Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Gestommel in de vergeetput

SportGeplaatst door Frank Van Laeken wo, oktober 10, 2018 11:47:00

(Deze bijdrage in de reeks 'De Bankzitter' verscheen op maandag 10 september in De Standaard.)

Zelfs in een weekend dat er geen competitievoetbal is in de Jupiler Pro League kregen de wedstrijden in de Proximus League nauwelijks aandacht. Nog liever een zoveelste na- of voorbeschouwing over de Rode Duivels dan een bijdrage over 1B, de vergeten afdeling.

Mocht het u ontgaan zijn, de voorbije dagen stonden Lommel-OH Leuven, Westerlo-Tubize, Union-KV Mechelen en Roeselare-Beerschot Wilrijk op het programma. Dat kan aan u liggen: u bent niet geïnteresseerd in de lagere regionen van ons voetbal, bijvoorbeeld. Moet kunnen. Maar net zo goed wil u wel geïnformeerd worden, maar is het hopeloos zoeken naar uitslagen, stand, interviews en beschouwingen.

De tweede klasse van ons voetbal wordt al veel langer een kerkhof genoemd. Dat heeft met die gebrekkige media-aandacht maken, maar in de eerste plaats ook met de economische realiteit: in een kleine markt als de Belgische gaat het grootste deel van de beperkte tv-gelden naar de eersteklassers. De kruimels die dan nog van tafel vallen, zijn voor de tweedeklassers. Eigenlijk moet ik Proximus League schrijven, naar de sponsor die zijn naam heeft verbonden aan deze competitie, of 1B, een eufemistische benaming om te benadrukken dat dit ook een soort eerste klasse is en tegelijk ook weer niet.

Absurdistan

Het Belgisch profvoetbal telt 24 clubs, niet zo netjes verdeeld over 1A (16) en 1B (8). Die ongelijkheid heeft met het recente verleden te maken. In de zomer van 2009 werd het aantal clubs in de hoogste klasse gereduceerd van achttien tot zestien. Zeven jaar later werd grote schoonmaak gehouden onder de tweedeklassers, vanwege de economische onleefbaarheid. Er bleven nog 24 profclubs over. Om toch een beetje sop en kool te sparen, mochten ze in de Jupiler Pro League met zestien blijven voortboeren, met als gevolg dat de Proximus League uit amper acht teams bestaat. Die spelen vier keer tegen elkaar, 28 wedstrijden in totaal. In de praktijk wil dat zeggen dat je om de acht weken tegen dezelfde tegenstander speelt. De winnaar van de eerste periode (14 wedstrijden) speelt tegen de winnaar van de tweede periode om de kampioenstitel én - veel belangrijker nog - promotie naar het sportief en commercieel aantrekkelijkere 1A.

Om het helemaal ingewikkeld te maken, is de kampioen dan uitgespeeld. Geen competitieve wedstrijden meer vanaf half maart, geen inkomsten, wel de wortel van 1A die een paar maanden voor de neus van de financieel directeur blijft hangen. De clubs die tweede, derde en vierde eindigen in de totaalstand, mogen deelnemen aan Play-off 2, de nacompetitie met de ploegen op plaatsen zeven tot en met vijftien uit 1B. De zestiende degradeert en is ook al half maart uitgespeeld. En nu moet ik u even wegwijs maken in Absurdistan. Wie geen kampioen wordt in 1B, maar wél op de ereplaatsen eindigt, maakt nog kans om het seizoen daarop Europees voetbal te spelen, mits winst in Play-off 2 en daarna in een onderling duel met de vierde uit Play-off 1. Omgekeerd kan ook: als de periodewinnaar die de finale in 1B verliest na 28 wedstrijden bij de laatste vier geklasseerd stond, moet die ook nog eens play-downs spelen, wat in theorie tot degradatie naar de Eerste Amateurliga kan leiden.

Je kunt dit wiskunde voor gevorderden noemen. Of gewoon, wat het in werkelijkheid is, een ongeloofwaardig, amateuristisch idee dat op een of andere vreemde manier toch in de praktijk werd omgezet. Op een onbewaakt moment door een meerderheid in de Pro League goedgekeurd. Dat doen ze daar wel meer, denk aan de indicatieve tabel.

Buitenlandse suikernonkels

Het voetbal in 1B is potiger dan in 1A. Nog meer gericht op het vermijden van tegendoelpunten, nog meer fysieke duels, nog minder artistieke hoogstandjes. En nog minder volk op de tribunes. Vorig seizoen kwamen er gemiddeld 4.073 toeschouwers kijken. Tubize moest het met 1.284 eenheden stellen, Roeselare en Union deden niet zoveel beter. Daar kan je geen profclub mee runnen. Al zal dat gemiddelde stijgen nu KV Mechelen de plaats van Cercle Brugge heeft ingenomen.

Het aantal buitenlanders valt nog mee (91 op 209 contractspelers, 44 procent, tegenover meer dan 63% in 1A). Lommel en Westerlo geven zelfs volop kansen aan Belgische spelers, met respectievelijk slechts twee en zeven buitenlanders in de kern. De vreemde vogels vind je vooral in de bestuurskamers, want vijf van de acht clubs zijn geheel of gedeeltelijk in handen van een buitenlandse investeerder. KV Mechelen, Westerlo en Lommel zijn voorlopig nog helemaal Belgisch (al is Westerlo al jaren op zoek naar een overnemer), Beerschot Wilrijk is voor de helft eigendom van een Saudische prins. De andere clubs zijn Thais (Oud-Heverlee Leuven), Chinees (Roeselare), Brits (Union) of Zuid-Koreaans (Tubize). Ook in 1A rekenen vijf clubs op de inbreng van een buitenlandse suikernonkel.

Gerochel op het kerkhof

Het is best wel spannend dit seizoen. Na vijf speeldagen - de heenronde van de eerste periode zit er bijna op (volgt u nog?) - leidt Westerlo voor Lommel. O ironie, op de eerste vier plekken staan clubs die nog hoofdzakelijk zwart-geel-rood kleuren in de bestuurskamer. Het kan toeval zijn. Maar het kan ook wijzen op de weinig deskundige inbreng van de buitenlandse geldschieters die geen voeling hebben met ons voetbal en die nu ook niet bepaald even kapitaalkrachtig zijn als de sjeik Mansours of Abramovitsjen van deze wereld. Avonturiers met een halfgevulde portemonnee, daar zijn ze hier al content mee. Kijk naar wat Lierse is overkomen. Mismeesterd door Egyptenaren.

Als u de voorbije dagen al iets vernomen heeft uit 1B, noem het dan gerust gerochel op het kerkhof of gestommel in de vergeetput. Met de huidige formule zijn de clubs gedoemd om in de semi-anonimiteit te blijven. Bovendien: 24 profclubs, dat is niet leefbaar in dit land. Veel beter zou men van 1B resoluut de Eerste Amateurliga maken, met zestien clubs. Wie kampioen wordt na een reguliere competitie mag naar 1A, op voorwaarde dat er aan strenge licentievoorwaarden wordt voldaan. 't Is maar een ideetje.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post823

Failliet van het scoutingbeleid

SportGeplaatst door Frank Van Laeken di, oktober 09, 2018 14:07:21

(Deze bijdrage in de reeks 'De Bankzitter' verscheen maandag 3 september in De Standaard.)

Eindelijk weten we hoe onze clubs er de volgende vier maanden zullen bijlopen: na het sluiten van de transfermarkt weten trainers met welk materiaal ze het moeten stellen. Opvallende ultieme transfer: Bubacarr Sanneh. Anderlecht betaalde 8 miljoen euro voor de Gambiaan, die een half jaar geleden nog veertig keer minder had gekost.

Zo rustig de zomer begonnen was voor Mogi Bayat - naar Belgische normen een supermakelaar à la Jorge Mendes of Mino Raiola, betrokken bij ontelbare deals - zo onstuimig eindigde die. Dankzij Twitter kun je dat perfect reconstrueren: @BayatMogi, 6307 volgers, kent weinig geheimen. Hij is naar het WK geweest, liet zich in Rusland portretteren in het gezelschap van Didier Reynders (wie deed dat niet?), maar werd pas echt actief in de maand augustus. Hij hielp Kaveh Rezaei eerst aan een nieuw vierjarig contract bij Charleroi, club van zijn broer Mehdi, om hem vervolgens te transfereren naar Club Brugge. Anderlecht, waar hij na het gedwongen vertrek van Herman Van Holsbeeck op een zijspoor was gezet door de nieuwe sterke mannen Marc Coucke en Luc Devroe, riep zijn hulp in om dure vogel Lukasz Teodorczyk te verkassen: het werd Udinese, een club waar Bayat kind aan huis is. Vriendendienst in beide richtingen.

Anthony Limbombe ondertekende in het gezelschap van Bayat een contract bij Nantes, de contractloze Mbaye Leye vond onderdak bij Moeskroen, Adrien Trébel versierde een verbeterd contract en werd zo de duurste speler ooit bij Anderlecht, en Massimo Bruno ging op de valreep nog naar Charleroi. Telkens weer post Bayat een trotse selfie. Tussendoor schoffeerde hij een journalist van La Dernière Heure omdat die had geschreven dat Kara Mbodji naar Nantes zou vertrekken ('Romain VDP doit absolument arrêter l'alcool ou la drogue ou les deux!!!! AMATEURISME!!!'), waarna Kara zes dagen later verhuurd werd aan... Nantes.

Op 31 augustus tweette Bayat 's ochtends: 'Bon aujourd'hui c'est le tour de mon frère'. Waarop Charleroi op de valreep nog vier nieuwe spelers mocht verwelkomen. Om maar te zeggen: Mogi Bayat bleek na een aarzelende start van de zomer toch weer alomtegenwoordig in het Belgische voetbal.

Mbappé

Internationaal viel vooral de transfer van Cristiano Ronaldo van Real Madrid naar Juventus op. Voor 117 miljoen euro en een jaarsalaris van 30 miljoen, waarmee de Portugees de op vier na duurste speler aller tijden wordt en alleszins de prijzigste 33-jarige. Een speler die zich extreem goed verzorgt, maar wiens beste jaren ongetwijfeld in het verleden liggen. Dan zijn dat exuberante sommen, die meer met prestige dan met sportieve verbetering te maken hebben.

Opvallend: in de Top 10 van duurste transfers staan drie doelmannen. Chelsea betaalde maar liefst 80 miljoen euro voor de 23-jarige Spanjaard Kepa Arrizabalaga, vier keer meer dan zijn marktwaarde. De Braziliaan Alisson Becker vertrok voor 62,5 miljoen van AS Roma naar Liverpool. En onze Thibaut Courtois mocht voor een prikje vertrekken naar Real, om dichter bij zijn kinderen te kunnen vertoeven: 35 miljoen, dat is net iets meer dan de helft van zijn transferwaarde. Wie echt weg wil, hou je niet tegen als club, contract of niet.

We zouden haast vergeten dat de duurste transfer werd gerealiseerd door PSG, alweer. Na Neymar in de zomer van 2017, 222 miljoen, werd nu Kylian Mbappé definitief binnengehaald. Vorig seizoen werd die nog gehuurd, om de Financial Fair Playregels te kunnen omzeilen. De beste jonge speler van het WK, amper negentien, kostte 135 miljoen, 45 miljoen minder dan vorig jaar was afgesproken.

Geen nieuw individueel transferrecord de voorbije drie maanden, wel weer collectief waanzinnige getallen. In de Premier League gaven 19 van de 20 clubs (Tottenham Hotspur deed opmerkelijk genoeg geen transfers) samen 1,4 miljard euro uit, minder dan de 2,1 miljard van vorig jaar. De netto-transferuitgaven (uitgaven min inkomsten) tikken de voorbije twee zomers af op 1,838 miljard. Crazy! De Serie A kwam voor het eerst boven het miljard euro transferuitgaven uit.

Geld moet rollen, ook in de Jupiler Pro League, die op de achtste plaats staat in de 'Big Spender'-ranking: er werd voor 96,5 miljoen ingekocht en voor 118,4 miljoen verkocht. Die 'winst' werd vooral opgestreken door AA Gent en Standard. Club Brugge gaf bijna 4 miljoen euro meer uit dan het ontving, Anderlecht zelfs 10 miljoen.

Xenofobie

Op 31 augustus waren er om middernacht 301 buitenlanders geregistreerd bij de eersteklasseclubs. Dat zijn er verrassend genoeg twee minder dan we op 24 juli op deze plek telden, maar op een totaal van 472 contractspelers nog altijd goed voor 63,8 procent, bijna twee op drie dus. Gemiddeld telt een club 29,5 spelers. Daar zit heel wat ballast tussen, spelers die gedoemd zijn om maandenlang hun conditie te onderhouden bij de B-kern in afwachting van een vertrek.

Xenofobie bestaat ook in het voetbal, in de zin van: angst voor onbekende gezichten. Luciano D'Onofrio haalt bij Antwerp opmerkelijk veel voormalig personeel van Standard binnen. En het duo Coucke-Devroe zocht het bij enkele oude bekenden van bij KV Oostende (Dimata-Milic-Musona). Voorspelbaarheid is veilig.

Duurste vogel was de Gambiaanse centrale verdediger Bubacarr Sanneh, bijna 24. Volgens Deense media betaalde Anderlecht acht miljoen euro aan FC Midtjylland, waarmee hij meteen de op een na duurste aankoop ooit is in de Jupiler Pro League. Amper zes maanden geleden betaalde Midtjylland zelf nog 200.000 euro aan een andere Deense club, AC Horsens. Daar kun je drie conclusies aan verbinden. Eén, loyauteit bestaat nauwelijks nog in het voetbal, als je al na een half jaar weer vertrekt. Twee, op een half seizoen tijd veertig keer meer waard worden, dat is een mirakel. Drie, waarom vallen dat soort spelers nooit op aan de clubscouts?

De transfer van Sanneh bewijst het definitieve failliet van het scoutingbeleid van onze clubs. Komt ervan als topclubs liever aan het handje van een bevriende makelaar lopen dan zelf op zoek te gaan naar talenten.







  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post822

Ellebogenwerk tijdelijk door de vingers gezien

SportGeplaatst door Frank Van Laeken zo, oktober 07, 2018 12:29:07

(Deze bijdrage in de reeks 'De Bankzitter' verscheen op maandag 27 augustus in De Standaard.)

Club-Anderlecht was een half geslaagde topper, verdiend gewonnen door de thuisploeg met 2-1. Maar door een administratieve blunder binnen de Pro League en de voetbalbond ging het dit weekend minder over de wedstrijd dan over de zogeheten 'indicatieve tabel' en de spitsvondigheid van enkele clubadvocaten, waardoor geschorste spelers alsnog aan de aftrap stonden.

Het was mijn oprechte bedoeling om het uitsluitend over sportieve aspecten van de voetbaltopper van gisteren te hebben. Helaas, de ondoorgrondelijke wegen van clubadvocaten en bondsinstanties beslisten daar anders over. Wesley (Club Brugge), Carcela (Standard), Ocansey (Eupen) en Brogno (Beerschot Wilrijk, 1B) mochten ondanks een recente uitsluiting dit weekend gewoon meevoetballen.

De 'indicatieve tabel', daar draaide het de voorbije dagen allemaal om. Dat is een onderdeel van het bondsreglement, meer bepaald artikel B1905.1: een soort menukaart van sancties na een uitsluiting. Voorbeeld: een elleboogstoot die geen blessure veroorzaakt levert drie speeldagen schorsing op, een elleboogstoot die een blessure veroorzaakt twee speeldagen en een elleboogstoot die een blessure in het aangezicht als gevolg heeft zes speeldagen. Dat was het geval met Wesley tegen Excel Moeskroen. Hij moest zes matchen brommen, de vorige twee zat hij al in de tribune. Tot een slimme jurist van Standard vaststelde dat die indicatieve tabel - die er overigens gekomen was op vraag van de trainers, om een rechtspraak met meerdere maten en gewichten proberen te vermijden - nog niet was goedgekeurd door de leden van de Pro League, de clubs dus. Wél waar, zei de bondsprocureur, die een e-mail van de CEO van de Pro League als bewijs toonde. Niet waar, zei de juridisch directeur van Standard, er bestaat geen proces-verbaal van die stemming binnen de Pro League. En dus besliste de Geschillencommissie om de schorsingen van Carcela, Ocansey en Brogno ongedaan te maken, en die van Wesley tot twee wedstrijden te beperken. De beslissing over het aantal schorsingsdagen voor Ognjen Vranjes, de Anderlecht-verdediger die vorige speeldag was uitgesloten na een tweevoetige tackle, werd uitgesteld tot ná Club Brugge-Anderlecht. Belhamels Wesley en Vranjes konden dus gewoon meespelen. Vrij dankzij een procedurefout.

Eeuwig amateurisme

Een administratieve blunder die dateert van januari, meer dan een half jaar geleden, is de oorzaak, zo benadrukte Anderlecht-voorzitter Marc Coucke zaterdag in een reeks tweets. Hij betreurde de impasse, toonde begrip voor procedure-argumenten en verwees naar de volgende bijeenkomst van de Pro League om dit recht te trekken: 'sorry a voetballiefhebbers voor deze omstandigheden, die puur juridische oorzaken hebben. We houden ook niet v dergelijke toestanden'.

Waarom gaven Coucke, tevens voorzitter van de Pro League, en Bart Verhaeghe, voorzitter van Club én ondervoorzitter van de voetbalbond, dan niet het goede voorbeeld en legden ze hun trainers dan niet op dat ze Wesley en Vranjes niet mochten opstellen, zoals het sportief hoorde? Ach ja, naïef van me, fair play is bijzaak in de economische sector genaamd Profvoetbal. En wat meer is: ook voor de net voorbije en de volgende speeldag zijn rode kaarten facultatief. Elke clubadvocaat zal verwijzen naar precedenten, geen enkele speler zal geschorst worden. Onderliggende boodschap: elleboogstoten en tweevoetige tackles leveren tot minstens na de interlandbreak van begin september wél een rode kaart, maar geen schorsing op. Je kunt gewiekste advocaten niet verwijten dat ze hun cliënt met alle mogelijke rechtsmiddelen verdedigen. Wat kan hen het sportieve verloop van een competitie schelen!

De Pro League komt hier heel slecht uit: administratieve vergissingen ogen amateuristisch. Maar ook binnen het bondsparket, een onderdeel van de bond, had men veel alerter moeten zijn voor het ontbreken van een juridisch sluitend reglement. Naast de bestaande 43 overtredingen met passende sancties, mag aan de indicatieve tabel een vierenveertigste worden toegevoegd voor flaterende bondslieden.

In 1995 schreef François Colin, gewezen chef Sport van Het Nieuwsblad en senior writer van deze krant, het schotschrift 'Eeuwige amateurs', naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Komende zaterdag bestaat de bond precies 123 jaar en ondanks een in grote lijnen professionelere aanpak gedragen sommige departementen zich nog altijd bijzonder amateuristisch.

Jeugd krijgt kansen

Voetbal dan. De eerste helft was Club-Anderlecht een ouderwetse pot: positieve ingesteldheid, stevige duels, halve kansen en hele doelpunten. De videoref keek werkloos toe. In de tweede helft werd er verkrampt gebikkeld. Club teerde op de kleine voorsprong, Anderlecht kon onvoldoende een vuist maken. En de VAR greep op een cruciaal moment, terecht, in door een overtreding van Poulain op Amuzu te beoordelen als een vrije trap buiten het strafschopgebied. Scheidsrechter Vertenten had net voordien naar de stip gewezen.

'De vier vleugelspelers zijn samen nog geen tachtig jaar oud', zei commentator Filip Joos haast triomfantelijk bij het begin van de wedstrijd. Om precies te zijn: 79. Ook al presteerden ze niet fantastisch - alleen de rushes van de Nigeriaan Emmanuel Dennis (20) zorgden voor opwinding, hij scoorde ook de openingsgoal -, is het zonder meer een goede zaak dat onze topclubs volop kansen geven aan jonge voetballers. In het geval van Anderlecht zelfs spelers (Saelemaekers, Amuzu, Bornauw) die hun jeugdopleiding bij de club genoten. Dit staat haaks op het hapsnapbeleid van de meeste clubs in de Jupiler Pro League.

De sterkte van Club Brugge is dat het zijn sterkhouders wist te behouden: aan de aftrap stonden zeven basisspelers van het vorige (kampioenen)seizoen. De sterkte van Anderlecht is dat het een volledig nieuwe kern wist samen te stellen: amper drie spelers die aan de wedstrijd begonnen, waren er in mei al bij. Dat heet, in beide gevallen, een spelersgroep managen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post821

Zomervoetbal betekent inkomstenverlies voor de clubs

SportGeplaatst door Frank Van Laeken vr, oktober 05, 2018 17:13:14

(Mijn vierde 'De Bankzitter'-bijdrage ging over zomervoetbal, economisch onverantwoord volgens mij. Verscheen in De Standaard van maandag 20 augustus.)

Speeldag vier in de Jupiler Pro League is achter de rug. Nog veel te vroeg om conclusies te trekken, behalve deze: door al eind juli te starten, lopen de clubs heel wat toeschouwers en dus ook inkomsten mis. Op de eerste speeldag lag dat aantal zelfs 2.000, of 17%, onder het gemiddelde van vorig seizoen.

Terwijl de grotere (ik schreef bijna: beschaafde) voetballanden pas half of eind augustus aan hun competitie beginnen, start de Jupiler Pro League sinds de invoering van het play-offsysteem al eind juli. Dat is nodig om tegen het derde weekend van mei veertig speeldagen plus een bekertoernooi af te kunnen werken. Het gevolg is wel dat er die eerste wedstrijden van het seizoen gemiddeld een pak minder volk komt kijken. Eind juli en begin augustus zijn er heel wat fans met vakantie. Niet verwonderlijk: het bouwverlof, om maar iets te noemen, is dan nog volop bezig. Niet dat er alleen bouwvakkers naar het voetbal komen kijken, ook andere supporters onderbreken hun - vaak door hun bedrijf opgelegde - vakantieperiode niet.

Vorig seizoen kwamen er gemiddeld 11.502 toeschouwers kijken naar een match in onze hoogste klasse. In het weekend van 27 tot en met 29 juli 2018 waren dat er amper 9.554, bijna tweeduizend minder. Ofwel: min zeventien procent, een op zes supporters.

Hoger? Lager!

Een jaar geleden lokte de eerste speeldag nog minder volk dan drie weken geleden: 67.087 toeschouwers, gemiddeld 8.386. Vier van de vijf topclubs speelden toen echter buitenshuis. Dit jaar begonnen Club en Standard met een thuiswedstrijd, in totaal passeerden er de openingsdagen 76.435 mensen langs de draaihekkens. Op speeldag 2 waren dat er 84.107 (gemiddeld: 10.513), op de derde speeldag 89.423 (11.178). Dat was vorig weekend, toen ze er ook in Engeland, Frankrijk en Nederland aan begonnen.

We baseren ons op de cijfers die via www.sport.be worden beschikbaar gesteld, een site waarnaar je automatisch doorgelinkt wordt als je naar proleague.be surft. Met andere woorden, de officiële gegevens zoals de clubs die doorgeven aan de Pro League. Voor speeldag 4 waren die nog niet beschikbaar.

Eerste opmerkelijke gegeven: Club Brugge lokte vorig seizoen gemiddeld 26.183 toeschouwers naar het Jan Breydelstadion. Nu waren dat er respectievelijk 19.408 en 21.732 tegen Eupen en Kortrijk - toegegeven: zwakke tegenstanders. Wellicht zullen er nog heel wat abonnees niet present geweest zijn: zeker van hun zitje, maar nog geen zin om de verplaatsing naar Brugge te maken. Anderlecht kwam aan 19.207 tegen Oostende en (officieus) 20.000 tegen Moeskroen, tegenover 19.275 in 2017/2018. AA Gent zat met 17.067 (Zulte Waregem) en 16.047 (Waasland-Beveren) een eind onder het gemiddelde van vorig seizoen (18.571). Idem voor Standard (21.985 toen, nu 21.169 tegen Gent en 18.018 versus Cercle). Alleen bij RC Genk is er mogelijk een nieuw elan merkbaar: vorig seizoen gezakt naar 15.623 gemiddeld, de eerste thuismatch van deze jaargang goed voor 17.445, al was dat de zwaarbeladen derby tegen STVV.

Clubs zonder fans

Ronduit armoedig is de toestand bij Eupen (amper 3.315 gemiddeld vorig seizoen, nu 2.444 tegen Charleroi - veruit het laagste toeschouwersaantal tot nog toe!), Waasland-Beveren (3.833 tegen, nochtans, Standard, nog minder dan het al lage gemiddelde van vorig jaar, 4.592) en Excel Moeskroen (5.497 toen, nu 4.814 tegen Club en 2.954 tegen Antwerp, dat zelf meer dan duizend supporters meebracht). Hebben clubs zonder fans wel een toekomst op het hoogste niveau van ons voetbal? Een vraag die je zowel sportief als qua financiële slagkracht mag stellen.

Toppers over de vloer krijgen brengt overigens niet altijd soelaas. KV Kortrijk zat op de openingsspeeldag tegen Anderlecht nauwelijks boven het gemiddelde van vorig seizoen, en dan brachten de bezoekers nog een kleine negenhonderd fans mee. Lokeren speelde al tegen Genk én Standard, maar bleef telkens ruim duizend eenheden onder het vorige gemiddelde. Verder zat Zulte Waregem ruim beneden het gemiddelde van vorige jaargang (-3.000 zelfs), zag STVV ook telkens duizend mensen minder langs de kassa passeren en zit Cercle voorlopig onder het gemiddelde dat het in 1B bereikte. Lichte stijgingen waren er voor Antwerp, Charleroi en KV Oostende, maar die mochten al een topclub ontvangen.

Vicieuze cercle

Sinds het seizoen 2012/2013 was het gemiddelde toeschouwersaantal jaar na jaar lichtjes toegenomen, tot er een dipje volgde in de jaargang 2016/2017, toen OH Leuven in de Jupiler Pro League vervangen werd door Eupen. Vorig seizoen was er weer een stijging op te merken. Eén simpele verklaring daarvoor: de terugkeer van Antwerp, ten koste van Westerlo. Door de degradatie van KV Mechelen (gemiddeld 12.998 fans in 2017/2018) en de promotie van Cercle Brugge (wellicht 'goed' voor zo'n 6.000 trouwe aanhangers) mogen we dit seizoen weer een terugval verwachten. Laten we 't een vicieuze cercle noemen. Als Anderlecht, Club of Antwerp op bezoek komen, rinkelt de lokale kassa en loopt de penningmeester met een brede glimlach rond. Dat heb je niet in het geval van de éénenzestig Eupenaren die de verplaatsing naar Waregem maakten: goed voor een volle bus en twee personenwagens. Profvoetbal in amateuristische vorm. Een soort deurenkomedie, zij het dat er nauwelijks iemand door het deurgat stapt.

Kleinere publieke belangstelling in de eerste competitieweken vertaalt zich in minder inkomsten. Dit zijn dure speeldagen voor de meeste clubs. En dat kan alleen maar verholpen worden door het seizoen later aan te vatten, maar dan moet het aantal speeldagen worden teruggeschroefd, wat dan weer neerkomt op... minder inkomsten. Ook dat is een vicieuze cirkel. Alhoewel: als er niet gespeeld wordt, zijn er ook geen aan de wedstrijd verbonden kosten. Winstpremies, bijvoorbeeld.

Hoe dan ook, voetbal zal nooit een zomersport worden in onze contreien. De supporters zitten daar echt niet op te wachten.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post819

België sportnatie (of toch bijna en heel eventjes)

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, oktober 04, 2018 09:52:06

(Derde bijdrage in de reeks 'De Bankzitter', eerder verschenen in De Standaard van maandag 13 augustus 2018.)

Negentien medailles, waaronder zes gouden, dat klinkt als een ongezien succes. Laten we dat vooral uitgebreid toejuichen en de atleten gepast fêteren. Het waren mooie Europese kampioenschappen, een uitstekend nieuw initiatief. En toch: euforie mag, relativeren moet.

Eerst iets over het Belgische voetbal. Na drie speeldagen is het nog veel te vroeg om conclusies te trekken en je aan voorspellingen te wagen: over een paar weken zien de meeste spelerskernen er weer helemaal anders uit. Toch al een paar voorzichtige opmerkingen. Club Brugge is flink gestart (9 op 9), maar speelde tegen het voetbalequivalent van Janneke en Mieke: Eupen, Moeskroen en Kortrijk. Een ruime meerderheid van de spelers die vrijdagavond aan de wedstrijd tegen KV Kortrijk begonnen, waren vorig seizoen al actief in het Jan Breydelstadion. Anderlecht (ook 9 op 9) deed het met een totaal vertimmerd elftal en met een nieuw koningskoppel: Santini-Dimata, samen goed voor alle elf doelpunten. Antwerp haalde een knappe 7 op 9, kreeg nog geen doelpunt tegen, maar scoorde ook nog maar twee keer. Dat heet (bijna-)maximale efficiëntie. Vier van de G5-leden deden het behoorlijk tot uitstekend, dat is ooit anders geweest bij het seizoensbegin. Of AA Gent - dat financieel uitstekende zaken deed deze zomer - sportief kan bijbenen is afwachten.

19 medailles

De betere sportactualiteit kwam de voorbije elf dagen uit Glasgow en Berlijn, waar voor het eerst zeven sporten gebundeld werden onder de noemer 'Europese kampioenschappen'. Schitterend initiatief, want samen kregen atletiek, golf, gymnastiek, roeien, triatlon, wielrennen en zwemmen een pak meer aandacht dan ze apart zouden hebben gekregen. Laten we zeggen: maal tien. Goed voor atleten, sponsors, sportbonden en tv-zenders.

Gymnaste Nina Derwael, baanwielrenners Kenny De Ketele en Robbe Ghys, en tijdrijder Victor Campenaerts maakten ons in de loop van de week al warm voor een heet atletiekweekend, met zowaar een gouden medaille per dag: Nafi Thiam in de zevenkamp en de Belgian Tornados op de 4x400 meter, dat kwam niet onverwacht. Thiam rondde zo haar 'Grand Slam' af, met achtereenvolgens goud op Olympische Spelen, WK en EK. De familie Borlée had het al gelapt op de EK's van 2012 en 2016. Kevin, Jonathan en Dylan kregen dit keer het gezelschap van Jonathan Sacoor, die recent als eerste Belg ooit atletiekgoud had behaald op de wereldkampioenschappen voor -20-jarigen. De jongeman wordt over tweeënhalve week 19. Toptalent, dat met Jacques Borlée als trainer de best denkbare begeleiding kent. Verrassender was de marathonzege van Koen Naert, op z'n 28ste gestart als outsider.

Zes keer goud, vijf keer zilver, acht keer brons. Negentien medailles: een vreugdedansje mag, sportliefhebbers mogen licht euforisch reageren. Heel eventjes toch. (Hoera, we zijn min of meer een sportnatie.)

Afwezige wereldtop

Relativeren dan. Met die fraai ogende medailleoogst staat ons land niet eens in de Top 10. Nederland, iets meer dan anderhalve keer het aantal inwoners van België, was goed voor veertien keer goud, dat is bijna tweeënhalve keer de Belgische verzameling. Negenendertig medailles in totaal, dat is meer dan het dubbele van het Belgische aantal. Oranje valt net buiten de medaille-top 3. Vlak boven België prijken ook Zwitserland (8,2 miljoen inwoners) en Hongarije (9,9 miljoen). Het kan dus nóg beter in de categorie 'relatief kleine landen'.

En hoe goed de prestaties ook waren, het blijven in heel wat disciplines máár Europese kampioenschappen. De wereldtop was, zoals die term het al aangeeft, niet altijd aanwezig. Zeker in de atletiek scheelt dat. Niet dat we wat Naert en de Tornados voor elkaar kregen nu moeten geringschatten, maar hun prestatie in het juiste perspectief plaatsen is noodzakelijk. Op de Spelen in Rio waren de Amerikanen en de Jamaicanen een flink eind sneller dan de Belgische estafettemannen. In de marathon eindigde Naert twee jaar geleden op een 22ste plaats. Van de atleten die toen vóór hem eindigden, mochten er gisteren vijftien niet meelopen, waaronder de Top 6. Omdat het geen Europeanen zijn.

Alleen Nafissatou Thiam mag zich zonder enige twijfel de beste van de wereld (blijven) noemen. Op haar 23ste kan ze die status nog wel een tijdje aanhouden, als de honger groot blijft tenminste. Gouden Thiam, Senegalese vader, gouden Sacoor, Portugees-Indiase vader, en zilveren Bashir Abdi, Somalische vluchteling, gaven tevens een welgekomen duwtje in de rug van de multiculturele gedachte.

Où était Didier?

Waar zat Didier Reynders, trouwens, in Glasgow en Berlijn? De minister van Buitenlandse Zaken ontpopte zich tijdens de ceremonie voor de derde plaats op het WK Voetbal in Rusland nog als een volleerde partycrasher door breed lachend mee op de foto te gaan met de vierende Rode Duivels. Verkiezingsjaar, dan is een voetbalstadion waar ook camera's op de eretribune gericht staan interessanter dan minder bekeken sporten als atletiek, turnen of zwemmen. Politiek opportunisme is van alle tijden. Zo tweette de Vlaamse minister van Sport, Philippe Muyters, zich de voorbije dagen suf. Hij was wel consequent: hij stuurde ook triomfantelijke boodschappen rond als een Brusselse of Waalse sporter het goed deed. Of hij was enthousiast over Vlaamse atleten die zich recentelijk bij gebrek aan Vlaamse steun hadden aangesloten bij het Waalse Adeps, de tegenhanger van Sport Vlaanderen. En terwijl de medailles werden behaald onder de roepnaam (Team) Belgium is de vaststelling dat we wel drie gemeenschapsministers van Sport hebben en nog iemand die zich in het Brussels Gewest met sportinfrastructuur bezighoudt, maar geen federale verantwoordelijke.

Neen, een sportnatie zijn we nog lang niet. We hebben wel uitstekende sporters. Dat is meer te danken aan talent, karakter, koppigheid, uitstekende individuele begeleiding en heel af en toe een verlichte sportfederatie, dan aan een structurele aanpak door overkoepelende bonden of overheden. Ook dat dient gezegd.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post818

Wat zijn de criteria om criteriums al die aandacht te geven?

SportGeplaatst door Frank Van Laeken wo, oktober 03, 2018 18:05:35

(Deze bijdrage verscheen op maandag 6 augustus 2018 in De Standaard), als tweede in een reeks bijdragen als 'De Bankzitter'.)

Hectoliters bier, volksvermaak tot diep in de nacht en de verwachte winnaars: het was weer de week van de na-Tourcriteriums. Fijn lokaal vertier, maar waarom moest dit zo breed worden uitgesmeerd in de nationale media, die weer deden alsof dit ernstige topsport is?

Het meervoud van criterium is criteriums. Tenminste, als je het hebt over, bijvoorbeeld, wielerwedstrijden, zoals: de na-Tourcriteriums. Heb je 't over kenmerken, maatstaven, voorwaarden en normen dan is dat meervoud criteria. Er wordt weleens gezondigd tegen deze meervoudsvormen. Er wordt dan gesproken van stadia, als meervoud van stadions en niet van stadium. Of men denkt dat media een enkelvoud is. 'De media vergist zich': je leest dat echt geregeld op de sociale media. En ik geef toe, ik heb het voor alle zekerheid zelf ook maar opgezocht, dat van die criteriums.

Regionale en nationale sportpagina's, -websites en -zenders brachten vorige week uitvoerig verslag uit van de criteriums die traditioneel aansluitend op de Tour worden gereden. In Vlaanderen gebeurde dat in Aalst, Roeselare, Sint-Niklaas, Herentals en Putte, woensdag volgt er nog eentje in Antwerpen. In Nederland werden onder meer rondjes gereden in Boxmeer, Surhuisterveen, Chaam, Wateringen en Heerlen. Vanavond is er, we verzinnen het niet, de 'Draai van de Kaai' in Roosendaal.

Afspraken

Criteriums zijn folklore. Lokale festiviteiten waar het bier rijkelijk vloeit, de toeschouwers onveranderlijk jolig zijn en de renners ontspannen. Volks amusement, zoals ook de kermis in de wijk dat is. Daar is niets op tegen, op voorwaarde dat we dit niet ernstiger nemen dan het is. En dat we beseffen dat het voor de deelnemers in de eerste plaats een bijkomende manier is om hun bankrekening te spijzen. 'Take the money and run' is van alle tijden, al is het wel opvallend dat goed betaalde renners dit blijkbaar moeten doen om een zakcentje bij te verdienen. Het wordt echter pas problematisch als we dit te ernstig gaan nemen. Dan lees je op nieuwssites serieus bedoelde zinssneden als 'Sagan won in 2012 en 2015 reeds in het groene shirt het criterium van Aalst en start ook morgen als topfavoriet.'

Peter Sagan start niet als topfavoriet, Sagan start als winnaar, omdat dat zo afgesproken is. Een interessant verhaal lazen we daarover vorige week in een populaire krant: over onderlinge afspraken die worden gemaakt, over rijden met een klein verzet zodat het lijkt alsof de coureurs zich de pleuris rijden en over wie er uiteindelijk mag winnen. Bij voorkeur de grote vedette, hij die de hoogste gage ontvangt of die uitblonk in de Tour. Vreemd genoeg stond er diezelfde dag op de sportpagina's van diezelfde krant een sportief verslag van dat criterium. Alsof er echt gekoerst was geweest. Quod non.

Zelfs Chris Froome - die anders nooit wint op een vlak parcours - won twee edities van het criterium van Aalst. Ik heb er ooit een bijgewoond, in 2006. Robbie McEwen mocht winnen, hij had net voordien drie etappes in de Tour gewonnen en de groene trui mee naar huis genomen. Hij was de topvedette die dag. Zijn medevluchter moest vol in de remmen om McEwen als eerste over de streep te kunnen loodsen.

Opium voor het volk

Peter Sagan won dus maandag in Aalst. En dinsdag in Roeselare. Woensdag was Greg Van Avermaet aan het feest in Sint-Niklaas. Van Avermaet is afkomstig van Hamme, tien kilometer verderop. Donderdag reed Sagan weer mee in Herentals. 'Peter de Grote kwam, zag en peuzelde Herentals helemaal op', schreef een site. En vrijdag, in Putte, mocht de Belgische kampioen het halen. 'Yves Lampaert heeft zijn tricolore trui in de verf gezet op het na-Tourcriterium van Putte', lezen we op de grootste sportwebsite. Neen, Lampaert mócht winnen, zo was het overeengekomen. (Op de Nederlandse criteriums wonnen respectievelijk Bram Tankink, Geraint Thomas - een site: 'Thomas heeft zijn goede vorm van de Tour de France meegenomen', Tom Dumoulin, Dylan Groenewegen en nogmaals Tom Dumoulin, stuk voor stuk typische criteriumrenners.)

Ach ja, mensen worden nu eenmaal graag bedrogen. Ze weten heus wel dat het doorgestoken kaart is. En ze wensen niet liever dan dat Sagan, Van Avermaet of Lampaert wint. Stel je voor dat een nobele onbekende écht zou koersen... Op uitslovers zit werkelijk niemand te wachten. Toeschouwers willen dat er ronde na ronde nieuwe gezichten vooraan rijden, bekende koppen, die ze kunnen herkennen en waarover ze achteraf op café kunnen zeggen dat ze zo schoon op hun fiets zaten. Een naar de sport vertaald spreekwoord met de woorden 'opium' en 'volk' doemt op.

Leuke lokale sportbelevenissen horen niet altijd - meer niet, dan wel - thuis in de nationale media. Het is pseudosport, geen topsport. De uitslag is geen serieuze waardemeter. Voor regionale media zijn dit topdagen, gun hen dit en blijf er weg als nationale verslaggevers, of ga gezellig een pint drinken in het café bij de aankomstlijn. En laat de criteriums waar ze thuishoren: in het regionieuws.

Oefenpartijtjes

Heel veel aandacht besteedden sportsites de voorbije dagen ook aan de International Champions Cup, een voetbaltoernooi met achttien Europese topteams (zes Engelse, vier Italiaanse, drie Spaanse, twee Franse, twee Duitse en eentje uit Portugal). Het loopt van 20 juli tot en met 11 augustus in 23 stadions, waaronder maar liefst 15 in de Verenigde Staten en zelfs een in Singapore. Ik wil niet zover gaan om te beweren dat de winnaar vooraf vastligt, maar dit commerciële vehikel dient vooral om de Amerikaanse betaalsportzender ESPN aan abonnees te helpen. Die willen ook weleens Real Madrid, Barcelona, Manchester United, PSG en Bayern aan het werk zien.

Laten we het evenement realistisch omschrijven: een reeks vriendschappelijke wedstrijden om het nieuwe seizoen voor te bereiden, waar een boel wk-gangers ontbreken omdat die nog met vakantie zijn. Hetzelfde geldt voor die oefenpartijtjes die grote clubs geregeld spelen in Azië: niet al die media-aandacht waard.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post817

Gij zult een gokje wagen!

SportGeplaatst door Frank Van Laeken di, oktober 02, 2018 18:12:41

(Sinds eind juli schrijf ik voor de maandagkrant van De Standaard een wekelijks stuk over het afgelopen sportweekend. '"Frank Van Laeken fileert het weekend", heet dat in wervende termen. Onderstaande bijdrage was de eerste die verscheen, op maandag 30 juli 2018.)

Wedden wie er na afloop van het pas begonnen voetbalseizoen kampioen wordt, is wellicht nog wat vroeg, al zullen de gokkantoren dat wel appreciëren. Met een online-gokbedrijf als 'officiële partner van de Pro League' wordt de indruk gewekt dat gokken normaal is. Doe mee, of je doet niet mee. Maar hoeven we dat wel normaal vinden?

Vorige week was het nog voorpaginanieuws: het sportgokken piekte tijdens het wereldkampioenschap voetbal. In België alleen al telde de Kansspelcommissie 150.127 nieuwe gokkers. Vooral mannen tussen 18 en 29 jaar, die gezamenlijk 344 miljoen euro inzetten en die gemiddeld 87 euro verloren. 236,4 miljoen werd online ingezet, iets meer dan honderd miljoen in een kantoor. En dat ondanks de campagne rond 'FC Losers', die de Kansspelcommissie specifiek rond dit WK had opgezet om jongeren te waarschuwen voor de kwalijke gevolgen van het gokken. Het aantal gokverslaafden in ons land wordt op veertigduizend geschat. Laten we zeggen: een goedgevuld Koning Boudewijnstadion. Of de optelsom van het aantal toeschouwers dat Standard en Anderlecht vorig seizoen gemiddeld haalden bij hun thuiswedstrijden.

Stepping stone

Bij druggebruikers wordt weleens de stepping stone-theorie gehanteerd. Kort gezegd komt die hierop neer: wie cannabis gebruikt, komt later automatisch bij heroïne uit. Die theorie blijkt niet op wetenschappelijke fundamenten te berusten. 'De misvatting bestaat omwille van de verwarring tussen het statistische verband en het oorzakelijke verband', lezen we op de site van de Druglijn. 'Als men naar de statistieken kijkt, zullen alle "harddruggebruikers" voorheen ook wel melk gedronken hebben. Maar daarmee is nog niet bewezen dat melk de oorzaak is van harddruggebruik.'

Her en der wordt een war on drugs uitgevochten, die zo ongeveer nergens ter wereld al tot positieve resultaten heeft geleid, alleen tot stoere verklaringen. Ook in het gokken kun je een stepping stone-theorie ontwikkelen: wie ooit een lottobiljet heeft gekocht, zal later al zijn spaarcenten opsouperen in een casino. 'Gij zult een gokje wagen!' is een van de verlokkingen van het oncontroleerbare internet. Nochtans lijkt een war on gambling nog niet voor morgen.

Sigaret van de sportman

Het is ooit anders geweest. Op 14 juni 1972 verbood Wim De Gruyter, toenmalig hoofdredacteur van de BRT-sportredactie, de rechtstreekse uitzending van de halve finale van het EK tussen België en West-Duitsland, omdat er op de Bosuil zeventien extra reclamepanelen waren geplaatst met naar de Duitse consument lonkende boodschappen. Vlaamse kijkers moesten naar de Franstalige RTB zappen, die minder heilig dan de paus was.

In datzelfde tijdsgewricht maakten Eddy Merckx en Johan Cruijff, de grootste sportcoryfeeën van de Lage Landen, reclame voor sigaretten: Merckx voor R6, Cruijff voor Roxy Dual ('Rook verstandig, Roxy Dual'). Cruijff overleed twee jaar geleden aan de gevolgen van longkanker. Daar lag men in de jaren 70 minder wakker van dan van een reclamepaneel naast het veld. Het waren andere tijden. Wie zich op zijn veertiende niet opsloot in de schooltoiletten om er eentje te paffen, was een seut. In de voetbalstadions werd voor en na de wedstrijd en tijdens de rust een reclamespotje uitgezonden. 'Steek er één op met St. Michel. St. Michel, de sigaret van de sportman!'

Die reclame verdween in de jaren 80, andere kwam in de plaats. Topsport kon alleen overleven dankzij de inbreng van sponsors. In het wielrennen moest de sponsornaam goed zichtbaar zijn tijdens de koers. Jarenlang hadden commentatoren het over 'de ploeg-Godefroot', pas eind jaren 90 werd dat 'Telekom'. Toen was het ondenkbaar om te spreken over 'Quick-Step', het zou 'de ploeg-Lefevere' geweest zijn. Zonder grote sponsors geen topsport meer.

Verbod op gokreclame?

Wie die sponsors van het scherm wil bannen, zal de uitzendrechten niet kunnen verwerven en dus ook geen kijkcijfers en marktaandelen scoren met sport. Evenementen dragen meer wel dan niet de naam van een sponsor. Proximus Diamond Games. Omloop Het Nieuwsblad. Jupiler Pro League. Zonder Heineken, MasterCard, Nissan en Gazprom geen kampioenenbal in het voetbal. 'Deze wedstrijd wordt u aangeboden door..., officiële sponsor van de UEFA Champions League.' Sponsors zijn onlosmakelijk verbonden met een sportcompetitie.

Naast Jupiler is het online-gokbedrijf Unibet sponsor van de - laten we die oude term nog eens uit de kast halen - Belgische eerste klasse. Dat zal de kijker geweten hebben. Voor de match, twee keer tijdens de rust en op het eind van de uitzending. Idem rond het samenvattingenmagazine Sports Late Night. Bij een live-omkadering op een van de betaalzenders krijg je het logo van Unibet zelfs tot zes keer toe te zien. En dat van Jupiler, maar die prijzen tegenwoordig 0,0% bier aan. Alcoholvrij. Bierdrinken ligt momenteel iets gevoeliger dan een pronostiekje.

In februari 2016 werden twee spelers van toenmalig eersteklasser Oud-Heverlee Leuven verdacht van gokken op eigen wedstrijden. Een paar maanden later werd de doelman van Waasland-Beveren, Laurent Henkinet, om die reden op staande voet ontslagen. Niet zo lang daarna mocht ie een contract tekenen in... Leuven. Ook Olivier Deschacht kwam in opspraak en moest een boete van 24.000 euro betalen voor het gokken op matchen van Anderlecht, wat hij altijd is blijven ontkennen. Zijn contract in het Astridpark liep in juni af en sindsdien is de 37-jarige ex-international op zoek naar een nieuwe werkgever. Vanwege dat vermeende gokverleden?

Als er een verbod is om reclame te maken voor tabak en er al een tijdje gedebatteerd wordt over een totaalverbod op alcoholreclame, moet dan niet stilaan ook nagedacht worden over een verbod op reclame voor gokbedrijven? Het verslavend effect is bewezen, de maatschappelijke kost eveneens. Iets voor de federale minister van Justitie? Die van Volksgezondheid? Of toch de regionale minister van Sport of Media?

Of dat verbod er ooit komt? U kunt er maar beter geen geld op inzetten.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post816

De vergeten finale

SportGeplaatst door Frank Van Laeken zo, juli 15, 2018 12:44:56

22 juni 1980. Alleen oudere voetballiefhebbers kunnen daar dadelijk plaats (Rome), evenement (EK) tegenstanders (België en West-Duitsland) en uitslag (1-2) aan koppelen. De enige keer dat de Rode Duivels de finale van een groot toernooi haalden, een feit dat helaas weleens onder de mat van de geschiedenis wordt geveegd, zo geobsedeerd zijn we met de Mundial 1986 en de wereldbeker vandaag. Toen was verliezen een eer en helemaal niet erg. Het verhaal van zeroes die onder bondscoach Guy Thys bijna heroes werden. 'Vanaf toen begonnen de Rode Duivels iets los te maken bij het volk.'

GEERT DE VRIESE & FRANK VAN LAEKEN

Zaterdagochtend 21 juni 1980, de dag voor de grote finale. De krantenkoppen spreken voor zich. ‘Heel België achter de Rode Duivels!’, ‘Miljoenen tv-kijkers voor strijd tussen de favoriet en de underdog’, ‘Rode Duivels op één hindernis van de titel’… Het contrast met de donkere Duivelsjaren, die dan nog maar pas achter de rug liggen, is groot. ‘Kunnen de Duitsers ons kloppen?’ vraagt François Colin zich af in De Standaard. Het hele land is in elk geval weer helemaal gewonnen voor de Rode Duivels, stipt hij aan. En niet alleen dat… ‘Zondagavond, lang vóór half negen, zal Vlaanderen aan de kijkbuis hangen om de finalebewegingen van de Rode Duivels te volgen. Tegen de West-Duitsers wordt het theoretisch alweer een ongelijke strijd, maar de Belgische spelers zijn zo gretig om de titel Europees Kampioen op hun naamkaartjes te zetten, dat alles mogelijk is.’

Hofleverancier van de Mannschaft is in 1980 het tot Europese grootheid uitgegroeide Hamburger SV, met Manfred Kaltz, Caspar Memering, Felix Magath en een 29-jarige laatbloeier die met slechts twee interlands op de teller aan het EK is begonnen: Horst Hrubesch. ‘Das Ungeheuer’, noemen ze hem in zijn vaderland. Het Monster, onder meer omdat de centrumspits niet echt de looks van een aartsengel heeft. Goed voetballen kan Hrubesch eigenlijk ook niet, maar gooi een betonblok op en hij kopt het weg. Desnoods net vóór een aanstormende trein.

1980 is in niets te vergelijken met 2018. De gewone burger heeft nog geen computer op zijn bureau staan. Gsm's zijn een verre toekomstdroom. Internet? Connais pas! Sociale media bestaan nog lang niet. Nieuwssites evenmin. Voor nieuws over de Rode Duivels moeten we het stellen met de radio en zijn schaarse sportbulletins, de televisie en zijn weinige bijdragen van ter plekke, en de kranten met hun nieuws van gisteren, weggemoffeld in het tweede katern, omdat sport dan nog de belangrijkste bijzaak is en het échte nieuws voorrang krijgt. Dus vernemen onze helden met veel vertraging dat hun prestaties door hun landgenoten bejubeld worden. 'Dat er veel enthousiasme was op het thuisfront kwamen we pas te weten toen we al terug thuis waren,' getuigt Erwin Vandenbergh. 'Je las dat nauwelijks of niet in de kranten. We leefden echt op een eiland ginder. Je kan dat niet vergelijken met nu.' Diezelfde Vandenbergh zal de finale niet spelen. Te veel averij opgelopen in die korte invalbeurt in de laatste groepswedstrijd, een soort halve finale, tegen Italië. Een voetbaloorlog die op 0-0 was geëindigd, een typische uitslag voor beide landen in die tijd.

Decompressie

Zondagavond 22 juni, een halfuurtje voor de grote finale. Hoog bezoek voor de Belgen. Prins Albert en prinses Paola zullen voor het eerst in hun leven een voet in een voetbalkleedkamer zetten. Zij komen de Rode Duivels een hart onder de riem steken. Helaas, geen speler te bespeuren. Ze zijn namelijk allemaal het veld op voor de opwarming. Albert drentelt wat onbeholpen en doelloos rond, stapt daarna met de spelers de kleedkamer binnen, en maakt met elk van hen het obligate praatje. Door de kieren van het prinselijke colloque singulier waait na de wedstrijd door dat een van de Rode Duivels Albert gevraagd heeft of hij iets van voetbal kende. En? ‘Hij heeft ons in elk geval niet gevraagd of we op buitenspel gaan spelen.’

'Het vertrouwen was er, we waren er klaar voor', zegt Jan Ceulemans, 23 op dat ogenblik en stilaan in de fleur van zijn voetballeven. 'Al was er geen discussie mogelijk: de Duitsers waren favoriet. Rummenigge, Hrubesch, Schuster, Briegel, Kaltz: dat waren beren!' En, jawel, daar is het underdoggevoel al. Centrale verdediger Luc Millecamps: 'We zeiden tegen elkaar: "We mogen verliezen, maar met niet te veel." Dat bleek de goede ingesteldheid. Je moet altijd spelen voor wat je waard bent. Het mooie aan voetbal is dat je de mindere kunt zijn en toch kunt winnen.' Ook oude rat Wilfried Van Moer blijft rustig. 'Je hebt altijd stress, maar wij stonden zeker niet te bibberen voor die finale. Niemand had dit verwacht van de Belgskes. Verliezen we, dan zou iedereen gezegd hebben dat we toch een goed resultaat hadden neergezet.'

Walter Meeuws drukt het zelfs nog iets sterker uit. 'Na de 0-0 tegen Italië kwam de decompressie. "Dat pakken ze ons niet meer af!" was wat er in de groep leefde. Zie van waar we kwamen: acht jaar niks bereikt, drie toernooien gerateerd, drie jaar gesukkeld onder Guy Thys en daar stonden we in de finale. Zoiets gebeurt onbewust. Nog voor de finale begon, hadden we een eindstadium bereikt: Italië voor eigen publiek uitschakelen gaf een voldaan gevoel. Het was op.'

Abführen!

De eerste helft worden de Rode Duivels weggedrukt. Na tien minuten is het al 1-0 voor de Duitsers en er zijn een goede Pfaff en wat geluk nodig om die kleine achterstand tot de rust te bewaren. 'Wat een ploeg!' klinkt Meeuws bewonderend. 'Rummenigge was een voorlijn op zich, Briegel was een tank, Schuster strooide achteloos met passen buitenkantje voet.'

‘De eerste helft waren zij oppermachtig,' ziet ook aanvoerder Julien Cools, die traditiegetrouw vele kilometers afmaalt. 'Wij konden alleen maar een paar keer dreigen. Maar misschien hebben de Duitsers zich vergaloppeerd. Ik herinner me nog dat Schuster, een arrogante aap, ons denigrerend bekeek.’

De decompressie maakt in de pauze plaats voor realisme én de terugkeer van de onverzettelijkheid: zo kan het niet verder. Zonder strijd te leveren ten onder gaan, nooit! 'Tijdens de rust zijn we wakker geschoten,' weet Meeuws nog. 'We hadden zó'n mooi parcours afgelegd en nu werden we weggespeeld door de Duitsers, dat konden we niet laten gebeuren. Zo wilden we dat EK niet afsluiten. Die typische samenhorigheid in onze groep borrelde opnieuw op.'

Voor één speler is de start van de tweede helft een signaal om een tandje bij te steken: René Vandereycken. Hij wordt ook een beetje opgenaaid door zijn medespelers, ziet Luc Millecamps. 'René stond daar tegenover Hans-Peter Briegel, een paracommando, die ons de eerste helft van het kastje naar de muur speelde. Tijdens de rust zei er iemand: "Zeg, René, die Duitser speelt een beetje met uw kloten hé." "'t Zal niet lang meer duren," antwoordde René. "Hoeveel champagne hebt g'er voor over?" En wie moest er na tien minuten in de tweede helft af? Juist ja, Briegel. Abführen!'

Minuut 88

'Wij waren baas, zij kropen terug,' vat Julien Cools het wedstrijdverloop na de rust samen. In de zesentwintigste minuut van die bewonderenswaardige tweede helft gebeurt het ondenkbare: België krijgt een strafschop in cadeauverpakking. Scheidsrechter Rainea en zijn lijnrechter zien niet dat de Duitse libero Stielike Swat Van der Elst een metertje buiten het strafschopgebied ten val brengt. Knipoogt Julien Cools: ‘De Swat was zo rap dat de linekesman dat niet goed kon volgen. Och, over die vijf centimeter gaan we nu niet discussiëren.’

René Vandereycken knalt binnen en plots is er hoop en geloof. Uitblinker Jan Ceulemans daarover: 'De eerste helft waren ze veel beter, dat is zo. Maar na die penalty voelden we dat we even sterk waren, zelfs fysiek.' 'We zijn gegroeid in die wedstrijd,' zegt Luc Millecamps. 'Spelen we extra time, dan wil ik het nog weleens zien!'

Maar dan is er die vermaledijde achtentachtigste minuut. De verlengingen zijn nu zeer nabij en als er nog gescoord wordt - zo denken de meeste waarnemers - zal het door een Rode Duivel zijn. Niet, dus. ‘Renquin kopte de bal een beetje ongelukkig in corner en Jean-Marie maakt daarna toch een noodlottig foutje,' roept Julien Cools het pijnlijke moment nog één keer op.

'Hrubesch was mijn rechtstreekse tegenstander, ja,' geeft Luc Millecamps toe. 'Ik heb de beelden van die tweede goal al duizend keer gezien en ik blijf erbij: een fataal misverstand. Jean-Marie komt uit, roept en zet dan een stapje terug. Ik schermde zoals altijd de keeper af, zodat hij kon uitkomen. Maar op dat moment hou je je tegenstrever niet meer in de gaten. Spijtig.'

'Helaas bleek nog maar eens dat je met de Duitsers pas klaar bent als de match voorbij is,' diept Walter Meeuws een huizenhoog voetbalcliché op. 'En ja, Jean-Marie kwam verkeerd uit, maar ik denk dat niemand hem dat kwalijk heeft genomen. Ik stond in de buurt, maar ik wist: als hij roept, is de bal voor hem. Kan gebeuren.'

Lege bar

'Dat we een unieke kans hebben gemist, leefde toen niet,' zegt Walter Meeuws. 'De eerste vijf minuten na affluiten waren we kapot, daarna overheerste het gevoel dat we een fantastisch toernooi gespeeld hadden. Een jaar voordien werden we nog uitgelachen, nu waren we plots nationale helden.' Luc Millecamps gaat snel over tot de orde van de dag. 'Zó ontgoocheld waren we nu ook weer niet. Formidabel toernooi gespeeld, iedereen was tevreden. We kwamen met de nationale ploeg uit een heel diep dal en nu stonden we dáár. Er zijn er niet veel die kunnen vertellen dat ze ooit in een finale van een EK stonden. In België zijn het er precies elf.' Ook Jan Ceulemans is het type dat een verloren EK-finale kan relativeren. 'Achteraf kun je zeggen dat we de kans hebben laten liggen en is er wel wat spijt, maar er valt ons niets te verwijten. We zijn ervoor gegaan.' 'Misschien zijn we te snel content, dat klopt,' geeft Van Moer aan. 'Nederlanders of Engelsen zouden wekenlang teleurgesteld zijn na een nederlaag in de finale, wij niet.'

Julien Cools sluit na het laatste fluitsignaal een hoofdstuk af. ‘Al bij al was het een geslaagd toernooi, maar op één manier blijft het een gemiste kans. Ik heb twee Europabekerfinales verloren en die finale van het EK, drie keer zilver, maar het was toch het begin van een nieuwe generatie en van meer zelfbewustzijn. Voor mij was het mijn allerlaatste interland. Ik had dat vooraf met Guy Thys aan het zwembad afgesproken. Wat ik het meest jammer vind aan mijn carrière, is dat ik nooit op een WK gespeeld heb. Maar ja, we zaten in een dal in de jaren zeventig.’

In een hoekje zitten huilen doen de Duivels alleszins niet. Op naar de bar, ouderdomsdeken Van Moer op kop. 'Van contentement zijn we terug naar het hotel gegaan en daar hebben we alles opgedronken. Er was werkelijk niets meer te krijgen in de bar.'

Het onthaal in België verrast de hele delegatie, Walter Meeuws niet in het minst. 'Er stonden vijfduizend mensen ons op te wachten op Zaventem, dat waren er evenveel als bij de laatste oefenwedstrijd vóór het EK, tegen Roemenië. "Wat is er nu gaande?" vroegen we ons af. Voor het toernooi kwam niemand ons uitwuiven, maar achteraf werden we wel feestelijk onthaald. Vanaf toen begonnen de Rode Duivels iets los te maken bij het volk.'

België-West-Duitsland 1-2

Zondag 22 juni 1980, 20u30 - Stadio Olimpico (Rome) - Scheidsrechter: Rainea (Roemenië).

België: Pfaff, Gerets, L. Millecamps, Meeuws, Renquin, Cools, Van Moer, Vandereycken, Mommens, Van der Elst en Ceulemans.

West-Duitsland: Schumacher, Kaltz, Stielike, K. Förster, Dietz, Briegel (56’ Cullmann), Schuster, H. Müller, Rummenigge, Hrubesch en Allofs.

Doelpunten: 10’ Hrubesch (0-1), 71’ Vandereycken (1-1, pen.) en 88’ Hrubesch (1-2)

De citaten komen uit 'De Grote Duivels. Het volledige verhaal achter het EK 1980' van Geert De Vriese en Frank Van Laeken, uitgeverij Houtekiet, 19,99 euro. Online is dat boek zeker nog terug te vinden. Ook de hoofdstukken over de lamentabele prestaties van de Duivels in de aanloop naar het WK 1978 en het EK 1980 zijn zeer de moeite, al zeg ik het zelf.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post804
« VorigeVolgende »