Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

De terugkeer van het saaie gelijkspel

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, april 25, 2019 10:15:05

(Deze bijdrage verscheen eergisteren als 'De Bankzitter' in De Standaard.)
Antwerp en Club Brugge maakten er op de Bosuil allesbehalve een spektakel van. 0-0 was een logisch resultaat. Vrijdagavond al had Genk de moeilijke klip naar Sclessin omzeild. Genk telt zo weer 6 punten voorsprong op Club. Op Paaszondag bleef de verrijzenis van Anderlecht of AA Gent uit.

De Bosuil kolkt als nooit tevoren. Dat mag u letterlijk nemen. Tegen Club Brugge was het stadion van Antwerp – vier losstaande tribunes die architecturaal niets met elkaar te maken hebben - nagenoeg volgepakt. Gemiddeld volgen er bijna 13.000 mensen de thuiswedstrijden in Deurne-Noord. Dat zijn er maar net iets minder dan in de jaren waarin de club vicekampioen werd (1974 en 1975) of in het seizoen 1987/1988, waarin Antwerp heel lang leek af te stevenen op een vijfde landstitel. Toen had de Bosuil wel nog een capaciteit van zestigduizend.

Tribune 2, die unieke combinatie van een archeologische site en een onbewoonbare ruïne, met die oncomfortabele lange houten banken, zit voller dan ooit. Antwerp profiteerde volop van de terugkeer naar de Jupiler Pro League, nu bijna twee jaar geleden, in combinatie met het voorlopig (?) uitblijven van een comeback van de stadsrivaal, Beerschot Wilrijk. Tel daarbovenop de meer dan degelijke prestaties en je weet: de Great Old is na 139 jaar hot en springlevend.

Ploeg van ‘t stad

Al die willen te kaap’ren varen, moeten mannen met baarden zijn. Jelle Van Damme heeft een imposante baard. De 35-jarige centrale verdediger heeft aan snelheid ingeboet, maar maakt dat goed met métier en présence. En met de occasionele fysieke intimidatie. Altijd voorop in de strijd. Dat ondervond Openda - in de basis ten koste van Siebe Schrijvers – al heel snel aan den lijve. Hij kreeg een onnodige beuk van Van Damme. Met een strenge videoscheidsrechter had dat een strafschop kunnen opleveren. Openda versus Van Damme, dat was een hele eerste helft een strijd tussen een jongetje en een man. De jonge Luikenaar werd dan ook bij de rust vervangen.

Antwerp koos voor de bekende aanpak: veel duelkracht, meestal op het randje, soms erover. Mbokani nam een bal in dropkick, Horvath plukte hem uit de bovenhoek. Fotografenbal, in vakjargon. Aan de overzijde schoot Openda voorlangs. Yatabaré werd in het straatje gestuurd, maar hij besloot knullig. Vanaken knalde naast. Meer bood die eerste helft niet.

De eerste twintig minuten na de pauze brachten meer voetbal en betere kansen. Bolat hield de vrijgespeelde Vormer van een goal, Horvath deed hetzelfde op een harde kopbal van dichtbij van Mbokani. Invaller Amrabat schoot hard naast. Maar toen viel het weer stil. Helemaal op het eind probeerde Leko het opnieuw met twee spitsen, zoals bij de aftrap. Jelle Vossen botste echter al snel op tegen die andere Jelle, Van Damme. Waar is het swingende Club Brugge van de eerste drie speeldagen?

‘Rechtstaan en zingen’ beval een spandoek op de tribune. Minutenlang bleven de Antwerpsupporters, blij met het punt, ‘Wij zijn de ploeg van ’t stad’ scanderen. Historisch gezien kan je over die status redetwisten, maar tot spijt van wie ’t benijdt is het anno 2019 een correcte observatie. De derde plaats blijft haalbaar.

Club heeft nog vijf wedstrijden om een kloof van zes punten te overbruggen.

Tiki-taka

Vrijdagavond al had KRC Genk puntjes op de i's van het onuitgesproken woord 'titelambitie' gezet. Welgeteld drie, dus. Standard leverde verdienstelijk weerwerk, maar wekte nooit de indruk de Limburgers te kunnen verslaan. Het had ook nog eens de pech dat het tijdens zijn sterkste periodes in de wedstrijd tegendoelpunten om de oren kreeg. In de 41ste minuut rondde Bryan Heynen een aanval over zeven stationnetjes van dichtbij af. Wat zelden wordt vermeld, is dat spits Samatta weer heel slim het gat had gelaten. Goed uitgevoerd zijn die snelle combinaties van Genk dodelijk.

Acht minuten na de rust zette Malinovski met een haast achteloze pass tussen vier Standardspelers Aly Samatta op weg naar zijn tweeëntwintigste doelpunt van het seizoen en de 0-2. Uit een Genks supportersvak werd provocerend één vuurpijl geworpen. Dom en misplaatst. Aan de overzijde stond Danny Vukovic een paar keer pal op Luikse pogingen. De Australische international straalt veel meer autoriteit uit dan vorig seizoen.

Ito miste enkele wenkende kansen (in geval van een doelpunt zou de videoscheidsrechter ongetwijfeld de buitenspelposities van de Japanner hebben opgemerkt), Trossard knalde nog op de lat, nooit leek de Genkse zege in gevaar. Het was wachten op het orgelpunt. In de 79ste minuut rondde Trossard een lang uitgesponnen aanval van de bezoekers af. Die was begonnen met een onderschepping met het hoofd door Lucumi. Op de klok stond toen 77:55. Vijftig seconden en 23 baltoetsen door tien spelers later lag de bal in het net. Alleen Samatta had het leer niet beroerd in dat imposante tiki-takamoment.

Dat Razvan Marin, de beste speler van de Rouches, nog milderde tot 1-3 had alleen een statistische waarde. Standard kon geen spannend slot forceren. Daarvoor waren de mooiweervoetballers te veel met zichzelf en te weinig met het elftal bezig. Carcela, Djenepo en Mpoku staken schril af bij het trio Malinovski-Ito-Trossard. Getalenteerde voetballers die ook kunnen bikkelen. Alleen de Roemeen Marin staat er elke match: hij vertoont zijn kunstjes volgend seizoen in de Johan Cruijff ArenA. Het gemis zal groot zijn.

Koele kikker

De beste bezoeker in Luik was Bryan Heynen. Mét Pozuelo zou de 22-jarige middenvelder misschien wel op de bank zitten, als back-up. Zónder de Spanjaard is Heynen een volwaardig lid van het would-be kampioenenelftal. Oorspronkelijk louter controlerend ingezet wordt het Genkse jeugdproduct nu als infiltrerende middenvelder uitgespeeld.

Naast de lijn gaf Philippe Clement voortdurend instructies. Na elk doelpunt riep hij Dewaest bij zich om tactisch bij te sturen. Een coach die zijn hoofd niet op hol laat brengen en voor wie elk detail telt. Belangrijk in de titelstrijd, zo'n koele kikker. 'Het is toch niet aan mij om hier als een gorilla op de borst beginnen te kloppen, terwijl ik roep dat we de beste ploeg van het land zijn en niemand ons iets kan maken?', haalde hij achteraf uit naar Clubtrainer Leko, die zijn opponent verbale lafheid had verweten.

Ivan Leko had natuurlijk een beetje gelijk: het zou gek zijn mocht Genk halfweg Play-off 1 niet openlijk het allerhoogste ambiëren.

Duel der kneusjes

Het voortijdige vertrek van Fred Rutten — ontslag heet tegenwoordig 'in onderling overleg' — was goed nieuws voor de jonkies van Anderlecht. Interimtrainer Belhocine liet Amuzu, Bornauw en Saelemaekers meteen weer in de basis beginnen, waar Verschaeren al een tijdje incontournable is. 'Jeunesse Anderlechtoise, l'avenir est à vous', stond er op een spandoek achter de spionkop te lezen. Toch iets om tevreden over te zijn als thuisfan. Bij AA Gent mocht Giorgi Tsjakvetadze nog eens starten: de jonge Georgiër bedankte met een bleke prestatie en werd nog voor het uur naar de kant gehaald.

Voormalige paars-witte coryfeeën Alex Czerniatynski en Michel De Wolf mochten de aftrap geven. Symbolisch was dat, twee ex-spelers die meer knokker dan rasvoetballer waren, maar die toch mooie jaren beleefden in het Astridpark. Was het een signaaltje naar de huidige spelerskern: ook als je niet helemaal het Anderlecht-DNA bezit, kan je hier uitblinken? Als het zo was, hadden de spelers het in elk geval niet echt begrepen. Veel goede wil, dat wel, maar weinig voetbaltechnische vrolijkheid. Op de eerste doelpoging tussen de palen was het 56 minuten wachten. Een eindeseizoenswedstrijd halfweg de play-offs, veel dichter bij Play-off 2 kom je niet in deze fase van de competitie. Op de eretribune zaten de notabelen meer op hun smartphone te tokkelen dan dat ze opkeken naar het duel der kneusjes.

De tweede helft had net iets meer om het lijf — of was net iets minder slecht —, maar een verrijzenis bleef uit. David knalde net naast, Verschaeren schoot van dichtbij op de lat, Bezus trof de paal, Kaminski zweefde op het eind een draaibal van Verschaeren uit de hoek. Meer viel er niet te noteren. Behalve dan dat er voor het eerst werd gelijkgespeeld in Play-off 1. En dat er voor het eerst ook niet gescoord werd. Zo hebben Anderlecht en AA Gent toch iets speciaals gedaan op deze gezapige Paaszondag. En ze hebben nu tenminste toch een puntje behaald.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post885

Journalisten moeten hun vak weer opeisen

JournalistiekGeplaatst door Frank Van Laeken wo, april 24, 2019 10:12:02

(Ik schreef voor het vakblad De Journalist in het themanummer over '30 jaar internet' een column over de gang van zaken in de journalistiek. Trouwe lezers van deze blog zullen elementen uit eerdere blogposts herkennen.)

Er liepen nog nooit zo veel mensen rond die zich journalist noemen als vandaag; nog nooit gedroegen er zich zo weinig als echte journalisten. Het is een boutade, en bovendien kort door de bocht, maar er is wel degelijk iets loos in ons vak. De kwaliteit slabakt, basisprincipes worden verloochend, de vierde macht heeft die macht uit handen gegeven. Hoofdredacteuren, eindredacteuren en journalisten zouden wat strenger moeten zijn voor zichzelf en tegelijk meer respect voor hun beroep eisen.

Of je nu voor of tegen nieuwssites, burgerjournalistiek of nieuwsverspreiding via sociale media bent: ze zijn er, en ze zijn niet van plan snel te verdwijnen. Dus heeft het ook geen zin om te doen alsof ze er niet zijn, te hopen dat de bui zal overwaaien of — veel erger nog — te mijmeren over hoe het vroeger was. Vroeger was het heus niet beter. Vijftig jaar geleden werden editorialen neergepend door partijvoorzitters of hun vazallen. Op de openbare omroep had je een partijkaart nodig om op de nieuwsdienst te mogen starten. De verzuiling woog door op het functioneren van de media. Ja, journalisten hielden het basisprincipe — check, doublecheck, triplecheck — beter in het oog dan nu, ze hadden ook meer tijd om hun stukken in te leveren en een primeur op de voorpagina van een krant was nog denkbaar: vandaag wordt die snel op het internet gepleurd.

Traditionele en nieuwe media staan onder druk. Bij het minste wordt er 'fake news' geroepen. Sommige sites specialiseren zich zelfs in het verspreiden van halve waarheden of hele leugens, en dat straalt ook af op de koosjere medewerkers in de sector. Als een journalist van het gereputeerde Der Spiegel betrapt wordt op het uit zijn duim zuigen van artikels, dan lijdt niet alleen Der Spiegel daaronder, maar de hele kwaliteitspers. Ergens roept er wel iemand: zie je wel! En: het zal elders niet beter zijn!

Als een onderbetaalde copy/paste-redacteur onder druk van een in zijn nek hijgende eindredacteur een artikel bijeen jat en het halsoverkop de wijde wereld instuurt om toch maar de eerste te zijn met een niet gecontroleerd bericht, dan komt dat de reputatie van de hele journalistieke wereld allesbehalve ten goede. Waarna collega's van de copy/paste-jongen (m/v) vervolgens diens informatie recycleren voor een 'eigen' slordige bijdrage. Ad infinitum.

Dat is de hapsnapwereld waarin we beland zijn: de eerste zijn is belangrijker geworden dan correcte en de meest volledige informatie brengen, en als je niet de eerste bent, moet je de mediagebruiker wijsmaken dat dat wél zo is. Stilstaan bij wat we doen en hoe we dat doen zit er nauwelijks nog in. Nadenken evenmin. Dat gaat ten koste van de geloofwaardigheid van het beroep.

Dokters Frankenstein

Een voorbeeld uit het dagelijkse persleven. Student richt een Vlaams-nationalistisch, extreemrechts actiegroepje op. Dat geniet alleen in beperkte kring enige bekendheid. De jongen spreekt zich via de sociale media uit over de geslachtsverandering van een journaliste bij de commerciële omroep; dat we dit allemaal niet zomaar normaal moeten vinden. Wordt plots opgevoerd in een duidingsmagazine als iemand met een uitgesproken mening over de transgenderproblematiek. Wakkere journalist op een andere redactie denkt: hé, wie is dat en wie is dat clubje dat hij vertegenwoordigt? Hij gaat op onderzoek. Andere journalist gaat de jongeman interviewen. Geeft hem verschillende pagina's in een prestigieus weekendmagazine. Een forum, zeg maar. Een half jaar later heeft de wakkere journalist zijn reportage klaar. Spraakmakend, onthullend, verbijsterend. Journalistiek op topniveau. Relevant. Maar de student weet zijn aanhang nog uit te breiden. En krijgt nog meer persaandacht. En wordt dan aangekondigd als lijsttrekker van een extreemrechtse partij. Krijgt vervolgens weer uitgebreide persaandacht en gebruikt die om in te hakken op de media die hem die aandacht geven.

Als we over Dries Van Langenhove praten — want over hem gaat het in de vorige paragraaf — moeten we vaststellen dat sommige media zich gedroegen als Dokters Frankenstein en een eigen monstertje hebben gecreëerd. Goed dat het fascistoïde clubje ontmaskerd is — niet dat het helpt, de populariteit stijgt alleen maar, maar dat kan je de wakkere journalist niet euvel duiden: hij heeft zijn job gedaan (hij wel!). Maar waarom moest dat jonge heerschap worden opgevoerd omdat hij een mening had over transgenders? Wat is zijn expertise? Wat is zijn maatschappelijke visie hierop? Hij heeft er geen, hij uit gewoon een populistische mening, zoals honderden, misschien wel duizenden Vlamingen hebben gedaan nadat die journalist aankondigde dat hij een zij zou worden.

Zijn wij, de pers, de media, nu enkel nog dragers van de meest onzinnige boodschappen? Zijn we masochisten geworden? Zijn we onze eigen overbodigheid aan het ensceneren?

Klimaat vs. Marrakesh

Neem nu de twee betogingen in december: de Klimaatmars (65.000 deelnemers) en de Mars tegen Marrakesh (5.500). Ik heb zelf even de moeite gedaan om de media-aandacht van die twee manifestaties te vergelijken. Over de Klimaatmars werden op zondag 2 december 25 stukken gepubliceerd en op maandag 3 december 18, samen goed voor 15.838 woorden. Niet overal stond de Klimaatmars prominent op de voorpagina. Over de Mars tegen Marrakesh werden op zondag 16 december 44 stukken gepubliceerd en op maandag 17 december 20, samen goed voor 26.919 woorden. Overal stond de mars prominent op de voorpagina.

Een paar conclusies hieruit.

1. De pers focust te veel op het negatieve. Mars 'tegen'. Gewelddadigheid. Hooligans.

2. De pers focust te veel op controverse. Die saaie pieten en mieten van #ClaimTheClimate, met hun eeuwige bakfietsen en hun aandacht voor de toekomst! Neen, dan liever die frisse jongens van Schild & Vrienden, die altijd weer iets zeggen dat lekkere koppen en luidruchtige toogdiscussies oplevert.

3. De pers focust te veel op makkelijk populisme en pompt dat vervolgens nog eens op. Die Mars tegen Marrakesh had perfect op pagina 7 gekund, 30 lijnen met daarnaast een foto van het geweld achteraf. Meer zijn 5.500 mensen niet waard. Dat is ongeveer 0,05 procent van de Belgische bevolking, terwijl de organisatoren beweren dat ze het hele volk vertegenwoordigen. Quod non.

4. De pers is dringend toe aan gewetensonderzoek. Ik wil hier niet pleiten voor constructieve journalistiek, vanwege de oubolligheid van die term, die bovendien lijkt te veronderstellen dat je alléén nog maar het positieve moet zien. Nogal naïef. Maar we stevenen af op destructieve journalistiek, berichtgeving die uitsluitend de waan van de dag volgt, herrie veroorzaakt of versterkt, bruggen helpt op te blazen, populisten populairder maakt, de samenleving in al zijn gewrichten doet kraken. Dat kan ook niet de bedoeling zijn. Waar is onze kritische zin naartoe?

Journalisten moeten weer meer onderzoeken en blootleggen, media moeten geen megafoons aanreiken aan de luidste roepers en de strafste tafelspringers, maar aan de interessantste stemmen in de samenleving, hoe zoetgevooisd en bedeesd die soms ook klinken.

Meningenfabriek

Noem me ouderwets, maar ik vind dat journalisten, eindredacteuren, hoofdredacteuren en uitgevers wat meer ballen moeten tonen. Wij zijn de professionals, wij moeten beoordelen of iets of iemand nieuwswaardig is, iets toevoegt aan een maatschappelijk debat, relevant is. Wij moeten naar eer en geweten, zo onpartijdig en onafhankelijk mogelijk, met de nodige afstand knopen doorhakken: waar besteden we onze nog altijd beperkte ruimte aan? Dat is onze verdomde job, daarvoor worden we betaald.

Aan een loodgieter wordt toch ook niet gevraagd om de klussende buurman inspraak te geven als hij een lek komt dichten. De bakker laat toch niet toe dat de handige buur mee taartjes komt bakken, omdat die dat zo goed doet als er een familiefeestje is. Staat de notaris toe dat lieden die weleens een juridische tekst in de verte hebben bekeken, zelf een akte komen opstellen?

Blijkbaar zijn politici en journalisten tegenwoordig de enigen die hun taak uit handen hebben gegeven: ze laten zich voeden door populisme. De schreeuwende vox populi zijn meer de norm geworden dan de bedaarde stem van experten. Omdat we zo graag hebben dat het botst, dat er controverse van komt, dat we de dagen nadien nog iets hebben om over te schrijven en te praten. Het is zó makkelijk, in de meningenfabriek wordt elk uur van de dag wel iets geroepen. Uitzonderlijk is dat geniaal en bruikbaar voor de samenleving, soms nuttig, meestal overbodig en irrelevant.

Politici en journalisten moeten weer ergens voor staan: een visie, een voldragen mening, beroepsethiek, een zekere vorm van verhevenheid in het domein waarin ze gespecialiseerd zijn. Wij zijn volksvertegenwoordigers: de ene legitiem, want verkozen, de andere eveneens legitiem, want professioneel geschoold of door ervaring stielman geworden, en daardoor in staat geacht om het belangrijke te onderscheiden van het belangwekkende (en het futiele). Zijn we perfect? Verre van. Lopen er charlatans rond in de stiel? Wees gerust, knoeiers lopen overal rond, ook onder de loodgieters, bakkers en notarissen. Daarom moet je de stiel nog niet laten bederven of jezelf niet meer ernstig nemen.

We moeten, kortom, ons vak weer opeisen, en dat geldt zowel voor de 'ouderwetse' krant als voor de hipste nieuwe site.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post884

De wilde weldoeners

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 20, 2019 13:03:12

Lambik die in een Dalai Lama-achtig gewaad met een soort handhelikopter door de lucht klieft en gouden muntstukken uit de hemel laat vallen voor het gepeupel. Suske en Wiske kijken verschrikt toe, een juichende massa loopt op het gratis geld af, een auto botst tegen een lantaarnpaal. Dat is het coverbeeld van De wilde weldoener dat Willy Vandersteen ons in 1961 opdrong. De strip verscheen van 19 juni tot en met 25 oktober 1961 in dagelijkse afleveringen in De Standaard en Het Nieuwsblad — dank u, Wikipedia, ik zal straks toch maar eens een paar euro doneren —, het album lag in 1962 in de winkel als nummer vijfenvijftig uit de reeks Suske en Wiske.

Ik weet niet of de heren François-Henri Pinault en Bernard Arnault zichzelf bijna achtenvijftig na datum als moderne Lambikken zagen, maar zo gedroegen ze zich wel een beetje na de brand in de Notre-Dame van afgelopen maandag. Beelden die niemand wil zien: een historisch monument dat in vlammen opgaat. Ik werd er niet emotioneel van, maar keek er wel met afgrijzen naar. Dit wens je geen stad, geen land, geen inwoner toe. Cultuurpatrimonium dient gekoesterd te worden, gevrijwaard van barbarij en rampen. Het was geen tijd voor vrolijke relativering bij het begin van de week.

Nog minder vrolijk werd ik van de aankondiging, 's anderendaags al, dat de giften voor de wederopbouw van de amper gebluste kathedraal binnenstroomden. Geen symbolische euro, om de informatiekathedraal Wikipedia voor instorting te behoeden, maar vele miljoenen, nom de dieu. Ik geef honderd miljoen, dacht François-Henri Pinault, miljardair en rechtstreeks of onrechtstreeks eigenaar van Gucci, Yves Saint Laurent, Alexander McQueen, Balenciaga en Fnac, vrijgevig te zijn. Hij liet de interne Lambik in zich los, maar verslikte zich algauw in zijn espresso, toen Bernard Arnault, miljardair en eigenaar van Louis Vuitton, Dior, Fendi en Moët Hennessy, twééhonderd miljoen gaf. Dat moet de heer Pinault ervaren hebben als een draai om de oren met een luxesacoche. De familie Bettencourt, erfgenamen van L'Oréal, kondigde ook aan dat ze tweehonderd miljoen in de pot zouden steken. En zo ging dat maar door de voorbije dagen: Total, JC Decaux, Bouygues, Michelin, Apple, Eurodisney. Samen goed voor ongeveer een miljard euro en toen waren we nog maar woensdagmiddag, minder dan achtenveertig uur na de brand. En dat allemaal om de wens van president Macron in te willigen om de Notre-Dame in vijf jaar tijd 'mooier dan ooit tevoren' uit zijn — excusez le mot! — as te laten herrijzen.

Unaniem gejuich, daarop hadden de rijke heren en bij uitzondering ook enkele dames gerekend. Maar naast de obligate en ook wel terechte blijdschap en vreugdekreetjes — al dan niet gevolgd door een plechtstatig 'Ave Maria'-moment —, was er ook kritiek. Felle kritiek. Kort samengevat: belastingen betalen ze niet of nauwelijks, maar grote sier maken kunnen ze wel. Het zal u niet verbazen: ik behoor tot de tweede club. Van mij mogen mensen stinkend rijk worden, op voorwaarde dat ze hun normale bijdrage tot de samenleving leveren: keurig hun belastingen betalen, zoals (nagenoeg) iedereen. Ik ervoer deze gulle bijdragen als een cynische geste: zie eens wat ik de staat heb achtergehouden!

(O ja, na de kritische bedenking dat ze tot negentig procent van hun gulheid belastingtechnisch konden recupereren, lieten de rijke heren weten dat het hen daar niet om te doen was. Dat zou al te cynisch geweest zijn, n'est-ce pas?)

Grote, multinationale bedrijven nemen een loopje met de normale fiscale geplogenheden. Ze ontwijken niet, ze ontduiken. Ze doen niet aan optimalisering, ze houden geld achter. Ze worden steeds rijker, terwijl ze de staat verwijten dat die boven haar stand leeft. En ze doen leuke dingen met hun geld dat voor een deel in de staatskas had moeten zitten. Ik genoot twee jaar geleden ook van een bezoekje aan de Fondation Pinault aan de Punta della Dogana in Venetië. Mooi gebouw, fraaie collectie, prachtig uitzicht over een unieke stad. Maar ook: is dit eigenlijk wel het geld van monsieur Pinault, of kwam het Frankrijk toe? En waarom investeert hij niet in minder opzichtige maar voor de samenleving nuttigere projecten?

Het is deze week al vaker opgemerkt: waar waren de miljardairs na de brand in de Londense Grenfell Tower, op 14 juni 2017? Daarbij vielen tientallen doden, vooral sukkels die in onveilige, armoedige omstandigheden moesten zien te overleven. De Grenfelltoren ontving vóór de ramp geen miljoenen toeristen per jaar en na de brand iets meer: ramptoeristen. Je hoeft geen cynicus te zijn om vast te stellen dat investeren in veilige woonplekken voor mensen die het niet breed hebben minder sexy klinkt voor miljardairs.

We stevenen steeds meer af op een neoliberaal systeem zoals dat in de Verenigde Staten al vele decennia bestaat, waarbij miljardairs hun zakgeld pompen in kunstcollecties in museumvleugels die hun naam dragen. Geïnstitutionaliseerde bedelarij. Kunst is van de gemeenschap (ook al is slechts een fractie van de bevolking kunstminded): daarvoor moeten wij met z'n allen geld vrijmaken en we doen dat door onze volksvertegenwoordigers een mandaat te geven. Opdracht: maak overheidsgeld vrij voor ons kunst- en cultuurpatrimonium. Daar word je als samenleving beter van. Niet van een gesponsorde kathedraal met het Louis Vuitton-altaar, een L'Oréal-glasraam en de Gucci-sacristie.

Misschien moeten we onze miljardairs ervan proberen te overtuigen dat ze correct moeten bijdragen om onze kathedraal van een staat overeind te houden.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post883

Genk deelt stevige tik uit

SportGeplaatst door Frank Van Laeken wo, april 17, 2019 10:58:36

(Deze bijdrage verscheen maandag 15 april als ‘De Bankzitter’ in De Standaard.)

KRC Genk behaalde een belangrijke zege in de titelstrijd, Club lag op alle vlakken onder in de topper: 3-1. Met Anderlecht gaat het van kwaad naar erger: het vuurwerk komt daar niet van de spelers. De wedstrijd op Sclessin diende zelfs te worden stopgezet. En Antwerp blijft positief verbazen.

Voetbal blijft een vreemd spelletje. Club Brugge was 34 minuten nergens in de Luminus Arena. Net wanneer je je begon af te vragen of er sprake was van een collectieve offday, dan wel van een tactisch en technisch superieur KRC Genk, klonk er een kordaat fluitsignaal. Scheidsrechter Boucaut wees naar de stip, nadat Heynen en Uronen met vereende krachten Vormer ten val hadden gebracht. Hans Vanaken trapte de strafschop hard over de grond binnen.

Tot dan waren de bezoekers — negen op negen, al tien doelpunten gemaakt — een schim van de dominante kandidaat-kampioen van de voorbije weken. Denswil speelde in de 13de minuut knullig in op Vormer, Trossard zat er goed tussen en knalde netjes naast de paal: 1-0. Tien minuten later vergat Samatta af te leggen op Trossard, Horvath redde met de hak. Minder dan zestig tellen daarna gebeurde het omgekeerde: Trossard schoot zelf in plaats van een voorzet te geven op Samatta, Horvath redde alweer met de voet. Genk zat boordevol vertrouwen. De fratsen van de bondsprocureur hadden de spelers blijkbaar eerder gestimuleerd dan afgeremd: Kris Wagner, beste motivational coach uit de clubgeschiedenis. Philippe Clement liet doelman Vukovic voortdurend lange ballen trappen richting Malinovski, iets waar Club tactisch geen antwoord op had. Trossard was een voorbeeldige aanvoerder, ging voorop in de strijd.

In de toegevoegde tijd van de eerste helft kopte Dewaest een vrije trap van Malinovski voorbij Horvath, maar videoscheidsrechter Tim Pots was wakker, in tegenstelling tot zijn collega van vorige week in Genk. Met de 1-1 bij de rust werd Club rijkelijk bedeeld.

Flinke tik

Voetbal blijft een vreemd spelletje, bis. Recent werden de regels voor handspel aangepast. Onvrijwillig bestaat niet langer. Is de arm tegen het lichaam, dan is het geen hands. Arm weg van het lichaam, altijd hands. En dus kon Boucaut niet anders dan in de 54ste minuut op vraag van de videoref te gaan kijken naar de beelden van een bal die onschuldig, want ongevaarlijk, tegen de elleboog van Mechele was gebotst zonder dat die het zelf besefte. Domme regel, domme penalty. Die uitgerekend Roeslan Malinovski vlekkeloos binnen knalde. Natúúrlijk Malinovski. We blijven zijn uitsluiting tegen Gent ook nu nog begrijpelijk vinden, maar de Oekraïner verdiende het niet om vier dagen lang als een voetbalmoordenaar behandeld te worden.

De wedstrijd bleef intens. Knokken voor elke morzel grond, boeiend om volgen, maar weinig doelgevaar. Tot Junya Ito zijn duivels ontbond. Eerst schoot de kwieke Japanner nog naast, tien minuten voor tijd zette hij gemeten voor tot op het hoofd van Samatta, die eindelijk zijn eerste van Play-off 1 scoorde, 3-1.

KRC Genk deelde een flinke tik uit. De thuisploeg was beter dan Club, Philippe Clement toonde zich tactisch superieur ten opzichte van Ivan Leko. Het verschil bedraagt weer vier punten. Volgend weekend volgen met Standard-Genk en Antwerp-Club Brugge nieuwe sleutelwedstrijden. Vier teams die al negen punten op twaalf hebben behaald.

Schanderlecht

31:05. Die cijfers bleven vrijdagavond minutenlang op het scorebord van Sclessin blinken. Alsof het om een klok ging die na een harde klap was stilgevallen. Vanuit het perspectief van de succesvolste club uit de Belgische voetbalgeschiedenis was het dan ook een bijzonder harde klap. In werkelijkheid had er trouwens '30:52' moeten staan. Scheidsrechter Lambrechts had namelijk dertien seconden eerder een tweede en nu definitief einde gemaakt aan Standard-Anderlecht, bij een tussenstand van 2-0.

Wordt dat straks 5-0 forfait? Het is ondenkbaar dat Anderlecht niet zwaar gestraft zal worden voor het gooien van vuurpijlen en rookbommen door de eigen fans. Te beginnen met de standaard vastgelegde 50.000 euro boete omdat de wedstrijd moest worden stopgezet. Er bestaat ook geen enkele twijfel over de schuldigen: de daders bevonden zich allemaal in die twee bezoekende vakken.

Als de rook om de hoofden is verdwenen, blijft alleen de vaststelling dat de sowieso al pijnlijke jaargang 2018/2019 nog dramatischer is geworden voor Royal Sporting Club Anderlecht. Dit was geen pech of toeval. Dit was een eremoord met voorbedachten rade binnen de paars-witte familie. Dit waren fans die bewust amok wilden maken, tenzij hun club het tegen alle verwachtingen in goed zou hebben gedaan. Quod non. Anderlecht speelde belabberd, zoals het dat al een heel seizoen doet, wat in Play-off 1 — met alleen maar sterke tegenstanders — nog meer opvalt dan tijdens de reguliere competitie. In het halfuur dat de wedstrijd duurde, viel er welgeteld één doelpoging te noteren: Bolasie die met een ouderwets puntertje Ochoa probeerde te verschalken in een strafschopgebied dat opvallend veel mini-kraters telde. Daar zette Standard een afgekeurde goal van Halilovic en doelpunten op stilliggende ballen — een vrije trap van Marin en een strafschop van Mpoku — tegenover. Standard was goed, zéér goed. De ereronde van de thuisspelers was verdiend, maar deed vreemd aan, na amper een derde van de normale speelduur.

De ontevredenheid van vorige week na de thuisnederlaag tegen Antwerp bleek dus slechts een voorbode voor Anderlecht. Of een aanzet. Wie niets meer te verliezen heeft, wordt gevaarlijk, dat weten we al sinds het ontstaan van dat spreekwoord over die kat die in het nauw wordt gedreven. Buitenshuis vallen wel vaker remmingen weg en liggen fans die nauwelijks die naam verdienen minder wakker van vernielingen. Het deed sterk denken aan het hooliganisme van de jaren 70 en 80, met dat verschil dat het niet tegen de tegenstander gericht was, maar tegen het eigen team. Wie de beelden na het affluiten van de partij bleef bekijken, zag een stel kerels die zich kostelijk amuseerden. Kan je langdurige stadionverboden uitvaardigen tegen een volledig supportersvak?

Waar blijft de voorzitter?

Dat Marc Coucke net in deze play-offperiode vakantie plande, was al onbegrijpelijk. Het is nú dat de competitie in een beslissende plooi wordt gelegd. Nog onbegrijpelijker is dat de Anderlechtvoorzitter na de opstootjes en de verbale opstand van vorige week niet inzag dat hij zijn vakantie dringend moest onderbreken. Hij liet het aan Michael Verschueren over om zich aan de volkswoede bloot te stellen. De polonaise dansen en 'Het is weer Couckenbak!' zingen in vrolijke tijden is net iets makkelijker dan brandjes blussen als het moeilijk gaat. Het instituut Anderlecht is een kaartenhuisje geworden. Miserie troef.

Twee tweets slechts, met dezelfde inhoud dan nog, stuurde de serietwitteraar van weleer de afgelopen week, een in het Nederlands en een in het Frans. Coucke deed dat vrijdagavond om 21u38 vanuit zijn vakantieoord in Ninh Thuan, Vietnam. 'Hoezeer ik onvrede om slecht spel & resultaten begrijp, hoezeer ik dit gedrag extreem veroordeel.' En hij bood zijn verontschuldigingen aan 'alle voetbalsupporters en aan de vredevolle Rsca-fans in het bijzonder' aan.

Te weinig, te laat, te gemakkelijk.

Great Old

We zouden haast vergeten te melden dat Antwerp de revelatie is van deze play-offs. Negen op negen, na zeges tegen Genk, Anderlecht en zaterdag in Gent (1-2), dat is zonder meer knap. Antwerp begon als het lelijke eendje aan Play-off 1. Zo speelde het vorig seizoen ook. Dit jaar wordt er beter gevoetbald, al gebruikt het elftal nog altijd alle truken van de voetbalfoor: kleine, vervelende foutjes wanneer er gevaar dreigt, treiterend tijdrekken, spelers die levensgevaarlijke blessures veinzen na een simpel contact. En dan dodelijk toeslaan, zoals Baby en Refaelov demonstreerden. De Israëliër introduceerde iets nieuws in ons voetbal: uitgesteld juichen. Even wachten op het oordeel van de videoscheidsrechter en dan pas een vreugdedansje plegen. 'Het neemt het plezier van een doelpunt vieren weg', zei hij daar achteraf over.

Onderschat het voetballend vermogen van Refaelov, Mbokani, Lamkel Zé en Baby niet, stuk voor stuk goeie voetballers in een elftal dat vakkundig gekneed werd door László Bölöni. De 66-jarige Roemeen staat niet voor voetbalromantiek, maar is wel een vakman.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post882

Pretentie

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 13, 2019 11:59:03

'Pretentie', zo definieert Van Dale, is 'aanspraak', 'het meer willen zijn dan je bent'. Pretentie is dus iets negatiefs, zoals arrogantie, of hoogmoed, of zelfgenoegzaamheid. Daar ben ik zelf ook jaren van uitgegaan. Wie pretentieus is, voelt zich verheven: boven de massa, boven zijn collega's, boven het gezelschap waar hij of zij zich op dat ogenblik in bevindt. Dat hoort niet, ook al ben je wel degelijk slimmer dan die anderen, heb je meer films gezien, zat je vaker in een ongemakkelijke theaterstoel, las je veel meer boeken, dacht je langer na over maatschappelijke kwesties. Pretentie was slecht. Punt.

Is het met ouder worden dat ik mijn visie heb bijgestuurd? Heeft het met wijsheid te maken? Heb ik me iets te lang en iets te veel geërgerd aan dommigheden? Wat het ook is, ik ben pretentie als begrip gaan neutraliseren. Zonder het woord te gebruiken of in mijn achterhoofd te houden, ben ik het hoe langer hoe meer geworden, pretentieus. Ik heb de pretentie om te stellen dat ik wel iets weet over een aantal dingen, een brede waaier van onderwerpen zelfs. Ik heb de pretentie om te beweren dat ik wel een aardig stukje kan schrijven: ik zit als columnist niet in de categorie van een Mark Coenen, maar ik kom af en toe een klein beetje in de buurt, en ik schrijf beter dan... (namen op eenvoudig verzoek te bekomen). Als journalist hoef ik me niet meer te bewijzen. Dat weet ik gewoon. Ik ga daar niet vals bescheiden of flauw over doen — en het is doodjammer dat heel wat potentiële opdrachtgevers dat niet doorhebben of weten —, het is gewoon zo. Noem dat gerust pretentie, ik beschouw dat tegenwoordig als zelfkennis. Bescheiden zijn is een deugd, valse bescheidenheid is voor niets nodig. Onderschatting van je eigen capaciteiten. Zelfverloochening. Vals, quoi.

Ik las laatst het niet zo dikke essay van de Nederlandse schrijver en journalist Joost de Vries. Echte pretentie heet dat, met als onmisbare en tegelijk intrigerende ondertitel: Waarom het zo irritant is en waarom we niet zonder kunnen. Op het eind omschrijft hij pretentie als 'honger om serieuzer te zijn'. En serieuzer te worden genomen, allicht. In een politiek en sociaal versnipperde wereld, met sociale media die iedereen, tot in de verste uithoek van de wereld, een megafoon hebben aangereikt, wordt iemand met een mening sneller gestigmatiseerd dan de tijd die hij of zij nodig had om die mening te vormen. Als je a zegt, ben je pretentieus. Zeg je b, ben je dat ook. (Tussen haakjes en terzijde: hoe pretentieus moet je zijn om anderen pretentie aan te wrijven als je eigen kennis gebaseerd is op wat er door je medestanders geroepen wordt?)

Onze samenleving is grondig veranderd, constateert De Vries. "Ooit was er een ivoren toren, inmiddels is die omgehaald; de verticale maatschappij is horizontaal geworden; de piramide is plat — kies je metafoor. De meritocratie heeft laten zien dat iedereen alles kan worden, de verspreiding van de media heeft de wereld leuker, vrolijker en oppervlakkiger gemaakt, de kloof tussen high- en lowbrow is gedempt, de democratisering van de media heeft iedereen een stem gegeven en iedereen zijn stem mag en moet gehoord worden. Alle mensen zijn gelijk, de 'gewone man' hoeft niet meer op te kijken naar de advocaat, de schrijver, de professor, de dokter omdat die toevallig gestudeerd hebben — je status wordt zodoende niet meer bepaald door je geleerdheid met betrekking tot een onderwerp (diepte), maar door de hoeveelheid mensen die je ermee bereikt (oppervlakte)."

De meeste populistische leiders zijn anti-pretentie, anti-establishment, anti-elite, terwijl ze natuurlijk deel uitmaken van het (of een) establishment, en van een elite. Donald Trump is daar een schoolvoorbeeld van. Rijk, golft vaker dan dat hij zijn land leidt, woont in poepchique — maar van een waanzinnig slechte smaak getuigende — vertrekken, omringt zich met (blad)goud, maar spreekt zogezegd de taal van het gewone volk. Een minderheid van dat volk — maar geen kleine minderheid — applaudisseert. "Dat is onze man, hij is van ons, hij begrijpt ons tenminste!" Natuurlijk is hij niet van hen, hij kakt op dat gewone volk, en liefst vanop zijn gouden wc-pot. Jezelf de pretentie aanmeten om je anti-pretentieus te gedragen is blijkbaar een gave. Om het met die 'diepte' en 'oppervlakte' uit de vorige paragraaf te zeggen: diepgang is out, oppervlakkigheid in. Tenzij je je betoog doorspekt met pseudo-diepzinnige zinssneden, dan creëer je een nieuw soort oppervlakkige diepgang.

Dat zie je ook bij de rijzende populistische ster van Nederland, Thierry Baudet. Schrijft Joost de Vries: "In de klassieke betekenis is pretentie een poging je van de rest te onderscheiden. Wanneer Baudet met grote denkers en hoge cultuur schermt doet hij dat niet om zich te onderscheiden van de massa, maar juist om zich erbij aan te sluiten. Hij gebruikt het om zijn eigen basale wittemannenangsten van een intellectuele dekking te voorzien, hij gebruikt grote ideeën om opspelende onderbuiken goed te praten."

Zo'n Baudet gaat een stap verder dan Trump, is wellicht ook veel intelligenter. Waar Trump zich bedient van simpele taal ('Make America great again!', 'Build that wall!'), sloganeske leugentjes om bestwil, profileert Thierry Baudet zich als de slimme jongen om de hoek, die weet waar 'de uil van Minerva' voor staat, ook al hoort zijn publiek het op dat moment in Keulen en omstreken donderen. Hij strooit met nauwelijks geweten weetjes. Van pretentie gesproken. Maar het resultaat is hetzelfde als een liegende Trump: méér bewondering, mensen die de retoriek die ze niet begrijpen of niet kunnen controleren, overnemen, die zelf ook beginnen te verwijzen naar die uil van — hoe-heette-dat-ding-ook-weer? — Radio Minerva.

Pretentie is hip geworden. Gespeelde anti-pretentie eveneens. Je scoort als populist vandaag met echte én valse pretentie. Of met het geregeld rondstrooien van Latijnse spreuken, natuurlijk. Wat een pretentie, trouwens. Sapere aude. En zo komen we stilaan in de buurt van de natte droom van populisten: een terugkeer naar de volgzame samenleving van begin jaren 60. Toen de notabelen van het dorp pretentieus mochten zijn, omdat het hoorde bij hun status. En de massa, die zweeg en knikte.

Joost de Vries, Echte pretentie, Das Mag, 19,99 euro.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post881

'Uefa en EU moeten samen de ongelijkheid aanpakken'

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, april 11, 2019 10:31:03

Een rapport van het Football Observatory toont aan dat de Champions League de voorbije 15 jaar steeds voorspelbaarder is geworden. Een verrassing is dat niet, maar de cijfers zijn wel opmerkelijk. In de groepsfase wint de favoriet in 8 van de 10 gevallen, doorgaans met minstens 2 goals verschil.

Vanavond worden de eerste heenwedstrijden in de kwartfinales van de Champions League gespeeld: Tottenham ontvangt Manchester City, Liverpool neemt het op tegen FC Porto. Morgenavond zijn er dan nog Ajax-Juventus en Manchester United-Barcelona. Vier Engelse teams en voorts eenzaten uit Portugal, Nederland, Italië en Spanje.

Dat Ajax en FC Porto tot dit stadium van de competitie konden doordringen, is behoorlijk uitzonderlijk, maar wellicht ook hun eindstation. De kampioenenliga is voornamelijk een geldliga geworden, waarin de rijke clubs het halen van de Europese middenklasse. Het was al drie jaar geleden dat een club uit een land dat niet tot de top 5 (Engeland, Spanje, Duitsland, Italië, Frankrijk) behoort, kon doordringen tot de kwartfinales. In 2016 was dat Benfica. De laatste keer dat een club uit een kleiner land tot in de halve finales geraakte, dateert al van 2005: PSV Eindhoven. Sinds de Champions League in het seizoen 1992/1993 werd geïntroduceerd, zevenentwintig jaar geleden, waren er slechts twee winnaars die niet uit een top 5-land kwamen: jawel... Ajax (1995) en Porto (2004).

Vooral de groepsfase tussen september en december wordt steeds eentoniger en voorspelbaarder. Dat is niet alleen een aanvoelen bij veel voetballiefhebbers — die de Champions League om die reden steeds vaker links laten liggen —, het wordt nu ook gestaafd door studiemateriaal.

Favoriet wint 8 keer op 10

Dat er maar liefst vier Engelse clubs in de kwartfinales zitten van een competitie die nog altijd een opvolger is van de vroegere Europabeker der Landskampioenen werd twintig jaar geleden beslist. Vanaf toen mochten de top 6-landen twee deelnemers afvaardigen, eventueel aangevuld met een of twee clubs die een voorronde moesten spelen. Sinds het seizoen 2003/2004 is de top 3 uit Engeland, Spanje, Duitsland en Italië zeker van kwalificatie; daar kan na play-offs in augustus een vierde club aan toegevoegd worden.

Het is niet toevallig dat het Football Observatory van het Zwitserse CIES, een door de FIFA gesponsord studiebureau, dat seizoen als startmoment nam om een analyse te maken van de groepsfase van de Champions League. Daaruit blijkt dat de voorspelbaarheid de voorbije vijftien seizoenen alleen maar is toegenomen. Behaalde de groepswinnaar die eerste drie bestudeerde seizoenen gemiddeld 2,11 punten per wedstrijd, dan was dat de afgelopen drie jaar al opgelopen tot 2,26. Het doelsaldo liep op van 6,38 (2003-2006) tot 8,91 (2015-2018). Uiteraard geldt dat ook in omgekeerde richting: de club die laatste eindigt in haar groep, behaalt steeds minder punten. Dat ging van 0,59 naar 0,45 punten, met een negatief doelsaldo dat opliep van -6,72 tot -9,06.

In de periode 2003-2006 eindigde 17 procent van de matchen met drie goals verschil. De voorbije seizoenen was dat al 23 procent geworden, bijna een op vier wedstrijden dus. Wie op papier favoriet is, wint steeds makkelijker. Die premisse geldt voor 79,5 procent van de wedstrijden, acht op tien. Tien jaar geleden was dat nog 'maar' 74,6 procent.

Eigenlijk is dat dodelijk voor competitiesport als kijkspektakel, omdat spanning — en dus onvoorspelbaarheid — daarbij onmisbare ingrediënten zijn. Nog zo'n anomalie is dat er in de kwartfinales slechts een op de twee deelnemers het seizoen voordien kampioen zijn geworden in hun eigen land. Waarom heet dit dan nog 'Champions' League?

Euromillions

'De resultaten verbazen me niets,' zegt professor Stefan Kesenne, sporteconoom aan de KU Leuven en de UAntwerpen. 'Ik heb vijftien jaar geleden op een congres al gewaarschuwd voor de groeiende ongelijkheid in het Europese voetbal. Na het Bosman-arrest van eind 1995 kon je al zien wat er stond te gebeuren. Omdat de beperking op het aantal buitenlandse spelers wegviel, konden clubs uit grote voetballanden onbeperkt spelers kopen. Daardoor vertrokken de beste Portugese, Nederlandse en Belgische voetballers naar het buitenland.'

Verkijk u niet op de aanwezigheid van een outsider als Ajax, ooit een Europese grootmacht, bij de laatste acht. Dat is knap, maar het blijft een uitzondering. De kans dat de Amsterdammers de Champions League winnen is nagenoeg onbestaande. De kans dat een Belgische club ooit nog de 'beker met de grote oren' wint is haast even klein als dat u morgen de grote pot wint in Euromillions. 'Win for life' geldt in de Champions League alleen voor clubs uit de grote voetballanden. En komende zomer wordt Ajax gewoon leeggekocht door de grootmachten en kan het opnieuw beginnen te bouwen.

'De huidige ongelijkheid hangt ook nauw samen met de explosie van de tv-rechten, die ervoor heeft gezorgd dat clubs uit grote landen nóg meer geld ter beschikking krijgen', stelt professor Kesenne vast. 'De Champions League is in hoge mate verantwoordelijk voor het groeiende onevenwicht. Het verdelings- en prijzensysteem maakt rijke clubs rijker en vergroot de kloof tussen de top 5-landen en de rest. Maar ook binnen de eigen competities groeit de ongelijkheid. Als Anderlecht of Club Brugge een paar jaar na elkaar kunnen deelnemen aan de Champions League, wordt de kloof met de andere Belgische clubs steeds groter. Daarom moeten de tv-rechten herverdeeld worden. Kijk naar wat er in de Verenigde Staten gebeurt, toch niet meteen een communistisch land: de clubs in de American Football-competitie, NFL, krijgen allemaal ongeveer evenveel geld uit de tv-rechtenpot. Zo krijg je vanzelf een competitie waar minder voorspelbaarheid heerst.'

Europese competitie

'Het transfersysteem werkt de ongelijkheid nog meer in de hand', vervolgt Stefan Kesenne. 'De combinatie van hoge lonen en hoge transfersommen maakt het voor subtopclubs onmogelijk om een topspeler aan te werven. Eventueel zouden ze op korte termijn nog de hoge lonen kunnen betalen, maar als daar bovenop ook transfersommen komen, die door handige en corrupte spelersmakelaars kunstmatig de hoogte worden ingejaagd, wordt het competitief evenwicht geschaad. Schaf dit af!'

'Binnen de Europese Unie is de productmarkt vrij en de arbeidsmarkt gesloten. In het voetbal is het net omgekeerd. Anderlecht of Club Brugge kunnen niet in de Premier League of de Bundesliga gaan spelen, maar hun spelers vertrekken daar wel naartoe. UEFA en EU moeten gezamenlijk deze ongelijkheid aanpakken. Je zou dit kunnen opvangen door een volwaardige Europese competitie te creëren, bovenop de bestaande nationale competities. Geen Champions League en zeker ook geen gesloten competitie zoals de rijkere clubs graag zouden willen, maar een volwaardig kampioenschap. Wie kampioen wordt in België zou dan bijvoorbeeld kunnen stijgen naar de tweede Europese divisie, die men zou kunnen opdelen in een aantal liga's: Noord-, West-, Oost- en Zuid-Europa. En daarboven zou dan een eerste divisie kunnen bestaan die start met zestien topclubs, maar wel met een systeem met stijgers en dalers. Het zou de kloof tussen de top 5 en de rest verkleinen. En zo zouden onze clubs kans maken om, als ze het goed doen, zich een heel seizoen te meten met de echte topclubs. Vandaag is de realiteit dat we Europees niet meer meespelen.'

Solidariteit

In zijn conclusies pleit Football Observatory voor een herverdeling van de beschikbare middelen. Maar, zo concludeert het zelf, 'deze oplossing zou tot weerstand leiden bij de financieel dominante clubs.' Een ander alternatief zou er volgens Football Observatory in kunnen bestaan om het aantal deelnemers uit 'minder ontwikkelde voetbalmarkten' te reduceren, maar dan krijg je de facto een nog grotere dominantie van clubs uit de toplanden en zit je heel dicht aan bij de natte droom van die topclubs: een gesloten competitie.

Als nevenoplossing suggereert Football Observatory om een grotere solidariteit te organiseren door clubs uit kleinere competities die topspelers hebben opgeleid daarvoor ruimer te vergoeden uit de geldpot van de Champions League. 'Solidariteit vind ik een goed uitgangspunt, maar ik zou dat niet koppelen aan transfers', oordeelt professor Kesenne. 'Creëer een fonds waar alle Europese clubs geld insteken: hoe groter hun budget, hoe groter hun inbreng. En herverdeel dat over de clubs die topspelers hebben opgeleid.'

'Ik zie weinig beleving binnen de Europese Unie momenteel', besluit Kesenne. 'Maar ik ben niet pessimistisch. Toen ik er begin jaren 90 voor pleitte om het transfersysteem aan te passen, zodat spelers die einde contract waren konden vertrekken, werd dat ook weggelachen. Vijf jaar later was er het Bosman-arrest. De invoering van Financial Fair Play heeft er de voorbije jaren toch voor gezorgd dat de meeste clubs hun waanzinnige uitgaven hebben teruggeschroefd. Dat kan je alleen maar positief noemen.'



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post880

Beklijvende topper verdiende betere wedstrijdleiding

SportGeplaatst door Frank Van Laeken wo, april 10, 2019 19:06:11

(Deze bijdrage verscheen maandag 8 april als 'De Bankzitter' in De Standaard.)

KRC Genk en AA Gent maakten er zaterdag een geweldige wedstrijd van, misschien wel de beste van het seizoen. Genk won nipt, 2-1. Alleen de scheidsrechters en de videoreferee bliezen uit de toon. Anderlecht verloor nogmaals op eigen veld, deze keer van Antwerp. 0 op 9, dat is ronduit beschamend.

800. 1327. 1465. 1566. 1850. Het zijn geen significante jaartallen uit de wereldgeschiedenis maar een handvol toeschouwersaantallen van de eerste drie speeldagen in Play-off 2. De supporters die Cercle Brugge gingen aanmoedigen uit bij Union (52) pasten in een gewone bus, voor wie van Eupen naar Oostende reisde (22 stuks) volstonden vijf personenwagens. Getallen zeggen niet altijd alles, maar in het geval van Play-off 2 doen ze dat wel. Je moet al een heel fanatieke fan zijn om daarvoor je vrijdag- of zaterdagavond op te offeren. En dat voor een competitieformat waarin je in het beste geval eind mei tegen de vierde uit Play-off 1 mag opdraven (tenzij die vierde AA Gent heet en op 1 mei de beker zou hebben gewonnen, maar dit nog even terzijde).

Niemand zit te wachten op een Europees karwei half juli in Albanië, Armenië of Azerbeidzjan. Niemand zit te wachten op Play-off 2.

Voetbalfeest

Veel interessanter, zowel op papier als in realiteit, is Play-off 1. Na de eerste speeldag leken KRC Genk en Club Brugge vertrokken voor een onderling duel, maar na de onverwachte nederlaag van Genk op de Bosuil en de uitzeges van Club en Standard in Anderlecht en Gent, diende zich plots een driestrijd aan. De enige juiste conclusie is dan dat het in deze formule zelden een goed idee is om snel te concluderen.

Genk moest zaterdagavond tegen Gent weer vol aan de bak om de leidersplaats te vrijwaren. In de thuiswedstrijden móet het gebeuren. De Buffalo's waren met twee nederlagen aan Play-off 1 begonnen: in Brugge werden hun aanvallende intenties gefnuikt door de vroege uitsluiting van Odjidja, tegen Standard hadden ze pech. Ook in de Luminus Arena startte Gent zonder angst. Het toog vrank en vrij ten aanval, met verzorgd voetbal. Dat ook de thuisploeg naar voren trok, was alleen maar goed voor het spektakel.

Een vroege duw in de rug van Samatta bleef onbestraft, op de tegenaanval dribbelde Sørloth Vukovic, maar die kon er toch nog een handje tussen steken. Asare profiteerde bijna van een slapende Maehle. De bal strandde op de paal, waarna Dewaest zijn voet op de enkel van Dejaegere plantte. Er kwam geen penalty, daarover zo dadelijk meer. Kaminski haalde een vrije trap van Malinovski uit de hoek en stopte kort daarna ook Trossard af. Aan de overzijde trapte Verstraete nipt naast. Het soort wedstrijd die je op het puntje van je stoel volgt.

Het slot van de eerste helft was voor Roeslan Malinovski. De Oekraïner zag eerst zijn slechte voorzet op de lat landen. Een minuutje later schoot hij tegen Bronn aan, die de bal tegen de hand kreeg. De scheidsrechter reageerde niet, de videoref wel. Malinovski trapte feilloos binnen vanaf elf meter. En in de toegevoegde tijd week zijn schot af op de onfortuinlijke Bronn: 2-0. Eigenlijk een own-goal, maar Malinovski kreeg hem op z'n conto, zijn elfde doelpunt dit seizoen.

Ook de tweede helft was een voetbalfeest. Kansen heen en weer, uitstekende saves van Vukovic en Kaminski, ultieme reddingen van verdedigers die lijf en leden riskeerden, pogingen tegen het doelhout, controversiële fasen, en op het eind nog volop spanning, na een tegendoelpunt van Timothy Derijck en een rode kaart voor Malinovski, samen met Ito toch wel de uitblinker in een blauw shirt. Na meer dan zeven extra minuten kon KRC Genk eindelijk opgelucht ademhalen. Twee-één, verdiende zege tegen een verdienstelijk AA Gent. Voetbal zoals het altijd zou moeten zijn, spelen om te winnen. Compliment voor de Gentse trainer Jess Thorup: hij heeft een ingeslapen elftal weer aan het voetballen gekregen.

Slapende VAR

Het spektakel werd enkel ontsierd door de zwakke wedstrijdleiding. Scheidsrechter Lawrence Visser en, vooral, videoref Erik Lambrechts gaven een hele wedstrijd niet thuis. Het resultaat was een festival van foute en niet-gecorrigeerde beslissingen. Over de duw in de rug van Samatta, in de vijfde minuut, kon je nog discussiëren: was het een overtreding of niet? Feit is wel dat diezelfde Samatta voor een perfect vergelijkbaar duwtje wél teruggefloten werd. Het gekende euvel: aanvallers worden sneller bestraft dan verdedigers.

Dewaest zette zijn zware rechter in het strafschopgebied op de enkel van Dejaegere. Eender waar elders op het veld zou dat worden bestraft, gele kaart voor Dewaest erbovenop. Nu bleef het bij een hoekschop (die er geen was). De VAR liet begaan.

Dat deed Lambrechts niet bij de hands van Bronn in de 40ste minuut. Strafschop, volgens hem. Hoewel de bal eerst de dij van de Gentse verdediger beroerde en van daar opsprong naar zijn hand. Zeer discutabel. Maar vooral: was dit wel een 'clear error' van Visser, die de fase had beoordeeld als 'onvrijwillige hands'? Helemaal op het einde van de match kreeg Lucumi (Genk) de bal eveneens tegen de arm, toen werd er niet ingegrepen.

Halfweg de tweede helft ging Asare zwaar door op de enkel van Ito. Het bleef bij een gele kaart, terwijl alleen een directe uitsluiting op zijn plaats was. Duidelijk wel een clear error. En de scheidsrechter liet ook toe dat Dewaest hem opzij duwde en zich hoofd tegen hoofd zette tegen Bezus. Dewaest maakte daarbij een (licht) koppende beweging. Het mocht gebeuren.

Kans is groot dat de immer sussende scheidsrechtersbaas Johan Verbist vandaag weer uitpakt met een positief rapport voor het kwartet op het veld en het trio in het busje. Dat zou een vertekening van de realiteit zijn. Haal Erik Lambrechts uit dat busje, hij is een uitstekende veldscheidsrechter.

Malle Malinovski

In de slotfase probeerde Malinovski bij de bezoekende cornervlag tijd te winnen. Verstraete trok hem omver, waarna de Oekraïner de Gentse middenvelder vol in het gezicht raakte. Wie de wedstrijd integraal heeft bekeken en geen Genks petje droeg, zal gemerkt hebben dat de spel- en doelpuntenmaker altijd eerst de linkervoet omhoogsteekt wanneer hij wordt neergehaald. Het hoort blijkbaar bij zijn valritueel. Een pavloviaanse reflex. In die bewuste fase op het eind stootte hij zijn voet naar links, pardoes op het hoofd van Verstraete. Of hij zijn tegenstander precies op die plek wilde raken, is onduidelijk, maar de trappende beweging was zeer zichtbaar. Scheidsrechter Visser aarzelde niet: rood. Een verdedigbare beslissing.

De woede van Genktrainer Clement was overdreven, maar ook begrijpelijk: na het vertrek van Pozuelo en door de mindere vorm van Trossard is Roeslan Malinovski meer dan ooit de draaischijf van dit Genk. Als zijn uitsluiting bevestigd wordt, riskeert hij de volgende wedstrijden te missen, thuis tegen Club en uit bij Standard. Dat wordt weer puzzelen voor Philippe Clement.

Vanavond weten we meer na Club Brugge-Standard. Een sleutelwedstrijd. Net zoals de zeven die nog volgen.

Chaos in het Astridpark

Laatst was ik in het Kunstmuseum van Basel voor een tentoonstelling over kubisme. Wat Pablo Picasso en Georges Braque begin vorige eeuw deden, was als het samenstellen van een legpuzzel door alle stukjes op een plaats te leggen waar ze in feite niet thuishoorden. Een beetje zoals het voetbal van Anderlecht momenteel. Alleen noemen we dat bij Picasso en Braque kunst en bij Anderlecht chaos. Ook vijf letters, maar een wereld van verschil. Het ene was geniaal, het andere rommelig. Picasso en Braque wisten wat ze deden, de spelers van Anderlecht zelden of niet. In beide gevallen probeert de toeschouwer de vertoning te begrijpen.

Ze deden nochtans hun stinkende best tegen Antwerp, de Anderlechtspelers. Het doelgevaar bleef echter alweer beperkt. Kums trapte een vrije trap nog net naast, Gerkens kopte vrijstaand een voorzet van Najar binnen. Maar binnen de vijf minuten scoorde Lamkel Zé de gelijkmaker. Doelman Didillon, blunderend in vorige wedstrijden, moest vaker tussenbeide komen dan overbuur Bolat.

Net wanneer zowat iedereen uitging van een billijke puntendeling, sloeg Antwerp toe: Mbokani duwde van dichtbij binnen, nadat Lamkel Zé op de paal had geschoten. 1-2 en 0 op 9, dat is de harde realiteit voor Anderlecht. Beschamend. Het volk morde. Antwerp zit aan 6 op 9, wellicht een punt of vijf meer dan vooraf ingecalculeerd. Puik.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post879

Woodstock in België — inleiding '1969'

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 06, 2019 12:47:03

Well, it's 1969, okay

All across the USA

It's another year for me and you

Another year with nothing to do

Neen, de heer James Newell Osterberg jr. klinkt niet echt vrolijk in het openingsnummer van de allereerste platenworp van The Stooges, een zootje ongeregeld uit Ann Arbor in de Amerikaanse staat Michigan. 1969 bekt wel lekker, net als No fun. Maar meneer Iggy Pop, want over hem gaat het in deze eerste zinnen, vergist zich: 1969 is zeer oké. We moeten er dan wel Richard Nixon bij nemen, als nieuwe president van het land van Pop, de zelfverbranding van Jan Palach, de dood van Brian Jones, de gruwelijke moord op Sharon Tate, maar er zijn toch ook: de eerste vlucht van een Boeing 747, het luchtdebuut van de Concorde en de plechtige opening van de nog fileloze Kennedytunnel in Antwerpen. Eddy Merckx landt op de maan en Neil Armstrong wint de Tour, of zoiets. Ze doen dat hartje zomer en binnen de vierentwintig uur.

1969 is het jaar van Woodstock. Drie dagen op affiche, vier dagen in de praktijk, omdat een en ander nogal stuntelig georganiseerd is in het dorpje Bethel, in de staat New York. Het duurt allemaal wat langer dan gepland, maar hé: Peace & music, Make love not war, ook in Amerika is de verbeelding heel even aan de macht, al was het maar als tegenreactie op die verderfelijke oorlog in Vietnam. Een melkveehouder stelt 240 hectaren weiland ter beschikking, grond die deskundig vertrappeld wordt door vierhonderdduizend bezoekers, van wie de meesten niet eens een ticket hebben gekocht. Chaos troef. De autoriteiten roepen de noodtoestand uit. Er vallen drie doden te betreuren en er worden twee baby's geboren, dat compenseert. Net als de muziek.

1969 is bij ons het jaar waarin pop- en rockfestivals voor het eerst au sérieux worden genomen. Er zijn er nogal wat, en nog wel op de meest onverwachte plekken: Amougies, Châtelet, Ciney, Deurne, Hoei, een parking onder het Hiltonhotel in Brussel. Niet dat het werkelijk 'de eerste festivals' zijn. Er worden dan al enkele jaren festivals georganiseerd, waarin pop- en rockaccenten worden gelegd. Máár: het wordt allemaal groter én voor het eerst nemen pop en rock de bovenhand. Op Jazz Bilzen worden voor het eerst twee rockavonden opgezet. In de Arenahal in Deurne wordt het 1st International Pop Event georganiseerd. En meteen ook het last. In Amougies - Amengijs voor de flaminganten - stelt een boer zijn weiland ter beschikking voor een vijfdaags festival dat in Parijs niet mag plaatsvinden, uit angst voor late Mei '68-toestanden. Aan de voet van de Kluisberg mag het wel.

Fleetwood Mac, The Nice, Yes, Ten Years After, Captain Beefheart, Frank Zappa, Pink Floyd: de namen doen watertanden, als je ze in 2019 op vergeelde affiches ziet staan. En wie er ook bijna altijd mee op staan: The Pebbles en Wallace Collection. Want 1969 is het jaar van Seven horses in the sky en Daydream. Belpop wordt volwassen. Ook Jess & James en New Inspiration pikken hun graantje mee.

1969 is het jaar dat Guy Mortier hoofdredacteur van Humo wordt en dat zullen we geweten hebben. Je ziet het blad week na week verpoppen van een overzichtelijk maar verder nogal braaf en voorspelbaar weekblad naar een onmisbare baken voor lezers die in de volgende decennia niet in de pas zullen lopen. De poppagina's - TTT, weet u wel - breiden uit. De koppen worden gemortieriseerd. Er moet gelachen worden.

1969 is vijftig jaar geleden. Da's lang. Toch hebben we nog voldoende 'overlevenden' bereid gevonden om diep in hun geheugen te grasduinen. Daar zaten nog herinneringen verborgen, die voor de ene al frisser oogden dan voor de andere. En waar dat niet hielp — of waar er niemand meer te vinden was die het kon navertellen —, hebben we archieven onveilig gemaakt. Het gevolg van die zoektocht houdt u in de hand: een boek. Netjes opgedeeld in twaalf hoofdstukken, voorafgegaan door een hoofdstuk Nul dat de voorgeschiedenis van de festivals in ons land samenvat. Meer moet dat niet zijn.

Of toch... we hebben terloops ook een maandblad gecreëerd, over pop en rock in 1969, om u helemaal terug te voeren naar de sfeer van toen. Na een korte, maar intense brainstormsessie hebben we het Pop & Rock 69 gedoopt. Met als vaste rubrieken: Nieuw in de platenwinkel!, de Top 10 in Vlaanderen, een concertkalender en artikels uit de pers van die dagen.

Well, it's 1969, okay!

Geert De Vriese & Frank Van Laeken, Woodstock in België. De eerste festivals, Houtekiet, 272 blz., 21,99 euro.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post878
Volgende »