Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

War on Drags

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, september 01, 2018 13:26:42

Goed, wat is er deze week in het nieuws geweest? Ha, kijk eens, vorige zondag al, een staatssecretaris die zich weer eens ontpopte tot straatsecretaris en die op Facebook wat verzuchtingen neerpende over echte en fake mannen. Mannen in tirolerkostuum en mannen in lingerie, laten we zeggen. De staatssecretaris schreef en herschreef en herschreef nogmaals en deed dat nog een keer of zeven over. Even dacht ik: de tot mislukken gedoemde war on drugs wordt opgevolgd door een war on drags. Tot hij weerwerk kreeg, niet iedereen in zijn partij op dezelfde lijn bleek te zitten en hij de tekst dan maar verwijderde. Mis begrepen, of zo. De commotie niet waard. ("Waarom post je dan op je openbare Facebook-account deze bedenkingen?", inderdaad, u stelt terecht die vraag.)

***

Wat was er nog? Ah voilà, een zwarte jongen van vijftien die in Aarschot op de sporen werd geduwd. Net zoals mosselen niet alleen meer op tafel komen in maanden met een r, zo ook kom je racisme tegen in maanden zonder r. Augustus, bijvoorbeeld. Al is een deel van het Vlaamse publiek niet dadelijk mee als het r-woord valt. Relatief, weet u wel. Razend, word ik ervan. Dan kruipen allerlei brulboeien in de pen om zwaar te relativeren en als een hoofdredacteur van een weekblad het dan heeft over racisme in het Vlaamse DNA, is het kot meerdere malen te klein. Hang hem hoog! Ontsla die hufter!! Niet met ons, Vlamingen!!! #tothierennietverder. Uitroeptekens ad infinitum. "Vond iedereen racisme maar even erg als beschuldigd worden van racisme," reageerde @FlorVDE vrijdagavond op Twitter. Tweet van de week. Want hier draait het allemaal om: al die kaakslagvlamingen die nu héél boos zijn omdat ze zich in de hoek van de racisten gedreven voelen (begrijpend lezen is niet hun sterkste kant, want wat die hoofdredacteur schreef klonk een pak genuanceerder) doen ook uitermate hun best om racistische gedragingen van andere bange blanke mannen (en vrouwen) af te zwakken, alsof ze dat helemaal niet zo erg vinden. Waarmee ze de editorialist van dat weekblad impliciet gelijk geven.

***

Nog iets? Gucken sie mal hier. In Chemnitz betoogden neonazi's. Open en bloot. Niets meer te verbergen. Hoeft ook niet meer, ook al is het in Duitsland verboten. Populistische leiders hebben het steeds meer voor het zeggen in Centraal-Europa (en in de wereld) en dus voelen lieden die zich lang verborgen hebben gehouden geroepen om te, euh, roepen. Je merkt dat in de sociale media en nu dus ook op straat.

Rechtse en flinkse politici zouden er eens bij moeten stilstaan of hun agressieve taalgebruik — 'kordaat', zullen ze het zelf liever noemen — er niet toe bijdraagt dat allerlei groupuscules nu denken dat ze niet alleen staan met hun afkeer. En natuurlijk roepen die politici niet op tot daden, maar sommige toehoorders begrijpen dat wel zo: wat niet expliciet wordt afgekeurd, is goedgekeurd. Punt. Als er op de volgende Antwerp Pride weer zo'n homohater een geïsoleerde man in olijke outfit een pak rammel geeft, moeten we nog eens terugdenken aan die verwijderde Facebook-post van de staatssecretaris. Ik denk: er is een link. Politici hebben een voorbeeldfunctie. Persoonlijke meningen inslikken hoort daarbij. De gevolgen van wat je zegt of schrijft, correct proberen in te schatten. Gouverner, c'est prévoir. Het algemeen belang moet altijd vooropstaan. Zóu moeten.

***

Afhandelcentrum. De term werd niet bedacht door de sociaaldemocratische burgemeester van een uit de kluiten gewassen kuststad, maar wel gretig gebezigd. Hij bedoelt: een plek waar transitmigranten worden opgevangen, tot er over hun lot wordt beslist (asiel, ja of neen). Anderen bedoelen: waar ze worden opgesloten, in afwachting van hun verwijdering van het grondgebied. Hoe kan je met gebalde, omhooggestoken linkervuist opstappen in de 1 mei-stoet, in theorie opkomen voor solidariteit van alle volkeren op aarde en mensen op de vlucht 'afhandelen'? Voor er weer iemand "Hé, gij zijt een fan van de opengrenzenlobby, zeker?" roept: neen, we kunnen niet iedereen opvangen. We kunnen wel solidair zijn met mensen die het moeilijk hebben. We kunnen een oplossing zoeken, over de partij- en landsgrenzen heen. En, vooral, we kunnen hen in de eerste plaats als mensen proberen te zien, niet als statistische gegevens. Afhandelcentrum. Klinkt een beetje als 'afwerkplek', een term uit de prostitutie. In Nederland bestaan er zelfs gelegaliseerde afwerkplekken. Geen idee of ernaast een afhandelcentrum ligt en aan de andere zijde een afhaalchinees.

Ga ondertussen uw mond spoelen, meneer de burgemeester!

***

O ja, ik zou het haast vergeten: een man met nazi-tattoos op zijn linkerarm (foutje!) is ontslagen als chauffeur bij de MIVB. De man had nochtans een vlekkeloos parcours afgelegd, zesentwintig jaar trouwe dienst, zonder aanmerkingen, noch van zijn oversten, noch van zijn passagiers. Er zijn er anderen. Zijn stommiteit: hij was naar een bedrijfsfeestje gegaan in een marcelleke, véél erger dan een tirolerkostuum of sexy mannenlingerie. Daardoor waren de tattoos zichtbaar: 88 (de achtste letter van het alfabet is de H, een dubbele acht staat voor 'HH', in neonazistisch vakjargon: Heil Hitler), een adelaar (typisch voor het Derde Rijk) en 'SS' (verklaring onnodig). Enfin, in sommige kringen zal hij daarmee heel populair zijn. Kringen die je ook in Chemnitz op straat zag marcheren, hun op een na favoriete bezigheid, na het in elkaar timmeren van andersdenkenden.

Ik worstel ermee. Niet met die man: daar ben ik te oud, te plomp en te laf voor. In gedachten neem ik ze een voor een in een houdgreep, de neonazi's, het fascistoïde crapuul, tot ze afkloppen, zich overgeven. Tot in het diepst van mijn vezels heb ik een afkeer van alles wat swastika-gerelateerd is. Als ik op een feestje zou zijn en die man zou daar staan, in zijn afzichtelijke marcelleke, dan is de kans heel reëel dat ik er stiekem een foto zou van maken, om de man te signaleren bij bedrijfsleiding, politie of Unia. Ik walg van dat soort figuren. Sympathisanten van een onmenselijke ideologie. Kampbewakers in spe.

Begrijp me dus vooral niet verkeerd (ik beloof overigens dat ik deze tekst niet tien keer zal aanpassen), maar ik worstel met zijn ontslag. Als iemand zesentwintig jaar, meer dan een kwarteeuw, keurig z'n werk heeft gedaan — als er al eens een opmerking in zijn dossier stond, was het een positieve —, nooit eerder openlijk is uitgekomen voor een ziekelijke sympathie, vraag ik me af of je die man wel aan de deur kúnt zetten. Vrijheid van meningsuiting en zo. Zelfs voor iemand die een laakbare mening heeft, maar die mening blijkbaar nog nooit heeft proberen op te dringen en de neutraliteit — die je van een buschauffeur mag verwachten — nooit heeft geschonden.

In die zin is er een grondig verschil met die andere buschauffeur, tevens voorzitter van een minuscuul partijtje, die een half jaar geleden werd ontslagen omdat hij vond dat vrouwen en mannen apart moeten zitten in de bus. Ook die man had dat niet geventileerd tijdens de diensturen, noch had hij zich daarnaar gedragen bij de uitoefening van zijn functie, maar hij had het wél gezegd en dus kun je als bedrijf ingrijpen.

***

Voorts vind ik dat het dragen van marcellekes in het openbaar moet verboden worden. Misschien in het kader van de war on drags?





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post811

Dubbel racisme

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, augustus 25, 2018 13:04:26

Moeten we 't nu weer over racisme hebben?

Ja, we moeten het alweer over racisme hebben.

Diepe zucht.

Na het 'Handjes kappen, de Congo is van ons'-incident op Pukkelpop reageerde iemand op een boze tweet van mij dat racisme een complex gegeven is. Neen, dus, racisme is hoegenaamd niet complex. Het is zelfs zeer makkelijk te herkennen. "Mijn ras is superieur aan alle anderen." Dat is racisme. En dat is fout. Altijd. Overal. De lightversie daarvan is xenofobie: angst voor het vreemde. Of voor de vreemde. Xenofobie zit diep in ons, is onze voorvaderen zelfs vaak van pas gekomen, toen we nog jagers-verzamelaar waren en onze buur, een paar kilometer verderop, niet konden vertrouwen. Xenofobie is een soort beschermende reflex. In het beste geval nuttig, maar meestal onnodig. En daarom zelden aangewezen. Bij racisme hoef je die twijfel niet te hebben: dat is nóóit aangewezen. Jamais. Never. Nie. En kom niet af met "Er is ook omgekeerd racisme". Dat hoef je niet 'omgekeerd' te noemen, het is racisme, punt. Zoals er onder de hashtag #metoo ook verhalen opduiken van mannen die seksueel misbruik van vrouwen ondervonden. Of van transgenders, wat mij betreft. Elke vorm van raciaal superioriteitsgevoel is misplaatst, maatschappelijk ongezond, verwerpelijk en - gelukkig bij ons - strafbaar, zoals ook elke vorm van grensoverschrijdend gedrag misplaatst, maatschappelijk ongezond en verwerpelijk is. Moeten we vooral iets tegen doen. En blijven doen. En er nooit de rug naar toekeren, zoals de omstanders op Pukkelpop blijkbaar deden.

Als een stel jongeren 'Handjes kappen...' begint te zingen wanneer twee zwarte vrouwen passeren, is dat geen jeugdzonde. Het is geen vergissinkje in de trant van monsterieur Vangheluwes 'relatietje'. Je moet dat niet relativeren. Probeer het niet. Het is racisme. Daarom zijn die lallende jongeren nog geen diehard racisten, dat weet ik immers niet. Alcohol en kuddegedrag brengen het laagste in de mens naar boven. Misschien schamen ze zich oprecht, achteraf. Maar wat ze op dat ogenblik doen, is het platst denkbare racisme. Ja, maar, we moeten dat toch niet overroepen, hoor je dan. Wat is dat, 'overroepen'? Er overdreven veel aandacht aan schenken? Hadden we er dan geen aandacht aan moeten besteden, misschien? Het als een bagatelletje bestempelen? Was het uitlokking, zegt u, omdat de jongeman die de zwarte vrouwen begeleidde, vroeg om opnieuw te beginnen zingen, zodat hij het kon registreren met zijn smartphone? Ach, heeft er iemand die kerels werkelijk verplicht om in herhaling te vallen? Neen, hoor, ze deden dat met alle plezier en uit volle borst. Met heel veel overtuiging. Ja, maar, die jongens werden brutaal opzij geduwd door die Kendrick Lamarfans. Kan best zijn. Hoogst irritant is dat, van die zogeheten fans die op het allerlaatste moment tot op de eerste rij proberen te dringen. Ik zet me dan schrap - 'zette', eigenlijk, want het is al een poos geleden dat ik naar grote festivals ging. ¡No pasarán! Die jongens hebben het recht om daar te staan en die vrouwen hoeven niet te duwen. Roep dan "Ik sta hier, ik blijf hier staan". Of: "Je had maar op tijd moeten zijn". Desnoods: "Wat denken jullie wel, stomme trutten?" Er zijn nog wat varianten denkbaar. Maar niet, nooit, iets racistisch roepen.

'Handjes kappen, de Congo is van ons' is racistisch. Het getuigt van een superieur gevoel ten aanzien van mensen die eruitzien alsof ze afkomstig zijn van de vroegere Belgische kolonie. Het beste idee dat ik deze week las, was afkomstig van staatssecretaris voor Gelijke Kansen Zuhal Demir. Je hoeft die jongeren niet op te sluiten of een hoge boete te laten betalen: neem hen mee naar het Afrikamuseum in Tervuren, vond ze. Daar zit iets in. Laat hen begeleiden door een deskundige gids die hen de ware geschiedenis van de Belgische aanwezigheid in Congo uit de doeken doet ('Handjes kappen...', inderdaad), confronteer hen met de rauwe realiteit en praat er daarna uitgebreid met hen over. Als dát niet helpt, zijn het 'pure' racisten. Educatie helpt meer dan repressie, want dat is een zwaktebod, maar soms wel nodig en onvermijdelijk.

En dan nog iets. Eigenlijk was er op Pukkelpop sprake van dubbel racisme. Een van die belaagde zwarte vrouwen was van Rwandese origine. Tegen haar 'De Congo is van ons' roepen, getuigt van een afschuwelijk dedain voor de identiteit van die vrouw. Het komt erop neer dat je alle zwarten gelijkschakelt: allemaal Congolezen, allemaal gepeupel, allemaal de handjes eraf. Als een Congolees ons een Pool, een Roemeen of een Hongaar zou noemen, zouden we dat ook niet appreciëren. Dubbel racisme, dat is: twee keer een geleid bezoek aan het Afrikamuseum.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post810

De 'Ik ben geen puntje puntje puntje, maar...'-samenleving

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 23, 2018 11:57:28

Dinsdag, heel vroeg, op weg naar het stationnetje, pardon: treinhalte, van het lieflijke dorp T. (Zijn lintbebouwing! Zijn zoemende grasmachines! Zijn weelderig cultuurleven!). Honderd meter van mij vandaan parkeert een auto zich pardoes op het trottoir, zoals wel meer auto's dat in T. doen. Werkman stapt met gereedschapskist uit en steekt zonder blikken of blozen de straat op. Voetganger (ik) is verplicht de rijweg op te gaan. De kans dat ik mijn leven riskeer is heel klein, er passeert hier één auto per kwartier, maar het principe is toch weer: ga maar de straat op, naïeve wandelaar, hier regeert Koning Auto. Ik onderga en stap verder. Misschien dacht die man wel "Ik heb niets tegen voetgangers, maar het is veiliger voor mijn auto om op het trottoir te staan". Ik weet het niet, ik ben geen psycholoog, ik kan niet in iemands hoofd kijken.

Dinsdag, twee uur later, aan een kruispunt in de wereldstad A. Een auto denkt nog net mee te kunnen glippen door het oranje en rechts af te slaan, maar wordt dan opgehouden door het verkeer voor hem. Fietsers komen op hem afgereden. Zij hebben groen en het recht om door te rijden. Iemand foetert op de automobilist. Gebalde vuist en al. Even later opnieuw, wanneer die vijftig meter verderop alweer wordt opgehouden door stilstaande auto's voor hem. Ik beeld me in dat de chauffeur denkt: "Ik ben geen verkeershooligan, maar ik dacht nog snel even mee te glippen." En de fietser: "Ik ben geen klootzak, maar ik heb ook mijn rechten." In A. wordt weleens een fietser doodgereden. De bevoegde schepen van Mobiliteit, in A. is dat eerder: Stilstand, riep dat dit dramatisch stijgend cijfer óók aan de fietsers zelf ligt. (Of zei hij dat ook de ouders verantwoordelijkheid dragen voor de fietsdoden, je weet het op de duur niet meer met al die uitroepen.) "Ik ben niet tegen fietsers, maar ze moeten niet in de weg rijden als er auto's in de buurt zijn."

"Ik ben geen racist, maar...": die kenden we natuurlijk al langer. Het gepaste/ongepaste (schrappen wat niet past) excuus als je iets stouts zegt over een anders gekleurde medemens. "Ik heb niets tegen die mensen, maar hier is geen plaats", is een dooddoener die in meerdere varianten wordt gebruikt tegen de komst van (nog meer) vluchtelingen. Altijd weer die bijzin, die begint met het dodelijke 'maar'.

***

Ik krijg weleens het verwijt dat ik een 'gutmensch' ben, 'politiek correct', dat ik mij beroep op morele superioriteit (dat ik denk dat ik mij op 'moral high ground' bevind, heet dat dan in ietwat chiquere termen). Dat is niet zo, vind ik zelf, maar elke keer dat iemand dit schrijft of roept, denk ik: oké, het zij zo. Liever een goedbedoelende, struikelende mens dan een bullebak. Liever een twijfelaar die een zo rechtvaardig mogelijke samenleving wil dan een egoïst. Liever iemand die ethische principes hanteert dan een opportunist. Ik ben geen politiek correcte, uiterst naïeve gutmensch die zich op moreel hogere grond waant, maar als u dat vindt, noem me dan gerust zo. Ik zal het als een geuzennaam omarmen. Als een compliment, zelfs.

***

We zijn een "Ik ben geen puntje puntje puntje, maar..."-samenleving geworden. Dat hangt samen met de tijdsgeest: groepsegoïsme, identitair nationalisme, populisme. Eigen volk eerst, net wat u zegt. Al wat we goed doen, blazen we buiten elke proportie op. Al wat we slecht doen, relativeren we tot het niets meer voorstelt. 'Maar...' Of we leiden de aandacht af ("Kijk daar, een boerkini!") Wij zijn het superieure volk en al wie het daar niet mee eens is, verwijten we dat hij of zij zich superieur voordoet. Poepsimpel concept, eigenlijk. Als iemand het niet met 'ons', de sprekende en zwijgende veronderstelde meerderheid, eens is, zeggen we dat hij denkt dat hij gelijk heeft. Dat is tegenwoordig de ultieme belediging. (Want een beetje slimme burger weet natuurlijk dat het erop aankomt gelijk te 'halen', niet te 'hebben'.)

***

Ik ben geen zeurpiet, maar dit moest ik even kwijt.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post797

Mawda

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 26, 2018 13:25:22

"Mag er nog op de ouderlijke verantwoordelijkheid worden gewezen?"

Tenzij hij op z'n 47ste lijdt aan jongdementie kan de voorzitter van de N-VA niet beweren dat zijn woorden uit de context werden gerukt of dat hij verkeerd geciteerd werd, want hij stelde die vraag donderdag om 21u08 op zijn eigen Twitteraccount, waar hij doorgaans spaarzaam berichten laat neerdwarrelen over zijn meer dan 124.000 volgers. Eerder had hij in het VTM Nieuws heel precies het traject van de ouders van een tijdens een vlucht met een bestelwagen doodgeschoten meisje uiteengezet, alsof hij net voordien had mogen meelezen in het gerechtelijk dossier. Asiel aangevraagd in Duitsland, niet gekregen, naar Engeland vertrokken, uitgewezen, terug naar Duitsland en weer asiel aangevraagd, verzoek afgewezen, en dan tot drie keer toe opgepakt in ons land, onder meer in een koelwagen, opnieuw op weg naar Engeland. De heer De Wever is zowaar alwetend, een eigenschap die tot voor kort alleen aan het denkbeeldige opperwezen werd toegeschreven. "Dan moet je - hoe tragisch de dood van een kind ook is en een kind is per definitie onschuldig - de verantwoordelijkheid van die ouders in beeld durven brengen," zei hij nog. "Spreken over die mensen als loutere slachtoffers, dat vind ik niet correct."

***

Foto. Een meisje met een vissershoedje kijkt mij (en u) met grote, donkere ogen aan, hand voor de mond, alsof ze net betrapt is op deugnieterij en ze zich daarvoor wil verontschuldigen, en toch weer niet, want straks steekt ze krek hetzelfde kattenkwaad uit. Een meisje van twee zoals er overal ter wereld heel veel rondlopen, op zoek naar geborgenheid en genegenheid, de wereld om hen heen verkennend, hun plekje zoekend in dit aardse bestaan. Alleen: dit meisje is voor altijd twee jaar. Neergeschoten tijdens een wilde achtervolging, waarbij de bestelwagen waar ze inzat, afgeladen vol met vluchtelingen, de politie achter zich heen kreeg. Een verdwaalde kogel, lees je dan, alsof kogels kunnen verdwalen. Kogels gaan recht vooruit, tenzij het om een magic bullet gaat, die op en neer en heen en weer vliegt door menselijke lichamen en een autozetel, en je daarmee wilt bewijzen dat een Amerikaanse president niet door een complot om het leven is gekomen. Deze kogel was niet verdwaald. Nooit. Hooguit kun je zeggen dat hij niet voor dat meisje bestemd was. Dat ze collateral damage was, in de jacht op mensensmokkelaars en vluchtelingen, al dan niet in die volgorde.

***

Mawda. Laten we haar vooral een naam geven. Haar een mens noemen. Want dat is net wat de Aylans en de Mawda's van deze wereld overkomt: voor heel wat beleidsmakers zijn het nummers. In het beste geval (ja, dit is cynisch!) worden ze 'gelukzoekers' genoemd, wat hen toch heel even het statuut geeft van 'mens op zoek naar een betere wereld', al is de ondertoon onverbiddelijk: neen, je bent niet welkom! Maar even vaak blijft hun status beperkt tot statistisch gegeven, worden ze ontmenselijkt. Ze zijn met zovelen, de vluchtelingen. Té veel, moet je eigenlijk verstaan. Alleen wiskundigen gaan empathisch om met getallen.

In De Morgen en Het Laatste Nieuws wordt vandaag het traject dat Mawda en haar ouders hebben afgelegd in detail geschetst. Gevlucht voor de naderende IS-troepen in Noord-Irak, hoe zou u zelf zijn? Ja, inderdaad, hoe zou ú zélf zijn? Blijft u met uw gezin in oorlogsgebied of probeert u naar veiliger oorden te vluchten? Neemt u daarbij risico's of gaat u ervan uit dat het gevaar wel zal overwaaien? Als ouders er niet alles aan doen om hun kinderen de best mogelijke toekomst te gunnen, dán mag je hen op hun verantwoordelijkheid wijzen. Weet u wat het in werkelijkheid is: wíj kunnen ons dat hier, in ons iets te regenachtige, iets te kille en iets te zeurderige Vlaanderen, niet voorstellen wat dat is, op de vlucht moeten slaan voor dreigend onheil. Ondergelopen kelders, dat is iets wat we kennen, maar opgejaagd worden door een moordzuchtig leger en veiliger oorden moeten opzoeken? Je moet al minstens tachtig zijn om dat beeld voor ogen te kunnen krijgen.

***

Ja, hoewel qua timing volstrekt ongepast, mag die vraag gesteld worden, meneer De Wever. Net zoals de vraag naar de politieke en juridische verantwoordelijkheid gesteld mag worden, liefst zelfs nog een pak luider, maar ook pas nadat het onderzoek helemaal is afgerond. Wie schoot op wiens bevel? Niet dat we de schutter moeten viseren - Befehl ist voor ordehandhavers meestal gewoon Befehl -, vermoedelijk heeft die nu zelf vooral psychologische bijstand nodig, maar wie maakte het mogelijk dat er werd geschoten op een busje waarin de meerderheid van de aanwezigen géén mensensmokkelaar was, kortom: geen misdadiger, kortom: geen direct gevaar voor de Belgische samenleving?

***

Soms denk ik: goed dat er in de zomer van 1996 nog geen sociale media waren. Zouden er toen vragen gesteld zijn bij kinderen die zonder ouderlijke begeleiding mochten spelen in een bos of jongvolwassenen die tot 's nachts naar een fuif mochten, en die de pech hadden een seriemoordenaar tegen te komen? (Een gechargeerde vergelijking, ik besef het zeer goed, maar mag het even, ja?)

***

Bij elke nieuwe stroom vluchtelingen: wij kunnen niet iedereen opvangen. Klopt, maar beweren dat we nu genoeg doen, getuigt van gemakzucht en gebrek aan empathie. Verwijzen naar Europa kan, mág, maar mag geen excuus zijn om zelf even weinig te doen als, pakweg, de Hongaren. Een mens in nood verdient aandacht en bijstand.

Bij elke terreurdaad: die vluchtelingen behoren tot dezelfde godsdienst als de daders, het zijn potentiële terroristen. Je maakt mij niet wijs dat er ooit al een terrorist in een gammel bootje is gestapt voor een levensbedreigende tocht over een woelige, onmetelijke zee.

***

Ik geef toe: soms ben ik jaloers op de mentale wendbaarheid van het trollenleger op sociale media. De ene dag zijn ze gespecialiseerd in oorlogsvliegtuigen, dan weer in begrotingstechnieken, en op dag 3 weten ze alles van de vluchtelingenproblematiek. Om desnoods een week later al hun mening 180 graden bij te stellen, omdat hun Grote Voorbeeld dat ook gedaan heeft.

***

Het duurde lang voor Mawda het nieuws domineerde, héél lang in deze tijden van massahysterie, opportunisme en groepsegoïsme, maar ook van sociale betrokkenheid en hulpvaardigheid. Begin deze week nog ging het eerder over Radja Nainggolan (586.000 Twitterfans, eat your heart out, BDW!) of de kankerverwekkende hespenworst van kettingrookster Maya de Bij. Maar nu heeft één man Mawda toch in het middelpunt van de belangstelling gemaneuvreerd. Dezelfde man die twee weken geleden liet optekenen dat de dash uit de federale regering is en die een week later op z'n eentje het energiepact opblies. De Sinksenfoor is begonnen en bovendien is een periode van twaalf maanden verkiezingskoorts aangebroken: als je in het rond begint te schieten, tref je altijd raak. Dat weten idioten op Amerikaanse scholen ook.

Wat De Wever doet is het equivalent van belletjetrek. Je belt aan vijf verschillende huizen aan, roept iets door de parlofoon en als de bewoners naar buiten komen, loop je hard weg. Vanop een afstand geniet je van hun hoogoplopende discussie. Een week later sta je er weer, met een nieuwe boodschap.

***

Sorry, Mawda, ik kan het even niet meer aanzien. Ik kan je even niet meer aanzien. Die donkere ogen snijden dwars door mijn hart. Ogen, dat rijmt op mededogen. Een menselijke eigenschap die in populistische tijden in de verdrukking is geraakt.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post795

Zorgen om de zorg

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 12, 2018 13:48:47

Vandaag startte in Het Laatste Nieuws een reeks over de problemen in de gezondheidszorg. Geschreven door Jeroen Bossaert, een van de betere onderzoeksjournalisten in dit land, voeg ik er even snel aan toe. (Ik kan het weten, want ik was ooit woordvoerder van een voetbalclub en hij sportjournalist, en hij was de enige die verder keek dan de anekdotiek en ook weleens een financiële balans ter hand nam om op anomalieën te wijten. Dat vond ik vervelend, als woordvoerder. Dat vond ik knap, als journalist die tijdelijk uit het beroep was gestapt.) Korte samenvatting: er is te weinig verpleegkundig personeel en er zijn te veel patiënten. Die laatsten worden te veel aan hun lot overgelaten, de eersten overbevraagd. En het probleem wordt steeds erger, want het aantal personeelsleden in de zorg stagneert en het aantal patiënten en ouderen stijgt.

"Het komt door de vergrijzing," zei minister van Volksgezondheid De Block in een reactie op een ander onderzoek naar aanleiding van de Dag van de Verpleegkundigen. Eenvoudige conclusie, een open deur die wordt ingetrapt, maar wat doet de minister ermee? En haar collega voor Welzijn in de Vlaamse regering? Vier op de tien ondervraagde verpleegkundigen had vandaag liever een ander beroep uitgeoefend, zo werd opgetekend door de enquêteurs. Snel omgerekend (op ongeveer 75.000 'gezondheidszorgbeoefenaars') zijn dat er dertigduizend. Een op de drie slikt pillen om hun job te kunnen doen (25.000!). Bijna negentig procent geeft aan dat ze gebukt gaan onder de dagelijkse werkdruk (67.500!)

Met die aantallen vul je voetbalstadions. Misschien moeten we dat ook maar eens doen. Alle ontevreden, overwerkte, overbelaste, onderbetaalde, ondergewaardeerde werknemers uit de zorgsector verzamelen in een stadion om het probleem visueel voor te stellen. En dat probleem is niet dat ze te lui, te weinig geïnteresseerd of te verwend zijn, maar dat we in de loop van de voorbije decennia legbatterijen hebben gemaakt van de zorginstellingen. Alles moet tot op de seconde getimed zijn: per kamer geldt een maximaal aantal minuten. Tijd voor een praatje met de kamerbewoner zit er nauwelijks nog in, terwijl dat nu net een van de voornaamste wensen is van die bewoner: menselijk contact, eventjes je hart kunnen luchten, een beetje zeuren over het weer, gewoon: mensen onder elkaar.

Moeten we die nieuwe gevechtsvliegtuigen nu kopen of niet? Hoe besparen we op de sociale zekerheid zodat een begroting in evenwicht kan gerealiseerd worden? Zit er nog 'dash' in de regering? Daarover gaan de discussies tegenwoordig, terwijl we zouden moeten nadenken over veel fundamentelere vraagstukken voor de samenleving van de toekomst: hoe zorgen we ervoor dat er niemand uit de boot valt, dat zieken en andere zorgbehoevenden volwaardig worden geholpen, dat er werkbaar kan gewerkt worden? Die vraag wordt op plekken waar de beslissingen worden genomen, te weinig gesteld. Of misschien wel helemaal niet. Après nous le déluge.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post793

De auto, mijn toekomst

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 05, 2018 13:07:55

Wees niet ongerust, trouwe lezer, ik ga hier geen lofzang aanheffen op het stalen blik dat onze wegen teistert. Maar ik heb stellig de indruk dat bovenstaande titel de nieuwe slogan van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen is geworden. Neen, in deze korte tekst geen ergernis over het vervoer van menselijke sardienen in veel te korte treinen (ergerlijk!), de bijna dagelijkse vertragingen (ergerlijker!) of afgeschafte treinen (ergerlijkst!). Iets anders, en toch een ergernis.

Maandag. De dag vóór 1 mei, een feestdag. Brugdag heet dat dan, want zoals Juul Kabas al wist: 't zijn zotten die werken, zeker als je je weekend zomaar kunt verlengen van twee naar vier dagen. Daar mag al eens een postkantoor voor gesloten blijven. Of een openbare administratie het opgestapelde werk laten liggen. Of een spitsuurtrein in het depot blijven staan. Ik hoorde het zondagavond op de terugweg van een namiddagje voetbal - Antwerpse derby, leuke bedoening die helaas voor, tijdens en na werd gekaapt door een stel eencelligen van mijn clubje - op het radionieuws: de treinen rijden normaal, maar niet allemaal. Toch maar even checken op de site van Belgian Rail en, jawel, hoor: 'mijn' trein zou niet rijden, vanwege spitsuurtrein. Ik, zot die ging werken op een brugdag, moest mijn plan maar trekken. In plaats van een rechtstreekse rit (tien minuten stappen, trein op, achtenvijftig minuten rijden op een achteraflijntje dus zelden vertragingen, trein af, acht minuten stappen) kon ik ofwel opteren voor één keer overstappen (meer dan anderhalf uur onderweg), ofwel de auto nemen (op gewone werkdagen iets tussen anderhalf en twee uur, nu minder dan een uur, want alleen zotten werken op een brugdag). Dan maar de auto. De NMBS heeft mij op 30 april gedwongen om voor de gemakkelijkheidsoplossing te kiezen, terwijl ik bereid was om een beetje tijd te verliezen door 'mijn' normale trein te nemen. Ik, milieubewuste jongen, aanhanger van het openbaar vervoer, had geen volwaardige keuze. Ik moest de weg op.

Donderdag. Late opname van het tv-programma waar ik aan meewerk. Omdat de allerlaatste trein richting dorp waar ik woon om 21u34 vertrekt in Brussel Noord en ik, mits overstap, om 22u22 op het 'thuis'perron arriveer, had ik opnieuw de keuze. Een latere trein nemen en mijn vrouw sommeren om me op te pikken in een middelgroot station op een kwartier rijden van thuis. Of toch maar... de auto. Het werd de auto, ik val mijn dierbaren niet graag lastig laat op de avond. En met dat overstappen en het moeten nemen van een tram naar het dichtstbijzijnde station, ben je dubbel zo lang onderweg als met de auto. Opnieuw: had ik wel een echte keuze?

Twee voorbeelden van hoe de NMBS haar (potentiële) reizigers in de kou laat staan. Geen treinverbinding op een brugdag. Geen treinverbinding voor late werkers. Een beter pleidooi voor het nemen van de wagen dan de NMBS-logica is nauwelijks te vinden. De auto-industrie zou elk jaar een compenserende som op de bankrekening van de intussen ontelbare managers van de spoorwegen moeten storten, voor zoveel kortzichtigheid. Misschien gebeurt dat ook wel. Of is het toch gewoon domheid? Of nemen al die managers elke week een paar brugdagen?



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post792

Zwak vlees

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, maart 17, 2018 12:45:01

Het is dit jaar precies veertig jaar geleden dat de 'Witte Producten' in onze supermarkten geïntroduceerd werden. Het begon bij wijlen Grand Bazar, GB, tegenwoordig Carrefour. De bijnaam had alles te maken met de verpakking: wit, met alleen de naam van het warenhuis en een omschrijving van het product in het karton erop. GB - Volle melk. Zoiets. Soberder kon haast niet. Geen dure reclamecampagne nodig, geen tussendistributie, geen discussies over percentjes van dat en dat ingrediënt: de keten besliste zelf. Gevolg: hogere winstmarges, maar ook een goedkoper product, waardoor het bereikbaarder werd voor een groter deel van het publiek. In volle economische crisis was dat meegenomen en dat deden de mensen dan ook: de witte producten mee naar huis nemen. Kassa kassa, voor de supermarkt. En voor de grote massa: slim budgetteren.

Andere warenhuisketens namen het systeem over, het label 'witte producten' werd vervangen door het iets sympathieker klinkende 'huismerken' en er kwamen zelfs vrolijke marketingjongens en -meisjes aan te pas om sexy namen te bedenken voor de producten, die - laten we wel wezen - minder van kwaliteit waren dan de reguliere merken. Minder strenge productienormen, dichter bij de houdbaarheidsdatum aan, budgetvriendelijkere ingrediënten: gemorrel in de marge. Letterlijk en figuurlijk goedkoper. Maar het volk lustte er wel pap van. Het vlees is - u kent dat wel - zwak, zéér zwak.

Vier decennia later kent bijna niemand nog de term 'witte producten', maar het principe wordt wel nóg stringenter toegepast, vooral door de komst van nóg budgetvriendelijkere supermarkten. Dat onze biefstuk een beetje taaier is dan het exemplaar dat je bij de betere slager vindt, ach, we kunnen er wel één keer per week één matige eten in plaats van één keer om de twee weken een goeie. Kwantiteit is altijd belangrijker geweest dan kwaliteit, voor de meesten onder ons, zelfs voor wie geen moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen.

Met het nieuwste vleesschandaal - het zoveelste in de rij al en zeker niet het laatste - moest ik aan die 'witte producten' denken. Niet dat het allemaal de schuld is van de GB, maar wel die van u. En met 'u' bedoel ik: de doorsnee consument, die uit is op koopjes. U vindt uw vlees in de rayons van de goedkopere supermarkt. U gaat op reis met een lagekostenmaatschappij. U koopt uw T-shirt voor een paar euro in een populaire keten. U ligt niet wakker van bedrog in de vleeshandel, dierenmishandeling in slachthuizen, sociale dumping, uitbuiting, kinderarbeid. Terwijl de bioboerderij, waar runderen diervriendelijk behandeld worden en gezond opgroeien, niet echt zo ver van u vandaan ligt. Waar u nog persoonlijk contact kunt hebben met de boer en de boerin, waar u kunt zien in welke omstandigheden de koeien rondlopen, en waar u - dat klopt - een beetje meer betaalt, maar wel voor kwaliteit.

We - en daarmee bedoel ik: ú - zijn verslaafd geraakt aan goedkoop. We zijn een witte-producten-samenleving geworden: waar onze producten vandaan komen, interesseert ons (ú!) niet meer, zo lang ze maar zo goed als niets kosten. Dat er binnen die mentaliteit vleesbedrijven de boel verstieren is niet eens zo abnormaal. Hun marges dalen, dus moet er nóg goedkoper geproduceerd worden, dus kan er half bedorven vlees uitgevoerd worden naar arme sukkels hier redelijk ver vandaan, dus maken we er in slachthuizen een onmenselijke beestenboel van. Alleen jammer van die camera's af en toe, verdomde dierenliefhebbers!

We klagen over de file, maar de file, dat zijn wij. We klagen over te veel volk in het vakantieresort, maar dat resort, dat wordt bevolkt door ons. We klagen over de ongezonde lucht in onze steden, maar die ongezonde lucht, die produceren wij. We klagen over de onkunde van de polletiekers, maar die politici, die verkiezen wij. We klagen over wanpraktijken in de voedingssector, maar die wanpraktijken, die komen door ons.

Doe er dan misschien eindelijk eens iets aan. Begin bij uzelf, de rest zal volgen. Tot binnenkort in de bioboerderij.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post785

De foertstemmers van de weg

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, februari 17, 2018 13:03:33

Ik háát ze. Neen, ik haat ze niet, want om ze te kunnen haten, moet je iets voelen voor die personen en dat doe ik zeer nadrukkelijk niet. Ik verafschuw ze, dat klinkt beter. Il est fort minable, surtout pas formidable, de middenvakrijder. Of de middenstrookrijder, zo u wil. Geen van beide woorden vindt u overigens terug in de officiële Woordenlijst, misschien omdat taaldeskundigen er ook geen woorden aan vuil willen maken.

Open VLD wil hen nu strenger beboeten: middenvak/strookrijden moet een overtreding van tweede graad worden, zoals rechts voorbijsteken, vinden een paar parlementsleden. Zo gaat dat met de politiek: iemand hoort een belletje rinkelen ("De Vlaming ergert zich aan de middenvakrijder") en dan wordt via een bevriende krant een ideetje gelanceerd. Voelen hoe de wind zit. Beetje populistisch. Maar het hield ons bezig, deze week. Een editorialist en een senior writer keerden zich tegen het blauwe plan, anderen waren voor. De middenvakrijders zelf zeiden waarom ze doen wat ze doen. "Omdat het veiliger en vlotter is," oordeelde Bram. "Ik vind het met mijn kleine auto niet veilig genoeg om van rijbaan te veranderen," repliceerde Suzy. "De middenrijstrook is de veiligste strook," antwoordde Jacky. "Het geeft me meer overzicht," vond Marsika.

Opvallend: de meesten hadden het over druk verkeer, met veel vrachtwagens en voortdurende op- en afritten. In dat geval wordt het begrip middenvakrijden relatief, want anticiperen behoort nu eenmaal tot het gepaste gedrag op de weg, zeker op een ringweg. Tenminste: als je al kán anticiperen, want meestal rijd je daar bumper aan bumper tegen vijf per uur. Middenvakrijden voor mij is: in normale weersomstandigheden, met relatief weinig verkeer, aan een normale snelheid vertikken om het verkeersreglement toe te passen en zo rechts mogelijk te rijden. Dat haat - neen, pardon - verafschuw ik. Want het is een overtreding, maar eentje dat veel te zelden bestraft of berispt wordt. We zijn het normaal gaan vinden. En zij ook, want ze houden hoegenaamd geen rekening met het andere verkeer, de Suzy's ("Ik verander niet van rijbaan, 't is onveilig") en de Jacky's ("Het is de veiligste strook") van de weg. Net als dronken, agressieve of extreem trage chauffeurs, denken ze alleen maar aan zichzelf, individualistisch, ze staan niet stil bij de gevolgen van hun daden. Nefast voor de feestvreugde in een collectief gebeuren, wat het verkeer toch is.

***

Middenvakrijders zijn de foertstemmers van de weg.

***

Ik beken. Ik ben zo iemand die rechts voorbijsteekt als op een lange strook weg iemand weigert om de middenstrook te verlaten. Ik wacht even af, tot ik quasi zeker ben dat er geen onverwacht maneuver zal volgen, en rijd gewoon rechtdoor verder. Op de rechterrijstrook. Het is sterker dan mezelf. Het is mijn versie van de corrigerende tik. Op hónderden keren heb ik nog nooit - nóóit! - iemand in gevaar gebracht, omdat je weet dat die chauffeur op dat moment en in die omstandigheden niet van plan is naar rechts uit te wijken. Ik hoop altijd, tegen beter weten in, dat die chauffeur dan zal beseffen dat ie fout zit en dat ie naar rechts zal zwenken. In 99 procent van de gevallen is dat tevergeefs. De middenvakrijder wentelt zich in zijn of haar Grote Gelijk. Ik mag dit, ik kan dit, ik heb dit recht. Zelfs als ie tegelijk links en rechts gepasseerd wordt, gaat er geen belletje rinkelen. Handen op tien over tien, blik strak vooruit gericht, het andere verkeer negerend. Solo op de weg.

Alvorens weer iemand het argument "Gij wilt gewoon veel te snel rijden, ja!" hanteert: de middenvakrijders die ik tegenkom rijden zeer zelden de maximum toegelaten snelheid. Eerder tien of twintig kilometer trager. Ik ben niet die snelheidsduivel die bumperklevend, met de grootlichten flitsend en liefst in een Duitse luxewagen paraderend het Belgisch verkeer terroriseer. Die lieden verafschuw ik evenzeer. Egoïsten met een groot ego en een klein pietje.

***

Een hogere erfbelasting voor middenvakrijders, korting voor wie rechts rijdt: ik ben daar helemaal voor.

***

Iets anders. Er is een tijd geweest, nog vóór het ritsen op 1 maart 2014 officieel werd ingevoerd, dat ik bij het ritsen de in mijn ogen meest logische beslissing nam. Ik reed door tot de rijstrook ophield en voegde dan, keurig mijn richting aangevend, in. Nou, dat had ik geweten. Gebalde vuisten, mannetjesputters die de bumper van hun voorganger niet loslieten, driftig claxonnerende collega-weggebruikers. Ik begreep hen, een beetje, want zij hadden intussen al zeven bange wezels laten invoegen lang voor het voor de hand liggende invoegpunt. Daar word je kregelig en horendol van.

Nochtans staat het principe van het ritsen al sinds 1 december 1975 in het "Koninklijk Besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg". Ik citeer: "De bestuurders die, bij sterk vertraagd verkeer, rijden op een rijstrook die ophoudt of waarop het verder rijden wordt verhinderd, mogen slechts vlak voor de versmalling invoegen in de aangrenzende vrije rijstrook. De bestuurders die rijden op die vrije rijstrook moeten vlak voor de versmalling beurtelings voorrang verlenen aan één invoegende bestuurder; in geval het rijden in zowel de linker- als in de rechterrijstrook wordt verhinderd, moet eerst voorrang worden verleend aan één bestuurder op de rechterrijstrook en daarna aan één bestuurder op de linkerrijstrook."

Klinkt logisch, niet? Maar in de praktijk viel dat tegen. Sinds vier jaar gaat het iets beter, al hebben veel chauffeurs het nog altijd niet door. Voegen te snel in of weigeren je te laten invoegen. In dit land zijn we nu eenmaal beter in ritselen dan in ritsen. En natuurlijk kom je bij het ritsen op de favoriete strook van de middenvakrijder terecht. Misschien vindt die dat wel niet prettig.

***

Op de middenstrook van het leven, blijft alles zoals het is en zoals het altijd is geweest.

***

Ik pleit niet voor bandeloosheid. Ik stop met veel plezier met dat rechts voorbijsteken. Ik rijd weleens te snel, maar nooit meer dan tien kilometer boven de toegelaten limiet, en op drukke wegen of in de buurt van scholen ben ik extra alert. Dertig rijden vind ik geen opoffering. Ik drink zelden en als ik drink rijd ik niet. Dat heb ik lang geleden wel gedaan, hoor, in de straffeloze jaren 80, toen dat stoer was en het woord 'heksenjacht' alleen sloeg op échte heksen of op wie écht ten onrechte vervolgd werd. Dom dom dom, is het, driedubbel dom, om achter het stuur plaats te nemen terwijl je geen volledige controle over je eigen gedragingen hebt. Ik deel mezelf met terugwerkende kracht een corrigerende tik uit voor die paar uitzonderingen.

De middenvakrijder is geen doodrijder, wellicht ook geen dronkenlap, geen agressieve gek. Máár: hij irriteert wel mateloos. En er is slechts één argument nodig om erop te wijzen dat hij een overtreding begaat: in het verkeersreglement staat dat namelijk zwart op wit. Terug naar dat KB van 1975, artikel 9.3.1. "Elke bestuurder die de rijbaan volgt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van die rijbaan blijven."

Simpel, toch, het reglement toepassen? Of blijven we opteren voor het lankmoedige midden?

***

Louis Tobback zei ooit dat hij zelfs in de woestijn voor het rode licht zou stoppen. Ik rijd zelfs op een voor de rest lege snelweg helemaal rechts.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post781
« VorigeVolgende »