Maandans

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

De vergeten finale

SportGeplaatst door Frank Van Laeken zo, juli 15, 2018 12:44:56

22 juni 1980. Alleen oudere voetballiefhebbers kunnen daar dadelijk plaats (Rome), evenement (EK) tegenstanders (België en West-Duitsland) en uitslag (1-2) aan koppelen. De enige keer dat de Rode Duivels de finale van een groot toernooi haalden, een feit dat helaas weleens onder de mat van de geschiedenis wordt geveegd, zo geobsedeerd zijn we met de Mundial 1986 en de wereldbeker vandaag. Toen was verliezen een eer en helemaal niet erg. Het verhaal van zeroes die onder bondscoach Guy Thys bijna heroes werden. 'Vanaf toen begonnen de Rode Duivels iets los te maken bij het volk.'

GEERT DE VRIESE & FRANK VAN LAEKEN

Zaterdagochtend 21 juni 1980, de dag voor de grote finale. De krantenkoppen spreken voor zich. ‘Heel België achter de Rode Duivels!’, ‘Miljoenen tv-kijkers voor strijd tussen de favoriet en de underdog’, ‘Rode Duivels op één hindernis van de titel’… Het contrast met de donkere Duivelsjaren, die dan nog maar pas achter de rug liggen, is groot. ‘Kunnen de Duitsers ons kloppen?’ vraagt François Colin zich af in De Standaard. Het hele land is in elk geval weer helemaal gewonnen voor de Rode Duivels, stipt hij aan. En niet alleen dat… ‘Zondagavond, lang vóór half negen, zal Vlaanderen aan de kijkbuis hangen om de finalebewegingen van de Rode Duivels te volgen. Tegen de West-Duitsers wordt het theoretisch alweer een ongelijke strijd, maar de Belgische spelers zijn zo gretig om de titel Europees Kampioen op hun naamkaartjes te zetten, dat alles mogelijk is.’

Hofleverancier van de Mannschaft is in 1980 het tot Europese grootheid uitgegroeide Hamburger SV, met Manfred Kaltz, Caspar Memering, Felix Magath en een 29-jarige laatbloeier die met slechts twee interlands op de teller aan het EK is begonnen: Horst Hrubesch. ‘Das Ungeheuer’, noemen ze hem in zijn vaderland. Het Monster, onder meer omdat de centrumspits niet echt de looks van een aartsengel heeft. Goed voetballen kan Hrubesch eigenlijk ook niet, maar gooi een betonblok op en hij kopt het weg. Desnoods net vóór een aanstormende trein.

1980 is in niets te vergelijken met 2018. De gewone burger heeft nog geen computer op zijn bureau staan. Gsm's zijn een verre toekomstdroom. Internet? Connais pas! Sociale media bestaan nog lang niet. Nieuwssites evenmin. Voor nieuws over de Rode Duivels moeten we het stellen met de radio en zijn schaarse sportbulletins, de televisie en zijn weinige bijdragen van ter plekke, en de kranten met hun nieuws van gisteren, weggemoffeld in het tweede katern, omdat sport dan nog de belangrijkste bijzaak is en het échte nieuws voorrang krijgt. Dus vernemen onze helden met veel vertraging dat hun prestaties door hun landgenoten bejubeld worden. 'Dat er veel enthousiasme was op het thuisfront kwamen we pas te weten toen we al terug thuis waren,' getuigt Erwin Vandenbergh. 'Je las dat nauwelijks of niet in de kranten. We leefden echt op een eiland ginder. Je kan dat niet vergelijken met nu.' Diezelfde Vandenbergh zal de finale niet spelen. Te veel averij opgelopen in die korte invalbeurt in de laatste groepswedstrijd, een soort halve finale, tegen Italië. Een voetbaloorlog die op 0-0 was geëindigd, een typische uitslag voor beide landen in die tijd.

Decompressie

Zondagavond 22 juni, een halfuurtje voor de grote finale. Hoog bezoek voor de Belgen. Prins Albert en prinses Paola zullen voor het eerst in hun leven een voet in een voetbalkleedkamer zetten. Zij komen de Rode Duivels een hart onder de riem steken. Helaas, geen speler te bespeuren. Ze zijn namelijk allemaal het veld op voor de opwarming. Albert drentelt wat onbeholpen en doelloos rond, stapt daarna met de spelers de kleedkamer binnen, en maakt met elk van hen het obligate praatje. Door de kieren van het prinselijke colloque singulier waait na de wedstrijd door dat een van de Rode Duivels Albert gevraagd heeft of hij iets van voetbal kende. En? ‘Hij heeft ons in elk geval niet gevraagd of we op buitenspel gaan spelen.’

'Het vertrouwen was er, we waren er klaar voor', zegt Jan Ceulemans, 23 op dat ogenblik en stilaan in de fleur van zijn voetballeven. 'Al was er geen discussie mogelijk: de Duitsers waren favoriet. Rummenigge, Hrubesch, Schuster, Briegel, Kaltz: dat waren beren!' En, jawel, daar is het underdoggevoel al. Centrale verdediger Luc Millecamps: 'We zeiden tegen elkaar: "We mogen verliezen, maar met niet te veel." Dat bleek de goede ingesteldheid. Je moet altijd spelen voor wat je waard bent. Het mooie aan voetbal is dat je de mindere kunt zijn en toch kunt winnen.' Ook oude rat Wilfried Van Moer blijft rustig. 'Je hebt altijd stress, maar wij stonden zeker niet te bibberen voor die finale. Niemand had dit verwacht van de Belgskes. Verliezen we, dan zou iedereen gezegd hebben dat we toch een goed resultaat hadden neergezet.'

Walter Meeuws drukt het zelfs nog iets sterker uit. 'Na de 0-0 tegen Italië kwam de decompressie. "Dat pakken ze ons niet meer af!" was wat er in de groep leefde. Zie van waar we kwamen: acht jaar niks bereikt, drie toernooien gerateerd, drie jaar gesukkeld onder Guy Thys en daar stonden we in de finale. Zoiets gebeurt onbewust. Nog voor de finale begon, hadden we een eindstadium bereikt: Italië voor eigen publiek uitschakelen gaf een voldaan gevoel. Het was op.'

Abführen!

De eerste helft worden de Rode Duivels weggedrukt. Na tien minuten is het al 1-0 voor de Duitsers en er zijn een goede Pfaff en wat geluk nodig om die kleine achterstand tot de rust te bewaren. 'Wat een ploeg!' klinkt Meeuws bewonderend. 'Rummenigge was een voorlijn op zich, Briegel was een tank, Schuster strooide achteloos met passen buitenkantje voet.'

‘De eerste helft waren zij oppermachtig,' ziet ook aanvoerder Julien Cools, die traditiegetrouw vele kilometers afmaalt. 'Wij konden alleen maar een paar keer dreigen. Maar misschien hebben de Duitsers zich vergaloppeerd. Ik herinner me nog dat Schuster, een arrogante aap, ons denigrerend bekeek.’

De decompressie maakt in de pauze plaats voor realisme én de terugkeer van de onverzettelijkheid: zo kan het niet verder. Zonder strijd te leveren ten onder gaan, nooit! 'Tijdens de rust zijn we wakker geschoten,' weet Meeuws nog. 'We hadden zó'n mooi parcours afgelegd en nu werden we weggespeeld door de Duitsers, dat konden we niet laten gebeuren. Zo wilden we dat EK niet afsluiten. Die typische samenhorigheid in onze groep borrelde opnieuw op.'

Voor één speler is de start van de tweede helft een signaal om een tandje bij te steken: René Vandereycken. Hij wordt ook een beetje opgenaaid door zijn medespelers, ziet Luc Millecamps. 'René stond daar tegenover Hans-Peter Briegel, een paracommando, die ons de eerste helft van het kastje naar de muur speelde. Tijdens de rust zei er iemand: "Zeg, René, die Duitser speelt een beetje met uw kloten hé." "'t Zal niet lang meer duren," antwoordde René. "Hoeveel champagne hebt g'er voor over?" En wie moest er na tien minuten in de tweede helft af? Juist ja, Briegel. Abführen!'

Minuut 88

'Wij waren baas, zij kropen terug,' vat Julien Cools het wedstrijdverloop na de rust samen. In de zesentwintigste minuut van die bewonderenswaardige tweede helft gebeurt het ondenkbare: België krijgt een strafschop in cadeauverpakking. Scheidsrechter Rainea en zijn lijnrechter zien niet dat de Duitse libero Stielike Swat Van der Elst een metertje buiten het strafschopgebied ten val brengt. Knipoogt Julien Cools: ‘De Swat was zo rap dat de linekesman dat niet goed kon volgen. Och, over die vijf centimeter gaan we nu niet discussiëren.’

René Vandereycken knalt binnen en plots is er hoop en geloof. Uitblinker Jan Ceulemans daarover: 'De eerste helft waren ze veel beter, dat is zo. Maar na die penalty voelden we dat we even sterk waren, zelfs fysiek.' 'We zijn gegroeid in die wedstrijd,' zegt Luc Millecamps. 'Spelen we extra time, dan wil ik het nog weleens zien!'

Maar dan is er die vermaledijde achtentachtigste minuut. De verlengingen zijn nu zeer nabij en als er nog gescoord wordt - zo denken de meeste waarnemers - zal het door een Rode Duivel zijn. Niet, dus. ‘Renquin kopte de bal een beetje ongelukkig in corner en Jean-Marie maakt daarna toch een noodlottig foutje,' roept Julien Cools het pijnlijke moment nog één keer op.

'Hrubesch was mijn rechtstreekse tegenstander, ja,' geeft Luc Millecamps toe. 'Ik heb de beelden van die tweede goal al duizend keer gezien en ik blijf erbij: een fataal misverstand. Jean-Marie komt uit, roept en zet dan een stapje terug. Ik schermde zoals altijd de keeper af, zodat hij kon uitkomen. Maar op dat moment hou je je tegenstrever niet meer in de gaten. Spijtig.'

'Helaas bleek nog maar eens dat je met de Duitsers pas klaar bent als de match voorbij is,' diept Walter Meeuws een huizenhoog voetbalcliché op. 'En ja, Jean-Marie kwam verkeerd uit, maar ik denk dat niemand hem dat kwalijk heeft genomen. Ik stond in de buurt, maar ik wist: als hij roept, is de bal voor hem. Kan gebeuren.'

Lege bar

'Dat we een unieke kans hebben gemist, leefde toen niet,' zegt Walter Meeuws. 'De eerste vijf minuten na affluiten waren we kapot, daarna overheerste het gevoel dat we een fantastisch toernooi gespeeld hadden. Een jaar voordien werden we nog uitgelachen, nu waren we plots nationale helden.' Luc Millecamps gaat snel over tot de orde van de dag. 'Zó ontgoocheld waren we nu ook weer niet. Formidabel toernooi gespeeld, iedereen was tevreden. We kwamen met de nationale ploeg uit een heel diep dal en nu stonden we dáár. Er zijn er niet veel die kunnen vertellen dat ze ooit in een finale van een EK stonden. In België zijn het er precies elf.' Ook Jan Ceulemans is het type dat een verloren EK-finale kan relativeren. 'Achteraf kun je zeggen dat we de kans hebben laten liggen en is er wel wat spijt, maar er valt ons niets te verwijten. We zijn ervoor gegaan.' 'Misschien zijn we te snel content, dat klopt,' geeft Van Moer aan. 'Nederlanders of Engelsen zouden wekenlang teleurgesteld zijn na een nederlaag in de finale, wij niet.'

Julien Cools sluit na het laatste fluitsignaal een hoofdstuk af. ‘Al bij al was het een geslaagd toernooi, maar op één manier blijft het een gemiste kans. Ik heb twee Europabekerfinales verloren en die finale van het EK, drie keer zilver, maar het was toch het begin van een nieuwe generatie en van meer zelfbewustzijn. Voor mij was het mijn allerlaatste interland. Ik had dat vooraf met Guy Thys aan het zwembad afgesproken. Wat ik het meest jammer vind aan mijn carrière, is dat ik nooit op een WK gespeeld heb. Maar ja, we zaten in een dal in de jaren zeventig.’

In een hoekje zitten huilen doen de Duivels alleszins niet. Op naar de bar, ouderdomsdeken Van Moer op kop. 'Van contentement zijn we terug naar het hotel gegaan en daar hebben we alles opgedronken. Er was werkelijk niets meer te krijgen in de bar.'

Het onthaal in België verrast de hele delegatie, Walter Meeuws niet in het minst. 'Er stonden vijfduizend mensen ons op te wachten op Zaventem, dat waren er evenveel als bij de laatste oefenwedstrijd vóór het EK, tegen Roemenië. "Wat is er nu gaande?" vroegen we ons af. Voor het toernooi kwam niemand ons uitwuiven, maar achteraf werden we wel feestelijk onthaald. Vanaf toen begonnen de Rode Duivels iets los te maken bij het volk.'

België-West-Duitsland 1-2

Zondag 22 juni 1980, 20u30 - Stadio Olimpico (Rome) - Scheidsrechter: Rainea (Roemenië).

België: Pfaff, Gerets, L. Millecamps, Meeuws, Renquin, Cools, Van Moer, Vandereycken, Mommens, Van der Elst en Ceulemans.

West-Duitsland: Schumacher, Kaltz, Stielike, K. Förster, Dietz, Briegel (56’ Cullmann), Schuster, H. Müller, Rummenigge, Hrubesch en Allofs.

Doelpunten: 10’ Hrubesch (0-1), 71’ Vandereycken (1-1, pen.) en 88’ Hrubesch (1-2)

De citaten komen uit 'De Grote Duivels. Het volledige verhaal achter het EK 1980' van Geert De Vriese en Frank Van Laeken, uitgeverij Houtekiet, 19,99 euro. Online is dat boek zeker nog terug te vinden. Ook de hoofdstukken over de lamentabele prestaties van de Duivels in de aanloop naar het WK 1978 en het EK 1980 zijn zeer de moeite, al zeg ik het zelf.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post804

Dromen zijn bedrog (bis)

SportGeplaatst door Frank Van Laeken za, juli 14, 2018 13:21:30

Mogen we nu blij zijn, of toch net niet?

Na de verloren halve finale was mijn eerste oprisping: goed gedaan, jongens. Trots. Dank voor een fantastisch WK. Het volk doen dromen. (Een beetje zoals in: wij zijn eeuwige underdogs, als we maar ons best doen, zijn we al content.) Maar na een nachtje woelen wist ik: er zat meer in. Zoveel meer. En die kans komt nooit meer terug, want deze zogeheten Gouden Generatie valt binnenkort uit elkaar. Het hart van de verdediging haalt Qatar (2022) niet, tenzij misschien de tegen dan 33-jarige Toby Alderweireld. Niet de broze Kompany (36), de nu al wat stroever draaiende Vertonghen (35), de op een zijspoor belande Vermaelen (36), supersub Marouane Fellaini (34), dribbelkont Dries Mertens (35), wellicht ook niet Axel Witsel (33). Zijn Kevin De Bruyne en Eden Hazard op hun 31ste nog wereldtop?

Een kwarteeuw geleden werd er geklaagd dat er in België geen aanvallers werden opgeleid. Vandaag brengen onze jeugdacademies nog nauwelijks verdedigers voort: iedereen wil Kevin of Eden zijn, eventueel nog Driesje of Romelu, maar niet Toby of Jan, twee jongens die dan nog - samen met Thomas - opgeleid werden in Nederland. Aandachtspunt voor jeugdtrainers. Verdedigers zijn ook nodig. En nu ik toch bezig ben: vleugelbacks, denk daar eens aan!

Ik ben tevreden en ik ben niet tevreden. De Rode Duivels hebben positief, attractief voetbal gespeeld, waarbij er (meestal) werd uitgegaan van eigen kracht. Dat is een verademing in tijden van lafheid, waarin er meer Mourinho's dan Guardiola's rondlopen in het opportunistische voetbalwereldje. Het resultaat telt. Dat is op zich niet nieuw - Internazionale behaalde zijn grootste Europese successen in de jaren 60 met 'catenaccio', vrij vertaald: degoutant verdedigen en op die ene tegenaanval proberen te scoren -, maar de romanticus in mij heeft nog de Brazilianen van 1970 zien toveren, het Nederlandse totaalvoetbal zien floreren (en net niet triomferen) en het Barcelona van Cruijff (voetballer én trainer) zien wervelen. De essentie van voetbal is: er eentje meer scoren dan de tegenstander. Helaas kun je dat ook negatief vertalen, zoals de Fransen al een heel toernooi demonstreren, op die tweede helft tegen Argentinië na, toen ze een onverwachte achterstand moesten goedmaken. Frankrijk kan voetballen, maar mag niet. Bondscoach Deschamps is altijd al een cijferaar geweest. Risicoloze voetballer, risicoloze trainer. Didier is die ene collega op je werk die altijd keurig op tijd is, nooit een ongepaste opmerking maakt, één keer per jaar één pintje mee gaat drinken met de groep (en dan stiekem verdwijnt om te vermijden dat ie zelf moet trakteren, bovendien heeft zijn vrouw zalm klaargemaakt, het is vrijdag) en die altijd, onveranderlijk, franjeloos maar correct werk aflevert. Een saaie piet, steeds gekleed in grijstinten, opvallend onopvallend, goed om in je team te hebben als je resultaten wilt behalen, maar het liefst snijd je hem - rechts bovenaan, armen op de rug, zuinig lachje - van de groepsfoto.

Geef mij maar een Roberto.

***

Een tweet in tempore non suspecto, de dag dat Roberto Martínez out of the blue tot bondscoach werd gebombardeerd. '3 augustus 2016, 22u40. Dagboeknotitie: Roberto Martínez is een goede keuze. Technisch, aanvallend voetbal. Wordt een mooi WK. #RodeDuivels'.

Vóór u mij lastigvalt om uw lottoformulier in te vullen: mijn voorspellende gaven zijn beperkt, zéér beperkt. Maar ik volgde Martínez al vanop een respectabele afstand toen hij Swansea, Wigan Athletic en Everton coachte. In Engeland werd er wat meewarig om hem gedaan: te naïef, te voluntaristisch, te wollig in zijn nietszeggende analyses. Wat ik zag: aanvallen om te winnen. Dat deed hij ook bij de Rode Duivels, maar dan was de kritiek weer: kunnen we het ook tegen grote voetbalnaties? Het antwoord is nu duidelijk: ja. Tegen Brazilië gaf de 'naïeve' Martínez een masterclass in tactiek. Lukaku op rechts om Marcelo tot verdedigen te dwingen, De Bruyne centraal waardoor de centrumverdedigers Thiago Silva en Miranda niet wisten waar te lopen, Hazard links-rechts-overal, zwervend, tegenstanders passerend alsof het plastic mannetjes op training waren. Tien geslaagde dribbels op tien pogingen, dat was geleden van het WK van 1966. Hazardinho. Daar en dan heeft Martínez overtuigd. Tegen Japan was het voorspelbaarder, dat klopt. Ook Wilmots gooide Fellaini erin als het combinerend niet lukte. Tegen Frankrijk was de tactische ingreep zelfs een flop, omdat Mousa Dembélé - schitterende clubvoetballer die nooit kon overtuigen als international - alweer een schim was van zichzelf. Frankrijk-België deed heel sterk denken aan Argentinië-België van vier jaar geleden. Doelpunt tegen en dan geen oplossingen vinden tegen een tegenstander die constant negen man achter de bal hield.

Waarom konden de Kroaten 's anderendaags wel wat de Rode Duivels niet konden? Het zal een onbeantwoorde vraag blijven, zoals zoveel vragen in het voetbal na het vraagteken alleen maar witte ruimte bieden.

Maar toch: Roberto Martínez mag blijven. Niet alleen omdat hij zijn contract verlengd heeft, maar omdat hij ons voetbal iets bijbrengt. En in tegenstelling tot zijn narcistische voorganger denkt hij aan het elftal, niet aan zichzelf. Vergeleken met Martínez is Marc Wilmots een onbenul. Marc is de collega die niet slim genoeg is om te excelleren, maar die steelt met de ogen, jouw ideeën presenteert als de zijne en op vergaderingen altijd het hoogste woord voert, zodat hij hyperactief lijkt en de teamspirit bevordert. Op de groepsfoto staat Marc centraal - armen gekruist, borst vooruit, kin omhoog - en zie je hem denken: die anderen dienen alleen maar om het beeld te vullen, het draait hier om moi.

***

Uitgekookt. Dat adjectief vind ik in alle nabeschouwingen terug. Zelf schreef ik: 'doortrapt'. Dat vind ik nog steeds een betere omschrijving. Doortrapt is negatiever dan uitgekookt. Niet dat we moeten klagen, want onze zuiderburen hadden meer doelpogingen - ook binnen het kader - dan wij, zelfs bijna het dubbele. We hadden zelf maar beter moeten zijn, zeer juist. En toch... In de laatste zesentwintig minuten - toegevoegde tijd meegerekend - werd er nauwelijks vijf minuten echt gevoetbald. De rest was oponthoud: geveinsde blessures, aarzelen bij een inworp, treuzelen bij een hoekschop, tijd winnen bij een vrije trap, de bal zes keer goed leggen bij een uittrap, kleine overtredingen maken om het spel af te remmen. Uitgekookt? Doortrapt! En vooral: ergerlijk.

Voetbal is een sport waarin negativisten intelligent worden genoemd, omdat hun aanpak rendeert. De voetbalregels stimuleren valsspelen. Als de klok zou worden stilgezet wanneer de bal niet meer in het spel is, zou voetbal een veel eerlijkere sport zijn, zoals basketbal. Dan speel je desnoods drie uur, tot de buzzer gaat. Zo lang er in het voetbal geen rekening wordt gehouden met de werkelijk gespeelde tijd, zullen de tijdrekkers hun gelijk halen. Ik wil niet de calimero uithangen (en misschien had het ook niets uitgemaakt in die halve finale, omdat we niet sterk genoeg waren om die achterstand op te halen), maar: dat is niet eerlijk.

***

En dan is er nog die overbodige wedstrijd van deze namiddag. Omdat het tegen Engeland is, krijgt de wedstrijd een extra pigment. We zijn het nog niet vergeten dat de Engelsen ons uitlachten na die overwinning in de non-match in de groepsfase (ze dachten dat ze in de betere tabelhelft waren terecht gekomen en lagen er vervolgens bijna uit tegen Colombia). Beter doen dan de Duivels van 1986 is een ander element dat Martínez in zijn peptalk zal gebruiken.

Voor de rest pleit ik voor het afschaffen van deze 'troosting', zoals dat bij ons wordt genoemd. Er valt niemand te troosten, na een verloren halve finale ben je ontroostbaar, wil je liefst zo snel mogelijk naar huis. Geef die twee teams brons, als je dan toch met medailles wil goochelen. Op de Olympische Spelen staan de winnaars van goud, zilver en brons nog netjes naast elkaar op een podium, op het WK is dat niet het geval. Als morgen Fransen en Kroaten het veld betreden, hebben de Rode Duivels al een fotosessie op het koninklijk paleis en een balkonscène op de Brusselse Grote Markt achter de rug. Mogelijk smijten ze hun bronzen medaille in het publiek, wegens: niet geïnteresseerd om dat onding op de schouw te leggen. Wij weten nog precies dat we tweeëndertig jaar geleden vierde zijn geëindigd en Frankrijk derde, maar wie kan de teams die derde zijn geëindigd sinds dat Belgisch gloriemoment opsommen?

Overbodige match (maar wel winnen, graag).

***

Ach, 1986. Tijden! Velen vergeten dat de Rode Duivels de eerste ronde abominabel slecht waren. Verloren tegen de Mexicanen, nipt gewonnen tegen godbetert de Irakezen en gelijkgespeeld tegen de Paraguayanen, als een van de betere derdes toch mogen overleven, en dan gestunt tegen de Sovjet-Unie en Spanje, omdat de Russen overmoedig waren en de Spanjaarden een zwakke lichting hadden. Geen sponsors die je hun wervende boodschappen door de strot probeerden te rammen, geen reclame voor gokkantoren, geen grote schermen op pleinen, geen vlaggen die uit ramen hingen te wapperen, geen spiegelhoesjes, geen massahysterie. Wedstrijden volgen op kleine tv-schermen, volume op 20 om Rik De Saedeleer boven het gejoel van de huiskamer te laten uitkomen. "Ik hoop dat ze die mannen niet naar Siberië sturen!" De eerste toeterende auto werd pas na die wedstrijd tegen de Sovjet-Unie gesignaleerd. Ging meteen de bon op wegens nachtlawaai: het was halftwee voorbij. Na de zege met strafschoppen tegen Spanje opnieuw, maar dan iets massaler en de flikken toeterden vrolijk mee. In de stadions een handvol verkeerd gelopen Belgische toeristen die inderhaast een vlag hadden gekocht in een souvenirwinkel.

Maar wel: een volle Grote Markt achteraf, heldenontvangst. We waren dat niet gewoon en we hadden dat ook niet verwacht, zeker niet na het gestuntel bij het begin van het toernooi. De Rode Duivels deden het volk even dromen. Toen en nu. Maar zoals de grote filosoof Marco B. al wist: dromen zijn bedrog. Helaas.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post803

Schuld van de sossen

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, juli 07, 2018 12:57:00

Trein, tram en bus zijn altijd te laat, voor je verbinding moet je crossen.

(Niet over nadenken: 't is de schuld van de sossen)

Dat gat in de begroting valt maar niet op te lossen.

(Kijk naar 't verleden: schuld van de sossen)

We kunnen nog altijd met onze nieuwe vliegtuigen geen schot lossen.

(Met al hun mails: schuld van de sossen!)

Tijdens de Sudancrisis heeft een staatssecretaris heel wat tranen zitten versmossen.

(Een schande, schuld van de sossen)

U heeft een parking nodig? Geen probleem, we kappen de bossen.

(En wie denkt u dat het gedaan heeft? Schuld van de sossen)

Aan wie ligt het dat we geen traditie meer hebben in kantklossen?

(Wat dacht u? Schuld van de sossen)

Arme mensen kunnen hun schuld weer niet aflossen.

(Natuurlijk: schuld van de sossen)

Onze jeugd weet niet meer dat 2 x 144 is: 2 grossen.

(Hé hé, schuld van de sossen)

De Seleçao ligt eruit, bij onze uitblinkers zat een rossen.

(Schuld van de (Braziliaanse) sossen)

Dat je je binnenkort op de tweede zit weer piekfijn moet uitdossen.

(Schuld van de sossen)
Een senior writer schrijft: links is dood, ze zijn aan 't brossen.
(Schuld van de sossen)

Overal extra bewaking, aan de ingangen staan kolossen.

(Schuld van de sossen)

We vroegen stieren en kregen een stel ossen.

(Schuld van de sossen)

De tuin wordt overwoekerd door glibberige mossen.

(Schuld van de sossen)

Club Brugge verspeelt de titel door een owngoal van Jelle Vossen.

(Schuld van de sossen)

Het is al heel lang geleden dat we nog een wereldkampioen hadden in 't motorcrossen.

(Schuld van de sossen)

Laatste bergrit en in het zicht van de streep moet Thomas De Gendt lossen.

(Schuld van de sossen)

Er wordt te veel gezopen op al die cyclocrossen.

(Schuld van de sossen)

Op 11 en 21 juli is er weinig feest, mensen willen niet meer hossen.

(Schuld van de sossen)

Daarstraks kreeg ik tandpijn van het flossen.

(Auw, schuld van de sossen)

We spelen wind tegen, verkeerde keuze bij het tossen.

(Schuld van de sossen)

In de krant staan te veel opiniestukken en te weinig epossen.

(Schuld van de sossen)

Heel zelden gooien we in dit land los alle trossen.

(Schuld van de sossen)

In Planckendael hebben ze een schrijnend tekort aan rinocerossen.

(Schuld van de sossen)

Er zijn te veel Maria's en te weinig Jossen.

(Schuld van de sossen)

't Water blijft niet warm, het gaat achteruit met de kwaliteit van onze thermossen.

(Schuld van de sossen)

Oei, de toiletdeur is langs de buitenkant afgesloten, kan iemand mij komen verlossen?

(Schuld van de sossen)

Ik dacht: ik probeer eens iets leuks, maar ik kan weer de verwachtingen niet inlossen.

(Allemaal úw schuld, sossen!)



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post802

Onze Seleçao

SportGeplaatst door Frank Van Laeken do, juli 05, 2018 15:56:52

Om de twee jaar kun je er begin juli je klok op gelijk zetten en ook nu is het weer zover: de Rode Duivels hebben hun achtste finale op een groot toernooi gewonnen en - naast de oprechte blijdschap van zowat iedereen die iets met voetbal heeft - valt het gezeur aan beide kanten van het spectrum op. Van 'Hoera, nu kan niemand ons nog fstoppen' tot 'Het was maar tegen...'. Ik behoor beroepshalve eerder tot de laatste categorie, die zegt dat net als de naïeve Amerikanen en de slappe Hongaren de overmoedige Japanners geen goede waardemeter zijn. Wel van de mentale en tactische weerbaarheid van de nationale elf, niet van wat ze nu werkelijk vermogen op zo'n groot toernooi. Eruit liggen na een kwartfinale tegen Brazilië is een realistische mogelijkheid, en dan weten we dat deze Gouden Generatie nooit wereldkampioen zal worden. Zich kwalificeren betekent: het kan. Het is in elk geval nu of nooit, want over vier jaar is zowat de helft van dit elftal met voetbalpensioen of uitbollend.

***

De successupporters denken dat we nu iedereen aankunnen. (Ze hebben gelijk, maar om de verkeerde redenen: we kunnen technisch alle potentiële tegenstanders aan, maar niet omdat we een half mirakel hebben verwezenlijkt tegen Japan, het nummer 61 op de wereldranglijst.) De zeurpieten waarschuwen voor tactische tekortkomingen. (Ze hebben gelijk, maar ze vergeten dat tactiek samenhangt met beschikbare spelers en ingeoefende patronen: de tactiek helemaal overboord gooien zal eerder voor onrust dan voor zekerheid zorgen.)

Een bekend voetbalcommentator en -presentator tweette dadelijk na de wedstrijd "Bon @BelRedDevils Genoeg naïef verdedigd. Opstelling tegen Brazilië. Courtois; Meunier, Alderweireld, Kompany, Vermaelen, Vertonghen; Witsel, De Bruyne, Fellaini; Hazard, Lukaku. Anders krijgen we er 7 binnen. ZEVEN." Ik word daar eerlijk gezegd een beetje nerveus en bijna moedeloos van, van die typisch Belgische underdoghouding. Want, bekijk even die 5-3-2, met - doelman inbegrepen - acht spelers die een verdedigende opdracht zouden meekrijgen. Dat is hetzelfde als zeggen: Brazilië, kom maar af, om dan na negentig minuten vast te stellen dat we het weer net niet gehaald hebben. 1-0, een floddergoal. Ach ja, ze hebben toch hun best gedaan... Dat komt erop neer dat we teruggrijpen naar de tactiek van wijlen Raymond Goethals: met z'n allen voor de eigen pot gaan liggen en hopen dat we er op de counter eentje kunnen binnen tikken. En stoemelings. Dat is zo hemeltergend laf, dat ik vrijdagavond niet eens zou willen kijken.

Als de voorbije wedstrijden iets hebben aangetoond, is het wel dat de 3-4-3 van Roberto Martínez ons veel doelkansen bezorgt (de meeste van alle landen op het WK!), veel doelpunten oplevert (de meeste van alle landen op het WK!), veel verschillende doelpuntenmakers laat optekenen (de meeste van enzovoort!). Willen we dat surplus opofferen uit schrik voor Brazilië?

Als de voorbije wedstrijden nóg iets hebben aangetoond, is dat de 3-4-3 defensief voor problemen zorgt als de vleugelspelers van de tegenstander heel hoog spelen, zoals de Japanners een uur lang demonstreerden, en zoals zelfs Panamezen en Tunesiërs bij momenten blootlegden. Thomas Meunier blijft een tot rechtsback omgeturnde aanvaller, geen verdediger van nature. En Yannick Carrasco is een offensief ingestelde vleugelaanvaller, die af en toe vergeet dat hij ook nog die andere opdracht heeft meegekregen: verdedigen. Tegen Neymar en Willian is dat dodelijk. Dat klopt.

Bijsturen is dus noodzakelijk, verdedigende stabiliteit inbouwen een must, maar we moeten nog wel uitgaan van onze eigen kracht. Nu kiezen voor acht verdedigend ingestelde spelers is hetzelfde als tegen De Bruyne, Hazard en Lukaku zeggen dat ze maar hun plan moeten trekken. De heren zijn nu eventjes (Lukaku) of al een tijdje (De Bruyne, Hazard) verlost van José Mourinho, laten we dat koesteren. Het druist in tegen dit nieuwe België, dat dichter bij het totaalvoetbal van Oranje staat dan bij het aloude betonvoetbal van de vroegere, veel minder getalenteerde generaties van de Rode Duivels.

***

Wees maar zeker dat die hautaine, vaak irritante Brazilianen respect hebben voor deze Belgen. Zij hebben ook eindeloos beelden van de dribbels van Hazard, de passing van De Bruyne, de looplijnen van Lukaku en de offensieve impulsen van onze vleugelspelers bestudeerd, en ze zullen heus niet het veld opstappen met de gedachte: sukkels, we maken er vandaag 7. ZEVEN. Neymar en Willian zullen ook van hun bondscoach opdrachten meekrijgen: laat die vleugelspelers niet lopen. En hun eigen vleugelbacks zullen ook niet zomaar vrijuit mee ten aanval kunnen trekken, als je weet dat er een Eden Hazard op de loer ligt.

Maar dat schijnen de beroepspessimisten te vergeten: die zien alleen de eigen tekortkomingen en ze overdrijven dan graag wat zo'n Neymar - buiten matennaaien en flink doorrollen - allemaal kan. Uitstekende voetballer, daar niet van, maar geen superman. De beroepsoptimisten/successupporters zien het compleet omgekeerd.

***

Dus, meneer Martínez, beste Roberto, vergeet de mening van de zogeheten kenners, maar pas toch je tactiek een beetje aan. Vervang de tegenvallende Carrasco door Nacer Chadli - meer kracht, meer stabiliteit, minder zinloze frivoliteiten - en de tegen Japan onzichtbare Mertens door een centrale middenvelder die de bal kan bijhouden: Dembélé. Speel met echte flankverdedigers, Meunier en Vertonghen (die kan dat, heeft zelfs een prima voorzet in huis). Laat hen bij balbezit elke keer over Neymar en Willian heen gaan, zo kunnen die mannen ook hun kilometers maken. Of niet, en dan hebben we ruimte zat op de flank. Zet Chadli en Hazard rechts en links tegen de lijn en laat hen Fagner en Marcelo of Filipe Luís aan de praat houden, ook via regelmatige positiewissels. Zeker die Marcelo heeft dat niet graag. Geef De Bruyne een vrijere rol voor twee controlerende middenvelders, die ervoor zorgen dat je bij balverlies altijd een centrale as van vier spelers overhoudt: Alderweireld, Kompany, Witsel, Dembélé. Die houden het centrum én de flanken in de gaten. En houd Fellaini achter de hand voor noodgevallen. Dan ziet onze Seleçao er als volgt uit:

Courtois; Meunier, Alderweireld, Kompany, Vertonghen; Witsel, Dembélé; De Bruyne; Chadli, Hazard; Lukaku.

Met een beetje geluk maken we er 7. ZEVEN.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post801

Middelvinger

SportGeplaatst door Frank Van Laeken ma, juli 02, 2018 11:41:06

De vorige wereldkampioen. Naar huis.

De vorige twee wereldkampioenen. Naar huis.

De vorige drie wereldkampioenen. Naar huis (Duitsland, Spanje) of niet mogen deelnemen (Italië).

De voetballers die het jongste decennium hebben gedomineerd en de Gouden Ballen onder hun tweetjes verdeelden. Naar huis.

De twee landen die het wereldvoetbal al een decennium domineren. Naar huis.

De winnaars van de recentste continentale kampioenschappen. Naar huis (Portugal, Australië) of niet mogen deelnemen (Chili, Kameroen, Verenigde Staten).

Zeven spelers uit de Top 10 volgens het panel van het spelletje soccermanager.com. Naar huis. (Alleen Luis Suárez en Luka Modric zijn er nog bij na de achtste finales, Neymar kan dat deze namiddag eveneens verwezenlijken.)

Vijf Afrikaanse deelnemers. Naar huis. (Voor het eerst sinds 1982 is er geen enkel Afrikaans land dat de tweede ronde heeft bereikt, vanaf 1986 lukte dat elke keer.)

De Russische fans na de strafschoppenreeks tegen Spanje. En we gaan nog niet naar huis, bijlange niet, bijlange niet.

***

Messi die in de nek van doelpuntenmaker Rojo springt, het had het beeld van het WK kunnen opleveren, maar we zijn het al vergeten. Wat bijblijft uit die wedstrijd tussen Argentinië en Nigeria: de dubbele middelvinger van Diego Maradona, vier jaar lang (1986-1990) de beste speler van de wereld, sindsdien een zielenpoot, maar wel tegen betaling prominent aanwezig in de eretribune. Won zogezegd op z'n eentje de wereldbeker van 1986, Hand van God inbegrepen. Toen al aan de coke, maar er nog niet onder bedolven. Begenadigd voetballer, zeer zeker, maar hij had veel te danken aan het stille labeur van de rest van het elftal. Iedereen is de centrale verdedigers Brown, Cuciuffo en Ruggeri vergeten. Onder meer dankzij hen, de centrale buffer Sergio Batista en de vleugelbacks Giusti en Olarticoechea, kon Maradona zich uitleven op dat WK. Onder meer door de schuld van de middelmatige stampers Mercado, Otamendi, Rojo, Tagliafico en de hoogbejaarde Mascherano kon Messi dat niet. Een team is meer dan een individu, al kan een individu wel het verschil maken. Maradona was niet alleen in 1986, Messi (helaas) ook niet.

Ik wil deze Maradona liever niet meer zien op mijn grootbeeld. Zeer slecht voorbeeld voor de jeugd, een mooie herinnering die wordt weggeveegd voor wie die Mundial in Mexico intens heeft gevolgd, stervoetballer die karikatuur is geworden. Niet mooi. I won't cry for you Argentina. The truth is, I never loved you (deze wereldbeker).

***

De Video Assistant Referee is een zegen voor het voetbal. Veel minder foute beslissingen, en ook: veel minder overtredingen die passeren. De statistieken bewijzen het. En toch: als én Gerard Piqué én Sergio Ramos gelijktijdig tegen de grond worden gesmakt, de scheidsrechter daar geen graten inziet en de VAR het ook niet heeft gezien, kun je je vragen stellen. Rusland in de rol van Zuid-Korea in 2002, dankzij flaters van de scheidsrechters naar de halve finales? Het zou zomaar kunnen, het zou zomaar niet mogen. De Russen speelden tegen Spanje catenaccio van de zuiverste (versta: ergste) soort. Daartegenover een variant van tikitaka die erop gericht was om de bal nóóit in het strafschopgebied te krijgen. Spanje terecht uitgeschakeld, Rusland onterecht door. Zo is voetbal, veel te vaak. Zaterdag dacht je: wow, eindelijk, wedstrijden met rechtstreekse uitschakeling, beide teams gaan er vol voor. Zondag was dat weer afgezwakt tot: bwah...

***

Ik dank de Rode Duivels dat ze vanavond tegen Japan spelen, dan kan ik morgenavond voluit van Elvis Costello genieten. Accidents will happen, maar het zou zeer jammer geweest zijn te moeten kiezen (for the record: ik zou voor Costello gekozen hebben, want: I Want You en zo). In het Openluchttheater Rivierenhof in Deurne hebben ze daar voor vanavond het volgende op gevonden: eerst België-Japan op groot scherm, daarna Costello. Op het eerste gezicht: goed bekeken van de organisatoren, maar wat doe je met de concertgangers die niet of nauwelijks in voetbal geïnteresseerd zijn? En hoe zit dat met burengerucht na halfelf in de weinig tolerante stad A? Kan Costello zo wel een volwaardig concert spelen? Mocht België toch dinsdag hebben moeten spelen, had ik toch graag Costello zoals gepland om kwart voor negen zien beginnen, om al vroeg in de set (ja, ik heb gespiekt in zijn recente setlists) het ultieme voetballied (I Don't Want To Go To) Chelsea mee te brullen.

Pump it up, Rode Duivels!

***

De immer spitante Gary Lineker tweette gisteren na de uitschakeling van Spanje dat Adnan Januzaj de grote favoriet is voor BBC Sports Personality of the Year. Een steekje, want uiteraard kan alleen een Brit(se) die jaarlijkse trofee winnen. Wat de presentator bedoelde: goed dat Januzaj gescoord had tegen Engeland, zodat de Engelsen, als tweede in de groep, in een op papier zwakkere tabelhelft zijn terechtgekomen. En er dan morgen gewoon uit liggen tegen Colombia? Als dit WK al één ding geleerd heeft, is het dat iedere wedstrijd op zich staat, en dat geldt zeker vanaf de achtste finales. Zouden de Spanjaarden vandaag blij zijn omdat ze in de zwakkere tabelhelft waren beland?

Al dat gespeculeer over spelen om te winnen, of liever niet, vóór Engeland-België, vond ik ergerlijk. Dat een bondsvoorzitter, een coach of spelers nadenken over de gevolgen van een resultaat, kan ik nog enigszins begrijpen, al is moedwillig niet willen winnen een aanfluiting van de essentie van het spelletje voetbal. Dat voetbaljournalisten dat cynische spelletje meespeelden en het idee om bewust niet te winnen niet alleen verdedigden maar zelfs aanmoedigden, is een regelrechte schande. Het druist in tegen een fundamenteel maar helaas vaak vergeten onderdeel van hun job: bekommerd zijn om ethiek en fair play, die twee voor de sport essentiële begrippen die ze met hand, tand en klavier zouden moeten verdedigen. Dit openlijke pleidooi tot een vorm van matchfixing is alsof economiejournalisten het ontduiken van belastingen of het witwassen van zwart geld zouden aanmoedigen, of politieke journalisten aan politici zouden suggereren om een leugentje om bestwil te vertellen aan de bevolking. (Ik ben niet naïef, misschien gebeurt dat zelfs, maar wie dát doet verdient het predicaat 'journalist' niet. Bewaar ons van Mitspielers!)

Dat Maradona zijn middelvingers zou opsteken naar sommige Vlaamse voetbaljournalisten, zou ik nog begrijpen.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post800

Leger

Memories & mijmeringenGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 30, 2018 13:04:59

"Een psychologisch verzamelbegrip voor de psychologische ontwikkelingsfase van mensen tussen de 35 en 50 jaar. Vaak wordt men op deze leeftijd geconfronteerd met zingevingsvraagstukken en wordt men daardoor uit balans gebracht." Zo definieert Wikipedia 'midlifecrisis'. Wie in 1981 geboren is, kan zich dus een lidkaart van die club veroorloven.

Een professor en een woordvoerder pakten daar de voorbije weken met veel aplomb mee uit. Jonathan Holslag, politicoloog en Chinakenner, en Joachim Pohlmann, woordvoerder en Bart De Wevermenner, gooien deze zomer één maand lang hun burgerkleren af, zetten de anders zo onmisbare smartphone dertig dagen lang op vliegtuigstand, trekken een volstrekt a-modieus kakikleurig uniform aan en volgen een opleiding tot 'reservist'. Dat klinkt nogal denigrerend (alsof iemand intensief de finesses van het voetbal leert kennen om vervolgens op de invallersbank te belanden), maar beide heren zijn er behoorlijk trots op dat ze óóit het land zullen kunnen, pardon: mógen, dienen. Geen Harley Davidson, vurige maîtresse of sm-meesteres voor hen, al komt de kadaverdiscipline in het leger toch ook wel een beetje neer op dat laatste.

Het gevaar komt uit het oosten, zeggen ze allebei. Ze bedoelen Poetin, niet Merkel, al weet je maar nooit met Pohlmann. En uit het zuiden, voegt de communicatieverantwoordelijke van de N-VA daar snel aan toe. Migranten die het slecht met ons voor hebben, moet u weten. Kwestie van de harde communicatie van de partijkopstukken aan te houden, ook al lezen we de voorbije dagen en weken in betrouwbare rapporten en grafieken dat het allemaal wel meevalt met vluchtelingen, asielzoekers en migranten. Het zijn er veel minder dan pakweg tien of twintig jaar geleden. Maar het wordt wel aan de burger verkocht als een regelrechte ramp, een Armageddon in spe, het naderende einde van het Avondland. Help, we worden overspoeld en straks zit er godbetert een neger op het Schoon Verdiep. De laatste pessimist doet het licht uit.

***

Om u maar meteen gerust te stellen: ik ga niet in het leger. Nu niet. Nooit. Niet dat ik tot de doelgroep behoor, volgens de definitie ligt mijn midlifecrisis al bijna een vol decennium achter me. Nooit een Harley bereden, of een maîtresse, of vrijwillig van het zweepje gehad. Best saai wel, die periode. Hard werken, carrière maken, een langdurige relatie uitbouwen. Om de titel van een Supertramp-LP te parafraseren: Midlifecrisis? What Midlifecrisis?

Ik heb een geweten en ik heb bezwaren. Voeg die twee samen en je komt uit op: gewetensbezwaarde. In de duistere jaren 80 van de vorige eeuw was dat mijn kleine daad van verzet: ik weigerde als pacifist domweg bevelen van officieren uit te voeren. Daar werd je in die tijd, toen de legerdienst nog bestond, flink voor gestraft. In de hoek gezet, zeg maar. Twintig maanden burgerdienst in plaats van tien maanden leger. Dan moest je al écht overtuigd zijn. Achteraf bekeken had ik uit puur opportunisme net zo goed in het leger kunnen gaan, bij de audiovisuele dienst, zoals me werd aangeboden, want op de twee plekken waar ik van juni 1984 tot februari 1986 mijn gewetensbezwaren mocht uiten werd je óók uitgebuit. Ik verwachtte veel respect voor mijn beslissing, ik kreeg klusjes die anderen niet wilden doen. Bij de openbare omroep botste ik op tegen een toenmalige tv-coryfee - hard tegen onzacht -, waarna ik muteerde, zoals dat ook in kringen van mensen met een geweten heette, naar een jeugdclub, waar ik mijn dagen voornamelijk achter de toog sleet. U leest dat goed: áchter. Om de dorstigen te laven. Dat was in het laatste punkkot van de wereldstad A, waar zo'n drie keer per jaar een punkfestivalletje werd georganiseerd, met wouldbe-cultgroepjes die zich bekwaamden in het heel luid en volstrekt atonaal door elkaar brullen van 'One-two-three-four' om vervolgens dik twee minuten hooguit twee akkoorden op de pogoënde aanwezigen los te laten. En dat een keer of twintig tijdens één optreden. Die festivalletjes verliepen volgens een vast stramien: een overvol café, drie of vier groepen die van jetje gaven, tegen negen uur overstromende toiletpotten, tegen tien uur skinheads die voor de deur verzamelen bliezen, daar kwam dan herrie van, en een halfuur later kon ik vroeger dan verwacht fluitend naar huis omdat de politie de boel was komen sluiten. Tijden!

***

Mensen met bovengemiddelde verstandelijke vermogens die in het leger gaan, ik begrijp dat niet. Zeker niet nu het al meer dan twintig jaar niet meer hoeft. Is het nostalgie naar vervlogen tijden die de heren zelf nauwelijks bewust hebben meegemaakt? Jongensdromen van heldendaden ergens in een Limburgse greppel? Dat je tijdens een midlifecrisis meedoet aan plofkraken ligt nog iets minder voor de hand, maar het leger... Och, ik zal de beeltenis van de heren Holslag en Pohlmann aanbrengen op een paar verkenners in mijn Stratego-spel dat nog ergens op zolder moet liggen.

***

Ja, ik weet het, een gewetensbezwaarde die militaristische spelletjes speelt, da's ook niet al te koosjer.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post799

Hé, er is een bal op de tv

SportGeplaatst door Frank Van Laeken ma, juni 25, 2018 11:59:02

Referentiematch. Zo omschreef ik België-Tunesië zaterdag iets voor vieren op Twitter. Het leverde tachtig likes op, we zijn nu eenmaal een land van successupporters. Sommigen waren, terecht, kritisch en vroegen: 'referentie' tot wat? Een goede vraag. Ik bedoelde zeer nadrukkelijk níet dat dit de beste prestatie ooit was - daarvoor was Tunesië een te naïeve tegenstander. Ik bedoelde evenmin dat we nu favoriet zijn voor de wereldtitel - dat valt af te wachten en op een groot toernooi spelen blessure- en schorsingslast, toeval en geluk een belangrijke rol. Ik bedoelde ook niet dat dit de maatstaf is voor de toekomst - aanvallend waren we geweldig, maar verdedigend toch weer kwetsbaar. Maar als je de Belgische prestatie vergelijkt met de favorieten en de (andere) schaduwfavorieten was het wel een referentie. Tegenover de tegenvallende Argentijnen, Brazilianen, Duitsers, Fransen en (toch ook wel een beetje) Spanjaarden - die ook al tegen op papier veel zwakkere landen hadden gespeeld én gestunteld - hebben we een signaaltje uitgestuurd. Hé, wij zijn hier ook en we kunnen iets. Meer moest u achter die 'referentiematch' niet zoeken, want dat is hoe dan ook een momentopname, weten we van twee jaar geleden na eerst Hongarije en daarna Wales. We kúnnen wereldkampioen worden, maar de kans dat we het niet worden is nog altijd een pak groter.

***

Het speculeren is begonnen. Worden we best eerste of tweede in de groep? En tegen wie spelen we dan in de kwartfinales (alsof er geen achtste finale-wedstrijd meer moet gespeeld worden!)? Moeten we Engeland op volle kracht tegemoet treden of toch een beetje terughoudend? Ik hou niet van rekenen en speculeren op een voetbaltoernooi. Het leidt de aandacht af van de essentie van het spelletje: winnen, minstens één doelpunt meer maken dan de tegenpartij. Dat kunnen we, laten we dat ook doen. Al zijn die Engelsen stevig bezig. We zitten in de op één na zwakste groep (na die van Rusland), maar de twee best spelende elftallen tot nog toe maken er wel deel van uit.

De Rode Duivels zullen een zestal invallers opstellen, lees ik. De lichtgeblesseerden Lukaku, Hazard en Mertens mogen extra rust nemen. En Meunier, Vertonghen en De Bruyne zullen gespaard worden om een tweede gele kaart te ontlopen. Wat ik niet begrijp in deze context: waarom pakte dat drietal dan geen domme gele kaart in de slotfase tegen Tunesië? Dat zou een gegarandeerde schorsing hebben opgeleverd tegen Engeland - als we dan toch niet wakker liggen van groepswinst, who cares? - én zonder het risico op een toekomstige schorsing starten in de achtste finales. Nu riskeer je een of meerdere van die spelers te missen in de kwartfinales. Misrekeningetje?

***

Voor wie graag rekent, één datum: 1 juli 2016. De weg naar de finale lag open. Dachten we.

***

Wat me opvalt na 32 wedstrijden, twee speeldagen in elke groep, is het aantal keren dat de videoref is moeten tussenkomen. Angstaanjagend veel, eigenlijk. En dan bleven sommige duidelijke overtredingen (Aleksandar Mitrovic die door twee Zwitsers op de grond wordt getrokken! Boateng die het steunbeen van Berg betokkelt!) alsnog onbestraft. Foeteren op de 'video assistant referee' - 'VAR' in de volksmond - is dan toch niet typisch Belgisch. En het is af en toe ook zeer terecht. Maar dan nog blijft de videoref een meerwaarde, omdat de meeste scheidsrechterlijke fouten toch nog worden rechtgetrokken.

Vergisten internationale topscheidsrechters zich in het verleden ook al zo vaak, of zijn ze nu minder gedecideerd omdat Big Brother in Moskou bij twijfelgevallen toch de knoop doorhakt? Op welke vraag je ook met 'Ja' antwoordt, in beide gevallen blijkt de videoref een onmisbare noodzaak in het hedendaagse voetbal. En in elk geval te prefereren boven een extra assistent-scheidsrechter achter de doellijn, want die staat daar meestal toch maar wat toe te kijken en durft zelden in te grijpen, omdat hij dan zijn verantwoordelijkheid moet nemen en tegen de hiërarchie van de hoofdreferee ingaan. Daar heeft de onzichtbare man (?) in Moskou minder last van. Nu nog eenvormigheid in het nemen van beslissingen en voetbal wordt weer iets rechtvaardiger. Alleen voor de tooggesprekken achteraf is dat jammer.

***

Ronaldo of Messi? Hazard! Lionel Messi is een schim van zichzelf (en de Argentijnse bondscoach een soort pooier die per ongeluk langs de zijlijn staat en dan maar wat in het wilde weg gesticuleert). Cristiano Ronaldo scoort tegen honderd procent, maar laten we dat niet overroepen: twee strafschoppen, één flater van de Spaanse keeper en één vrije trap (wel mooi binnen geborsteld, overigens). Eden Hazard is dan veel bepalender voor het spel van zijn elftal en scoorde tegen Tunesië vlotjes (ook één penalty, toegegeven). Wat Ronaldo veel beter aanvoelt dan Messi, is de urgentie van dit toernooi. Op zijn drieëndertigste is dit allicht zijn laatste kans om te schitteren voor de ogen van de wereld. Messi lijkt dat, op zijn éénendertigste, veel minder te beseffen, sloft wat moedeloos rond tussen al die mindere goden. Van de twee belastingontduikers is Ronaldo momenteel het meest gefocust.

***

In 2026 krijgen we een WK met 48 landen. Fifa-voorzitter Gianni Infantino maakt zijn verkiezingsbelofte waar - helaas, presidenten die hun beloften waarmaken zijn doorgaans een gevaar voor de rest van de wereld... Concreet zal dat betekenen dat Europa drie extra plaatsen krijgt (13 wordt 16, vandaag zijn er veertien deelnemende landen maar dat komt omdat Rusland organisator is), Zuid-Amerika één (4 of 5 wordt 6, maar de CONMEBOL heeft slechts tien aangesloten leden), Afrika vier (5 wordt 9), Azië, inclusief Australië, drie (5 wordt 8), Noord- en Centraal-Amerika drie (3 wordt 6), en Oceanië, zonder Australië, mag voor het eerst zeker deelnemen (nu moet de winnaar van de Oceanische voorronde nog barragewedstrijden spelen tegen de vijfde uit de Zuid-Amerikaanse voorronde). Nuance: de CONCACAF, de overkoepelende voetbalbond van Noord- en Centraal-Amerika, moet over acht jaar al drie plaatsen afstaan aan de organiserende landen, Verenigde Staten, Mexico en Canada.

Zestien extra landen, dat wordt: nóg meer berekening in het spel van de favorieten de eerste ronde, nóg meer middelmatige en zwakke landen op het toernooi, nóg meer geeuwen tot aan de kwartfinales. Het klinkt democratischer, maar het devalueert de waarde van het spel. Of wordt het pas een echte wéreldbeker als pakweg San Marino, Somalië en Tonga mogen meedoen?

In de praktijk blijkt ook, jammerlijk, dat de nieuwe deelnemers niet voor een meerwaarde zorgen. Na twee groepswedstrijden hebben de Europese landen op deze wereldbeker 56 op 84 punten behaald, maar als je de onderlinge duels tussen Europese landen meerekent - waarin hooguit drie punten te verdelen vallen -, konden er maximum 75 punten gehaald worden. Dat is goed voor 74,7 procent. Zuid-Amerika haalde 14 op 30 (46,7%), Noord- en Centraal-Amerika 6 op 18 (33,3%, een redelijk resultaat dat wordt vertekend door de twee zeges van Mexico), Azië 8 op 30 (26,7%) en Afrika een bijzonder magere 7 op 30 (23,3%). Vooral de drie Noord-Afrikaanse landen stellen teleur: 0 op 18 en reeds uitgeschakeld.

Vergeleken met vier jaar geleden, in Brazilië, doet Europa het opmerkelijk beter (toen 34 op 78, maar vier onderliggende duels dus eigenlijk op 66, 51,5%), Azië ook een pak beter (in 2014 3 op 24, 12,5%) Zuid-Amerika en Noord- en Centraal-Amerika véél slechter (respectievelijk 28 op 30!, 93,3%, en 14 op 24, 58,3%) en Afrika eveneens minder goed (11 op 30, 36,7%). Te vroeg om conclusies te trekken - dat kan pas na de volgende groepswedstrijd en liefst zelfs na de kwartfinales - maar voorzichtigjes kun je toch al zeggen dat Zuid-Amerika het alweer niet goed doet op Europese bodem (het is al zestig jaar geleden dat Brazilië als enige Zuid-Amerikaanse team ooit de wereldbeker won in Europa) en Azië in het beste geval stagneren, terwijl je eigenlijk zou mogen verwachten dat meer wereldbekerervaring zou moeten leiden tot betere resultaten.

Ik weet het, het hangt soms samen met uitzonderlijke individuele voetballers of goede generaties, toch lijkt het er heel sterk op dat die uitbreiding naar achtenveertig landen allerminst is ingegeven door kwalitatieve uitgangspunten en dat die electorale ingeving van Infantino het product 'Wereldbeker' misschien wel mondialer zal maken, maar zeker niet interessanter.





  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post798

De 'Ik ben geen puntje puntje puntje, maar...'-samenleving

SamenlevingGeplaatst door Frank Van Laeken za, juni 23, 2018 11:57:28

Dinsdag, heel vroeg, op weg naar het stationnetje, pardon: treinhalte, van het lieflijke dorp T. (Zijn lintbebouwing! Zijn zoemende grasmachines! Zijn weelderig cultuurleven!). Honderd meter van mij vandaan parkeert een auto zich pardoes op het trottoir, zoals wel meer auto's dat in T. doen. Werkman stapt met gereedschapskist uit en steekt zonder blikken of blozen de straat op. Voetganger (ik) is verplicht de rijweg op te gaan. De kans dat ik mijn leven riskeer is heel klein, er passeert hier één auto per kwartier, maar het principe is toch weer: ga maar de straat op, naïeve wandelaar, hier regeert Koning Auto. Ik onderga en stap verder. Misschien dacht die man wel "Ik heb niets tegen voetgangers, maar het is veiliger voor mijn auto om op het trottoir te staan". Ik weet het niet, ik ben geen psycholoog, ik kan niet in iemands hoofd kijken.

Dinsdag, twee uur later, aan een kruispunt in de wereldstad A. Een auto denkt nog net mee te kunnen glippen door het oranje en rechts af te slaan, maar wordt dan opgehouden door het verkeer voor hem. Fietsers komen op hem afgereden. Zij hebben groen en het recht om door te rijden. Iemand foetert op de automobilist. Gebalde vuist en al. Even later opnieuw, wanneer die vijftig meter verderop alweer wordt opgehouden door stilstaande auto's voor hem. Ik beeld me in dat de chauffeur denkt: "Ik ben geen verkeershooligan, maar ik dacht nog snel even mee te glippen." En de fietser: "Ik ben geen klootzak, maar ik heb ook mijn rechten." In A. wordt weleens een fietser doodgereden. De bevoegde schepen van Mobiliteit, in A. is dat eerder: Stilstand, riep dat dit dramatisch stijgend cijfer óók aan de fietsers zelf ligt. (Of zei hij dat ook de ouders verantwoordelijkheid dragen voor de fietsdoden, je weet het op de duur niet meer met al die uitroepen.) "Ik ben niet tegen fietsers, maar ze moeten niet in de weg rijden als er auto's in de buurt zijn."

"Ik ben geen racist, maar...": die kenden we natuurlijk al langer. Het gepaste/ongepaste (schrappen wat niet past) excuus als je iets stouts zegt over een anders gekleurde medemens. "Ik heb niets tegen die mensen, maar hier is geen plaats", is een dooddoener die in meerdere varianten wordt gebruikt tegen de komst van (nog meer) vluchtelingen. Altijd weer die bijzin, die begint met het dodelijke 'maar'.

***

Ik krijg weleens het verwijt dat ik een 'gutmensch' ben, 'politiek correct', dat ik mij beroep op morele superioriteit (dat ik denk dat ik mij op 'moral high ground' bevind, heet dat dan in ietwat chiquere termen). Dat is niet zo, vind ik zelf, maar elke keer dat iemand dit schrijft of roept, denk ik: oké, het zij zo. Liever een goedbedoelende, struikelende mens dan een bullebak. Liever een twijfelaar die een zo rechtvaardig mogelijke samenleving wil dan een egoïst. Liever iemand die ethische principes hanteert dan een opportunist. Ik ben geen politiek correcte, uiterst naïeve gutmensch die zich op moreel hogere grond waant, maar als u dat vindt, noem me dan gerust zo. Ik zal het als een geuzennaam omarmen. Als een compliment, zelfs.

***

We zijn een "Ik ben geen puntje puntje puntje, maar..."-samenleving geworden. Dat hangt samen met de tijdsgeest: groepsegoïsme, identitair nationalisme, populisme. Eigen volk eerst, net wat u zegt. Al wat we goed doen, blazen we buiten elke proportie op. Al wat we slecht doen, relativeren we tot het niets meer voorstelt. 'Maar...' Of we leiden de aandacht af ("Kijk daar, een boerkini!") Wij zijn het superieure volk en al wie het daar niet mee eens is, verwijten we dat hij of zij zich superieur voordoet. Poepsimpel concept, eigenlijk. Als iemand het niet met 'ons', de sprekende en zwijgende veronderstelde meerderheid, eens is, zeggen we dat hij denkt dat hij gelijk heeft. Dat is tegenwoordig de ultieme belediging. (Want een beetje slimme burger weet natuurlijk dat het erop aankomt gelijk te 'halen', niet te 'hebben'.)

***

Ik ben geen zeurpiet, maar dit moest ik even kwijt.



  • Reacties(0)//maandans.frankvanlaeken.eu/#post797
Volgende »