Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

De foertstemmers van de weg

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, februari 17, 2018 13:03:33

Ik háát ze. Neen, ik haat ze niet, want om ze te kunnen haten, moet je iets voelen voor die personen en dat doe ik zeer nadrukkelijk niet. Ik verafschuw ze, dat klinkt beter. Il est fort minable, surtout pas formidable, de middenvakrijder. Of de middenstrookrijder, zo u wil. Geen van beide woorden vindt u overigens terug in de officiële Woordenlijst, misschien omdat taaldeskundigen er ook geen woorden aan vuil willen maken.

Open VLD wil hen nu strenger beboeten: middenvak/strookrijden moet een overtreding van tweede graad worden, zoals rechts voorbijsteken, vinden een paar parlementsleden. Zo gaat dat met de politiek: iemand hoort een belletje rinkelen ("De Vlaming ergert zich aan de middenvakrijder") en dan wordt via een bevriende krant een ideetje gelanceerd. Voelen hoe de wind zit. Beetje populistisch. Maar het hield ons bezig, deze week. Een editorialist en een senior writer keerden zich tegen het blauwe plan, anderen waren voor. De middenvakrijders zelf zeiden waarom ze doen wat ze doen. "Omdat het veiliger en vlotter is," oordeelde Bram. "Ik vind het met mijn kleine auto niet veilig genoeg om van rijbaan te veranderen," repliceerde Suzy. "De middenrijstrook is de veiligste strook," antwoordde Jacky. "Het geeft me meer overzicht," vond Marsika.

Opvallend: de meesten hadden het over druk verkeer, met veel vrachtwagens en voortdurende op- en afritten. In dat geval wordt het begrip middenvakrijden relatief, want anticiperen behoort nu eenmaal tot het gepaste gedrag op de weg, zeker op een ringweg. Tenminste: als je al kán anticiperen, want meestal rijd je daar bumper aan bumper tegen vijf per uur. Middenvakrijden voor mij is: in normale weersomstandigheden, met relatief weinig verkeer, aan een normale snelheid vertikken om het verkeersreglement toe te passen en zo rechts mogelijk te rijden. Dat haat - neen, pardon - verafschuw ik. Want het is een overtreding, maar eentje dat veel te zelden bestraft of berispt wordt. We zijn het normaal gaan vinden. En zij ook, want ze houden hoegenaamd geen rekening met het andere verkeer, de Suzy's ("Ik verander niet van rijbaan, 't is onveilig") en de Jacky's ("Het is de veiligste strook") van de weg. Net als dronken, agressieve of extreem trage chauffeurs, denken ze alleen maar aan zichzelf, individualistisch, ze staan niet stil bij de gevolgen van hun daden. Nefast voor de feestvreugde in een collectief gebeuren, wat het verkeer toch is.

***

Middenvakrijders zijn de foertstemmers van de weg.

***

Ik beken. Ik ben zo iemand die rechts voorbijsteekt als op een lange strook weg iemand weigert om de middenstrook te verlaten. Ik wacht even af, tot ik quasi zeker ben dat er geen onverwacht maneuver zal volgen, en rijd gewoon rechtdoor verder. Op de rechterrijstrook. Het is sterker dan mezelf. Het is mijn versie van de corrigerende tik. Op hónderden keren heb ik nog nooit - nóóit! - iemand in gevaar gebracht, omdat je weet dat die chauffeur op dat moment en in die omstandigheden niet van plan is naar rechts uit te wijken. Ik hoop altijd, tegen beter weten in, dat die chauffeur dan zal beseffen dat ie fout zit en dat ie naar rechts zal zwenken. In 99 procent van de gevallen is dat tevergeefs. De middenvakrijder wentelt zich in zijn of haar Grote Gelijk. Ik mag dit, ik kan dit, ik heb dit recht. Zelfs als ie tegelijk links en rechts gepasseerd wordt, gaat er geen belletje rinkelen. Handen op tien over tien, blik strak vooruit gericht, het andere verkeer negerend. Solo op de weg.

Alvorens weer iemand het argument "Gij wilt gewoon veel te snel rijden, ja!" hanteert: de middenvakrijders die ik tegenkom rijden zeer zelden de maximum toegelaten snelheid. Eerder tien of twintig kilometer trager. Ik ben niet die snelheidsduivel die bumperklevend, met de grootlichten flitsend en liefst in een Duitse luxewagen paraderend het Belgisch verkeer terroriseer. Die lieden verafschuw ik evenzeer. Egoïsten met een groot ego en een klein pietje.

***

Een hogere erfbelasting voor middenvakrijders, korting voor wie rechts rijdt: ik ben daar helemaal voor.

***

Iets anders. Er is een tijd geweest, nog vóór het ritsen op 1 maart 2014 officieel werd ingevoerd, dat ik bij het ritsen de in mijn ogen meest logische beslissing nam. Ik reed door tot de rijstrook ophield en voegde dan, keurig mijn richting aangevend, in. Nou, dat had ik geweten. Gebalde vuisten, mannetjesputters die de bumper van hun voorganger niet loslieten, driftig claxonnerende collega-weggebruikers. Ik begreep hen, een beetje, want zij hadden intussen al zeven bange wezels laten invoegen lang voor het voor de hand liggende invoegpunt. Daar word je kregelig en horendol van.

Nochtans staat het principe van het ritsen al sinds 1 december 1975 in het "Koninklijk Besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg". Ik citeer: "De bestuurders die, bij sterk vertraagd verkeer, rijden op een rijstrook die ophoudt of waarop het verder rijden wordt verhinderd, mogen slechts vlak voor de versmalling invoegen in de aangrenzende vrije rijstrook. De bestuurders die rijden op die vrije rijstrook moeten vlak voor de versmalling beurtelings voorrang verlenen aan één invoegende bestuurder; in geval het rijden in zowel de linker- als in de rechterrijstrook wordt verhinderd, moet eerst voorrang worden verleend aan één bestuurder op de rechterrijstrook en daarna aan één bestuurder op de linkerrijstrook."

Klinkt logisch, niet? Maar in de praktijk viel dat tegen. Sinds vier jaar gaat het iets beter, al hebben veel chauffeurs het nog altijd niet door. Voegen te snel in of weigeren je te laten invoegen. In dit land zijn we nu eenmaal beter in ritselen dan in ritsen. En natuurlijk kom je bij het ritsen op de favoriete strook van de middenvakrijder terecht. Misschien vindt die dat wel niet prettig.

***

Op de middenstrook van het leven, blijft alles zoals het is en zoals het altijd is geweest.

***

Ik pleit niet voor bandeloosheid. Ik stop met veel plezier met dat rechts voorbijsteken. Ik rijd weleens te snel, maar nooit meer dan tien kilometer boven de toegelaten limiet, en op drukke wegen of in de buurt van scholen ben ik extra alert. Dertig rijden vind ik geen opoffering. Ik drink zelden en als ik drink rijd ik niet. Dat heb ik lang geleden wel gedaan, hoor, in de straffeloze jaren 80, toen dat stoer was en het woord 'heksenjacht' alleen sloeg op échte heksen of op wie écht ten onrechte vervolgd werd. Dom dom dom, is het, driedubbel dom, om achter het stuur plaats te nemen terwijl je geen volledige controle over je eigen gedragingen hebt. Ik deel mezelf met terugwerkende kracht een corrigerende tik uit voor die paar uitzonderingen.

De middenvakrijder is geen doodrijder, wellicht ook geen dronkenlap, geen agressieve gek. Máár: hij irriteert wel mateloos. En er is slechts één argument nodig om erop te wijzen dat hij een overtreding begaat: in het verkeersreglement staat dat namelijk zwart op wit. Terug naar dat KB van 1975, artikel 9.3.1. "Elke bestuurder die de rijbaan volgt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van die rijbaan blijven."

Simpel, toch, het reglement toepassen? Of blijven we opteren voor het lankmoedige midden?

***

Louis Tobback zei ooit dat hij zelfs in de woestijn voor het rode licht zou stoppen. Ik rijd zelfs op een voor de rest lege snelweg helemaal rechts.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post781

Een kwestie van beschaving

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken zo, januari 28, 2018 13:06:40

Stel: u woont in een dichtbevolkte middenklasse-wijk, volgebouwd met voorspelbare, saaie huizen, waar de inwoners weinig contact met elkaar hebben (ik weet het, u woont natuurlijk in een chique villa aan de rand van de stad, maar stél!). Op zekere avond ziet u een dikke rookpluim opstijgen op zo'n tweehonderd meter van u, laten we zeggen: dertig huizen verderop. Brand! Wat doet u? Denkt u: iemand zal de brandweer al wel gebeld hebben? De buren zullen wel te hulp snellen? (O ja, dat zijn die vreemde snuiters die met iedereen ruzie maken...) Belt u voor alle zekerheid toch maar de brandweer, met de gedachte: liever tien mensen die tegelijkertijd bellen, dan niemand? Of gaat u ter plekke een kijkje nemen, misschien kunt u wel helpen? Oei, bent u de enige die reageert en blijft de rest lekker warm binnen, spiedend door een spleet in het gordijn?

Stel nu (ja, ik stel uw verbeeldingsvermogen op de proef, maar stél!) dat de inwoners van het brandende huis op het nippertje gered worden, maar dat het huis onbewoonbaar wordt verklaard. Te groot risico dat het vuur opnieuw aangewakkerd wordt. Ruiten kapot gesprongen en het is putje winter. Dak ingestort. Dat soort dingen. U bent de enige die er staat en u heeft ook het grootste huis van de omgeving, de kinderen zijn de deur uit en u bent sociaalvoelend. Nodigt u hen uit om tijdelijk bij u te verblijven? Of stelt u dekens en kleren ter beschikking, die ze mogen meenemen naar het ziekenhuis of een hotel in het centrum? Vergeet niet, u bent de enige die zich spontaan heeft aangeboden.

Stel vervolgens (oké, het wordt vervelend, maar stél!) dat een paar maanden later in het huis ernaast brand uitbreekt - toeval bestaat! - en u alweer de eerste bent die het opmerkt. Herhaalt het scenario zich, of denkt u: iemand anders moet nu maar in de bres springen? Plausibel, maar het gebeurt niet? Snelt u alsnog uit uw luie zetel - Netflix-feuilleton op pauze - naar de hulpbehoevende, ietwat verre buren?

***

Dat is, in essentie, het vluchtelingendebat: wíllen we helpen of niet? Het is iets principieels. Zien we de noden van de verre buren of niet? Vinden we hun dramatische belevenissen ernstig genoeg om er aandacht aan te besteden of niet? En, neen, we kunnen niet iedereen tegelijk helpen. We kunnen zelfs niet iedereen individueel en apart helpen. We moeten knopen doorhakken: wie heeft dringende hulp nodig, wie kan nog even wachten? Máár: we kunnen wel helpen. Of een poging daartoe doen. Als we het tenminste willen.

***

De voorzitter van de grootste partij van Vlaanderen schrijft dat links moet kiezen tussen open grenzen en een goed werkende sociale zekerheid.

De voorzitter heeft gelijk. We moeten kiezen.

De voorzitter heeft ongelijk. Het gaat niet om een keuze tussen open grenzen en het vrijwaren van onze sociale zekerheid. De keuzemogelijkheden zijn: willen we helpen of niet? Of staren we naar onze eigen navel en voeren we een vals debat. We hoeven geen 37 miljoen Sudanezen op te vangen. Zelfs geen miljoen. Niet eens honderdduizend. En die open grenzen worden door niemand bepleit. Partijstandpunten variëren tussen volledig gesloten grenzen en gedeeltelijk open grenzen. Honderd procent open grenzen kunnen wij als samenleving niet aan, noch economisch, noch politiek, noch menselijk. En, ja, dit is een kwestie die Europees moet worden aangepakt, maar als de Europese Unie niet tot een eendrachtig standpunt komt vanwege het - laten we het zeggen zoals het is - plat xenofobisch populisme van sommige lidstaten (niet wij, voor alle duidelijkheid), dan vervalt de morele plicht om te helpen niet. Zullen we dan alle Sudanezen maar laten creperen, omdat we een aantal onder hen niet kunnen of willen opvangen? Kijk naar het brandende huis van de verre buren. Is dat beschaafd? Beantwoordt dat aan de te pas en te onpas in het migratiedebat gesleurde Verlichting, waar we zo mee pronken als het ons uitkomt? Of zijn we dan, domweg, egoïsten?

***

De burgemeester van de grootste stad van Vlaanderen zegt dat de feitelijke apartheid in zijn stad met 175 nationaliteiten hand over hand toeneemt.

De burgemeester heeft gelijk. Er staan figuurlijke muren tussen de gemeenschappen.

De burgemeester zegt dat het stadsbestuur moet proberen "een platform van burgers te creëren waar mensen elkaar nog kunnen herkennen als speler van dezelfde ploeg." De waarden van de Verlichting - daar is ze weer! - moet daarbij als kompas dienen. Wat mij dan bijzonder bevreemdt is dat de burgemeester de straathoekwerkers naar de uitgang heeft begeleid en dat zijn partijgenote in de Vlaamse regering het Agentschap voor Inburgering en Integratie afbouwt, net die mensen en die instelling die een cruciale rol kunnen spelen.

Die 174 andere nationaliteiten komen allemaal met een rugzak aan ervaringen, vaak negatieve, naar hier. Ze hebben een bepaald mensbeeld meegekregen, niet zelden is de vrouw daarbij ondergeschikt. Er lopen religieuze fanatici rond, die de scheiding van Kerk en Staat baarlijke nonsens vinden. Ondertussen zitten we aan de derde, de vierde en de vijfde generatie, die ook hier geboren zijn, maar er niet bij horen, er niet mogen bij horen of er niet willen bij horen. Als ik om de veertien dagen op de tribune van mijn favoriete voetbalclub plaatsneem, zie ik daar alleen witte gezichten, en dan nog voornamelijk mannen. Op weg naar het stadion zie ik heel veel bruine gezichten, maar die gaan niet naar hetzelfde stadion: zij kijken liever via de schotelantenne naar Galatasaray of Raja Casablanca. Voelen ze zich niet welkom (kan zijn)? Of interesseert hun nabije sportclub hen niet (kan ook)? Er zijn uitzonderingen, foto's en getuigenissen bewijzen het, maar buurtfeesten zijn al te vaak monocultureel. Worden de anderen niet uitgenodigd (kan zijn) of interesseert het hen niet (kan ook)?

Integreren is een werkwoord: het moet van twee kanten komen. Van de nieuwkomer en van diegene die er al woont. Vorige stadsbesturen hebben dit probleem een halve eeuw onder de mat geveegd, vanaf de komst van de 'gastarbeiders', die vacatures kwamen invullen of jobs kwamen doen waarvoor autochtonen de neus ophaalden. Daarin heeft de burgemeester eveneens gelijk. Het probleem ís er en het is niet zíjn schuld. Maar hij moet er wel zelf iets aan willen doen. En uit de dagelijkse praktijk blijkt doorgaans het tegendeel. Verbinden is ook een werkwoord.

***

Stel (ja, daar ben ik weer, nog eentje, dus: stél!) dat er al voor de vijfde keer op korte tijd brand uitbreekt in diezelfde straat op loopafstand van uw eigen woonst. Weer dezelfde vaststelling: u bent de eerste, of de enige, die het ziet of wil zien. Haakt u af of zet u opnieuw die geweldige Netflix-serie stil? Hoe beschaafd zijn wij eigenlijk? En hoeveel empathie kunnen we opbrengen? Is empathie zoiets als een vat dat ooit leeg zal zijn? Het is een kwestie van beschaving. "De droevige waarheid is dat het meeste kwaad wordt berokkend door mensen die niet kunnen kiezen tussen goed en kwaad." Een uitspraak van Hannah Arendt, van wie de woorden deze week uit de context werden getrokken, in naam van een Verlichting.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post778

Miss

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, januari 20, 2018 13:55:02

Bekentenis: ik heb maandagavond twee zoenen gekregen van Angeline Flor Pua. Eentje, omdat ik haar na de opname van de talkshow Van Gils & gasten een klein aandenken van de redactie meegaf, en nog eentje bij het afscheid. Tijdens het gesprek was ze aangedaan toen we een paar racistische reacties lieten zien, die na haar uitverkiezing op de sociale media werden losgelaten. Ranzig Vlaanderen kon het niet appreciëren dat een jonge vrouw met Filipijnse roots een Belgisch kroontje op haar hoofd mocht zetten, ook al is ze dan geboren in Wilrijk, woont ze al een poos in Borgerhout en spreekt ze beter Nederlands dan de doorsnee Vlaming.

***

Maandag om 17u22 zette De Morgen een artikel online met als titel "Zeg niet te snel 'arm Vlaanderen': toch geen 'stortvloed' aan racistische reacties na Miss België-verkiezing?" Conclusie na een beetje nattevingerjournalistiek: er is niet zoveel aan de hand. Meer steuntweets - ook uit de politiek - dan haatboodschappen, moeten we weten. "Nobele voornemens, maar wel gebaseerd op een klein aantal problematische berichten op Twitter en Facebook. Op de officiële Facebook-pagina van Miss Belgium staan, naast veel steunbetuigingen, enkele xenofobe berichten." En nog, over de reacties op hln.be: "Het aantal racistische commentaren zou zich beperken tot een handvol."

Máár, en dat staat vreemd genoeg ook in hetzelfde stuk: "Er duiken (op het ogenblik van de bekendmaking dat Angeline Flor Pua de Miss België is, fvl) enkele haatdragende boodschappen op, die nu vrijwel allemaal zijn verwijderd of onzichtbaar zijn gemaakt." Mijn klomp, die sowieso al van glas is, brak een beetje toen ik dat las. Als die 'haatdragende boodschappen' verwijderd zijn, kan je toch onmogelijk concluderen hoeveel (of: hoe weinig) racistische en xenofobe reacties er zijn geweest? Heel wat snelle, racistische reacties zullen na de hevige tegenreacties wel verwijderd zijn, neen? En wat met de reacties van mensen die niet op actief zijn op de sociale media en die zich aan de echte toog eens goed hebben laten gaan over dit onderwerp? Niet iedereen zit op de sociale media (iets wat de traditionele media weleens durven te vergeten).

Het was de verdienste van twitteraar-jurist Matthias Dobbelaere (@deJuristen) om een collage te maken van de eerste reacties. Wat daarbij opviel: de meeste racistische reacties vallen grosso modo tussen 22u57 en 23u25 te situeren, onmiddellijk na de bekendmaking van de winnares. Hieronder, voor wie een sterke maag heeft, een overzichtje, taalfouten inbegrepen. (Wat ik overigens mis in het overzicht is een 'good old' 'spleetoog', maar dat zal wel aan mij liggen.) De positieve reacties - en dan vooral de hart-onder-de-riem-boodschappen - dateren van later, meestal de volgende dag(en). Racisme is dus spontaner dan antiracisme. Haat is sneller dan steun. Het is maar een vaststelling.

Andere vaststelling: aan de voornamen te zien, zijn er veel jonge mensen die een probleem hebben met een Miss België met een kleurtje en een niet zo Vlaamse familienaam. Daar kijk ik een beetje van op. Ik dacht dat racisme en xenofobie vooral bij oudere generaties zat, die hun straten letterlijk hebben zien 'verkleuren'. Het slechte karakter in mij dacht bij momenten: racisme zal wel geleidelijk aan uitsterven met een deel van het kiespubliek. Hoe naïef kon ik zijn? Racisme en xenofobie zijn van alle tijden en zullen dat ook blijven. Xenofobie zit zelfs diep in ons, het dateert uit de tijd dat we nog in een primitieve bontjas en met een speer rondliepen, beducht voor elk onbekend gezicht dat we tegenkwamen. We zijn vanbinnen jager-verzamelaars gebleven.

***

Bij de Vlaamse verkiezingen van 13 juni 2004 behaalde een partij die zeven weken eerder veroordeeld was vanwege verschillende inbreuken op de wet van 1981 'tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden' 24,15 procent van de stemmen. Een op vier Vlamingen stemden toen op het Vlaams Blok, dat pas een paar maanden later van naam zou veranderen. Bij de federale verkiezingen van 2007 kwam Vlaams Belang uit op 19 procent, ongeveer een op vijf.

Zijn dat allemaal hardcore racisten? Neen, maar ze verklaarden zich wel akkoord met een partij die het 70-puntenprogramma had bedacht en waarvan sommige boegbeelden herhaaldelijk de racistische trom beroeren. Dan ben je ofwel zéér naïef, ofwel onwaarschijnlijk slecht geïnformeerd, ofwel een onverbeterlijke je-m'en-foutist, ofwel - wat ik vermoed - xenofoob. Je hebt angst voor alles wat 'uit den vreemde' komt en je projecteert je eigen problemen op nieuwkomers in de samenleving. Eigen volk eerst, jawel. Dat betekent niet altijd dat je anderen haat of minacht vanwege hun andere huidskleur, maar wel dat je niet-inclusief denkt.

***

Ik ben lang niet zo optimistisch als diegenen die nu roepen dat de racisten dadelijk gecounterd werden en dat de tegenstem tegenwoordig even luid klinkt. Anderen zeggen dan weer dat je niet altijd 'Racisme!' moet roepen, omdat je dan het échte racisme gaat onderbelichten, alsof er zoiets zou bestaan als racisme light. Racisme is geen relatief probleem. Daarom is dé Vlaming nog geen racist, maar een significant aantal Vlamingen is dat wel, en ze zijn alleszins met een pak meer dan de dansende moslims die in het straatbeeld opdoemen na een terroristische aanslag.

Voor xenofobie heb ik nog enig begrip: je zult maar in een buurt wonen waar in de loop van de jaren veel migranten zijn komen wonen en waar politici geen stap meer zetten. Die mensen zijn aan hun lot overgelaten, er is bij wijze van spreken een cordon sanitaire rond hen getrokken, in plaats van rond de partij waarvoor ze zijn gaan stemmen. Integreren is een werkwoord, met twee dimensies: willen integreren en laten integreren. Maar ook: begeleiden, 'oud' en 'nieuw' dichter bij elkaar brengen. Dat kan, maar het kost moeite. Met name in Antwerpen heeft het hautaine stadsbestuur dat aspect decennialang verwaarloosd. Genegeerd, zeg maar. Dat ze het zelf maar oplossen, de ondankbare honden, zo dachten ze op 't Schoon Verdiep, dat toen nog rood kleurde.

Racisme valt altijd en overal af te keuren: wie zijn eigen huidskleur en cultuur per definitie superieur acht, zit fout. Daar hoef je geen breed maatschappelijk debat rond te organiseren. We moeten zowel het fenomeen op zich als de mensen die dat fenomeen dragen blijven veroordelen. Of dat nu in de vorm van rechtszaken moet gebeuren, of via het publieke forum, maakt mij niet zoveel uit, maar elke uiting van racisme is er één te veel. In die zin maakt het niet zoveel uit of er na de Miss België-verkiezing één, dertig, honderd of duizenden reacties waren. Die ene, die dertig, die honderd of die duizenden moeten we durven terechtwijzen. En dan is het goed dat mensen als Matthias Dobbelaere zich geregeld vrijwillig in de beerput laten afzakken.

***

"Miss België van de frietchinees"

"Kom dit kan toch niet? Ale?"

"Hopelijk hebben ze gecheckt of het geen ladyboy is"

"Vree Belgisch. Miss België. Mer eigenlijk moete geen Belgische zijn he."

"Miss België van de Frietchinees"

"Dat kan toch nooit een Belgische zijn"

"Miss poepchinees"

"Allez een buitenlandse die wint en ze wil direct toeterend rond het podium rijden"

"tis een chineeseke!! Schattig :) maar niet echt Belgisch..."'

"Die naam, en uit Borgerroco, wat is daar nu nog Belgisch aan"

"Om Miss BELGIË te worden moet je dus duidelijk geen echte Belg zijn"

"En morgen komt bekend dat het een transexuele is"

"Amai, ziet er erg Belgisch uit"

"Een miss uit #antwerpen uit een van die containers in de haven?"

"Zijn we zeker dat het een miss is en niet een mister?"



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post777

Twitterrechtspraak

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, januari 13, 2018 12:15:50

Luid gestommel in een overvolle rechtszaal. Toeschouwers verdringen zich om toch maar iets op te vangen van wat er gezegd wordt. Iemand roept: "Aan de galg!" Gejuich. Applaus. Goedkeurend geknik. Een ander vult aan: "Vreemd gespuis!"

VOORZITTER: "Orde in de zaal. Orde! Meneer de openbare aanklager, het woord is aan u."

OPENBARE AANKLAGER: "Dankuwel, meneer de voorzitter. Beklaagde staat terecht voor uitspraken in het verle..."

"Weg met haar!" "Verraadster van het volk!" "Ze hoort hier niet thuis!" "Ga terug naar uw eigen land!"

VOORZITTER: "Orde, of ik laat de zaal ontruimen!"

OPENBARE AANKLAGER: "Uitspraken in het verleden, dus. Die waren, op z'n zachtst gezegd, niet altijd even genuanceerd, meneer de voorzitter. Een overzicht vindt u in het dossier. Maar gezien de jonge leeftijd van de beklaagde en haar intentie om het nooit meer te doen, pleit ik voor een milde straf."

"Milde straf? Hangen zal ze!" "Ge hebt geen kloten aan uw lijf, advocaatje!" "Alleen al haar naam betekent 'Oorlog aan onze beschaving'!"

VOORZITTER: "Dit is mijn laatste verwittiging!"

OPENBARE AANKLAGER: "Een milde straf, dus. Wij eisen verontschuldigingen voor haar gedrag in het verleden en we zullen haar nauwlettend in de gaten houden vanaf nu. Daarmee zouden we tevreden zijn."

"Een lachertje!" "Loser!" "En dat met ons belastinggeld!"

VOORZITTER: "Orde!!! Heeft u daar als verdediging nog iets aan toe te voegen, meneer de advocaat?"

VERDEDIGING: "Onze cliënte is nog heel jong, ze beseft dat ze te ver is gegaan en wil daar graag een streep onder trekken, meneer de voorzitter. Wij hebben dan ook niets toe te voegen aan de woorden van de openbare aanklager en zouden kunnen leven met die straf."

"Straf? Een beloning, ja!" "Bende lafaards!" "Dat ze verdomme een hoofddoek opzet!"

VOORZITTER: "Heeft u nog iets te zeggen, jongedame?"

BESCHULDIGDE: "Euh, neen, meneer de rechter. Het spijt me erg, ik ga mijn best doen!"

"Leugenares!" "Hoer!" "Als wij even brutaal en ongenuanceerd zouden zijn als die trut, zouden we opgesloten worden!"

VOORZITTER: "Orde! In overweging nemende dat de beklaagde nog heel jong is, dat ze beseft dat ze te ver is gegaan en dat de openbare aanklager geen strenge straf eist..."

De meute loopt onder luid gejoel tot vooraan in de rechtszaal, de beklaagde krijgt een stevige por, wordt bespuwd. Anderen richten zich met priemende wijsvinger rechtstreeks tot de rechter. "Dood door de kogel!" "Hang haar op!" "Gerechtigheid voor Vlaanderen!" "We weten u te vinden als ge haar niet veroordeelt, wereldvreemd mannetje!"

VOORZITTER: "... veroordeel ik de beklaagde tot de dood door ophanging op het dorpsplein en wel nu meteen!"

Stampvoetend gejuich. Advocaten bekijken elkaar onbegrijpend. Beklaagde valt flauw en wordt door twee bewakers afgevoerd. "Naar het plein!" "Hangen zal ze!" "Gerechtigheid is geschied!"



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post776

Narcissus & Echo

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 27, 2017 12:47:21

"In the future, everyone will be world-famous for 15 minutes." Andy Warhol zei dat, negenveertig jaar geleden, bij de opening van een tentoonstelling van zijn werk in het Moderna Museet in Stockholm. Wikipedia leert mij nu dat het eigenlijk fotograaf Nat Finkelstein was, die aan de oorsprong lag van het gezegde dat het langer dan een kwartier heeft volgehouden, zelfs langer dan een kwarteeuw. Toen voorbijgangers zich eens samen met Warhol op een foto wilden wurmen, merkte de pop art-tycoon op dat ze allemaal beroemd wilden zijn, waarop Finkelstein repliceerde: "Yeah, for about fifteen minutes, Andy."

Wist Warhol veel dat je dankzij de moderne media recht hebt op meer dan een kwartier beroemdheid. Wie zich tegenwoordig mee op de figuurlijke foto wurmt, wordt prompt uitgenodigd in radio- en tv-studio's, krijgt een eigen tv-show, mag een vuistdikke biografie schrijven: iedereen beroemd is niet zómaar de titel van een fijn, klein tv-programma.

***

Je fotoshopt wat scènes bij elkaar en je krijgt aandacht, zo ondervond ene Dylan V., ondervoorzitter van een jongerenpartij. Een verkrachtingsscène, waarin een extreemlinkse militante de rol van slachtoffer mocht spelen: láchen! Hij werd dan wel ontslagen, maar hij mocht het toch maar mooi komen uitleggen in de media. Dylan V. is een held in zijn vriendenkring, dat pakken ze hem niet meer af.

Was jaloersheid een drijfveer voor ene Jonas S. van antiracismevereniging KifKif om de koppen van Gwendolyn Rutten en Theo Francken in een beruchte onthoofdingsscène met Jihadi John te fotoshoppen? Hé, ik wil ook aandacht, zoiets? Naar het schijnt wilden Jonas S. en dus ook KifKif aanklagen dat de kwetsende prent van Dylan V. geen enkele ministeriële reactie had losgeweekt en dat onze politici hypocrieten zijn. "Gesubsidieerd links haatclubje," tweette Francken vrij snel, want die heeft geen boodschap aan 'de andere wang tonen' en nog veel minder aan het negeren van stoute opmerkingen. De straatvechtende staatssecretaris heeft zo te zien tijd zat om de sociale media onveilig te maken.

Iemand tweette: "Indien KifKif punt hypocriete reacties wou maken, hadden ze hoofd Rutten en Francken in cartoon Vandersnickt moeten plakken." Zeer juist, maar nog beter ware geweest dit soort flauwe grappen niet te maken. De strijd tegen racisme is ernstig en tijdrovend genoeg om dáár alle energie in te steken.

***

Vijftien seconden: meer aandacht was de premier van Montenegro donderdag niet gegund. Toen kreeg hij een ruk aan zijn rechterschouder, keek verbijsterd om en zag dat The Donald hem wilde passeren. Het oranje gevaarte dat zich vier jaar president van de US of A mag noemen, trok ostentatief zijn jasje goed en keek zelfgenoegzaam naar een onbestemd punt in de verte. Hier ben ik! Narcistische idioten zouden hooguit vijftien minuten aandacht mogen opeisen en dan weer verdwijnen. Andy Warhol zou het met me eens geweest zijn.

***

Drie Mechelse studenten hebben de crowdfundingactie "Help! Wij willen zuipen!" bedacht. Oké, kan gebeuren. Maar het gebeurde na de aanslag in Manchester, werd zelfs geïnspireerd door de geldinzameling die georganiseerd werd voor de slachtoffers daar. Hoe verziekt kan een geest zijn? En waarom lees ik in mijn krant waar ik geld kan storten voor dat 'goede doel'?

***

De wereld is aan de narcisten. Zelfingenomen zonnekoninkjes die zich vooraan op de foto wurmen krijgen alle aandacht. Narcissus, zoon van een riviergod en een nimf, werd aanbeden door de nimf Echo, die echter gestraft was voor een eerder voorval en niet meer zelf het woord kon nemen, alleen nog anderen kon napraten. Dus riep ze na wat Narcissus net gezegd had. En die keek naar zijn eigen spiegelbeeld in de rivier en werd er verliefd op. Dat moet wat geweest zijn, in de Griekse mythologie: die ene die alleen naar zichzelf keek, die andere die zijn woorden herhaalde. En zo belanden we naadloos weer in het heden en bij de vraag: waarom echoën we de zielloze woorden van narcisten telkens opnieuw na? Het ergste wat je narcisten kunt aandoen is hen straal negeren. Of in de weg blijven staan: een tip voor de premier van Montenegro. Waarom doen we dat dan niet?

***

Zo, mijn kwartier zit erop voor deze week. Dank voor uw aandacht. Tegen volgende zaterdag leer ik fotoshoppen, beloofd.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post773

Woord en wederwoord

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 06, 2017 13:20:00

Stel: ik kom vannacht thuis na een glorieuze overwinning op de jaarlijkse #twitterquiz (hou het resultaat van ploeg-De Onbezoldigde Mandaten in het oog!), het regent oude wijven en ik merk bij het oprijden van mijn oprit het silhouet van een bekend figuur. Ik herken hem aan het ultrakorte haar, de rijzige gestalte en de doffe blik in de wat ingezakte ogen. Eerst denk ik nog: een inbreker, een getuige van Jehova, de nachtburgemeester van het ingeslapen dorp T.? Maar nee, het is wie ik denk dat het is: een verzopen staatssecretaris, met smekende blik. Wat doet díe aan mijn voordeur? Hij is tachtig kilometer van huis, kon hij dan niet aankloppen bij de buren of in een gemeente vlakbij? Ik geef toe: die gedachte doemt in mijn hoofd op. Ik stap uit, schud hem beleefd de hand en zeg alsnog: kom binnen. Staat u hier al lang? Ga zitten. Hier, een kopje warme thee, zal u goed doen. Wat is er gebeurd? Pas dan, na een half uur ontdooiend gesprek, zou ik durven te vragen: vindt u het niet vreemd dat u in een afgelegen dorp moet aankloppen om onderdak te krijgen? En... (maar dan moet ik het over politiek hebben met u, en daar heb ik even geen zin in).

Ik bedoel maar: een mens in nood laat je niet in de kou staan. Of in de regen. Ook al geeft ie zelf zelden blijk van mededogen. Is ie stoer op sociale media. Schoffeert ie al eens een internationale hulporganisatie. Zo'n man laat ik toch in mijn huis. Dat heet: menselijk zijn. Empathisch vermogen tonen. Moreel overwicht hebben.

***

Ik weet niet of hij dinsdag ook in de regen stond te wachten voor een gesloten deur. Als ik de berichten mag geloven, niet. Werd hij vooraf al verwittigd dat er studentenprotest was en dat extreemlinkse jongens en meisjes hem wilden beletten de zaal te betreden. Op de foto te zien, waren ze met een stuk of dertig, maar ja: als er maar één ingang is, hoef je geen massa te mobiliseren om iemand tegen te houden. Tien man had al volstaan. Dan blijf je beter weg, staatssecretaris zijnde. Maar ik weet niet of ik de berichten wel mág geloven: de ene site had het over 'debat geannuleerd', de andere over 'lezing geannuleerd'. Er is nochtans een grondig verschil: bij een debat kan de spreker al op het podium tegengesproken worden, bij een lezing niet. Debat of lezing, dat is niet hetzelfde als 'potato'/'potatoe'. Het verschil is visueel merkbaar: je ziet het aan het aantal figuren dat op een verhoogje staat. Eén = lezing. Meer = debat.

De rector was boos. 'Ik betreur dat het debat met @FranckenTheo geannuleerd werd', tweette ze. 'Vub staat voor vrij onderzoek. Voor woord en wederwoord. Onaanvaardbaar'. Ha, toch een 'debat', dus, al werd die tweet dan weer gepubliceerd op een site die het over een 'lezing' had. Verwarrende tijden in de Vlaamse media.

***

Vrijheid van meningsuiting, daar ging het in de nasleep over. De staatssecretaris hekelde de oproerkraaiers, waarop dan weer reacties opdoken van journalisten die vertelden dat ze tijdens een van zijn vorige lezingen nog vóór aanvang uit de zaal verwijderd waren. Anderen (velen!) hadden het over zijn gedrag op Twitter, waar de staatssecretaris zowat iedereen met een ander gedacht afblokt. Nogal vreemd om het dan zelf over vrijheid van meningsuiting te hebben, maar soit.

Ik ben het fundamenteel oneens met de actie van die Brusselse studenten. Hoffelijkheid betekent: luisteren naar wat ie te zeggen heeft en dan kritische vragen stellen of bedenkingen maken. Of wegblijven, als je écht niet wil horen wat ie te zeggen heeft. U kent dat aapje wel dat zijn twee oren bedekt houdt. Niet willen luisteren is één ding. Een ander niet laten spreken is nog van een andere orde. Het is erger, bedoel ik.

Een man monddood maken omdat hij volgens jou anderen het spreken belet of niet naar je wil luisteren, is oliedom en kortzichtig. Als je de staatssecretaris verwijt dat hij niet luistert naar andere meningen en hem vervolgens belemmert om zijn eigen mening te geven, dan ben je niet beter dan hij. Dan wórd je hem. Dan zit je op het niveau van "Hij is begonnen, meester!" In een beschaving als de onze laat je ook andere meningen dan die van jezelf aan bod komen. Waarna je kan riposteren. Dat heet debat. Of: lezing, gevolgd door de mogelijkheid om vragen te stellen.

***

Mocht de staatssecretaris mij niet preventief geblokkeerd hebben op Twitter, dan had ik zijn reactie kunnen lezen op de studenten die hém geblokkeerd hadden. Helaas. Maar als hij vannacht voor de deur staat, laat ik hem toch binnen. Ik ben niet zoals hij.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post770

Over echte lijven en echte wijven

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 29, 2017 13:40:02

Om mijn geheel en al uit gebeiteld marmer opgetrokken lichaam te reinigen gebruik ik Dove. Ik doe dat al jaren. Heeft met zachtheid te maken, een zachte geur die niet meteen je neus inpalmt en intellectuele luiheid om alternatieven uit te proberen, niet met de campagne van dat merk waarin vrouwen in allerlei vormen en huidskleuren je lachend aankijken. Ik gebruikte al Dove nog voor die breeddenkende advertentie op de wereld werd losgelaten. (Ben ik dan toch een hipster?) Maar die reclame maakt wel dat ik Dove nóg sympathieker ben gaan vinden. Dove is van iedereen, zo'n beetje zoals de grootste stad van Vlaanderen dat nog niet zo lang geleden was.

Maar de reclamewereld, u en ik weten dat, heeft geen boodschap aan de doorsnee wereldburger. Ze creëert ideaalbeelden. Dunne, jonge lijven, van blitze gasten en hete wijven. De ideale wereld, zeg maar. Tenminste: volgens verkopers van gebakken lucht. In de reclamesector, durf ik wedden, word weleens gedacht dat ze weten hoe een superieure wereld er moet uitzien. Niemand nog een BMI dat hoger ligt dan 25. Niemand die ouder is dan veertig. Niemand die getekend is door het leven. Reclame is nep. Reclame ging fake news decennia vooraf. Hoe onechter, hoe liever, want dat zien de mensen graag. Die laten zich graag bedotten. Ja, er wordt wat afgelachen in de knusse vergaderzaaltjes van grote reclamebureaus. Dáár, nog een moedervlek om weg te fotoshoppen.

Sinds deze week is er die campagne van de Brusselse staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V) om tegen het opgedrongen schoonheidsideaal in te gaan: Echte Lijven/Vrai Corps. Zeven op tien meisjes en vrouwen hebben een te laag zelfbeeld, zo blijkt uit studies, omdat ze niet voldoen aan het beeld van de ideale vrouw, zoals de reclame ons dat voorspiegelt. Eén op zes denkt zelfs dat die topmodellen er in het dagelijkse leven hetzelfde uitzien als op foto. Perfectie bestaat en ik beantwoord daar allesbehalve aan, help! Diverse media sprongen mee op de kar, van De Standaard tot Charlie Mag. Weg met make-up, filters, Photoshop.

Ik vind het goed dat die valse perfectie wordt aangevallen. Het doorprikken van reclameboodschappen zou dagelijkse kost moeten zijn. Maar ik vraag me ook af: ga je zo niet van een terechte kritiek op bodyshaming een nieuwe vorm van bodyshaming maken? Ga je de vrouwen die op natuurlijke wijze een zogeheten perfecte maat hebben, niet in de hoek zetten waar met hen gelachen mag worden? Ga je, met andere woorden, het probleem niet gewoon omdraaien en vrouwen met dat maatje minder honen en hén nawijzen in plaats van de dikkerds? Dat risico loop je altijd met dit soort goedbedoelde campagnes.

Waar het om draait is: voel je goed in je lijf. Bepaal zelf of dat dik of dun of iets tussenin is. Laat je alleen leiden door de mening van jezelf en van de mensen die je graag zien, en niet door overbetaalde imagoconsultants of reclamebonzen. Als #echtelijven daarom draait, dan ben ik helemaal mee. Als het een omgekeerde vorm van bodyshaming wordt, tégen al wie er nu uitziet als 'de ideale vrouw', dan ben ik tegen. Zodra iemand gaat roepen "Dit is het superieure lichaam", loop ik weg. Baas in eigen lijf, daar ben ik voor. En blijf van mijn lijf, dat ook.

***

Zouden ze dat in Saudi-Arabië kennen, echte lijven? Je weet het niet, want je ziet het niet. Vrouwen zijn er quantité négligeable, weggestopt achter vier muren of in een ondoorzichtig gewaad dat de rol van die vier muren moet overnemen. Net goed genoeg om het huishouden te doen en kinderen te werpen, zolang mannen dat niet zelf kunnen en je ze niet uit olie kunt boetseren (die kinderen, bedoel ik). Saudi-Arabië is sinds vorige week lid van de Vrouwenrechtencommissie van de Verenigde Naties. En ons land heeft 'Ja' gestemd. Dat hoeft niet te verwonderen, het past perfect bij ons surrealistische imago. Onze minister van Buitenlandse Zaken blijft gewoon op post. Het is de schuld van de diplomaten, meneer, mevrouw. Ik heb nog de tijd gekend dat ministers hun verantwoordelijkheid namen en hun ontslag gaven vanwege hun eigen daden of die van hun diensten. Ik ben dan ook al héél oud. Tobback. Vande Lanotte. De Clerck. Niet, Eyskens junior, nee, die vond dit maar een apenland.

Op de Global Gender Gap Index 2016 van het World Economic Forum staat Saudi-Arabië op de 141ste plaats. Die jaarlijks upgedate index geeft 144 landen een score tussen 0 en 1 op basis van de rol van de vrouw in de samenleving. Krijgen vrouwen evenveel kansen als mannen op de arbeidsmarkt, verdienen ze evenveel, mogen ze zich vrij bewegen in de maatschappij, dat soort dingen. De eerste vier zijn, het hoeft niet te verwonderen, Scandinavische landen. In volgorde: IJsland, Finland, Noorwegen, Zweden. Op vijf staat heel verrassend Rwanda. Alvorens u roept: dat is dankzij onze invloed, toen het nog een mandaatgebied was van België, voeg ik er even aan toe dat België pas op de vierentwintigste plaats staat, met een score van 0,745. Jemen staat allerlaatste (0,516), Pakistan prijkt daar net boven, dan Syrië en vervolgens dus Saudi-Arabië (0,583). Iran staat 139ste, Marokko 137ste, Turkije 130ste.

Saudi-Arabië is een vrouwonvriendelijke natie, tevens sponsor van het internationale terrorisme. Het soort land waarmee je niets wil te maken hebben. Een soort Noord-Korea (ter informatie: 116de op de Global Gender Gap Index, met een score van 0,649), eigenlijk. Maar ze hebben er olie. En ze kopen onze wapens. Dus zijn het onze vrienden.

What's next? Marc Dutroux afvaardigen naar het bestuur van Unicef?

***

Woensdag wordt de allerlaatste aflevering van Girls uitgezonden. Aflevering tien van seizoen zes. Een reeks over vier vrouwen, twintigers, eigenaressen van niet-perfecte lijven, die zich staande proberen te houden in het kolkende New York. Een reeks die uit de koker van Lena Dunham ontsproot: vóór 15 april 2012 een nobele onbekende, die zich met haar aan geen enkel schoonheidsideaal beantwoordend lijf middels twaalf mediastielen en dertien ongelukken een weg probeerde te banen en die dankzij de bijval voor de semi-autobiografische kortfilm Tiny Furniture plots de kans kreeg een serie te mogen schrijven voor HBO, hét keurmerk van de Amerikaanse tv.

Girls was vanaf het begin controversieel: sarcastisch, niets en niemand ontziend, feministisch. De vier vrouwen waren geen heldinnen, relaties mislukten keer op keer, de seks werd vrij expliciet in beeld gebracht. Eigenlijk had Girls alles om te mislukken, want het past als een tang op een varken op de hedendaagse tv-wereld. Toch werd het een hit. Misschien wel dankzij die stomende seksscènes. Of door het compromisloze beeld van de grootsteedse vrouwen. Of het slimme scenario, van Dunham zelf, die zich letterlijk en figuurlijk in iedere aflevering blootgeeft. En dus bleef je kijken en ernaar uitkijken (wanneer komt dat volgende seizoen?). Hannah/Lena is nu zwanger, wist u dat trouwens al? Zal ze bevallen of loopt het toch weer helemaal anders af, in die ultieme episode?

Pas nu, tijdens seizoen zes, besef ik hoe ergerlijk ik de hoofdpersonages vind: neurotisch, narcistisch, egoïstisch, wereldvreemd, praatziek, kortzichtig. Ze zijn het tegengestelde van wat ik zelf zou willen zijn. Ik zou niet één avond, op een dronken feestje, in het gezelschap van deze vrouwen willen vertoeven. Als ik in een professionele omgeving met een van hen te maken zou krijgen, zou ik gillend weglopen. Zij ­— en ook de mannelijke personages — symboliseren de zelfgenoegzaamheid van de grootstad. Deze mensen voelen zich superieur aan het klootjesvolk en helpen vervolgens alles zelf naar de kloten. Na elke vlammende dialoog denk je: get a f***ing life, assholes! Losers die zichzelf winnaars achten, de ergste soort is dat. Je weet: de serie loopt af, maar in een denkbeeldig vervolg zou het ongetwijfeld niet goed komen met hen. Ze eindigen in de goot. Of zetten een revolver tegen hun hoofd. Geen enkel — maar dan ook werkelijk: geen énkel! — personage is sympathiek. Er zit zelfs niemand you love to hate bij, zo hatelijk en egocentrisch gedragen ze zich.

Benieuwd hoe het afloopt.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post769

Wie is de mol?

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 01, 2017 13:09:35

Eline. Ik wist het. Of, om het met de legendarische en uitzonderlijk geïnspireerde woorden van Rik De Saedeleer te zeggen: 'Ik wist het, ik wist het. IK WIST HET!!!' Om heel eerlijk te zijn: ik wist het pas na het verdwijnen van Hans, want die bleef wel ontzettend koel nadat hij bij de allereerste proef als overbodige elfde kandidaat was uitgevallen. Nee, Eline dus. Een 24-jarige politie-inspectrice met een hartslag in rust van 122, dat vond ik uitermate verdacht. Met zo'n hartslag moet je niet bij de flikken gaan, maar rechtstreeks naar de hartkliniek. En de Oostkantons in West-Vlaanderen situeren was nog zoiets waarvoor je vijftig jaar geleden onmiddellijk gecolloqueerd werd. Nu maak je je er alleen maar verdacht door in een tv-spel.

Ik hou van dat spelletje. Het is de geschiedenis van de mensheid, verzameld en samengebald in een tijdelijke microkosmos. Alle typetjes lopen er rond: leiders en volgers, strebers en ambitielozen, voluntaristen en opportunisten, slechte winnaars en goede verliezers (en omgekeerd), valsspelers, idealisten. En iemand die een rolletje speelt: de mol. Je zou dit spel nooit kunnen spelen met politici, want dan is het na één aflevering gedaan. Geen afvallers, geen winnaar, tien mollen. Die elkaars naam invullen tijdens de vragenronde.

***

Wie is de mol? Is het Alona Lyubayeva, de ontslagen diversiteitsambtenaar van de Vlaamse overheid, of is het Liesbeth Homans? Is het de ingeweken Oekraïense die zo stout was om haar oversten te vergelijken met het totalitaire regime dat ze jaren geleden ontvlucht is? Of is het de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Wonen, Steden, Inburgering, Gelijke Kansen, — even ademhalen —, Armoedebestrijding en Sociale Economie, die de diversiteitsmanager een negatieve evaluatie gaf, waarna de publieke vierendeling kon beginnen? Heeft Lyubayeva haar job niet goed gedaan, medewerkers afgeblaft, cavalier seul gespeeld, te weinig rekening gehouden met haar opdracht, of werd ze misschien geofferd omdat ze haar job te goed deed?

***

Wie is de mol? Is het Jan Jambon of Koen Geens? De eerste, minister van Binnenlandse Zaken, zei dat zijn partijvoorzitter in de hoedanigheid van burgemeester van een naar Vlaamse maatstaven grote stad gerust mocht communiceren over de arrestatie van een dronken Fransman, want er bestond geen schriftelijk bewijs van dat het verboden was. De tweede, minister van Justitie, liet fijntjes weten dat het parket die communicatie wel degelijk had verboden. De burgemeester dacht: affirmanti incumbit probatio. (De bewijslast ligt bij hem die iets beweert.) Of: necessitas frangit legem. (Nood breekt wet.) Hij is nog niet aan het eind van zijn Latijn, die burgemeester.

***

Wie is de mol? Zuhal Demir of Els Keytsman (of toch weer Liesbeth Homans)? Iemand van de Moslimexecutieve (of moeten we het in deze context de Molslimexecutieve noemen?)? Alexander De Croo of Paul Magnette? Aan mollen geen gebrek in deze contreien. Aan molshopen evenmin, leert één blik in de tuin me.

***

Een Vlaamse volksvertegenwoordiger uit West-Vlaanderen wiens naam verwijst naar een Oost-Vlaamse stad had het vorige zondag op tv over zelfregulering. Netjes in het pak gestoken orakelde de backbencher dat die mystery calls die men wilde invoeren, een slecht idee zijn. Als er al sprake is van discriminatie op de werkvloer of bij het aanwerven van personeel — lieden met een vreemd klinkende naam die nooit uitgenodigd worden op een sollicitatiegesprek, bijvoorbeeld —, dan moet dat binnen het bedrijf of de sector zelf opgelost worden, zo zei de man. Naast hem zat een vertegenwoordigster van de échte liberale partij te knikken. Want, dat weten we al langer: wat we zelf doen, doen we beter.

Noch de moderator, noch de twee politici aan de overkant van de tafel maakten toen de opmerking die voor de hand lag: als zelfregulering de oplossing zou zijn, dan zou er van discriminatie toch geen sprake meer mogen zijn? Want dan zouden bedrijven dit al lang gereguleerd hebben. Zelf. Dat er nog steeds sprake is van discriminatie, wijst er gewoon op dat zelfregulering ofwel niet werkt, ofwel niet spontaan wordt toegepast. En dus moet de overheid wel ingrijpen.

Zelfregulering bestaat alleen op papier. Zelfregulering is een fata morgana. Gezichtsbedrog. Schijn. Als zelfregulering zou werken, waren er geen wantoestanden, nergens. Als zelfregulering zou werken, konden we de verkeersagenten ander werk laten doen, want iedereen zou de toegelaten snelheid rijden en stoppen als het licht op oranje springt. Als zelfregulering zou werken, konden belastinginspecteurs met vervroegd pensioen, want we zouden allemaal netjes en op tijd het juiste bedrag op de juiste rekening overschrijven. Er lopen heel veel mollen rond, in deze beste der werelden, en dus hebben we ook waakhonden nodig, die een oogje in het zeil houden en ingrijpen waar en wanneer nodig. Zo zijn wij, mensen, nu eenmaal: we spelen al eens vals, liegen onze omgeving iets voor, saboteren de boel als het onszelf beter uitkomt. Zoals Abraham Lincoln nooit gezegd heeft: als je de mol bent, kun je alle andere deelnemers af en toe foppen, en sommige deelnemers zelfs de hele tijd, maar je kunt niet iedereen de hele tijd in het ootje blijven nemen.

Nu ik erover nadenk: wie voorstander is van zelfregulering, zou weleens zelf de mol kunnen zijn.



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post765
« VorigeVolgende »