Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

De vergeten finale

SportGeplaatst door Frank Van Laeken zo, juli 15, 2018 12:44:56

22 juni 1980. Alleen oudere voetballiefhebbers kunnen daar dadelijk plaats (Rome), evenement (EK) tegenstanders (België en West-Duitsland) en uitslag (1-2) aan koppelen. De enige keer dat de Rode Duivels de finale van een groot toernooi haalden, een feit dat helaas weleens onder de mat van de geschiedenis wordt geveegd, zo geobsedeerd zijn we met de Mundial 1986 en de wereldbeker vandaag. Toen was verliezen een eer en helemaal niet erg. Het verhaal van zeroes die onder bondscoach Guy Thys bijna heroes werden. 'Vanaf toen begonnen de Rode Duivels iets los te maken bij het volk.'

GEERT DE VRIESE & FRANK VAN LAEKEN

Zaterdagochtend 21 juni 1980, de dag voor de grote finale. De krantenkoppen spreken voor zich. ‘Heel België achter de Rode Duivels!’, ‘Miljoenen tv-kijkers voor strijd tussen de favoriet en de underdog’, ‘Rode Duivels op één hindernis van de titel’… Het contrast met de donkere Duivelsjaren, die dan nog maar pas achter de rug liggen, is groot. ‘Kunnen de Duitsers ons kloppen?’ vraagt François Colin zich af in De Standaard. Het hele land is in elk geval weer helemaal gewonnen voor de Rode Duivels, stipt hij aan. En niet alleen dat… ‘Zondagavond, lang vóór half negen, zal Vlaanderen aan de kijkbuis hangen om de finalebewegingen van de Rode Duivels te volgen. Tegen de West-Duitsers wordt het theoretisch alweer een ongelijke strijd, maar de Belgische spelers zijn zo gretig om de titel Europees Kampioen op hun naamkaartjes te zetten, dat alles mogelijk is.’

Hofleverancier van de Mannschaft is in 1980 het tot Europese grootheid uitgegroeide Hamburger SV, met Manfred Kaltz, Caspar Memering, Felix Magath en een 29-jarige laatbloeier die met slechts twee interlands op de teller aan het EK is begonnen: Horst Hrubesch. ‘Das Ungeheuer’, noemen ze hem in zijn vaderland. Het Monster, onder meer omdat de centrumspits niet echt de looks van een aartsengel heeft. Goed voetballen kan Hrubesch eigenlijk ook niet, maar gooi een betonblok op en hij kopt het weg. Desnoods net vóór een aanstormende trein.

1980 is in niets te vergelijken met 2018. De gewone burger heeft nog geen computer op zijn bureau staan. Gsm's zijn een verre toekomstdroom. Internet? Connais pas! Sociale media bestaan nog lang niet. Nieuwssites evenmin. Voor nieuws over de Rode Duivels moeten we het stellen met de radio en zijn schaarse sportbulletins, de televisie en zijn weinige bijdragen van ter plekke, en de kranten met hun nieuws van gisteren, weggemoffeld in het tweede katern, omdat sport dan nog de belangrijkste bijzaak is en het échte nieuws voorrang krijgt. Dus vernemen onze helden met veel vertraging dat hun prestaties door hun landgenoten bejubeld worden. 'Dat er veel enthousiasme was op het thuisfront kwamen we pas te weten toen we al terug thuis waren,' getuigt Erwin Vandenbergh. 'Je las dat nauwelijks of niet in de kranten. We leefden echt op een eiland ginder. Je kan dat niet vergelijken met nu.' Diezelfde Vandenbergh zal de finale niet spelen. Te veel averij opgelopen in die korte invalbeurt in de laatste groepswedstrijd, een soort halve finale, tegen Italië. Een voetbaloorlog die op 0-0 was geëindigd, een typische uitslag voor beide landen in die tijd.

Decompressie

Zondagavond 22 juni, een halfuurtje voor de grote finale. Hoog bezoek voor de Belgen. Prins Albert en prinses Paola zullen voor het eerst in hun leven een voet in een voetbalkleedkamer zetten. Zij komen de Rode Duivels een hart onder de riem steken. Helaas, geen speler te bespeuren. Ze zijn namelijk allemaal het veld op voor de opwarming. Albert drentelt wat onbeholpen en doelloos rond, stapt daarna met de spelers de kleedkamer binnen, en maakt met elk van hen het obligate praatje. Door de kieren van het prinselijke colloque singulier waait na de wedstrijd door dat een van de Rode Duivels Albert gevraagd heeft of hij iets van voetbal kende. En? ‘Hij heeft ons in elk geval niet gevraagd of we op buitenspel gaan spelen.’

'Het vertrouwen was er, we waren er klaar voor', zegt Jan Ceulemans, 23 op dat ogenblik en stilaan in de fleur van zijn voetballeven. 'Al was er geen discussie mogelijk: de Duitsers waren favoriet. Rummenigge, Hrubesch, Schuster, Briegel, Kaltz: dat waren beren!' En, jawel, daar is het underdoggevoel al. Centrale verdediger Luc Millecamps: 'We zeiden tegen elkaar: "We mogen verliezen, maar met niet te veel." Dat bleek de goede ingesteldheid. Je moet altijd spelen voor wat je waard bent. Het mooie aan voetbal is dat je de mindere kunt zijn en toch kunt winnen.' Ook oude rat Wilfried Van Moer blijft rustig. 'Je hebt altijd stress, maar wij stonden zeker niet te bibberen voor die finale. Niemand had dit verwacht van de Belgskes. Verliezen we, dan zou iedereen gezegd hebben dat we toch een goed resultaat hadden neergezet.'

Walter Meeuws drukt het zelfs nog iets sterker uit. 'Na de 0-0 tegen Italië kwam de decompressie. "Dat pakken ze ons niet meer af!" was wat er in de groep leefde. Zie van waar we kwamen: acht jaar niks bereikt, drie toernooien gerateerd, drie jaar gesukkeld onder Guy Thys en daar stonden we in de finale. Zoiets gebeurt onbewust. Nog voor de finale begon, hadden we een eindstadium bereikt: Italië voor eigen publiek uitschakelen gaf een voldaan gevoel. Het was op.'

Abführen!

De eerste helft worden de Rode Duivels weggedrukt. Na tien minuten is het al 1-0 voor de Duitsers en er zijn een goede Pfaff en wat geluk nodig om die kleine achterstand tot de rust te bewaren. 'Wat een ploeg!' klinkt Meeuws bewonderend. 'Rummenigge was een voorlijn op zich, Briegel was een tank, Schuster strooide achteloos met passen buitenkantje voet.'

‘De eerste helft waren zij oppermachtig,' ziet ook aanvoerder Julien Cools, die traditiegetrouw vele kilometers afmaalt. 'Wij konden alleen maar een paar keer dreigen. Maar misschien hebben de Duitsers zich vergaloppeerd. Ik herinner me nog dat Schuster, een arrogante aap, ons denigrerend bekeek.’

De decompressie maakt in de pauze plaats voor realisme én de terugkeer van de onverzettelijkheid: zo kan het niet verder. Zonder strijd te leveren ten onder gaan, nooit! 'Tijdens de rust zijn we wakker geschoten,' weet Meeuws nog. 'We hadden zó'n mooi parcours afgelegd en nu werden we weggespeeld door de Duitsers, dat konden we niet laten gebeuren. Zo wilden we dat EK niet afsluiten. Die typische samenhorigheid in onze groep borrelde opnieuw op.'

Voor één speler is de start van de tweede helft een signaal om een tandje bij te steken: René Vandereycken. Hij wordt ook een beetje opgenaaid door zijn medespelers, ziet Luc Millecamps. 'René stond daar tegenover Hans-Peter Briegel, een paracommando, die ons de eerste helft van het kastje naar de muur speelde. Tijdens de rust zei er iemand: "Zeg, René, die Duitser speelt een beetje met uw kloten hé." "'t Zal niet lang meer duren," antwoordde René. "Hoeveel champagne hebt g'er voor over?" En wie moest er na tien minuten in de tweede helft af? Juist ja, Briegel. Abführen!'

Minuut 88

'Wij waren baas, zij kropen terug,' vat Julien Cools het wedstrijdverloop na de rust samen. In de zesentwintigste minuut van die bewonderenswaardige tweede helft gebeurt het ondenkbare: België krijgt een strafschop in cadeauverpakking. Scheidsrechter Rainea en zijn lijnrechter zien niet dat de Duitse libero Stielike Swat Van der Elst een metertje buiten het strafschopgebied ten val brengt. Knipoogt Julien Cools: ‘De Swat was zo rap dat de linekesman dat niet goed kon volgen. Och, over die vijf centimeter gaan we nu niet discussiëren.’

René Vandereycken knalt binnen en plots is er hoop en geloof. Uitblinker Jan Ceulemans daarover: 'De eerste helft waren ze veel beter, dat is zo. Maar na die penalty voelden we dat we even sterk waren, zelfs fysiek.' 'We zijn gegroeid in die wedstrijd,' zegt Luc Millecamps. 'Spelen we extra time, dan wil ik het nog weleens zien!'

Maar dan is er die vermaledijde achtentachtigste minuut. De verlengingen zijn nu zeer nabij en als er nog gescoord wordt - zo denken de meeste waarnemers - zal het door een Rode Duivel zijn. Niet, dus. ‘Renquin kopte de bal een beetje ongelukkig in corner en Jean-Marie maakt daarna toch een noodlottig foutje,' roept Julien Cools het pijnlijke moment nog één keer op.

'Hrubesch was mijn rechtstreekse tegenstander, ja,' geeft Luc Millecamps toe. 'Ik heb de beelden van die tweede goal al duizend keer gezien en ik blijf erbij: een fataal misverstand. Jean-Marie komt uit, roept en zet dan een stapje terug. Ik schermde zoals altijd de keeper af, zodat hij kon uitkomen. Maar op dat moment hou je je tegenstrever niet meer in de gaten. Spijtig.'

'Helaas bleek nog maar eens dat je met de Duitsers pas klaar bent als de match voorbij is,' diept Walter Meeuws een huizenhoog voetbalcliché op. 'En ja, Jean-Marie kwam verkeerd uit, maar ik denk dat niemand hem dat kwalijk heeft genomen. Ik stond in de buurt, maar ik wist: als hij roept, is de bal voor hem. Kan gebeuren.'

Lege bar

'Dat we een unieke kans hebben gemist, leefde toen niet,' zegt Walter Meeuws. 'De eerste vijf minuten na affluiten waren we kapot, daarna overheerste het gevoel dat we een fantastisch toernooi gespeeld hadden. Een jaar voordien werden we nog uitgelachen, nu waren we plots nationale helden.' Luc Millecamps gaat snel over tot de orde van de dag. 'Zó ontgoocheld waren we nu ook weer niet. Formidabel toernooi gespeeld, iedereen was tevreden. We kwamen met de nationale ploeg uit een heel diep dal en nu stonden we dáár. Er zijn er niet veel die kunnen vertellen dat ze ooit in een finale van een EK stonden. In België zijn het er precies elf.' Ook Jan Ceulemans is het type dat een verloren EK-finale kan relativeren. 'Achteraf kun je zeggen dat we de kans hebben laten liggen en is er wel wat spijt, maar er valt ons niets te verwijten. We zijn ervoor gegaan.' 'Misschien zijn we te snel content, dat klopt,' geeft Van Moer aan. 'Nederlanders of Engelsen zouden wekenlang teleurgesteld zijn na een nederlaag in de finale, wij niet.'

Julien Cools sluit na het laatste fluitsignaal een hoofdstuk af. ‘Al bij al was het een geslaagd toernooi, maar op één manier blijft het een gemiste kans. Ik heb twee Europabekerfinales verloren en die finale van het EK, drie keer zilver, maar het was toch het begin van een nieuwe generatie en van meer zelfbewustzijn. Voor mij was het mijn allerlaatste interland. Ik had dat vooraf met Guy Thys aan het zwembad afgesproken. Wat ik het meest jammer vind aan mijn carrière, is dat ik nooit op een WK gespeeld heb. Maar ja, we zaten in een dal in de jaren zeventig.’

In een hoekje zitten huilen doen de Duivels alleszins niet. Op naar de bar, ouderdomsdeken Van Moer op kop. 'Van contentement zijn we terug naar het hotel gegaan en daar hebben we alles opgedronken. Er was werkelijk niets meer te krijgen in de bar.'

Het onthaal in België verrast de hele delegatie, Walter Meeuws niet in het minst. 'Er stonden vijfduizend mensen ons op te wachten op Zaventem, dat waren er evenveel als bij de laatste oefenwedstrijd vóór het EK, tegen Roemenië. "Wat is er nu gaande?" vroegen we ons af. Voor het toernooi kwam niemand ons uitwuiven, maar achteraf werden we wel feestelijk onthaald. Vanaf toen begonnen de Rode Duivels iets los te maken bij het volk.'

België-West-Duitsland 1-2

Zondag 22 juni 1980, 20u30 - Stadio Olimpico (Rome) - Scheidsrechter: Rainea (Roemenië).

België: Pfaff, Gerets, L. Millecamps, Meeuws, Renquin, Cools, Van Moer, Vandereycken, Mommens, Van der Elst en Ceulemans.

West-Duitsland: Schumacher, Kaltz, Stielike, K. Förster, Dietz, Briegel (56’ Cullmann), Schuster, H. Müller, Rummenigge, Hrubesch en Allofs.

Doelpunten: 10’ Hrubesch (0-1), 71’ Vandereycken (1-1, pen.) en 88’ Hrubesch (1-2)

De citaten komen uit 'De Grote Duivels. Het volledige verhaal achter het EK 1980' van Geert De Vriese en Frank Van Laeken, uitgeverij Houtekiet, 19,99 euro. Online is dat boek zeker nog terug te vinden. Ook de hoofdstukken over de lamentabele prestaties van de Duivels in de aanloop naar het WK 1978 en het EK 1980 zijn zeer de moeite, al zeg ik het zelf.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post804

Dromen zijn bedrog (bis)

SportGeplaatst door Frank Van Laeken za, juli 14, 2018 13:21:30

Mogen we nu blij zijn, of toch net niet?

Na de verloren halve finale was mijn eerste oprisping: goed gedaan, jongens. Trots. Dank voor een fantastisch WK. Het volk doen dromen. (Een beetje zoals in: wij zijn eeuwige underdogs, als we maar ons best doen, zijn we al content.) Maar na een nachtje woelen wist ik: er zat meer in. Zoveel meer. En die kans komt nooit meer terug, want deze zogeheten Gouden Generatie valt binnenkort uit elkaar. Het hart van de verdediging haalt Qatar (2022) niet, tenzij misschien de tegen dan 33-jarige Toby Alderweireld. Niet de broze Kompany (36), de nu al wat stroever draaiende Vertonghen (35), de op een zijspoor belande Vermaelen (36), supersub Marouane Fellaini (34), dribbelkont Dries Mertens (35), wellicht ook niet Axel Witsel (33). Zijn Kevin De Bruyne en Eden Hazard op hun 31ste nog wereldtop?

Een kwarteeuw geleden werd er geklaagd dat er in België geen aanvallers werden opgeleid. Vandaag brengen onze jeugdacademies nog nauwelijks verdedigers voort: iedereen wil Kevin of Eden zijn, eventueel nog Driesje of Romelu, maar niet Toby of Jan, twee jongens die dan nog - samen met Thomas - opgeleid werden in Nederland. Aandachtspunt voor jeugdtrainers. Verdedigers zijn ook nodig. En nu ik toch bezig ben: vleugelbacks, denk daar eens aan!

Ik ben tevreden en ik ben niet tevreden. De Rode Duivels hebben positief, attractief voetbal gespeeld, waarbij er (meestal) werd uitgegaan van eigen kracht. Dat is een verademing in tijden van lafheid, waarin er meer Mourinho's dan Guardiola's rondlopen in het opportunistische voetbalwereldje. Het resultaat telt. Dat is op zich niet nieuw - Internazionale behaalde zijn grootste Europese successen in de jaren 60 met 'catenaccio', vrij vertaald: degoutant verdedigen en op die ene tegenaanval proberen te scoren -, maar de romanticus in mij heeft nog de Brazilianen van 1970 zien toveren, het Nederlandse totaalvoetbal zien floreren (en net niet triomferen) en het Barcelona van Cruijff (voetballer én trainer) zien wervelen. De essentie van voetbal is: er eentje meer scoren dan de tegenstander. Helaas kun je dat ook negatief vertalen, zoals de Fransen al een heel toernooi demonstreren, op die tweede helft tegen Argentinië na, toen ze een onverwachte achterstand moesten goedmaken. Frankrijk kan voetballen, maar mag niet. Bondscoach Deschamps is altijd al een cijferaar geweest. Risicoloze voetballer, risicoloze trainer. Didier is die ene collega op je werk die altijd keurig op tijd is, nooit een ongepaste opmerking maakt, één keer per jaar één pintje mee gaat drinken met de groep (en dan stiekem verdwijnt om te vermijden dat ie zelf moet trakteren, bovendien heeft zijn vrouw zalm klaargemaakt, het is vrijdag) en die altijd, onveranderlijk, franjeloos maar correct werk aflevert. Een saaie piet, steeds gekleed in grijstinten, opvallend onopvallend, goed om in je team te hebben als je resultaten wilt behalen, maar het liefst snijd je hem - rechts bovenaan, armen op de rug, zuinig lachje - van de groepsfoto.

Geef mij maar een Roberto.

***

Een tweet in tempore non suspecto, de dag dat Roberto Martínez out of the blue tot bondscoach werd gebombardeerd. '3 augustus 2016, 22u40. Dagboeknotitie: Roberto Martínez is een goede keuze. Technisch, aanvallend voetbal. Wordt een mooi WK. #RodeDuivels'.

Vóór u mij lastigvalt om uw lottoformulier in te vullen: mijn voorspellende gaven zijn beperkt, zéér beperkt. Maar ik volgde Martínez al vanop een respectabele afstand toen hij Swansea, Wigan Athletic en Everton coachte. In Engeland werd er wat meewarig om hem gedaan: te naïef, te voluntaristisch, te wollig in zijn nietszeggende analyses. Wat ik zag: aanvallen om te winnen. Dat deed hij ook bij de Rode Duivels, maar dan was de kritiek weer: kunnen we het ook tegen grote voetbalnaties? Het antwoord is nu duidelijk: ja. Tegen Brazilië gaf de 'naïeve' Martínez een masterclass in tactiek. Lukaku op rechts om Marcelo tot verdedigen te dwingen, De Bruyne centraal waardoor de centrumverdedigers Thiago Silva en Miranda niet wisten waar te lopen, Hazard links-rechts-overal, zwervend, tegenstanders passerend alsof het plastic mannetjes op training waren. Tien geslaagde dribbels op tien pogingen, dat was geleden van het WK van 1966. Hazardinho. Daar en dan heeft Martínez overtuigd. Tegen Japan was het voorspelbaarder, dat klopt. Ook Wilmots gooide Fellaini erin als het combinerend niet lukte. Tegen Frankrijk was de tactische ingreep zelfs een flop, omdat Mousa Dembélé - schitterende clubvoetballer die nooit kon overtuigen als international - alweer een schim was van zichzelf. Frankrijk-België deed heel sterk denken aan Argentinië-België van vier jaar geleden. Doelpunt tegen en dan geen oplossingen vinden tegen een tegenstander die constant negen man achter de bal hield.

Waarom konden de Kroaten 's anderendaags wel wat de Rode Duivels niet konden? Het zal een onbeantwoorde vraag blijven, zoals zoveel vragen in het voetbal na het vraagteken alleen maar witte ruimte bieden.

Maar toch: Roberto Martínez mag blijven. Niet alleen omdat hij zijn contract verlengd heeft, maar omdat hij ons voetbal iets bijbrengt. En in tegenstelling tot zijn narcistische voorganger denkt hij aan het elftal, niet aan zichzelf. Vergeleken met Martínez is Marc Wilmots een onbenul. Marc is de collega die niet slim genoeg is om te excelleren, maar die steelt met de ogen, jouw ideeën presenteert als de zijne en op vergaderingen altijd het hoogste woord voert, zodat hij hyperactief lijkt en de teamspirit bevordert. Op de groepsfoto staat Marc centraal - armen gekruist, borst vooruit, kin omhoog - en zie je hem denken: die anderen dienen alleen maar om het beeld te vullen, het draait hier om moi.

***

Uitgekookt. Dat adjectief vind ik in alle nabeschouwingen terug. Zelf schreef ik: 'doortrapt'. Dat vind ik nog steeds een betere omschrijving. Doortrapt is negatiever dan uitgekookt. Niet dat we moeten klagen, want onze zuiderburen hadden meer doelpogingen - ook binnen het kader - dan wij, zelfs bijna het dubbele. We hadden zelf maar beter moeten zijn, zeer juist. En toch... In de laatste zesentwintig minuten - toegevoegde tijd meegerekend - werd er nauwelijks vijf minuten echt gevoetbald. De rest was oponthoud: geveinsde blessures, aarzelen bij een inworp, treuzelen bij een hoekschop, tijd winnen bij een vrije trap, de bal zes keer goed leggen bij een uittrap, kleine overtredingen maken om het spel af te remmen. Uitgekookt? Doortrapt! En vooral: ergerlijk.

Voetbal is een sport waarin negativisten intelligent worden genoemd, omdat hun aanpak rendeert. De voetbalregels stimuleren valsspelen. Als de klok zou worden stilgezet wanneer de bal niet meer in het spel is, zou voetbal een veel eerlijkere sport zijn, zoals basketbal. Dan speel je desnoods drie uur, tot de buzzer gaat. Zo lang er in het voetbal geen rekening wordt gehouden met de werkelijk gespeelde tijd, zullen de tijdrekkers hun gelijk halen. Ik wil niet de calimero uithangen (en misschien had het ook niets uitgemaakt in die halve finale, omdat we niet sterk genoeg waren om die achterstand op te halen), maar: dat is niet eerlijk.

***

En dan is er nog die overbodige wedstrijd van deze namiddag. Omdat het tegen Engeland is, krijgt de wedstrijd een extra pigment. We zijn het nog niet vergeten dat de Engelsen ons uitlachten na die overwinning in de non-match in de groepsfase (ze dachten dat ze in de betere tabelhelft waren terecht gekomen en lagen er vervolgens bijna uit tegen Colombia). Beter doen dan de Duivels van 1986 is een ander element dat Martínez in zijn peptalk zal gebruiken.

Voor de rest pleit ik voor het afschaffen van deze 'troosting', zoals dat bij ons wordt genoemd. Er valt niemand te troosten, na een verloren halve finale ben je ontroostbaar, wil je liefst zo snel mogelijk naar huis. Geef die twee teams brons, als je dan toch met medailles wil goochelen. Op de Olympische Spelen staan de winnaars van goud, zilver en brons nog netjes naast elkaar op een podium, op het WK is dat niet het geval. Als morgen Fransen en Kroaten het veld betreden, hebben de Rode Duivels al een fotosessie op het koninklijk paleis en een balkonscène op de Brusselse Grote Markt achter de rug. Mogelijk smijten ze hun bronzen medaille in het publiek, wegens: niet geïnteresseerd om dat onding op de schouw te leggen. Wij weten nog precies dat we tweeëndertig jaar geleden vierde zijn geëindigd en Frankrijk derde, maar wie kan de teams die derde zijn geëindigd sinds dat Belgisch gloriemoment opsommen?

Overbodige match (maar wel winnen, graag).

***

Ach, 1986. Tijden! Velen vergeten dat de Rode Duivels de eerste ronde abominabel slecht waren. Verloren tegen de Mexicanen, nipt gewonnen tegen godbetert de Irakezen en gelijkgespeeld tegen de Paraguayanen, als een van de betere derdes toch mogen overleven, en dan gestunt tegen de Sovjet-Unie en Spanje, omdat de Russen overmoedig waren en de Spanjaarden een zwakke lichting hadden. Geen sponsors die je hun wervende boodschappen door de strot probeerden te rammen, geen reclame voor gokkantoren, geen grote schermen op pleinen, geen vlaggen die uit ramen hingen te wapperen, geen spiegelhoesjes, geen massahysterie. Wedstrijden volgen op kleine tv-schermen, volume op 20 om Rik De Saedeleer boven het gejoel van de huiskamer te laten uitkomen. "Ik hoop dat ze die mannen niet naar Siberië sturen!" De eerste toeterende auto werd pas na die wedstrijd tegen de Sovjet-Unie gesignaleerd. Ging meteen de bon op wegens nachtlawaai: het was halftwee voorbij. Na de zege met strafschoppen tegen Spanje opnieuw, maar dan iets massaler en de flikken toeterden vrolijk mee. In de stadions een handvol verkeerd gelopen Belgische toeristen die inderhaast een vlag hadden gekocht in een souvenirwinkel.

Maar wel: een volle Grote Markt achteraf, heldenontvangst. We waren dat niet gewoon en we hadden dat ook niet verwacht, zeker niet na het gestuntel bij het begin van het toernooi. De Rode Duivels deden het volk even dromen. Toen en nu. Maar zoals de grote filosoof Marco B. al wist: dromen zijn bedrog. Helaas.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post803

Onze Seleçao

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, juli 05, 2018 15:56:52

Om de twee jaar kun je er begin juli je klok op gelijk zetten en ook nu is het weer zover: de Rode Duivels hebben hun achtste finale op een groot toernooi gewonnen en - naast de oprechte blijdschap van zowat iedereen die iets met voetbal heeft - valt het gezeur aan beide kanten van het spectrum op. Van 'Hoera, nu kan niemand ons nog fstoppen' tot 'Het was maar tegen...'. Ik behoor beroepshalve eerder tot de laatste categorie, die zegt dat net als de naïeve Amerikanen en de slappe Hongaren de overmoedige Japanners geen goede waardemeter zijn. Wel van de mentale en tactische weerbaarheid van de nationale elf, niet van wat ze nu werkelijk vermogen op zo'n groot toernooi. Eruit liggen na een kwartfinale tegen Brazilië is een realistische mogelijkheid, en dan weten we dat deze Gouden Generatie nooit wereldkampioen zal worden. Zich kwalificeren betekent: het kan. Het is in elk geval nu of nooit, want over vier jaar is zowat de helft van dit elftal met voetbalpensioen of uitbollend.

***

De successupporters denken dat we nu iedereen aankunnen. (Ze hebben gelijk, maar om de verkeerde redenen: we kunnen technisch alle potentiële tegenstanders aan, maar niet omdat we een half mirakel hebben verwezenlijkt tegen Japan, het nummer 61 op de wereldranglijst.) De zeurpieten waarschuwen voor tactische tekortkomingen. (Ze hebben gelijk, maar ze vergeten dat tactiek samenhangt met beschikbare spelers en ingeoefende patronen: de tactiek helemaal overboord gooien zal eerder voor onrust dan voor zekerheid zorgen.)

Een bekend voetbalcommentator en -presentator tweette dadelijk na de wedstrijd "Bon @BelRedDevils Genoeg naïef verdedigd. Opstelling tegen Brazilië. Courtois; Meunier, Alderweireld, Kompany, Vermaelen, Vertonghen; Witsel, De Bruyne, Fellaini; Hazard, Lukaku. Anders krijgen we er 7 binnen. ZEVEN." Ik word daar eerlijk gezegd een beetje nerveus en bijna moedeloos van, van die typisch Belgische underdoghouding. Want, bekijk even die 5-3-2, met - doelman inbegrepen - acht spelers die een verdedigende opdracht zouden meekrijgen. Dat is hetzelfde als zeggen: Brazilië, kom maar af, om dan na negentig minuten vast te stellen dat we het weer net niet gehaald hebben. 1-0, een floddergoal. Ach ja, ze hebben toch hun best gedaan... Dat komt erop neer dat we teruggrijpen naar de tactiek van wijlen Raymond Goethals: met z'n allen voor de eigen pot gaan liggen en hopen dat we er op de counter eentje kunnen binnen tikken. En stoemelings. Dat is zo hemeltergend laf, dat ik vrijdagavond niet eens zou willen kijken.

Als de voorbije wedstrijden iets hebben aangetoond, is het wel dat de 3-4-3 van Roberto Martínez ons veel doelkansen bezorgt (de meeste van alle landen op het WK!), veel doelpunten oplevert (de meeste van alle landen op het WK!), veel verschillende doelpuntenmakers laat optekenen (de meeste van enzovoort!). Willen we dat surplus opofferen uit schrik voor Brazilië?

Als de voorbije wedstrijden nóg iets hebben aangetoond, is dat de 3-4-3 defensief voor problemen zorgt als de vleugelspelers van de tegenstander heel hoog spelen, zoals de Japanners een uur lang demonstreerden, en zoals zelfs Panamezen en Tunesiërs bij momenten blootlegden. Thomas Meunier blijft een tot rechtsback omgeturnde aanvaller, geen verdediger van nature. En Yannick Carrasco is een offensief ingestelde vleugelaanvaller, die af en toe vergeet dat hij ook nog die andere opdracht heeft meegekregen: verdedigen. Tegen Neymar en Willian is dat dodelijk. Dat klopt.

Bijsturen is dus noodzakelijk, verdedigende stabiliteit inbouwen een must, maar we moeten nog wel uitgaan van onze eigen kracht. Nu kiezen voor acht verdedigend ingestelde spelers is hetzelfde als tegen De Bruyne, Hazard en Lukaku zeggen dat ze maar hun plan moeten trekken. De heren zijn nu eventjes (Lukaku) of al een tijdje (De Bruyne, Hazard) verlost van José Mourinho, laten we dat koesteren. Het druist in tegen dit nieuwe België, dat dichter bij het totaalvoetbal van Oranje staat dan bij het aloude betonvoetbal van de vroegere, veel minder getalenteerde generaties van de Rode Duivels.

***

Wees maar zeker dat die hautaine, vaak irritante Brazilianen respect hebben voor deze Belgen. Zij hebben ook eindeloos beelden van de dribbels van Hazard, de passing van De Bruyne, de looplijnen van Lukaku en de offensieve impulsen van onze vleugelspelers bestudeerd, en ze zullen heus niet het veld opstappen met de gedachte: sukkels, we maken er vandaag 7. ZEVEN. Neymar en Willian zullen ook van hun bondscoach opdrachten meekrijgen: laat die vleugelspelers niet lopen. En hun eigen vleugelbacks zullen ook niet zomaar vrijuit mee ten aanval kunnen trekken, als je weet dat er een Eden Hazard op de loer ligt.

Maar dat schijnen de beroepspessimisten te vergeten: die zien alleen de eigen tekortkomingen en ze overdrijven dan graag wat zo'n Neymar - buiten matennaaien en flink doorrollen - allemaal kan. Uitstekende voetballer, daar niet van, maar geen superman. De beroepsoptimisten/successupporters zien het compleet omgekeerd.

***

Dus, meneer Martínez, beste Roberto, vergeet de mening van de zogeheten kenners, maar pas toch je tactiek een beetje aan. Vervang de tegenvallende Carrasco door Nacer Chadli - meer kracht, meer stabiliteit, minder zinloze frivoliteiten - en de tegen Japan onzichtbare Mertens door een centrale middenvelder die de bal kan bijhouden: Dembélé. Speel met echte flankverdedigers, Meunier en Vertonghen (die kan dat, heeft zelfs een prima voorzet in huis). Laat hen bij balbezit elke keer over Neymar en Willian heen gaan, zo kunnen die mannen ook hun kilometers maken. Of niet, en dan hebben we ruimte zat op de flank. Zet Chadli en Hazard rechts en links tegen de lijn en laat hen Fagner en Marcelo of Filipe Luís aan de praat houden, ook via regelmatige positiewissels. Zeker die Marcelo heeft dat niet graag. Geef De Bruyne een vrijere rol voor twee controlerende middenvelders, die ervoor zorgen dat je bij balverlies altijd een centrale as van vier spelers overhoudt: Alderweireld, Kompany, Witsel, Dembélé. Die houden het centrum én de flanken in de gaten. En houd Fellaini achter de hand voor noodgevallen. Dan ziet onze Seleçao er als volgt uit:

Courtois; Meunier, Alderweireld, Kompany, Vertonghen; Witsel, Dembélé; De Bruyne; Chadli, Hazard; Lukaku.

Met een beetje geluk maken we er 7. ZEVEN.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post801

Middelvinger

SportGeplaatst door Frank Van Laeken ma, juli 02, 2018 11:41:06

De vorige wereldkampioen. Naar huis.

De vorige twee wereldkampioenen. Naar huis.

De vorige drie wereldkampioenen. Naar huis (Duitsland, Spanje) of niet mogen deelnemen (Italië).

De voetballers die het jongste decennium hebben gedomineerd en de Gouden Ballen onder hun tweetjes verdeelden. Naar huis.

De twee landen die het wereldvoetbal al een decennium domineren. Naar huis.

De winnaars van de recentste continentale kampioenschappen. Naar huis (Portugal, Australië) of niet mogen deelnemen (Chili, Kameroen, Verenigde Staten).

Zeven spelers uit de Top 10 volgens het panel van het spelletje soccermanager.com. Naar huis. (Alleen Luis Suárez en Luka Modric zijn er nog bij na de achtste finales, Neymar kan dat deze namiddag eveneens verwezenlijken.)

Vijf Afrikaanse deelnemers. Naar huis. (Voor het eerst sinds 1982 is er geen enkel Afrikaans land dat de tweede ronde heeft bereikt, vanaf 1986 lukte dat elke keer.)

De Russische fans na de strafschoppenreeks tegen Spanje. En we gaan nog niet naar huis, bijlange niet, bijlange niet.

***

Messi die in de nek van doelpuntenmaker Rojo springt, het had het beeld van het WK kunnen opleveren, maar we zijn het al vergeten. Wat bijblijft uit die wedstrijd tussen Argentinië en Nigeria: de dubbele middelvinger van Diego Maradona, vier jaar lang (1986-1990) de beste speler van de wereld, sindsdien een zielenpoot, maar wel tegen betaling prominent aanwezig in de eretribune. Won zogezegd op z'n eentje de wereldbeker van 1986, Hand van God inbegrepen. Toen al aan de coke, maar er nog niet onder bedolven. Begenadigd voetballer, zeer zeker, maar hij had veel te danken aan het stille labeur van de rest van het elftal. Iedereen is de centrale verdedigers Brown, Cuciuffo en Ruggeri vergeten. Onder meer dankzij hen, de centrale buffer Sergio Batista en de vleugelbacks Giusti en Olarticoechea, kon Maradona zich uitleven op dat WK. Onder meer door de schuld van de middelmatige stampers Mercado, Otamendi, Rojo, Tagliafico en de hoogbejaarde Mascherano kon Messi dat niet. Een team is meer dan een individu, al kan een individu wel het verschil maken. Maradona was niet alleen in 1986, Messi (helaas) ook niet.

Ik wil deze Maradona liever niet meer zien op mijn grootbeeld. Zeer slecht voorbeeld voor de jeugd, een mooie herinnering die wordt weggeveegd voor wie die Mundial in Mexico intens heeft gevolgd, stervoetballer die karikatuur is geworden. Niet mooi. I won't cry for you Argentina. The truth is, I never loved you (deze wereldbeker).

***

De Video Assistant Referee is een zegen voor het voetbal. Veel minder foute beslissingen, en ook: veel minder overtredingen die passeren. De statistieken bewijzen het. En toch: als én Gerard Piqué én Sergio Ramos gelijktijdig tegen de grond worden gesmakt, de scheidsrechter daar geen graten inziet en de VAR het ook niet heeft gezien, kun je je vragen stellen. Rusland in de rol van Zuid-Korea in 2002, dankzij flaters van de scheidsrechters naar de halve finales? Het zou zomaar kunnen, het zou zomaar niet mogen. De Russen speelden tegen Spanje catenaccio van de zuiverste (versta: ergste) soort. Daartegenover een variant van tikitaka die erop gericht was om de bal nóóit in het strafschopgebied te krijgen. Spanje terecht uitgeschakeld, Rusland onterecht door. Zo is voetbal, veel te vaak. Zaterdag dacht je: wow, eindelijk, wedstrijden met rechtstreekse uitschakeling, beide teams gaan er vol voor. Zondag was dat weer afgezwakt tot: bwah...

***

Ik dank de Rode Duivels dat ze vanavond tegen Japan spelen, dan kan ik morgenavond voluit van Elvis Costello genieten. Accidents will happen, maar het zou zeer jammer geweest zijn te moeten kiezen (for the record: ik zou voor Costello gekozen hebben, want: I Want You en zo). In het Openluchttheater Rivierenhof in Deurne hebben ze daar voor vanavond het volgende op gevonden: eerst België-Japan op groot scherm, daarna Costello. Op het eerste gezicht: goed bekeken van de organisatoren, maar wat doe je met de concertgangers die niet of nauwelijks in voetbal geïnteresseerd zijn? En hoe zit dat met burengerucht na halfelf in de weinig tolerante stad A? Kan Costello zo wel een volwaardig concert spelen? Mocht België toch dinsdag hebben moeten spelen, had ik toch graag Costello zoals gepland om kwart voor negen zien beginnen, om al vroeg in de set (ja, ik heb gespiekt in zijn recente setlists) het ultieme voetballied (I Don't Want To Go To) Chelsea mee te brullen.

Pump it up, Rode Duivels!

***

De immer spitante Gary Lineker tweette gisteren na de uitschakeling van Spanje dat Adnan Januzaj de grote favoriet is voor BBC Sports Personality of the Year. Een steekje, want uiteraard kan alleen een Brit(se) die jaarlijkse trofee winnen. Wat de presentator bedoelde: goed dat Januzaj gescoord had tegen Engeland, zodat de Engelsen, als tweede in de groep, in een op papier zwakkere tabelhelft zijn terechtgekomen. En er dan morgen gewoon uit liggen tegen Colombia? Als dit WK al één ding geleerd heeft, is het dat iedere wedstrijd op zich staat, en dat geldt zeker vanaf de achtste finales. Zouden de Spanjaarden vandaag blij zijn omdat ze in de zwakkere tabelhelft waren beland?

Al dat gespeculeer over spelen om te winnen, of liever niet, vóór Engeland-België, vond ik ergerlijk. Dat een bondsvoorzitter, een coach of spelers nadenken over de gevolgen van een resultaat, kan ik nog enigszins begrijpen, al is moedwillig niet willen winnen een aanfluiting van de essentie van het spelletje voetbal. Dat voetbaljournalisten dat cynische spelletje meespeelden en het idee om bewust niet te winnen niet alleen verdedigden maar zelfs aanmoedigden, is een regelrechte schande. Het druist in tegen een fundamenteel maar helaas vaak vergeten onderdeel van hun job: bekommerd zijn om ethiek en fair play, die twee voor de sport essentiële begrippen die ze met hand, tand en klavier zouden moeten verdedigen. Dit openlijke pleidooi tot een vorm van matchfixing is alsof economiejournalisten het ontduiken van belastingen of het witwassen van zwart geld zouden aanmoedigen, of politieke journalisten aan politici zouden suggereren om een leugentje om bestwil te vertellen aan de bevolking. (Ik ben niet naïef, misschien gebeurt dat zelfs, maar wie dát doet verdient het predicaat 'journalist' niet. Bewaar ons van Mitspielers!)

Dat Maradona zijn middelvingers zou opsteken naar sommige Vlaamse voetbaljournalisten, zou ik nog begrijpen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post800

Hé, er is een bal op de tv

SportGeplaatst door Frank Van Laeken ma, juni 25, 2018 11:59:02

Referentiematch. Zo omschreef ik België-Tunesië zaterdag iets voor vieren op Twitter. Het leverde tachtig likes op, we zijn nu eenmaal een land van successupporters. Sommigen waren, terecht, kritisch en vroegen: 'referentie' tot wat? Een goede vraag. Ik bedoelde zeer nadrukkelijk níet dat dit de beste prestatie ooit was - daarvoor was Tunesië een te naïeve tegenstander. Ik bedoelde evenmin dat we nu favoriet zijn voor de wereldtitel - dat valt af te wachten en op een groot toernooi spelen blessure- en schorsingslast, toeval en geluk een belangrijke rol. Ik bedoelde ook niet dat dit de maatstaf is voor de toekomst - aanvallend waren we geweldig, maar verdedigend toch weer kwetsbaar. Maar als je de Belgische prestatie vergelijkt met de favorieten en de (andere) schaduwfavorieten was het wel een referentie. Tegenover de tegenvallende Argentijnen, Brazilianen, Duitsers, Fransen en (toch ook wel een beetje) Spanjaarden - die ook al tegen op papier veel zwakkere landen hadden gespeeld én gestunteld - hebben we een signaaltje uitgestuurd. Hé, wij zijn hier ook en we kunnen iets. Meer moest u achter die 'referentiematch' niet zoeken, want dat is hoe dan ook een momentopname, weten we van twee jaar geleden na eerst Hongarije en daarna Wales. We kúnnen wereldkampioen worden, maar de kans dat we het niet worden is nog altijd een pak groter.

***

Het speculeren is begonnen. Worden we best eerste of tweede in de groep? En tegen wie spelen we dan in de kwartfinales (alsof er geen achtste finale-wedstrijd meer moet gespeeld worden!)? Moeten we Engeland op volle kracht tegemoet treden of toch een beetje terughoudend? Ik hou niet van rekenen en speculeren op een voetbaltoernooi. Het leidt de aandacht af van de essentie van het spelletje: winnen, minstens één doelpunt meer maken dan de tegenpartij. Dat kunnen we, laten we dat ook doen. Al zijn die Engelsen stevig bezig. We zitten in de op één na zwakste groep (na die van Rusland), maar de twee best spelende elftallen tot nog toe maken er wel deel van uit.

De Rode Duivels zullen een zestal invallers opstellen, lees ik. De lichtgeblesseerden Lukaku, Hazard en Mertens mogen extra rust nemen. En Meunier, Vertonghen en De Bruyne zullen gespaard worden om een tweede gele kaart te ontlopen. Wat ik niet begrijp in deze context: waarom pakte dat drietal dan geen domme gele kaart in de slotfase tegen Tunesië? Dat zou een gegarandeerde schorsing hebben opgeleverd tegen Engeland - als we dan toch niet wakker liggen van groepswinst, who cares? - én zonder het risico op een toekomstige schorsing starten in de achtste finales. Nu riskeer je een of meerdere van die spelers te missen in de kwartfinales. Misrekeningetje?

***

Voor wie graag rekent, één datum: 1 juli 2016. De weg naar de finale lag open. Dachten we.

***

Wat me opvalt na 32 wedstrijden, twee speeldagen in elke groep, is het aantal keren dat de videoref is moeten tussenkomen. Angstaanjagend veel, eigenlijk. En dan bleven sommige duidelijke overtredingen (Aleksandar Mitrovic die door twee Zwitsers op de grond wordt getrokken! Boateng die het steunbeen van Berg betokkelt!) alsnog onbestraft. Foeteren op de 'video assistant referee' - 'VAR' in de volksmond - is dan toch niet typisch Belgisch. En het is af en toe ook zeer terecht. Maar dan nog blijft de videoref een meerwaarde, omdat de meeste scheidsrechterlijke fouten toch nog worden rechtgetrokken.

Vergisten internationale topscheidsrechters zich in het verleden ook al zo vaak, of zijn ze nu minder gedecideerd omdat Big Brother in Moskou bij twijfelgevallen toch de knoop doorhakt? Op welke vraag je ook met 'Ja' antwoordt, in beide gevallen blijkt de videoref een onmisbare noodzaak in het hedendaagse voetbal. En in elk geval te prefereren boven een extra assistent-scheidsrechter achter de doellijn, want die staat daar meestal toch maar wat toe te kijken en durft zelden in te grijpen, omdat hij dan zijn verantwoordelijkheid moet nemen en tegen de hiërarchie van de hoofdreferee ingaan. Daar heeft de onzichtbare man (?) in Moskou minder last van. Nu nog eenvormigheid in het nemen van beslissingen en voetbal wordt weer iets rechtvaardiger. Alleen voor de tooggesprekken achteraf is dat jammer.

***

Ronaldo of Messi? Hazard! Lionel Messi is een schim van zichzelf (en de Argentijnse bondscoach een soort pooier die per ongeluk langs de zijlijn staat en dan maar wat in het wilde weg gesticuleert). Cristiano Ronaldo scoort tegen honderd procent, maar laten we dat niet overroepen: twee strafschoppen, één flater van de Spaanse keeper en één vrije trap (wel mooi binnen geborsteld, overigens). Eden Hazard is dan veel bepalender voor het spel van zijn elftal en scoorde tegen Tunesië vlotjes (ook één penalty, toegegeven). Wat Ronaldo veel beter aanvoelt dan Messi, is de urgentie van dit toernooi. Op zijn drieëndertigste is dit allicht zijn laatste kans om te schitteren voor de ogen van de wereld. Messi lijkt dat, op zijn éénendertigste, veel minder te beseffen, sloft wat moedeloos rond tussen al die mindere goden. Van de twee belastingontduikers is Ronaldo momenteel het meest gefocust.

***

In 2026 krijgen we een WK met 48 landen. Fifa-voorzitter Gianni Infantino maakt zijn verkiezingsbelofte waar - helaas, presidenten die hun beloften waarmaken zijn doorgaans een gevaar voor de rest van de wereld... Concreet zal dat betekenen dat Europa drie extra plaatsen krijgt (13 wordt 16, vandaag zijn er veertien deelnemende landen maar dat komt omdat Rusland organisator is), Zuid-Amerika één (4 of 5 wordt 6, maar de CONMEBOL heeft slechts tien aangesloten leden), Afrika vier (5 wordt 9), Azië, inclusief Australië, drie (5 wordt 8), Noord- en Centraal-Amerika drie (3 wordt 6), en Oceanië, zonder Australië, mag voor het eerst zeker deelnemen (nu moet de winnaar van de Oceanische voorronde nog barragewedstrijden spelen tegen de vijfde uit de Zuid-Amerikaanse voorronde). Nuance: de CONCACAF, de overkoepelende voetbalbond van Noord- en Centraal-Amerika, moet over acht jaar al drie plaatsen afstaan aan de organiserende landen, Verenigde Staten, Mexico en Canada.

Zestien extra landen, dat wordt: nóg meer berekening in het spel van de favorieten de eerste ronde, nóg meer middelmatige en zwakke landen op het toernooi, nóg meer geeuwen tot aan de kwartfinales. Het klinkt democratischer, maar het devalueert de waarde van het spel. Of wordt het pas een echte wéreldbeker als pakweg San Marino, Somalië en Tonga mogen meedoen?

In de praktijk blijkt ook, jammerlijk, dat de nieuwe deelnemers niet voor een meerwaarde zorgen. Na twee groepswedstrijden hebben de Europese landen op deze wereldbeker 56 op 84 punten behaald, maar als je de onderlinge duels tussen Europese landen meerekent - waarin hooguit drie punten te verdelen vallen -, konden er maximum 75 punten gehaald worden. Dat is goed voor 74,7 procent. Zuid-Amerika haalde 14 op 30 (46,7%), Noord- en Centraal-Amerika 6 op 18 (33,3%, een redelijk resultaat dat wordt vertekend door de twee zeges van Mexico), Azië 8 op 30 (26,7%) en Afrika een bijzonder magere 7 op 30 (23,3%). Vooral de drie Noord-Afrikaanse landen stellen teleur: 0 op 18 en reeds uitgeschakeld.

Vergeleken met vier jaar geleden, in Brazilië, doet Europa het opmerkelijk beter (toen 34 op 78, maar vier onderliggende duels dus eigenlijk op 66, 51,5%), Azië ook een pak beter (in 2014 3 op 24, 12,5%) Zuid-Amerika en Noord- en Centraal-Amerika véél slechter (respectievelijk 28 op 30!, 93,3%, en 14 op 24, 58,3%) en Afrika eveneens minder goed (11 op 30, 36,7%). Te vroeg om conclusies te trekken - dat kan pas na de volgende groepswedstrijd en liefst zelfs na de kwartfinales - maar voorzichtigjes kun je toch al zeggen dat Zuid-Amerika het alweer niet goed doet op Europese bodem (het is al zestig jaar geleden dat Brazilië als enige Zuid-Amerikaanse team ooit de wereldbeker won in Europa) en Azië in het beste geval stagneren, terwijl je eigenlijk zou mogen verwachten dat meer wereldbekerervaring zou moeten leiden tot betere resultaten.

Ik weet het, het hangt soms samen met uitzonderlijke individuele voetballers of goede generaties, toch lijkt het er heel sterk op dat die uitbreiding naar achtenveertig landen allerminst is ingegeven door kwalitatieve uitgangspunten en dat die electorale ingeving van Infantino het product 'Wereldbeker' misschien wel mondialer zal maken, maar zeker niet interessanter.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post798

Ploeg van 't Stad

SportGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 14, 2018 12:59:45

Als er morgennamiddag vóór, tijdens en na Antwerp-Beerschot Wilrijk géén rellen uitbreken, waarbij minstens een paar heethoofden het ziekenhuis worden ingeklopt, een politiecombi afbrandt en wat ruiten in de omgeving van het stadion sneuvelen, zal menige eindredacteur en (voetbal)journalist teleurgesteld zijn. De veredelde oefenpot die de Antwerpse rivalen morgen op de Bosuil spelen - wie ligt er nu wakker van een wedstrijd in play-off 2? - kreeg deze week haast meer persaandacht dan Anderlecht-Club Brugge van morgenavond. Ploeg van 't Stad versus Ploeg van 't Land: 1-0. Het sportieve werd nauwelijks besproken, wel hoeveel politieagenten er worden ingezet, wat het actieplan van de ordediensten is, en hoe de harde clans naar de confrontatie op en naast het veld toeleven. Incidenten worden zo bijna een selffulfilling prophecy. Zie je wel, het zijn herriestokers! "Zij zijn begonnen, meneer!"

Eerlijk, de wedstrijd doet me niet zo veel, ook al heb ik heel veel sympathie voor een van beide betrokken clubs. Ik vind die hele play-off 2 maar niets, bezigheidstherapie voor gebuisde clubs die niet goed genoeg waren om play-off 1 te halen, en een bescheiden schouderklopje voor verdienstelijke tweedeklassers die ook eventjes, tien wedstrijden lang, mogen proeven van semi-eerste-klasse-voetbal. Tijdverlies. Want zelfs al win je je poule, daarna ook het duel tegen de winnaar van de andere poule, en tenslotte de ultieme finale tegen de vierde in de eindstand van play-off 1, dan lijkt het me een vergiftigd geschenk om in de tweede voorronde van de Europa League half juli naar Azerbeidzjan, Armenië of Albanië te moeten. Kost meer dan het opbrengt, maar je kunt wel zeggen dat je Europees hebt gespeeld. Vraag maar aan KV Oostende wat dat voor gevolgen dat heeft voor de voorbereiding op de competitie. Zonde van de inspanning.

Wie morgen wint, mag zich tot de volgende derby - over twee weken - 'Ploeg van 't Stad' noemen, lees ik her en der. Een belachelijke redenering, waarbij een toevalstreffer dus kan bepalen of de ene club historisch beter is dan de andere. Jan Mulder hoopt alleszins op Beerschot (Wilrijk), want hij vond dat best wel sympathiek dat de heetgebakerde fans hem eind jaren zestig verrot scholden voor 'Zeeuwse mossel' of 'kaaskop'. Hij verwacht een thuiszege voor Beerschot, wat nogal moeilijk wordt, op de Bosuil, maar soit.

***

Om de historische titel 'Ploeg van 't Stad' te verdienen, kan het onmogelijk volstaan om één wedstrijdje te winnen. Zeg dat maar eens in Manchester: United won er vorige zaterdag van City, maar City wordt wel kampioen. Wie is dan de ploeg van Manchester? Ha, geschiedkundig interessante vraag. Die een eenvoudig antwoord verdient: United. Niet vanwege die laatste derbyzege, maar vanwege de erelijst. Manchester United: 20 titels. Manchester City: (binnenkort) 5 titels. Dat is duidelijk. (Liverpool was lang de beste club van Engeland, met 18 titels, maar de laatste dateert al van mei 1990, iets wat Unitedfans tijdens 'The Hate Game' gaarne onderstrepen.)

Zo berekenen ze dat in de bakermat van het voetbal, op basis van verdiensten uit het verleden. Zo hoort het ook. Laat dat kortetermijndenken maar aan de politiek over. Als je dan de erelijsten van Antwerp en Beerschot naast elkaar legt - 4 titels tegenover 7, elk 2 bekers - is het duidelijk: Beerschot is de Ploeg van 't Stad. Geen twijfel mogelijk. Zelfs al voer je, terecht, aan dat het oorspronkelijke Beerschot negentien jaar geleden ter ziele is gegaan en tel je de bekerzege van Germinal Beerschot (2005) dus niet meer mee of, godbetert, de bekerwinst van Germinal in 1997, dan nog blijft het statistische gegeven overeind: Beerschot (1899-1999) heeft het beter gedaan dan Antwerp (1880-...). Dat kan alleen veranderen als de club van de liefdevolle kleuren nog minstens drie landstitels behaalt in de toekomst. Of, als KFCO Beerschot Wilrijk in pakweg de volgende honderd jaar acht keer landskampioen wordt in 1A, of hoe de eerste klasse tegen 2118 ook moge heten. Dan is Beerschot Wilrijk de Ploeg van 't Stad, vóór Beerschot en Antwerp. Ik zal het niet meer meemaken, vrees ik.

***

Ik ben niet het soort supporter dat de rivaal niets gunt: van mij had Antwerp gerust play-off 1 mogen spelen - hadden we deze overbodige dubbele confrontatie niet gehad! -, maar laten we wel correct blijven. Je mag naar waarheid zeggen dat de club Beerschot, die met stamnummer 13, niet meer bestaat, maar de identiteit 'Beerschot' bestaat zeer zeker nog. De voorbije jaren zat er bijna evenveel volk op de tribunes van het Olympisch Stadion als in de korte periode van Beerschot AC, ook al speelde Beerschot Wilrijk niet tegen Anderlecht, Club Brugge of Standard, maar tegen clubs met exotisch klinkende namen als FC De Kempen, Esperanza Pelt of Oosterzonen Oosterwijk. Vrolijke jaren in de buik van het Belgisch voetbal waarin de kreet "Antwaarp, Antwaarp, Beerschot komt eroan!" steeds luider weerklonk. Geen identitair nihilisme in de stad van De Wever! Daar kunnen geen tien faillissementen, fusies of reddingsoperaties tegenop (we hebben er nog zeven tegoed). En morgen is het zover: Beerschot komt eroan, zij het voor heel even maar.

Dat de supporters zich morgen mogen gedragen, dat het een spectaculaire wedstrijd moge worden en dat de beste moge winnen. Maar één ding staat nu al vast: Beerschot is de Ploeg van 't Stad.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post789

Damso

SportGeplaatst door Frank Van Laeken zo, maart 11, 2018 13:26:06

Eerlijk? Ik had nog nooit van Damso gehoord, toen die in november werd aangekondigd als de man die het WK-lied mocht componeren. Mijn kennis van hiphop is beperkt. Ooit, een half mensenleven geleden, danste ik me de ziel uit het lijf op Rapper's Delight van The Sugarhill Gang, in 1979 een fris geluid in de tijd van platte disco, halfslachtige soul en overjaarse punk. Public Enemy, dat kon ik ook wel smaken. Don't believe the hype, weet je wel. Wu-Tang Clan, prima stuff: hun dubbel-cd Wu-Tang Forever was een tijdje een grofgebekte reisgezel tijdens lange autoritten. Maar Damso, neen, connais pas.

Op een week tijd is dat nu veranderd. Damso is chaud en niet alleen meer in de Matonge-wijk en Franstalig België. Ook de Vlamingen mochten uitvoerig kennismaken met zijn subtiele liedekijns. Achterwaarts in de poes naaien, dat kenden we van de boeken van Herman B., maar in het Frans klinkt het nog ietwat agressiever. Enfin, die Damso bracht de gemoederen meer in beweging dan de heupen. Er werd commerciële onthoofding geëist, de Vrouwenraad en enkele excellenties schreeuwden dat hij weg moest van dat federale podium, zelfs een barones bemoeide er zich mee. En de voetbalbond, die riep eerst: laat ons gerust, en gaf daarna - onder druk van belangrijke sponsors - alsnog toe. Waarop de vermelde barones schreef: "Effect in zaak Damso kwam niet alleen van de sociale media. Vergeet niet mijn column op de volle achterpagina van De Standaard, de ruime aandacht van de klassieke media voor het standpunt van de Vrouwenraad, mijn interview door Lieven Vandenhaute in Nieuwe Feiten op radio 1 enz." Kortom, na de achtereenvolgende persoonlijke triomfen in de Eerste en de Tweede Golfoorlog, en het kielhalen van het socialisme in Frankrijk mag La Doornaert nu ook deze pluim op haar kamerbrede hoed steken. De barones stond pal. Voor ons, het volk, uiteraard. Noblesse oblige.

***

De keuze van Damso was controversieel: op zich moet dat kunnen. Maar het is al voor de derde opeenvolgende keer een volkomen fout uitgangspunt om het WK-lied te laten componeren door hippe vogels die vooral de twintigers en dertigers begeesteren. Na Stromae en Dimitri Vegas & Like Mike nu dus die Damso. Dat komt omdat de voetbalbond, zoals steeds meer andere bedrijven, al een paar jaar gedomineerd wordt door hippe marketingboys, die geen voeling hebben met het Brede Publiek. Een WK-lied, dat moet meegebruld worden door iedereen. Of je moet erom kunnen lachen, omdat de meezingende Rode Duivels de hoge tonen niet halen, remember Danny Boffin. Een WK-lied, dat moet per definitie een simpele, meezingbare tekst en een aanstekelijk refrein hebben. De Rode Duivels gaan naar Spanje. Mondiale, pintje hale. Go West. Geen hoogtepunten in de vaderlandse muziekgeschiedenis, maar het (Vlaamse) volk kon ze wel meezingen. Verdomde oorwurmen waren het. Een WK-lied moet vooral geen culturele referentie zijn.

***

Heeft u al een flard gehoord van Human, de song die Damso al had opgenomen en die in april zou gelanceerd worden? Ik wel, daarstraks in De Zevende Dag. Nul ritme, nul aanstekelijkheid en het gaat niet eens over voetbal. Het gaat over Damso zelf. Ik. Ik. Ik. De tekst had door Mia Doornaert geschreven kunnen zijn!

Afvoeren die handel. Weggegooid geld, binnen een organisatie waar al wel meer met sponsorcenten gesmeten werd de voorbije jaren. Nu wacht nog een flinke boete, terwijl Damso er alleen maar rijker van zal worden. Het onbenullige Human wordt een geheide hit. Hij was dan ook zeer vriendelijk, gisteren, de vrolijke bard. "Dames en heren, mannenhaters en feministen, ik vergeef jullie en bedank jullie voor deze verwarring over mij. Deze promo is precies wat ik nodig had voor mijn album LITHOPÉDION dat dit jaar op 15 juni gelanceerd wordt. Ik weet niet wat zeggen, ik vind geen woorden... dit is ongelooflijk sympathiek. Ik omhels u innig daar waar het deugd doet. Uw geliefde Damso."

***

Maar wat mij nog meer stoort dan Damso, is de hypocrisie die door bond en sponsors tentoon werd gespreid. Want het, terechte, afvoeren van een misogyne rijmelaar had best gekoppeld mogen worden aan het openlijk bekritiseren van het beleid van de president van het land waar over drie maanden het WK begint. Een land dat al bijna vijf jaar een wet kent die "propaganda van niet-traditionele seksuele relaties" verbiedt, zeg maar: de 'anti-homowet', verdient het om internationaal teruggefloten te worden. Wat denk je, Dominique Leroy, zet je je ook daarachter? Dient AB InBev ook een hoger doel dan alleen maar de verkoop van bier aan de Russen? Of moet het weer alleen van Mia komen?



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post784

Rebel Radja

SportGeplaatst door Frank Van Laeken vr, april 14, 2017 12:46:01

George Best. Ilie Nastase. John McEnroe. Eric Cantona. Mario Balotelli.

We houden van rebellen, in de sport en in de samenleving als geheel. We lezen alles wat er over hen verschijnt, we kijken naar alles wat ze doen, in de hoop dat ze weer eens flink buiten de lijn kleuren. O wat vonden we het met z'n allen prettig dat McEnroe tekeerging tegen de umpire: "You can't be serious man, you cannot be serious!" "That ball was on the line. Chalk flew up! How can you possibly call that out?!" "Answer my question. The question, jerk!" Dat George Best weer eens dronken gespot was in de armen van een of andere Miss World, smullen was dat. "When the seagulls follow the trawler, it is because they think sardines will be thrown into the sea", zei Eric Cantona droog op een persconferentie, kort nadat hij een supporter van de tegenpartij met een karatetrap had aangevallen. De aanwezige perslieden noteerden het gretig en beseften niet dat die uitspraak een verbale karatetrap in hun richting was. Misschien had die goede Eric beter een metafoor met aasgieren gebruikt dan met zeemeeuwen, maar soit. Mario "Ja, ik denk dat ik een genie ben, maar geen rebel" Balotelli vinden we allang niet meer interessant als voetballer. Wel, wat heeft nu weer gedaan? En, wie is die schoonheid naast hem? Já, eindelijk, een rode kaart!

Jeanne d'Arc. Pablo Picasso. Jim Morrison. Serge Gainsbourg. Kurt Cobain.

Enfants terribles noemen we hen. Vreselijke kinderen, in een slechte vertaling. Kinderen die je niet zelf in huis wil hebben, dat zou pas de hel zijn. Maar op een veilige afstand, geen probleem. Laat ze gerust witheet van woede een racket in gruzelementen smijten of lallend een gevecht uitlokken in een exclusieve discotheek of een vervelende tegenstander doormidden proberen te trappen of hun racewagen op de plek van een gehandicapte zetten of... Mag je niet doen, jongen, maar we vergeven het je. Want je bent een rebel. Je doet wat wij zouden willen doen, maar niet durven. We geven het toe: we zijn stikjaloers!

Mae West. James Dean. Marlon Brando. Sean Penn. Charlie Sheen.

We houden van rebellen with of without a cause. We zouden echt niet willen dat ze plots een normaal leven beginnen te leiden en dat ze onder een fleece op de bank naar tv zitten te kijken. Saaie boel. Ruziestokers willen we. Licht ontvlambare types. Kerels die eerst slaan en dan nadenken. Waarom denkt u dat die Trump zo populair is bij extreemrechtse kwieten? Hij zegt wat zij willen maar niet durven zeggen. Dat James Dean verongelukte maakte hem alleen maar populairder. Stel dat die goeie Jimmy twee maanden geleden zijn 86ste verjaardag had gevierd: boring!

***

"When I'm good, I'm very, very good, but when I'm bad, I'm even better" - Mae West

***

Rik Coppens. Johan Anthierens. Robbe de Hert. Jean Pierre Van Rossem. Radja Nainggolan.

We houden van rebellen, tenzij ze van bij ons zijn. Hoe aanraakbaarder een rebel is, hoe minder interessant we hem of haar vinden. We willen natuurlijk niet naast George Best in de kroeg staan, zeker niet als hij óns meisje wel ziet zitten en met haar begint te kletsen. We willen niet in het publiek zitten als John McEnroe weer een uitbarsting krijgt, want we hebben betaald om tennis te zien, geen praatsessie. Laat die Trump maar in het Witte Huis zitten en niet in de Wetstraat 16, want dan vinden we hem een malloot. Een beetje dwarsliggen mag nog, pakweg een coureur die al eens een snuifje coke door zijn neusgaten jaagt. Maar niet elke week, nee, dankuwel.

Radja Nainggolan zat met een te hoog alcoholgehalte in het bloed achter het stuur van een auto. Of hij daar nu alleen in zat, wachtend op pechverhelpers om zijn lekke band te vervangen, dan wel dat hij heel even de plaats van de nuchtere chauffeur had ingenomen omdat er net een politiecombi arriveerde, werd tot petite histoire gereduceerd, al is het cruciaal: dronken rijden doe je niet. Dronken meerijden is vooralsnog niet verboden. Maar het kwaad was geschied: een overijverige agent vergat even dat hij gebonden is aan beroepsgeheim en discretie, wilde eindelijk die vijftien seconden populariteit opeisen, en lekte het naar de pers. En die maakte er een staatszaak van.

Had Nainggolan dit gedaan in Rome, dan hadden we hem een malle, maar sympathieke jongen gevonden, "die gast met die kuif en die tattoos", allee, wat doet hij nu weer? Omdat het in Sint-Niklaas gebeurde, de nacht na een interland, drie dagen voor een volgende, werd het not done. Erger dan de bijtgrage Luis Suárez, want die deed (doet?) zijn vampierentrucjes in het buitenland. Weg met Radja!

Radja Nainggolan had te veel gedronken en dat hoort niet voor een voetballer met een voorbeeldfunctie. Ook roken behoort voor een sportman tot afwijkend gedrag. Je lichaam vol tattoos zetten en rondlopen met een opzichtige hanenkam, dat vindt de goegemeente ook nogal choquerend. Maar het enige wat ons zou moeten interesseren, is: is die Nainggolan een goede voetballer en hoort hij thuis in de selectie van onze nationale ploeg? Het enige waar de bondscoach zich mee zou moeten bezighouden, is: kan ik die Nainggolan gebruiken in mijn kern richting wereldbeker en hoe zorg ik ervoor dat hij voldoende discipline opbrengt om te kunnen presteren op niveau én aanvaard te worden binnen de groep? Ik denk: we kunnen Nainggolan gebruiken in de volgende interlands en volgend jaar in Rusland. Een aanjager van zijn kaliber is uniek. Of ziet u liever de saaie Witsel of de technisch kreupele Fellaini aan het werk?

Laten we voor één keer doen alsof die Nainggolan een rebel uit een ver, vreemd land is, die heel af en toe het nieuws haalt met een uitspatting. Zouden we hem dan koesteren of vervloeken? Zouden we hem dan interessant of vervelend vinden? Zouden we dan aan de toog "Zo iemand kunnen wij goed gebruiken!" zeggen of niet?

Moeilijke keuze voor Roberto Martínez, want hij heeft altijd gelijk én ongelijk: ofwel sluit hij een speler in de armen die een nuttige rol kan spelen, ofwel verzwakt hij zijn elftal. Ofwel neemt hij het risico dat een niet al te streng optreden anderen op ideeën brengt, ofwel stuurt hij een duidelijk signaal uit dat dit gedrag niet getolereerd kan worden. Zegt hij "So what?" of "Dit is een brug te ver!"? Eden Hazard werd voor één wedstrijd gebannen omdat hij na een vroege vervanging demonstratief een hamburger was gaan eten buiten het stadion. Misschien Nainggolan symbolisch de volgende interlandperiode thuislaten en hem in het najaar opnieuw selecteren? Hij kan ons in Rusland nog van dienst zijn. Zorg er dan wel voor dat er geen alcoholische drank zit in de minibar van de kamer en dat er geen nachtwinkel in de buurt van het spelershotel is.

***

"I like a man who's good, but not too good - for the good die young, and I hate a dead one" - Mae West





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post767
Volgende »