Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Mawda

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 26, 2018 13:25:22

"Mag er nog op de ouderlijke verantwoordelijkheid worden gewezen?"

Tenzij hij op z'n 47ste lijdt aan jongdementie kan de voorzitter van de N-VA niet beweren dat zijn woorden uit de context werden gerukt of dat hij verkeerd geciteerd werd, want hij stelde die vraag donderdag om 21u08 op zijn eigen Twitteraccount, waar hij doorgaans spaarzaam berichten laat neerdwarrelen over zijn meer dan 124.000 volgers. Eerder had hij in het VTM Nieuws heel precies het traject van de ouders van een tijdens een vlucht met een bestelwagen doodgeschoten meisje uiteengezet, alsof hij net voordien had mogen meelezen in het gerechtelijk dossier. Asiel aangevraagd in Duitsland, niet gekregen, naar Engeland vertrokken, uitgewezen, terug naar Duitsland en weer asiel aangevraagd, verzoek afgewezen, en dan tot drie keer toe opgepakt in ons land, onder meer in een koelwagen, opnieuw op weg naar Engeland. De heer De Wever is zowaar alwetend, een eigenschap die tot voor kort alleen aan het denkbeeldige opperwezen werd toegeschreven. "Dan moet je - hoe tragisch de dood van een kind ook is en een kind is per definitie onschuldig - de verantwoordelijkheid van die ouders in beeld durven brengen," zei hij nog. "Spreken over die mensen als loutere slachtoffers, dat vind ik niet correct."

***

Foto. Een meisje met een vissershoedje kijkt mij (en u) met grote, donkere ogen aan, hand voor de mond, alsof ze net betrapt is op deugnieterij en ze zich daarvoor wil verontschuldigen, en toch weer niet, want straks steekt ze krek hetzelfde kattenkwaad uit. Een meisje van twee zoals er overal ter wereld heel veel rondlopen, op zoek naar geborgenheid en genegenheid, de wereld om hen heen verkennend, hun plekje zoekend in dit aardse bestaan. Alleen: dit meisje is voor altijd twee jaar. Neergeschoten tijdens een wilde achtervolging, waarbij de bestelwagen waar ze inzat, afgeladen vol met vluchtelingen, de politie achter zich heen kreeg. Een verdwaalde kogel, lees je dan, alsof kogels kunnen verdwalen. Kogels gaan recht vooruit, tenzij het om een magic bullet gaat, die op en neer en heen en weer vliegt door menselijke lichamen en een autozetel, en je daarmee wilt bewijzen dat een Amerikaanse president niet door een complot om het leven is gekomen. Deze kogel was niet verdwaald. Nooit. Hooguit kun je zeggen dat hij niet voor dat meisje bestemd was. Dat ze collateral damage was, in de jacht op mensensmokkelaars en vluchtelingen, al dan niet in die volgorde.

***

Mawda. Laten we haar vooral een naam geven. Haar een mens noemen. Want dat is net wat de Aylans en de Mawda's van deze wereld overkomt: voor heel wat beleidsmakers zijn het nummers. In het beste geval (ja, dit is cynisch!) worden ze 'gelukzoekers' genoemd, wat hen toch heel even het statuut geeft van 'mens op zoek naar een betere wereld', al is de ondertoon onverbiddelijk: neen, je bent niet welkom! Maar even vaak blijft hun status beperkt tot statistisch gegeven, worden ze ontmenselijkt. Ze zijn met zovelen, de vluchtelingen. Té veel, moet je eigenlijk verstaan. Alleen wiskundigen gaan empathisch om met getallen.

In De Morgen en Het Laatste Nieuws wordt vandaag het traject dat Mawda en haar ouders hebben afgelegd in detail geschetst. Gevlucht voor de naderende IS-troepen in Noord-Irak, hoe zou u zelf zijn? Ja, inderdaad, hoe zou ú zélf zijn? Blijft u met uw gezin in oorlogsgebied of probeert u naar veiliger oorden te vluchten? Neemt u daarbij risico's of gaat u ervan uit dat het gevaar wel zal overwaaien? Als ouders er niet alles aan doen om hun kinderen de best mogelijke toekomst te gunnen, dán mag je hen op hun verantwoordelijkheid wijzen. Weet u wat het in werkelijkheid is: wíj kunnen ons dat hier, in ons iets te regenachtige, iets te kille en iets te zeurderige Vlaanderen, niet voorstellen wat dat is, op de vlucht moeten slaan voor dreigend onheil. Ondergelopen kelders, dat is iets wat we kennen, maar opgejaagd worden door een moordzuchtig leger en veiliger oorden moeten opzoeken? Je moet al minstens tachtig zijn om dat beeld voor ogen te kunnen krijgen.

***

Ja, hoewel qua timing volstrekt ongepast, mag die vraag gesteld worden, meneer De Wever. Net zoals de vraag naar de politieke en juridische verantwoordelijkheid gesteld mag worden, liefst zelfs nog een pak luider, maar ook pas nadat het onderzoek helemaal is afgerond. Wie schoot op wiens bevel? Niet dat we de schutter moeten viseren - Befehl ist voor ordehandhavers meestal gewoon Befehl -, vermoedelijk heeft die nu zelf vooral psychologische bijstand nodig, maar wie maakte het mogelijk dat er werd geschoten op een busje waarin de meerderheid van de aanwezigen géén mensensmokkelaar was, kortom: geen misdadiger, kortom: geen direct gevaar voor de Belgische samenleving?

***

Soms denk ik: goed dat er in de zomer van 1996 nog geen sociale media waren. Zouden er toen vragen gesteld zijn bij kinderen die zonder ouderlijke begeleiding mochten spelen in een bos of jongvolwassenen die tot 's nachts naar een fuif mochten, en die de pech hadden een seriemoordenaar tegen te komen? (Een gechargeerde vergelijking, ik besef het zeer goed, maar mag het even, ja?)

***

Bij elke nieuwe stroom vluchtelingen: wij kunnen niet iedereen opvangen. Klopt, maar beweren dat we nu genoeg doen, getuigt van gemakzucht en gebrek aan empathie. Verwijzen naar Europa kan, mág, maar mag geen excuus zijn om zelf even weinig te doen als, pakweg, de Hongaren. Een mens in nood verdient aandacht en bijstand.

Bij elke terreurdaad: die vluchtelingen behoren tot dezelfde godsdienst als de daders, het zijn potentiële terroristen. Je maakt mij niet wijs dat er ooit al een terrorist in een gammel bootje is gestapt voor een levensbedreigende tocht over een woelige, onmetelijke zee.

***

Ik geef toe: soms ben ik jaloers op de mentale wendbaarheid van het trollenleger op sociale media. De ene dag zijn ze gespecialiseerd in oorlogsvliegtuigen, dan weer in begrotingstechnieken, en op dag 3 weten ze alles van de vluchtelingenproblematiek. Om desnoods een week later al hun mening 180 graden bij te stellen, omdat hun Grote Voorbeeld dat ook gedaan heeft.

***

Het duurde lang voor Mawda het nieuws domineerde, héél lang in deze tijden van massahysterie, opportunisme en groepsegoïsme, maar ook van sociale betrokkenheid en hulpvaardigheid. Begin deze week nog ging het eerder over Radja Nainggolan (586.000 Twitterfans, eat your heart out, BDW!) of de kankerverwekkende hespenworst van kettingrookster Maya de Bij. Maar nu heeft één man Mawda toch in het middelpunt van de belangstelling gemaneuvreerd. Dezelfde man die twee weken geleden liet optekenen dat de dash uit de federale regering is en die een week later op z'n eentje het energiepact opblies. De Sinksenfoor is begonnen en bovendien is een periode van twaalf maanden verkiezingskoorts aangebroken: als je in het rond begint te schieten, tref je altijd raak. Dat weten idioten op Amerikaanse scholen ook.

Wat De Wever doet is het equivalent van belletjetrek. Je belt aan vijf verschillende huizen aan, roept iets door de parlofoon en als de bewoners naar buiten komen, loop je hard weg. Vanop een afstand geniet je van hun hoogoplopende discussie. Een week later sta je er weer, met een nieuwe boodschap.

***

Sorry, Mawda, ik kan het even niet meer aanzien. Ik kan je even niet meer aanzien. Die donkere ogen snijden dwars door mijn hart. Ogen, dat rijmt op mededogen. Een menselijke eigenschap die in populistische tijden in de verdrukking is geraakt.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post795

Zorgen om de zorg

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 12, 2018 13:48:47

Vandaag startte in Het Laatste Nieuws een reeks over de problemen in de gezondheidszorg. Geschreven door Jeroen Bossaert, een van de betere onderzoeksjournalisten in dit land, voeg ik er even snel aan toe. (Ik kan het weten, want ik was ooit woordvoerder van een voetbalclub en hij sportjournalist, en hij was de enige die verder keek dan de anekdotiek en ook weleens een financiële balans ter hand nam om op anomalieën te wijten. Dat vond ik vervelend, als woordvoerder. Dat vond ik knap, als journalist die tijdelijk uit het beroep was gestapt.) Korte samenvatting: er is te weinig verpleegkundig personeel en er zijn te veel patiënten. Die laatsten worden te veel aan hun lot overgelaten, de eersten overbevraagd. En het probleem wordt steeds erger, want het aantal personeelsleden in de zorg stagneert en het aantal patiënten en ouderen stijgt.

"Het komt door de vergrijzing," zei minister van Volksgezondheid De Block in een reactie op een ander onderzoek naar aanleiding van de Dag van de Verpleegkundigen. Eenvoudige conclusie, een open deur die wordt ingetrapt, maar wat doet de minister ermee? En haar collega voor Welzijn in de Vlaamse regering? Vier op de tien ondervraagde verpleegkundigen had vandaag liever een ander beroep uitgeoefend, zo werd opgetekend door de enquêteurs. Snel omgerekend (op ongeveer 75.000 'gezondheidszorgbeoefenaars') zijn dat er dertigduizend. Een op de drie slikt pillen om hun job te kunnen doen (25.000!). Bijna negentig procent geeft aan dat ze gebukt gaan onder de dagelijkse werkdruk (67.500!)

Met die aantallen vul je voetbalstadions. Misschien moeten we dat ook maar eens doen. Alle ontevreden, overwerkte, overbelaste, onderbetaalde, ondergewaardeerde werknemers uit de zorgsector verzamelen in een stadion om het probleem visueel voor te stellen. En dat probleem is niet dat ze te lui, te weinig geïnteresseerd of te verwend zijn, maar dat we in de loop van de voorbije decennia legbatterijen hebben gemaakt van de zorginstellingen. Alles moet tot op de seconde getimed zijn: per kamer geldt een maximaal aantal minuten. Tijd voor een praatje met de kamerbewoner zit er nauwelijks nog in, terwijl dat nu net een van de voornaamste wensen is van die bewoner: menselijk contact, eventjes je hart kunnen luchten, een beetje zeuren over het weer, gewoon: mensen onder elkaar.

Moeten we die nieuwe gevechtsvliegtuigen nu kopen of niet? Hoe besparen we op de sociale zekerheid zodat een begroting in evenwicht kan gerealiseerd worden? Zit er nog 'dash' in de regering? Daarover gaan de discussies tegenwoordig, terwijl we zouden moeten nadenken over veel fundamentelere vraagstukken voor de samenleving van de toekomst: hoe zorgen we ervoor dat er niemand uit de boot valt, dat zieken en andere zorgbehoevenden volwaardig worden geholpen, dat er werkbaar kan gewerkt worden? Die vraag wordt op plekken waar de beslissingen worden genomen, te weinig gesteld. Of misschien wel helemaal niet. Après nous le déluge.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post793

De auto, mijn toekomst

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 05, 2018 13:07:55

Wees niet ongerust, trouwe lezer, ik ga hier geen lofzang aanheffen op het stalen blik dat onze wegen teistert. Maar ik heb stellig de indruk dat bovenstaande titel de nieuwe slogan van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen is geworden. Neen, in deze korte tekst geen ergernis over het vervoer van menselijke sardienen in veel te korte treinen (ergerlijk!), de bijna dagelijkse vertragingen (ergerlijker!) of afgeschafte treinen (ergerlijkst!). Iets anders, en toch een ergernis.

Maandag. De dag vóór 1 mei, een feestdag. Brugdag heet dat dan, want zoals Juul Kabas al wist: 't zijn zotten die werken, zeker als je je weekend zomaar kunt verlengen van twee naar vier dagen. Daar mag al eens een postkantoor voor gesloten blijven. Of een openbare administratie het opgestapelde werk laten liggen. Of een spitsuurtrein in het depot blijven staan. Ik hoorde het zondagavond op de terugweg van een namiddagje voetbal - Antwerpse derby, leuke bedoening die helaas voor, tijdens en na werd gekaapt door een stel eencelligen van mijn clubje - op het radionieuws: de treinen rijden normaal, maar niet allemaal. Toch maar even checken op de site van Belgian Rail en, jawel, hoor: 'mijn' trein zou niet rijden, vanwege spitsuurtrein. Ik, zot die ging werken op een brugdag, moest mijn plan maar trekken. In plaats van een rechtstreekse rit (tien minuten stappen, trein op, achtenvijftig minuten rijden op een achteraflijntje dus zelden vertragingen, trein af, acht minuten stappen) kon ik ofwel opteren voor één keer overstappen (meer dan anderhalf uur onderweg), ofwel de auto nemen (op gewone werkdagen iets tussen anderhalf en twee uur, nu minder dan een uur, want alleen zotten werken op een brugdag). Dan maar de auto. De NMBS heeft mij op 30 april gedwongen om voor de gemakkelijkheidsoplossing te kiezen, terwijl ik bereid was om een beetje tijd te verliezen door 'mijn' normale trein te nemen. Ik, milieubewuste jongen, aanhanger van het openbaar vervoer, had geen volwaardige keuze. Ik moest de weg op.

Donderdag. Late opname van het tv-programma waar ik aan meewerk. Omdat de allerlaatste trein richting dorp waar ik woon om 21u34 vertrekt in Brussel Noord en ik, mits overstap, om 22u22 op het 'thuis'perron arriveer, had ik opnieuw de keuze. Een latere trein nemen en mijn vrouw sommeren om me op te pikken in een middelgroot station op een kwartier rijden van thuis. Of toch maar... de auto. Het werd de auto, ik val mijn dierbaren niet graag lastig laat op de avond. En met dat overstappen en het moeten nemen van een tram naar het dichtstbijzijnde station, ben je dubbel zo lang onderweg als met de auto. Opnieuw: had ik wel een echte keuze?

Twee voorbeelden van hoe de NMBS haar (potentiële) reizigers in de kou laat staan. Geen treinverbinding op een brugdag. Geen treinverbinding voor late werkers. Een beter pleidooi voor het nemen van de wagen dan de NMBS-logica is nauwelijks te vinden. De auto-industrie zou elk jaar een compenserende som op de bankrekening van de intussen ontelbare managers van de spoorwegen moeten storten, voor zoveel kortzichtigheid. Misschien gebeurt dat ook wel. Of is het toch gewoon domheid? Of nemen al die managers elke week een paar brugdagen?



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post792

Zwak vlees

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, maart 17, 2018 12:45:01

Het is dit jaar precies veertig jaar geleden dat de 'Witte Producten' in onze supermarkten geïntroduceerd werden. Het begon bij wijlen Grand Bazar, GB, tegenwoordig Carrefour. De bijnaam had alles te maken met de verpakking: wit, met alleen de naam van het warenhuis en een omschrijving van het product in het karton erop. GB - Volle melk. Zoiets. Soberder kon haast niet. Geen dure reclamecampagne nodig, geen tussendistributie, geen discussies over percentjes van dat en dat ingrediënt: de keten besliste zelf. Gevolg: hogere winstmarges, maar ook een goedkoper product, waardoor het bereikbaarder werd voor een groter deel van het publiek. In volle economische crisis was dat meegenomen en dat deden de mensen dan ook: de witte producten mee naar huis nemen. Kassa kassa, voor de supermarkt. En voor de grote massa: slim budgetteren.

Andere warenhuisketens namen het systeem over, het label 'witte producten' werd vervangen door het iets sympathieker klinkende 'huismerken' en er kwamen zelfs vrolijke marketingjongens en -meisjes aan te pas om sexy namen te bedenken voor de producten, die - laten we wel wezen - minder van kwaliteit waren dan de reguliere merken. Minder strenge productienormen, dichter bij de houdbaarheidsdatum aan, budgetvriendelijkere ingrediënten: gemorrel in de marge. Letterlijk en figuurlijk goedkoper. Maar het volk lustte er wel pap van. Het vlees is - u kent dat wel - zwak, zéér zwak.

Vier decennia later kent bijna niemand nog de term 'witte producten', maar het principe wordt wel nóg stringenter toegepast, vooral door de komst van nóg budgetvriendelijkere supermarkten. Dat onze biefstuk een beetje taaier is dan het exemplaar dat je bij de betere slager vindt, ach, we kunnen er wel één keer per week één matige eten in plaats van één keer om de twee weken een goeie. Kwantiteit is altijd belangrijker geweest dan kwaliteit, voor de meesten onder ons, zelfs voor wie geen moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen.

Met het nieuwste vleesschandaal - het zoveelste in de rij al en zeker niet het laatste - moest ik aan die 'witte producten' denken. Niet dat het allemaal de schuld is van de GB, maar wel die van u. En met 'u' bedoel ik: de doorsnee consument, die uit is op koopjes. U vindt uw vlees in de rayons van de goedkopere supermarkt. U gaat op reis met een lagekostenmaatschappij. U koopt uw T-shirt voor een paar euro in een populaire keten. U ligt niet wakker van bedrog in de vleeshandel, dierenmishandeling in slachthuizen, sociale dumping, uitbuiting, kinderarbeid. Terwijl de bioboerderij, waar runderen diervriendelijk behandeld worden en gezond opgroeien, niet echt zo ver van u vandaan ligt. Waar u nog persoonlijk contact kunt hebben met de boer en de boerin, waar u kunt zien in welke omstandigheden de koeien rondlopen, en waar u - dat klopt - een beetje meer betaalt, maar wel voor kwaliteit.

We - en daarmee bedoel ik: ú - zijn verslaafd geraakt aan goedkoop. We zijn een witte-producten-samenleving geworden: waar onze producten vandaan komen, interesseert ons (ú!) niet meer, zo lang ze maar zo goed als niets kosten. Dat er binnen die mentaliteit vleesbedrijven de boel verstieren is niet eens zo abnormaal. Hun marges dalen, dus moet er nóg goedkoper geproduceerd worden, dus kan er half bedorven vlees uitgevoerd worden naar arme sukkels hier redelijk ver vandaan, dus maken we er in slachthuizen een onmenselijke beestenboel van. Alleen jammer van die camera's af en toe, verdomde dierenliefhebbers!

We klagen over de file, maar de file, dat zijn wij. We klagen over te veel volk in het vakantieresort, maar dat resort, dat wordt bevolkt door ons. We klagen over de ongezonde lucht in onze steden, maar die ongezonde lucht, die produceren wij. We klagen over de onkunde van de polletiekers, maar die politici, die verkiezen wij. We klagen over wanpraktijken in de voedingssector, maar die wanpraktijken, die komen door ons.

Doe er dan misschien eindelijk eens iets aan. Begin bij uzelf, de rest zal volgen. Tot binnenkort in de bioboerderij.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post785

De foertstemmers van de weg

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, februari 17, 2018 13:03:33

Ik háát ze. Neen, ik haat ze niet, want om ze te kunnen haten, moet je iets voelen voor die personen en dat doe ik zeer nadrukkelijk niet. Ik verafschuw ze, dat klinkt beter. Il est fort minable, surtout pas formidable, de middenvakrijder. Of de middenstrookrijder, zo u wil. Geen van beide woorden vindt u overigens terug in de officiële Woordenlijst, misschien omdat taaldeskundigen er ook geen woorden aan vuil willen maken.

Open VLD wil hen nu strenger beboeten: middenvak/strookrijden moet een overtreding van tweede graad worden, zoals rechts voorbijsteken, vinden een paar parlementsleden. Zo gaat dat met de politiek: iemand hoort een belletje rinkelen ("De Vlaming ergert zich aan de middenvakrijder") en dan wordt via een bevriende krant een ideetje gelanceerd. Voelen hoe de wind zit. Beetje populistisch. Maar het hield ons bezig, deze week. Een editorialist en een senior writer keerden zich tegen het blauwe plan, anderen waren voor. De middenvakrijders zelf zeiden waarom ze doen wat ze doen. "Omdat het veiliger en vlotter is," oordeelde Bram. "Ik vind het met mijn kleine auto niet veilig genoeg om van rijbaan te veranderen," repliceerde Suzy. "De middenrijstrook is de veiligste strook," antwoordde Jacky. "Het geeft me meer overzicht," vond Marsika.

Opvallend: de meesten hadden het over druk verkeer, met veel vrachtwagens en voortdurende op- en afritten. In dat geval wordt het begrip middenvakrijden relatief, want anticiperen behoort nu eenmaal tot het gepaste gedrag op de weg, zeker op een ringweg. Tenminste: als je al kán anticiperen, want meestal rijd je daar bumper aan bumper tegen vijf per uur. Middenvakrijden voor mij is: in normale weersomstandigheden, met relatief weinig verkeer, aan een normale snelheid vertikken om het verkeersreglement toe te passen en zo rechts mogelijk te rijden. Dat haat - neen, pardon - verafschuw ik. Want het is een overtreding, maar eentje dat veel te zelden bestraft of berispt wordt. We zijn het normaal gaan vinden. En zij ook, want ze houden hoegenaamd geen rekening met het andere verkeer, de Suzy's ("Ik verander niet van rijbaan, 't is onveilig") en de Jacky's ("Het is de veiligste strook") van de weg. Net als dronken, agressieve of extreem trage chauffeurs, denken ze alleen maar aan zichzelf, individualistisch, ze staan niet stil bij de gevolgen van hun daden. Nefast voor de feestvreugde in een collectief gebeuren, wat het verkeer toch is.

***

Middenvakrijders zijn de foertstemmers van de weg.

***

Ik beken. Ik ben zo iemand die rechts voorbijsteekt als op een lange strook weg iemand weigert om de middenstrook te verlaten. Ik wacht even af, tot ik quasi zeker ben dat er geen onverwacht maneuver zal volgen, en rijd gewoon rechtdoor verder. Op de rechterrijstrook. Het is sterker dan mezelf. Het is mijn versie van de corrigerende tik. Op hónderden keren heb ik nog nooit - nóóit! - iemand in gevaar gebracht, omdat je weet dat die chauffeur op dat moment en in die omstandigheden niet van plan is naar rechts uit te wijken. Ik hoop altijd, tegen beter weten in, dat die chauffeur dan zal beseffen dat ie fout zit en dat ie naar rechts zal zwenken. In 99 procent van de gevallen is dat tevergeefs. De middenvakrijder wentelt zich in zijn of haar Grote Gelijk. Ik mag dit, ik kan dit, ik heb dit recht. Zelfs als ie tegelijk links en rechts gepasseerd wordt, gaat er geen belletje rinkelen. Handen op tien over tien, blik strak vooruit gericht, het andere verkeer negerend. Solo op de weg.

Alvorens weer iemand het argument "Gij wilt gewoon veel te snel rijden, ja!" hanteert: de middenvakrijders die ik tegenkom rijden zeer zelden de maximum toegelaten snelheid. Eerder tien of twintig kilometer trager. Ik ben niet die snelheidsduivel die bumperklevend, met de grootlichten flitsend en liefst in een Duitse luxewagen paraderend het Belgisch verkeer terroriseer. Die lieden verafschuw ik evenzeer. Egoïsten met een groot ego en een klein pietje.

***

Een hogere erfbelasting voor middenvakrijders, korting voor wie rechts rijdt: ik ben daar helemaal voor.

***

Iets anders. Er is een tijd geweest, nog vóór het ritsen op 1 maart 2014 officieel werd ingevoerd, dat ik bij het ritsen de in mijn ogen meest logische beslissing nam. Ik reed door tot de rijstrook ophield en voegde dan, keurig mijn richting aangevend, in. Nou, dat had ik geweten. Gebalde vuisten, mannetjesputters die de bumper van hun voorganger niet loslieten, driftig claxonnerende collega-weggebruikers. Ik begreep hen, een beetje, want zij hadden intussen al zeven bange wezels laten invoegen lang voor het voor de hand liggende invoegpunt. Daar word je kregelig en horendol van.

Nochtans staat het principe van het ritsen al sinds 1 december 1975 in het "Koninklijk Besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg". Ik citeer: "De bestuurders die, bij sterk vertraagd verkeer, rijden op een rijstrook die ophoudt of waarop het verder rijden wordt verhinderd, mogen slechts vlak voor de versmalling invoegen in de aangrenzende vrije rijstrook. De bestuurders die rijden op die vrije rijstrook moeten vlak voor de versmalling beurtelings voorrang verlenen aan één invoegende bestuurder; in geval het rijden in zowel de linker- als in de rechterrijstrook wordt verhinderd, moet eerst voorrang worden verleend aan één bestuurder op de rechterrijstrook en daarna aan één bestuurder op de linkerrijstrook."

Klinkt logisch, niet? Maar in de praktijk viel dat tegen. Sinds vier jaar gaat het iets beter, al hebben veel chauffeurs het nog altijd niet door. Voegen te snel in of weigeren je te laten invoegen. In dit land zijn we nu eenmaal beter in ritselen dan in ritsen. En natuurlijk kom je bij het ritsen op de favoriete strook van de middenvakrijder terecht. Misschien vindt die dat wel niet prettig.

***

Op de middenstrook van het leven, blijft alles zoals het is en zoals het altijd is geweest.

***

Ik pleit niet voor bandeloosheid. Ik stop met veel plezier met dat rechts voorbijsteken. Ik rijd weleens te snel, maar nooit meer dan tien kilometer boven de toegelaten limiet, en op drukke wegen of in de buurt van scholen ben ik extra alert. Dertig rijden vind ik geen opoffering. Ik drink zelden en als ik drink rijd ik niet. Dat heb ik lang geleden wel gedaan, hoor, in de straffeloze jaren 80, toen dat stoer was en het woord 'heksenjacht' alleen sloeg op échte heksen of op wie écht ten onrechte vervolgd werd. Dom dom dom, is het, driedubbel dom, om achter het stuur plaats te nemen terwijl je geen volledige controle over je eigen gedragingen hebt. Ik deel mezelf met terugwerkende kracht een corrigerende tik uit voor die paar uitzonderingen.

De middenvakrijder is geen doodrijder, wellicht ook geen dronkenlap, geen agressieve gek. Máár: hij irriteert wel mateloos. En er is slechts één argument nodig om erop te wijzen dat hij een overtreding begaat: in het verkeersreglement staat dat namelijk zwart op wit. Terug naar dat KB van 1975, artikel 9.3.1. "Elke bestuurder die de rijbaan volgt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van die rijbaan blijven."

Simpel, toch, het reglement toepassen? Of blijven we opteren voor het lankmoedige midden?

***

Louis Tobback zei ooit dat hij zelfs in de woestijn voor het rode licht zou stoppen. Ik rijd zelfs op een voor de rest lege snelweg helemaal rechts.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post781

Een kwestie van beschaving

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken zo, januari 28, 2018 13:06:40

Stel: u woont in een dichtbevolkte middenklasse-wijk, volgebouwd met voorspelbare, saaie huizen, waar de inwoners weinig contact met elkaar hebben (ik weet het, u woont natuurlijk in een chique villa aan de rand van de stad, maar stél!). Op zekere avond ziet u een dikke rookpluim opstijgen op zo'n tweehonderd meter van u, laten we zeggen: dertig huizen verderop. Brand! Wat doet u? Denkt u: iemand zal de brandweer al wel gebeld hebben? De buren zullen wel te hulp snellen? (O ja, dat zijn die vreemde snuiters die met iedereen ruzie maken...) Belt u voor alle zekerheid toch maar de brandweer, met de gedachte: liever tien mensen die tegelijkertijd bellen, dan niemand? Of gaat u ter plekke een kijkje nemen, misschien kunt u wel helpen? Oei, bent u de enige die reageert en blijft de rest lekker warm binnen, spiedend door een spleet in het gordijn?

Stel nu (ja, ik stel uw verbeeldingsvermogen op de proef, maar stél!) dat de inwoners van het brandende huis op het nippertje gered worden, maar dat het huis onbewoonbaar wordt verklaard. Te groot risico dat het vuur opnieuw aangewakkerd wordt. Ruiten kapot gesprongen en het is putje winter. Dak ingestort. Dat soort dingen. U bent de enige die er staat en u heeft ook het grootste huis van de omgeving, de kinderen zijn de deur uit en u bent sociaalvoelend. Nodigt u hen uit om tijdelijk bij u te verblijven? Of stelt u dekens en kleren ter beschikking, die ze mogen meenemen naar het ziekenhuis of een hotel in het centrum? Vergeet niet, u bent de enige die zich spontaan heeft aangeboden.

Stel vervolgens (oké, het wordt vervelend, maar stél!) dat een paar maanden later in het huis ernaast brand uitbreekt - toeval bestaat! - en u alweer de eerste bent die het opmerkt. Herhaalt het scenario zich, of denkt u: iemand anders moet nu maar in de bres springen? Plausibel, maar het gebeurt niet? Snelt u alsnog uit uw luie zetel - Netflix-feuilleton op pauze - naar de hulpbehoevende, ietwat verre buren?

***

Dat is, in essentie, het vluchtelingendebat: wíllen we helpen of niet? Het is iets principieels. Zien we de noden van de verre buren of niet? Vinden we hun dramatische belevenissen ernstig genoeg om er aandacht aan te besteden of niet? En, neen, we kunnen niet iedereen tegelijk helpen. We kunnen zelfs niet iedereen individueel en apart helpen. We moeten knopen doorhakken: wie heeft dringende hulp nodig, wie kan nog even wachten? Máár: we kunnen wel helpen. Of een poging daartoe doen. Als we het tenminste willen.

***

De voorzitter van de grootste partij van Vlaanderen schrijft dat links moet kiezen tussen open grenzen en een goed werkende sociale zekerheid.

De voorzitter heeft gelijk. We moeten kiezen.

De voorzitter heeft ongelijk. Het gaat niet om een keuze tussen open grenzen en het vrijwaren van onze sociale zekerheid. De keuzemogelijkheden zijn: willen we helpen of niet? Of staren we naar onze eigen navel en voeren we een vals debat. We hoeven geen 37 miljoen Sudanezen op te vangen. Zelfs geen miljoen. Niet eens honderdduizend. En die open grenzen worden door niemand bepleit. Partijstandpunten variëren tussen volledig gesloten grenzen en gedeeltelijk open grenzen. Honderd procent open grenzen kunnen wij als samenleving niet aan, noch economisch, noch politiek, noch menselijk. En, ja, dit is een kwestie die Europees moet worden aangepakt, maar als de Europese Unie niet tot een eendrachtig standpunt komt vanwege het - laten we het zeggen zoals het is - plat xenofobisch populisme van sommige lidstaten (niet wij, voor alle duidelijkheid), dan vervalt de morele plicht om te helpen niet. Zullen we dan alle Sudanezen maar laten creperen, omdat we een aantal onder hen niet kunnen of willen opvangen? Kijk naar het brandende huis van de verre buren. Is dat beschaafd? Beantwoordt dat aan de te pas en te onpas in het migratiedebat gesleurde Verlichting, waar we zo mee pronken als het ons uitkomt? Of zijn we dan, domweg, egoïsten?

***

De burgemeester van de grootste stad van Vlaanderen zegt dat de feitelijke apartheid in zijn stad met 175 nationaliteiten hand over hand toeneemt.

De burgemeester heeft gelijk. Er staan figuurlijke muren tussen de gemeenschappen.

De burgemeester zegt dat het stadsbestuur moet proberen "een platform van burgers te creëren waar mensen elkaar nog kunnen herkennen als speler van dezelfde ploeg." De waarden van de Verlichting - daar is ze weer! - moet daarbij als kompas dienen. Wat mij dan bijzonder bevreemdt is dat de burgemeester de straathoekwerkers naar de uitgang heeft begeleid en dat zijn partijgenote in de Vlaamse regering het Agentschap voor Inburgering en Integratie afbouwt, net die mensen en die instelling die een cruciale rol kunnen spelen.

Die 174 andere nationaliteiten komen allemaal met een rugzak aan ervaringen, vaak negatieve, naar hier. Ze hebben een bepaald mensbeeld meegekregen, niet zelden is de vrouw daarbij ondergeschikt. Er lopen religieuze fanatici rond, die de scheiding van Kerk en Staat baarlijke nonsens vinden. Ondertussen zitten we aan de derde, de vierde en de vijfde generatie, die ook hier geboren zijn, maar er niet bij horen, er niet mogen bij horen of er niet willen bij horen. Als ik om de veertien dagen op de tribune van mijn favoriete voetbalclub plaatsneem, zie ik daar alleen witte gezichten, en dan nog voornamelijk mannen. Op weg naar het stadion zie ik heel veel bruine gezichten, maar die gaan niet naar hetzelfde stadion: zij kijken liever via de schotelantenne naar Galatasaray of Raja Casablanca. Voelen ze zich niet welkom (kan zijn)? Of interesseert hun nabije sportclub hen niet (kan ook)? Er zijn uitzonderingen, foto's en getuigenissen bewijzen het, maar buurtfeesten zijn al te vaak monocultureel. Worden de anderen niet uitgenodigd (kan zijn) of interesseert het hen niet (kan ook)?

Integreren is een werkwoord: het moet van twee kanten komen. Van de nieuwkomer en van diegene die er al woont. Vorige stadsbesturen hebben dit probleem een halve eeuw onder de mat geveegd, vanaf de komst van de 'gastarbeiders', die vacatures kwamen invullen of jobs kwamen doen waarvoor autochtonen de neus ophaalden. Daarin heeft de burgemeester eveneens gelijk. Het probleem ís er en het is niet zíjn schuld. Maar hij moet er wel zelf iets aan willen doen. En uit de dagelijkse praktijk blijkt doorgaans het tegendeel. Verbinden is ook een werkwoord.

***

Stel (ja, daar ben ik weer, nog eentje, dus: stél!) dat er al voor de vijfde keer op korte tijd brand uitbreekt in diezelfde straat op loopafstand van uw eigen woonst. Weer dezelfde vaststelling: u bent de eerste, of de enige, die het ziet of wil zien. Haakt u af of zet u opnieuw die geweldige Netflix-serie stil? Hoe beschaafd zijn wij eigenlijk? En hoeveel empathie kunnen we opbrengen? Is empathie zoiets als een vat dat ooit leeg zal zijn? Het is een kwestie van beschaving. "De droevige waarheid is dat het meeste kwaad wordt berokkend door mensen die niet kunnen kiezen tussen goed en kwaad." Een uitspraak van Hannah Arendt, van wie de woorden deze week uit de context werden getrokken, in naam van een Verlichting.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post778

Miss

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, januari 20, 2018 13:55:02

Bekentenis: ik heb maandagavond twee zoenen gekregen van Angeline Flor Pua. Eentje, omdat ik haar na de opname van de talkshow Van Gils & gasten een klein aandenken van de redactie meegaf, en nog eentje bij het afscheid. Tijdens het gesprek was ze aangedaan toen we een paar racistische reacties lieten zien, die na haar uitverkiezing op de sociale media werden losgelaten. Ranzig Vlaanderen kon het niet appreciëren dat een jonge vrouw met Filipijnse roots een Belgisch kroontje op haar hoofd mocht zetten, ook al is ze dan geboren in Wilrijk, woont ze al een poos in Borgerhout en spreekt ze beter Nederlands dan de doorsnee Vlaming.

***

Maandag om 17u22 zette De Morgen een artikel online met als titel "Zeg niet te snel 'arm Vlaanderen': toch geen 'stortvloed' aan racistische reacties na Miss België-verkiezing?" Conclusie na een beetje nattevingerjournalistiek: er is niet zoveel aan de hand. Meer steuntweets - ook uit de politiek - dan haatboodschappen, moeten we weten. "Nobele voornemens, maar wel gebaseerd op een klein aantal problematische berichten op Twitter en Facebook. Op de officiële Facebook-pagina van Miss Belgium staan, naast veel steunbetuigingen, enkele xenofobe berichten." En nog, over de reacties op hln.be: "Het aantal racistische commentaren zou zich beperken tot een handvol."

Máár, en dat staat vreemd genoeg ook in hetzelfde stuk: "Er duiken (op het ogenblik van de bekendmaking dat Angeline Flor Pua de Miss België is, fvl) enkele haatdragende boodschappen op, die nu vrijwel allemaal zijn verwijderd of onzichtbaar zijn gemaakt." Mijn klomp, die sowieso al van glas is, brak een beetje toen ik dat las. Als die 'haatdragende boodschappen' verwijderd zijn, kan je toch onmogelijk concluderen hoeveel (of: hoe weinig) racistische en xenofobe reacties er zijn geweest? Heel wat snelle, racistische reacties zullen na de hevige tegenreacties wel verwijderd zijn, neen? En wat met de reacties van mensen die niet op actief zijn op de sociale media en die zich aan de echte toog eens goed hebben laten gaan over dit onderwerp? Niet iedereen zit op de sociale media (iets wat de traditionele media weleens durven te vergeten).

Het was de verdienste van twitteraar-jurist Matthias Dobbelaere (@deJuristen) om een collage te maken van de eerste reacties. Wat daarbij opviel: de meeste racistische reacties vallen grosso modo tussen 22u57 en 23u25 te situeren, onmiddellijk na de bekendmaking van de winnares. Hieronder, voor wie een sterke maag heeft, een overzichtje, taalfouten inbegrepen. (Wat ik overigens mis in het overzicht is een 'good old' 'spleetoog', maar dat zal wel aan mij liggen.) De positieve reacties - en dan vooral de hart-onder-de-riem-boodschappen - dateren van later, meestal de volgende dag(en). Racisme is dus spontaner dan antiracisme. Haat is sneller dan steun. Het is maar een vaststelling.

Andere vaststelling: aan de voornamen te zien, zijn er veel jonge mensen die een probleem hebben met een Miss België met een kleurtje en een niet zo Vlaamse familienaam. Daar kijk ik een beetje van op. Ik dacht dat racisme en xenofobie vooral bij oudere generaties zat, die hun straten letterlijk hebben zien 'verkleuren'. Het slechte karakter in mij dacht bij momenten: racisme zal wel geleidelijk aan uitsterven met een deel van het kiespubliek. Hoe naïef kon ik zijn? Racisme en xenofobie zijn van alle tijden en zullen dat ook blijven. Xenofobie zit zelfs diep in ons, het dateert uit de tijd dat we nog in een primitieve bontjas en met een speer rondliepen, beducht voor elk onbekend gezicht dat we tegenkwamen. We zijn vanbinnen jager-verzamelaars gebleven.

***

Bij de Vlaamse verkiezingen van 13 juni 2004 behaalde een partij die zeven weken eerder veroordeeld was vanwege verschillende inbreuken op de wet van 1981 'tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden' 24,15 procent van de stemmen. Een op vier Vlamingen stemden toen op het Vlaams Blok, dat pas een paar maanden later van naam zou veranderen. Bij de federale verkiezingen van 2007 kwam Vlaams Belang uit op 19 procent, ongeveer een op vijf.

Zijn dat allemaal hardcore racisten? Neen, maar ze verklaarden zich wel akkoord met een partij die het 70-puntenprogramma had bedacht en waarvan sommige boegbeelden herhaaldelijk de racistische trom beroeren. Dan ben je ofwel zéér naïef, ofwel onwaarschijnlijk slecht geïnformeerd, ofwel een onverbeterlijke je-m'en-foutist, ofwel - wat ik vermoed - xenofoob. Je hebt angst voor alles wat 'uit den vreemde' komt en je projecteert je eigen problemen op nieuwkomers in de samenleving. Eigen volk eerst, jawel. Dat betekent niet altijd dat je anderen haat of minacht vanwege hun andere huidskleur, maar wel dat je niet-inclusief denkt.

***

Ik ben lang niet zo optimistisch als diegenen die nu roepen dat de racisten dadelijk gecounterd werden en dat de tegenstem tegenwoordig even luid klinkt. Anderen zeggen dan weer dat je niet altijd 'Racisme!' moet roepen, omdat je dan het échte racisme gaat onderbelichten, alsof er zoiets zou bestaan als racisme light. Racisme is geen relatief probleem. Daarom is dé Vlaming nog geen racist, maar een significant aantal Vlamingen is dat wel, en ze zijn alleszins met een pak meer dan de dansende moslims die in het straatbeeld opdoemen na een terroristische aanslag.

Voor xenofobie heb ik nog enig begrip: je zult maar in een buurt wonen waar in de loop van de jaren veel migranten zijn komen wonen en waar politici geen stap meer zetten. Die mensen zijn aan hun lot overgelaten, er is bij wijze van spreken een cordon sanitaire rond hen getrokken, in plaats van rond de partij waarvoor ze zijn gaan stemmen. Integreren is een werkwoord, met twee dimensies: willen integreren en laten integreren. Maar ook: begeleiden, 'oud' en 'nieuw' dichter bij elkaar brengen. Dat kan, maar het kost moeite. Met name in Antwerpen heeft het hautaine stadsbestuur dat aspect decennialang verwaarloosd. Genegeerd, zeg maar. Dat ze het zelf maar oplossen, de ondankbare honden, zo dachten ze op 't Schoon Verdiep, dat toen nog rood kleurde.

Racisme valt altijd en overal af te keuren: wie zijn eigen huidskleur en cultuur per definitie superieur acht, zit fout. Daar hoef je geen breed maatschappelijk debat rond te organiseren. We moeten zowel het fenomeen op zich als de mensen die dat fenomeen dragen blijven veroordelen. Of dat nu in de vorm van rechtszaken moet gebeuren, of via het publieke forum, maakt mij niet zoveel uit, maar elke uiting van racisme is er één te veel. In die zin maakt het niet zoveel uit of er na de Miss België-verkiezing één, dertig, honderd of duizenden reacties waren. Die ene, die dertig, die honderd of die duizenden moeten we durven terechtwijzen. En dan is het goed dat mensen als Matthias Dobbelaere zich geregeld vrijwillig in de beerput laten afzakken.

***

"Miss België van de frietchinees"

"Kom dit kan toch niet? Ale?"

"Hopelijk hebben ze gecheckt of het geen ladyboy is"

"Vree Belgisch. Miss België. Mer eigenlijk moete geen Belgische zijn he."

"Miss België van de Frietchinees"

"Dat kan toch nooit een Belgische zijn"

"Miss poepchinees"

"Allez een buitenlandse die wint en ze wil direct toeterend rond het podium rijden"

"tis een chineeseke!! Schattig :) maar niet echt Belgisch..."'

"Die naam, en uit Borgerroco, wat is daar nu nog Belgisch aan"

"Om Miss BELGIË te worden moet je dus duidelijk geen echte Belg zijn"

"En morgen komt bekend dat het een transexuele is"

"Amai, ziet er erg Belgisch uit"

"Een miss uit #antwerpen uit een van die containers in de haven?"

"Zijn we zeker dat het een miss is en niet een mister?"



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post777

Twitterrechtspraak

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, januari 13, 2018 12:15:50

Luid gestommel in een overvolle rechtszaal. Toeschouwers verdringen zich om toch maar iets op te vangen van wat er gezegd wordt. Iemand roept: "Aan de galg!" Gejuich. Applaus. Goedkeurend geknik. Een ander vult aan: "Vreemd gespuis!"

VOORZITTER: "Orde in de zaal. Orde! Meneer de openbare aanklager, het woord is aan u."

OPENBARE AANKLAGER: "Dankuwel, meneer de voorzitter. Beklaagde staat terecht voor uitspraken in het verle..."

"Weg met haar!" "Verraadster van het volk!" "Ze hoort hier niet thuis!" "Ga terug naar uw eigen land!"

VOORZITTER: "Orde, of ik laat de zaal ontruimen!"

OPENBARE AANKLAGER: "Uitspraken in het verleden, dus. Die waren, op z'n zachtst gezegd, niet altijd even genuanceerd, meneer de voorzitter. Een overzicht vindt u in het dossier. Maar gezien de jonge leeftijd van de beklaagde en haar intentie om het nooit meer te doen, pleit ik voor een milde straf."

"Milde straf? Hangen zal ze!" "Ge hebt geen kloten aan uw lijf, advocaatje!" "Alleen al haar naam betekent 'Oorlog aan onze beschaving'!"

VOORZITTER: "Dit is mijn laatste verwittiging!"

OPENBARE AANKLAGER: "Een milde straf, dus. Wij eisen verontschuldigingen voor haar gedrag in het verleden en we zullen haar nauwlettend in de gaten houden vanaf nu. Daarmee zouden we tevreden zijn."

"Een lachertje!" "Loser!" "En dat met ons belastinggeld!"

VOORZITTER: "Orde!!! Heeft u daar als verdediging nog iets aan toe te voegen, meneer de advocaat?"

VERDEDIGING: "Onze cliënte is nog heel jong, ze beseft dat ze te ver is gegaan en wil daar graag een streep onder trekken, meneer de voorzitter. Wij hebben dan ook niets toe te voegen aan de woorden van de openbare aanklager en zouden kunnen leven met die straf."

"Straf? Een beloning, ja!" "Bende lafaards!" "Dat ze verdomme een hoofddoek opzet!"

VOORZITTER: "Heeft u nog iets te zeggen, jongedame?"

BESCHULDIGDE: "Euh, neen, meneer de rechter. Het spijt me erg, ik ga mijn best doen!"

"Leugenares!" "Hoer!" "Als wij even brutaal en ongenuanceerd zouden zijn als die trut, zouden we opgesloten worden!"

VOORZITTER: "Orde! In overweging nemende dat de beklaagde nog heel jong is, dat ze beseft dat ze te ver is gegaan en dat de openbare aanklager geen strenge straf eist..."

De meute loopt onder luid gejoel tot vooraan in de rechtszaal, de beklaagde krijgt een stevige por, wordt bespuwd. Anderen richten zich met priemende wijsvinger rechtstreeks tot de rechter. "Dood door de kogel!" "Hang haar op!" "Gerechtigheid voor Vlaanderen!" "We weten u te vinden als ge haar niet veroordeelt, wereldvreemd mannetje!"

VOORZITTER: "... veroordeel ik de beklaagde tot de dood door ophanging op het dorpsplein en wel nu meteen!"

Stampvoetend gejuich. Advocaten bekijken elkaar onbegrijpend. Beklaagde valt flauw en wordt door twee bewakers afgevoerd. "Naar het plein!" "Hangen zal ze!" "Gerechtigheid is geschied!"



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post776
Volgende »