Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

The Wolf of Chinese Wall Street

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, januari 07, 2017 12:59:56

Dat een van de slachtoffers van de nieuwjaarsaanslag in Istanbul een Belg was, een kleurtje had én de dubbele nationaliteit was voor een stel hersenloze échte Vlamingen voldoende om loos te gaan op de sociale media. Een intussen bekend ritueel, dat we afgelopen zomer ook meemaakten toen een jongen van vijftien verongelukte met zijn quad. In Marokko. Waar hij thuishoorde, volgens die échte Vlamingen.

'Niet het racisme neemt toe, maar wel onze gevoeligheid ervoor,' zeggen filosoof Maarten Boudry en opiniemaker Guillaume Van der Stighelen vandaag in De Tijd. Een voorproefje van dat interview konden we gisteren al lezen. Veelzeggend, tenzij ze in het integrale interview — dat ik nog niet gelezen heb — plots het tegenovergestelde zouden verkondigen van in die teaser of zóveel nuances aanbrengen, dat de harde kanten er helemaal afgevijld zouden worden. Ik vermoed van niet. 'We zijn te politiek correct geworden,' orakelt Boudry, een filosoof van tweeëndertig die zichzelf onder Links klasseert. 'Ook op de werkvloer bijvoorbeeld, dat merk ik zelf. Je durft geen opmerking meer maken die ook maar een beetje over de rand is.'

Dan denk ik: wáárom zou je opmerkingen moeten maken die over de rand zijn? Behoort dat tot onze cultuur? Tot onze veelgeprezen waarden en normen, waarvan weinigen schijnen te weten wat die nu wel en niet inhouden? Boudry: 'De gewone mensen hebben het gevoel dat ze voortdurend met het vingertje gewezen worden. Gevolg: nog meer opgekropte frustratie, zodat de toon inderdaad harder wordt.'

O, zo zit dat. Omdat het wijsvingertje geheven wordt, raken mensen gefrustreerd en schrijven ze dingen als 'Gekleurde belg hahaha mooie opruiming', 'Hoe meer hoe beter', 'Maar ale het was gene kerstmanneke hé, het was ene moslim', 'Een turk minder' (gevolgd door een smiley) en 'Nog velen te gaan hopelijk'. Ja, dat verklaart natuurlijk alles. Nu begin ik opeens begrip te krijgen voor al die roepers. Dat zijn verdorie geen racisten, maar gefrustreerde medemensen die dat vingertje beu zijn. A ja...

'Weet je wat mijn grote angst is?' vraagt Van der Stighelen zich even verderop in dat ingekorte gesprek af. 'Dat we enkel nog oog hebben voor de sympathieke waarheden. We zijn onze samenleving aan het doodnuanceren. Rede komt niet door discussie uit de weg te gaan.' Want, zo vindt de gewezen reclamemaker, 'We moeten leren incasseren'. Waarna hij nogmaals pleit voor een radicale toepassing van de vrijheid van meningsuiting, een van zijn dada's.

'Links kan gewoon niet tegen zijn verlies', staat er boven het artikel. Dat klinkt wervend. Ik dacht: dan kan ik maar niet tegen mijn verlies. Dat Liesbeth Homans een paar zomers geleden racisme relatief noemde — waarmee ze bedoelde: het R-woord wordt te pas en te onpas gehanteerd om vermeende wantoestanden aan te kaarten — is eigenlijk klein bier met wat twee heren die gemeenzaam tot links worden gerekend, nu uitkramen. Alsof we het ranzige racisme dat we ook deze week de kop zagen opsteken, moeten aanvaarden. Dat we het maar moeten leren incasseren. Vrijheid van meningsuiting, quoi!

Niet het racisme neemt toe, maar onze gevoeligheid ervoor. Proef die woorden. Wat een onzin! Ik hoop dat we er steeds gevoeliger voor worden, dat we duidelijke lijnen durven te trekken, dat we eindelijk bestaande wetten beginnen toe te passen om racisten te bestraffen, dat iedere racistische uiting op zijn minst moreel wordt veroordeeld. Maar nee, twee blanke mannen gaan ons even de les spellen: links kan niet tegen zijn verlies en racisme neemt niet toe. Ik rust mijn kaas. Tegen zoveel ivoren torennonsens kan mijn beperkte verstand niet op.

***

Nu we het toch over racisme hebben. Axel Witsel is weg bij Zenit Sint-Petersburg, zowat de meest racistische club in zowat het meest racistische voetballand ter wereld. Toen Witsel al een half jaar bij Zenit speelde, stelden de supporters nog een manifest op om het bestuur te verbieden nog andere spelers met een andere huidskleur aan te werven. (Wat het bestuur dapper naast zich neerlegde, het dient gezegd.) Hij bleef uiteindelijk vierenhalf jaar in Sint-Petersburg. De vele roebels zullen gecompenseerd hebben dat zijn eigen aanhangers hem eigenlijk maar een aap vonden. Dát, en het feit dat hij goed presteerde voor de club. Want: onze zwarte, goede zwarte, hún zwarte, domme neger. Voetbalfans zijn kiesk(l)eurig op dat vlak. Ach, natuurlijk neemt het racisme op de tribunes niet toe, alleen onze gevoeligheid ervoor, zat ik toch weer even op het verkeerde spoor. Excuus, Maarten en Guillaume.

Witsel gaat nu 18 miljoen euro per jaar verdienen, zij het in yuans. Hij gaat spelen voor Tianjin Quanjian: ik probeer de naam te onthouden, want ik doe binnenkort mee aan een voetbalquiz. Een pas gepromoveerde club uit een havenstad met meer dan 14 miljoen inwoners, samengeplakt op een oppervlakte die een derde bedraagt van die van België. Hij doet het voor zijn familie, zegt hij. En dus speelt hij voortaan in een land dat 82ste staat op de wereldranglijst (vijf plaatsen boven Qatar, voeg ik er even aan toe, en dat mag zelfs een wereldbeker organiseren), in een competitie die wel twee keer de Aziatische Champions Leaguewinnaar opleverde (Guangzhou Evergrande in 2013 en 2015), maar die voor de rest kwalitatief niets voorstelt in vergelijking met, pakweg, de Europese Top 50. Een goede voetballer, die Witsel, maar vergeleken met de echte toppers is hij een sympathieke en nuttige meeloper, die zich nu gaat begraven in een middelmatige omgeving, terwijl hij — toegegeven: voor slechts een derde van zijn nieuwe salaris — bij de Europese topclub Juventus had kunnen spelen. Waar hij wel de concurrentie had moeten aangaan met andere goede voetballers, voeg ik er even vilein aan toe.

De reacties varieerden, zoals te verwachten, van 'slim' tot 'geldwolf'. The Wolf of Chinese Wall Street, bij wijze van spreken. Het voetbal blijft intussen vrolijk afstevenen op een implosie. Zolang de Financial Fair Playregels niet consequent worden toegepast, in Europa, of niet bestaan, zoals in Azië, zullen de gekke, concurrentievervalsende bedragen de pan blijven uitswingen. Tot de boel ontploft. En dan zal er geen Luc Coene meer zijn om de sector te redden.

Ik vind: 28 is veel te jong om je te begraven in een minderwaardige voetbalomgeving. Dat Carlos Tévez dat doet, op z'n bijna 33ste, tot daaraan toe. Dat spelers die in Europa op een zijspoor zijn beland dat doen, waarom niet? Maar een speler die qua leeftijd op de top van zijn kunnen zou moeten zitten, doet dat beter niet. Tenzij het alleen nog om geld draait of zijn omgeving niet wakker ligt van sportieve waarde en prestige. Luciano D'Onofrio en vader Witsel lopen fluitend naar de bank. Over Axel spreken we over anderhalf jaar niet meer en die timing is dan nog op voorwaarde dat hij de selectie voor het WK Voetbal 2018 haalt. In Rusland. Kan hij nog eens joelende racistische kreten proberen te trotseren, die uit duizenden Russische kelen tegelijk rollen. Dat hij er maar niet te gevoelig voor wordt, of een jonge filosoof en een wat oudere opiniemaker komen hem terechtwijzen. Tegen je verlies kunnen, jongen!



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post752

Handen schudden

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken wo, december 28, 2016 12:57:26

Ik schud de hand van die ene moslimbruid, al was het maar uit balorigheid en omdat ze de heilige schrift van haar eigen geloof niet heeft begrepen of gelezen. Ik kan me er iets bij voorstellen dat je uit burgerlijke ongehoorzaamheid of uit principe weigert een hand te geven aan een politieke vertegenwoordiger en al zeker als het om een gladjanus als de Brusselse schepen Alain Courtois gaat. Maar als je je beroept op wat zogezegd in een religieus boek staat, terwijl dat niet zo is, dan ben je verkeerd bezig. Net zoals die ene moslimvoetballer die weigerde een vrouwelijke scheidsrechter de hand te schudden, verkeerd bezig was, zoals ik samen met Paul Beloy in ons boek Vuile zwarte illustreerde. Een islamdeskundige wist daarin duidelijk uit te leggen dat het helemaal niet in de Koran staat, dat je geen hand mag schudden van ongelovigen of van iemand van de andere sekse. Heel vreemd dat linkse medemensen sympathie hebben voor haar en zijn geste (of beter: hun niet-geste), of begrip, of het met de mantel der liefde en een 'Ach, is dat dan zo erg?' bedekten. Het verkeerd interpreteren van een geloofsregel of het je laten opdringen van een vermeend verbod uit een boek dat je zelf nooit gelezen hebt, is al even fout als andere vormen van fanatisme en fundamentalisme. Op andere momenten en als het zou gebeuren door mensen met een andere achtergrond, zouden diezelfde begripvollen er zich aan ergeren. Wees dan een beetje consequent, denk ik dan, hier in mijn schrijfhoekje.

Ik schud de hand van Yves Petry, de schrijver die zich streng afvroeg wat nu eigenlijk de visie van links is op migratie en die zich vervolgens in een dubbelinterview met sp.a-voorzitter John Crombez outte als allesbehalve de sociaal-democraat die hijzelf pretendeert te zijn. Racisme is relatief en migranten roepen heel wat problemen over zichzelf af, ik vat het even kort door de bocht samen wat hij brabbelde. Als auteur wil ik Petry niet beoordelen, als politiek wezen is het duidelijk dat hij niet links is. Dat is geen verwijt — ieder zijn keuze —, maar het mag gezegd worden.

Ik schud de hand van al wie het aflopende jaar hartelijk boven hatelijk heeft verkozen, altruïstisch boven egoïstisch, open boven gesloten, menselijk boven strategisch, en in religieuze sferen: rationeel boven emotioneel. Ik schud nadrukkelijk niet de hand van populisten en opportunisten, die van deze wereld een slechtere plek hebben gemaakt.

Ik schud de hand van alle mensen van goede wil. Ik heb het vervelende gevoel dat onze groep steeds kleiner wordt, maar laat dat de pret niet drukken: velen gebruiken 'Gutmensch' als belediging, terwijl het meer nog dan een geuzennaam vooral een achtenswaardig kenmerk is. Ik ben graag een goed mens en wil dat ook in 2017 zo houden. Ik hoop van u hetzelfde.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post750

Last Tango

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, december 10, 2016 14:02:27

Ik stond voor de Antwerpse bioscoop en dacht: hoe geraak ik hier verdorie binnen? Het bordje 'Verboden onder 16' klonk onverbiddelijk. Maar de affiche en de foto's in de hal deden een jongen van dertien kwijlen voor wat gemeenzaam een 'schandaalfilm' werd genoemd. Last Tango in Paris. Met Marlon Brando als vieze oude man. (Hij was nog maar 48, een pak jonger dan ik zelf nu ben, maar hij zag er verwilderd uit, afgeleefd, en we waren zelf toch niet van plan om zó oud te worden, zeker!)

Die Maria Schneider mocht er ook best wezen. Een meisje dat vrouw aan het worden was. De naam van de regisseur interesseerde me op dat moment niet zo erg. Heel eerlijk: het verhaal ook nauwelijks. Maar de mond-tot-mondreclame van de vierde- en vijfdejaars deed z'n werk, al is het best mogelijk dat de meesten het ook maar van horen zeggen hadden. Stoere binken onder elkaar, u weet hoe dat gaat. Het zou nog jaren duren voor ik de film zag in het Filmhuis in de Lange Brilstraat, waar destijds de 'betere films' draaiden, en dacht: is het dit maar?

***

De naam van de regisseur ken ik ondertussen. Bernardo Bertolucci. Italiaan. Maakte lekker linkse films: marxistisch, anti-fascistisch, leve de revolutie! Prima della rivoluzione. Il conformista, het meer dan uur vijf uur durende epos Novecento. La Luna. Oscarwinnaar The Last Emperor. Little Buddha. En dus ook Last Tango in Paris. Marxist tot in de kist. Maar blijkbaar ook viezentist. Zo eentje die op z'n Hitchcocks vond dat een regisseur zich alles mag permitteren. Zeker tegenover wulpse, jonge actrices. Filmgoden in het diepst van hun gedachten. Die mogen wat meer. Die mogen de vrouwelijke ster na de opnamen in een duister hoekje drijven en aanranden. Die mogen doen alsof ze hun piemel laten zien om de gewenste reactie op een onschuldig gezicht te toveren. Die mogen zonder dat de actrice het weet boter gebruiken om een verkrachtingsscène realistischer te doen lijken.

In tijden dat het nieuws vaak sneller rondreist dan de realiteit zelf, is het bevreemdend dat een drie jaar oude uitspraak van Bertolucci in het Nederlandse interviewprogramma College Tour nu opnieuw opduikt en door het Amerikaanse magazine Elle werd opgepikt om zijn gedrag aan de kaak te stellen. En nu heeft Bertolucci — komt-ie, de drievoudige flikflak! — de boter gegeten omdat ie boter op het hoofd heeft, maar de kans is groot dat het al boter aan de galg is. De reactie van de regisseur en zijn cameraman achteraf was om te lachen — of om te huilen, zo u wil. Nee, natuurlijk is Maria Schneider niet echt verkracht door Brando, alleen wist ze dat niet van die boter. Is dat nu zo erg?

Ja, dat is zo erg. Het getuigt van een onwaarschijnlijk dédain voor een debuterende actrice, een jonge vrouw van negentien, de vrouwen in het algemeen. Als het voor de kunst beter uitkomt, dan mag je gerust boter op haar kont smeren, want dan kun je haar reactie als meisje filmen en niet als actrice. Ja, zo zei ie het, die Bertolucci. Hij zei deze week nog meer. Dat die Schneider op de hoogte was van de scène, alleen dat pietluttige detail van de boter werd haar onthouden. Dat alles in het scenario stond.

Schneider kan het niet meer tegenspreken, al deed ze dat wel al in een interview uit 2007, vier jaar voor ze op haar 58ste stierf aan de gevolgen van kanker: "Ik had mijn agent moeten bellen of mijn advocaat naar de set laten komen, want je kunt iemand niet dwingen om iets te doen dat niet in het script staat. Op dat ogenblik wist ik dat echter niet. Marlon zei me: 'Maria, don't worry, it's just a movie'. Maar op het ogenblik dat we de scène draaiden en hoewel Marlon me niet echt verkrachtte, huilde ik échte tranen. Ik voelde me vernederd. Eerlijk waar: ik voelde me een beetje verkracht, zowel door Marlon als door Bertolucci." Gelukkig was er maar één take nodig, zei Schneider nog in dat interview.

Voor de kunst is alles geoorloofd? Nee, echt niet. Je gooit geen levende katten omhoog op de trappen van een stadhuis om te zien wat voor effect dat geeft, om maar iets te zeggen. En je manipuleert geen onervaren actrice. Dat is een vorm van aanranding en dat staat helemaal los van de vraag of Last Tango in Paris een goede film is, ja dan nee. Ik denk nu: als dit nodig was om de film te draaien, dan had die er nooit mogen komen. Vier of vijf sterren wegen niet op tegen ongewenst gedrag.

Sta je dan maar als dertienjarige onwetende onnozelaar op te geilen voor een paar bewegingsloze beelden!

***

Bij de aanval van de N-VA op de rechterlijke macht kwam geen boter te pas. Droog in de poep gepakt. Hashtag #iksteuntheo. Scheiding der machten, ammehoela! Leve de Theocratie, met in de hoofdrol een staatssecretaris die zich een God in het diepst van zijn gedachten waant.

Dat sommige rechters wereldvreemde beslissingen nemen, het is zo (al heb ik vanop enige afstand de indruk dat dit in dit 22 pagina's lange vonnis zeker niet het geval is). Zelfs dan nog moeten politici de eersten zijn om de scheiding der machten te respecteren. In een rechtsstaat moet je uitspraken aanvaarden. Of betwisten. Maar je kunt niet de rechterlijke macht bij het groot huisvuil zetten omdat die in jouw gekleurde ogen een wereldvreemde uitspraak heeft gedaan. 'Wereldvreemd', in dit geval: toelaten dat een Belgisch gezin een gezin uit oorlogsgebied Aleppo zou opvangen in hun eigen huis, zonder dat dit onze staat iets kost. Nu kost het ons 4.000 euro per dag, de dwangsom die werd opgelegd zolang de Belgische regering het vonnis niet uitvoert.

Dit gaat niet meer over een niet te stuiten vluchtelingenstroom die het opvangen van dat ene gezin teweeg zou brengen. Dit gaat over electorale spelletjes, de onderbuik van de samenleving strelen, Orbánnetje spelen. Of Erdogannetje: andersdenkenden verdacht maken. Dan mag je dingen zeggen als "Bootje nemen mag geen toegangsticket voor Europa zijn", omdat je weet dat de achterban niet vies is van ranzige, onmenselijke reacties.

De vluchtelingencrisis is in het westen een beschavingscrisis geworden. Er sijpelen dan wel nauwelijks nog vluchtelingen binnen, maar onze beschaving staat zwaar onder druk. Hoe beschaafd zijn we nog? Hoe beschaafd wíillen we zijn? Hechten we daar überhaupt nog belang aan? Willen we nog een humanitaire oplossing nastreven, waarbij we zowel rekening houden met het opvangen van vluchtelingen als met de maatschappelijke beperkingen die er zeer zeker zijn, of kiezen we resoluut voor Fort Europa? Dat ze het zelf maar oplossen, ginder. Niet ons probleem. Hadden ze maar niet in Syrië moeten geboren worden. Zoiets?

***

Het.

Gaat.

Om.

Mensen.

In.

Nood.

Mensen.

Nood.
Mensen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post748

Hellhole

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, november 26, 2016 13:04:34

Of hij dan alle moslims preventief zou willen laten opsluiten, vroeg de interviewer aan Wim Van Rooy, auteur van Waarover men niet spreekt, een vuistdik boek over een onderwerp waarover zowat iederéén praat, de islam. "Nee, daarvoor zijn we al te ver gevorderd in ons humanisme," antwoordde de gepensioneerde leraar. "Wij zijn hyperhumanisten geworden, en dat zal ons de das omdoen. Wij zitten in een catch 22: iets doen kan niet, vanwege de mensenrechten: maar niets doen is op termijn even dramatisch."

Versta: als het eventjes kan, kun je alle moslims toch maar best in de cel steken. Voor de veiligheid van alle anderen.

***

Ik ken die Wim Van Rooy een heel klein beetje. Aan het eind van de onzalige jaren tachtig ontmoette ik hem weleens op een vergadering, al weet ik niet meer zo goed waar, wanneer en waarom. Het moet bij een zoveelste poging om een links blad uit de grond te stampen geweest zijn of zo (dat geheugen!), want die Van Rooy zat toen nog in het Anti-Fascistisch Front, AFF, gaf vurig les in de hoop dat zijn leerlingen kritische medeburgers zouden worden, geloofde in een revolutie of drie, vier en had een viscerale afkeer van alles wat rechtser dan rechts was.

Trotskist, denk ik dat hij was. Al kan het ook een van de andere kleine, linkse bewegingen geweest zijn. Met links was het in die tijd zoals met de ruziënde fracties in Monty Python's Life of Brian: niemand wist op de duur nog of je te maken had met het People's Front of Judea dan wel met het Judean People's Front, het Judean Popular People's Front of de Campaign for a Free Galilee. En dat vergaderde maar. En dat ruziede maar onderling. En dat zag de droom van een revolutie maar steeds verder wegdrijven.

Die Wim Van Rooy, wijlen een linkse rakker, is kortstondig woordvoerder geweest van Pegida Vlaanderen en schrijft al jaren anti-islamtraktaten alsof hij plots een dwingende levensmissie gevonden heeft. Hij stemt niet op Vlaams Belang, de partij waarvan zijn zoon woordvoerder is, o nee, maar al wat hij zegt en schrijft zou tijdens een gouden dageraad zo uit de mond van Filip Dewinter kunnen komen.

"U ziet dat niet, maar de islam is het nieuwe nazisme", waarschuwde Van Rooy de interviewer nog en dus ook ons, lezers. Mein Sharia, als het ware. Deze man is geen islamcriticus maar islamofoob, klonk het uit vele monden tegelijk in de dagen na publicatie van het vraaggesprek in De Morgen. (In een opiniestuk een paar dagen en heel veel commotie later 'nuanceert' Van Rooy zijn stelling. Hij schrijft: "Aan hen die denken dat ik heb gezegd dat alle moslims moeten worden opgesloten zeg ik: jullie dwalen. Ik heb alleen willen aangeven dat ons 'hyperhumanisme' en de mensenrechten in het Westen (die in de islamwereld onbestaande zijn) ons verhinderen om adequate maatregelen te nemen tegen de totalitaire islam en de islamisering van onze samenleving." Wat die 'adequate maatregelen' dan zijn en in wat die verschillen in de tussen de lijnen te lezen suggestie om moslims op te sluiten, is onduidelijk...)

***

Maar stel nu...

***

Op de keper beschouwd is wat Van Rooy zegt, eigenlijk niet zo gek, als we alle kwaad uit onze samenleving willen bannen. We sluiten gewoon iedereen die een potentieel gevaar voor de maatschappij vormt, op, liefst nog voor ze ons kwaad hebben kunnen berokkenen. En geef nu toe, op u en mij na is dat zo ongeveer iederéén. Praktisch probleem: onze gevangenissen puilen nu al uit. Vandaar een constructief tegenvoorstel waarmee we meteen ook een politiek euvel oplossen: we gebruiken Brussel als prison.

Achthonderdduizend moslims kunnen we daar wel herbergen. Verkrachters, pedofielen, moordenaars, dieven, witte- en andere boordcriminelen, kortom: alle grote en kleine schurken, kunnen er ook nog terecht. Racisten, uiteraard. Extremisten, vanzelfsprekend. Vakbondsleden? Oei, dat zijn er wat veel. Alleen betogers en stakers dan, die zijn het toch gewend om op een veel te kleine ruimte rond te stappen. Ga direct naar de gevangenis, u ontvangt geen startgeld!

Al wie nu in Brussel woont en niet tot bovengenoemde categorieën behoort, mag de vrijgekomen plekken in Vlaanderen en Wallonië innemen. Behalve leden van regeringen en kabinetten, die moeten blijven. A ja, politiekers zijn zakkenvullers en cabinetards zijn nóg onbetrouwbaarder. Zo zijn we ook direct van al die Europese ambtenaren en politici af, die mogen gewoon in hun peperdure gebouwen en wijken blijven huizen.

Om te vermijden dat al die duistere lieden ontsnappen, bouwen we een hoge muur op de grens van Brussel, helemaal rondomrond. Niemand mag eruit, niemand kan er nog in. Bijkomend voordeel: discussies hoe het nu verder moet na de splitsing van het land, hoeven niet meer, want het probleem 'Brussel' is definitief opgelost. Laten we 't voor de zekerheid ook nog eens omdopen tot Hellhole, dan kunnen we de toekomstige retoriek in het Witte Huis gewoon overnemen.

De nationale luchthaven bevindt zich op Vlaams grondgebied, Zaventem, dat probleem stelt zich dus niet. Nationaal voetbalstadion? Dat komt er in Grimbergen, Vlaams Gewest. Het Atomium, Manneken Pis en de Grote Markt? Ach, beu gezien en nostalgici vinden op Google nog wel wat afbeeldingen terug.

Ja, die Wim Van Rooy is eigenlijk geniaal, moeten we toegeven. Sluit iedereen die niet deugt op, maar bepaal zelf wel eerst wat deugdzaamheid is. En noem het voor alle zekerheid Verlichting, dat klinkt goed.

***

"De wereld is te complex geworden voor ironie. En ironie is te complex geworden voor de wereld," schreef Ann-Sofie Dekeyser vorig weekend in een interessante bijdrage voor De Standaard Weekblad. Ik vermoed dat Wim Van Rooy het niet ironisch bedoelde. Uw dienaar, daarentegen.







  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post746

1958

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken zo, november 20, 2016 12:59:07

Ik schrijf dit terwijl ik op de radio de warme, diepe stem van Paul Beloy hoor, met wie ik samen Vuile zwarte. Racisme in het Belgische voetbal schreef. In Touché heeft hij het bij Fried'l Lesage over integratie, racisme, opvoeding, kortom: de samenleving zoals die is. Ik laat me graag afleiden door wat hij zegt en door zijn uitstekende muziekkeuze (Curtis Mayfield! David Bowie!! Steely Dan!!! Stevie Wonder!!!!). En toch moet er me weer iets van het hart. Daarvoor neem ik u, alweer, mee naar het universum van Vuile zwarte. Meer bepaald: naar 1958.

***

Zo lang is het nu ook weer niet geleden. in dat jaar werd in Brussel de Wereldtentoonstelling georganiseerd, kortweg Expo 58. Jaren na datum zagen we blauwwitte broodzakken op tafel liggen met het logo van het evenement erop. Expo-brood heette het witte brood dan ook dat de tentoonstelling zou overleven. Racisme bestond uiteraard al wel, maar het werd zelden zo benoemd. En zo kon het dat op het grondgebied Laken, op de plek waar nu de Primerose tennisclub ligt, het paviljoen van de koloniën werd ondergebracht: de 100% kolonie Congo en het mandaatgebied Ruanda-Urundi. Wisten de bezoekers veel dat Congo twee jaar later onafhankelijk zou worden en dat Rwanda en Burundi twee aparte staten werden in 1962.

Wat de bezoekers van Expo 58 wel zagen waren nagebootste Afrikaanse dorpen, waar de nadruk moest liggen op de technische en menselijke vooruitgang die wij, Belgen, daar gebracht hadden, maar die vooral de aandacht trokken omdat er heuse Afrikaanse gezinnen woonden in simpele lemen hutten. Primitieve omstandigheden die onze ouders en grootouders alleen maar kenden van het actualiteitenmagazine dat ze 's zondags in de bioscoop te zien kregen vóór de hoofdfilm begon. Nu konden ze die 'zwartjes' in levenden lijve bezig zien. Een soort safari, op zoek naar inboorlingen. Racisme, jazeker, maar niemand zag er, euh, Expo-brood in, tot brutale bezoekers de zwartjes begonnen te voederen. Toen werd het Congolese dorp prompt gesloten, want dat vonden zelfs de organisatoren te ver gaan. Dat ze de Afrikanen eerst op een walgelijke manier hadden tentoongesteld voor het grote publiek ontging hen daarbij even: niet voor niets wordt op de Engelstalige Wikipediapagina van de expo benadrukt dat sommigen dit 'a human zoo' vonden, een bewering die merkwaardig genoeg niet terug te vinden is op de Nederlandstalige Wikipediapagina.

Achtenvijftig jaar later discussiëren we over Zwarte Piet. Of beter: we discussiëren er niet over. De ene groep vindt dat Zwarte Piet traditie is en van tradities moet je afblijven. De andere groep vindt Zwarte Piet — met zijn zwartgeschminkte gezicht, z'n kroeshaarpruik en z'n rode lippen — een overblijfsel uit racistische, koloniale tijden. Een derde groep, de zwijgende meerderheid, vindt de discussie maar niets. Er is nu een 'pietenpact', een overeenkomst waarbij Piet in de toekomst wordt afgebeeld als roetveegpiet, dus zonder dat kroeshaar en die rode lippenstift. Want, daar is ongeveer iedereen het over eens: dat zwart komt van de schoorsteen waardoor Piet naar beneden glijdt om cadeautjes in schoentjes te leggen. Wat eigenlijk zoveel wil zeggen als: die volledig zwarte Piet bestaat eigenlijk niet.

Of was dat een noodzakelijke verbale bijsturing om er het meest racistische kantje af te vijlen en de traditie te laten overleven?

***

Ik las eergisteren het opiniestuk van radiopresentator Tom De Cock in De Morgen. De Cock, homo, adopteerde samen met zijn man een zwart kindje. (U weet wel, het soort waarvan de onderbuik van onze samenleving zegt: "Amaai, da's nen homo, oekandie na een kind maken? O, 't is een negerke, z'emme d'r ientje g'adopteerd!") Hij stelde vast dat het aanbod aan andersgekleurde poppen miniem is. En als er dan toch eentje in de etalage ligt, staat er 'Ethnic' op de doos. Etnisch: volkenkundig, betrekking hebbend op een volk. Niet ons volk, maar een ander volk. Vreemdelingen, dus.

Wat De Cock deed is haarfijn aantonen dat we als samenleving niet evolueren. Het gaat niet goed met de multiculturele samenleving, omdat velen unicultureel willen blijven en weigeren de realiteit onder ogen te zien. Dus vind je in de winkel een zwarte pop die wordt gebrandmerkt als 'etnisch', niet een van ons, kijk-eens-ze-kan-ook-lachen-en-wenen-o-zo-schattig-hé. Die pop geeft aan dat we in 1958 zijn blijven steken: wij, witte mensen, bekijken hen, andersgekleurde medemensen, als primitievelingen, die we bij voorkeur niet naar hier halen en als het dan toch niet anders kan, liefst ergens achter een omheining steken, als bezienswaardigheid. Die pop, dat is xenofobie ten voeten uit. Angst voor de en het vreemde. En ook wel: racisme.

***

Van mij moet Zwarte Piet niet verdwijnen. Maar we moeten er wel over durven te praten. We moeten het gesprek met de nieuwe Belgen durven aan te gaan. Dat Piet een restant is van het koloniale, uitgesproken racistische denken wordt niet ontkend. Dat Piet in de loop van de decennia werd bijgestuurd tot een eerder onschuldig lijkend symbool is onmiskenbaar zo. Maar er worden blijkbaar kinderen gepest op school, omdat ze bruin of zwart zijn. Klasgenootjes noemen hen 'Zwarte Piet'.

Iemand schreef gisteren ergens: "Ja maar, dat is niet racistisch bedoeld!" Kan zijn, maar het komt wel zo over. En de vraag bij racisme is in de eerste plaats niet 'Is dat racistisch bedoeld?' (want dan verzeilen we al snel in uitspraken als 'Ik ben geen racist maar...'), maar 'Wordt dit als racistisch gepercipieerd?'

Bij racisme moet je niet uitgaan van de dader, maar van het slachtoffer. Hoe voelt hij of zij zich bij de opmerkingen of daden? Hetzelfde geldt trouwens voor andere misdaden: we moeten eerst naar het slachtoffer kijken. Meestal doen we dat ook. Behalve dus bij racisme. Want dan verkrampen we en vinden we dat de ander zich maar moet aanpassen aan onze onderlinge afspraken en gebruiken, inclusief aangebrande moppen, het benadrukken van onze raciale superioriteit en oerwoudgeluiden.

Als we het over Zwarte Piet willen hebben, zullen we dus de moed moeten opbrengen om de discussie los te weken van blanke traditionalisten versus voornamelijk blanke cultuurrelativisten, en gaan luisteren naar die groeiende groep met een andere huidskleur. Hoe voelen zij zich bij dat Sinterklaasfeest? Hoe interpreteren zij die Zwarte Pietmythe? Misschien vinden ze het écht wel niet erg en dan moeten we niets doen. Zelfs geen pietenpact. Misschien vinden ze het wél erg en dan moeten we vooral die traditie aanpassen. Maar eerst moeten we gaan luisteren.

Samenlevingen evolueren, tradities ook. Ze krijgen een andere invulling of worden afgeschaft. Dat gebeurt. Dat is niet erg. Daarmee haal je de bodem niet weg vanonder onze samenleving. In Geraardsbergen drinken ze op de laatste zondag van februari een glas wijn met een levend visje in. Ik vind dat een barbaarse traditie en de visjes zullen er geen breed maatschappelijk debat over starten, dus blijft het gewoon bestaan. Jaar na jaar. Als teken van feestvreugde en verbroedering. Wie zijn dan de primitievelingen?

***

Staan we vandaag veel verder dan in 1958? Soms twijfel ik daaraan. Als we tradities niet in vraag stellen, als we geen rekening houden met de veranderende realiteit (letterlijk: méér kleur op straat), als we het gesprek uit de weg gaan: dan zijn we gewoon een stel koppige betweters. Dat ligt zeer zeker ook aan die mensen met dat andere kleurtje, die vaak te weinig inspanningen doen om zich te integreren, maar integratie wordt ook zéér moeilijk om niet te zeggen onmogelijk als dat wordt belemmerd. De multiculturele samenleving is al enkele decennia een feit. Nu moeten we dat nog inzien.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post745

Alledaags racisme

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, oktober 15, 2016 13:19:31

Nee, wetenschappelijke waarde had het zogeheten 'sociaal experiment' van de vernieuwde Pano. - nu met hip punt achter de naam - niet. Dat is ook nooit de bedoeling geweest van de makers. Ze wilden gewoon uittesten op een bijna integraal blanke bevolking wat er zou gebeuren als twee 'allochtonen' een winkeltje zouden openen in de drukste straat van de gemeente. En zo geschiedde: Rachida El Garani, in het dagelijkse leven reporter voor... Pano, en Arbi El Ayachi, stand-up comedian, mochten zich voor een paar weken een koppel noemen: zij liep voor de gelegenheid met een hoofddoek rond, wat ze normaal niet doet, en hij liet de oneliners voor een keer achterwege, wat hij normaal ook niet doet. Tegenover hen: de gemeente Tremelo. Afgerond: 15.000 inwoners. Volgens Wikipedia wonen er 2,58 procent buitenlanders (ca. 375), volgens persberichten voorafgaand aan de uitzending 0,5 procent (75). Een verschil van driehonderd maar laten we er gemakshalve van uitgaan dat het een verwaarloosbaar getal is in vergelijking met de rest van de bevolking en zeker als je vergelijkt met de percentages in de rest van Vlaanderen.

Nee, strikte objectiviteit werd niet nageleefd. Dat is ook nooit de bedoeling geweest van de makers. Ze wilden nagaan in hoeverre mensen met een andere huidskleur en een vreemd klinkende voornaam zouden ontvangen worden in het hart van een witte gemeente. Of Tremelo een racistische gemeente is, weten we niet, net zoals we in 1991 niet konden besluiten dat Lint racistisch was, nadat een live uitzending van... Panorama daar uit de hand liep door een demonstratie van Vlaams Blokpolitici en -sympathisanten (Filip Dewinter op kop) tegen de komst van een opvangcentrum voor asielzoekers. Dat een aantal inwoners van Tremelo racistische neigingen hebben, weten we nu wel, net zoals we precies 25 jaar geleden mochten concluderen dat behoorlijk wat Lintenaren een probleem hadden met mensen met een andere huidskleur. Een kwarteeuw oogt lang en toch merk je nauwelijks verschil. Staan we stil als samenleving?

Nee, positief komen de geïnterviewde Tremelonaren er niet echt uit. Dat krijg je natuurlijk als je op de markt gaat filmen: daar kom je alleen oudere, gepensioneerde of werkloze, burgers tegen, vooral vrouwen. Niet echt een dwarsdoorsnede van de bevolking. Lieden die zeiden dat ze niet zaten te wachten op een synagoge voor moslims. (De moslims zelf ook niet, vermoed ik.) Relevanter waren de opnamen met verborgen camera. Want ook dat is Vlaanderen: semi-vriendelijk in het gezicht van de 'vreemdeling', haatzaaiend daarbuiten. Een beetje achterbaks moet kunnen, in dit vrolijke land.

Het treffendste beeld vond ik het duo-portret van twee dames op de markt. De mevrouw in het rood orakelde dat Tremelo niet zit te wachten op meer buitenlanders, terwijl Mohamed en Karima van het winkeltje gewoon de Belgische nationaliteit hebben, maar dit geheel terzijde. Vreemde snoet is gelijk aan vreemde identiteitskaart, voor wie niet verder wil kijken dan de kleur van de huid. Diezelfde dame was eerder al opgedoken in Iedereen beroemd, waarin ze de hartelijke gastvrouw speelde voor BV's en HBV's (half-bekende Vlamingen) van divers pluimage, onder wie Dyab Abou Jahjah. Hij kreeg thee, koekjes en een brede glimlach. Wellicht omdat het een vreemde was die na de opnamen zou verdwijnen uit hun huis en hun gemeente. 's Anderendaags las ik in een krant dat deze mevrouw ooit uit Deurne vluchtte omdat het gedrag van agressieve, jonge nieuwe Belgen haar beangstigde. Eerlijk: ik kan me daar iets bij voorstellen. Daar moeten we niet flauw over doen.

Maar terug naar de markt. Terwijl de dame in het rood fulmineerde dat er al genoeg vreemdelingen in Tremelo wonen ("En de rest is ziever in pakskes!"), probeerde de iets jongere mevrouw aan haar zijde een genuanceerder standpunt in te nemen. "Vinde gij da echt?" "JA, IK VIND DA!" Dat was voor mij hét beeld van deze reportage: nuance werd versmoord in vooroordelen die in Caps Lock werden uitgesproken. Volume boven inhoud. Wie het hardst roept, krijgt gelijk, denkt de roeper. Waarmee we meteen bij de sociale media belanden. Ook daar stond de Caps Lock op. RACISTEN!!! HEBBEN DIE MENSEN GEEN GELIJK MISSCHIEN?! ARM VLAANDEREN!! ZO'N GEKLEURDE REPORTAGE EN DAT MET ONS BELASTINGSGELD!!!!!

Een lichtpuntje vormde de reactie van de communicatiedienst van de gemeente Tremelo. "Onbekend maakt onbemind. Dat blijkt uit dit sociaal experiment in onze gemeente. Misschien kon Tremelo deze blik naar de wereld wel gebruiken. Want diversiteit is een kracht, geen zwakte." Net toen ik luidop dacht 'Wow, wat een knappe reactie', deed burgemeester Dams, die er aan het hoofd staat van een Open VLD-CD&V-coalitie, het licht weer uit. Er zijn al genoeg allochtonen in onze gemeente, liet hij optekenen. Moeten we ons nu optrekken aan het feit dat er in Tremelo op 23 gemeenteraadsleden slechts één Vlaams Belanger is, of ons eerder afvragen hoe het kan dat in een gemeente waar Vlaams Belang géén belangrijke actor is, er toch ranzige uitspraken worden gedaan? Ik denk en vrees: het tweede.

***

Enfin, je zou het kunnen bestempelen als goede reclame voor het boek dat ik deze week samen met Paul Beloy in de handel mocht leggen: Vuile zwarte. Racisme in het Belgische voetbal. Een verdoken probleem, want je leest of hoort er nauwelijks wat over. Maar als je begint door te vragen heeft iedereen die naar het voetbal gaat het al meegemaakt. Het bananen werpen uit de jaren 70 en het fysieke geweld uit de jaren 80 en 90, werd ingeruild voor een subtielere, psychische vorm van geweld. Voetballers attaqueren op hun huidskleur, zo ongeveer het laagste wat je kunt doen. Aan de media-aandacht af te leiden, hebben we een gevoelige snaar geraakt. We zijn blij met al die persbelangstelling, we zouden nog blijer zijn mocht er nu eindelijk krachtig worden opgetreden tegen racisme op het veld en langs de lijn.

In ons boek staat ook een voorbeeld van een pas getrouwde islamitische voetballer die de hand van een vrouwelijke scheidsrechter weigert te schudden, zogezegd omdat dit niet mocht van zijn geloof. Terwijl dat nergens in de koran blijkt te staan. Selahattin Koçak, door ons geïnterviewd, vatte het in één woord samen: "Bullshit!". Les extrêmes se touchent. Er is niet zoveel verschil tussen de vooroordelen van de bange, blanke man of vrouw, en die van de diepgelovige die zich baseert op wat hij heeft horen zeggen van mensen die het ook niet weten maar die wel goed kunnen doen alsof. Een Gentse schepen mocht het recent meemaken: een moslimbruidegom weigerde haar na de officialisering van zijn huwelijk de hand te schudden. Seksisme en religieus fundamentalisme zijn volle neven van racisme.

***

En om de week compleet te maken kregen we ook te maken met oerconservatieve reacties uit de literaire wereld, toen de Nobelprijs Literatuur werd toegekend aan Bob Dylan. Een zangertje die karamellenverzen schrijft, die je niet los kunt zien van zijn gepingel op gitaar. Zo kun je 't ongeveer samenvatten. Heel wat schrijvers blijken niet alleen getormenteerd en zelfingenomen te zijn, maar ook nog eens stikjaloers, reactionair en enggeestig.

Ik raad iedereen aan om Chronicles vol. 1 te lezen, het eerste en hopelijk niet laatste deel van zijn autobiografie. Prachtig geschreven. En voor op de nachttafel: Lyrics 1962-2001, veertig jaar sublieme songteksten, die je wel degelijk los van de muziek kunt savoureren. Maar je moet er dan wel voor openstaan en je vooroordelen opzij schuiven.

Eigenlijk kun je die Dylanhatende schrijvers perfect vergelijken met de marktgangers in Tremelo: ze dulden geen vreemdelingen in hun midden. Je zou het bijna racisme kunnen noemen.

***

(All of Rubin's cards were marked in advance / The trial was a pig-circus, he never had a chance / The judge made Rubin's witnesses drunkards from the slums / To the white folks who watched he was a revolutionary bum / And to the black folks he was just a crazy nigger / No one doubted that he pulled the trigger / And though they could not produce the gun / The D.A. said he was the one who did the deed / And the all-white jury agreed. Uit Hurricane, 1975.)

***

Vuile zwarte. Racisme in het Belgische voetbal, Paul Beloy en Frank Van Laeken, 232 blz., Houtekiet, 19,99 euro.



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post739

0110

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, oktober 01, 2016 12:57:22

't Is vandaag precies 10 jaar geleden: 0110. 1 oktober 2006. Een gratis festival op vier verschillende locaties (Antwerpen, Brussel, Charleroi en Gent), georganiseerd door geëngageerde muzikanten (Tom Barman, Arno, Frederik Sioen), 'voor verdraagzaamheid, tegen racisme, extremisme en zinloos geweld'. Tweeduizendenzes was het jaar dat Hans Van Themsche zijn moordzuchtige raid uitvoerde in het centrum van 't stad, dat Joe Van Holsbeeck vermoord werd voor een mp3-speler en dat Guido Demoor, treinbestuurder, op de bus werd doodgeslagen door een stel jongeren. Maar ook: één oktober was de zondag vóór de gemeenteraadsverkiezingen en er dreigde een zoveelste extreemrechtse tsunami Vlaanderen te overspoelen.

Adamo, Arno, Axelle Red, Clouseau, Daan, De Bruyne, dEUS, Granata, 't Hof van Commerce, Thé Lau, Lotti, Monza, Sioen, Tura, Vermandere, Verminnen. Iedereen die het hart links droeg en enig maatschappelijk besef had, stond op een van die vier podia het volk een geweten te schoppen, zij het dat het volk voor dat podium al lang overtuigd was dat het een geweten had. Luc De Vos en Wannes Van de Velde waren er ook nog bij, twee artiesten die ons intussen ontvallen zijn. Vlaams Belang dacht dat de manifestatie uitsluitend tegen haar gericht was en organiseerde van de weeromstuit een eigen festivalletje met Frank Galan, Vanessa Chinitor, Salim Seghers, Wim Ravell en de broer van Helmut Lotti op de affiche, sterren die de hele wereld ons benijdde en nog altijd benijdt. Toenmalig VB-voorzitter Frank Vanhecke riep op om de 0110-artiesten te boycotten. 'Ik koop hun platen niet meer en ga ook niet meer naar hun concerten,' riep hij. 'Als onze kiezers dat ook niet meer doen, dan zal ik ze geen ongelijk geven, integendeel.' Láchen!

Het tijdelijke effect was groot. Veel media-aandacht, veel sympathie, het succes van Vlaams Belang werd niet afgeremd (de partij was in heel Vlaanderen populairder dan ooit) maar een dijkbreuk in met name Antwerpen werd op het nippertje vermeden. Janssens won van Dewinter. 33,5 procent van de stemmen haalde Belang in de stad A, een op drie kiezers. Niet genoeg om de macht te grijpen, genoeg om verontrust te zijn.

Als we ons met de teletijdmachine tien jaar vooruit katapulteren moeten we nog altijd verontrust zijn. Is er nog racisme in de samenleving? O ja. (Denk aan een zaakvoerder die 'makakken' op een bestelbon schrijft.) Is er nog extremisme? Wees gerust. (Of beter: wees ongerust! Lees opnieuw de reacties op de dood van een 15-jarige Genkenaar met Marokkaanse roots, begin augustus, en voel weer die diepe walging. Maar ook: denk aan de religieuze fundamentalisten die per se hun 72 maagden willen bevlekken en daarom de vrije samenleving bedreigen.) Is er nog zinloos geweld? Zeer zeker. De slachtoffers heten niet meer Oulematou, Luna, Joe of Guido, maar hebben andere namen gekregen. Onverdraagzaamheid, het is er meer dan ooit, en het valt steeds minder te verdragen.

Er is één groot verschil met toen: er zijn dit jaar geen verkiezingen, er is dus blijkbaar geen urgentie. Ook volgend jaar niet. Maar onze grondwet is in het gedrang, er wordt met zware bijlen ingehakt op de pijlers van de rechtsstaat, bevolkingsgroepen worden tegen elkaar opgezet (of doen daar zelf vrolijk en met veel plezier aan mee) en naar het schijnt willen de Chinezen ons overnemen. Extremisten, racisten en narcisten zijn aan de macht gekomen of kunnen dat zeer binnenkort doen.

Eerlijk: ik voel momenteel meer noodzaak aan zo'n 0110 dan tien jaar geleden. En ik voel die niet alleen omdat ik een ietwat linksig type ben, want ik ergerde me vorig weekend blauw aan de 'linkse' commentaren op de tranen van Bart De Wever. Het was een afleidingsmaneuver, krokodillentranen, een een-tweetje met de media, er is een groot acteur aan hem verloren gegaan, slim gezien van die spindoctors. Dat is óók onverdraagzaamheid, zij het van het zogezegd elitaire type.

Verdraagzaamheid kan ons redden, een slogan hebben we al. Nu nog schoon volk vinden om het op poten te zetten. Wat denk je, Tom Barman, Arno en Frederik Sioen, een bisnummer? Het is te laat voor 0110, maar wat denk je van 2203, een jaar na je-weet-wel. Dit keer zal ik er zijn. Beloofd.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post737

Larbi

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, september 10, 2016 13:14:36

J'peux? Hij vroeg het ietwat bedeesd, in z'n uitgerafeld plunje. Een T-shirt dat ooit rood moet geweest zijn, maar dat alle kleur was kwijtgeraakt omdat het altijd en overal gedragen werd, een beetje muf rook, haast één was geworden met een mager lichaam. Een grijs broekje dat een maat te groot rond z'n heupen wiegde en na elke stap moest opgetrokken worden. Geen sokken. Loopschoenen die in een ver verleden nog maagdelijk wit waren geweest en die nu een flink aantal tinten grijs vertoonden. De zolen leefden een eigen leven, flapperden op en neer terwijl de bezitter van de schoenen over de groene zone draafde.

J'peux? Ja, hij mocht meevoetballen met ons. Comment tu t'appelles? Larbi. Getaande huid, kalend hoofd met op de zijkanten de restanten van een weelderige krullenbol, komische overblijfselen van een beau garçon. Leeftijd: iets tussen de 25 en de 45, moeilijk te schatten. Hij kwam goed van pas, die zonnige zaterdagnamiddag in het jaar van Orwell, want we waren maar met zeven. Vier tegen drie, dat voetbalt ongemakkelijk.

Moi, je suis Frank. We stelden ons kort voor aan de man die ons luttele seconden later aan flarden zou dribbelen. Zelfs op dat versleten schoeisel spurtte hij ons voorbij, wij, werkzoekende, langzaam maar zeker met bierbuikjes gezegende, veel te weinig sportieve twintigers. Juan Lozano's en Laszlo Fazekassen in 't diepst van onze gedachten. In werkelijkheid: trage slungels met de flexibiliteit van een strijkplank. Larbi confronteerde ons daarmee, liep ons straal voorbij, dribbelde zich een weg langs benen die amechtige pogingen deden om ook eens het leer te raken, tikte de veel te slappe bal keer op keer tussen de twee sporttassen die als doelmond fungeerden.

De volgende zaterdag was hij er niet, de zaterdag daarop weer wel. J'peux? Ja, hij mocht weer, tot groot jolijt van wie bij hem in de ploeg stond en tot afschuw van wie door hem zot gedribbeld zou worden. En zo verscheen hij weken niet en dan plots weer wel op onze geïmproviseerde voetbalarena op een slecht onderhouden grasveldje in een rustig park. Larbi. Een welgekomen passant.

Het waren de dagen dat er op de voorpagina's van de kranten foto's stonden van uitgehongerde Afrikaanse kinderen. Het jaar vóór Live Aid. Ik wilde iets doen, hoe futiel ook, organiseerde een voetbaltoernooitje en bedacht daarvoor de naam 'Sahelp'. Ja, creativiteit zonder grenzen, en dat soort dingen. Het vroor, die 30ste december 1984, maar ik en mijn maten stonden toch maar mooi op de heilige grond van het Olympisch Stadion in Antwerpen, alwaar we vrolijk werden weggetikt door de veteranen van Beerschot en Humo's Overwinnelijke Elf. Onze enige uitblinker stond in de spits: Larbi. Hij stond machteloos tegenover die geroutineerde verdedigers, kreeg ook nauwelijks bruikbare ballen van z'n ploegmaats. Op een bevroren ondergrond leek hij wel een talentloze schaatser, op die versleten basketsloefen die bij iedere spurt afwisselend van schuif-schuif-schuif en van klepperdeklep deden, waarbij de zolen het muzikale intermezzo verzorgden.

Qazz. Zo heette hij met z'n familienaam. Dat hadden we voordien nooit gevraagd. Net zoals we niet hoefden te weten waar hij woonde en wat hij deed. Larbi volstond. Maar nu hadden we z'n naam nodig om het wedstrijdblad in te kunnen vullen. Identiteitskaart? Perdu. Onverzekerd dan maar, in de hoop dat een van die oude rakkers hem niet het ziekenhuis zou intrappen. Qazz. Geboren in Marokko, vertoevend in Antwerpen. Qazz, het rijmde niet alleen op jazz, zo voetbalde hij ook: in een onregelmatig ritme, puur op improvisatie, talent boven regelmaat. Dansend met de bal. Want dat bleek hij te zijn, een danser, zo veel had hij ons intussen toch verteld in de momenten dat we even uitpuften.

"Ik heb deze week Larbi gezien," zei een van de zaterdagse voetbalhabitués een tijdje later, toen we Larbi al lang uit het oog waren verloren. "Hij kroop uit een kartonnen doos op de Groenplaats." Daar schrokken we even van. En toen, toen moesten we er ook om lachen. Zelf nauwelijks in staat om beleg op het net niet beschimmelde brood te leggen. Besmuikt lachend om het droevige lot van een medemaat. Niet omdat we dat zo prettig vonden, dat Larbi bedelend en in onmenselijke omstandigheden moest overleven, maar omdat het zo onwezenlijk leek. De ene dag danste hij ons nog van het voetbalveld, de volgende lag hij letterlijk in de goot. Dat beeld was haast niet te bevatten.

We hebben nooit nog van Larbi gehoord. Geen j'peux meer. Geen spoor van hem terug te vinden. Geen maat die hem vanonder een kartonnen doos zag uit kruipen. Geen pirouettes met een bal in een park. Het leven ging voort: voor ons toch, die met vallen en opstaan toch nog iets van ons leven maakten. Maar voor hem? Geen idee.

Ik moest aan Larbi denken toen ik het verhaal van Jordy las. Gestorven door ontbering. Eenzaam. Het was de schuld van de ouders. Het was de schuld van de zorgverleners. Het was de schuld van de maatschappij. Maar zijn we wel in staat tot mededogen en oprechte interesse in hoe iemand écht in elkaar steekt, vraag ik me dan af. Niemand uit onze vriendenkring ging bewust op zoek naar Larbi, zoals niemand uit zijn vroegere professionele dansomgeving dat zal gedaan hebben. En zoals nu niemand zich na z'n achttiende verjaardag om Jordy bekommerde, zo te lezen.

We zijn zwakke schepsels, hopeloos op zoek naar onszelf, laat staan dat we tijd hebben om naar de ander op zoek te gaan. Larbi. Jordy. Zelfs de namen lijken op elkaar. Ze proberen doorheen de samenleving te dribbelen, tot ze op een muur botsen. Een muur van egoïsme. Gebrek aan empathie. Meedogenloosheid. Het leven, quoi. Af en toe is het goed dat we met ons eigen onvermogen geconfronteerd worden, dat we er ongemakkelijk van worden, dat we — al is het maar tijdelijk — iets voelen van collectieve schaamte, dat we iets denken als: het ligt óók aan ons. J'peux?





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post734
« VorigeVolgende »