Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Cer ymlaen!

SportGeplaatst door Frank Van Laeken vr, juli 01, 2016 12:47:03

Peldroed. Zo noemen de Welshmen voetbal. Pêl-droed yn gêm brydferth. Voetbal is een mooie sport. Gwmawn bethau yn well yma nag yn Lloegr. We doen de dingen hier beter dan in Engeland. (Voeg ik er na de uitschakeling van de Engelsen even aan toe.)

Het Welsh is een van die talen waar geen touw aan vast te knopen valt voor een modale wereldburger. Het lijkt wel alsof een zak met klinkers en een andere met medeklinkers gelijktijdig op tafel werden leeggeschud en er met de kriskras door elkaar liggende letters toevallige woorden werden gevormd, zonder verdere pogingen om Scrabblepunten te scoren. "Het ligt goed zoals het is, doe maar!" (Yw ddigon da, cer ymlaen.)

***

Als de Welshmen straks in hun eigen geheimtaal met elkaar communiceren in ons strafschopgebied wordt het moeilijk om volgen voor onze jongens, maar dat komt goed uit: we hebben toch niet getraind op verdedigende automatismen. Geen tijd verloren, goed gezien van onze bondscoach. Alleen een kniesoor als ik stoort zich daaraan, dus "Pwy sy'n becso?" (Who cares?). Dat we vanavond én Kompany én Vertonghen én Vermaelen (én Lombaerts) moeten missen, en dat de gelegenheidsverdediging nog geen seconde zal hebben samengespeeld, wie maalt daarom? We zullen wel zien. Hoe heet die dure voetballer weer van Wales? Bailey?

Voetbal moet de sport zijn waarin het meest aan het toeval wordt overgelaten en tegelijk word je overladen met een mengeling van zeer waardevolle tot volstrekt nutteloze statistieken, waar de entourage van een nationale ploeg — toch algauw een man of tien die tussen de trainingen door niet zo gek veel te doen hebben en die ook in de loop van het jaar worden betaald om iets te betekenen voor de nationale trots — best wel nuttige conclusies uit kan trekken. Maar voetbal is ook de sport waarin intuïtie het vaak haalt op analyse. Cer ymlaen! (Doe maar!)

Daarom zul je bij de Rode Duivels geen aanvallende automatismen ontdekken. Dat viel bijzonder op in onze openingswedstrijd tegen Italië. Als een landgenoot de bal had op de helft van de tegenstander, stond de rest nagenoeg stil. Ze wisten niet wat te doen, omdat niemand hen dat gezegd had. In hun eigen team trainen ze daar uren en uren op, maar niet in de nationale ploeg. Cer ymlaen, Eden! Cer ymlaen, Kevin!

Je vraagt je af waarom de spelers al op 19 mei werden geconvoceerd en waarom de meeste trainingen achter gesloten deuren verlopen. Want niet alleen tegen Italië liep het mis, omdat de bondscoach van de Azzurri toevallig wél tactisch beslagen is. Ook de eerste helft tegen Ierland was het stapelvoetbal, wachten op een geniale inval van een van onze sterren. Die kwam er pas kort na de rust en toen werd het allemaal veel makkelijker. Tegen de Zweden bibberden we een heel eind weg, inclusief een onterecht afgekeurde goal, tot de wreef van Nainggolan en een Zweedse kont ons bevrijdden. Alleen tegen Hongarije leek er een plan te zijn: hoog verdedigen, snel storen, vlotte balcirculatie (ook al betekende dit dat we daarvoor de fetisj van het hogere balbezit moesten opgeven, het Barça-syndroom zeg maar). Het rendeerde, alleen de efficiëntie kon nog een pak beter, maar wie maalt daarom als je de Rode Duivels hun beste toernooiwedstrijd in zesentwintig jaar zag spelen (op de Mondiale in 1990 was er de 3-1 tegen Uruguay, daarna ging het allemaal wat krampachtiger)? België-Hongarije zou een maatstaf moeten zijn, een ijkpunt, geen toevalstreffer. Kan het?

***

Zelfs als we over negen dagen Euro 2016 winnen, zal ik blijven zeggen dat het ondanks Marc Wilmots is, niet dankzij. De spelers hebben blijkbaar alles te zeggen nu. Ze leggen zo te lezen zelf de tactische lijnen vast, ze mogen transferonderhandelingen gaan voeren op andere locaties, ze hoeven zich niet te verbergen als ze een sigaretje willen roken. Binnenskamers blijft er van die kadaverdiscipline (nauwelijks vrouwen of vriendinnen op bezoek, gesloten trainingen, geheimdoenerij) weinig over. Cer ymlaen!

Toch wil ik de bondscoach niet verwijten dat de ervaren Nicolas Lombaerts straks niet het veld zal oplopen. Tenminste, als hij zijn beslissing om Lombaerts niet op de ultieme lijst van 23 te zetten baseerde op de informatie van de medische staf en niet op zijn eigen aanvoelen. Een coach moet zijn medewerkers kunnen vertrouwen en daar blindelings op voortgaan. Zegt de dokter dat Lombaerts niet voluit had kunnen voetballen op dit EK, dan is dat zo. Waar dient anders die dokter nog voor?

***

Ik hoop op Jason Denayer als vervanger voor Vermaelen (en uiteindelijk dus ook Vertonghen). Ik denk dat het Ciman wordt. Wilmots heeft al laten uitschijnen dat hij voor ervaring zal kiezen. Ervaring die hij dus blijkbaar niet op training heeft uitgeprobeerd in een ongeziene formatie, maar soit. Zolang we maar aanvallend spelen, zoals tegen Hongarije: hoog, snel, Gareth Bale zo ver mogelijk van ons doel weghouden, want zijn vrije trappen zijn nog dodelijker dan zijn rushes.

Of het nu Ciman of Denayer wordt (of alsnog Kabasele), het zou allemaal niets mogen uitmaken. Natuurlijk is het een nadeel dat we drie vaste verdedigers moeten missen. En toch... Fodd bynnag, ni ddylem ddefnyddio hynny fel esgus. (Maar dat zouden we niet als excuus mogen aanwenden.)

***

Cer ymlaen!



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post726

Mr. Creosote

SportGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 11, 2016 12:55:03

Het vat is af, zeggen we in Antwerpen. Ik gebruik die 'we' even for old time's sake, want ik woon al een kwarteeuw niet meer in de koekestad van de Sinjoren, maar sommige spreekwoorden heb ik stiekem ontvreemd terwijl de Antwerpenaren even niet opletten tijdens het uitgebreid afscheid nemen van hun afgezant. 'Het vat is af' betekent zoveel als: ik ben moe. Uitgeput. Toe aan vakantie. En dat is nu net wat ik de komende weken zal doen. Dolce far niente.

Al is het natuurlijk wel Euro 2016. Een groot voetbaltoernooi, dat neem ik doorgaans tot mij zoals Mister Creosote zich culinair volvrat in die beruchte scène uit The Meaning Of Life: hij blijft eten tot hij letterlijk ontploft en het spuug in het rond vliegt. Niet dat u zich daarbij moet voorstellen dat ik om de twee jaar in juni net als Terry Jones een buitenmaats kostuum draag en met moeite mijn dikke kont in de zetel kan ploffen, maar u begrijpt mij wel: als je teveel digestiefjes, amuusjes en een eindeloze sliert voorgerechten tot je neemt ben je tegen het hoofdgerecht, de finale, volgevreten. Maar ik ben altijd bang dat ik ook maar iets zou moeten missen: een geniale flits, een briljante ingeving, een fysiek haast onmogelijke save, een vrije trap die vanop veertig meter met de hiel wordt binnengetrapt, kortom, het betere werk.

Niets van dat alles de komende weken. Ik trek naar een voetbalgek land waar je de meeste wedstrijden niet op de openbare televisie kunt volgen. Waar er alleen bij de matchen van de eigen nationale trots grote schermen op dorpspleinen worden geïnstalleerd. Waar de doorsnee voetballiefhebber pas interesse begint te betonen vanaf de kwartfinales, maar tegen dan ben ik allang weer thuis. Ik ga de eerste ronde nagenoeg volledig missen, of ik moet mijn huwelijk op het spel zetten, want mijn dierbare echt- en huisgenote is geen Mrs. Creosote, zeker niet wat voetbal betreft. En omdat ik haar graag zie, offer ik mezelf liefdevol op (insert dramatische vioolmuziek).

Ik zat dus tot voor kort met een ambetant gevoel. Wat zou ik verdorie allemaal moeten missen! Tot ik het wedstrijdschema onder ogen kreeg. Roemenië-Albanië, Rusland-Slovakije, Polen-Noord-Ierland, Tsjechië-Turkije, Ierland-Zweden, Oostenrijk-Hongarije, IJsland-Oostenrijk. Geef mijn portie maar aan Fikkie, ook al worden het wereldpartijen. Het is zoals de zes weken na mijn vorige eervolle vermelding op deze plek nog steeds onvolprezen columnist Jan Devriese vanmiddag tweette: 'Zwitserland-Albanië, een mens kijkt ernaar uit als naar een rectaal toucher'. De indigestie wenkt voor álle voetballiefhebbers. Er zijn te veel wedstrijden. En dat komt omdat er te veel deelnemende landen zijn. Vierentwintig, met name. Op een EK, godbetert. Op een WK zijn het er 32, ook héél veel, té veel, maar dan spreek je tenminste over zes continenten en meer dan tweehonderd landen die aan de voorrondes beginnen.

De Europese voetbalbond UEFA telt sinds kort 55 leden. Dat wil dus zeggen dat 44 procent van de aangesloten leden mag deelnemen aan dit Europees Kampioenschap in Frankrijk. Vierenveertig! Da's bijna één op twee. Toen de Rode Duivels in 1980 de finale bereikten van het EK in Italië waren er slechts acht deelnemende landen op een totaal van 33 UEFA-leden (de toename van het aantal leden heeft vooral te maken met de implosie van Joegoslavië en de Sovjet-Unie, vertel ik er even bij). 8 op 33, dat is 24 procent, minder dan één op vier. Alleen groepswinnaars mochten toen naar de eindfase. In 1980 eindigde België eerste in een groep met Oostenrijk, Portugal, Schotland en Noorwegen. In de aanloop naar dit toernooi werden ocharme Wales, Bosnië en Herzegovina, Israël, Cyprus en Andorra opzij gezet, al had een tweede plaats volstaan en mogelijk zelfs een derde, al diende er dan nog een barrage gespeeld te worden. In 1980 moest je moeite doen om erbij te zijn. In 2016 moet je moeite doen om er níet bij te zijn.

Hoera, Albanië, Hongarije, Ierland en IJsland, roepen sommigen. Het zijn wellicht diezelfden die het leuk vonden dat Eric Musambani in 2000 mocht deelnemen aan de Olympische Spelen in Sydney. Onder het mom van: exoten welkom in het Olympisch zwembad. Ook al had de man uit Equatoriaal-Guinea bij ons nooit een zwembrevet gekregen, vanwege: nauwelijks kunnen zwemmen. Op YouTube vind je hem terug onder de titel 'Funny Swimmer'. Láchen! (En ook wel: een beetje quasi-racistisch medelijden hebben met de man die willens nillens de bijnaam 'Eric the Eel' torst.) Je kan dat sympathiek vinden, maar eigenlijk is het een aanfluiting van de sportieve waarden.

Op grote sporttoernooien moeten de besten van de wereld zich met elkaar meten, aangevuld met sporters en teams die verdienstelijk weerwerk kunnen leveren. De top en de subtop, zeg maar. Het is de enige plek waar de 'survival of the fittest' toegelaten zou mogen zijn. Voor al wie niet goed genoeg is om aan topsport te doen is er de 'breedtesport'. Dat is niet erg, er zijn maar enkelen uitverkoren. Laat die uitblinken en laat de rest bewonderend toekijken. Daarom noemen we het ook 'topsport'. Daarom wordt er veel geld betaald voor de uitzendrechten. Daarom zetten mensen zich met een krat bier en zakken chips voor de televisie. Een EK met zestien landen, zoals de voorbije edities, is ruim voldoende. 29 procent van de aangesloten leden bij de UEFA. Als de nieuwe FIFA-voorzitter Gianni Infantino zijn verkiezingsbelofte waarmaakt, krijgen we eerlang veertig deelnemende landen op een WK. Niet doen. Dan ben je zes weken onderweg en ben je het spelletje al na de eerste ronde beu.

Op de duur is er zoveel kaf dat je het koren niet meer ziet. Obesitas en topsport horen niet samen. Voor je het weet zijn we allemaal Mister Creosote: kotsmisselijk en volgevreten na ontelbare voorafjes op een bedje van complete overbodigheid met een zalfje van commercieel geflipflop.







  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post724

The Greatest

SportGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 04, 2016 13:30:05

Float like a butterfly, sting like a bee.

Scène 1. Jongen van 7 leest de krant: 'Cassius Clay weigert in Vietnam te gaan vechten'.

Vietnam, daar had ik al van gehoord, de oorlog is in 1966 volop aan de gang, het nieuws sijpelt met enige vertraging ook in de Vlaamse huiskamers door. Dat iemand durft te weigeren om te gaan vechten in een ver, vreemd land intrigeert me. Het voedt mijn prille anti-militaristische gedachten en zal zestien jaar later zeer zeker een invloed hebben op mijn beslissing om gewetensbezwaarde te worden. Ik geloof niet in geweld als oplossing. En daar is dan een bokser, die van 15 maal 3 minuten gewelddadig gedrag zijn beroep heeft gemaakt, om me daarop te wijzen. 'Cassius Clay' staat er wel degelijk te lezen, terwijl de jongeman met die naam twee jaar eerder heeft opgehouden te bestaan. De Olympische kampioen van Rome in 1960, op zijn achttiende!, de wereldkampioen na winst tegen Sonny Liston in 1964, heeft zich bekeerd tot de Nation of Islam, waar hij aan de zijde van Elijah Muhammad en Malcolm X figuurlijk vecht tegen rassendiscriminatie. Smijt zijn Olympische gouden medaille in de Ohio River uit protest tegen segregatie en rassenhaat, nadat hem kort na de Spelen de toegang tot een restaurant wordt ontzegd vanwege zijn huidskleur. De jongen van 7 leest gretig alle artikels over de man die hij begint te bewonderen. Hij kijkt in zwart en wit naar het atletische lichaam van een topsporter. The Greatest. Zou het?

No Vietcong ever called me a nigger.

Scène 2. Ergens in 1970 ziet een jongen van 11 een tv-journaal: 'Muhammad Ali krijgt zijn bokslicentie terug'.

Drieënhalf jaar lang mag Ali niet boksen. Een deel van die tijd brengt hij zelfs achter tralies door, de rest in ballingschap. Niet meer welkom in het Amerika van Nixon, Ku Klux Klan en communistenhaat. Hij die weigert te gaan vechten tegen de verderfelijke Vietcong, de anti-patriot. In mijn ogen wordt hij stilaan de grootste patriot aller tijden. Een man die zich verzet tegen een systeem dat iedereen probeert fijn te malen, indoctrineren, tot haat aan te zetten. Negentien jaar vóór een student zich voor een tank posteert op het Tienanmenplein in Beijing is Ali voor mij de man die figuurlijk voor een tank gaat liggen, die een helikopter dankzij zijn eigen oerkracht aan de grond houdt, die weigert jubelend napalm uit te strooien over de jungle. Een held. Een échte.

He who is not courageous enough to take risks will accomplish nothing in life.

Scène 3. Op 9 maart 1971 ziet een jongen van 12 een verslag van de 'Fight of the Century': 'Ali verliest van Frazier'.

Mijn held wil zijn wereldtitel terug, na drieënhalf jaar van vernedering en uitsluiting. Ik ben blij dat hij terug mag boksen, maar ook een beetje boos. Mijn ouders vinden twaalf veel te jong om 's nachts live naar zijn wereldtitelkamp te kijken op de Nederlandse televisie. Dat Ali verliest is een pleister op de wonde. Helden wil je niet zien tenonder gaan, zeker niet tegen een bruut. Vergeleken met de plompe Frazier is de meer dan honderd kilogram wegende Ali een sierlijke rietstengel. Een wonder van de natuur. (Maar dat boksen, is dat niet verschrikkelijk? Is dat nog wel sport? De twaalfjarige jongen is in dubio, blijft voorlopig wel bewonderen.)

Boxing is a lot of white men watching two black men beat each other up.

Scène 4. In de nacht van 29 op 30 oktober 1974 kijkt een jongen van 15 zich de ogen uit tijdens 'the Rumble in the Jungle': 'Ali wint van Foreman'.

Is Joe Frazier in mijn ogen een lelijke bruut, wat is die George Foreman dan? Een überbruut? Een man die zijn tegenstanders alleen al door zijn verschijning angst inboezemt. Ali maakt geen schijn van een kans, zeggen alle kenners. Ali maakt geen schijn van een kans, denk ook ik. Ik slorp alles op: de krantenartikels, de radiocommentaren, de tv-verslagjes. Ik zie mijn held de draak steken met zijn toekomstige tegenstander. Hij rijmt erop los, want rappen is dan nog geen begrip. Psychologische oorlogsvoering die met één tik tot de categorie 'Belachelijk' kan worden gereduceerd, dat weet ook mijn held. De eerste zeven ronden gaat hij gewillig in de touwen staan, iets wat een bokser normaal altijd wordt afgeraden te doen. Ali incasseert slagen op buik, lever en milt. Af en toe roept hij de molenwiekende Foreman iets toe, een verbaal plaagstootje tussen de hoog opgetrokken handschoenen door. Ik denk: wat een afgang. Ik zing stilletjes met het Zaïrese publiek mee : 'Ali, bomaye!' ('Ali, doodt hem!'). En in ronde acht gebeurt het ondenkbare. Ali komt uit de touwen en stapt op Foreman af. Klets, boem, patat, daar gaat de wereldkampioen bij de zwaargewichten tegen het canvas. Ali heeft de wereldtitel beet. Dat ik uren later op school met kleine oogjes allang vergeten lessen volg: wie kan het wat schelen? Op de speelplaats wordt de kamp dunnetjes overgedaan. Ja, in het midden van de nacht opstaan voor bokskampen, dat doen we nog in de jaren zeventig. Al blijft die ene vraag door mijn hoofd zoemen: mag ik dit wel appreciëren, ik die geen vlieg kwaad zou doen, die nog nooit in zijn leven gevochten heeft?

People don't realize what they had till it's gone. Like President Kennedy, there was no one like him, the Beatles, and my man Elvis Presley. I was the Elvis of boxing.

Scène 5. 1 oktober 1975, net iets minder dan een jaar na zijn onverwachte zege tegen Foreman, bokst mijn held in de 'Thrilla in Manila': 'Ali wint van Frazier'.

Een jongen van zestien ziet dat na de reus Foreman ook het monster Frazier eraan moet. Weer een nachtelijk gebeuren, omdat de organisator op de Filipijnen vooral de Amerikaanse tv-kijkers wil plezieren en die kijken liefst rond een uur of negen 's avonds, midden in de nacht bij ons, 's ochtends vroeg in Manila. Mijn held wint dan wel, maar de magie is weg. Zelfs de kamp tegen de verloren gelopen Belg Jean-Pierre Coopman volg ik het jaar nadien in uitgesteld relais. Gelukkig maar, want het is een farce. Ali is onverwacht aardig voor zijn opponent. Hij weet: piece of cake. Coopman is een sparring-partner voor de wereldkampioen, die op zijn 34ste zichtbaar trager bokst. Hij zweeft niet meer door de ring, hij steekt nog slechts af en toe. Er klopt iets niet. Maar wát?

Wars of nations are fought to change maps. But wars of poverty are fought to map change.

Scène 6. Een over zijn hele lijf bevende man loopt op 19 juli 1996 een gigantisch podium op: 'Ali ontsteekt de Olympische vlam'.

Parkinson, dat heb ik al gelezen in 1984 of zo. Een gevolg, wellicht, van de vele geïncasseerde klappen. Maar dat het zo erg is... Ik wend mijn hoofd af, al mag dat niet te lang duren, want de sportredactie verwacht dat ik de hoogtepunten van de openingsceremonie samenbal in een montage van drie minuten. Het liefst laat ik er mijn held uit, maar dat kan niet: de Olympische vlam is het hoogtepunt van die veel te lange, veel te dure, veel te pompeuze bedoening. Ik vind het ontluisterend. Net zoals ik het een paar dagen later jammer vind dat hij symbolisch zijn gouden medaille van Rome, die hij kwaad in een rivier had gesmeten, terugkrijgt. Ik vind het nep, Amerikaanse show, een groot kampioen onwaardig. Het doet af aan die moedige daad van zesendertig jaar voordien. Ali laat zich gewillig fêteren, zo lijkt het. Of hij ondergaat het, wie zal het zeggen? Als hij zestien jaar later de Amerikaanse vlag mag dragen wanneer Team Yankee het Olympisch Stadion in Londen betreedt, pink ik een traan weg. De commentator noemt het ontroerend en historisch, ik zie alleen maar een vernederde sukkel, die 'neger' met zijn slavennaam, Cassius Clay, die opnieuw als aapje wordt opgevoerd voor een joelend publiek. Het is weer 1960.

I've made my share of mistakes along the way, but if I have changed even one life for the better, I haven't lived in vain.

Scène 7. Een jongen van 40 laat zijn held in de steek.

De Top 52 van de eeuw, mijn idee om het hele jaar 1999 de grootste sporters aller tijden te eren middels een rubriekje in Sportweekend. Alle medewerkers van de tv-sportredactie mogen een persoonlijke Top 20 opstellen, van die verzamelde lijsten maken we een Top 52. Er wordt flink gediscussieerd die dagen. Er ontstaan twee groepen: de Merckxisten, zij die Eddy Merckx de grootste sportman aller tijden vinden, en de anderen, zij die kiezen voor Carl Lewis, Michael Jordan, Pelè of Muhammad Ali. Ik denk: Ali. Ik zet op 1: Merckx. Het ultieme verraad, omdat ik tot een groep wil behoren en daarom laat ik de man vallen die ooit zijn gouden plak wegzwierde omdat hij niet tot een groep mócht behoren. Ik ben een lafaard. Ik wil dit hier en nu, op mijn zevenenvijftigste, goedmaken: Muhammad Ali, en niemand anders, is de mooiste, praatvaardigste, interessantste, grappigste, intelligentste en, jawel, beste sportman aller tijden.

I'm the greatest thing that ever lived! I'm the king of the world! I'm a bad man, I'm the prettiest thing that ever lived.



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post723

Altruïsme

SportGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 28, 2016 13:01:35

'Ons land heeft zelden zo diep gezeten: terrorisme, aanslagen, stakingen. Hoog tijd voor echte solidariteit in plaats van groepsegoïsme'. Also, dames en heren, sprach Zaratorfstra, Rik Torfs volgens de burgerlijke stand, ook wel het orakel van Leuven genoemd, onnoemelijk slimme profeet voor luie academici, overtuigde gelovigen met de portemonnee op de plaats waar normaal het hart zou moeten zitten en liefhebbers van pseudodiepzinnig geneuzel. Maar hij heeft natuurlijk overschot van gelijk: wat onze samenleving nodig heeft is samenhorigheid. Eendracht = macht.

Vergeet die egoïstische stakers, die potverteerders die niet willen inzien dat er geen alternatief is, die idioten die weigeren te beseffen dat we het grootkapitaal moeten vrijstellen en dat het geld moet gezocht worden bij de kleine man, hij (m/v) die zo weinig heeft dat hij niet eens zal merken dat het nog wat minder wordt. Ja, toch? Nee, wat deze (onze) wereld kan redden is altruïsme.

***

Het altruïsme van een José Mourinho, bijvoorbeeld, die voor 59 miljoen euro en wat centiemen drie jaar lang Manchester United mag gaan coachen en die, volkomen terecht uiteraard, onmiddellijk na zijn aanstelling uithaalde naar zijn voorgangers: 'Laten we de drie vorige jaren vergeten!' Goed gezegd, José, er wordt veel te weinig nagetrapt in deze veel te softe wereld. Likken naar boven en trappen naar onder, zeg ik altijd maar.

***

Het altruïsme van een Marc Wilmots, Bondscoach des Vaderlands, de man die ons straks naar een Europese titel zal leiden, of toch tenminste naar een plaats in de achtste finales, waarna het achtereenvolgens de schuld van de sossen, de bond en de spelers zal zijn, dat we er al zo snel uit liggen. Die Onnoemelijk Grote Veldheer liet zich gisteren eventjes goed gaan op een vraag van een Zwitserse journalist, die heel vriendelijk wilde opwerpen dat de Rode Duivels tegenwoordig wel zéér populair zijn, waarop de Hoogedelachtbare Nationale Trainer uithaalde naar de voetbalbond, omdat de oefeninterlands tegen Noorwegen en Finland maar niet uitverkocht raken. Té dure tickets, fulmineerde Zijne Meester-Tacticus. Dat zijn spelers de hoogste premies van alle deelnemende landen hebben afgedwongen? Detail! Dat hij en flink wat van zijn spelers een beroep doen op allerlei vennootschappen en fiscale constructies om hun salarissen en premies te laten uitbetalen? Och, stop met muggenneuken en mierenziften, je hebt gelijk, Oppersyndicalist Marc!

***

Het altruïsme van een Roland Duchâtelet die opnieuw de aandelen van de Sint-Truidense Voetbalvereniging in handen heeft gekregen. Hij, de sportieve baas, zijn vriendin, de voorzitster. Eerlijk verdeeld. Dat hij — eigenaar van het stadioncomplex — de club de jongste jaren al vanop afstand bestierde, kunt u dat bewijzen? Ha! Hij wilde vooral vermijden dat 'zijn' STVV in buitenlandse handen zou komen, lees ik in de krant. 'Omdat die mensen onze voetbalcultuur niet kennen'. Zeer juist, meneer D., kijk maar naar hoe het clubs als Alcorcón (Spanje), Charlton Athletic (Engeland), Carl Zeiss Jena (Duitsland) en FC Ujpest (Hongarije) is vergaan. Oeps, uitschuivertje, dat zijn uw eigen clubs, waar op een enkele uitzondering na flink gemord wordt tegen het beleid van die vreemde snuiter die de hele tijd met spelers en trainers zit te schuiven, pionnen op een strategisch schaakbord waar de gewone supporter — die sukkel die nooit ver genoeg nadenkt om de onvatbare intelligentie van de mannen die het voor het zeggen hebben te kunnen snappen — geen touw aan kan vastknopen. Tegenpruttelende voetbalfans, het lijken wel stakers die niet beseffen dat hun leiders alleen maar het beste met hen voorhebben.

***

Terug naar een tweet van Rik Torfs: 'De beste manier om in België problemen op te lossen was altijd de ontkenning dat ze er zijn'. Hoezo, problemen? Altruïsten zullen de wereld redden. Wilmots loopt op kop van de fanfare, Duchâtelet heeft de instrumenten betaald. Zo wordt altruïsme ook heel even surrealisme.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post722

De Grote Duivels

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, mei 12, 2016 11:37:29

(Vandaag in de handel: 'De Grote Duivels', het boek dat Geert De Vriese en Frank Van Laeken schreven over de Rode Duivels, eigenlijk: Witte Duivels, in de periode 1976-1980. Beginnend bij een ontluisterende nederlaag in de kwartfinales van het EK 1976: 5-0 in De Kuip, de laatste interland onder bondscoach Raymond Goethals. Waarna Guy Thys het overneemt, de nationale ploeg drie jaar door de voetbalwoestijn doolt en de kentering er pas komt wanneer in de herfst van 1979 een hoogbejaarde kleine middenvelder opnieuw wordt opgeroepen. In juni 1980 verbazen de, dan opnieuw Rode, Duivels op het EK in Italië. Bij wijze van opwarming leest u hieronder de inleiding van het boek.)

Wie Rode Duivels zegt, denkt aan de huidige generatie, die bol staat van het talent, nummer één van de wereld, schaduwfavoriet op het EK in Frankrijk. Of aan de Mundial van 1986, toen België na een belabberde start heroïsch presteerde tegen de Sovjet-Unie en Spanje, en pas in de halve finales uitgeschakeld werd door het Argentinië van Diego Maradona. De Belgen werden vierde op dat toernooi in Mexico. Net iets minder goed dan in 1980, toen het EK nog gewoon EK heette en niet Euro 1980, en de Duivels onverwacht de finale bereikten. Tot op heden nog altijd de beste Belgische prestatie op een groot toernooi, maar helaas een beetje vergeten. Twintigers en dertigers zegt het haast niets meer, dat Jean-Marie Pfaff, Eric Gerets, Walter Meeuws, Wilfried Van Moer en Jan Ceulemans die 22ste juni dicht bij een zege stonden tegen wie anders dan (West-)Duitsland.

Dus leek het ons mooi om deze met zilver omrande bladzijde uit het gulden boek van de Belgische voetbalgeschiedenis nog eens open te slaan. Al doen we dat niet zomaar, want aan die bijna-glorieuze episode was een moeilijke periode voorafgegaan, waarin de Rode Duivels nog Witte Duivels werden genoemd, het grote publiek nauwelijks in hen geïnteresseerd was en al wie geselecteerd was voor een interland door zijn ploegmaats vierkant werd uitgelachen. Sukkelaars op noppen, dat waren het. Tot dat toernooi in Italië.

Elk hoofdstuk is opgebouwd vanuit twee aparte perspectieven. We beginnen met het verleden. Hoe reageerden de spelers en de bondscoach op het moment zelf? Wat vonden de analisten van die dagen er allemaal van? En wat lazen de supporters van toen nog zoal in de kranten? Wat zagen en hoorden ze op radio en televisie? Daarna volgt telkens een 'Achteraf bekeken', waarin een dertigtal hoofdrolspelers anno 2016 terugblikken op hun heldendaden en - toegegeven, net iets meer - wanprestaties.

From zeroes to heroes, zo kan je de periode 1976-1980 kort samenvatten. Verliezers die winnaars werden. Al blijft aan het eind toch weer die ene verdammte conclusie: de Duitsers hebben gewonnen, niet wij.

Geert De Vriese & Frank Van Laeken, De Grote Duivels - Het volledige verhaal achter het EK 1980, Houtekiet, 328 blz., €19,99.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post718

Voetbalsprookje

SportGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 09, 2016 12:31:37

Leicester, zo leert mij Wikipedia, is met zijn 330.000 inwoners de grootste stad van de East Midlands, de tiende stad van Engeland en de dertiende van het Verenigd Koninkrijk. De East Midlands hebben hun naam overigens niet gestolen, want deze regio ligt centraal in Engeland, maar tegelijk ook aan de oostkust. Nottingham en Derby zijn de andere steden uit de streek die ik vooral ken van hun roemrucht voetbalverleden. Voor de rest niet echt een toeristische trekpleister, noch de East Midlands, noch Leicester.

Hometown van een handvol muzikanten: de drummer en de bassist van Dire Straits, de bassist van Queen, de zanger van Family en, bovenal, Jon Lord, de keyboardvirtuoos van Deep Purple. Kort na de oorlog zagen de gevierde schrijvers Julian Barnes en Sue Townsend er het levenslicht. Ook snookerspeler Mark Selby werd er geboren, net als voetballer Emile Heskey. En: Gary Lineker, u weet wel, de gewezen prijsschutter van Leicester, Everton, Barcelona en Tottenham Hotspur, presentator van Match of the Day en verantwoordelijk voor de staande voetbaluitdrukking 'Football is a simple game. Twenty-two men chase a bal for 90 minutes and at the end, the Germans always win'. Hou u vast: die Gary Lineker zal Match of the Day binnenkort in onderbroek presenteren.

Daar is wel één simpele voorwaarde aan verbonden: 'zijn' Leicester City Football Club moet kampioen worden. Niet van de Sky Bet League 1 of 2, de Engelse derde en vierde klasse, al had dat gekund met de bescheiden historiek van de club. Zelfs niet van de Sky Bet Championship, de tweede klasse over de plas, goed voor de zevende voetbaleconomie van Europa. Nee, Leicester staat op het punt de Premier League te winnen. U bent voetballiefhebber, maar komt net van een andere planeet en vindt mijn verhaaltje een beetje ongeloofwaardig? Ik zou het ook niet onmiddellijk geloven mocht ik u zijn. Exact een jaar geleden begon Leicester City nog als rode lantaarn aan de paasvakantie. Achterstand: zeven punten op de zeventiende, de eerste veilige plek in het klassement. Alleen een voetbalmirakel in de laatste negen wedstrijden maakte het mogelijk dat de club alsnog kon overleven in de hoogste divisie. Een jaar later staat Leicester op zes speeldagen van het einde zeven punten voor op de... tweede in de stand, Tottenham.

Goed gedaan van de spelers én de manager, zou u denken. Ware het niet dat de manager die mee de redding bewerkstelligde, Nigel Pearson, vorige zomer ontslagen werd omdat zijn zoon samen met drie andere beloften van de club betrokken was bij het maken van een racistische seksvideo. Pearson werd daarop vervangen door de Italiaan Claudio Ranieri, een man die een aantal maanden voordien ontslagen was als bondscoach van Griekenland, onder meer na een pijnlijke thuisnederlaag tegen het nietige Far Oer. In de elf jaar voorafgaand aan de ondertekening van zijn contract bij Leicester had Ranieri zes clubs en één land geleid. Meestal werd hij voortijdig weggestuurd vanwege de tegenvallende resultaten. Tussen 2000 en 2004 was Ranieri manager van Chelsea. Zijn bijnaam was er Tinkerman, omdat hij voortdurend zijn elftal wijzigde en bijzonder onzeker overkwam, naast het veld en in interviews. Een jaar nadat de Russische miljardair Roman Abramovitsj de Londense club had overgenomen moest de 'twijfelaar' zijn zitje in de dugout afstaan aan José Mourinho, op dat ogenblik kersvers winnaar van de Champions League, met FC Porto, en zelfverklaarde Special One. Nee, special was de grijze figuur Ranieri zeker niet.

Vorig seizoen werd Chelsea kampioen, opnieuw onder Mourinho, en zat Ranieri werkloos thuis na zijn mislukt Grieks avontuur. Dit seizoen werd Mourinho weggestuurd na tegenvallende resultaten — de Portugees slaagt er nooit in zijn teams drie seizoenen op niveau te laten presteren — en is de Tinkerman — waarmee Mourinho altijd vrolijk de draak stak in zijn gekende überarrogante stijl — op weg naar het behalen van de titel.

U mag dat gerust een mirakel noemen. Of een voetbalsprookje. In de door buitenlandse poen geregeerde Premier League werd het onmogelijk geacht dat de kampioen niet uit het traditionele kransje van usual suspects zou komen: Chelsea, Manchester City, Manchester United of, wie weet ooit nog eens..., Arsenal. Liverpool was er twee jaar geleden ook dichtbij, maar dat was uitzonderlijk. Tottenham Hotspur probeert al sinds 1961 vruchteloos opnieuw landskampioen te worden. Tussen die vier plus twee zou het ook in het seizoen 2015-2016 gaan, zo luidde de algemene verwachting. Leicester was degradatiekandidaat nummer één, samen met de pas gepromoveerde clubs AFC Bournemouth, Watford en Norwich. In werkelijkheid staan traditieclubs Sunderland, Newcastle en Aston Villa nu op de degradatieplaatsen. Kijk dan naar boven: Leicester staat op kop. Met nog achttien punten te behalen telt het zeven punten voorsprong op de onverwachte tweede, Tottenham, en respectievelijk elf en vijftien punten meer dan Arsenal en Manchester City, al hebben die nog een inhaalwedstrijd tegoed. Leicester speelt morgen uit bij het laag geklasseerde Sunderland. Volgen nog: thuiswedstrijden tegen West Ham, Swansea en Everton, uit naar Manchester United en Chelsea. Stel je voor, op de laatste speeldag, Ranieri die de titel viert voor de ogen van Abramovitsj en met de geest van Mourinho die nog altijd rondwaart op Stamford Bridge! Voetbalsprookje, ik schreef het al.

Leicester City FC heeft een erelijst van niets. Drie League Cups, de minst interessante van de twee nationale bekers, vier keer verliezend finalist in de FA Cup. That's it. Wat het in tijden waarin het internationale voetbal bijna uitsluitend door geld (véél geld!) geregeerd wordt, extra onwaarschijnlijk maakt, is dat de blauwen uit Leicester weliswaar een buitenlandse voorzitter hebben — de Thai Vichai Raksriaksom, die dat mag doen namens de King Power International Group, vandaar dat het stadion King Power Stadium gedoopt werd — maar slechts over een fractie van de financiële middelen beschikken van de grote clubs. De volledige waarde van de spelerskern van Leicester City bedroeg voor aanvang van dit seizoen amper de helft van de transfersom van Kevin De Bruyne en u weet dat die meer dan zeventig miljoen euro gekost heeft. Het elftal bestaat uit aflatertjes. Spits Jamie Vardy (29) speelde vier jaar geleden nog voor een vijfdeklasser. Nu is hij topschutter én international. De Algerijnse dribbelkont Riyad Mahrez (25) werd twee jaar geleden voor een half miljoen euro, een habbekrats, weggekocht bij de Franse tweedeklasser Le Havre. Vandaag is hij twintig miljoen waard. De Frans-Malinese middenvelder N'Golo Kante (25) kostte iets meer: hij kwam voor negen miljoen over van Caen en is dit seizoen veruit de beste middenvelder in de Premier League, de nieuwe Makelele zeg maar. En zo kunnen we doorgaan. Marcin Wasilewski, ex-Anderlecht, zit er op de bank en valt niet uit de toon als hij mag invallen. Ritchie De Laet, ex-Antwerp, kreeg er ook zijn speelminuten alvorens hij in de wintertransferperiode werd verhuurd aan Middlesbrough.

The Foxes, zo luidt de bijnaam van Leicester City, dat zijn thuiswedstrijden speelt in een stadion waar 32.262 toeschouwers plaats kunnen nemen, niet echt een voetbaltempel dus. Jammer voor mijn ploegje, Tottenham, dat er na 55 jaar eindelijk nog eens dichtbij is, maar ik gun het Leicester wel. Ze spelen countervoetbal, maar niet het soort afbraakvoetbal dat — daar is ie weer! — Mourinho doorgaans predikt. Heel direct, doelgericht, zonder franjes: Britse inzet en no-nonsensestijl met daarbovenop de onvoorspelbare creativiteit van Mahrez. Onderschat door de tegenstanders, dat zal wel, maar als die titel er komt, is dat toch vooral de verdienste van Leicester zelf.

Ziet u het al voor u: Leicester City FC in de Champions League? En, nóg interessanter, zij het eenmalig: Gary Lineker in onderbroek in de Match of the Day-studio?



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post712

Johanpassie

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, maart 24, 2016 15:11:40

In het woord hindernis zit een hinde verscholen. Dat was hij, een hinde. In een tijd dat je zelf amechtig probeerde bal aan de voet zo snel mogelijk tussen stilstaande paaltjes te dribbelen, zag je hem dat ook doen in sierlijk zwart en wit, in die magische shirts met de vertikale streep, waar je het rood moest bijdenken. Mij lukte het nooit, hem lukte het altijd, met bewegende paaltjes in de vorm van balorige tegenstanders die de klojo die hen voor duizenden mensen tureluurs draaide en hopeloos belachelijk maakte wat graag middels het plaatsen van de studs net onder de knie wilden uitschakelen. Hij was te snel, te vaardig, te veel hinde om zich door de hindernissen te laten afschrikken.

Hij, dat was Johan Cruijff. Was, want ook onsterfelijk gewaande helden blijken dan toch sterfelijk te zijn. De mythe leeft voort. El Salvador, noemden ze hem in Barcelona, toen hij daar in 1973 neerstreek. De Verlosser. Voor mij was hij De Onnavolgbare. Deed dingen waarvan je zelf had vastgesteld dat het menselijk lichaam dat eigenlijk niet toelaat. Als anderen stapten, zweefde hij. Als anderen liepen, vloog hij. Altijd een fractie sneller, intelligenter, genialer. Genie op noppen. Hij was een aparte kunstvorm, een volledige zaal waard in het kunsthistorisch voetbalmuseum.

Ook als trainer was hij De Onnavolgbare. Tussen de cynici van het betonvoetbal predikte hij gedurfd en op creativiteit gebaseerd aanvallend spel. Tiki taka? Zijn uitvinding. Het zo geroemde FC Barcelona van het voorbije decennium? Hij legde de basis. 'Football has lost a man who did more to make the beautiful game beautiful than anyone in history', tweette Gary Lineker, en zo is het maar net. Hij was de 'Johanpassie', de ultieme compositie van Bach. Als je initialen JC zijn, word je aanbeden, zo ging dat tweeduizend jaar geleden ook al.

Cruijff oversteeg het kortstondige bestaan als topvoetballer door als toptrainer zijn stempel te drukken. Niemand deed hem dat voor. Niemand zal hem dat nadoen. Franz Beckenbauer werd als bondscoach wereldkampioen, klopt, maar met het lelijkst denkbare voetbal. Dikke Diego was ook trainer: een lachertje. Zidane probeert het nu bij Real Madrid, afwachten of hij overeind blijft. Pep Guardiola? Uitstekende voetballer, uitmuntende trainer, maar als actief speler behoorde hij niet tot de allergrootsten, in tegenstelling tot zijn leermeester. Idem dito voor Ernst Happel: de mythische trainer was niet meer dan een goede voetballer, het geniale zat in zijn hoofd, niet in zijn voeten. Bij Cruijff zat het overal, net als die verderfelijke longkanker, helaas.

En na de onnavolgbare voetballer en de onnavolgbare trainer volgde dan nog de onnavolgbare analist. Cruijff ontwikkelde een eigen geheimtaal: een mengelmoes van Amsterdams, voetballistieke wijsheid en briljante eigenzinnigheid, overgoten met een sausje baarlijke nonsens, al had niemand dat door of durfde niemand het aan om dat te signaleren. Eens je aan iemands lippen hangt, mag hij 'Kak pis kots' zeggen, je aanhoort het als goddelijke woorden. Cruijff moest daar zelf wel om lachen. 'Als ik thuiskom van een televisie-analyse, vraagt mijn vrouw: "Wat heb je gezegd?" Dan zeg ik: "Al sla je me dood".'

Toen het duidelijk werd dat hij afscheid had genomen van het trainerschap, wilde hij nog een onduidelijke rol spelen als adviseur, bij zijn Ajax. De Onnavolgbare koos nu voor een rol die hem veel minder lag: de betweterige dictator. Ook daarover had ie eerder al gevleugelde woorden uitgekraamd: 'Ik ben overal tegen. Tot ik een besluit neem, dan ben ik ervoor. Lijkt me logisch.' Ons, gewone stervelingen, ook, Johan.

Weer sterft een jeugdheld van me, weer verdwijnt een stukje jeugd. Dank om die in te kleuren, meneer Cruijff, ook al was het dan in zwart-wit. 'Er is maar één moment dat je op tijd kunt komen. Ben je er niet, dan ben je óf te vroeg, óf te laat.' Je bent voor één keer niet precies op tijd maar te vroeg, beste Johan, véél te vroeg.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post708

Hein & Marc

SportGeplaatst door Frank Van Laeken za, november 07, 2015 11:39:34

Je hebt voetballiefhebbers die eender welke gelegenheid aangrijpen om 'gezellig samen' naar een topper op tv te kijken, übervettige fastfood en kratten pils bij de hand. Groot scherm, geluid op tinnitusbevorderend niveau om het gebrul in de huiskamer te overstemmen, gekleed in de club- of landkleuren van de dag. Ik beken: ik doe dat niet graag. Ik kijk voetbal in mijn eentje, mompel alleen binnensmonds, maar leef wel intens mee. Noem mij gerust een geluidloze eenmansspionkop. Als het mijn land of een van mijn favoriete clubs goed gaat, ben ik soms tot tranen toe beroerd. Niemand ziet het, dus mijn reputatie als Echte Man blijft moeiteloos overeind. Zoals deze week weer tijdens AA Gent - Valencia.

Wij zijn noeste werkers, stille krachten, underdogs, lafaards als het op initiatief nemen aankomt: dat beeld van de Vlaming blijft hardnekkig hangen en klopt wellicht voor een groot deel. Maar dan zie je AA Gent over het scherm wervelen en weet je: dit is on-Vlaams. Dit is bijna Hollands. Lef. Branie. Al die opgetelde individuen levert een eindscore boven de elf op. Uitgedokterd door een man met een groot ego en een nog veel groter tactisch inzicht. Uitgevoerd door elf voetballers die boven zichzelf uitstijgen.

In Valencia kennen ze nu ook het spreekwoord van dat kastje en die muur. Daar werden ze in de eerste helft naartoe gespeeld. Ontzag voor de Spaanse nummer vier, een ploeg die in onze competitie op één been en met de vingers in de neus kampioen zou worden met twintig punten voorsprong (zelfs na halvering van de punten na dertig wedstrijden)? Nee hoor, borst vooruit, tactisch plan in het achterhoofd, looplijnen tot in den treure uitgeoefend, voluit gaan voor winst.

***

Als u voor de afgelopen week een voorbeeld van een proeve van bekwaamheid zocht, zoek niet verder: Hein Vanhaezebrouck.

***

Boegbeeld tussen de lijnen van de bende Gentse lefgozers: Sven Kums. Aardige voetballer, vonden alle waarnemers, toen ie bij KV Kortrijk, Heerenveen en Zulte Waregem rondhuppelde. Talentje, met het risico dat ie zou eindigen als 'eeuwig talent' schuine streep underachiever. Tot hij bij Gent en Vanhaezebrouck belandde. Vandaag is hij de Pirlo van België. Controlerende middenvelder die tegelijkertijd strateeg is en kwistig met gemillimeterde passes rondstrooit. Ballen die op de spreekwoordelijke stropdas belanden. Natuurlijk is hij niet van het niveau van de echte Andrea Pirlo, maar de vergelijking gaat wel op in de zin dat ook Kums pas op zijn 27ste tot volle ontplooiing is gekomen. Ook Pirlo is een laatbloeier. Die gaan langer mee.

Kums werd verkozen in het elftal van de week in de Champions League. Een eer die voordien al was weggelegd voor Eden Hazard, maar nog nooit voor een speler in een Belgisch elftal. Kums is momenteel veruit onze beste centrale middenvelder. Kums is in de vorm van zijn leven. Kums is een natuurlijke leider. Wel, die Kums is niet geselecteerd voor de oefeninterlands van de Rode Duivels tegen Italië en Spanje. "Hij is toch een niveau lager", vindt de bondscoach, verwijzend naar het kwartet Witsel-Nainggolan-Fellaini-Dembele, een mening waarmee hij en Vital Borkelmans zowat alleen staan.

Niet mee mogen doen tegen Europese toplanden in de voorbereiding, dat voorspelt niets goeds richting EK in Frankrijk. Je mag nu al verwachten dat Kums de Nainggolan van 2016 wordt: Nainggolan mocht niet mee naar het WK in Brazilië, ondanks knappe prestaties in de Serie A, Kums zal volgende zomer allicht iets vroeger dan verwacht met vakantie mogen vertrekken.

***

Als u voor de afgelopen week een voorbeeld van een proeve van onbekwaamheid zocht, zoek niet verder: Marc Wilmots.

***

Voorspelling 1: AA Gent wordt opnieuw kampioen. In de beslissende wedstrijd op Oostende scoort Kums in de slotseconden de beslissende treffer. Europees haalt Gent de achtste finales van de Europa League, waarin het met de strafschoppen wordt uitgeschakeld door Arsenal. Arsène Wenger is bijzonder gecharmeerd door die kleine middenvelder en doet meteen een bod, waarna Kums nog vijf seizoenen op topniveau meedraait in de Premier League.

Voorspelling 2: de Rode Duivels worden in de kwartfinales van het EK na het nemen van strafschoppen uitgeschakeld door IJsland. "We zijn toch maar weer mooi bij de beste acht van Europa", laat de bondscoach achteraf optekenen. Hij wordt na de zomer opgevolgd door de trainer van AA Gent die het land in 2018 de eerste wereldbeker uit de geschiedenis schenkt. Een titel die hij voor respectievelijk 90 en 9 procent aan zijn voorgangers te danken heeft, dat spreekt voor zich.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post682
« VorigeVolgende »