Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Zwijgen = een duur eremetaal

CommunicatieGeplaatst door Frank Van Laeken za, maart 16, 2019 13:08:03

Zwijgen is goud. U kent dat spreekwoord vast wel. Zwijgen is vaak ook laf en ongepast, of het duidt op een gebrek aan empathie of interesse. Maar even vaak is het dus goud, zoals geweten een zeer duur eremetaal.

Ik ondervond dat deze week zelf een beetje aan den lijve met een column op de interviewsite Intervista. Ik schreef iets over witte konijnen in de politiek, na de slag om slinger aankondiging van twee gewezen missen op de kieslijsten van Open Vld. Mensen dachten dat ik iemand die in een lang vervlogen tijdperk Miss België geweest is, een minkukel vindt. Miss België als dom wicht, een mooi kieken zonder hersenen. Ik vind missverkiezingen vleeskeuringen, maar dat is mijn mening. Ik begrijp niet waarom je daaraan deelneemt, maar dat is mijn mening. Mijn mening is echter niet dat de stempel 'Miss België' net zoveel betekent als: niet in staat om iets intelligents te doen, zoals betekenisvol zijn in de vaderlandse en Europese politiek. Mijn punt was — en dat had ik allicht beter moeten verwoorden — dat de 'witte konijnen' vaker niet dan wel een interessante bijdrage leveren aan onze politiek.

Tegenover elke Ivo Belet, Dirk Sterckx of Siegfried Bracke — niet toevallig drie gewezen politieke journalisten — staan lieden die met veel gedruis werden gelanceerd en niet zo lang daarna geruisloos via de achterdeur verdwenen, om daarna met veel poeha te verkondigen dat het niets voor hen was, die trage politiek. Ik onderschat de capaciteiten van Goedele Liekens en Lynn Wesenbeek niet, en al zeker niet die van Alicja Gescinska, maar ik betwijfel of ze in de politiek evenveel het verschil zullen maken als erbuiten.

Voor een keer ben ik het oneens met de beste columnist van het Vlaamse medialandschap, Mark Coenen, die liever een zeer bekend iemand met bagage op een lijst ziet staan, dan een cabinetard of apparatsjik. Ik denk dan: de keuze voor die BK (Bekende Kandidaat) wordt ingegeven door puur electoraal opportunisme. En niet elke onbekende partijmedewerker is een 'apparatsjik', alleen komen die mensen niet aan bod in de media, die alleen maar de kleppers willen horen. Leve de gezichtsloze militant!

Enfin, dat had ik willen zeggen. Misschien had ik beter gezwegen.

***

'Stel, je komt Trump tegen in een donker steegje en je hebt een Colt bij je met twee kogels erin, wat doe je? Ik ben er nog niet uit.' Dat zei Nic Balthazar in een veel bredere context in De Morgen. Een variant op de bekende hypothetische kwestie: wat als je zou weten wat je nu weet en je zou Adolf Hitler in 1938 tegen het lijf lopen? Balthazar kreeg twitterend Vlaanderen over zich heen.

Het gaat om een 'filosofische overpeinzing', poogde hij achteraf te sussen. Maar wat is 'filosofisch', als je als linkse, vredelievende, natuurminnende mediafiguur de mogelijkheid openlaat om een democratisch verkozen president neer te knallen? Hoe verschrikkelijk die onverlaat in het Witte Huis ook regeert, overigens. Democratie houdt nu eenmaal in dat je soms wel en vaak niet de kandidaat van je keuze aan de macht ziet komen. Het alternatief — een verlichte despoot die ook nog eens helemaal in jouw lijn denkt — is a) ongewenst, en b) onrealistisch.

Wat me bij de vraag brengt: voor wie was die tweede kogel dan bestemd?

***

'De Romeinen zouden gezegd hebben: "Ga naar huis, laat uw bad vollopen en zet uw aderen open, u bent niet meer nodig."' Die weinig subtiele boodschap gaf Bart De Wever mee aan Kris Peeters, CD&V-kandidaat voor Europa, maar ook de man die De Wever in oktober zonder al te veel succes uitdaagde in Antwerpen.

Pleeg maar zelfmoord, insinueerde De Wever (en we gaan er dan even van uit dat het eerder overdrachtelijk dan letterlijk moest geïnterpreteerd worden). Kerf uw polsen open. Los van de persoonlijke belediging aan het adres van Peeters en de pijnlijke opmerking richting vele mensen met suïcidale gevoelens, was het ook een onbedoelde (?) sneer aan het adres van Geert Bourgeois, afscheidnemend minister-president die naar de... Europese lijst van de N-VA werd overgeheveld, omdat... De Wever die functie wil bekleden na 26 mei.

Hoe zou Bourgeois zich gevoeld hebben na het horen van die uitspraak?

Zou hij 's avonds een bad durven nemen hebben?

***

Interludium.

De Wever zei terloops ook nog dat hij de karikaturale joodse poppen tijdens Aalst Carnaval allerminst kon appreciëren, u weet wel, die met de pijpenkrullen en de haakneus. 'Het is spijtig dat net die beelden in een tijd van toenemend antisemitisme worden gebruikt. Ook al was de intentie zeker niet antisemitisch, dan nog is het jammer dat men zich niet realiseert dat er voor elke boodschap ook een ontvanger is.'

De burgemeester van Aalst (een vooraanstaande N-VA'er), heel wat rechtse opiniemakers en de zowat voltallige Twitterspionkop van de Vlaams-nationalisten verslikte zich. Hadden ze net een hele week de praalwagen van de Visjmooil'n met hart en ziel verdedigd (Vrije meningsuiting! Humor! Alles moet kunnen!), moesten ze opeens een andere debatfiche uit de lade halen. Goed dat Groen een paar dagen later met een klimaatplan uitpakte, zo konden ze snel overschakelen naar ''t Is de schuld van de sossen!', pardon: andere fiche, 'Groen zal in uw zakken zitten!'

Zou de N-VA-voorzitter deze boodschap ook gebracht hebben indien Michael Freilich níet op een verkiesbare plaats zou staan, in de hoop dat de joodse gemeenschap van Antwerpen collectief overstag gaat en semispontaan de Vlaamse Leeuw begint te zingen?

***

'We zijn 100 procent zeker dat we zullen stijgen, ook als we zaterdag niet winnen.'

Inzake domme uitspraken zijn voetbalvoorzitters niet aan hun proefstuk toe. Eigenaars, daarentegen, houden zich meestal nog gedeisd. Niet zo Francis Vrancken, grote baas van het bouwbedrijf DCA en mede-eigenaar van Beerschot Wilrijk. De man zei wat veel waarnemers al een tijdje veronderstellen: binnenkort wordt KV Mechelen in de zaak 'Propere Handen' veroordeeld tot degradatie, wat dan automatisch zou betekenen dat Beerschot Wilrijk stijgt.

In feite zei Vrancken gewoon wat velen denken (of luidop verklaren). Dan nog blijft het een volstrekt foute uitspraak. Je schoffeert er nodeloos vele duizenden supporters van KV Mechelen mee, mensen die mee de club hebben gered, die er hun hart en ziel aan hebben verpand, die diepbedroefd zullen zijn als er binnenkort of binnenlang een voor hun club negatief vonnis wordt geveld. In omgekeerde richting zouden Beerschot Wilrijk-fans ook niet appreciëren dat de voorzitter van de opponent zulke opruiende uitspraken zou doen.

Hier werden meerdere jerrycans olie op een al bij al nog bescheiden vuurtje uitgegoten. De boel in de fik. En sportief promoveren wordt een pak moeilijker voor Beerschot Wilrijk, want dat krantenknipsel hangt gegarandeerd tegen de kleedkamerwand bij wijze van motivatie van de thuisspelers. Francis Vrancken had net zo goed 'Komaan KV!' kunnen roepen. Het zou haast even dom geweest zijn.

Discretie is een gave. Clubeigenaars moeten zich niet profileren in de pers. Zwijgen en niet poseren met een glas champagne. Zwijgen en de toekomst van de club uitbouwen. Wat in onze voetbalcontext neerkomt op: zwijgen en dokken.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post872

Kwalificatie voor Play-off 1 zonder veel overschot

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, maart 14, 2019 11:20:05

(Deze bijdrage verscheen maandag 11 maart in de reeks 'De Bankzitter' in De Standaard.)

Vijf van de zes deelnemers aan Play-off 1 zijn bekend. Standard en Anderlecht versierden gisteravond een ticket voor deze nacompetitie, waarvoor Genk, Club Brugge en revelatie Antwerp al geplaatst waren. Paars-wit had tot twee keer toe de hulp van de dwarslat nodig tegen Kortrijk.

Verrassend is het natuurlijk niet, dat de twee traditieclubs op één speeldag van het einde van de reguliere competitie zeker zijn van Play-off 1. Op papier horen ze daar altijd te staan. Voor Anderlecht is het vooral een opluchting, in dit kwakkelseizoen waarin de club steeds verder lijkt af te staan van het zwierige, dominante, technische sterke en licht hautaine voetbal dat de recordkampioen decennialang serveerde.

Ook tegen KV Kortrijk, dat zelf nog een waterkansje had om zich voor Play-off 1 te kwalificeren, was het voetbal allerminst geweldig. Sven Kums was de redder in nood. Hij scoorde twee keer met rechts: net voorbij het halfuur krulde hij de bal in de linkerbenedenhoek, halfweg de tweede helft draaide hij een vrije trap in de rechterbovenhoek. Vóór de goals waren er twee bibbermomenten: pogingen van de bezoekers strandden op de dwarslat of op doelman Didillon. De zege van Anderlecht was verdiend, de twee-nul eindstand geflatteerd.

Kunstmatige spanning

Opvallend is dat Marc Coucke nauwelijks nog tweet tijdens of na een wedstrijd. Alsof hij nu pas tot het besef komt dat voorzitter zijn van Anderlecht toch wel iets anders is dan KV Oostende leiden. De hashtag 'weireldploegsje' ligt al een tijdje achter ons. In het Constant Vanden Stockstadion zijn de verwachtingen altijd hooggespannen. Niet alleen moet er gewonnen worden, het moet ook nog eens op een manier gebeuren die bij het DNA van de club past. Dat de supporters zich amper nog roeren na een zoveelste middelmatige prestatie, zegt veel over de berusting die er momenteel heerst.

De opluchting in de eretribune na de doelpunten van Kums was begrijpelijk, maar ook een beetje gênant: een paar jaar geleden zou een elftal dat ternauwernood bij de eerste zes eindigde, nog weggehoond zijn. Nu niet. De paars-witte bedrijfscultuur ligt op apegapen. Over vier maanden wacht Anderlecht nogmaals een complete make-over. Winterkoopje Peter Zulj werd alweer vroegtijdig naar de kant gehaald: veel te traag, hij lag door dom balverlies zelfs bijna aan de basis van een tegendoelpunt. Het valt af te wachten of de Oostenrijker in Play-off 1 wél zijn stempel zal kunnen drukken. Paars-wit zal het eerder moeten hebben van Sven Kums en de zeventienjarige Yari Verschaeren.

Benieuwd wat trainer Rutten doet. Play-off 1 zou een ideale leerschool kunnen zijn voor de jonkies, maar de voorzitter-eigenaar zal ongetwijfeld gemerkt hebben dat het verschil met Standard, derde in de stand, na halvering van de punten amper één punt bedraagt. Of we daarbij nog goed voetbal mogen verwachten in het Astridpark is zeer de vraag. Hoe krijg je deze middelmatige kern nog aan het voetballen?

Al weet je natuurlijk maar nooit met ons waanzinnige play-offsysteem. Op papier zit er nog maar zes punten verschil tussen KRC Genk en Anderlecht. Het blijft een anomalie. In geen enkel beschaafd voetballand gebeurt dit. Hooguit is er elders nog een nacompetitie voor een resterend Europees ticket. Of mag de op twee na laatste zich proberen te redden tegen de derde uit tweede klasse. Maar goed, over twee weken lezen we weer ronkende voorbeschouwingen en wordt de kunstmatig gecreëerde spanning extra opgeklopt.

11 op 30

Standard ging met 1-2 winnen op Cercle Brugge. Ook dat is nauwelijks een verrassing te noemen, al lieten de Rouches het de voorbije weken flink afweten. Na de 3-0 nederlaag op Club Brugge, begin december, schreven we hier al dat Standard te veel halftijdse voetballers in huis heeft. De ene week top, de volgende week flop. Dat was toen na de zeventiende speeldag. Twaalf wedstrijden later blijft die conclusie overeind, al heeft Michel Preud'homme er toch weer enigszins het vuur ingekregen.

Ook op Cercle toonden de Luikenaars twee gezichten. Zakelijk en geconcentreerd voor de rust, nonchalant erna. Tegen een gemotiveerdere tegenstander dan Cercle — dat niets meer te winnen of te verliezen had — had hen dat zuur kunnen opbreken. Nadeel is ook dat de wispelturige kern er in Play-off 1 iedere wedstrijd zal moeten staan. In duels tegen de vijf andere clubs die momenteel in de Top 6 staan, haalde Standard elf op dertig. In schooltermen is dat een stevige buis.

Bij Cercle werd er dit weekend trouwens meer gepraat over extra-sportieve besognes dan over prestaties op het veld. Vrijdag werd de 22-jarige Fransman Arnaud Lusamba, een van de sterkhouders dit seizoen, op staande voet ontslagen. Eerst heette het omfloerst dat 'na een gesprek met de speler, en conform de wettelijke en contractuele voorzieningen, de samenwerking onmiddellijk en definitief wordt beëindigd.' In de entourage van de huurling van OGC Nice werd er gesproken over 'een privé-probleem'. In werkelijkheid werd Lusamba betrapt op het gebruik van een verboden middel. Half oktober was er nog een onschuldig brandje uitgebroken in het appartement van de speler. In tegenstelling tot toen viel dit dopingbrandje niet meer te blussen.

Speeldag 30 = 1 match

De uitkomst van speeldag 29 is eenvoudig: KRC Genk behoudt zes punten voorsprong, Standard en Anderlecht zijn er zeker bij in Play-off 1 en volgend weekend is er nog welgeteld één wedstrijd die ertoe doet: STVV-AA Gent. Sint-Truiden liet in Moeskroen vooral in de eerste helft een karrevracht kansen liggen, na de rust was er meer evenwicht in een aangename wedstrijd. 1-1, dat zijn twee dure punten die in Moeskroen achterbleven.

Toch volstaat een zege op Stayen tegen Gent. De Buffalo's deden zelf wat ze moesten doen: winnen van KV Oostende. De negen op negen van de voorbije weken camoufleert enigszins dat Gent in de competitie te onregelmatig presteerde. Play-off 1 missen zou een sportieve en financiële opdoffer zijn voor de landskampioen van vier jaar geleden. Een bekerzege op 1 mei kan dat slechts gedeeltelijk compenseren.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post871

Kroniek van een aangekondigde degradatie

SportGeplaatst door Frank Van Laeken zo, maart 10, 2019 12:41:32

(Deze bijdrage verscheen op maandag 4 maart als 'De Bankzitter' in De Standaard.)

Het staat nu mathematisch vast: Lokeren speelt volgend seizoen een niveau lager. Wie de Waaslanders vervangt is nog niet geweten: KV Mechelen en Beerschot Wilrijk moeten eerst een dubbel duel afwerken. En dan is er nog het 'dossier matchfixing' dat als een duistere schaduw over de ontknoping hangt.

Eén-twee. Sporting Lokeren kon aanvallend alweer nauwelijks een vuist maken, de degradatie is een logisch gevolg van de onmacht die nu al achtentwintig speeldagen geëtaleerd wordt. Voor Anderlecht betekent deze magere zege dat het weer wat dichter bij STVV sluipt. Ook AA Gent deed een goede zaak in Waregem. STVV-Gent op de slotspeeldag zou weleens de sleutelmatch kunnen worden voor de samenstelling van play-off 1.

Trainer Glen De Boeck heeft het tij dus niet kunnen keren. Drie op achttien is een negatief rapport (16,7%), dat nog slechter is dan dat van zijn voorganger Trond Sollied (8 op 30, 26,7%) en even slecht als dat van Peter Maes (6 op 36, 16,7%), die aan het seizoen begonnen was in een club waar trainers al een kwarteeuw als wegwerpproducten worden behandeld. Dan is de simpele waarheid dat het niet aan de trainers ligt, maar aan de onevenwichtig samengestelde kern. Dat kan mede de schuld van voormalig sportief directeur Willy Reynders geweest zijn, maar door hem eind augustus te ontslaan, stuurde voorzitter Lambrecht wel het laatste greintje voetbalverstand wandelen op Daknam.

Club in nood te koop

Het overnamedossier van de club raakt maar niet in een stroomversnelling. Nadat een groep rond ondernemer Ronny Deschacht, zaakvoerder van DS Plastics en vader van speler Olivier, had afgehaakt, gaf Joris Van der Gucht, ceo van het fintechbedrijf Silverfin, eind januari aan interesse te hebben in de (toekomstige) tweedeklasser. De club reageerde met de laconieke mededeling dat de afscheidnemende voorzitter 'meer dan ooit bereid is om mee te werken aan eender welk project dat een nieuw elan bezorgt aan de club.'

Vraag is of Roger Lambrecht intussen beseft dat de club na gisteravond nóg minder waard is geworden. Als hij vijf miljoen euro krijgt voor de club die hij vijfentwintig jaar geleden in handen kreeg, kan hij maar beter toehappen. Nieuwe overnemers zullen zich niet aandienen voor een club in hoge nood. En om nog wat zout in de diepe wonde te strooien, is het seizoen over twee speeldagen al definitief voorbij voor Lokeren. Dan wacht het Grote Niets. Fijne competitieformule is dat, waarin een voetbalbedrijf wel zijn personeel mag blijven betalen, maar geen inkomsten meer kan verwerven, behalve dan een miljoentje aan tv-gelden als afscheidspremie.

Traditieclub

In de voorbeschouwingen op het seizoen kwamen slechts twee namen naar voor van potentiële degradatiekandidaten: Eupen en Excel Moeskroen, in die volgorde. Was dat wishful thinking van trainers, analisten en voetbaljournalisten? Wilden ze de clubs die vorig seizoen op zo'n lelijke manier geëindigd waren, liefst zo snel mogelijk kwijt? Feit is dat beide clubs al een tijdje veilig zijn.

Net als vorig seizoen degradeert er een traditieclub. Toen heel verrassend KV Mechelen, nu iets minder verrassend Sporting Lokeren. De supporters van KV bleven trouw aan hun geel-rood: zij hebben de club vijftien jaar geleden gered, die band kan niet verbroken worden, zelfs niet door tegenvallende resultaten. KV investeerde in een nieuwe hoofdtribune en ontving dit seizoen gemiddeld zelfs meer toeschouwers dan vorig jaar: zo'n 13.500. In 1A zou het daarmee tien clubs achter zich laten.

Op dat effect moet Lokeren niet hopen. Geen nieuwe tribune op komst op Daknam, geen supporters die het beleid mee mogen uittekenen, geen bv's die als uithangbord fungeren. Vergeleken met vijf jaar geleden is het aantal toeschouwers bijna gehalveerd tot net iets meer dan vierduizend. In 1B wordt dat ongetwijfeld nog een pak minder.

Zonde, want de erelijst oogt fraai. In de zomer van 1974, vier jaar na de fusie van Standaard Lokeren en Racing Club Lokeren, promoveerde Koninklijke Sporting Club Lokeren naar de hoogste afdeling. Daar bracht het eenenveertig van de voorbije vierenveertig seizoenen door. De club werd één keer vicekampioen (1981), won twee bekers (2012, 2014), leverde twee keer de topschutter (Jan Koller en Hamdi Harbaoui) en slaagde erin toppers als Lubanski, Lato en Larsen naar het Waasland te laten afzakken. Dat is zonder meer knap voor een provincieclub, al doet Wase rivaal (Waasland-)Beveren nog beter.

Wie wil er kampioen worden?

Wie de plaats van Lokeren mag innemen, weten we pas over twee weken. KV Mechelen verzuimde het op het veld van Lommel de tweede periode te winnen en bijgevolg ook de kampioenstitel te pakken. In de slotfase veegde de thuisploeg een kleine achterstand weg: 1-1. Omdat ook OH Leuven-Beerschot Wilrijk op een gelijkspel eindigde (2-2), is Beerschot Wilrijk periodekampioen. In een normaal voetballand zou KV Mechelen nu kampioen zijn, omdat het na achtentwintig speeldagen vijf punten meer telt dan de eerste achtervolger. In België niet. Hier wordt nog een finale over twee wedstrijden betwist: volgend weekend Beerschot Wilrijk-KV Mechelen, het weekend van 16 en 17 maart wordt die affiche omgedraaid.

Tenzij... de voetbalbond eerstdaags beslist op basis van de beschikbare informatie KV Mechelen wegens poging tot matchfixing (in het vorige seizoen) te veroordelen tot degradatie naar de Eerste Amateurliga. En als de bond die veroordeling doortrekt naar Waasland-Beveren — 'De keuken is besteld', weet u nog — zou zelfs Lokeren alsnog profiteren en volgend seizoen gewoon in 1A voetballen, samen met Beerschot Wilrijk. Spanning op én naast het veld.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post870

Wacko

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, maart 09, 2019 13:32:38

Een horrorfilm. Maar dan zonder afgehakte hoofden, zonder gruwelijke wezens die met een hakbijl slingerend dwars door beeld lopen, zonder onschuldige deernes die nietsvermoedend in de spiegel kijken en achter zich een monsterlijke verschijning zien opdoemen, zonder grote plassen bloed en lichaamsdelen-zonder-lichaam centraal in beeld. Dat is Leaving Neverland, de al weken vooraf veelbesproken docu over de pedofiele uitspattingen van een man die bij leven King of Pop genoemd werd en op wiens beats ik menige poging tot breekbaar dansen heb uitgeoefend. Het lukte nooit. Billie Jean was not my lover.

De horror in Leaving Neverland zit 'm niet in wat je letterlijk ziet, maar in wat je je daarbij kan voorstellen. Twee mannen van middelbare leeftijd en hun familieleden worden close in beeld genomen en vertellen honderduit. Over een popster die hen in zijn eigen wereld meesleurde. Dromen die werkelijkheid werden en die achteraf nachtmerries bleken te zijn. Drie uur en drieënvijftig minuten lang. Had dit niet wat korter gekund? Zeer zeker. Een reportage van Pano­-lengte, een halfuurtje, daarin kon je het ook gezegd krijgen. Een langspeelfilm van normale duur, iets tussen anderhalf en twee uur, had ruim volstaan. Door er zo'n lange rit van te maken, maakt regisseur Dan Reed het misbruik alleen maar erger. De twee 'hoofdrolspelers' — ze spelen niet, maar ze staan wel centraal — Wade Robson en James Safechuck vertellen van naaldje tot draadje wat hen is overkomen. Er wordt geen enkel hard bewijs aangedragen en toch geloof je hen. En niet zo'n beetje, maar wel de volle honderd procent. Elk woord. Elke aarzeling in hun stem. Elke spaarzame traan die over hun wangen biggelt. De rustige, voor het grootste deel zonder pathos gebrachte getuigenissen zijn wat Leaving Neverland zo aangrijpend maken.

De details.

De zelfontkenning.

Het negeren.

The horror. The horror.

Ik kan me best voorstellen dat er bij de eerste vertoningen toeschouwers boos de zaal verlieten: deels omdat ze niet langer konden verdragen dat het masker van Hun Held werd afgenomen, deels omdat ze het demasqué te griezelig vonden. Terwijl je Leaving Neverland tot het bittere einde moet aanschouwen. Een horrorfilm eindigt niet halfweg. Je wil weten wie of wat er overblijft. Spoiler alert: een vernield leven.

***

Laatst stond ik hemden te strijken, een bezigheid die ik onder de persoonlijke horror klasseer. Op de achtergrond hoorde ik een lachband joelen. Om de zeven seconden hetzelfde kort aangezette en snel weer uitgestorven geluid van een volle zaal op commando lachende mensen. Ik wilde toch even zien wat er zo grappig aan was. Niets, zo bleek. Geen enkele opmerking of situatie deed mijn mondhoeken ook maar een fractie bewegen. En toch, om de zeven seconden, opnieuw een lachsalvo. Ik begreep er niets van. Opeens vond ik strijken minder erg dan naar dat feuilleton kijken.

Humor, je kunt daar uren over doorbomen. Het is voor iedereen iets anders. Er zijn mensen die niet om Monty Python kunnen lachen. Er zijn mensen die wel om F.C. De Kampioenen kunnen lachen. Ik begrijp dat niet, maar zij mij evenmin, vermoed ik.

Niet alles is even grappig.

Niet alles is even grappig voor iedereen.

Niet alles is even grappig in alle omstandigheden.

De Europese Commissie, Unesco en het Simon Wiesenthal Center konden niet lachen om de joodse karikaturen op het carnaval van Aalst. Ik ook niet. Zij waren ontzettend boos, ik niet. Ik begrijp hen, zij mij misschien minder, omdat ze willen dat iedereen boos wordt om dat soort taferelen. Omdat ze willen dat dergelijke beeldvorming verboden zou moeten worden. Daar ging het dus deze week over in sociale en andere media. Mag dit? Kan dit? Mag er met álles gelachen worden?

U kent het verhaal intussen: de Aalsterse carnavalsgroep Vismooil'n wil volgend jaar groots uitpakken op het jaarlijkse carnavalsgedoe, dit jaar is een overgangsjaar, zo'n beetje zoals de lokale voetbalclub al vele seizoenen lang op het gras verschijnt, in de hoop dat het een overgang is naar betere tijden. Iemand moet op de ledenvergadering gevraagd hebben: 'We nemen een sabbatjaar, dus?' Waarop zijn buurnaam: 'Zo is dat, maar wat gaan we doen?' De overbuur wist het: 'Sabbat, beste vrienden, is dat niet iets van de joden? Als we nu eens een paar typische joden uitbeelden?' Applaus op alle banken, lachband. 'Sjalom, goede man, dat zullen we doen!'

En dus verschenen op zondag 3 maart een paar reusachtige koppen van wat de Vismooil'n typische joodse personages dachten te zijn: vreemde hoed, pijpenkrullen, haakneus, lange baard. Onder het motto: tijdens carnaval mag je, pardon: móet je, met iedereen kunnen lachen, hoe gevoelig het ook ligt. Zo is carnaval ooit ontstaan: één keer per jaar mocht het plebs lachen met zij die hen bestuurden. Het leven omgekeerd, voor een dag of drie, en dan was het gedaan met lachen.

Racisme! Antisemitisme! Verbieden!

De kreten klonken luid en langdurig, zes dagen na de feiten hoor of lees je ze nog altijd. In het recente verleden waren er die ene dag van het jaar in Aalst ook al oprispingen bij het zien van, bijvoorbeeld, SSVA'ers die joodse gevangenen zoenden, IS'ers met kalasjnikovs of Bo Van Spilbeeck. Goede smaak is niet het eerste waar carnavalsgroepen aan denken als ze brainstormen over hun praalwagen. (Goede smaak is trouwens net als humor een onderwerp waar je eindeloos lang kan over soebatten. Sommige mensen vinden Monty Python smakeloos en F.C. De Kampioenen smaakvol, om maar iets te zeggen.)

***

Moet je dit verbieden? Is wat de Vismooil'n hebben gedaan een overtreding van de racismewet of hebben ze aangezet tot haat en geweld? Discutabel, al vermoed ik van niet. Best mogelijk dat ze er geen seconde bij hebben stil gestaan dat dit verder ging dan een karikatuur. En net daarin zit eigenlijk het zorgwekkende: als een jood wordt uitgebeeld, is blijkbaar het eerste wat bij velen in gedachten komt een chassidisch exemplaar: vreemde hoed, pijpenkrullen, haakneus, lange baard. Zij vallen op in het (Antwerpse) straatbeeld, ook al vormen ze een minderheid binnen de joodse gemeenschap. Zij nemen niet deel aan het openbare leven, zijn alleen binnen hun leefwereld actief. Zij leven in dit land, maar willen er niets mee te maken hebben. Zij zijn, mede daardoor, een bijna voor de hand liggend onderwerp van spot, zeker als er net tevoren iemand 'Ja, sabbatjaar, laten we joden uitbeelden!' geroepen heeft.

Maar het beeld dat nu werd opgehangen van 'de jood' is dus krek hetzelfde als de manier waarop joden onder de nazi's werden uitgebeeld. Met haakneuzen. Op úw geld beluste, onbetrouwbare, zich snel voortplantende ratten (zoals te zien is op vele spotprenten en in de propagandafilm Der ewige Jude uit 1940). Niet de Vismooil'n zijn het probleem, maar het feit dat heel veel mensen bij het begrip 'jood' meteen denken aan een haakneus. In die zin is deze discussie sterk vergelijkbaar met de jaarlijkse terugkerende Zwarte Piet-heisa. Velen zien daar geen kwaad in: het is toch een kindervriend, niet? Maar we zijn het in tijden van polarisatie blijkbaar afgeleerd wat een karikatuur doet met mensen die aan die karikatuur beantwoorden of ermee vereenzelvigd worden. Ik vind het dan ook zeer wijs dat Unia nu de betrokken partijen wil samenbrengen. Dialoog is veel krachtiger dan verbieden of zonder meer toelaten, als er tenminste bereidheid is tót.

***

Ik hoop volgend jaar op Aalst Carnaval een praalwagen te zien met een herkenbare pop die Michael Freilich moet voorstellen, vendelzwaaiend met een Vlaamse leeuw en een hakenkruis op het voorhoofd getatoeëerd. Alles moet kunnen, toch?

***

'I want to speak the truth as loud as I spoke the lie for so long', zegt choreograaf en slachtoffer Wade Robson bij wijze van samenvatting op het einde van bijna vier uur ondraaglijke horror in Leaving Neverland. Equivalent van ons gezegde: al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.

Moeten we Jacksons muziek nu nog draaien? BBC vindt van niet, VRT vindt van wel, zij het spaarzaam en 'omzichtig', met telkens een vermelding van wat de zanger van al die — laten we wel wezen — onvergetelijke en prachtige songs heeft aangericht in het leven van onschuldige jongetjes. Er werd wat meewarig om gedaan, dat 'omzichtige' van onze openbare omroep, maar ik vind het al bij al een slim standpunt. Don't stop 'til you get enough, Wanna be startin' somethin', Billie Jean, Man in the mirror en Smooth criminal blijven pareltjes, ondanks het stilaan onweerlegbare feit dat de bedenker ervan een onverbeterlijke viezentist was. Kinderverkrachter. Maar je weet maar nooit welke kunstwerken we allemaal al eeuwenlang bewonderen, zonder goed te weten wat de kunstenaar in zijn vrije tijd uitrichtte. Wees dan maar eens consequent. Dus, blijf die Jackson maar draaien, zo lang elke keer opnieuw wordt benadrukt hoe bad hij naast het podium wel was.

***

Michael Jackson had geen haakneus. Bij nader inzien had hij op het eind zelfs helemaal geen neus meer.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post869

Frank

PolitiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, maart 02, 2019 12:53:55

De politiek kan meer Franken gebruiken. Zeg dat ik het gezegd heb. Neen, ik zit hier niet te hengelen naar een verkiesbare plaats, noch aas ik op een strijdplaats, laat staan een plekje ergens onderaan een kieslijst, bij wijze van mentale steun aan een partijprogramma of would-bebestuurders. Ik ken mijn plaats, die is aan de zijlijn. Ik zou trouwens niet weten in welke hedendaagse partij ik thuishoor.

De Frank waar ik het over heb torst de familienaam Vandenbroucke en heeft nooit professioneel op een koersfiets gezeten. Hij leeft dus nog, al is hij voor een stukje vergeten (terwijl die andere VDB niet meer leeft en toch nooit vergeten zal worden). Geeft les in Amsterdam, ver weg van het Belgisch gekrakeel. Ik ga ervan uit dat hij zich wel prettig voelt in die academische omgeving. Professor voor het leven. Vandenbroucke is altijd een academicus gebleven, ook in de zesentwintig jaar dat hij met twee voeten in de politiek stond: als volksvertegenwoordiger, fractieleider, partijvoorzitter, federaal minister, Vlaams minister en senator.

Dat professorale stoorde vriend en vijand. Die Frank wist alles beter, en dat bedoel ik letterlijk. Hij wist écht alles beter. Dat moet hem vaak geïrriteerd hebben, in een omgeving die altijd opnieuw op de korte termijn gericht is, terwijl hij de man was van de langetermijnvisie. Dat botste voortdurend, binnen en buiten de sp.a. In de korte periode dat Steve Stevaert God was, werd hij opgevoerd als een van de Teletubbies, een rol die hem duidelijk niet lag. Jong en hip heeft deze Frank Vandenbroucke nooit willen zijn, zelfs niet toen hij op zijn drieëndertigste voorzitter werd van een partij in crisis. Als het over Vandenbroucke gaat, roepen kortzichtige mensen altijd: ha, die geldverbrander! Alsof een paniekerige (en inderdaad compleet foute) reactie in volle Agusta-schandaal iemand voor het leven tekent.

Toen ik hem vierentwintig jaar geleden interviewde voor mijn boek Hoogvliegers in de Wetstraat, zei hij het volgende over zijn vermeend gebrek aan charisma: 'Een imago moet gebaseerd zijn op een realiteit. De echt sterke imago's worden niet gefabriceerd door publiciteitsbureaus. Denk maar aan Dehaene. Of Tobback.'

***

Gisteravond zat Frank Vandenbroucke in De Afspraak op vrijdag bij Ivan Devadder, samen met Isabel Albers en Zuhal Demir. Het ging over het loonoverleg. De voormalige staatssecretaris bleef minutenlang doordrammen. De blik van Vandenbroucke sprak boekdelen. Hij, de slimme professor, vond het oeverloos gezwets. Het was wachten tot hij het woord kreeg. En dan zei hij iets dodelijks: mevrouw Demir en haar partij kunnen hoofdzaken niet onderscheiden van bijzaken, waardoor geen enkele grote socio-economische hervorming gelukt is. Onkunde, noemde hij het. Bám! Demir was nog een centimeter of twintig groot. Gekleineerd door een kille, maar rake opmerking.

Natuurlijk blijft professor Vandenbroucke een sociaaldemocraat, maar in de uitzending zat hij er toch vooral als afstandelijke, verstandige waarnemer. In veertig minuten zei hij op een waardige en rustige manier zeer pertinente zaken waar de voltallige oppositie een puntje aan zou kunnen zuigen. Je hoeft niet heel hard te roepen, als je het niet eens bent met iets. Reageer met feiten en rake observaties. Kalm blijven, de juiste woorden gebruiken, heel concreet blijven: dat is zoveel zinvoller dan decibels produceren.

***

Ik mis figuren die het enge partijcarcan overstijgen. Jean-Luc Dehaene, Hugo Schiltz en Karel Van Miert kunnen helaas niet meer terugkeren. Karel De Gucht, Jos Geysels en Frank Vandenbroucke zijn veel te snel teruggetreden of moesten opstappen om plaats te ruimen voor mindere goden. Voeg daar gerust Miet Smet en Annemie Neyts-Uyttebroeck aan toe.

Dat iemand als Vandenbroucke bij de sp.a naar de uitgang is begeleid door dames en heren die intellectueel, ethisch en ideologisch nog niet tot aan zijn knoesels reiken, is hemeltergend. Partijen vreten hun eigen kinderen op, de ergste opportunisten en de luidruchtigste tafelspringers halen meestal hun gelijk. Dat is zonder meer dramatisch.

Dat Bart De Wever al tien jaar alle aandacht naar zich toezuigt, is ongetwijfeld zijn eigen verdienste, maar het heeft net zo goed te maken met het gebrek aan waardige tegenstanders. Terwijl De Wever bleef zitten, zag hij bekwame opponenten verdwijnen en minder bekwame nieuwkomers opduiken. Vernieuwing is niet altijd verbetering, soms is het vroeger gewoon beter.

'Ik vind loyauteit een belangrijk gegeven, een deugd,' zei Vandenbroucke in het begin van De Afspraak op vrijdag. Wie zich niet meer thuis voelt in zijn of haar partij zou volgens hem ofwel moeten stoppen, ofwel een pauze inlassen. Overlopen vindt hij ongepast, het deugt niet.

Deugdelijkheid.

Een woord dat je haast nooit meer hoort in de politiek.

Kom terug, Frank Vandenbroucke, er valt niets te vergeven.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post868

Vloek van het Astridpark blijft overeind

SportGeplaatst door Frank Van Laeken wo, februari 27, 2019 10:21:33

(Deze bijdrage verscheen maandag 25 februari in de wekelijkse reeks 'De bankzitter' in De Standaard.)

Een zinderende slotfase maskeerde enigszins dat Anderlecht-Club al te lang een kabbelende topper was geweest. De 2-2 was een correcte uitslag, maar geen van beide ploegen schiet daar veel mee op. Club staat weer op tien punten van Genk, Anderlecht moet nog altijd knokken voor plek zes.

Twintig jaar, vijf maanden en vijftien dagen. Zo lang was het al geleden dat Club Brugge nog eens had gewonnen in het Astridpark. Was? Is! 9 september 1998, dat zal nog een tijdje het 9/9-moment van Club blijven, drie jaar vóór 9/11. De twee uitblinkers van gisterennamiddag, Yari Verschaeren en Krépin Diatta, waren toen niet eens geboren. Het internetbedrijfje Google werd vijf dagen eerder opgericht en van virtueel verbroederen op Facebook was nog lang geen sprake. Kranten lazen we enkel op papier. Georges Leekens was voor het eerst bondscoach. De vorige eeuw, quoi.

Als er in de voorbije twee decennia ooit sprake was van een momentum, was het wel nú: Anderlecht speelt een bleek seizoen, moet knokken om play-off 1 te halen. Club deed vorige zondag vertrouwen op tegen Genk, al kreeg het vier paar dagen later wel een Europese tik in Salzburg. Het vroege doelpunt van Wesley leek dat scenario van een eerste uitzege sinds mensenheugenis alleen maar te bevestigen. Trainer Fred Rutten keek met gekruiste armen toe, als een machteloze leraar die voor een lege klas staand vaststelt dat iedereen spijbelt.

Jonkies als lichtpunt

'Beste supporters, gelieve geen voorwerpen op het veld te gooien', vroeg de stadionomroeper. Voorwerpen, dat was zeer ongepast; een paar spelers, dat had op dat ogenblik wel gemogen. Scheidsrechter en videoref waren dan nog zeer lankmoedig voor twee opzichtige elleboogstoten van Ivan Santini. Vreemd dat die zomaar passeerden. Anderlecht gaf niet thuis, het was wachten op een tweede Brugs doelpunt. Tot Bolasie vanuit het niets de gelijkmaker scoorde. Zo gaat dat in voetbal.

Na de rust wachtte Anderlecht voornamelijk af, het probeerde niet eens te profiteren van het feit dat Club minder dan drie dagen voordien nog gespeeld had en een mentale opdoffer had moeten incasseren. Tot tien minuten voor tijd kabbelde de topper voort: veel inzet en goeie wil, weinig overleg of doelgevaar, en een iets te gezapig tempo. Lichtpunten waren de jonkies. Yari Verschaeren (17) is nog eens zo'n Anderlechtproduct pur sang: technisch sterk, slim, veel lef. Aan de overzijde teisterde Krépin Diatta (die vandaag 20 wordt) de rechterflank van paarswit. Nauwelijks bij te houden op volle snelheid, nog iets te onbesuisd bij het voorzetten. Het soort spelers die niet hun hele carrière in België zullen voetballen.

En toen werd er plots gescoord. Opnieuw Bolasie. En wéér gescoord: invaller Vlietinck. Twee keer na een grote dekkingsfout. Beide ploegen gingen nu voluit voor de winst, er hadden best nog wat goals kunnen vallen in een zinderende slotfase, waardoor het heel even leek alsof we naar een geweldige topper zaten te kijken. Maar dat was het absoluut niet. Hooguit een driesterrenfilm: interessant zonder meer. De vraag die al een jaar of tien de voor- en nabeschouwingen van dit duel beheerst, zal ook bij de volgende Anderlecht-Club luidop gesteld kunnen worden: wanneer wordt de vloek van het Astridpark eindelijk gebroken?

Union, de ploeg van Brussel

Het blijft intussen een pijnlijke vaststelling dat dit Royal Sporting Club Anderlecht op eigen veld blij moet zijn met een felbevochten punt. Net zoals het pijnlijk is dat dé Brusselse club van het seizoen niet Anderlecht maar Union is: halvefinalist in de beker en zaterdag in 1B nog 0-5 winst bij titelkandidaat KV Mechelen. Dat steekt ongetwijfeld in het Constant Vanden Stockstadion. We vallen in herhaling wat de paars-witte mankementen betreft: te weinig spelers met Anderlecht-DNA, te veel weireldploegsje en lang geen wereldploeg, een faliekant transferbeleid in de zomer. De Congolese huurling Yannick Bolasie, die in januari kwam, blijkt wel degelijk een versterking. Wat de Oostenrijker Peter Zulj voor de recordkampioen kan betekenen, valt nog af te wachten.

Play-off 1 zou op papier nochtans geen probleem mogen zijn voor Anderlecht: het moet nog naar Lokeren en Oostende en ontvangt tussendoor Kortrijk, uitgetelde tegenstanders. Na de halvering van de punten kan er dan plots weer heel veel. Verklaart dat de gelatenheid van de fans? Hopen ze tegen beter weten in op een verrijzenis in de lente?

Zonnekoning Veljkovic

Genietend in het zonnetje gisteren: Dejan Veljkovic en Kris Luyckx. Een spijtoptant en zijn advocaat. Beetje schaamteloos van de corrupte makelaar om zich zo opzichtig, als een onaantastbare zonnekoning, te vertonen na een week waarin een door hem blootgelegd zwartgeldcircuit rond trainer Peter Maes de media domineerde. Iets meer terughoudendheid had gepast.

Of was het zijn manier om solidariteit te tonen met de collega-makelaars die op hun centen zitten te wachten? De advocaat van Mogi Bayat, tot een dik jaar geleden huismakelaar in het Astridpark, insinueerde zelfs dat de club zware financiële problemen heeft. Als dat zo is, zou het mislopen van Europees voetbal volgend seizoen een financiële ramp zijn voor de club. Ook de in december weggestuurde trainer Hein Vanhaezebrouck, cliënt van Bayat, heeft zijn ontslagvergoeding — anderhalf miljoen euro, zo wordt gezegd — nog niet ontvangen. Dat laatste is op zijn minst gezegd niet netjes van voorzitter Coucke, die gisteren overigens ontkende dat de club het naast het veld even moeilijk heeft als erop. Daar moet een kapitaalverhoging van dertig miljoen euro mede voor zorgen.

Een suggestie tot slot: voetbalclubs die er niet voor terugdeinzen trainers of spelers in het zwart te betalen, krijgen een boete ter waarde van twee keer dat 'zwarte' bedrag en verliezen gedurende vijf jaar hun sociale en fiscale voordelen, die sowieso al een scheeftrekking zijn in de miljoenenbusiness die de Jupiler Pro League is. Wie dacht dat zwartgeld uit ons voetbal verdwenen was na de zaak-Bellemans uit 1984, is wel heel naïef geweest. Financieel valsspelen zit in de Belgische natuur. De bedrijfssector Voetbal vormt daarop geen uitzondering.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post867

Neuf euros nonante-cinq

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, februari 23, 2019 11:15:09

'Neuf euros nonante-cinq.'

Een paar weken geleden ontstond er op sociale media discussie over een tweet van CD&V-volksvertegenwoordiger Hendrik Bogaert. Hij schreef: "Vorige week kon ik in Brussel geen koffie krijgen want niet in het Frans besteld. Van het één komt het ander, toegeving vandaag en binnen 20 jaar geen woord Nederlands meer. Niet plooien."

Rechts riep: zie je wel, Brussel verfranst, dat mogen we niet aanvaarden.

Links riep: onzin, alsof de man geen koffie zou gehad hebben, hij wil zich gewoon profileren als échte Vlaming.

Vreemd dat alles hier dadelijk in links-rechtstegenstellingen wordt gezien. Alsof Nederlandstalige linkse mensen het niet erg vinden dat ze in de hoofdstad hun taal op een aantal plekken niet kunnen bezigen en rechtse types altijd onveranderlijk moord, brand en Vlaamse Leeuw schreeuwen wanneer dat gebeurt. Ik vond die reactie van Bogaert een beetje overdreven, maar misschien vond ik dat wel omdat wat Bogaert de voorbije jaren heeft geponeerd altijd een beetje overdreven wás. Dat er over twintig jaar geen woord Nederlands meer zal worden gesproken in Brussel: nonsens.

Donderdag stond ik — ik beken — aan te schuiven in een fastfoodzaak in het Brusselse Noordstation. 'Goeiendag, bonjour,' zei de jonge vrouw achter de balie, Nederlands voorop. En ik bestelde, gerustgesteld dat ik er welkom was, in mijn moedertaal. Waarop ze de rekening maakte en zonder mij aan te kijken zei: 'Neuf euros nonante-cinq.'

Daar stond ik, met mijn mond vol tanden. Had ik een beschonken volksvertegenwoordiger van Vlaams Belang geweest, ik zou wel geweten hebben wat ik moest roepen.

Trut!

Maar ik ben een beleefde jongen. Zoals ik een paar keer eerder al heel beleefd mijn voorzichtig Nederlands omzette in verstaanbaarder Frans om in datzelfde station van die heerlijke macarons te bestellen. Er bleek namelijk een immens verschil te zijn tussen 'chocolat' en 'chocolade', echt waar. Ik maak er mij wellicht niet populair mee in sommige kringen, maar voor een keer zit ik op de lijn-Bogaert: Brussel heeft opnieuw een probleem. Veertig jaar geleden — toen ik nog elke weekdag pendelde om in die mij totaal onbekende, vieze, vuile, uitgeleefde stad van de jaren zeventig te komen studeren — was Nederlands een bedreigde en nauwelijks getolereerde taal in de hoofdstad. Dat is in de loop van de jaren gebeterd. Handelaars hadden ook wel door dat de franken en de euro's van Nederlandstaligen evenveel waard waren als die van Frans- of anderstaligen, en bovendien waren de Vlamingen met meer. Kassa kassa! Basisnederlands leren was commercieel goed gezien. Plus: hoffelijk, correct en eigenlijk doodnormaal. Blijkbaar is dat nu zelfs in fastfood- en andere ketens niet meer nodig. Dat de Vlaming zich maar moet aanpassen, zo lijkt het wel. Dat is koren op de molen van de nationalisten, die uiteindelijk niet liever hebben dan dat het land splitst (al weten ze nog altijd niet goed wat ze met die enclave die Brussel heet, moeten aanvangen). Ik behoor niet tot die separatistische kliek, integendeel, maar ik wens wel gerespecteerd te worden om wie ik ben en om welke landstaal ik spreek, zéker in de twee- en liefst zelfs nog meertalige hoofdstad.

Fijn dat ik dit nu allemaal kan neerpennen, minder fijn dat ik donderdagavond minder alert en ad rem was toen ik die 'Neuf euros nonante-cinq' kreeg toegesnauwd. Ik voelde me achteraf een beetje als een Europees opperhoofd-met-iets-te-veel-promille-in-zijn-lijf die op een bijzonder onhandige manier omging met een meisje van zestien dat de politici even op hun klimaatnummer kwam zetten. Kortom, een...

Lul!



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post866

Club Brugge en Pozuelo brengen er de spanning weer in

SportGeplaatst door Frank Van Laeken wo, februari 20, 2019 11:22:20

(Deze bijdrage verscheen maandag 18 februari in De Standaard in de reeks 'De Bankzitter').

Ruim verdiende zege van Club Brugge in de topper tegen KRC Genk. De kloof bedraagt weliswaar nog altijd acht punten, maar zoals bekend kan zo ongeveer alles met het Belgische play-offsysteem. Veel zal de komende maanden afhangen van de aan- of afwezigheid van Alejandro Pozuelo in Genk.

'Wie zondag wint, is de beste ploeg van het land.' Het was een boude uitspraak van Club-trainer Ivan Leko in de aanloop naar de topper van gisteren. En vooral: ze sloeg nergens op. We wisten na vijfentwintig speeldagen al wie de beste ploeg is: KRC Genk, zonder enige twijfel. Over de beste keeper en verdediger kan nog geredetwist worden, maar de beste flankspeler (Maehle), de beste middenvelder (Pozuelo), de beste aanvaller (Samatta) en de beste trainer (Clement) zijn kort voor het einde van de reguliere competitie al bekend.

Meer dan wat peptalk spuwen kan het niet geweest zijn, wat Leko deed. Je moet al een diehard-Clubsupporter zijn om niet in te zien dat Genk er tot nog toe ver bovenuit stak. Beste aanval, beste verdediging, leukste voetbal, positiefste ingesteldheid, ga zo maar door.

De interessante vraag blijft wel: wie wordt er over precies drie maanden landskampioen? Want 'de beste' zijn betekent in een spelletje waarin geluk en toeval een grote rol spelen niet automatisch 'de eerste' zijn. Ook het mentale aspect is belangrijk: na een goede tweede helft tegen Salzburg en een zeer degelijke wedstrijd tegen Genk is het geloof bij Club helemaal terug, terwijl de competitieleider Een Probleem heeft.

Gegokt en verloren

Philippe Clement startte met elf apostelen, Judas Pozuelo begon op de bank. Keuze van de trainer of gaf de spelmaker vooraf aan dat hij niet helemaal fit is? Veel onbegrijpelijker was de tactische keuze van de Genkse trainer. Hij opteerde voor een 3-5-2, het spiegelbeeld van de tactiek van Ivan Leko, hoewel Genk met een soepele 4-3-3 furore had gemaakt. Dat je je tegen Barcelona of Manchester City aanpast is normaal; tegen een hooguit evenwaardige tegenstander was het vreemd.

Club had moed geput uit de metamorfose tegen Salzburg. Het voetbalde gretig, gemotiveerd, alert, nam vanaf het eerste fluitsignaal het initiatief. Genk zette daar helemaal niets tegenover. De eerste vijftien minuten werden de bezoekers weggedrukt, al vielen de doelpunten pas in het tweede en derde kwartier. Twee-nul bij de rust was een juiste weergave van de verhoudingen.

Gegokt en verloren, moet Clement tijdens de rust gedacht hebben, terwijl onderaan het tv-scherm geregeld de boodschap liep dat één euro inzetten op een uitzege, negen euro kon opbrengen. Ondanks alle kritiek op de verwevenheid van het profvoetbal met de gokindustrie, liggen gokbedrijven en tv-zenders nog altijd niet wakker van ethische dilemma's die verbonden zijn aan gokken en de menselijke drama's die er het gevolg van zijn.

Valse kapitein

Alejandro Pozuelo mocht na de pauze alsnog opdraven. De Genkse supporters klapten in de handen, maar pakten ook uit met een waarschuwende tekst: 'In Genk geen plaats voor valse kapiteinen, glorie voor zij die strijden tot het einde'. Rijmen deed het niet echt en poëzieprijzen win je er niet mee, maar het illustreerde perfect de gemoedsgesteldheid bij de Limburgse fans. Tegen Slavia Praag had Pozuelo al bewezen dat hij het verschil kan maken, dat wil dus nog niet zeggen dat hij zich alles kan permitteren.

Genk was meer aanwezig in die tweede helft, al behield Club de controle en reageerde het prompt op een tegengoal die een kwartier voor tijd letterlijk uit de lucht kwam vallen. 3-1, een correcte weergave van het spelverloop in deze topper. Doelpuntenmaker Vormer omarmde zijn trainer, het publiek omarmde het elftal. Het komt wel goed met die contractverlenging voor Ivan Leko, zou je geneigd zijn te denken.

Een van de uitblinkers was scheidsrechter Eric Lambrechts. Hij had de wedstrijd uitstekend in de hand, greep in waar nodig. De videoref zat werkloos toe te kijken in zijn busje. Wat een contrast met zaterdag, toen Hannes Van der Bruggen er na Kortrijk-Charleroi zelfs voor pleitte om Vertenten en Delferière terug te laten fluiten. Ethisch besef en respect voor de rechtsstaat zijn niet de sterkste punten van profvoetballers. Hoeft ook niet, maar laat hen dan best zwijgen.

Toronto

Het bestuur van KRC Genk staat voor een onmogelijke keuze. Pozuelo zijn zin geven en een transfer naar Toronto FC gunnen, komt neer op toegeven aan chantage: het zou andere spelers op ideeën kunnen brengen, nu en in de toekomst. Hem naar de B-kern verwijzen — waar hij, laten we wel wezen, na zijn fratsen thuishoort — komt neer op kapitaalvernietiging. Dan is hij straks geen acht miljoen euro waard, maar misschien nog een kwart van dat bedrag. Noch Pozuelo, noch de Genkse fans zouden dat aanvaarden. Die zijn opportunistisch genoeg om hun sterspeler tijdelijk vergiffenis te schenken, als hij opnieuw een beslissende rol zou spelen.

Dit is een situatie waar — behalve mogelijk de bankrekeningen van de heer Pozuelo, zijn makelaar en nog wat tussenpersonen — geen winnaars zijn. Genk zit met een ontevreden werknemer. Dat weegt op de sfeer, die maar beter sereen kan zijn de komende maanden. De trainer moet keuzes maken: kiest hij voor de betere voetballer die een Judas is, of voor een trouwe kernspeler die net iets minder goed is. Pozuelo zelf zit met zijn hoofd duidelijk elders. In een competitie waar hij veel meer zal verdienen, maar nooit meer de sportieve waardering zal genieten die hij hier krijgt. Zou hij weten dat Toronto in Canada ligt? Technisch directeur De Condé hoopt nu Toronto FC ervan te overtuigen om de speler pas op 20 mei aan te trekken, na het einde van play-off 1. Dat zou een gewiekst compromis zijn.

Ergens stond te lezen dat Pozuelo naar een competitie met weinig aanzien zal vertrekken, als hij een contract ondertekent voor een club in de Amerikaanse MLS of — als eventueel alternatief — de Chinese Super League. Euh, en de Jupiler Pro League geniet wel internationaal aanzien dan? Kijk gerust even rond: hier loopt geen Renato Augusto, Hulk, Oscar, Dembélé of Fellaini rond (China), of een Van der Wiel, Vela, Rooney of Ibrahimovic (Amerika).

Neen, je mag de Major League Soccer niet verwarren met een échte topliga. Het is veelzeggend dat de beste speler uit onze competitie zich daar onder een pak dollars wil begraven.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post865
Volgende »