gebruiken om mooie dingen te doen. Een boek schrijven, bijvoorbeeld.

Waarover De muze en het meisje gaat? De liefde, het onbereikbare, bezitterigheid, dromen, perfectie, en nog zo veel meer. Het volle leven, zeg maar. Het ene hoofdpersonage, 'de muze', is een naaktmodel dat halsoverkop verliefd wordt op een schilder, die dankzij haar eindelijk weer inspiratie vindt. Het andere hoofdpersonage, 'het meisje', is een stand-upcomédienne, grofgebekt, sarcastisch. Als de muze ook nog eens aan taxidermie gaat doen, weet je: dit is voor een deel uit het leven van de schrijfster gegrepen. Maar je beseft ook dat ze zichzelf niet zodanig blootgeeft, dat de term 'autobiografisch' zich brutaal opdringt.

"Winnen is niet altijd blijven doorgaan. Winnen is weten wanneer je moet stoppen," tweette Katrijn nog niet zo lang geleden. Om mijn lievelingsartiest Van Morrison te citeren: "It's too late to stop now", Katrijn Van Bouwel. Dit vraagt om bevestiging. Schrijf ze! (En blijf ons als gewillige literaire proefkonijnen gebruiken.)

De muze en het meisje, Katrijn Van Bouwel, 220 blz. Prometheus, 19,95 euro.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post740

Schrijver

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken za, december 05, 2015 14:02:58

Dames en heren, ik ben genomineerd voor de Bronzen Urbanus, zowat de belangrijkste culturele prijs van de gemeente Galmaarden, waartoe mijn woonplaats Tollembeek behoort. En Urbanus, dat weet iedereen van De Panne tot Tongeren, is de beroemdste inwoner van dit Pajotse dorp. Dé Urbanus, jawel, die ik op mijn zestiende bewonderde omdat hij a) grappig was, b) soms zelfs hilarisch, c) anti-establishment met lange vettige haren en d) mij inspireerde om zelf de rest van mijn leven absurde flauwiteiten uit te spuwen (sorry, daarvoor).

'Schrijver', zo staat er achter mijn naam in een artikeltje van dertig lijnen dat geheel onterecht werd weggemoffeld op de regionale pagina's van Het Laatste Nieuws. Andere kranten maakten niet eens melding van deze prijs, die hier ten velde nochtans het equivalent is van de Gouden Boekenuil of de Oscars, kan je nagaan. Vijf tegenkandidaten zijn er, die ik verder van haar noch pluim ken, maar dat geldt ongetwijfeld ook in omgekeerde richting. Hier wonen niet veel mensen, maar we laten elkaar met rust. Of we zijn niet geïnteresseerd in wie de ander is, beslist u zelf maar. De buren kennen we een beetje, dat wel. Het is dan ook mijn sympathieke overbuurman die me genomineerd heeft. Als lid van de cultuurraad heeft hij dat voorrecht. Op 23 januari weet ik of we halsoverkop een schouw moeten laten bouwen om een trofee op te zetten. (Ik moet er verdorie een thuiswedstrijd van mijn geliefde voetbalclub voor laten vallen, maar alles voor die fifteen minutes of very local fame.)

'Schrijver', ik probeer van het woord te proeven, maar het blijft vreemd klinken. Ik heb dit jaar twee boeken geschreven. Ik schreef in het verleden drieënhalf boeken en schrijf volop artikels, columns en blogposts, maar voel me geen 'schrijver'. Hugo Claus, dat was een schrijver. A.F.Th. van der Heijden, dat is er één. En er zijn er nog, van hele goede tot wanstaltige, maar ze mogen zich wel schrijver noemen. Een schrijver associeer ik met fictie, niet met afstandelijke verslaggeving of het kritisch spuien van meninkjes. Schrijven is voor mij een werkwoord, geen kunstvorm.

Eerlijk gezegd, toen ik de vraag kreeg of het me interesseerde om genomineerd te worden, was ik eerst verrast. Té verrast om: 'Bah, weet ik zo nog niet' te zeggen. Dus zei ik: 'Ach ja, waarom niet?'. En nu ik mijn naam na veel te lang zoeken (waarom is dit geen voorpaginanieuws?!) heb teruggevonden, wil ik winnen, want zo zit ik dan ook weer in mekaar: tussen 'Nee, geen interesse' en 'Ja, ik ga ervoor' zit hooguit een dag, of de publicatie van een minuscuul artikel in de krant. Geef me een computerspel en ik wil winnen. Tot vals spelen toe, er zijn getuigen van. Dus ja, ik wil dit kleinood uit handen van de grote Van Anus ontvangen. (Wie moet ik allemaal bedanken in mijn overwinningstoespraak?)

***

Dimitri Verbelen, dat is tenminste een echte schrijver, die heeft een roman gepleegd, maar die woont niet in Tollembeek en komt dus niet in aanmerking voor de Bronzen Urbanus. In Vrolijke, vrolijke vrienden wordt de lezer door hem opnieuw naar Aalst ontvoerd. Het is daar een vruchtbare bodem, blijkbaar. Verbelen kan het weten, want hij heeft er lang vertoefd. Zijn naam zegt u iets? Hij is de man achter de Facebookpagina 'Vrolijk relativerende liga ter bestrijding van azijnpis en verzuring', die — zoals de naam het al zegt — vrolijk relativeert en daarmee de verzuring probeert te bestrijden.

Dat doet hij in Vrolijke, vrolijke vrienden niet, het verhaal van vier jeugdvrienden die elkaar uit het oog verliezen en terug contact zoeken in de marge van een voetbalclub op de dool, het immer geweldige en zelden succesvolle Eendracht Aalst. Maar de zuipschuiten van weleer stevenen af op een verschrikkelijk drama. Er kan wat afgelachen worden met deze roman, maar bovenal is het toch een heel serieuze plot.

Ja, ik moest geregeld aan De helaasheid der dingen denken, waarin Dimitri Verhulst zijn personages ook om ter marginAalst laat wezen. In vergelijking met dat wonderbaarlijke, afwisselend intrieste en hilarische, boek moet Verbelens worp het afleggen, dus laten we die weg niet verder inslaan. Want Vrolijke, vrolijke vrienden mist wel een aantal dingen — er zouden meer dialogen in mogen staan, bijvoorbeeld, en minder beschrijvende passages —, maar biedt genoeg inhoud en stilistisch vermogen om je als lezer bij het nekvel te blijven vasthouden. (Hahaha, 'stilistisch vermogen', 'nekvel', ik lijk wel een would be-schrijver die een collega de vergetelheid in recenseert, niet doen, Van Laeken, je bent een 'schrijver'!). Met plezier gelezen, bijgevolg. Ook al omdat de personages zo herkenbaar zijn: in je eigen omgeving heb je ook al weleens een veelvraat, een grote mond met losse handjes en een stille genieter tegengekomen. En een man met grootse plannen die uiteindelijk in een heel voorspelbare omgeving terechtkomt, want dat ben je tenslotte zelf.

***

En nu ga ik snel afsluiten. Ik heb nog zeven weken om de jury van de Bronzen Urbanus gunstig te stemmen. Ideeën voor steekpenningen en cadeautjes zijn welkom. Te richten aan: Frank Van Laeken, schrijver, Tollembeek. Adres hoeft niet, de postbode leest de krant, lokale beroemdheden pluk je er hier zo uit.



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post687

Wild vlees (Celia Ledoux)

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken wo, oktober 07, 2015 18:33:21

"Als vrouw kan je je in de razendste wilde nachten een sekstijgerin voelen, maar je ziet er nadien altijd uit als een verkeerd gevallen boterham."

***

Ze wou vroeger David Bowie zijn, tekende Celia Ledoux een paar maanden geleden op in Charlie Magazine. En ja, als je haar op afbeeldingen googlet vind je verschillende haarkleuren en -snitten terug, variabele looks, verschillende personages zo lijkt het wel, of ben ik al in de tweede paragraaf van dit stukje aan het hineininterpretieren?

Vrouw. Moeder van twee. Zangeres geweest, lees ik in haar biografie, en tegenwoordig voltijds schrijfster. Recensente. Columniste. Schreef met Mama een boek over het moederschap. En sinds een week of vier mag ze zich non-fictie-auteur noemen, van haar eerste worp Wild vlees, een roman die draait rond drie vrouwelijke hoofdpersonages.

Donna is VP in een multinational die heel onpersoonlijk Het Concern wordt genoemd. Bitchy carrièrevrouw ("Wij zijn roofvissen vol pijnlijk zwaar metaal — maar we zijn tenminste geen guppy's, klaar voor het opvreten"), serieel ontrouw aan haar saaie man, net niet getrouwd met haar droomvent met wie ze wel een passionele relatie blijft beleven. Vlucht naar een wildernis in het Verre Oosten, nadat ze eerst bedrijfsgeheimen verklapte aan een opdringerige journaliste-activiste. Had alles onder controle en loopt nu weg voor haar artificiële leventje.

Clara is een burgerlijke huisvrouw, moeder van een tweeling, die hopeloos verliefd wordt op een man die alles heeft in het leven, behalve een vaste vrouw, en die meerdere 'Clara's' van nabij leert kennen.

Lucie is in rijkdom opgegroeid, van goeden huize zoals dat heet, maar wel verslaafd aan door sperma doordrenkte bezoekjes aan een parenclub, tot ze moddervet wordt en niet meer welkom is in dat ietwat aparte milieu. Van dan af loopt het helemaal mis: verslaafd aan pillen glijdt ze steeds verder weg van de realiteit.

Drie aparte vrouwen, maar gaandeweg kom je te weten dat ze tegen hun zin in een innige band hebben met elkaar. Zonder al te veel te willen verklappen: het gaat om twee zussen en een schoonzus, en de twee zussen hebben dan nog eens dezelfde minnaar. Voldoende stof om 254 pagina's van jetje te geven.

***

In één woord omschrijven waarover Wild vlees gaat? Seks.

In twee woorden dan? Véél seks.

Oké, het mag iets meer zijn: héél veel seks.

Maar vooral, als u me toestaat om toch een paragraaf hierover te vullen: dit boek gaat over fundamentele eenzaamheid, voor de hand liggende maar foute levenskeuzes, egocentrisme en narcisme, bedrog en zelfbedrog, in blitse, modieuze kleren verpakte menselijke lelijkheid, schone schijn. Geen enkel personage wekt sympathie op. Daarvoor is de carrièrevrouw té zeer op zichzelf gericht, het burgertrutje té naïef, de seksueel geobsedeerde vrouw té leeghoofdig en het mannelijke personage té onbetrouwbaar.

Er zijn dus redenen om deze roman terzijde te schuiven, maar dat doe je dus vooral niet als lezer. Je dendert door, dit boek móet uit, je wil de karakters doorgronden, geëntertaind worden, opgehitst ook. En wel vanaf de eerste paragraaf, waarin Donna aan het woord is. Ik citeer: "Ik heb in die kneuterige hoofdstad, totaal boven zijn krachten gegroeid, Sinéad gezien. We hebben vandaag de eindpresentatie afgewerkt voor die vetklep van een Grote Leider. Ik liet Sinéad het woord voeren, ze denkt dat dat iets betekent. Na een half jaar voetveeg spelen verdient ze dat gewoon. Bovendien valt de Grote Leider op dik, kon ik zitten neuspeuteren en deed het Sinéad pootjes geven van dankbaarheid zonder één cent bonuskost — win-win-win."

Nee, die Donna is geen geweldige meid, maar geef toe dat u onmiddellijk wil verder lezen in dit hoofdstuk dat heel toepasselijk 'Een hoofdstukje seks en drugs' werd getiteld. Ledoux schrijft wervelend, in lekker rollende volzinnen, waarin net voldoende geschrapt werd om niet overladen te klinken. De sekspassages zijn pittig geschreven, bij gebrek aan beter adjectief dat me te binnen schiet. En vanaf het moment dat de drie vrouwen onlosmakelijk met elkaar verbonden blijken, wil je weten hoe het afloopt met die zoektocht naar de verdwenen Donna in een ver oosters land.

Ergens doet de thematiek denken aan de leeghoofdige milieus in enkele literaire mijlpalen uit de door de yuppies gedomineerde jaren tachtig van de vorige eeuw. American Psycho, zonder de seriemoordenaar. Bright Lights, Big City, zonder de dominante aanwezigheid van één specifieke grootstad, dat een personage op zich is. The Bonfire of the Vanities, zonder de politieke connotaties. Ik ga Celia Ledoux niet vergelijken met Bret Easton Ellis, Jay McInerney of Tom Wolfe, maar Wild vlees slaagt er wel in om je mee te zuigen in een verhaal over figuren die je in het echte leven liefst zo weinig mogelijk zou tegenkomen, omdat ze zo verdomd zelfgenoegzaam en intellectueel leeg zijn. Dat is knap en kom je helaas te zelden tegen in de Nederlandstalige literatuur. Het zullen de seks, de pillen en het voortdurende overspel zijn, en natuurlijk ook de schrijfstijl. Die is meedogenloos, hard, to the point. Ledoux heeft haar darlings flink gekilld, inclusief de drie vrouwen die haar debuutroman dragen. Mededogen is niet iets wat je voelt voor hen.

Om maar te zeggen: ik heb Wild vlees met plezier en toch ook gejaagd door de wind gelezen, smerige pageturner dat het is. Een mens zo van zijn werk houden! Celia Ledoux kan schrijven en ze doet dat ook.

***

"Mijn man weet niet dat ik betoverd en betoverend ben. Ik ben een fabeldier, een molenaarsdochter die goud weeft uit haar saaie leven. Catwoman die thuis verhaaltjes vertelt over vergaderingen, weekendwerk, colloquia, slapen bij een collega of vriendin, maar vlucht in een duizendste nacht."

Celia Ledoux, 'Wild vlees', uitgeverij Vrijdag, 19,95 euro.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post675

Content

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken ma, maart 02, 2015 11:35:45

Postmanuscriptale depressie, bestaat dat? Het akelige, quasi postnatale gevoel dat een auteur overvalt wanneer hij net zijn definitieve tekst heeft ingeleverd bij zijn uitgever. Nou ja, definitief is relatief, natuurlijk, want er volgen nog wel wat correcties, zodat er straks ook nog eens een definitieve definitieve versie zal worden gemaakt. Mijn boek mag dan wel Als het werk stopt gaan heten, maar werken aan een boek stopt nooit. Die titel is zó fout.

Een lijf dat stijf staat van de adrenaline, een hoofd dat niet ophoudt met malen, een hart dat driftig bonkebonkt tijdens eindeloos lijkende half-slapeloze nachten. Nooit schrijf ik nog een boek! (Deze maand, bedoel ik, of deze week, want er liggen al wat projecten in het verschiet) Vrijdagavond had ik heel even een gelukzalig ik-momentje: ik was tevreden over mezelf. Dat overkomt me uiterst zelden en als het dan al eens gebeurt druk ik snel op de ontkenningstoets. Dit. Gebeurt. Niet. Mag. Niet. Kritisch. Blijven. Jongen!

'Wreed content' met de content, ja, dat was ik. Schaamteloos. Onbescheiden, al wist de rest van de wereld er niet van af, wat dan toch weer op enige bescheidenheid duidt. Ik had een allerlaatste interview uitgetikt en daarna de hele tekst nog eens onder de loep gehouden. Muggen werden gezift, komma's geneukt, net als de occasionele mier, en... ik voelde dat het wel goed zat. Mag dat even, ja? Vraag in eerste instantie aan mezelf gericht. (Het antwoord was 'Ja', voor één keer zonder aarzeling.)

Maar nu is er dus die leegte. Doet me denken aan Eric Gerets die ooit de in zijn ogen al te kritische sportjournalist Ivan Sonck, een rijzige slanke man, smalend 'De Lange Leegte' noemde, naar het gelijknamige stadion van de Nederlandse voetbalclub SC Veendam. Goede vriend Ivan nam die geuzennaam dankbaar aan en vertelt nog altijd graag die anekdote van dertig jaar geleden. De Lange Leegte. Letters dansen niet meer op papier, gedachten blijven verward achter in de hersenpan, het is even op. Als ik vandaag in de krant de foto zie van die terminaal zieke Club Brugge-supporter die voor euthanasie heeft gekozen en die voor hij zelf het pad naar zijn Lange Leegte inslaat de aftrap mocht geven van een voetbalwedstrijd, dan schiet mijn gemoed vol. Die duim naar het volk op de tribunes. Die beschermende blik van dat zesjarige dochtertje. Die opdringerige mascotte die op een of andere manier het plaatje toch compleet maakt. Tot tranen toe bewogen. Dit is zo on-mij. Wie ben ik? Ben ik dit echt of ben ik die man die vorige week als een razende gek achttienduizend woorden heeft getikt, omgerekend goed voor tien volle krantenpagina's, met of zonder ontroerende foto's, en die de dagelijkse waanzin door een sarcastische bril probeert te bekijken?

Bestaat dat, postmanuscriptale depressie?



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post600

Boekenbeurs

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken do, oktober 30, 2014 12:04:28

Een druilerige herfstdag begin november 1997. Een auteur neemt verwachtingsvol plaats achter een eenvoudige tafel, balpen bij de hand, af en toe een steelse en trotse blik werpend op zijn geesteskind: een boek over de vele schandalen in het Belgische voetbal. Het ligt in twee evenwijdige stapels vooraan op de tafel. Hij zit al om vijf voor tien klaar om te signeren, een tikkeltje nerveus, maar er wel rotsvast van overtuigd dat zijn pas uitgegeven werk, dat ook op televisie aandacht heeft gekregen, veel kopers zal lokken op de Boekenbeurs, want daar zit hij. Klokslag tien uur neemt hij in de verte gezoem waar, hoort een horde bezoekers naderbij sluipen. Het sluipen wordt vastberaden stappen, het gezoem wordt een luid geroezemoes. Een chaotische zwerm mensen wordt een rij. Een lange rij. Voor het tafeltje verderop, waar één of andere acteur uit een televisie-soap een strip zit te signeren. Nerveus begint de auteur met zijn balpen te jongleren en naar de stapel onaangeroerde boeken voor hem te staren. Hij voelt zich als de zwarte spermacel tussen al die witte uit de film Everything You Always Wanted To Know About Sex (But Were Afraid To Ask) van Woody Allen en denkt: "What am I doing here?". Dat blijft hij zo een hele dag denken. Zonderlingen die toch een boek van zijn stapeltjes nemen, snauwt hij net niet af dat ze zich van zijn rij hebben vergist.

Die eenzame auteur was ik, dames en heren. Het boek heette Blunderboek van het Belgisch voetbal, werd uitgegeven bij Icarus, een onderdeel van de machtige Standaard Uitgeverij, en zou uiteindelijk 1.266 keer over de toonbank gaan. Twaalfhonderd zesenzestig. Duizend tweehonderd zesenzestig. Als ik het me goed herinner stond het één week, enigszins verloren gelopen, op een negende plaats in de non-fictielijst van Knack. Dat was die week dat er 500 van verkocht werden, toen de omkopingsaffaire Anderlecht-Nottingham Forest uit 1984 weer even in de actualiteit stond. Hoeveel exemplaren er achteraf in de ramsj werden verhandeld weet ik niet, noch of het boek vorige week in de afvalcontainer van De Slegte in Brugge terug te vinden was.

De naam van de acteur heb ik uit mijn geheugen gebannen (het was zeker niet Neroke), de strip vormde onderdeel van de commerciële exploitatie van de immens populaire tv-reeks FC De Kampioenen. Ongetwijfeld heeft het tienduizenden kopers overtuigd om te glimlachen bij de talloze flauwe grappen, veel meer dan 1.266 alleszins. Boeken schrijven is een eenzame bezigheid en je wordt er zelden rijk van. Als je werk dan nog wordt uitgegeven bij De Bezige Bij in Antwerpen is het bovendien een bijkomend trauma op deze dag dat de Boekenbeurs officieel op gang wordt geschoten, zeventien jaar nadat ik daar geruisloos ben gepasseerd.

***

Vanavond mag ik als toekomstig auteur, van twee boeken nog wel!, mee gaan drinken en klinken bij een uitgeverij die voorlopig nog wel vanuit Antwerpen actief blijft (ja, toch? JA, TOCH?!). Ik schrijf een boek over vijftigplussers die maar geen werk vinden in deze moeilijke economische tijden, vertrekkend van mijn eigen wederwaardigheden. Typisch een doelpubliek dat geen geld heeft om boeken te kopen, denk ik dan eventjes cynisch. Maar goed: de lat ligt op 1.267 exemplaren. En wie weet dat dat andere onderwerp, waarover ik nog even de kiezen op elkaar houd, straks door volle voetbaltribunes zal gelezen worden.

Ik ga er niet rijk van worden, ik ga er veel tijd in steken, de return on investment zal weer niet tot juichkreten leiden, vrees ik, máár: ik schrijf toch zo graag. Wie schrijft, die blijft. Wie graag schrijft, die blijft gelukkig. Dus ga ik er keihard tegenaan, in de hoop dat mijn ouder wordende knoken het volhouden, dat mijn verstand die twee uiteenlopende projecten uit elkaar kan blijven houden en dat mijn uitgeverij blijft volharden in de boosheid om tegen de anti-culturele stromingen in dit land in boeken te blijven produceren.

***

Zo, en dan nu aan het werk. Met een deadline in het vooruitzicht, beginnend bij "Vier maanden is nog lang", maar zonder enige twijfel toelevend naar dat moment waarop je "Wát? Is die deadline daar al?" schreeuwt en de uitgever een beetje ongerust wordt of de strikte timing wel gehaald zal worden en het boek er zal liggen op het exacte tijdstip dat in de brochure beloofd werd aan de mensheid. Misschien nodigt hij me wel uit om volgend jaar te signeren op de Boekenbeurs, mijn balpen van destijds is nog niet leeggeschreven.

Ik rond deze blogpost af, want u moet weten dat mijn uitgever nogal een bazige bij is. (Niet waar, hoor, maar geef toe dat het goed klinkt!) Op naar de Boekenbeurs!



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post532

Kwikzilver

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken za, september 20, 2014 12:51:28

Ik heb Kwikzilver met veel plezier gelezen. De derde roman van schrijfster-columniste Ann De Craemer vertelt het levensverhaal van haar grootmoeder, Paula Van Hauwaert, de moeder van haar moeder, een eenvoudige vrouw over wiens eenvoudige leven niemand ooit een roman zou schrijven, omdat het zo verdomd normaal verliep zonder al te veel spectaculaire uitschieters, en die op hoge leeftijd verplicht werd om de vertrouwde omgeving van haar bescheiden huis in te ruilen voor een serviceflat in het centrum Adagio, een Italiaanse muziekterm die aangeeft dat een compositie in een langzaam tempo moet gespeeld worden. Wie bedenkt zulke toepasselijke namen?

Ik heb Kwikzilver met veel plezier gelezen, omdat het zo herkenbaar is, Vlaams én familiaal. We hebben allemaal wel een familielid gehad dat gedwongen werd te verhuizen. We kennen allemaal wel een 'nonkel Wilfried' en een 'tante Martha' die na een korte maar hevige ruzie over een achteraf bekeken bijna onbeduidend onderwerp de familie de rug toekeren om pas jaren later bij een begrafenis weer op te duiken. We herkennen de grote en de kleine miseries, de grote en de kleine drama's, de grote en de kleine momenten van geluk, de grote en de kleine kantjes van de mensen. Ik heb zelf een grootmoeder die over tweeëneenhalve week 101 wordt en die pas anderhalf jaar geleden haar appartementje heeft verlaten omdat het fysiek onmogelijk bleek om verder alleen te blijven wonen. Mijn andere grootmoeder werd net geen 93. Ook zij verbleef de laatste jaren van haar leven in een seniorenresidentie, zoals dat dan zo verbloemend heet. Ik ken Paula Van Hauwaert dus ook een beetje. Kijk, dat is mijn grootmoeder.

Ik heb Kwikzilver met veel plezier gelezen, omdat het in een hele mooie taal geschreven werd zonder ooit pretentieus te klinken. Heel af en toe wordt een volzin gedeclameerd die als doel heeft te blijven hangen. Deze bijvoorbeeld: "Meer dan alleen een geografische ruimte, is een landschap ook een geheugen: onaangetast is het een bevroren vergezicht in de tijd." Of deze: "De vloertegels van de keuken waarover Camiel daarnet de voeten sleepte toen hij naar de begrafenis van zijn zoon vertrok, getuigden van alle vierkante meters in het huis het sprekendst van de slijtage die ze door de voetstappen van de bewoners hadden ondergaan." En ook nog: "Verdriet is een mes waarvan de tijd de vlijmscherpe punt botter maakt, maar onder het litteken blijft het gemis ook na twintig jaar sluimeren". Het zijn uitzonderingen in een autobiografische roman waarin het effectbejag grotendeels achterwege blijft. De Craemer beheerst de Nederlandse taal, maar probeert er niet mee te imponeren.

Ik heb Kwikzilver met veel plezier gelezen, omdat de schrijfster zich niet laat vangen aan valse of overdreven sentimentaliteit. Laat Dirk Leyman, de schrik van alle Vlaamse auteurs, maar recenseren in De Morgen dat dit 'mierzoet' is en dat 'pathos om de hoek loert'. Hij dwaalt. Je kan dit niet schrijven zonder de onvoorwaardelijke liefde uit het echte leven tentoon te spreiden. Je kan je gevoelens niet 'on hold' zetten als je je autobiografisch laat gaan. Bovendien wordt het nooit tranerig. Ann De Craemer observeert, memoriseert en herbeleeft, maar het blijft natuurlijk wel haar eigen vlees en bloed waarover ze schrijft, dus heeft ze het recht om haar gevoelens bloot te leggen, zoals u het recht hebt dit boek al dan niet te lezen of het al dan niet goed te vinden.

Ik heb Kwikzilver met veel plezier gelezen, omdat dit boek zich zeer vlot laat lezen in enkele rustige treinritten. Je moet niet elke zin lezen en herlezen, omdat je jezelf te dom voelt wanneer je de betekenis niet direct kunt vatten. Het is geen Godenslaap, om maar één unaniem lovend onthaald 'meesterwerk' te noemen, waarin Erwin Mortier in elke zin een statement lijkt te willen maken. Kijk. Eens. Hoe. Prachtig. Ik. De. Meest. Eenvoudige. Dingen. Kan. Opschrijven. Over dat boek heb ik weken gedaan. Ik legde het telkens opzij omdat ik door de opdringerige taal werd weggezogen van het thema. Is dat dan hoogstaande literatuur? Is Joyce geniaal omdat hij onleesbaar is?

Ik heb Kwikzilver met veel plezier gelezen, omdat ik nooit het gevoel had dat dit een onbereikbaar hoog literair niveau was, zodat mijn eigen bescheiden literaire pretenties - ooit schrijf ik die roman, echt waar, nu nog niet, eerst een onderwerp zoeken, personages, een pakkend begin, toch maar even mijn mails checken, o kijk er is voetbal op tv, wat zeg je: iets gaan eten?, bah toch maar liever uitslapen vandaag - niet begraven hoeven worden. Dat lijkt kritiek, in de zin dat ik het boek van Ann De Craemer niet goed genoeg vind, maar het is als compliment bedoeld: het heeft me geïnspireerd om dat waakvlammetje weer wat aan te wakkeren.

Ik heb Kwikzilver met veel plezier gelezen. Of heb ik dat al gezegd?

Ann De Craemer - Kwikzilver - Uitgeverij De Bezige Bij, 222 pagina's, 19,99 euro.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post498

Gabriel García Márquez (1927-2014)

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken vr, april 18, 2014 12:06:38

"Zoudt ge niet beter een goed boek lezen in plaats van uw tijd hier te zitten verschijten?" Goede raad van leraren Nederlands zat vroeger wel vaker verpakt in een door dialect verkleurde gebiedende wijs met een denkbeeldig vraagteken op het eind. Lezen zult gij, schavuit!

Ik zou de vraag ook aan u kunnen stellen, waarde lezer. Wat doet u hier? Lees eens een goed boek in plaats van uw tijd hier door te brengen. Gabriel García Márquez is dood. Zijn verzamelde romans en novelles, elf stuks in totaal, werden in 2007 in het Nederlands uitgebracht in een sobere doos. De Verzamelde Romans kunnen voor 99 euro de uwe worden en voor die luttele prijs kunt u kennismaken met het mooiste wat de literatuur te bieden heeft. Veel beter dan uw tijd hier te verschijten, maar laten we een compromis afsluiten: ik hou het kort, daarna duikt u in het Betere Werk en vergeet u deze goedbedoelde huisvlijt van een dilettant.

Twee dingen vind ik jammer als ik aan Márquez denk: dat ik hem pas zo laat ontdekt heb en dat ik hem niet in het Spaans heb kunnen lezen. Daarvoor is mijn kennis van die prachtige taal veel te beperkt. (Oké, er is nog een derde jammerlijk ding: dat hij gestorven is, maar voor een 87-jarige met lymfeklierkanker is dat niet zo uitzonderlijk en - sta me toe even de egoïstische lezer uit te hangen - de man was al jaren uitgeschreven en dementerend.)

Ik heb Márquez in 2008 op een paar maanden tijd integraal gelezen op de trein van en naar het werk, in chronologische volgorde: van Afval en dorre bladeren uit 1955 tot Herinnering aan mijn droeve hoeren uit 2004. Niet in mijn gebruikelijke tempo, driekwart pagina per minuut, maar trager, omdat de Colombiaanse schrijver je dwingt om traag te lezen. Traag en behoedzaam, zodat geen enkel detail je ontglipt. Magisch-realistisch wordt zijn œuvre genoemd, door mensen die - mochten ze geen literair recensent zijn - etiketten op dozen zouden kleven in de supermarkt. Hoe je zijn werk ook wil omschrijven, Márquez neemt een loopje met de werkelijkheid, creëert een eigen universum, doopt zijn gedachten in een pot vol ironie en gebruikt verder alles wat de taal hem ter beschikking stelt. Meesterlijk.

Ja, zelfs deze grootmeester ontkomt niet aan de lijstjesmania en dus vind je in zichzelf respecterende kranten een Top 5 van zijn beste werken. (In De Morgen presteert men het om zijn Nobelprijs voor Literatuur, 1982, te linken aan Liefde in tijden van cholera, 1985. In het tennis zou men dat een dubbele fout noemen: 1) de Nobelprijs wordt niet gegeven voor één boek, maar voor een volledig œuvre, 2) een Nobelprijs uitreiken voor een boek dat nog moet verschijnen heeft een iets te hoog magisch-realistisch gehalte, als u het mij vraagt.)

U heeft geen tijd om álles van hem te lezen? Zonde. De kolonel krijgt nooit post is een uitermate geschikte, dunne (slechts 79 pagina's!) kennismaking. Honderd jaar eenzaamheid is wel degelijk de kanjer die iedereen ervan maakt. Kroniek van een aangekondigde dood heeft zichzelf overleefd als journalistiek cliché, maar is ook een beklijvend verhaal. En toch, als ik slechts één boek mag uitkiezen om mij terug te trekken op dat denkbeeldig verlaten eiland van het 'Wat zou je meenemen naar een verlaten eiland?'-dilemma, dan is het toch Liefde in tijden van cholera. Omdat het zo ontroerend is, hoopgevend en toch uitzichtloos, een briljant beeld van wat liefde met een mens doet, en uiteraard: prachtig geschreven. Honderd jaar... en Liefde... staan ook in de Top 100 aller tijden die honderd schrijvers van overal ter wereld in 2002 samenstelden op vraag van de Noorse Boekenclub.

Voor één roman wil ik u waarschuwen: De herfst van de patriarch (1976). Lees dit niet op de trein, tenzij u heel lang onderweg bent en de halte waar u moet afstappen ook de terminus is. Anders riskeert u gefrustreerd te geraken, omdat u halfweg een zin moet stoppen met lezen, of geregeld uw halte voorbij te rijden. In De herfst van de patriarch zijn er zinnen die wel negen tot tien pagina's beslaan, de woorden meanderen een heel eind weg dank zij de schier onuitputtelijke fantasie van de auteur. Moeilijk om daar een punt achter te zetten omdat je op je bestemming bent gearriveerd. Eerlijk gezegd vind ik het een te hoog 'Kijk eens mama, zonder handen!'-gehalte te hebben, waarbij de 'handen' mogen vervangen worden door 'punten'. Patserige literatuur. (Maar lees het toch maar, voor de volledigheid.)

Rust zacht, meneer de schrijver.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post392
Volgende »