Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Hé, er is een bal op de tv

SportGeplaatst door Frank Van Laeken ma, juni 25, 2018 11:59:02

Referentiematch. Zo omschreef ik België-Tunesië zaterdag iets voor vieren op Twitter. Het leverde tachtig likes op, we zijn nu eenmaal een land van successupporters. Sommigen waren, terecht, kritisch en vroegen: 'referentie' tot wat? Een goede vraag. Ik bedoelde zeer nadrukkelijk níet dat dit de beste prestatie ooit was - daarvoor was Tunesië een te naïeve tegenstander. Ik bedoelde evenmin dat we nu favoriet zijn voor de wereldtitel - dat valt af te wachten en op een groot toernooi spelen blessure- en schorsingslast, toeval en geluk een belangrijke rol. Ik bedoelde ook niet dat dit de maatstaf is voor de toekomst - aanvallend waren we geweldig, maar verdedigend toch weer kwetsbaar. Maar als je de Belgische prestatie vergelijkt met de favorieten en de (andere) schaduwfavorieten was het wel een referentie. Tegenover de tegenvallende Argentijnen, Brazilianen, Duitsers, Fransen en (toch ook wel een beetje) Spanjaarden - die ook al tegen op papier veel zwakkere landen hadden gespeeld én gestunteld - hebben we een signaaltje uitgestuurd. Hé, wij zijn hier ook en we kunnen iets. Meer moest u achter die 'referentiematch' niet zoeken, want dat is hoe dan ook een momentopname, weten we van twee jaar geleden na eerst Hongarije en daarna Wales. We kúnnen wereldkampioen worden, maar de kans dat we het niet worden is nog altijd een pak groter.

***

Het speculeren is begonnen. Worden we best eerste of tweede in de groep? En tegen wie spelen we dan in de kwartfinales (alsof er geen achtste finale-wedstrijd meer moet gespeeld worden!)? Moeten we Engeland op volle kracht tegemoet treden of toch een beetje terughoudend? Ik hou niet van rekenen en speculeren op een voetbaltoernooi. Het leidt de aandacht af van de essentie van het spelletje: winnen, minstens één doelpunt meer maken dan de tegenpartij. Dat kunnen we, laten we dat ook doen. Al zijn die Engelsen stevig bezig. We zitten in de op één na zwakste groep (na die van Rusland), maar de twee best spelende elftallen tot nog toe maken er wel deel van uit.

De Rode Duivels zullen een zestal invallers opstellen, lees ik. De lichtgeblesseerden Lukaku, Hazard en Mertens mogen extra rust nemen. En Meunier, Vertonghen en De Bruyne zullen gespaard worden om een tweede gele kaart te ontlopen. Wat ik niet begrijp in deze context: waarom pakte dat drietal dan geen domme gele kaart in de slotfase tegen Tunesië? Dat zou een gegarandeerde schorsing hebben opgeleverd tegen Engeland - als we dan toch niet wakker liggen van groepswinst, who cares? - én zonder het risico op een toekomstige schorsing starten in de achtste finales. Nu riskeer je een of meerdere van die spelers te missen in de kwartfinales. Misrekeningetje?

***

Voor wie graag rekent, één datum: 1 juli 2016. De weg naar de finale lag open. Dachten we.

***

Wat me opvalt na 32 wedstrijden, twee speeldagen in elke groep, is het aantal keren dat de videoref is moeten tussenkomen. Angstaanjagend veel, eigenlijk. En dan bleven sommige duidelijke overtredingen (Aleksandar Mitrovic die door twee Zwitsers op de grond wordt getrokken! Boateng die het steunbeen van Berg betokkelt!) alsnog onbestraft. Foeteren op de 'video assistant referee' - 'VAR' in de volksmond - is dan toch niet typisch Belgisch. En het is af en toe ook zeer terecht. Maar dan nog blijft de videoref een meerwaarde, omdat de meeste scheidsrechterlijke fouten toch nog worden rechtgetrokken.

Vergisten internationale topscheidsrechters zich in het verleden ook al zo vaak, of zijn ze nu minder gedecideerd omdat Big Brother in Moskou bij twijfelgevallen toch de knoop doorhakt? Op welke vraag je ook met 'Ja' antwoordt, in beide gevallen blijkt de videoref een onmisbare noodzaak in het hedendaagse voetbal. En in elk geval te prefereren boven een extra assistent-scheidsrechter achter de doellijn, want die staat daar meestal toch maar wat toe te kijken en durft zelden in te grijpen, omdat hij dan zijn verantwoordelijkheid moet nemen en tegen de hiërarchie van de hoofdreferee ingaan. Daar heeft de onzichtbare man (?) in Moskou minder last van. Nu nog eenvormigheid in het nemen van beslissingen en voetbal wordt weer iets rechtvaardiger. Alleen voor de tooggesprekken achteraf is dat jammer.

***

Ronaldo of Messi? Hazard! Lionel Messi is een schim van zichzelf (en de Argentijnse bondscoach een soort pooier die per ongeluk langs de zijlijn staat en dan maar wat in het wilde weg gesticuleert). Cristiano Ronaldo scoort tegen honderd procent, maar laten we dat niet overroepen: twee strafschoppen, één flater van de Spaanse keeper en één vrije trap (wel mooi binnen geborsteld, overigens). Eden Hazard is dan veel bepalender voor het spel van zijn elftal en scoorde tegen Tunesië vlotjes (ook één penalty, toegegeven). Wat Ronaldo veel beter aanvoelt dan Messi, is de urgentie van dit toernooi. Op zijn drieëndertigste is dit allicht zijn laatste kans om te schitteren voor de ogen van de wereld. Messi lijkt dat, op zijn éénendertigste, veel minder te beseffen, sloft wat moedeloos rond tussen al die mindere goden. Van de twee belastingontduikers is Ronaldo momenteel het meest gefocust.

***

In 2026 krijgen we een WK met 48 landen. Fifa-voorzitter Gianni Infantino maakt zijn verkiezingsbelofte waar - helaas, presidenten die hun beloften waarmaken zijn doorgaans een gevaar voor de rest van de wereld... Concreet zal dat betekenen dat Europa drie extra plaatsen krijgt (13 wordt 16, vandaag zijn er veertien deelnemende landen maar dat komt omdat Rusland organisator is), Zuid-Amerika één (4 of 5 wordt 6, maar de CONMEBOL heeft slechts tien aangesloten leden), Afrika vier (5 wordt 9), Azië, inclusief Australië, drie (5 wordt 8), Noord- en Centraal-Amerika drie (3 wordt 6), en Oceanië, zonder Australië, mag voor het eerst zeker deelnemen (nu moet de winnaar van de Oceanische voorronde nog barragewedstrijden spelen tegen de vijfde uit de Zuid-Amerikaanse voorronde). Nuance: de CONCACAF, de overkoepelende voetbalbond van Noord- en Centraal-Amerika, moet over acht jaar al drie plaatsen afstaan aan de organiserende landen, Verenigde Staten, Mexico en Canada.

Zestien extra landen, dat wordt: nóg meer berekening in het spel van de favorieten de eerste ronde, nóg meer middelmatige en zwakke landen op het toernooi, nóg meer geeuwen tot aan de kwartfinales. Het klinkt democratischer, maar het devalueert de waarde van het spel. Of wordt het pas een echte wéreldbeker als pakweg San Marino, Somalië en Tonga mogen meedoen?

In de praktijk blijkt ook, jammerlijk, dat de nieuwe deelnemers niet voor een meerwaarde zorgen. Na twee groepswedstrijden hebben de Europese landen op deze wereldbeker 56 op 84 punten behaald, maar als je de onderlinge duels tussen Europese landen meerekent - waarin hooguit drie punten te verdelen vallen -, konden er maximum 75 punten gehaald worden. Dat is goed voor 74,7 procent. Zuid-Amerika haalde 14 op 30 (46,7%), Noord- en Centraal-Amerika 6 op 18 (33,3%, een redelijk resultaat dat wordt vertekend door de twee zeges van Mexico), Azië 8 op 30 (26,7%) en Afrika een bijzonder magere 7 op 30 (23,3%). Vooral de drie Noord-Afrikaanse landen stellen teleur: 0 op 18 en reeds uitgeschakeld.

Vergeleken met vier jaar geleden, in Brazilië, doet Europa het opmerkelijk beter (toen 34 op 78, maar vier onderliggende duels dus eigenlijk op 66, 51,5%), Azië ook een pak beter (in 2014 3 op 24, 12,5%) Zuid-Amerika en Noord- en Centraal-Amerika véél slechter (respectievelijk 28 op 30!, 93,3%, en 14 op 24, 58,3%) en Afrika eveneens minder goed (11 op 30, 36,7%). Te vroeg om conclusies te trekken - dat kan pas na de volgende groepswedstrijd en liefst zelfs na de kwartfinales - maar voorzichtigjes kun je toch al zeggen dat Zuid-Amerika het alweer niet goed doet op Europese bodem (nog nooit won een Zuid-Amerikaans land de wereldbeker in Europa), dat Mexico de uitschieter is en blijft in Noord- en Centraal-Amerika, dat Afrika en Azië in het beste geval stagneren, terwijl je eigenlijk zou mogen verwachten dat meer wereldbekerervaring zou moeten leiden tot betere resultaten.

Ik weet het, het hangt soms samen met uitzonderlijke individuele voetballers of goede generaties, toch lijkt het er heel sterk op dat die uitbreiding naar achtenveertig landen allerminst is ingegeven door kwalitatieve uitgangspunten en dat die electorale ingeving van Infantino het product 'Wereldbeker' misschien wel mondialer zal maken, maar zeker niet interessanter.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post798

De 'Ik ben geen puntje puntje puntje, maar...'-samenleving

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 23, 2018 11:57:28

Dinsdag, heel vroeg, op weg naar het stationnetje, pardon: treinhalte, van het lieflijke dorp T. (Zijn lintbebouwing! Zijn zoemende grasmachines! Zijn weelderig cultuurleven!). Honderd meter van mij vandaan parkeert een auto zich pardoes op het trottoir, zoals wel meer auto's dat in T. doen. Werkman stapt met gereedschapskist uit en steekt zonder blikken of blozen de straat op. Voetganger (ik) is verplicht de rijweg op te gaan. De kans dat ik mijn leven riskeer is heel klein, er passeert hier één auto per kwartier, maar het principe is toch weer: ga maar de straat op, naïeve wandelaar, hier regeert Koning Auto. Ik onderga en stap verder. Misschien dacht die man wel "Ik heb niets tegen voetgangers, maar het is veiliger voor mijn auto om op het trottoir te staan". Ik weet het niet, ik ben geen psycholoog, ik kan niet in iemands hoofd kijken.

Dinsdag, twee uur later, aan een kruispunt in de wereldstad A. Een auto denkt nog net mee te kunnen glippen door het oranje en rechts af te slaan, maar wordt dan opgehouden door het verkeer voor hem. Fietsers komen op hem afgereden. Zij hebben groen en het recht om door te rijden. Iemand foetert op de automobilist. Gebalde vuist en al. Even later opnieuw, wanneer die vijftig meter verderop alweer wordt opgehouden door stilstaande auto's voor hem. Ik beeld me in dat de chauffeur denkt: "Ik ben geen verkeershooligan, maar ik dacht nog snel even mee te glippen." En de fietser: "Ik ben geen klootzak, maar ik heb ook mijn rechten." In A. wordt weleens een fietser doodgereden. De bevoegde schepen van Mobiliteit, in A. is dat eerder: Stilstand, riep dat dit dramatisch stijgend cijfer óók aan de fietsers zelf ligt. (Of zei hij dat ook de ouders verantwoordelijkheid dragen voor de fietsdoden, je weet het op de duur niet meer met al die uitroepen.) "Ik ben niet tegen fietsers, maar ze moeten niet in de weg rijden als er auto's in de buurt zijn."

"Ik ben geen racist, maar...": die kenden we natuurlijk al langer. Het gepaste/ongepaste (schrappen wat niet past) excuus als je iets stouts zegt over een anders gekleurde medemens. "Ik heb niets tegen die mensen, maar hier is geen plaats", is een dooddoener die in meerdere varianten wordt gebruikt tegen de komst van (nog meer) vluchtelingen. Altijd weer die bijzin, die begint met het dodelijke 'maar'.

***

Ik krijg weleens het verwijt dat ik een 'gutmensch' ben, 'politiek correct', dat ik mij beroep op morele superioriteit (dat ik denk dat ik mij op 'moral high ground' bevind, heet dat dan in ietwat chiquere termen). Dat is niet zo, vind ik zelf, maar elke keer dat iemand dit schrijft of roept, denk ik: oké, het zij zo. Liever een goedbedoelende, struikelende mens dan een bullebak. Liever een twijfelaar die een zo rechtvaardig mogelijke samenleving wil dan een egoïst. Liever iemand die ethische principes hanteert dan een opportunist. Ik ben geen politiek correcte, uiterst naïeve gutmensch die zich op moreel hogere grond waant, maar als u dat vindt, noem me dan gerust zo. Ik zal het als een geuzennaam omarmen. Als een compliment, zelfs.

***

We zijn een "Ik ben geen puntje puntje puntje, maar..."-samenleving geworden. Dat hangt samen met de tijdsgeest: groepsegoïsme, identitair nationalisme, populisme. Eigen volk eerst, net wat u zegt. Al wat we goed doen, blazen we buiten elke proportie op. Al wat we slecht doen, relativeren we tot het niets meer voorstelt. 'Maar...' Of we leiden de aandacht af ("Kijk daar, een boerkini!") Wij zijn het superieure volk en al wie het daar niet mee eens is, verwijten we dat hij of zij zich superieur voordoet. Poepsimpel concept, eigenlijk. Als iemand het niet met 'ons', de sprekende en zwijgende veronderstelde meerderheid, eens is, zeggen we dat hij denkt dat hij gelijk heeft. Dat is tegenwoordig de ultieme belediging. (Want een beetje slimme burger weet natuurlijk dat het erop aankomt gelijk te 'halen', niet te 'hebben'.)

***

Ik ben geen zeurpiet, maar dit moest ik even kwijt.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post797

Moeder, waarom schrijven wij?

LiteratuurGeplaatst door Frank Van Laeken vr, juni 01, 2018 09:43:05

Waarschuwing: deze blogpost bevat sporen van rancune, boosheid en grote ontevredenheid.

***

Het is juni. Dat wil zeggen dat de herdenkingen van vijftig jaar Mei '68 achter de rug zijn, terug naar het archief voor negen jaar en elf maanden, waarna de hele zooi opnieuw wordt opgerakeld. Helaas zal het dan zonder heel wat van de hoofdrolspelers zijn, zeventigers en tachtigers die nu nog in staat zijn om het na te vertellen. Dat is een jammerlijke en pijnlijke, maar ook realistische vaststelling. Mei 2018 was het ideale moment om het nog één keer uitgebreid over Mei '68 te hebben, mét de oud-strijders.

Ik heb samen met Geert De Vriese een boek geschreven over die iconische periode, Mei '68. 31 dagen die ons leven veranderden?, het zal de trouwe lezer niet ontgaan zijn. Dat vraagteken staat er niet voor niets. Het antwoord is ja én neen, maar daarvoor moet u het boek lezen. Een goed boek. Wat zeg ik - alle bescheidenheid overboord: het beste Nederlandstalige boek over die ene maand uit de hedendaagse geschiedenis die consequent met hoofdletter wordt geschreven. Minstens vier sterren waard. Met getuigenissen van nagenoeg alle hoofdrolspelers van toen, alleen Daniel Cohn-Bendit reageerde nooit op ons verzoek om hem te mogen spreken. Hoofdrolspeler Paul Goossens noemt ons boek 'indrukwekkend', Kris Merckx raadt het aan jongeren aan die zich over die periode willen informeren ('historisch goed onderbouwd'), Luc De Vos, ex-Militaire School, omschrijft het als 'bijzonder geslaagd', en zo kan ik nog wel even doorgaan met lofzangen.

Geert is een van de beste verhalenvertellers van de Lage Landen, ik ben geen onverdienstelijk interviewer. En vooral: ik kan een goed gesprek in leesbaar proza omzetten, met respect voor wat de geïnterviewde heeft gezegd en voor wat de lezer aan informatie zou mogen verwachten. Ik ben niet de enige die goed is in zijn domein, Geert evenmin, maar de combinatie van de twee is - ja, wéér die onbescheidenheid - ongezien, zeker in Vlaanderen.

Ons boek verscheen half februari. De idee daarachter was - net als bij INferNO, ons boek over de brand in de Innovation van een jaar eerder - om een paar maanden vóór de herdenkingsdatum (in dit geval: herdenkingsmaand) te verschijnen. We moeten daar niet flauw over doen: wij waren het daarmee eens, al was het achteraf gezien misschien een foute inschatting van de uitgeverij. (En van ons, dus.) Een brand van vijftig jaar geleden in een warenhuis is in de hoofden van de mensen minder aan een precieze datum gebonden dan een revolutionaire maand in West-Europa. In het ene geval was de brand het evenement, in het tweede de maand zelf: Mei '68, de naam zegt het al. Dan is februari wellicht een vreemde keuze. Kwam daar nog bij dat de necrofiele literaire pers zich in die periode verschool in de reet van een dode schrijver (en dat schrijf ik met alle respect voor de Grote Schrijver die Hugo Claus was, en met haast nog meer respect voor de belangrijke beslissing die hij op het einde van zijn leven heeft genomen, maar: wekenlang opnieuw dat œuvre oprakelen, hoefde dat nou écht?).

Mei '68 werd uitvoerig besproken op apache.be (waarvoor dank), kreeg ook een korte recensie in de weekendkaternen van Het Laatste Nieuws en in Plus Magazine (dankuwel), werd op langzullenwelezen.be aangeprezen door welgeteld één persoon (merci), werd eervol vermeld in Primo (zeer erkentelijk), ik werd zelf geïnterviewd op een studentenradio (toffe ervaring), op doorbraak.be kwam ons boek heel kort ter sprake (fijn) en... dat was het zo ongeveer. Hier en daar zal de korte inhoud wel in een klein hoekje gepropt zijn, mijn excuses aan de auteur(s) mocht dat mij ontgaan zijn. Maar dus niets, geen letter in de kwaliteitskranten, die nochtans behoorlijk veel hebben teruggeblikt op die ene maand. Eentje presteerde het om een ander boek, over het hele jaar 1968, 'fraai gedocumenteerd' te noemen, terwijl dat de ene na de andere fout bevat. Check, dubbelcheck. En de openbare omroep, een huis met vele kamers waar ik weleens vertoef, vond het evenmin de moeite, ook al werd er op verschillende radio- en tv-zenders uitgebreide aandacht besteed aan die historische maand. Het straffe is: ik heb de meeste verantwoordelijken persoonlijk aangeschreven. Nooit antwoord gekregen, niet eens een 'Welgemeende fuck you!' of 'Hoepel op, schrijverke!' Niet antwoorden, kan ik u verzekeren, is veel onbeleefder dan een korte afwijzing sturen. Het is een afwijzing in het kwadraat. Het zij zo, zelfgenoegzaamheid is geen onbekend gegeven in de Vlaamse pers. Kortzichtigheid evenmin, om het nog niet over 'Ons kent ons' te hebben.

***

Zo, het is eruit: ik heb gezegd. Benieuwd of het, behalve door u, wordt gelezen. En of het repercussies zal hebben (nóg minder recensies van toekomstige boeken, bijvoorbeeld). Moeder, waarom schrijven wij eigenlijk? Waarom steken twee mensen alles bij elkaar opgeteld meer dan een jaar van hun leven in het schrijven van een boek dat vergeten wordt, straal genegeerd, opzijgeschoven, dat ongelezen blijft liggen? Het frustratiezweet druppelt van mijn voorhoofd.

***

(Ach, ik ben aan vakantie toe.)





  • Reacties(2)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post796

Mawda

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 26, 2018 13:25:22

"Mag er nog op de ouderlijke verantwoordelijkheid worden gewezen?"

Tenzij hij op z'n 47ste lijdt aan jongdementie kan de voorzitter van de N-VA niet beweren dat zijn woorden uit de context werden gerukt of dat hij verkeerd geciteerd werd, want hij stelde die vraag donderdag om 21u08 op zijn eigen Twitteraccount, waar hij doorgaans spaarzaam berichten laat neerdwarrelen over zijn meer dan 124.000 volgers. Eerder had hij in het VTM Nieuws heel precies het traject van de ouders van een tijdens een vlucht met een bestelwagen doodgeschoten meisje uiteengezet, alsof hij net voordien had mogen meelezen in het gerechtelijk dossier. Asiel aangevraagd in Duitsland, niet gekregen, naar Engeland vertrokken, uitgewezen, terug naar Duitsland en weer asiel aangevraagd, verzoek afgewezen, en dan tot drie keer toe opgepakt in ons land, onder meer in een koelwagen, opnieuw op weg naar Engeland. De heer De Wever is zowaar alwetend, een eigenschap die tot voor kort alleen aan het denkbeeldige opperwezen werd toegeschreven. "Dan moet je - hoe tragisch de dood van een kind ook is en een kind is per definitie onschuldig - de verantwoordelijkheid van die ouders in beeld durven brengen," zei hij nog. "Spreken over die mensen als loutere slachtoffers, dat vind ik niet correct."

***

Foto. Een meisje met een vissershoedje kijkt mij (en u) met grote, donkere ogen aan, hand voor de mond, alsof ze net betrapt is op deugnieterij en ze zich daarvoor wil verontschuldigen, en toch weer niet, want straks steekt ze krek hetzelfde kattenkwaad uit. Een meisje van twee zoals er overal ter wereld heel veel rondlopen, op zoek naar geborgenheid en genegenheid, de wereld om hen heen verkennend, hun plekje zoekend in dit aardse bestaan. Alleen: dit meisje is voor altijd twee jaar. Neergeschoten tijdens een wilde achtervolging, waarbij de bestelwagen waar ze inzat, afgeladen vol met vluchtelingen, de politie achter zich heen kreeg. Een verdwaalde kogel, lees je dan, alsof kogels kunnen verdwalen. Kogels gaan recht vooruit, tenzij het om een magic bullet gaat, die op en neer en heen en weer vliegt door menselijke lichamen en een autozetel, en je daarmee wilt bewijzen dat een Amerikaanse president niet door een complot om het leven is gekomen. Deze kogel was niet verdwaald. Nooit. Hooguit kun je zeggen dat hij niet voor dat meisje bestemd was. Dat ze collateral damage was, in de jacht op mensensmokkelaars en vluchtelingen, al dan niet in die volgorde.

***

Mawda. Laten we haar vooral een naam geven. Haar een mens noemen. Want dat is net wat de Aylans en de Mawda's van deze wereld overkomt: voor heel wat beleidsmakers zijn het nummers. In het beste geval (ja, dit is cynisch!) worden ze 'gelukzoekers' genoemd, wat hen toch heel even het statuut geeft van 'mens op zoek naar een betere wereld', al is de ondertoon onverbiddelijk: neen, je bent niet welkom! Maar even vaak blijft hun status beperkt tot statistisch gegeven, worden ze ontmenselijkt. Ze zijn met zovelen, de vluchtelingen. Té veel, moet je eigenlijk verstaan. Alleen wiskundigen gaan empathisch om met getallen.

In De Morgen en Het Laatste Nieuws wordt vandaag het traject dat Mawda en haar ouders hebben afgelegd in detail geschetst. Gevlucht voor de naderende IS-troepen in Noord-Irak, hoe zou u zelf zijn? Ja, inderdaad, hoe zou ú zélf zijn? Blijft u met uw gezin in oorlogsgebied of probeert u naar veiliger oorden te vluchten? Neemt u daarbij risico's of gaat u ervan uit dat het gevaar wel zal overwaaien? Als ouders er niet alles aan doen om hun kinderen de best mogelijke toekomst te gunnen, dán mag je hen op hun verantwoordelijkheid wijzen. Weet u wat het in werkelijkheid is: wíj kunnen ons dat hier, in ons iets te regenachtige, iets te kille en iets te zeurderige Vlaanderen, niet voorstellen wat dat is, op de vlucht moeten slaan voor dreigend onheil. Ondergelopen kelders, dat is iets wat we kennen, maar opgejaagd worden door een moordzuchtig leger en veiliger oorden moeten opzoeken? Je moet al minstens tachtig zijn om dat beeld voor ogen te kunnen krijgen.

***

Ja, hoewel qua timing volstrekt ongepast, mag die vraag gesteld worden, meneer De Wever. Net zoals de vraag naar de politieke en juridische verantwoordelijkheid gesteld mag worden, liefst zelfs nog een pak luider, maar ook pas nadat het onderzoek helemaal is afgerond. Wie schoot op wiens bevel? Niet dat we de schutter moeten viseren - Befehl ist voor ordehandhavers meestal gewoon Befehl -, vermoedelijk heeft die nu zelf vooral psychologische bijstand nodig, maar wie maakte het mogelijk dat er werd geschoten op een busje waarin de meerderheid van de aanwezigen géén mensensmokkelaar was, kortom: geen misdadiger, kortom: geen direct gevaar voor de Belgische samenleving?

***

Soms denk ik: goed dat er in de zomer van 1996 nog geen sociale media waren. Zouden er toen vragen gesteld zijn bij kinderen die zonder ouderlijke begeleiding mochten spelen in een bos of jongvolwassenen die tot 's nachts naar een fuif mochten, en die de pech hadden een seriemoordenaar tegen te komen? (Een gechargeerde vergelijking, ik besef het zeer goed, maar mag het even, ja?)

***

Bij elke nieuwe stroom vluchtelingen: wij kunnen niet iedereen opvangen. Klopt, maar beweren dat we nu genoeg doen, getuigt van gemakzucht en gebrek aan empathie. Verwijzen naar Europa kan, mág, maar mag geen excuus zijn om zelf even weinig te doen als, pakweg, de Hongaren. Een mens in nood verdient aandacht en bijstand.

Bij elke terreurdaad: die vluchtelingen behoren tot dezelfde godsdienst als de daders, het zijn potentiële terroristen. Je maakt mij niet wijs dat er ooit al een terrorist in een gammel bootje is gestapt voor een levensbedreigende tocht over een woelige, onmetelijke zee.

***

Ik geef toe: soms ben ik jaloers op de mentale wendbaarheid van het trollenleger op sociale media. De ene dag zijn ze gespecialiseerd in oorlogsvliegtuigen, dan weer in begrotingstechnieken, en op dag 3 weten ze alles van de vluchtelingenproblematiek. Om desnoods een week later al hun mening 180 graden bij te stellen, omdat hun Grote Voorbeeld dat ook gedaan heeft.

***

Het duurde lang voor Mawda het nieuws domineerde, héél lang in deze tijden van massahysterie, opportunisme en groepsegoïsme, maar ook van sociale betrokkenheid en hulpvaardigheid. Begin deze week nog ging het eerder over Radja Nainggolan (586.000 Twitterfans, eat your heart out, BDW!) of de kankerverwekkende hespenworst van kettingrookster Maya de Bij. Maar nu heeft één man Mawda toch in het middelpunt van de belangstelling gemaneuvreerd. Dezelfde man die twee weken geleden liet optekenen dat de dash uit de federale regering is en die een week later op z'n eentje het energiepact opblies. De Sinksenfoor is begonnen en bovendien is een periode van twaalf maanden verkiezingskoorts aangebroken: als je in het rond begint te schieten, tref je altijd raak. Dat weten idioten op Amerikaanse scholen ook.

Wat De Wever doet is het equivalent van belletjetrek. Je belt aan vijf verschillende huizen aan, roept iets door de parlofoon en als de bewoners naar buiten komen, loop je hard weg. Vanop een afstand geniet je van hun hoogoplopende discussie. Een week later sta je er weer, met een nieuwe boodschap.

***

Sorry, Mawda, ik kan het even niet meer aanzien. Ik kan je even niet meer aanzien. Die donkere ogen snijden dwars door mijn hart. Ogen, dat rijmt op mededogen. Een menselijke eigenschap die in populistische tijden in de verdrukking is geraakt.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post795

Weg met de democratie?

PolitiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 19, 2018 13:08:32

"Democratie is de slechtste vorm van regeren, op alle andere na."

***

Ik moest aan die legendarische, aan de Britse staatsman Winston Churchill toegeschreven uitspraak denken, toen ik vorige zaterdag rond middernacht zapte naar de puntentelling op het Eurovisiesongfestival. Een jaarlijks moment van zelfkastijding waarop ergernis en cynisch amusement elkaar kruisen. Ik weet niet of de goede Winston, bij het roken van een stevige sigaar, de laatste negen jaar van zijn leven naar dat liedjesfestival heeft gekeken, in de tijd dat deelnemers nog echt moesten kunnen zingen en niet als kippen zonder kop rondliepen op het podium. Misschien neuriede hij tien maanden voor z'n dood wel mee Non ho l'età.

Die democratie-uitspraak - die Churchill in werkelijkheid leende van een voorganger - sprong me voor de geest toen de punten van de volksjury's die van de vakjury's overruleden. Het zijn net verkiezingen, dacht ik. De stem van het volk klinkt krachtiger dan de stem van opiniemakers en experten. Je kunt dat 'democratie' noemen, maar het wordt steeds beangstigender. En dan heb ik het niet over die Israëlische nep-Björk die dankzij de stemmen van de massa triomfeerde. Kan het mij wat schelen wie er wint op het festival van de wansmaak! Neen, ik vind het beangstigend dat de stem van het volk steeds onvoorspelbaarder wordt en dat 'de mensen' zich steeds meer laven aan grenzeloos populisme.

***

Als democraat mag je niet twijfelen aan de democratie, zo gaat dat nu eenmaal. Ik ben een democraat, ik respecteer verkiezingsuitslagen, maar ik respecteer ze intussen al een jaar of twintig tot op het niveau dat ik er een beetje ziek van word. Ik ben oud genoeg om te weten dat de verzuiling ons en andere landen in een wurggreep hield. Er waren pakweg vijftig jaar geleden hooguit een handvol politieke partijen, meestal nog unitair georganiseerd, en die waren gelinkt aan een vakbond, een ziekenfonds en nog wat belangenorganisaties. Een systeem van 'ons kent ons' dat tot op zekere hoogte functioneerde, maar dat ook verlammend en verstikkend was voor de samenleving. De unitaire partijen hielden op te bestaan, de zuilen vielen weg, het politieke landschap versplinterde, tot op het punt dat er nauwelijks nog kan geregeerd worden. De kiezer was dat oude systeem terecht beu, maar een belangrijke minderheid onder de kiezers heeft dan maar meteen de hele politiek bij het groot huisvuil gezet. De foertstem dicteert. En de populistische politicus speelt daar gretig op in. Bij ons en elders.

Een kwart Vlamingen stemde in 2004 op een partij die kort voordien veroordeeld was vanwege aanzetten tot haat en discriminatie. Brexit. Trump. Pseudo-groen en extreemrechts zullen samen Italië besturen. Op een haar na kwam in Frankrijk en Oostenrijk een fascist aan de macht. Wat staat er ons in oktober en in mei volgend jaar te wachten? Telkens opnieuw moet je na een dag stemmen tellen concluderen: de kiezer heeft gekozen en we moeten dat respecteren. Móeten we dat? Of wordt het tijd om de democratie zelf in bescherming te nemen?

***

"Een pessimist ziet een probleem in elke mogelijkheid. Een optimist een mogelijkheid in elk probleem." (Churchill)

***

Ik schreef het hier eerder al: ik heb meer respect voor een oprechte fascist die voor een fascistoïde, racistische partij stemt, dan voor een foertstemmer die uit pure balorigheid tégen het systeem stemt. Of denkt dat te doen, want hoe verklaar je dat een uitgesproken establishmentfiguur als Donald Trump zich kan laten verkiezen door zich tégen het establishment op te stellen? Ik mocht dat van sommigen in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen van november 2016 geen domheid noemen. Democratie, weet u wel, de kiezer heeft altijd gelijk. Wel, de kiezer heeft weleens ongelijk. Steeds vaker, trouwens. Vraag dat over een paar jaar aan de Britten die voor de brexit hebben gestemd en die dan zullen merken hoezeer hun land erop achteruitgegaan is. Ik weet het, het klinkt bijzonder hautain, maar soms moet je de mensen tegen zichzelf in bescherming nemen.

Maanden gelezen las ik een interview met een Amerikaanse politicoloog die mijn bezorgdheid deelde. Hij stelde voor om deelname aan het democratisch proces te koppelen aan een soort toegangsexamen. Ik dacht meteen: hé, dat is het. Of: dat zou het kúnnen zijn. Schaf, wat mij betreft, onmiddellijk de opkomstplicht af, dat scheelt al een pak ongemotiveerde kiezers (en foertstemmen). En peil bij diegenen die wel nog naar het stemhokje trekken naar hun minimale kennis van onze politiek. Hoe heet onze premier? Hoe heet de minister-president? Welke partijen zitten er in de federale en de Vlaamse regering? Hoe heet de voorzitter van de Europese Commissie?

De democratie is te belangrijk om ze over te laten aan populisten, dilettanten en interne vijanden. Of, om Donald Tusk versus Donald Trump te parafraseren: "Wie heeft er vijanden nodig, als je zulke vrienden hebt?"

***

"Wanneer twee mensen altijd dezelfde mening hebben is een van hen overbodig." (Churchill)

***

Ik word een beetje bang van mijn eigen woorden. Maar ik word nog banger van wat ons te wachten staat. Noem me elitair, een hoogopgeleide lapzwans, een technocraat, een antidemocraat, al wat u wil, maar naïef mag u mij niet noemen: als een op papier goed systeem van binnenuit uitgehold wordt tot op het niveau dat het zelfdestructief werkt, kun je dat systeem niet op de huidige manier laten bestaan. Want dan vernietig je uiteindelijk jezelf: zo werkt dat met het klimaat, zo werkt het met de mensenrechten, zo werkt het met de politieke democratie. Het werkt tot het niet meer werkt en dan is het gedaan. Dan kunnen we ons naar een plek begeven die overeenkomt met de initialen van Churchill en onszelf doorspoelen.

***

"Het beste argument tégen democratie is een gesprek van vijf minuten met de doorsnee kiezer." (Nog zo'n uitspraak die ten onrechte aan Churchill gelinkt wordt. Maar ze sneed, alweer, hout.)



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post794

Zorgen om de zorg

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 12, 2018 13:48:47

Vandaag startte in Het Laatste Nieuws een reeks over de problemen in de gezondheidszorg. Geschreven door Jeroen Bossaert, een van de betere onderzoeksjournalisten in dit land, voeg ik er even snel aan toe. (Ik kan het weten, want ik was ooit woordvoerder van een voetbalclub en hij sportjournalist, en hij was de enige die verder keek dan de anekdotiek en ook weleens een financiële balans ter hand nam om op anomalieën te wijten. Dat vond ik vervelend, als woordvoerder. Dat vond ik knap, als journalist die tijdelijk uit het beroep was gestapt.) Korte samenvatting: er is te weinig verpleegkundig personeel en er zijn te veel patiënten. Die laatsten worden te veel aan hun lot overgelaten, de eersten overbevraagd. En het probleem wordt steeds erger, want het aantal personeelsleden in de zorg stagneert en het aantal patiënten en ouderen stijgt.

"Het komt door de vergrijzing," zei minister van Volksgezondheid De Block in een reactie op een ander onderzoek naar aanleiding van de Dag van de Verpleegkundigen. Eenvoudige conclusie, een open deur die wordt ingetrapt, maar wat doet de minister ermee? En haar collega voor Welzijn in de Vlaamse regering? Vier op de tien ondervraagde verpleegkundigen had vandaag liever een ander beroep uitgeoefend, zo werd opgetekend door de enquêteurs. Snel omgerekend (op ongeveer 75.000 'gezondheidszorgbeoefenaars') zijn dat er dertigduizend. Een op de drie slikt pillen om hun job te kunnen doen (25.000!). Bijna negentig procent geeft aan dat ze gebukt gaan onder de dagelijkse werkdruk (67.500!)

Met die aantallen vul je voetbalstadions. Misschien moeten we dat ook maar eens doen. Alle ontevreden, overwerkte, overbelaste, onderbetaalde, ondergewaardeerde werknemers uit de zorgsector verzamelen in een stadion om het probleem visueel voor te stellen. En dat probleem is niet dat ze te lui, te weinig geïnteresseerd of te verwend zijn, maar dat we in de loop van de voorbije decennia legbatterijen hebben gemaakt van de zorginstellingen. Alles moet tot op de seconde getimed zijn: per kamer geldt een maximaal aantal minuten. Tijd voor een praatje met de kamerbewoner zit er nauwelijks nog in, terwijl dat nu net een van de voornaamste wensen is van die bewoner: menselijk contact, eventjes je hart kunnen luchten, een beetje zeuren over het weer, gewoon: mensen onder elkaar.

Moeten we die nieuwe gevechtsvliegtuigen nu kopen of niet? Hoe besparen we op de sociale zekerheid zodat een begroting in evenwicht kan gerealiseerd worden? Zit er nog 'dash' in de regering? Daarover gaan de discussies tegenwoordig, terwijl we zouden moeten nadenken over veel fundamentelere vraagstukken voor de samenleving van de toekomst: hoe zorgen we ervoor dat er niemand uit de boot valt, dat zieken en andere zorgbehoevenden volwaardig worden geholpen, dat er werkbaar kan gewerkt worden? Die vraag wordt op plekken waar de beslissingen worden genomen, te weinig gesteld. Of misschien wel helemaal niet. Après nous le déluge.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post793

De auto, mijn toekomst

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, mei 05, 2018 13:07:55

Wees niet ongerust, trouwe lezer, ik ga hier geen lofzang aanheffen op het stalen blik dat onze wegen teistert. Maar ik heb stellig de indruk dat bovenstaande titel de nieuwe slogan van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen is geworden. Neen, in deze korte tekst geen ergernis over het vervoer van menselijke sardienen in veel te korte treinen (ergerlijk!), de bijna dagelijkse vertragingen (ergerlijker!) of afgeschafte treinen (ergerlijkst!). Iets anders, en toch een ergernis.

Maandag. De dag vóór 1 mei, een feestdag. Brugdag heet dat dan, want zoals Juul Kabas al wist: 't zijn zotten die werken, zeker als je je weekend zomaar kunt verlengen van twee naar vier dagen. Daar mag al eens een postkantoor voor gesloten blijven. Of een openbare administratie het opgestapelde werk laten liggen. Of een spitsuurtrein in het depot blijven staan. Ik hoorde het zondagavond op de terugweg van een namiddagje voetbal - Antwerpse derby, leuke bedoening die helaas voor, tijdens en na werd gekaapt door een stel eencelligen van mijn clubje - op het radionieuws: de treinen rijden normaal, maar niet allemaal. Toch maar even checken op de site van Belgian Rail en, jawel, hoor: 'mijn' trein zou niet rijden, vanwege spitsuurtrein. Ik, zot die ging werken op een brugdag, moest mijn plan maar trekken. In plaats van een rechtstreekse rit (tien minuten stappen, trein op, achtenvijftig minuten rijden op een achteraflijntje dus zelden vertragingen, trein af, acht minuten stappen) kon ik ofwel opteren voor één keer overstappen (meer dan anderhalf uur onderweg), ofwel de auto nemen (op gewone werkdagen iets tussen anderhalf en twee uur, nu minder dan een uur, want alleen zotten werken op een brugdag). Dan maar de auto. De NMBS heeft mij op 30 april gedwongen om voor de gemakkelijkheidsoplossing te kiezen, terwijl ik bereid was om een beetje tijd te verliezen door 'mijn' normale trein te nemen. Ik, milieubewuste jongen, aanhanger van het openbaar vervoer, had geen volwaardige keuze. Ik moest de weg op.

Donderdag. Late opname van het tv-programma waar ik aan meewerk. Omdat de allerlaatste trein richting dorp waar ik woon om 21u34 vertrekt in Brussel Noord en ik, mits overstap, om 22u22 op het 'thuis'perron arriveer, had ik opnieuw de keuze. Een latere trein nemen en mijn vrouw sommeren om me op te pikken in een middelgroot station op een kwartier rijden van thuis. Of toch maar... de auto. Het werd de auto, ik val mijn dierbaren niet graag lastig laat op de avond. En met dat overstappen en het moeten nemen van een tram naar het dichtstbijzijnde station, ben je dubbel zo lang onderweg als met de auto. Opnieuw: had ik wel een echte keuze?

Twee voorbeelden van hoe de NMBS haar (potentiële) reizigers in de kou laat staan. Geen treinverbinding op een brugdag. Geen treinverbinding voor late werkers. Een beter pleidooi voor het nemen van de wagen dan de NMBS-logica is nauwelijks te vinden. De auto-industrie zou elk jaar een compenserende som op de bankrekening van de intussen ontelbare managers van de spoorwegen moeten storten, voor zoveel kortzichtigheid. Misschien gebeurt dat ook wel. Of is het toch gewoon domheid? Of nemen al die managers elke week een paar brugdagen?



  • Reacties(1)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post792

Homeopathische politiek

PolitiekGeplaatst door Frank Van Laeken za, april 28, 2018 13:16:30

Zo, eind april weten we al wie dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede zal ontvangen. Moon Jae-in en Kim Jong-un, respectievelijk de verkozen president van Zuid-Korea en de Grote Leider van grootvader-op-vader-op-zoon-op-de-toekomstige-generaties van Noord-Korea. Tot voor zeer kort: een goeie en een slechte, in westerse ogen.

Een kernwapenvrij Koreaans schiereiland, daar dromen beide heren en de rest van de wereld nu van. En het einde van de oorlog, die achtenzestig jaar geleden begon en officieel nooit beëindigd werd, maar die vrolijk overging in de strijd tegen de verderfelijke communisten in Vietnam en daardoor vergeten geraakte. Bij ons toch.

Benieuwd of Kim Jong-un de scheldterm 'dictator' blijft behouden - dat zou overigens zeer terecht zijn! - of dat hij dankzij die genormaliseerde relatie voortaan als 'Noord-Koreaanse leider' door het leven zal gaan. Even benieuwd of de bewoner van het Witte Huis zich er nog probeert tussen te wringen, in de hoop dat ook hij een tripje naar Oslo mag boeken eind dit jaar.

***

In het licht van deze - ja, het mag nu - historische gebeurtenis komt de politieke week in eigen land pas op de tweede plaats. Ergens is dat jammer, want er viel wel wat te beleven. Het definitieve afstel van een begrotingsevenwicht in deze regeerperiode, bijvoorbeeld. Het bericht dat de Kaaimantaks amper een honderdste zal opleveren van wat er in de begroting van dit jaar onder 'Inkomsten' genoteerd stond, nog zoiets.

Even leek het erop dat het Agentschap Wegen en Verkeer, een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid dat instaat voor de infrastructuur van ons wegennet en dat onder de Vlaamse minister van Mobiliteit ressorteert, de opmerkelijkste uitspraak van de week had geproduceerd. Op Twitter antwoordde een ijverige communicatiemedewerker op vraag van ene Bart uit Veurne over omgekapte bomen langs de E313 ter hoogte van Ranst: "Dag Bart, dit zijn snoeiwerken in het kader van transmigratieproblematiek op parkings, op vraag van politie en gouverneur, zodat transmigranten zich hier niet kunnen verstoppen. In de toekomst gaan we dit onderhoud zeker mee opnemen tijdens ons hakhoutbeheer voor het broedseizoen." Wat volgt er hierna nog? Gebouwen mogen nog maximum één verdieping tellen om te vermijden dat er zich mensen van het dak zullen storten? Aan de Antwerpse Modeacademie worden alleen nog robots aanvaard als student? Treinen, trams en bussen rijden op tijdstippen die afwijken van het vaste uurschema om te vermijden dat mensen eraan kunnen wennen? (O ja, dat laatste gebeurt al een poos...)

Kan beter, moeten leden van de federale regering jaloers hebben gedacht en dus lieten ze toe dat Cédric Frère benoemd werd in de Regentenraad van de Nationale Bank, als opvolger van zijn vader Gérald, die op zijn beurt stamvader Albert had opgevolgd. Nu vind ik sowieso dat mensen die een accent aigu én een accent grave in hun naam hebben staan, per definitie verdacht zijn, maar je zou natuurlijk van een partij die de kracht van verandering propageert, mogen verwachten dat ze hier streng zou tegen optreden. Quod non. Ze mogen namelijk een eigen mannetje pistonneren. Voor wat, hoort wat, dus. Ik schreef op deze plek eerder al dat de N-VA een traditionele partij als een andere is geworden. Quod erat nogmaals demonstrandum.

Daar kan ik nog óver, moet Joke Schauvliege gedacht hebben. Wie stress heeft op het werk, mag vanaf nu een natuurcoach contacteren, om al wandelend in het bos de problemen aan te pakken. Hashtag 'levenskwaliteit', hashtag 'dewegvooruit'. #zeverinpakskes. De Vlaamse minister van Landbouw, Omgeving en het bevoordelen van de firma Essers laat voor één keer geen bos omhakken, maar ze ziet er de bomen duidelijk niet meer door. Een natuurcoach, verdorie. Welke opleiding zou zo'n onverlaat hebben gekregen? Waar zal de 510 euro die de Vlaamse overheid daarvoor pér geval zal ophoesten begrotingsgewijs gehaald worden? Wie controleert er of dat gesprek echt helpt? In de krant lees ik: "Vind hier eens iets in het bos dat een mooi beeld geeft van wie jij bent." En: "Kijk eens naar dit kleine boompje en vertel wat je hierbij voelt." Ik denk: ik neem een afgewaaide tak, liefst een hele dikke, en begin er die natuurcoach mee te slaan. Weg stress.

Om in de sfeer te blijven: wat zijn de mensen die ons moeten besturen toch geweldig goed in het afzagen van de tak waarop ze zitten. Een wijsheid van de deze week gefêteerde Herman De Croo, vijftig jaar volksvertegenwoordiger: "Je mag de tak afzagen waarop je zit, maar nooit tussen jou en de boom."

Een natuurcoach, verdorie. Qua homeopathische politiek kan dit tellen. Ondertussen worden noodzakelijke maatregelen verdund tot op het niveau dat ze niets meer voorstellen. Iemand nog iets gehoord over 'werkbaar werk', of kan die discussie de boom in?

***

Ik weet het, ik schreef hier vorige week nog dat we wat vriendelijker moeten zijn voor de politiek, maar de actualiteit noopt me daar niet toe. Mocht ik ijdel zijn, dan zou ik kunnen vermoeden dat vooraanstaande politici mijn blogpost van vorige week hebben gelezen en per se willen aantonen dat ze écht wel dom en kortzichtig zijn. Maar wellicht zijn sommigen dat gewoon zo al.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post791
Volgende »